diff --git a/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsvoorziening-jonggehandicapten/BWBR0008657/README.md b/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsvoorziening-jonggehandicapten/BWBR0008657/README.md index eb220c2dd11..58a7f2b8968 100644 --- a/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsvoorziening-jonggehandicapten/BWBR0008657/README.md +++ b/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsvoorziening-jonggehandicapten/BWBR0008657/README.md @@ -34,11 +34,8 @@ m. *minimumloon:* het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a n. *participatieplan:* het participatieplan, bedoeld in artikel 2:18, eerste lid; o. *recht op arbeidsondersteuning:* het recht op arbeidsondersteuning op grond van hoofdstuk 2; p. *arbeidsongeschiktheidsuitkering:* een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van hoofdstuk 3; -q. *zelfstandige*: de persoon, jonger dan 65 jaar: - -1°. die in Nederland woont en die belastbare winst uit onderneming als bedoeld in paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 vermeerderd met de ondernemersaftrek, bedoeld in paragraaf 3.2.4 van die wet, en de MKB-winstvrijstelling, bedoeld in paragraaf 3.2.5 van die wet, geniet, tenzij hij de onderneming niet voor eigen rekening feitelijk drijft; -2°. die niet in Nederland woont en die belastbare winst uit Nederlandse onderneming als bedoeld in afdeling 7.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 vermeerderd met de ondernemersaftrek, bedoeld in paragraaf 3.2.4 van die wet, en de MKB-winstvrijstelling, bedoeld in paragraaf 3.2.5 van die wet, geniet, tenzij hij de onderneming niet voor eigen rekening feitelijk drijft; of -3°. die directeur-grootaandeelhouder is, en het werk tot stand brengt uitsluitend voor rekening en risico van de onderneming van de rechtspersoon waarvan hij directeur-grootaandeelhouder is. +q. *zelfstandige:* de persoon die, anders dan in dienstbetrekking, arbeid in eigen bedrijf verricht of een beroep uitoefent, teneinde daarmee inkomen te verwerven; +r. *vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel:* een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht, behoudens de gevallen, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. **2.** @@ -86,7 +83,7 @@ d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huish **1.** Waar een natuurlijk persoon woont wordt naar de omstandigheden beoordeeld. -**2.** De persoon die Nederland metterwoon heeft verlaten en binnen een jaar nadien metterwoon terugkeert zonder inmiddels in de Nederlandse Antillen, Aruba of op het grondgebied van een andere Mogendheid te hebben gewoond, wordt ook voor de duur van zijn afwezigheid geacht in Nederland te hebben gewoond. +**2.** De persoon die Nederland metterwoon heeft verlaten en binnen een jaar nadien metterwoon terugkeert zonder inmiddels in Aruba, Curaçao, Sint, en Sint Maarten, in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of op het grondgebied van een andere Mogendheid te hebben gewoond, wordt ook voor de duur van zijn afwezigheid geacht in Nederland te hebben gewoond. ### Artikel 1:4 @@ -114,7 +111,7 @@ In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder grondsl ### Artikel 2:2 -**1.** In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen word verstaan onder maatmaninkomen: het inkomen dat gezonde personen, met soortgelijke opleiding en ervaring, ter plaatse waar de jonggehandicapte woont of in de omgeving daarvan met arbeid gewoonlijk verdienen, waarbij, zoveel doenlijk, rekening wordt gehouden met door de jonggehandicapte verkregen nieuwe bekwaamheden. +**1.** In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder maatmaninkomen: het inkomen dat gezonde personen, met soortgelijke opleiding en ervaring, ter plaatse waar de jonggehandicapte woont of in de omgeving daarvan met arbeid gewoonlijk verdienen, waarbij, zoveel doenlijk, rekening wordt gehouden met door de jonggehandicapte verkregen nieuwe bekwaamheden. **2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald hoe het maatmaninkomen, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld. @@ -153,7 +150,7 @@ b. na de in onderdeel a bedoelde dag waarop hij zeventien jaar wordt als rechtst **5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het eerste, tweede en derde lid, en de artikelen 2:3, 2:4 en 2:37, tweede lid, nadere regels worden gesteld die voor verschillende groepen van jonggehandicapten verschillend kunnen zijn. Hierbij kan tevens onderscheid worden gemaakt tussen de situaties, bedoeld in artikel 2:4, tweede en derde lid. -**6.** De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur, onderscheidelijk de vaststelling van een ministeriële regeling op grond van het vijfde lid, wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. +**6.** De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur, onderscheidenlijk de vaststelling van een ministeriële regeling op grond van het vijfde lid, wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. **7.** Bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, maakt de verzekeringsarts zo veel mogelijk gebruik van de bij ministeriële regeling vastgelegde wetenschappelijke inzichten die de beoordeling van wat iemand met arbeid kan verdienen, alsmede de beoordeling of iemand volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is kunnen ondersteunen. @@ -225,27 +222,28 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betre Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen worden de volgende uitsluitingsgronden onderscheiden: a. het rechtens zijn vrijheid zijn ontnomen; -b. het niet in Nederland wonen; -c. het als vreemdeling niet rechtmatig verblijf houden in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000; -d. het bereiken of bereikt hebben van de eerste dag van de kalendermaand waarin de jonggehandicapte de leeftijd van 65 jaar bereikt. +b. het zich onttrekken aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel; +c. het niet in Nederland wonen; +d. het als vreemdeling niet rechtmatig verblijf houden in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000; +e. het bereiken of bereikt hebben van de eerste dag van de kalendermaand waarin de jonggehandicapte de leeftijd van 65 jaar bereikt. -**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de uitsluitingsgrond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, niet geldt ten aanzien van vreemdelingen die, na rechtmatig verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000, rechtmatig in Nederland verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, onder g of h, van de Vreemdelingenwet 2000. +**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de uitsluitingsgrond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, niet geldt ten aanzien van vreemdelingen die, na rechtmatig verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000, rechtmatig in Nederland verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, onder g of h, van de Vreemdelingenwet 2000. ### Artikel 2:12 -**1.** In afwijking van de artikelen 2:15 en 2:16 is artikel 2:11, onderdeel a, eerst van toepassing met ingang van de dag dat de persoon één maand rechtens zijn vrijheid is ontnomen. +**1.** In afwijking van de artikelen 2:15 en 2:16 is artikel 2:11, eerste lid, onderdeel a, eerst van toepassing met ingang van de dag dat de persoon één maand rechtens zijn vrijheid is ontnomen, tenzij op de dag voorafgaande aan de vrijheidsontneming geen recht bestaat op arbeidsondersteuning op grond van artikel 2:11, eerste lid, onderdeel b. -**2.** Artikel 2:11, onderdeel a, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt buiten een justitiële inrichting. +**2.** Artikel 2:11, eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt buiten een justitiële inrichting. **3.** Voor de toepassing van het eerste lid, worden perioden van vrijheidsontneming samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. ### Artikel 2:13 -**1.** In afwijking van de artikelen 2:15 en 2:16 is artikel 2:11, onderdeel b, eerst van toepassing met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de jonggehandicapte buiten Nederland is gaan wonen. +**1.** In afwijking van de artikelen 2:15 en 2:16 is artikel 2:11, eerste lid, onderdeel c, eerst van toepassing met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de jonggehandicapte buiten Nederland is gaan wonen. **2.** Het eerste lid is tevens van toepassing op de jonggehandicapte die buiten Nederland is gaan wonen en op wie artikel 1:2, derde lid, van toepassing is. -**3.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan artikel 2:11, onderdeel b, buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang van het eindigen van het recht op arbeidsondersteuning indien de jonggehandicapte buiten Nederland gaat wonen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. +**3.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan artikel 2:11, eerste lid, onderdeel c, buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang van het eindigen van het recht op arbeidsondersteuning indien de jonggehandicapte buiten Nederland gaat wonen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. ### Artikel 2:14 @@ -294,12 +292,10 @@ d. indien de jonggehandicapte overlijdt. **1.** Indien op grond van artikel 2:16, eerste lid, onderdeel a, tweede of derde lid, het recht op arbeidsondersteuning is geëindigd, herleeft op aanvraag het recht op arbeidsondersteuning als de jonggehandicapte binnen vijf jaar na de dag waarop het recht op arbeidsondersteuning is geëindigd niet in staat is om meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen en dit voortkomt uit dezelfde oorzaak als op grond waarvan hij eerder recht op arbeidsondersteuning had. -**2.** Indien op grond van artikel 2:16, eerste lid, onderdeel b, geen recht op arbeidsondersteuning meer bestaat omdat op de persoon die recht had op arbeidsondersteuning één of meer uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel 2:11, onderdeel a, b of c van toepassing waren, herleeft op aanvraag het recht op arbeidsondersteuning wanneer zich geen van deze uitsluitingsgronden meer voordoet. +**2.** Indien op grond van artikel 2:16, eerste lid, onderdeel b, geen recht op arbeidsondersteuning meer bestaat omdat op de persoon die recht had op arbeidsondersteuning één of meer uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, onderdeel a, b, c of d van toepassing waren, herleeft op aanvraag het recht op arbeidsondersteuning wanneer zich geen van deze uitsluitingsgronden meer voordoet. **3.** Indien het recht op arbeidsondersteuning is geëindigd op grond van artikel 2:16, eerste lid, onderdeel c, herleeft het recht op arbeidsondersteuning op aanvraag van de jonggehandicapte indien zich geen uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 2:11 voordoet. Het recht op arbeidsondersteuning herleeft niet eerder dan een jaar na de dag waarop het recht op arbeidsondersteuning is geëindigd. -**4.** Dit artikel is niet van toepassing indien artikel 29b van de Ziektewet toepassing kan vinden, tenzij de toe te kennen inkomensvoorziening het ziekengeld overtreft. - ### Afdeling 5. Re-integratie en arbeidsondersteuning ### Artikel 2:18 @@ -315,9 +311,9 @@ b. loondispensatie als bedoeld in artikel 2:20; c. loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 2:21; d. arbeidsplaatsvoorziening en voorziening ter ondersteuning van toeleiding naar arbeid als bedoeld in artikel 2:22 en 2:23; e. proefplaatsing als bedoeld in artikel 2:24; -h. het aanbod van concrete algemeen geaccepteerde arbeid, bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen. +f. het aanbod van concrete algemeen geaccepteerde arbeid, bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen. -**3.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen evalueert, in samenspraak met de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, periodiek het participatieplan en stelt deze zo nodig bij. +**3.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen evalueert, in samenspraak met de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, periodiek het participatieplan en stelt dit zo nodig bij. ### Artikel 2:19 @@ -490,8 +486,8 @@ De artikelen 2:18 tot en met 2:21 en 2:24 zijn niet van toepassing op de jonggeh Ter naleving van de plicht, bedoeld in het eerste lid, is de jonggehandicapte die recht heeft op arbeidsondersteuning in elk geval verplicht: a. zich geneeskundig te laten behandelen of aanwijzingen van een arts op te volgen indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het re-integratiebedrijf in opdracht van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen daartoe opdracht geeft en de behandeling of de aanwijzing bijdraagt aan genezing of aan behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid, en zijn genezing niet te belemmeren; -b. mee te werken aan het opstellen van het re-integratieplan; -c. te voldoen aan verplichtingen die zijn opgenomen in het re-integratieplan. +b. mee te werken aan het opstellen van het re-integratieplan, bedoeld in artikel 30a, zesde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; +c. te voldoen aan verplichtingen die zijn opgenomen in het re-integratieplan, bedoeld in artikel 30a, zesde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen. **3.** De verplichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing op de persoon die een dienstbetrekking heeft als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening of die naar het oordeel van het UWV niet in staat is tot het verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid. @@ -720,12 +716,7 @@ b. aanspraak op een lagere inkomensvoorziening bestaat; c. de jonggehandicapte of zijn wettelijke vertegenwoordiger een verplichting als bedoeld in de artikelen 2:7, 2:8, 2:31 of 2:32 niet of niet behoorlijk is nagekomen; d. een instelling als bedoeld in artikel 2:55 een verplichting als bedoeld in artikel 2:7, niet of niet behoorlijk is nagekomen. -**3.** - -Indien de inkomensvoorziening, bedoeld in het eerste lid, in het buitenland wordt uitbetaald: - -a. worden de daaraan verbonden kosten van overmaking op de inkomenvoorziening in mindering gebracht; en -b. geschiedt de betaling in afwijking van artikel 4.4.1.5, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het tijdstip waarop de rekening van de daartoe door de schuldeiser aangewezen bank wordt gecrediteerd. +**3.** Indien de inkomensvoorziening, bedoeld in het eerste lid, in het buitenland wordt uitbetaald, geschiedt de betaling in afwijking van artikel 4:89, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het tijdstip waarop de rekening van de daartoe door de schuldeiser aangewezen bank wordt gecrediteerd. **4.** Indien de jonggehandicapte, aan wie een inkomensvoorziening is toegekend, een ander machtigt om de inkomensvoorziening in ontvangst te nemen, onderscheidenlijk een verleende machtiging intrekt, wordt daaraan gevolg gegeven met ingang van een betalingstijdvak, aanvangende na de dag waarop de machtiging door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is ontvangen, onderscheidenlijk waarop van haar intrekking mededeling wordt gedaan, doch niet later dan de eerste dag van de tweede maand na de dag van indiening onderscheidenlijk de mededeling. @@ -787,15 +778,15 @@ Na het overlijden van de jonggehandicapte, aan wie een inkomensvoorziening is to a. aan de langstlevende van de echtgenoten; b. bij ontstentenis van de in onderdeel a bedoelde persoon, aan de minderjarige kinderen tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond; -c. bij ontstentenis van de in de onderdelen a en b bedoelde personen aan degenen ten aanzien van wie de overledene grotendeels in de kosten van bestaan voorzag en met wie hij in gezinsverband leefde. +c. bij ontstentenis van de in de onderdelen a en b bedoelde personen aan degenen met wie de overledene in gezinsverband leefde. -**2.** Met de jonggehandicapte aan wie een inkomensvoorziening is toegekend, wordt voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld, de jonggehandicapte wiens overlijden heeft plaatsgevonden in de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt, doch die voor het bereiken van deze leeftijd is overleden, en die uitsluitend op grond van artikel 2:11, onderdeel d, over de dag van zijn overlijden geen recht op een inkomensvoorziening had. +**2.** Met de jonggehandicapte aan wie een inkomensvoorziening is toegekend, wordt voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld, de jonggehandicapte wiens overlijden heeft plaatsgevonden in de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt, doch die voor het bereiken van deze leeftijd is overleden, en die uitsluitend op grond van artikel 2:11, eerste lid, onderdeel e, over de dag van zijn overlijden geen recht op een inkomensvoorziening had. **3.** De overlijdensuitkering is gelijk aan het bedrag van de inkomensvoorziening over één maand, doch niet over de zaterdagen en de zondagen, berekend naar de hoogte van die inkomensvoorziening op de dag of laatstelijk voor de dag van overlijden van de jonggehandicapte. -**4.** In verband met het overlijden van de jonggehandicapte aan wie een inkomensvoorziening is toegekend, is artikel 2:11, onderdeel d, niet van toepassing. +**4.** In verband met het overlijden van de jonggehandicapte aan wie een inkomensvoorziening is toegekend, is artikel 2:11, eerste lid, onderdeel e, niet van toepassing. -**5.** De overlijdensuitkering wordt op aanvraag aan de rechthebbende of rechthebbenden, bedoeld in het eerste lid, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betaald. +**5.** De overlijdensuitkering wordt ambtshalve of op aanvraag aan de rechthebbende of rechthebbenden, bedoeld in het eerste lid, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betaald. **6.** De overlijdensuitkering wordt in een bedrag ineens betaald. @@ -975,7 +966,7 @@ b. na de in onderdeel a bedoelde dag arbeidsongeschikt wordt en in het jaar, onm ### Artikel 3:3 -**1.** De jonggehandicapte heeft recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering zodra hij onafgebroken 52 weken, onmiddellijk volgend op de in artikel 3:2, eerste lid, onderdeel a of b bedoelde dag, arbeidsongeschikt is geweest, indien hij na afloop van dat tijdvak nog arbeidsongeschikt is. +**1.** De jonggehandicapte heeft recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering zodra hij onafgebroken 52 weken, onmiddellijk volgend op de in artikel 3:2, onderdeel a of b bedoelde dag, arbeidsongeschikt is geweest, indien hij na afloop van dat tijdvak nog arbeidsongeschikt is. **2.** Voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18 of 3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. @@ -997,7 +988,7 @@ b. na de in onderdeel a bedoelde dag arbeidsongeschikt wordt en in het jaar, onm ### Artikel 3:5 -**1.** De jonggehandicapte, bedoeld in artikel 3:3, heeft geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering indien de dag waarop het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering zou ingaan, is gelegen in een periode dat hem rechtens zijn vrijheid is ontnomen. +**1.** De jonggehandicapte, bedoeld in artikel 3:3, heeft geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering indien de dag waarop het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering zou ingaan dan wel de dag na afloop van de toepassing van artikel 3:5a met betrekking tot dat recht op uitkering, is gelegen in een periode dat hem rechtens zijn vrijheid is ontnomen. **2.** De jonggehandicapte, die op grond van het eerste lid geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft, heeft vanaf de dag dat hij in vrijheid wordt gesteld met inachtneming van de bepalingen van deze wet recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien hij op die dag arbeidsongeschikt is. Artikel 3:3, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. @@ -1007,6 +998,10 @@ b. na de in onderdeel a bedoelde dag arbeidsongeschikt wordt en in het jaar, onm **5.** Het eerste lid is niet van toepassing en het tweede lid en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel buiten een justitiële inrichting plaatsvindt. +### Artikel 3:5a + +De jonggehandicapte, bedoeld in artikel 3:3, heeft geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering indien en voor zolang hij op de dag waarop het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering zou ingaan en daarna zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel. + ### Artikel 3:6 **1.** De jonggehandicapte, bedoeld in artikel 3:3, heeft geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering indien hij de aanvraag, bedoeld in artikel 3:28, voor het eerst heeft ingediend op of na de datum van inwerkingtreding van de wet van 3 december 2009 tot wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten in verband met het bevorderen van de participatie van jonggehandicapten door werk en arbeidsondersteuning (Stb. 580). @@ -1135,6 +1130,10 @@ d. binnen een bij ministeriële regeling aan te geven tijdvak in daarbij aan te **4.** Perioden van wonen buiten Nederland, waarin de arbeidsongeschiktheid is toegenomen worden mede in aanmerking genomen voor het bepalen van het tijdvak van vier weken, bedoeld in het eerste lid. +### Artikel 3:17a + +Indien als gevolg van de toeneming van de arbeidsongeschiktheid zowel recht op herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering bestaat of is ontstaan op grond van de artikelen 3:14, 3:15, 3:16 en 3:17, als op ziekengeld op grond van de Ziektewet, wordt het bedrag waarmee de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of wordt verhoogd uitbetaald voor zover dit het ziekengeld overtreft, danwel zou overtreffen, indien het ziekengeld op grond van artikel 45 van de Ziektewet geheel of gedeeltelijk is geweigerd. + ### Artikel 3:18 **1.** @@ -1168,9 +1167,13 @@ c. met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de jonggehand **5.** Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering eindigt, indien de jonggehandicapte rechtens zijn vrijheid is ontnomen, vanaf de dag dat deze vrijheidsontneming één maand heeft geduurd. -**6.** Voor de toepassing van het vierde lid worden perioden van vrijheidsontneming samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. +**6.** Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering eindigt, indien de jonggehandicapte zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel. -**7.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan het eerste lid, onderdeel c, buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover toepassing, gelet op het belang van het eindigen van het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering indien de jonggehandicapte buiten Nederland gaat wonen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. +**7.** Voor de jonggehandicapte die op de dag voorafgaande aan de vrijheidsontneming geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft op grond van het zesde lid, eindigt het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, in afwijking van het vijfde lid, vanaf de dag dat de vrijheidsontneming ingaat. + +**8.** Voor de toepassing van het vierde lid worden perioden van vrijheidsontneming samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. + +**9.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan het eerste lid, onderdeel c, buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover toepassing, gelet op het belang van het eindigen van het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering indien de jonggehandicapte buiten Nederland gaat wonen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. ### Artikel 3:20 @@ -1187,14 +1190,11 @@ b. die aan het einde van de wachttijd, bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, onges **2.** Voor het bepalen van het tijdvak van vier weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18 of 3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. Bij de vaststelling van de eerstgenoemde periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18 of 3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing. -**3.** +**3.** Dit artikel vindt geen toepassing indien op grond van artikel 3:22 aanspraak bestaat op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering. -Dit artikel vindt geen toepassing: +**4.** De artikelen 3:5 en de daarop berustende bepalingen en 3:5a zijn van overeenkomstige toepassing. -a. indien op grond van artikel 3:22 aanspraak bestaat op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering; of -b. indien artikel 29b van de Ziektewet toepassing kan vinden, tenzij de toe te kennen arbeidsongeschiktheidsuitkering het ziekengeld overtreft. - -**4.** Artikel 3:5 en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing. +**5.** Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van dit artikel wordt toegekend en tevens recht op ziekengeld op grond van de Ziektewet bestaat, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering uitbetaald voor zover deze het ziekengeld overtreft, danwel zou overtreffen, indien het ziekengeld op grond van artikel 45 van de Ziektewet geheel of gedeeltelijk is geweigerd. ### Artikel 3:22 @@ -1210,9 +1210,11 @@ b. indien artikel 29b van de Ziektewet toepassing kan vinden, tenzij de toe te k **6.** De heropening vindt plaats naar de mate van arbeidsongeschiktheid op de dag, waarop de heropening ingaat. -**7.** Voor de toepassing van het eerste tot en met vijfde lid wordt niet als arbeidsongeschikt beschouwd degene die minder dan 25% arbeidsongeschikt is. +**7.** Indien zowel recht ontstaat of is ontstaan op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van dit artikel als op ziekengeld op grond van de Ziektewet, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering uitbetaald voor zover deze het ziekengeld overtreft, danwel zou overtreffen, indien het ziekengeld op grond van artikel 45 van de Ziektewet geheel of gedeeltelijk is geweigerd. -**8.** Artikel 3:5 en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing. +**8.** Voor de toepassing van het eerste tot en met vijfde lid wordt niet als arbeidsongeschikt beschouwd degene die minder dan 25% arbeidsongeschikt is. + +**9.** De artikelen 3:5 en de daarop berustende bepalingen en 3:5a zijn van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 3:23 @@ -1224,6 +1226,14 @@ b. indien artikel 29b van de Ziektewet toepassing kan vinden, tenzij de toe te k **4.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel buiten een justitiële inrichting plaatsvindt. +### Artikel 3:23a + +**1.** De jonggehandicapte, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met artikel 3:19, zesde lid, is geëindigd, heeft vanaf de dag dat hij in vrijheid wordt gesteld met inachtneming van de bepalingen van deze wet recht op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien hij op die dag arbeidsongeschikt is. + +**2.** Aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft eveneens de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, die op de in dat lid bedoelde dag niet arbeidsongeschikt is, doch ten aanzien van wie dit wel het geval is binnen vier weken na afloop van dat tijdvak. + +**3.** De artikelen 3:3, vijfde lid, 3:29 en 3:30 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in dit artikel. + #### Paragraaf 2. Vakantie-uitkering ### Artikel 3:24 @@ -1439,12 +1449,7 @@ a. het recht op uitkering niet of niet meer bestaat; b. recht op een lagere uitkering bestaat; c. de jonggehandicapte of zijn wettelijke vertegenwoordiger een verplichting als bedoeld in artikel 3:37, 3:38 of 3:74 niet of niet behoorlijk is nagekomen. -**3.** - -Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering in het buitenland wordt uitbetaald: - -a. worden de daaraan verbonden kosten van overmaking op de uitkering in mindering gebracht; en -b. geschiedt de betaling in afwijking van artikel 4:89, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het tijdstip waarop de rekening van de daartoe door de schuldeiser aangewezen bank wordt gecrediteerd. +**3.** Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering in het buitenland wordt uitbetaald, geschiedt de betaling in afwijking van artikel 4:89, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het tijdstip waarop de rekening van de daartoe door de schuldeiser aangewezen bank wordt gecrediteerd. **4.** Wanneer de jonggehandicapte, aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, een ander machtigt om de uitkering in ontvangst te nemen, onderscheidenlijk een verleende machtiging intrekt, wordt daaraan gevolg gegeven met ingang van een betalingstijdvak, aanvangende na de dag waarop de machtiging wordt ingediend, onderscheidenlijk waarop van haar intrekking mededeling wordt gedaan, doch niet later dan de eerste dag van de tweede maand na de dag van indiening onderscheidenlijk de mededeling. @@ -1582,7 +1587,7 @@ Na het overlijden van de jonggehandicapte, aan wie een arbeidsongeschiktheidsuit a. aan de langstlevende van de echtgenoten; b. bij ontstentenis van de in onderdeel a bedoelde persoon, aan de minderjarige kinderen tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond; -c. bij ontstentenis van de in de onderdelen a en b bedoelde personen aan degenen ten aanzien van wie de overledene grotendeels in de kosten van bestaan voorzag en met wie hij in gezinsverband leefde. +c. bij ontstentenis van de in de onderdelen a en b bedoelde personen aan degenen met wie de overledene in gezinsverband leefde. **2.** Met de jonggehandicapte aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, wordt voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld, de jonggehandicapte wiens overlijden heeft plaatsgevonden in de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt, doch voor het bereiken van deze leeftijd is overleden, en die uitsluitend op grond van artikel 3:19, eerste lid, onderdeel a, over de dag van zijn overlijden geen recht op uitkering had. @@ -1590,7 +1595,7 @@ c. bij ontstentenis van de in de onderdelen a en b bedoelde personen aan degenen **4.** In verband met het overlijden van de jonggehandicapte aan wie een uitkering is toegekend, is artikel 3:19, eerste lid, onderdeel a, niet van toepassing. -**5.** De overlijdensuitkering wordt op aanvraag aan de rechthebbende of rechthebbenden, bedoeld in het eerste lid, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betaald. +**5.** De overlijdensuitkering wordt ambtshalve of op aanvraag aan de rechthebbende of rechthebbenden, bedoeld in het eerste lid, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betaald. **6.** De overlijdensuitkering wordt in een bedrag ineens betaald. @@ -1628,7 +1633,7 @@ b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen ### Artikel 3:57 -**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de onverschuldigd betaalde uitkering, bedoeld in artikel 3:36, eerste lid, invorderen bij dwangbevel. +**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de onverschuldigd betaalde uitkering, bedoeld in artikel 3:56, eerste lid, invorderen bij dwangbevel. **2.** Artikel 3:43 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende drie jaar de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de aflossingsbedragen lager vaststelt. @@ -1857,17 +1862,18 @@ d. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt met **1.** -Ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten komen: +Ten laste van het Arbeidsondersteuningsfonds jonggehandicapten komen: a. de op grond van deze wet te betalen uitkeringen en inkomensvoorzieningen; b. de op grond van enige wet over de uitkeringen en inkomensvoorzieningen op grond van deze wet door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verschuldigde premies of vergoedingen als bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet die niet op deze uitkeringen en inkomensvoorzieningen in mindering kunnen worden gebracht; c. het op grond van artikel 3:48, vierde lid, aan 's Rijks kas af te dragen bedrag; -d. het op grond van artikel 2.8 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen aan het Reïntegratiefonds af te dragen bedrag; +d. vervallen; e. de aan de uitvoering van deze wet verbonden kosten; -f. de subsidies, bedoeld in de artikelen 2:29 en 3:49, en de kosten in verband met de uitvoering van dat artikel; +f. de subsidies, bedoeld in de artikelen 2.29, 3:49 en 8:4, en de kosten in verband met de uitvoering van die artikelen; g. de reïntegratie-instrumenten op grond van deze wet; -h. de kosten verband houdende met de uitvoering van artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten aanzien van een betrokkene, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf, bedoeld in het zesde lid van dat artikel, een uitkering ontvangt ten laste van het Arbeidsondersteuningsfonds jonggehandicapten; -i. de tegemoetkomingen, bedoeld in de artikelen 2:52 en 3:10. +h. de kosten verband houdende met de uitvoering van artikel 30a, eerste lid, onderdeel c, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten aanzien van een betrokkene, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het re-integratiebedrijf, bedoeld in het achtste lid van dat artikel, een uitkering ontvangt ten laste van het Arbeidsondersteuningsfonds jonggehandicapten; +i. de tegemoetkomingen, bedoeld in de artikelen 2:52 en 3:10; +j. de subsidie, bedoeld in artikel 32b van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en de kosten in verband met de uitvoering van dat artikel. **2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan nadere regels stellen omtrent het eerste lid. @@ -1947,7 +1953,7 @@ Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die zijn toegekend voor de inwerkingtreding va ### Artikel 8:4 -**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt tot en met het jaar 2008 jaarlijks ten laste van het Reïntegratiefonds, genoemd in artikel 2.8 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, aan door Onze Minister aan te wijzen scholingsinstituten die ten doel hebben de arbeidsintegratie van arbeidsgehandicapten te bevorderen, een subsidie ter hoogte van een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag waarbij regels kunnen worden gesteld omtrent de wijze van berekening van dat bedrag. +**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt tot en met het jaar 2008 jaarlijks aan door Onze Minister aan te wijzen scholingsinstituten die ten doel hebben de arbeidsintegratie van arbeidsgehandicapten te bevorderen, een subsidie ter hoogte van een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag waarbij regels kunnen worden gesteld omtrent de wijze van berekening van dat bedrag. **2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan bij de subsidieverlening, bedoeld in het eerste lid, aan de subsidie-ontvanger verplichtingen opleggen omtrent vermogensvorming, het hanteren van een registratiesysteem waaruit blijkt of het doel van de subsidie is bereikt en de vergoeding van met subsidie behaald vermogensvoordeel. @@ -1961,6 +1967,14 @@ Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die zijn toegekend voor de inwerkingtreding va De loonkostensubsidie die voor de dag van inwerkingtreding van de Wet stimulering arbeidsparticipatie, op grond van het Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden, is verstrekt aan een werkgever ten behoeve van een persoon die op de dag voor aanvang van die gesubsidieerde dienstbetrekking recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt aangemerkt als loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 3:71. +### Artikel 8:6a + +**1.** De artikelen 3:17a en 3:21, vijfde lid, alsmede 3:22, zevende lid, zoals dat is komen te luiden na inwerkingtreding van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving, zijn niet van toepassing op de persoon wiens arbeidsongeschiktheid voor de dag van inwerkingtreding van die wet is toegenomen als bedoeld in de artikelen 3:14 tot en met 3:17, 3:21 of 3:22, tot het moment waarop in verband met diezelfde toename van de arbeidsongeschiktheid geen recht meer bestaat op ziekengeld op grond van de Ziektewet. + +**2.** Artikel 3:21, derde lid, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving blijft van toepassing op de persoon die op of voor de dag van inwerkingtreding van die wet arbeidsongeschikt werd als bedoeld in artikel 3:21, eerste lid. + +**3.** Dit artikel vervalt met ingang van de dag gelegen tien jaar na de dag van inwerkingtreding van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving. + ### Artikel 8:7 De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de tijdvakken van vier weken, genoemd in de artikelen 2:12, derde lid, 3:3, tweede en derde lid, 3:14, derde lid, 3:15, 3:16, eerste lid, 3:17, 3:21 en 3:22. @@ -2004,6 +2018,14 @@ Artikel 3:63, zoals dat luidde voor de datum van inwerkingtreding van de wet van Artikel 2:23 is niet van toepassing op de jonggehandicapte, wiens arbeid als zelfstandige is aangevangen voor de dag van inwerkingtreding van de Wet van 3 december 2009 tot uitbreiding van de mogelijkheid om voorzieningen te verstrekken bij arbeid als zelfstandige (Stb. 589). +### Artikel 8:10b + +**1.** Ten aanzien van de jonggehandicapte wiens recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van artikel XIX, onderdeel Bc, van de Verzamelwet SZW 2011, al is ingegaan en die zich op die dag onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, wordt voor de toepassing van artikel 3:19, zesde lid, als eerste dag waarop hij zich aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel onttrekt, aangemerkt de dag van inwerkingtreding van artikel XIX, onderdeel Bc, van de Verzamelwet SZW 2011, en eindigt het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering in afwijking van artikel 3:19, zesde lid, vanaf de dag dat het onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel zes maanden heeft geduurd. + +**2.** Ten aanzien van de jonggehandicapte wiens recht op arbeidsondersteuning voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van artikel XIX, onderdeel Aa, van de Verzamelwet SZW 2011, al is ingegaan en die zich op die dag onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, wordt voor de toepassing van artikel 2:11, eerste lid, onderdeel b, als eerste dag waarop hij zich aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel onttrekt, aangemerkt de dag van inwerkingtreding van artikel XIX, onderdeel Aa, van de Verzamelwet SZW 2011, en eindigt het recht op arbeidsondersteuning in afwijking van artikel 2:11, eerste lid, onderdeel b, vanaf de dag dat het onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel zes maanden heeft geduurd. + +**3.** Dit artikel vervalt zes maanden na de dag van zijn inwerkingtreding. + ### Artikel 8:11 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.