2013-05-24 | BWBR0024779 | Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
This commit is contained in:
parent
b62b14e793
commit
af92b9e6f4
1 changed files with 10 additions and 8 deletions
|
|
@ -30,9 +30,9 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
- *bouwverordening:* bouwverordening als bedoeld in artikel 8 van de Woningwet;
|
||||
- *exploitatieplan:* plan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening;
|
||||
- *gevaarlijke afvalstoffen:* gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer;
|
||||
- *gpbv-installatie:* installatie als bedoeld in bijlage 1 bij richtlijn nr. 2008/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 januari 2008 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (PbEU L 24);
|
||||
- *inrichting:* inrichting, behorende tot een categorie die is aangewezen krachtens het derde lid;
|
||||
- *inspecteur:* als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar;
|
||||
- *IPPC-installatie:* installatie voor industriële activiteiten als bedoeld in bijlage I van richtlijn nr. 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (PbEU L 334);
|
||||
- *mijnbouwwerk:* mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 1, onder n, van de Mijnbouwwet;
|
||||
- *omgevingsvergunning:* omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2;
|
||||
- *onlosmakelijke activiteit:* activiteit die behoort tot verschillende categorieën activiteiten als bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.2;
|
||||
|
|
@ -45,9 +45,9 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
**2.** Met betrekking tot de betekenis van de begrippen «gevolgen voor het milieu» en «bescherming van het milieu» in deze wet en de daarop berustende bepalingen is artikel 1.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden categorieën inrichtingen aangewezen als bedoeld in artikel 1.1, vierde lid, van de Wet milieubeheer, waarvan het oprichten, het veranderen of veranderen van de werking of het in werking hebben moet worden onderworpen aan een voorafgaande toetsing, gezien de aard en de omvang van de nadelige gevolgen die de inrichtingen voor het milieu kunnen veroorzaken. Bij de maatregel worden als categorie in ieder geval aangewezen de inrichtingen waartoe een gpbv-installatie behoort.
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden categorieën inrichtingen aangewezen als bedoeld in artikel 1.1, vierde lid, van de Wet milieubeheer, waarvan het oprichten, het veranderen of veranderen van de werking of het in werking hebben moet worden onderworpen aan een voorafgaande toetsing, gezien de aard en de omvang van de nadelige gevolgen die de inrichtingen voor het milieu kunnen veroorzaken. Bij de maatregel worden als categorie in ieder geval aangewezen de inrichtingen waartoe een IPPC-installatie behoort.
|
||||
|
||||
**4.** Een wijziging van bijlage 1 bij richtlijn nr. 2008/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 januari 2008 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (PbEU L 24) gaat voor de toepassing van de in het eerste lid gegeven omschrijving van «gpbv-installatie» gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
|
||||
**4.** Een wijziging van bijlage 1 bij richtlijn nr. 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (PbEU L 334) gaat voor de toepassing van de in het eerste lid gegeven omschrijving van «IPPC-installatie» gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.1a
|
||||
|
||||
|
|
@ -181,7 +181,7 @@ Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 2.7, eerste lid, tweede volzin, kan
|
|||
|
||||
**1.** Onverminderd het bepaalde in de artikelen 2.10, tweede lid, en 2.11, tweede lid, draagt de aanvrager van een omgevingsvergunning er zorg voor dat de aanvraag betrekking heeft op alle onlosmakelijke activiteiten binnen het betrokken project. In afwijking van de eerste volzin en onverminderd artikel 2.5 kan, indien één van die onlosmakelijke activiteiten een activiteit is als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, voor die activiteit voorafgaand aan en los van de overige onlosmakelijke activiteiten een aanvraag om een omgevingsvergunning worden ingediend.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, mag slechts op één inrichting waartoe een gpbv-installatie behoort betrekking hebben.
|
||||
**2.** Een aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, mag slechts op één inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort betrekking hebben.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.8
|
||||
|
||||
|
|
@ -347,7 +347,7 @@ e. voorschriften die niet aan de omgevingsvergunning kunnen worden verbonden.
|
|||
|
||||
**4.** Bij een verordening als bedoeld in artikel 2.2 kunnen voor de betrokken categorieën activiteiten eveneens regels worden gesteld met betrekking tot het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning.
|
||||
|
||||
**5.** Voor zover met betrekking tot de activiteit algemeen verbindende voorschriften gelden, kunnen de voorschriften die aan de vergunning worden verbonden daarvan alleen afwijken voor zover dat bij die regels is toegestaan. In afwijking van de eerste volzin worden aan een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, met betrekking tot een inrichting waartoe een gpbv-installatie behoort, voorschriften verbonden die afwijken van de algemeen verbindende voorschriften, bedoeld in de eerste volzin, voor zover met die voorschriften niet wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens het tweede of derde lid of artikel 2.14.
|
||||
**5.** Voor zover met betrekking tot de activiteit algemeen verbindende voorschriften gelden, kunnen de voorschriften die aan de vergunning worden verbonden daarvan alleen afwijken voor zover dat bij die regels is toegestaan. In afwijking van de eerste volzin worden aan een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, met betrekking tot een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort, voorschriften verbonden die afwijken van de algemeen verbindende voorschriften, bedoeld in de eerste volzin, voor zover met die voorschriften niet wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens het tweede of derde lid of artikel 2.14.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in daarbij aangewezen categorieën gevallen regels worden gesteld omtrent het voorbereiden, vormgeven, inrichten of beschikbaar stellen van een omgevingsvergunning of omtrent de uitvoerbaarheid daarvan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -448,7 +448,7 @@ b. een adviseur: voor zover het betreft de aspecten waarover hij bij de totstand
|
|||
|
||||
### Artikel 2.30
|
||||
|
||||
**1.** Voor zover de omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, beziet het bevoegd gezag regelmatig of de voorschriften die aan een omgevingsvergunning zijn verbonden, nog toereikend zijn gezien de ontwikkelingen op het gebied van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu.
|
||||
**1.** Voor zover de omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, beziet het bevoegd gezag regelmatig of de voorschriften die aan een omgevingsvergunning zijn verbonden, nog toereikend zijn gezien de ontwikkelingen op het gebied van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu. Onder ontwikkelingen op het gebied van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu wordt mede verstaan de vaststelling van nieuwe of herziene conclusies over beste beschikbare technieken, overeenkomstig artikel 13, vijfde en zevende lid, van richtlijn nr. 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (PbEU L 334).
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop het eerste lid wordt toegepast met betrekking tot daarbij aangewezen categorieën inrichtingen. Bij de maatregel kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangewezen categorieën gevallen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -477,7 +477,9 @@ e. een activiteit als bedoeld in artikel 2.19, op de gronden die zijn aangegeven
|
|||
|
||||
### Artikel 2.31a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 2.31, eerste lid, aanhef en onder b, verbindt het bevoegd gezag voor zover nodig voorschriften aan de omgevingsvergunning die strekken tot toepassing van andere technieken dan die waaromtrent ingevolge artikel 2.8, eerste lid, tweede volzin, in of bij de aanvraag om de vergunning gegevens of bescheiden zijn verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het bevoegd gezag voornemens is toepassing te geven aan artikel 2.31, eerste lid, aanhef en onder b, verschaft de vergunninghouder desgevraagd aan het bevoegd gezag de gegevens die voor die toepassing noodzakelijk zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.32
|
||||
|
||||
|
|
@ -741,7 +743,7 @@ b. zendt het in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën geval
|
|||
|
||||
### Artikel 3.16
|
||||
|
||||
In gevallen waarin een omgevingsvergunning of een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning wordt aangevraagd op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is en die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, met betrekking tot een inrichting waartoe een gpbv-installatie behoort, waarbij sprake is van het lozen van stoffen als bedoeld in artikel 6.1 van de Waterwet, worden, indien daarvoor krachtens artikel 6.2 van die wet een vergunning vereist is op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, bij de toepassing van deze wet de bepalingen van deze paragraaf in acht genomen.
|
||||
In gevallen waarin een omgevingsvergunning of een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning wordt aangevraagd op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is en die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, met betrekking tot een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort, waarbij sprake is van het lozen van stoffen als bedoeld in artikel 6.1 van de Waterwet, worden, indien daarvoor krachtens artikel 6.2 van die wet een vergunning vereist is op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, bij de toepassing van deze wet de bepalingen van deze paragraaf in acht genomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.17
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue