From af6076cdb64c39822f76374228f39f99e9484f7e Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jan 2007 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2007-01-01 | BWBR0006338 | Bekostigingsbesluit WHW --- .../BWBR0006338/README.md | 104 +++++++++++++----- 1 file changed, 79 insertions(+), 25 deletions(-) diff --git a/amvb/bekostigingsbesluit-whw/BWBR0006338/README.md b/amvb/bekostigingsbesluit-whw/BWBR0006338/README.md index 19e32582794..c1672529d9e 100644 --- a/amvb/bekostigingsbesluit-whw/BWBR0006338/README.md +++ b/amvb/bekostigingsbesluit-whw/BWBR0006338/README.md @@ -34,7 +34,7 @@ o. accountant: een door het instellingsbestuur aangewezen accountant als bedoeld ### Artikel 1.2 -Een ministeriële regeling als bedoeld in de artikelen, 2.22, 2.23, vierde lid, 2.24, vierde lid, 2.25, vijfde lid, 2.25a, vijfde lid, 3.3, eerste en zevende lid, 3.3a, eerste en derde lid, 3.4, 3.7, eerste en tweede lid, 3.12, tweede lid, 4.3, eerste lid, onder b en 5.5, eerste lid wordt vastgesteld na overleg als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de wet. +Een ministeriële regeling als bedoeld in de artikelen, 2.22, 2.23, vierde lid, 2.24, vierde lid, 2.25, vijfde lid, 2.25a, vijfde lid, artikel 3.3, eerste lid, 3.3a, eerste en derde lid, 3.7, eerste en tweede lid, 3.12, tweede lid en 5.5, eerste lid wordt vastgesteld na overleg als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de wet. ### Artikel 1.3 @@ -160,7 +160,9 @@ Op het aantal getuigschriften, bedoeld in het tweede lid, eerste volzin, onderde a. het aantal getuigschriften van een bacheloropleiding die zijn uitgereikt aan degenen aan wie reeds een getuigschrift is uitgereikt van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs of van een opleiding in het hoger beroepsonderwijs, en b. het aantal kandidaatsgetuigschriften van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs die zijn uitgereikt aan degenen aan wie reeds een getuigschrift is uitgereikt van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs of van een opleiding in het hoger beroepsonderwijs. -**4.** Voor de toepassing van dit artikel, tweede lid, eerste volzin, onderdelen g, h en i, worden de getuigschriften van een ongedeelde opleiding in het wetenschappelijk onderwijs die zijn uitgereikt aan degenen aan wie reeds een getuigschrift is uitgereikt van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een bacheloropleiding in het hoger onderwijs of van het met goed gevolg afgelegd kandidaatsexamen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs, aangemerkt als getuigschriften van een masteropleiding. +Getuigschriften die zijn uitgereikt vóór 1 september van het achtste kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar blijven voor de toepassing van dit lid buiten beschouwing. + +**4.** Voor de toepassing van dit artikel, tweede lid, eerste volzin, onderdelen g, h en i, worden de getuigschriften van een ongedeelde opleiding in het wetenschappelijk onderwijs die zijn uitgereikt aan degenen aan wie reeds een getuigschrift is uitgereikt van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een bacheloropleiding in het hoger onderwijs of van het met goed gevolg afgelegd kandidaatsexamen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs, aangemerkt als getuigschriften van een masteropleiding. Getuigschriften die zijn uitgereikt vóór 1 september van het achtste kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar blijven voor de toepassing van dit lid buiten beschouwing. **5.** Het aantal te bekostigen getuigschriften per universiteit bedraagt de som van de in het tweede, derde en vierde lid berekende aantallen, nadat deze zijn vermenigvuldigd met onderscheidenlijk 2/3, 1, 6/5, 1/3, 1/2, 9/5, 1, 3/2 en 3. @@ -202,11 +204,11 @@ De landelijke bedragen ten behoeve van de numerus fixus geneeskunde, de werkplaa Het onderwijsdeel van een universiteit bestaat uit de som van de component eerstejaars per universiteit, de component getuigschriften per universiteit en de component basisvoorziening onderwijs per universiteit. In voorkomende gevallen wordt het onderwijsdeel van die universiteit vermeerderd met bedragen per universiteit ten behoeve van de numerus fixus geneeskunde, de werkplaats diergeneeskunde en de werkplaats tandheelkunde. +### Paragraaf 3. Onderzoekdeel + ### Artikel 2.7a -Vervallen - -### Paragraaf 3. Onderzoekdeel +In deze paragraaf wordt onder universiteit verstaan een universiteit als bedoeld in de onderdelen a, b en h van de bijlage van de wet. ### Artikel 2.8 @@ -239,11 +241,13 @@ i. getuigschriften van de ongedeelde opleidingen diergeneeskunde, farmacie, gene Voor de toepassing van dit artikel wordt het kandidaatsgetuigschrift aangemerkt als het getuigschrift van een bacheloropleiding. -**3.** Artikel 2.6a, derde en vierde lid, is van toepassing. +**3.** Artikel 2.6a, derde en vierde lid, is van toepassing, met dien verstande dat de tweede volzin van deze leden voor de Open Universiteit niet van toepassing is. **4.** Het aantal te bekostigen getuigschriften per universiteit bedraagt de som van de in het tweede en derde lid berekende aantallen, nadat deze zijn vermenigvuldigd met onderscheidenlijk 1/3, 1/2, 1, 2/3, 1, 2, 1, 3/2 en 3 zijn. -**5.** De artikelen 2.6, vierde lid, en 2.6e zijn van overeenkomstige toepassing. +**5.** Voor de bepaling van het aantal getuigschriften, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van de in het Centraal register inschrijving opgenomen gegevens die de desbetreffende universiteit uiterlijk op 1 maart van het voorafgaande begrotingsjaar aan Onze minister verstrekt, vergezeld van een verklaring van een accountant. Artikel 2.6e is van overeenkomstige toepassing. + +**6.** In afwijking van het vijfde lid wordt voor de bepaling van het aantal getuigschriften, bedoeld in het eerste lid, van de Open Universiteit, uitgegaan van de opgave die de Open Universiteit uiterlijk op 1 maart van het kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar aan Onze minister verstrekt, vergezeld van een verklaring van een accountant. ### Artikel 2.10 @@ -264,13 +268,23 @@ b. het aantal proefschriften betreffende een wetenschapsgebied met een hoog beko **6.** De landelijke component proefschriften en ontwerperscertificaten wordt over de universiteiten verdeeld naar rato van het aantal proefschriften, berekend op grond van het derde lid, en het aantal ontwerperscertificaten, berekend op grond van het vierde lid. -### Artikel - -Vervallen - ### Artikel 2.11 -Vervallen +**1.** + +De landelijke component dynamisering Smart Mix wordt over de universiteiten verdeeld naar rato van de som per universiteit van: + +a. de bedragen van de subsidies voor onderzoeksprogramma’s in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, zoals vermeld in het financieel jaarverslag over dat jaar van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, +b. de bedragen van de subsidies, verleend in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar op basis van de volgende subsidieregelingen: + +1°. het Besluit innovatiesubsidie samenwerkingsprojecten, +2°. de Subsidieregeling innovatiegerichte onderzoekprogramma's, en +3°. de Subsidieregeling IOP-TTI-module van de experimentele Kaderregeling subsidies innovatieprojecten, waarbij alleen de subsidies, bedoeld in artikel 2 van die regeling, meetellen, +c. de bedragen van de subsidies verleend in het zesde tot en met het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar op basis van het Besluit subsidies investeringen kennisinfrastructuur, nadat deze bedragen in verband met de meerjarige looptijd zijn gedeeld door vijf. + +**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, blijven subsidies die zijn verleend vóór 1 januari 2004 buiten beschouwing. + +**3.** De bedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, hebben betrekking op subsidies, die zijn verleend door Onze minister van Economische Zaken. ### Artikel 2.12 @@ -302,7 +316,9 @@ Van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, wordt een bedrag verdeeld op basis v ### Artikel 2.13a -De landelijke component strategische overwegingen voor een begrotingsjaar is gelijk aan het na toepassing van de artikelen 2.9 tot en met 2.13 voor dat begrotingsjaar resterende landelijk beschikbare onderzoekdeel. +**1.** Het bedrag strategische overwegingen van de Open Universiteit bedraagt 4,1 miljoen euro. + +**2.** De landelijke component strategische overwegingen voor een begrotingsjaar is gelijk aan het na toepassing van de artikelen 2.9 tot en met 2.13 en het eerste lid voor dat begrotingsjaar resterende landelijk beschikbare onderzoekdeel. ### Artikel 2.14 @@ -352,7 +368,7 @@ Onze minister besluit op welk niveau een wetenschapsgebied als bedoeld in artike ### Artikel 2.16b -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +De Open Universiteit ontvangt jaarlijks vanwege de bijdrage aan de innovatie van het hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.3, derde lid, van de wet, een bedrag van 6,9 miljoen euro. ### Paragraaf 4. Deel leraartraject @@ -524,7 +540,7 @@ a. de openbare universiteit te Leiden 102.189, b. de openbare universiteit te Groningen 120.341, c. de openbare universiteit te Amsterdam 154.733, d. de openbare universiteit te Utrecht 120.947, -e. de openbare universiteit te Rotterdam 110.834, +e. de openbare universiteit te Rotterdam 121.102, f. de openbare universiteit te Maastricht 72.567, g. de bijzondere universiteit te Amsterdam 91.629, en h. de bijzondere universiteit te Nijmegen 99.675. @@ -565,7 +581,7 @@ Het landelijk investeringsdeel, door Onze minister vastgesteld op grond van arti ### Artikel 3.1 -De bepalingen van dit hoofdstuk hebben betrekking op de algemene berekeningswijze voor het exploitatiedeel en het huisvestingsdeel van de rijksbijdrage van de hogescholen, bedoeld in artikel 2.1 van de wet. +De bepalingen van dit hoofdstuk hebben betrekking op de algemene berekeningswijze voor het exploitatiedeel, het huisvestingsdeel en het deel ontwerp en ontwikkeling hbo van de rijksbijdrage van de hogescholen. ### Paragraaf 2. Exploitatiedeel @@ -585,9 +601,17 @@ De onderwijsvraagfactor wordt berekend met de volgende formule: In deze formule wordt verstaan onder: -A: het aantal personen aan wie blijkens het Centraal register inschrijving een getuigschrift is uitgereikt voorzover deze personen aan die hogeschool een inschrijving hebben gehad als bedoeld in het eerste lid, gedurende meer dan de helft van de NBA die op de opleiding waarvoor het getuigschrift is uitgereikt van toepassing is; +A: het aantal personen aan wie blijkens het Centraal register inschrijving een getuigschrift is uitgereikt voorzover deze personen aan die hogeschool een inschrijving hebben gehad als bedoeld in het eerste lid, op meer dan 2,25 x S peildata, waarbij S de factor studielast is die op de opleiding waarvoor het getuigschrift is uitgereikt van toepassing is; -U: het aantal studenten op 1 oktober van het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar dat op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar geen student is aan die hogeschool en aan wie in die periode blijkens het Centraal register inschrijving door die hogeschool geen getuigschrift is uitgereikt, tenzij het een student betreft die in deze periode is overleden; +U: het aantal studenten op 1 oktober van het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar dat op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar geen student is aan die hogeschool en aan wie in die periode blijkens het Centraal register inschrijving door die hogeschool geen getuigschrift is uitgereikt. + +Niet tot U wordt gerekend: + +1°. de student die in deze periode is overleden; +2°. degene die: + +a. als student was ingeschreven voor een opleiding die in deze periode is overgegaan naar een andere hogeschool en +b. die op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar voor de desbetreffende opleiding bij die andere hogeschool als student is ingeschreven; S: de factor studielast, waarbij S gelijk is aan het quotiënt van de studielast van de opleiding en 240. @@ -644,7 +668,7 @@ In afwijking van artikel 3.3 wordt de onderwijsvraag voor de opleidingen, bedoel ### Artikel 3.4a -In afwijking van artikel 3.3 wordt de onderwijsvraag voor de tweedegraads lerarenopleidingen verpleegkunde, de opleidingen tot verpleegkundige in de maatschappelijke gezondheidszorg en de opleidingen van kader in de gezondheidszorg bepaald op het aantal ingeschreven studenten op 1 oktober van het tweede aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar. +In afwijking van artikel 3.3 wordt de onderwijsvraag voor de tweedegraads lerarenopleidingen verpleegkunde, de opleidingen tot verpleegkundige in de maatschappelijke gezondheidszorg, de opleidingen management in de zorg en de opleidingen van kader in de gezondheidszorg bepaald op het aantal ingeschreven studenten op 1 oktober van het tweede aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar. ### Artikel 3.5 @@ -667,11 +691,15 @@ Voor de bepaling van de onderwijsvraag van een opleiding waarvan de registratie Onze minister maakt jaarlijks voor 1 juli aan de desbetreffende hogeschool bekend op welk niveau een opleiding die in dat kalenderjaar voor het eerst in het Centraal register opleidingen wordt opgenomen, zal worden bekostigd. -### Paragraaf 3. Vervallen +### Paragraaf 3. Deel ontwerp en ontwikkeling hbo ### Artikel 3.9 -Vervallen +**1.** In overeenstemming met het desbetreffende onderdeel van de voor het desbetreffende begrotingsjaar vastgestelde rijksbegroting, wordt jaarlijks door Onze minister de omvang vastgesteld van het landelijk voor de hogescholen beschikbare deel ontwerp en ontwikkeling hbo. + +**2.** De toevoeging aan de rijksbijdrage van een hogeschool vanwege het verrichten van ontwerp en ontwikkeling geschiedt naar rato van het in bijlage 3 voor de desbetreffende hogeschool opgenomen deel ontwerp en ontwikkeling hbo. + +### Paragraaf 4. Huisvestingsdeel ### Artikel 3.10 @@ -681,8 +709,6 @@ Vervallen Vervallen -### Paragraaf 4. Huisvestingsdeel - ### Artikel 3.12 **1.** In overeenstemming met het desbetreffende onderdeel van de voor het desbetreffende begrotingsjaar vastgestelde rijksbegroting, wordt jaarlijks door Onze minister de omvang vastgesteld van het landelijk voor de hogescholen beschikbare huisvestingsdeel. @@ -968,7 +994,35 @@ In het begrotingsjaar 2006 wordt, nadat artikel 2.14, vijfde lid, is toegepast, ### Artikel 5.34 -In het begrotingsjaar 2007 wordt, nadat artikel 2.14, vijfde lid, is toegepast, het bedrag strategische overwegingen plus van de openbare universiteit te Rotterdam verlaagd met € 0,750 miljoen, het bedrag strategische overwegingen plus van de openbare universiteit te Maastricht verlaagd met € 1,125 miljoen en het bedrag strategische overwegingen plus van de bijzondere universiteit te Tilburg verlaagd met € 1,125 miljoen. +In afwijking van artikel 2.14, vijfde lid, wordt in het begrotingsjaar 2007 de component strategische overwegingen plus over de universiteiten verdeeld op basis van de volgende percentages per universiteit: + +### Artikel 5.35 + +Na toepassing van artikel 2.6c, vijfde lid, worden in het begrotingsjaar 2007 de bedragen basisvoorziening plus van de onder a tot en met c genoemde universiteiten verhoogd met de onderstaande bedragen uitgedrukt in miljoenen euro: + +### Artikel 5.36 + +**1.** + +Na toepassing van artikel 2.6d wordt in het begrotingsjaar 2007 het bedrag voor de numerus fixus geneeskunde van de rijksbijdrage van de onder a tot en met h genoemde universiteiten verhoogd met de onderstaande bedragen uitgedrukt in miljoenen euro: + +| | a. de openbare universiteit te Leiden | 2,256, | +| --- | --- | --- | +| | b. de openbare universiteit te Utrecht | 2,019, | +| | c. de openbare universiteit te Groningen | 3,793, | +| | d. de openbare universiteit te Rotterdam | 3,475, | +| | e. de openbare universiteit te Maastricht | 2,962, | +| | f. de openbare universiteit te Amsterdam | 2,806, | +| | g. de bijzondere universiteit te Amsterdam | 2,614, en | +| | h. de bijzondere universiteit te Nijmegen | 2,445. | + +**2.** Na toepassing van artikel 2.6d wordt in het begrotingsjaar 2007 het bedrag voor de werkplaats diergeneeskunde van de rijksbijdrage van de openbare universiteit te Utrecht verhoogd met 0,092 miljoen euro. + +**3.** Na toepassing van artikel 2.6d wordt in het begrotingsjaar 2007 het bedrag voor de werkplaats tandheelkunde van de rijksbijdrage van de openbare universiteit te Groningen verlaagd met 0,600 miljoen euro. + +**4.** Na toepassing van artikel 2.6d wordt in het begrotingsjaar 2007 het bedrag voor de numerus fixus klinische technologie van de rijksbijdrage van de openbare universiteit te Enschede verhoogd met 1,976 miljoen euro. + +### Paragraaf 8. Afwijkingen bekostiging universiteiten 2008 ## Hoofdstuk 6. Slotbepalingen @@ -994,4 +1048,4 @@ gecum. AFS: gecumuleerde afschrijvingsbedrag. ## Bijlage 3. bij -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Het landelijk beschikbare deel ontwerp en ontwikkeling hbo dat door Onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is vastgesteld, wordt verdeeld over de hogescholen op basis van de percentages van onderstaande tabel in de kolom OCW, het deel dat door Onze minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is vastgesteld, op basis van de percentages van onderstaande tabel in de kolom LNV :