diff --git a/wet/grondwaterwet/BWBR0003406/README.md b/wet/grondwaterwet/BWBR0003406/README.md index 56cd71dfac4..3d130ecf36a 100644 --- a/wet/grondwaterwet/BWBR0003406/README.md +++ b/wet/grondwaterwet/BWBR0003406/README.md @@ -201,7 +201,7 @@ b. de perioden waarin, het doel waarvoor en de voorwaarden waaronder het onttrek ### Artikel 17 -Met betrekking tot de totstandkoming van een vergunning en de wijziging van een vergunning zijn de paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van toepassing. +Op de voorbereiding van een vergunning en de wijziging daarvan zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van toepassing. ### Artikel 18 @@ -213,11 +213,9 @@ Vervallen ### Artikel 20 -**1.** Gedeputeerde staten stellen de provinciale grondwatercommissie en de daartoe bij algemene maatregel van bestuur aangewezen rijksambtenaren in de gelegenheid hun advies uit te brengen over het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een vergunning. +**1.** Gedeputeerde staten stellen de provinciale grondwatercommissie in de gelegenheid hun advies uit te brengen over het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een vergunning. -**2.** De besturen van de gemeenten, waterschappen en waterleidingbedrijven, binnen welker gebied, onderscheidenlijk winningsgebied de beoogde onttrekking of infiltratie zal geschieden of naar het oordeel van gedeputeerde staten van invloed kan zijn, het bestuur van het Landbouwschap, alsmede, indien gedeputeerde staten van oordeel zijn dat de onttrekking of infiltratie mede in een andere provincie van invloed kan zijn, het bestuur van die provincie, worden - anders dan als adviseurs - overeenkomstig de Wet milieubeheer eveneens bij de totstandkoming van de beschikking op de aanvraag betrokken. De besturen van waterleidingbedrijven en van het Landbouwschap worden daarbij met bestuursorganen gelijkgesteld. - -**3.** Provinciale staten bepalen bij verordening voor welke onttrekkingen van grondwater de provinciale grondwatercommissie - in afwijking van het eerste lid - niet in de gelegenheid wordt gesteld van advies te dienen. Artikel 11, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. +**2.** Provinciale staten bepalen bij verordening voor welke onttrekkingen van grondwater de provinciale grondwatercommissie - in afwijking van het eerste lid - niet in de gelegenheid wordt gesteld van advies te dienen. Artikel 11, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 21 @@ -229,19 +227,19 @@ Indien ten tijde van de behandeling van de aanvraag tot verlening of wijziging v **1.** Op aanvraag van de vergunninghouder kunnen gedeputeerde staten voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden, wijzigen, aanvullen of intrekken, dan wel alsnog voorschriften aan de vergunning verbinden. -**2.** Met betrekking tot de totstandkoming van een beschikking krachtens het eerste lid zijn de paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van toepassing, en is artikel 20 van deze wet van overeenkomstige toepassing. +**2.** Op de voorbereiding van een beschikking krachtens het eerste lid zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van toepassing, en is artikel 20 van deze wet van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 23 **1.** Uit eigen beweging of op verzoek van een belanghebbende, niet zijnde de vergunninghouder, kunnen gedeputeerde staten de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden, wijzigen, aanvullen of intrekken, dan wel alsnog voorschriften aan de vergunning verbinden, indien de bescherming van de bij het grondwater betrokken belangen dat vordert. -**2.** Met betrekking tot de totstandkoming van een beschikking krachtens het eerste lid zijn paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van toepassing, en is artikel 20 van deze wet van overeenkomstige toepassing. +**2.** Op de voorbereiding van een beschikking krachtens het eerste lid zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van toepassing, en is artikel 20 van deze wet van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 24 **1.** Gedeputeerde staten kunnen hetzij uit eigen beweging hetzij op verzoek van belanghebbenden de vergunning geheel of gedeeltelijk intrekken, indien blijkt van omstandigheden of feiten, waardoor in verband met de bij het grondwaterbeheer betrokken belangen de onttrekking of infiltratie in haar geheel dan wel gedeeltelijk niet langer toelaatbaar wordt geacht. -**2.** Met betrekking tot de totstandkoming van een beschikking krachtens het eerste lid zijn paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van toepassing, en is artikel 20 van deze wet van overeenkomstige toepassing. +**2.** Op de voorbereiding van een beschikking krachtens het eerste lid zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van toepassing, en is artikel 20 van deze wet van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 25 @@ -367,7 +365,7 @@ b. ter voldoening aan een ingevolge artikel 30 van deze wet jo artikel 8.27 van **2.** In de in het eerste lid bedoelde gevallen worden de beschikkingen op deze aanvraag en de beschikking tot gehele of gedeeltelijke intrekking van de daarbij betrokken vergunning of tot wijziging van de daaraan verbonden voorschriften, alsmede de daarmede verband houdende beschikkingen tot toekenning van de schadevergoeding en tot verhaal daarvan zoveel mogelijk gelijktijdig gegeven. -**3.** Elk van de in het tweede lid bedoelde beschikkingen treedt - in afwijking van artikel 43, eerste lid, van deze wet juncto de artikelen 20.3, 20.11 onderscheidenlijk 20.3 van de Wet milieubeheer - eerst in werking wanneer deze beschikkingen alle onherroepelijk zijn geworden en vervolgens de deswege verschuldigde schadevergoeding is betaald. Voor het bewijs van betaling is artikel 59, tweede lid, der Onteigeningswet van overeenkomstige toepassing. +**3.** Elk van de in het tweede lid bedoelde beschikkingen treedt - in afwijking van artikel 43, eerste lid, van deze wet juncto artikel 20.3 van de Wet milieubeheer - eerst in werking wanneer deze beschikkingen alle onherroepelijk zijn geworden en vervolgens de deswege verschuldigde schadevergoeding is betaald. Voor het bewijs van betaling is artikel 59, tweede lid, der Onteigeningswet van overeenkomstige toepassing. **4.** Indien door een beslissing in beroep op één der beschikkingen, bedoeld in het tweede lid, de overige beschikkingen niet meer in stand kunnen of behoeven te worden gehouden, worden deze ingetrokken.