2009-01-01 | BWBR0017837 | Wet werk en inkomen kunstenaars
This commit is contained in:
parent
5d196a9ed6
commit
af7ebed409
1 changed files with 21 additions and 20 deletions
|
|
@ -93,7 +93,8 @@ g. inkomsten uit arbeid van de tot zijn last komende kinderen, alsmede door hen
|
|||
h. rente ontvangen over op grond van artikel 7, tweede lid, onderdelen c en d, niet in aanmerking genomen vermogen en spaargelden;
|
||||
i. bij ministeriële regeling aan te wijzen uitkeringen en vergoedingen voor materiële en immateriële schade;
|
||||
j. giften en andere dan de in onderdeel i bedoelde vergoedingen voor materiële en immateriële schade, voorzover deze naar het oordeel van het college uit een oogpunt van de verlening van de uitkering verantwoord zijn;
|
||||
k. een uitkering als bedoeld in artikel 118a, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet.
|
||||
k. een uitkering als bedoeld in artikel 118a, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet;
|
||||
l. tegemoetkomingen op grond van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
|
|
@ -118,8 +119,8 @@ b. betrekking hebben op het kalenderjaar waarover beroep op uitkering wordt geda
|
|||
|
||||
Het inkomen uit studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 wordt in aanmerking genomen naar het normbedrag voor levensonderhoud waarnaar deze is berekend, met dien verstande dat het normbedrag voor levensonderhoud, bedoeld in artikel 3.2 van die wet, wordt gesteld op:
|
||||
|
||||
a. voor een thuisinwonende studerende: € 271,06 per 1 januari 2008: € 297,89 per kalendermaand;
|
||||
b. voor een uitwonende studerende: € 486,94 per 1 januari 2008: € 535,11 per kalendermaand.
|
||||
a. voor een thuisinwonende studerende: € 271,06 per 1 januari 2009: € 302,69 per kalendermaand;
|
||||
b. voor een uitwonende studerende: € 486,94 per 1 januari 2009: € 543,73 per kalendermaand.
|
||||
|
||||
**3.** De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten wordt in aanmerking genomen naar het normbedrag voor de basistoelage, bedoeld in artikel 4.3 van die wet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -140,16 +141,16 @@ a. vermogen noodzakelijk voor de uitoefening van het beroep van kunstenaar;
|
|||
b. bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de omstandigheden van de kunstenaar of zijn gezin, noodzakelijk zijn;
|
||||
c. het bij de aanvang van de uitkering aanwezige vermogen, voorzover dit minder bedraagt dan de van toepassing zijnde vermogensgrens, bedoeld in het derde lid;
|
||||
d. spaargelden opgebouwd tijdens de periode waarin uitkering wordt ontvangen;
|
||||
e. het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf, bedoeld in artikel 9, eerste lid, voorzover dit minder bedraagt dan € 42.000,00 per 1 januari 2008: € 44.900,00;
|
||||
e. het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf, bedoeld in artikel 9, eerste lid, voorzover dit minder bedraagt dan € 42.000,00 per 1 januari 2009: € 46.100,00;
|
||||
f. vergoedingen voor immateriële schade als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdelen i en j.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde vermogensgrens is:
|
||||
|
||||
a. voor een alleenstaande: € 4.975,00 per 1 januari 2008: € 5.325,00;
|
||||
b. voor een alleenstaande ouder: € 9.950,00 per 1 januari 2008: € 10.650,00;
|
||||
c. voor de gehuwden tezamen: € 9.950,00 per 1 januari 2008: € 10.650,00.
|
||||
a. voor een alleenstaande: € 4.975,00 per 1 januari 2009: € 5.455,00;
|
||||
b. voor een alleenstaande ouder: € 9.950,00 per 1 januari 2009: € 10.910,00;
|
||||
c. voor de gehuwden tezamen: € 9.950,00 per 1 januari 2009: € 10.910,00.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -170,10 +171,10 @@ De kunstenaar heeft recht op uitkering indien hij, of voorzover van toepassing z
|
|||
|
||||
a. niet over in aanmerking te nemen vermogen beschikt en het in aanmerking te nemen inkomen per maand:
|
||||
|
||||
1°. van een alleenstaande lager is dan € 1.024,10 per 1 juli 2008: € 1.122,19;
|
||||
2°. van een alleenstaande ouder lager is dan € 1.207,43 per 1 juli 2008: € 1.329,45;
|
||||
3°. van gehuwden lager is dan € 1.349,13 per 1 juli 2008: € 1.465,12, en
|
||||
b. gedurende een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen periode als kunstenaar werkzaam is geweest volgens bij die algemene maatregel van bestuur te bepalen voorwaarden en in die periode met die werkzaamheden een bij die algemene maatregel van bestuur te bepalen bruto-inkomen heeft verworven, of
|
||||
1°. van een alleenstaande lager is dan € 1.024,10 per 1 januari 2009: € 1.138,45;
|
||||
2°. van een alleenstaande ouder lager is dan € 1.207,43 per 1 januari 2009: € 1.425,22;
|
||||
3°. van gehuwden lager is dan € 1.349,13 per 1 januari 2009: € 1.491,69, en
|
||||
b. gedurende een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen periode als kunstenaar werkzaam is geweest en in die periode met die werkzaamheden een bij die algemene maatregel van bestuur te bepalen bruto-inkomen heeft verworven, of
|
||||
c. de aanvraag op grond van deze wet heeft ingediend binnen 12 maanden nadat hij met goed gevolg een opleiding op het gebied van de kunst, een voortgezette opleiding op het gebied van de kunst, of een voortgezette opleiding bouwkunst als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek heeft voltooid, voorzover deze opleiding gericht is op de uitoefening van het kunstenaarschap, dan wel een daarmee vergelijkbare, door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bij ministeriële regeling aan te wijzen, opleiding heeft voltooid.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
|
@ -215,7 +216,7 @@ Onverminderd de artikelen 8, 10, 19, 25 en 26, wordt het recht op uitkering beë
|
|||
|
||||
a. of zijn gezin over in aanmerking te nemen vermogen is komen te beschikken of over een in aanmerking te nemen inkomen gelijk aan of hoger dan het voor hem geldende bedrag, bedoeld in artikel 8, onderdeel a;
|
||||
b. niet kan aantonen alleen of samen met zijn echtgenoot met werkzaamheden volgens bij algemene maatregel van bestuur nader te bepalen voorwaarden in ieder geval gedurende de periode, bedoeld in artikel 19, eerste en tweede lid, over de periode van twaalf kalendermaanden onmiddellijk voorafgaand aan respectievelijk de dertiende uitkeringsmaand € 2.800,00, de vijfentwintigste uitkeringsmaand € 4.400,00 en de zevenendertigste uitkeringsmaand € 6.000,00 te hebben verworven;
|
||||
c. niet kan aantonen in enig jaar als kunstenaar werkzaam te zijn geweest op grond van bij algemene maatregel van bestuur te bepalen voorwaarden;
|
||||
c. niet kan aantonen in enig jaar als kunstenaar werkzaam te zijn geweest;
|
||||
d. of zijn echtgenoot daarom verzoekt.
|
||||
|
||||
**2.** Het college onderzoekt regelmatig of de omstandigheden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b of c, zich voordoen.
|
||||
|
|
@ -254,9 +255,9 @@ De uitkering wordt per kalendermaand om niet verleend en betaald en per kalender
|
|||
|
||||
De uitkering bedraagt per kalendermaand voor:
|
||||
|
||||
a. een alleenstaande: € 648,04 per 1 juli 2008: € 703,61;
|
||||
b. een alleenstaande ouder: € 828,31 per 1 juli 2008: € 910,78;
|
||||
c. gehuwden: € 954,73 per 1 juli 2008: € 1.030,71.
|
||||
a. een alleenstaande: € 648,04 per 1 januari 2009: € 718,09;
|
||||
b. een alleenstaande ouder: € 828,31 per 1 januari 2009: € 1000,69;
|
||||
c. gehuwden: € 954,73 per 1 januari 2009: € 1.058,08.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de echtgenoot van de kunstenaar in een omstandigheid verkeert als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a, b of c, wordt de hoogte van de uitkering vastgesteld op het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder.
|
||||
|
||||
|
|
@ -273,9 +274,9 @@ Bij de definitieve vaststelling van de hoogte van de uitkering wordt van het vol
|
|||
a. over de periode in het kalenderjaar waarin geen uitkering is ontvangen wordt niet in aanmerking genomen het bruto-inkomen tot een maximum per maand van het in artikel 8, onderdeel a, genoemde van toepassing zijnde bedrag, vermeerderd met de door de kunstenaar of zijn gezin verschuldigde inkomensafhankelijke bijdragen als bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet, voor zover deze hen niet op grond van artikel 46 van de Zorgverzekeringswet zijn vergoed;
|
||||
b. het na toepassing van onderdeel a overblijvende meerinkomen wordt in aanmerking genomen over de periode waarin in het betreffende kalenderjaar uitkering is verleend, voorzover dat tezamen met het van toepassing zijnde bedrag, genoemd in artikel 15, eerste lid, over deze periode per maand meer bedraagt dan:
|
||||
|
||||
1°. € 1.355,98 per 1 juli 2008: € 1.492,92 voor een alleenstaande;
|
||||
2°. € 1.673,05 per 1 juli 2008: € 1.862,70 voor een alleenstaande ouder;
|
||||
3°. € 1.871,42 per 1 juli 2008: € 2.066,25 voor gehuwden.
|
||||
1°. € 1.355,98 per 1 januari 2009: € 1.502,29 voor een alleenstaande;
|
||||
2°. € 1.673,05 per 1 januari 2009: € 1.948,42 voor een alleenstaande ouder;
|
||||
3°. € 1.871,42 per 1 januari 2009: € 2.073,49 voor gehuwden.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid en artikel 5, eerste lid, onderdeel b, wordt bij een kunstenaar wiens uitkering is beëindigd in verband met het bereiken van de maximale uitkeringsduur op grond van artikel 19, het inkomen van de kunstenaar of zijn gezin slechts in aanmerking genomen over de periode van het kalenderjaar voorafgaand aan het tijdstip met ingang waarop de uitkering is beëindigd, voorzover dat inkomen tezamen met het van toepassing zijnde bedrag, genoemd in artikel 15, eerste lid, over deze periode per kalendermaand meer bedraagt dan het van toepassing zijnde bedrag, genoemd in het tweede lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
|
|
@ -612,7 +613,7 @@ Onze Minister oefent de hem in de artikelen 35, 36 en 37 verleende taken en bevo
|
|||
De hieronder vermelde instanties zijn verplicht desgevraagd aan het college, kosteloos opgaven en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet:
|
||||
|
||||
a. het college van andere gemeenten;
|
||||
b. de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale Verzekeringsbank, genoemd in respectievelijk de hoofdstukken 4, 5, en 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
b. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale Verzekeringsbank, genoemd in respectievelijk de hoofdstukken 5 en 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
c. de belastingdienst;
|
||||
d. het College zorgverzekeringen, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg en de zorgverzekeraars in de zin van de artikelen 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet of van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
|
||||
e. de bedrijfstakpensioenfondsen, ondernemingspensioenfondsen, risicofondsen, stichtingen tot uitvoering van een regeling inzake vervroegd uittreden en andere organen belast met het doen van uitkeringen of verstrekkingen die in het kader van deze wet als inkomen worden aangemerkt;
|
||||
|
|
@ -680,7 +681,7 @@ Het college is verplicht, indien het bij de uitvoering van deze wet het gegronde
|
|||
|
||||
Het college is bevoegd uit eigen beweging en verplicht desgevraagd, onverminderd artikel 107 van de Vreemdelingenwet 2000, uit de administratie terzake van de uitvoering van deze wet aan de hieronder vermelde instanties kosteloos de gegevens te verstrekken:
|
||||
|
||||
a. de Centrale organisatie voor werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank, genoemd in respectievelijk de hoofdstukken 4, 5, en 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
a. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank, genoemd in respectievelijk de hoofdstukken 5 en 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
b. de Belastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting, de premies voor de sociale verzekeringen, bedoeld in artikel 2, onderdelen a en c, van de Wet financiering sociale verzekeringen, of inkomensafhankelijke bijdragen als bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet en de Belastingdienst/Toeslagen voor de uitvoering van inkomensafhankelijke regelingen als bedoeld in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;
|
||||
c. het college van andere gemeenten voor de uitvoering van deze wet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
|
||||
d. het College zorgverzekeringen, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg en de zorgverzekeraars in de zin van de artikelen 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet of van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, voor de uitvoering van de Zorgverzekeringswet of de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue