2019-10-01 | BWBR0042578 | Regeling specifieke bepalingen CRD en CRR 2019
This commit is contained in:
parent
7c2b723b33
commit
afe5e9bf3c
1 changed files with 170 additions and 0 deletions
|
|
@ -0,0 +1,170 @@
|
|||
---
|
||||
titel: Regeling specifieke bepalingen CRD en CRR 2019
|
||||
bwb_id: BWBR0042578
|
||||
type: zbo
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2019-10-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0042578
|
||||
citeertitel: Regeling specifieke bepalingen CRD en CRR 2019
|
||||
---
|
||||
|
||||
# Regeling specifieke bepalingen CRD en CRR 2019
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 1. - Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 1:1
|
||||
|
||||
In deze regeling wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a) *DNB:* De Nederlandsche Bank N.V.;
|
||||
b) *CRD:* de Capital Requirements Directive of richtlijn kapitaalvereisten, oftewel Richtlijn nr. 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG;
|
||||
c) *CRR:* de Capital Requirements Regulation of verordening kapitaalvereisten, oftewel Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012;
|
||||
d) *SSMR:* de Single Supervisory Mechanism Regulation, oftewel Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen;
|
||||
e) *Wft:* de Wet op het financieel toezicht;
|
||||
f) *Bpr:*
|
||||
Besluit prudentiële regels Wft.
|
||||
|
||||
### Artikel 1:2
|
||||
|
||||
**1.** Voor de toepassing van Hoofdstuk 2 van deze regeling wordt onder bank verstaan: een bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wft;
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van Hoofdstuk 3 van deze regeling wordt onder instelling verstaan:
|
||||
|
||||
a) een bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wft die niet is aangemerkt als belangrijke kredietinstelling overeenkomstig artikel 6 lid 4 van de SSM Verordening; of
|
||||
b) een beleggingsonderneming die beleggingsdiensten verleent of beleggingsactiviteiten verricht in Nederland.
|
||||
|
||||
**3.** Hoofstuk 3 van deze regeling is van overeenkomstige toepassing op clearinginstellingen met zetel in Nederland en op clearinginstellingen met zetel in een niet-aangewezen staat die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren, tenzij de aard van de bepaling of de systematiek van deze regeling deze overeenkomstige toepassing uitsluit.
|
||||
|
||||
### Artikel 1:3
|
||||
|
||||
Gemeenschappelijke regelingen als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen waarvoor een openbaar lichaam is ingesteld worden aangemerkt als regionale en lokale overheden als bedoeld in artikel 115, lid 2 van de CRR.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. - Macroprudentiële opties en discreties
|
||||
|
||||
### Artikel 2:1
|
||||
|
||||
**1.** Een bank met zetel in Nederland als bedoeld in artikel 3:62a, eerste lid, van de Wft, die naar het oordeel van DNB een dominante positie heeft in het financiële stelsel van Nederland of anderszins is blootgesteld aan systeemrisico's, als bedoeld in artikel 133 van de CRD IV, beschikt over een systeemrisicobuffer, als bedoeld in artikel 105, lid 1, aanhef en onderdeel d, van het Bpr.
|
||||
|
||||
**2.** Voor een bank als bedoeld in het eerste lid bedraagt de systeemrisicobuffer drie procent van het overeenkomstig artikel 92, lid 3 van de CRR berekende totaal van risicoposten.
|
||||
|
||||
**3.** Een bank als bedoeld in het eerste lid voldoet aan de verplichting van het tweede lid op basis van de geconsolideerde positie, overeenkomstig afdeling 2 van deel één van de CRR. De systeemrisicobuffer wordt aangehouden op het hoogste geconsolideerde niveau in Nederland.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De vereiste omvang van de systeemrisicobuffer wordt gedurende de hierna genoemde perioden vermenigvuldigd met de daarbij vermelde percentages:
|
||||
|
||||
a) voor de duur van het kalenderjaar 2018: 75%;
|
||||
b) vanaf 1 januari 2019: 100%.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Microprudentiële opties en discreties
|
||||
|
||||
### Artikel 3:1
|
||||
|
||||
Gelet op artikel 89, lid 3 van de CRR en onverminderd artikel 90 van de CRR passen instellingen ter berekening van de kapitaalvereisten overeenkomstig deel drie van de CRR een risicogewicht van 1250% toe op het hoogste van het hiernavolgende:
|
||||
|
||||
a) het bedrag van de in artikel 89, lid 1 van de CRR bedoelde in aanmerking komende deelnemingen in ondernemingen dat hoger is dan 15% van het in aanmerking komende kapitaal van de instelling; en
|
||||
b) het totale bedrag van de in artikel 89, lid 2 van de CRR bedoelde in aanmerking komende deelnemingen in ondernemingen dat hoger is dan 60% van het in aanmerking komende kapitaal van de instelling.
|
||||
|
||||
### Artikel 3:2
|
||||
|
||||
Instellingen passen met betrekking tot de in artikel 178, lid 1, onderdeel b) van de CRR genoemde categorieën blootstellingen de ‘meer-dan-90-dagen-achterstallig’-norm toe.
|
||||
|
||||
### Artikel 3:3
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In de context van artikel 178, lid 2, onderdeel d) van de CRR beoordelen instellingen de materialiteit van een achterstallige kredietverplichting met gebruik van de volgende drempelwaarde, die twee componenten bevat:
|
||||
|
||||
a. een grens in termen van de som van alle achterstallige bedragen verschuldigd door de debiteur aan de instelling, de moederonderneming van de instelling of een van haar dochterondernemingen (hierna: de ‘achterstallige kredietverplichting’), gelijk aan:
|
||||
|
||||
i. voor blootstellingen met betrekking tot particulieren, tot 100 EUR;
|
||||
ii. voor andere blootstellingen dan blootstellingen met betrekking tot particulieren, tot 500 EUR;
|
||||
b. een grens in termen van het bedrag van de achterstallige kredietverplichting in verhouding tot het totaalbedrag van alle blootstellingen binnen de balanstelling voor de instelling, de moederonderneming van de instelling of een van haar dochterondernemingen aan deze debiteur, met uitzondering van blootstellingen in aandelen, gelijk aan 1%.
|
||||
|
||||
**2.** Voor instellingen die de definitie van wanbetaling vervat in artikel 178, lid 1, eerste alinea, onderdelen a) en b) van de CRR toepassen voor blootstellingen met betrekking tot particulieren op het niveau van een individuele kredietlijn, geldt de in lid 1 bedoelde drempelwaarde op het niveau van de individuele kredietlijn die aan de debiteur wordt verleend door de instelling, de moederonderneming van de instelling of een van haar dochterondernemingen.
|
||||
|
||||
**3.** Wanbetaling wordt geacht zich te hebben voorgedaan wanneer beide in lid 1, onderdelen a) en b), uiteengezette grenzen gedurende negentig opeenvolgende dagen worden overschreden.
|
||||
|
||||
**4.** Instellingen passen de drempelwaarde voor de beoordeling van de materialiteit van een achterstallige kredietverplichting ten laatste op 31 december 2020 toe. Zij stellen DNB uiterlijk op 1 maart 2020 in kennis van de exacte datum waarop zij beginnen met de toepassing van een dergelijke drempelwaarde.
|
||||
|
||||
### Artikel 3:4
|
||||
|
||||
Instellingen gebruiken voor de in artikel 282, lid 6, van de CRR genoemde transacties de in artikel 274 van de CRR genoemde waardering tegen marktwaarde (mark-to-market) methode.
|
||||
|
||||
### Artikel 3:5
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De volgende blootstellingen worden vrijgesteld van toepassing van de in artikel 395, lid 1 van de CRR genoemde limieten voor grote blootstellingen (grote posten), mits is voldaan aan de in artikel 400, lid 3 van de CRR gestelde voorwaarden:
|
||||
|
||||
a) de in artikel 400, lid 2, onderdeel a) van de CRR opgesomde blootstellingen, ten belope van 80% van de nominale waarde van de gedekte obligaties;
|
||||
b) de in artikel 400, lid 2, onderdeel b) van de CRR opgesomde blootstellingen, ten belope van 80% van hun blootstellingswaarde;
|
||||
c) de in artikel 400, lid 2, onderdeel c) van de CRR opgesomde blootstellingen die een instelling heeft ten aanzien van de in artikel 400, lid 2 van de CRR genoemde ondernemingen, en voor zover op die ondernemingen hetzelfde toezicht op geconsolideerde basis van toepassing is overeenkomstig de CRR, de richtlijn financiële conglomeraten, dan wel de in een derde land vigerende equivalente normen, en voor zover tevens is voldaan aan de voorwaarden in bijlage I;
|
||||
d) de in artikel 400, lid 2, onderdeel d) van de CRR opgesomde blootstellingen, en voor zover tevens voldaan is aan de voorwaarden in bijlage II;
|
||||
e) de in artikel 400, lid 2, onderdelen e) tot en met h), j) en k) van de CRR opgesomde blootstellingen;
|
||||
f) de in artikel 400, lid 2, onderdeel i) van de CRR opgesomde vrijstellingen, tot het maximaal toegestane bedrag.
|
||||
|
||||
**2.** Instellingen beoordelen of is voldaan aan de in artikel 400, lid 3 van de CRR gestelde voorwaarden, alsook aan de bijlagen I en II, voor zover van toepassing op de specifieke blootstelling. DNB kan te allen tijde deze beoordeling verifiëren en daartoe van instellingen verlangen dat zij de in bijlage I of II bedoelde documentatie indienen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3:6
|
||||
|
||||
**1.** Gelet op artikel 471, lid 1, van de CRR is het gedurende de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018 toegestaan dat instellingen geen aftrek van deelnemingen in verzekeringsondernemingen, herverzekeringsondernemingen en verzekeringsholdings van tier 1-kernkapitaalbestanddelen toepassen, mits is voldaan aan de artikel 471, lid 1 van de CRR gestelde voorwaarden.
|
||||
|
||||
**2.** Dit artikel is van toepassing onverminderd het bepaalde in artikel 49, lid 1, van de CRR.
|
||||
|
||||
### Artikel 3:7
|
||||
|
||||
Gedurende de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2018 kunnen instellingen hun tier 1-kernkapitaal vermeerderen met het in artikel 473, lid 1 van de CRR bedoelde bedrag vermenigvuldigd met gebruik van de navolgende toepasselijke factor:
|
||||
|
||||
a) 0,6 gedurende de periode van 1 januari tot en met 31 december 2016;
|
||||
b) 0,4 gedurende de periode van 1 januari tot en met 31 december 2017;
|
||||
c) 0,2 gedurende de periode van 1 januari tot en met 31 december 2018.
|
||||
|
||||
### Artikel 3:8
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Gelet op artikel 478, lid 3, onderdeel b) van de CRR worden voor wat betreft artikel 478, lid 2 de toepasselijke percentages als volgt vastgesteld:
|
||||
|
||||
a) 80% gedurende de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018;
|
||||
b) 100% vanaf 1 januari 2019.
|
||||
|
||||
**2.** Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op een instelling waarvoor op de datum van inwerkingtreding van deze regeling een door de Europese Commissie goedgekeurd herstructureringsplan geldt.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een binnen het bereik van lid 2 vallende instelling wordt verkregen door een andere instelling of met die instelling fuseert, zulks terwijl het herstructureringsplan nog in uitvoering is, zulks zonder wijzigingen inzake de prudentiële behandeling van uitgestelde belastingvorderingen, is de uitzondering zoals opgenomen lid 2 van toepassing op de verkrijgende instelling, de nieuwe uit de fusie resulterende instelling of op de instelling die de oorspronkelijke instelling incorporeert, op gelijke wijze zoals die van toepassing was op de verkregen, gefuseerde, of geïncorporeerde instelling.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de impact van de in lid 1 bedoelde aftrek onvoorzien toeneemt en DNB vaststelt dat die impact materieel is, mogen instellingen de toepassing van lid 1 achterwege laten.
|
||||
|
||||
### Artikel 3:9
|
||||
|
||||
Gelet op artikel 486, lid 6 van de CRR zijn de toepasselijke percentages:
|
||||
|
||||
a) 40% gedurende de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018;
|
||||
b) 30% gedurende de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019;
|
||||
c) 20% gedurende de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020;
|
||||
d) 10% gedurende de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021;
|
||||
e) 0% voor de periode vanaf 1 januari 2022.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. - Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 4:1
|
||||
|
||||
De Regeling specifieke bepalingen CRD IV en CRR (Stcrt. 2013, 35423) wordt ingetrokken.
|
||||
|
||||
### Artikel 4:2
|
||||
|
||||
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke bepalingen CRD en CRR 2019.
|
||||
|
||||
### Artikel 4:3
|
||||
|
||||
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2019.
|
||||
|
||||
## Bijlage I. Bij de Regeling specifieke bepalingen CRD en CRR 2019
|
||||
|
||||
**Voorwaarden voor de beoordeling van een vrijstelling van de limiet voor grote blootstellingen, zulks overeenkomstig artikel 400, lid 2, onderdeel c) van de CRR en artikel 3:5 van deze regeling.**
|
||||
|
||||
## Bijlage II. Bij de Regeling specifieke bepalingen CRD en CRR 2019
|
||||
|
||||
**Voorwaarden voor de beoordeling van een vrijstelling van de limiet voor grote blootstellingen, zulks overeenkomstig artikel 400, lid 2, onderdeel d) van de CRR en artikel 3:5 van deze regeling**
|
||||
Loading…
Add table
Reference in a new issue