2026-01-01 | BWBR0038616 | Besluit digitale stukken Strafvordering

This commit is contained in:
Coornhert 2026-01-01 12:00:00 +00:00
parent b618f1e723
commit afac05c99c

View file

@ -34,7 +34,7 @@ a. de indiening van de volgende stukken:
1°. het klaagschrift, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de wet;
2°. een verzoek als bedoeld in artikel 36a, van de wet;
3°. een verzoek als bedoeld in artikel 51a, vijfde lid, van de wet;
3°. een verzoek als bedoeld in artikel 51ac, achtste lid, van de wet;
4°. de aangifte of klachte, bedoeld in de artikelen 163, eerste lid, en 164, eerste lid, van de wet, voor zover deze feiten betreft die zijn opgenomen in de elektronische voorziening;
5°. het verzet, bedoeld in artikel 257e, van de wet;
6°. een schriftuur als bedoeld in de artikelen 410, eerste lid, 437, tweede en derde lid, 438, tweede lid, onderdelen a en b, en 439, vijfde lid, van de wet;
@ -96,7 +96,8 @@ De elektronische handtekening, bedoeld in artikel 138e van de wet, zijnde een ha
a. de ondertekening heeft plaatsgevonden in aanwezigheid van of wordt gedaan door:
een rechter of griffier;
een ambtenaar belast met de opsporing van strafbare feiten als bedoeld in de artikelen 141 en 142 van de wet, en
een ambtenaar belast met de opsporing van strafbare feiten als bedoeld in de artikelen 141 en 142 van de wet;
een ambtenaar belast met de betekening en kennisgeving van gerechtelijke mededelingen, bedoeld in artikel 36b, tweede en derde lid, van de wet, en
b. de biometrische of grafische handtekening is op zodanige wijze aan de elektronische gegevens waarop zij betrekking heeft verbonden, dat het moment van ondertekening en elke wijziging na ondertekening van de elektronische gegevens kan worden vastgesteld.
### Paragraaf 4. Overige bepalingen