2016-01-01 | BWBR0020420 | Besluit prudentiële regels Wft

This commit is contained in:
Coornhert 2016-01-01 12:00:00 +00:00
parent d0e1674a7c
commit b00a78e087

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit prudentiële regels Wft
bwb_id: BWBR0020420
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2015-01-01'
datum_inwerkingtreding: '2016-01-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0020420
citeertitel: Besluit prudentiële regels Wft
---
@ -142,6 +142,8 @@ c. de uitgegeven effecten niet leiden tot een betalingsverplichting voor de init
*verlies bij wanbetaling*: verhouding tussen het verwachte economisch verlies op een vordering als gevolg van wanbetaling, met inachtneming van de tijdwaarde van geld, en het naar verwachting uitstaande bedrag bij wanbetaling;
*verordening solvabiliteit II:* gedelegeerde verordening (EU) nr. 2015/35 van de Commissie van 10 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PbEU L12);
*verslagdatum:* datum van de dag direct voorafgaande aan de periode waarover wordt gerapporteerd;
*verstrekte effectenlening*: overeenkomst waarbij een financiële onderneming aan een wederpartij effecten uitleent tegen zekerheid, onder de ontbindende voorwaarde dat de wederpartij op een tijdstip in de toekomst of zodra de financiële onderneming daarom verzoekt, gelijkwaardige effecten teruglevert;
@ -203,10 +205,14 @@ c. waarvan geen van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen personen
### Artikel 4
**1.** Berekeningen met betrekking tot het minimumbedrag aan eigen vermogen, de solvabiliteit, de kapitaalbuffer onderscheidenlijk de liquiditeit op grond van de hoofdstukken 9, 10, 10A onderscheidenlijk 11 worden, voor zover niet anders is bepaald, gedaan op basis van de enkelvoudige jaarrekening zoals opgemaakt ingevolge Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of de internationale jaarrekeningstandaarden.
**1.** Berekeningen met betrekking tot het minimumbedrag aan eigen vermogen, de solvabiliteit, de kapitaalbuffer onderscheidenlijk de liquiditeit van financiële ondernemingen, niet zijnde verzekeraars, op grond van de hoofdstukken 9, 10, 10A onderscheidenlijk 11 worden, voor zover niet anders is bepaald, gedaan op basis van de enkelvoudige jaarrekening zoals opgemaakt ingevolge Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of de internationale jaarrekeningstandaarden.
**2.** Berekeningen met betrekking tot de solvabiliteit van banken op grond van hoofdstuk 10, de kapitaalbuffer van banken op grond van hoofdstuk 10A en de liquiditeit van banken op grond van hoofdstuk 11 worden, voor zover niet anders is bepaald, gedaan op basis van de geconsolideerde jaarrekening indien deze wordt opgemaakt ingevolge Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of de internationale jaarrekeningstandaarden.
**3.** Onverminderd artikel 3:69a van de wet waardeert een verzekeraar met beperkte risico-omvang, voor zover in dit besluit niet anders wordt bepaald, zijn activa en passiva op basis van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
**4.** Een verzekeraar met beperkte risico-omvang houdt zich aan door de Nederlandsche Bank te stellen nadere regels met betrekking tot de waardering van deelnemingen.
## Hoofdstuk 2. Betrouwbaarheid
### Artikel 5
@ -268,13 +274,13 @@ De Nederlandsche Bank neemt bij de vaststelling, bedoeld in artikel 5, in aanmer
a. het onderlinge verband tussen de aan een antecedent ten grondslag liggende gedraging of gedragingen en de overige omstandigheden van het geval;
b. de belangen die de wet beoogt te beschermen; en
c. de overige belangen van de clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank of verzekeraar en de betrokkene.
c. de overige belangen van de onderneming en de betrokkene.
## Hoofdstuk 3. Integere uitoefening van het bedrijf
### Artikel 10
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, 3:11, 3:12, 3:12a, 3:13 of 3:14 van de wet draagt zorg voor een systematische analyse van integriteitsrisico´s.
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, 3:11, 3:12, 3:12a, 3:13 of 3:14 van de wet draagt zorg voor een systematische analyse van integriteitsrisico´s.
**2.** De financiële onderneming, onderscheidenlijk het bijkantoor, draagt er zorg voor dat het beleid, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet zijn neerslag vindt in procedures en maatregelen.
@ -290,7 +296,7 @@ c. de overige belangen van de clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptati
**1.**
Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, 3:23, 3:24a, 3:24b, 3:26 of 3:27 van de wet beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het tegengaan van verstrengeling van privé-belangen van:
Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, 3:23, 3:24a, 3:24b, 3:26 of 3:27 van de wet beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het tegengaan van verstrengeling van privé-belangen van:
a. personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen;
b. groepsbestuurders;
@ -307,7 +313,7 @@ d. andere werknemers of andere personen die in haar opdracht op structurele basi
### Artikel 12
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 11, eerste lid, beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten.
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 11, eerste lid, beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten.
**2.** De financiële onderneming, onderscheidenlijk het bijkantoor, neemt naar aanleiding van een incident maatregelen die zijn gericht op het beheersen van de opgetreden risicos en het voorkomen van herhaling.
@ -315,10 +321,12 @@ d. andere werknemers of andere personen die in haar opdracht op structurele basi
### Artikel 13
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 11, eerste lid, maakt een onderbouwde beoordeling van de betrouwbaarheid van personen die zij wil benoemen in een integriteitsgevoelige functie.
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 11, eerste lid, maakt een onderbouwde beoordeling van de betrouwbaarheid van personen die zij wil benoemen in een integriteitsgevoelige functie.
**2.** De financiële onderneming, onderscheidenlijk het bijkantoor, draagt zorg voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van degenen die, anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst, werkzaamheden in een integriteitgevoelige functie verrichten.
**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, voor zover het een integriteitgevoelige functie betreft die is aan te merken als een sleutelfunctie als bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de richtlijn solvabiliteit II.
### Artikel 14
**1.** Een bank, levensverzekeraar, premiepensioeninstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 11, eerste lid, beschikt met het oog op een integere uitoefening van het bedrijf over procedures en maatregelen met betrekking tot de acceptatie van cliënten.
@ -355,7 +363,7 @@ d. andere werknemers of andere personen die in haar opdracht op structurele basi
**1.**
De bedrijfsvoering van een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, 3:23, 3:24a, 3:24b, 3:26 of 3:27 van de wet omvat:
De bedrijfsvoering van een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, 3:23, 3:24a, 3:24b, 3:26 of 3:27 van de wet omvat:
a. een duidelijke, evenwichtige en adequate organisatiestructuur;
b. een duidelijke, evenwichtige en adequate verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden;
@ -397,17 +405,21 @@ b. zij door de Nederlandsche Bank, gelet op haar omvang, interne organisatie en
### Artikel 18
Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een adequate functiescheiding met het oog op een beheerste bedrijfsvoering.
Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een adequate functiescheiding met het oog op een beheerste bedrijfsvoering.
### Artikel 19
**1.** De bedrijfsvoering van een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 voorziet in een juiste, tijdige en volledige vastlegging van alle rechten en verplichtingen van de financiële onderneming of bijkantoor in een daartoe bestemde administratie.
**1.** De bedrijfsvoering van een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 voorziet in een juiste, tijdige en volledige vastlegging van alle rechten en verplichtingen van de financiële onderneming of bijkantoor in een daartoe bestemde administratie.
**2.** De administratie, bedoeld in het eerste lid, van een premiepensioeninstelling is zodanig dat deze geen belemmering vormt of kan vormen voor de toepassing van het in artikel 4:71a van de wet bepaalde.
**3.** Een verzekeraar met beperkte risico-omvang beschikt over een organisatie-onderdeel dat op onafhankelijke en effectieve wijze een actuariële functie uitoefent. Het organisatie-onderdeel heeft als taak de berekening van de technische voorzieningen te coördineren en te controleren en de personen die het dagelijks beleid van de verzekeraar bepalen te informeren over de adequaatheid en betrouwbaarheid van die berekening.
**4.** Het derde lid is op schadeverzekeraars alleen van toepassing voor zover deze verzekeringsovereenkomsten sluiten met een contractduur van meer dan vier jaar.
### Artikel 20
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een informatiesysteem dat een effectieve beheersing van de bedrijfsprocessen en de risicos mogelijk maakt en dat voorziet in interne en externe informatiebehoeften.
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een informatiesysteem dat een effectieve beheersing van de bedrijfsprocessen en de risicos mogelijk maakt en dat voorziet in interne en externe informatiebehoeften.
**2.** De financiële onderneming of bijkantoor beschikt over procedures en maatregelen om de integriteit, voortdurende beschikbaarheid en beveiliging van geautomatiseerde gegevensverwerking te waarborgen.
@ -415,7 +427,7 @@ Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit v
### Artikel 21
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een organisatieonderdeel dat op onafhankelijke en effectieve wijze een compliancefunctie uitoefent. Het organisatieonderdeel heeft als taak het controleren van de naleving van wettelijke regels en van interne regels die de financiële onderneming of bijkantoor zelf heeft opgesteld.
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een organisatieonderdeel dat op onafhankelijke en effectieve wijze een compliancefunctie uitoefent. Het organisatieonderdeel heeft als taak het controleren van de naleving van wettelijke regels en van interne regels die de financiële onderneming of bijkantoor zelf heeft opgesteld.
**2.**
@ -430,7 +442,7 @@ d. het ten minste jaarlijks rapporteren aan de personen die het dagelijks beleid
### Artikel 22
De opdracht tot onderzoek van de jaarrekening van een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 aan de externe accountant voorziet in een toetsing en beoordeling op hoofdlijnen met betrekking tot de toereikendheid van de organisatie-inrichting en risicobeheersing.
De opdracht tot onderzoek van de jaarrekening van een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 aan de externe accountant voorziet in een toetsing en beoordeling op hoofdlijnen met betrekking tot de toereikendheid van de organisatie-inrichting en risicobeheersing.
### Artikel 22a
@ -440,9 +452,9 @@ De werknemers van een bank met zetel in Nederland die in Nederland beleggingsdie
### Artikel 23
**1.** Een bank, beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in de artikelen 3:17, eerste en derde lid, 3:22, 3:23, 3:24a, 3:24b, 3:24c, 3:26 of 3:27 van de wet voert beleid gericht op het beheersen van relevante risicos.
**1.** Een bank, beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in de artikelen 3:17, eerste en derde lid, 3:22, 3:23, 3:24a, 3:24b, 3:24c, 3:26 of 3:27 van de wet voert beleid gericht op het beheersen van relevante risicos.
**2.** Onder relevante risicos, bedoeld in het eerste lid, worden in het bijzonder verstaan het concentratierisico, krediet- en tegenpartijrisico, liquiditeitsrisico, marktrisico, operationeel risico, renterisico voortvloeiend uit niet-handelsactiviteiten, restrisico, risico van buitensporige hefboomwerking, securitisatierisico en verzekeringsrisico. Een bank, beleggingsonderneming of clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:17, eerste of derde lid, 3:22, 3:23 of 3:27 van de wet houdt tevens rekening met de risicos die voortvloeien uit de macro-economische omgeving waarin de onderneming actief is en die verband houden met de stand van de conjunctuurcyclus.
**2.** Onder relevante risicos, bedoeld in het eerste lid, worden in het bijzonder verstaan het concentratierisico, krediet- en tegenpartijrisico, liquiditeitsrisico, marktrisico, operationeel risico, renterisico voortvloeiend uit niet-handelsactiviteiten, restrisico, risico van buitensporige hefboomwerking, securitisatierisico, verzekeringsrisico en afkooprisico. Een bank, beleggingsonderneming of clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:17, eerste of derde lid, 3:22, 3:23 of 3:27 van de wet houdt tevens rekening met de risicos die voortvloeien uit de macro-economische omgeving waarin de onderneming actief is en die verband houden met de stand van de conjunctuurcyclus.
**3.** Het beleid wordt vastgelegd in procedures en maatregelen ter beheersing van relevante risicos en geïntegreerd in de bedrijfsprocessen. De procedures en maatregelen die zijn gericht op de beheersing van het liquiditeitsrisico hebben betrekking op het beheer van de actuele en toekomstige netto financiële positie en behoeften.
@ -571,15 +583,13 @@ g. opzetten, implementeren en in stand houden van adequate procedures die in gev
### Artikel 24
Een bank, beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 23, eerste lid, ziet er op systematische wijze op toe dat de procedures en maatregelen, bedoeld in artikel 23, derde lid, worden nageleefd en zorgt ervoor dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken worden opgeheven.
Een bank, beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 23, eerste lid, ziet er op systematische wijze op toe dat de procedures en maatregelen, bedoeld in artikel 23, derde lid, worden nageleefd en zorgt ervoor dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken worden opgeheven.
### Artikel 24a
**1.** Een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 23, tweede lid, tweede volzin, beschikt over solide, doeltreffende en alomvattende strategieën en procedures aan de hand waarvan zij doorlopend nagaat of en ervoor zorgt dat de hoogte, samenstelling en verdeling van haar toetsingsvermogen aansluiten op de omvang en de aard van haar de korte- en langetermijnrisicos waaraan zij blootstaat of zou kunnen blootstaan.
**2.** Een verzekeraar als bedoeld in artikel 23, eerste lid, beschikt over solide, doeltreffende en alomvattende strategieën en procedures aan de hand waarvan hij regelmatig nagaat hoe zijn aanwezige solvabiliteitsmarge zich verhoudt tot de korte- en langetermijnrisicos waaraan hij blootstaat of zou kunnen blootstaan.
**3.** Het tweede lid is niet van toepassing op een verzekeraar die in het voorafgaande boekjaar een bruto geboekt premie-inkomen had van minder dan vijf miljoen euro en technische voorzieningen, zonder aftrek van de bedragen die op grond van herverzekeringsovereenkomsten kunnen worden verhaald, van minder dan 25 miljoen euro.
**2.** Een verzekeraar met beperkte risico-omvang gaat regelmatig na hoe zijn solvabiliteit zich verhoudt tot de korte- en langetermijnrisicos waaraan hij blootstaat of zou kunnen blootstaan.
### Artikel 24a1
@ -616,7 +626,7 @@ b. regelmatig verslag uit over de actuele omvang van het risico dat elke door de
### Artikel 25
Indien een beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 23, eerste lid, gebruik maakt van intern ontwikkelde modellen, beoordeelt deze die modellen en de gehanteerde veronderstellingen en variabelen op systematische wijze op validiteit, onder meer door voorspellingen van het model te vergelijken met de werkelijke uitkomsten.
Indien een beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank of bijkantoor als bedoeld in artikel 23, eerste lid, gebruik maakt van intern ontwikkelde modellen, beoordeelt deze die modellen en de gehanteerde veronderstellingen en variabelen op systematische wijze op validiteit, onder meer door voorspellingen van het model te vergelijken met de werkelijke uitkomsten.
### Artikel 25a
@ -667,7 +677,30 @@ c. resultaatontwikkeling, uitgesplitst naar de onderscheiden bedrijfsactiviteite
**2.** De beheerder beschikt over procedures en maatregelen die waarborgen dat wordt voldaan aan de ingevolge artikel 15 en 16 van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen gestelde voorwaarden die met het oog op de in het eerste lid bedoelde belangen worden gesteld.
### Paragraaf 4.3. Vangnetregelingen
### Paragraaf 4.3. Bijzondere bepalingen voor de verzekeringsector
### Artikel 26.2
**1.** Een verzekeraar met zetel in Nederland, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, voldoet met betrekking tot zijn bedrijfsvoering aan de artikelen 41 en 44 tot en met 48 van de richtlijn solvabiliteit II, met inachtneming van titel I, hoofdstuk IX, afdelingen 1 en 2, van de verordening solvabiliteit II.
**2.** De werknemers van een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid, niet zijnde personen als bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, derde volzin, van de wet, die een sleutelfunctie vervullen als bedoeld in artikel 42 van de richtlijn solvabiliteit II zijn geschikt voor de vervulling van hun taken.
### Artikel 26.3
**1.**
De artikelen 41 en 44 tot en met 48 van de richtlijn solvabiliteit II en titel I, hoofdstuk IX, afdelingen 1 en 2, van de verordening solvabiliteit II inzake de bedrijfsvoering van verzekeraars zijn van overeenkomstige toepassing op de volgende verzekeraars, voor zover zij hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor:
a. levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is;
b. herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat.
**2.** Artikel 26.2, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op werknemers van verzekeraars als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b.
### Artikel 26.4
De artikelen 319, 320, 321, 324, 326 en 327 van de verordening solvabiliteit II inzake de bedrijfsvoering van entiteiten voor risico-acceptatie zijn van overeenkomstige toepassing op entiteiten voor risico-acceptatie met zetel in een niet-aangewezen staat die hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor.
### Paragraaf 4.4*. Vangnetregelingen
### Artikel 26a
@ -687,7 +720,7 @@ Afwikkelondernemingen, banken, betaalinstellingen en elektronischgeldinstellinge
**1.** Een financiële onderneming of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:18, eerste lid, 3:22, 3:23, 3:24b, 3:26 of 3:27, van de wet gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien die uitbesteding een belemmering kan vormen voor een adequaat toezicht op de naleving van het bij of krachtens het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet bepaalde.
**2.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:18, tweede lid, 3:23, 3:26 of 3:27 van de wet besteedt de taken en werkzaamheden van personen die het dagelijks beleid bepalen, daaronder mede verstaan het vaststellen van het beleid en het afleggen van verantwoording over het gevoerde beleid, niet uit.
**2.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:18, tweede lid, 3:23, 3:26 of 3:27 van de wet besteedt de taken en werkzaamheden van personen die het dagelijks beleid bepalen, daaronder mede verstaan het vaststellen van het beleid en het afleggen van verantwoording over het gevoerde beleid, niet uit.
### Artikel 27a
@ -703,21 +736,32 @@ Bij de uitbesteding van werkzaamheden in verband met het verlenen van betaaldien
De Nederlandsche Bank kan ter uitvoering van internationaal aanvaarde standaarden nadere regels stellen met betrekking tot de uitbesteding door afwikkelondernemingen van werkzaamheden.
### Artikel 27d
Een verzekeraar met zetel in Nederland, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, voldoet met betrekking tot uitbesteding van werkzaamheden aan artikel 49 van de richtlijn solvabiliteit II, met inachtneming van titel I, hoofdstuk IX, afdeling 4, van de verordening solvabiliteit II.
### Artikel 27e
Artikel 49 van de richtlijn solvabiliteit II en titel I, hoofdstuk IX, afdeling 4, van de verordening solvabiliteit II inzake uitbesteding van werkzaamheden zijn van overeenkomstige toepassing op de volgende verzekeraars, voor zover zij hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor:
a. levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is;
b. herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat.
### Artikel 28
Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien dat afbreuk doet aan de kwaliteit van haar onafhankelijke interne toetsing als bedoeld in artikel 17, vierde lid.
Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien dat afbreuk doet aan de kwaliteit van haar onafhankelijke interne toetsing als bedoeld in artikel 17, vierde lid.
### Artikel 29
Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, voert een adequaat beleid en beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het op structurele basis uitbesteden van werkzaamheden.
Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, voert een adequaat beleid en beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het op structurele basis uitbesteden van werkzaamheden.
### Artikel 30
Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, beschikt over toereikende procedures, maatregelen, deskundigheid en informatie om de uitvoering van de op structurele basis uitbestede werkzaamheden te kunnen beoordelen.
Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, beschikt over toereikende procedures, maatregelen, deskundigheid en informatie om de uitvoering van de op structurele basis uitbestede werkzaamheden te kunnen beoordelen.
### Artikel 31
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, legt de overeenkomst met de derde waaraan de werkzaamheden op structurele basis worden uitbesteed schriftelijk vast.
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar met beperkte risico-omvang, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, legt de overeenkomst met de derde waaraan de werkzaamheden op structurele basis worden uitbesteed schriftelijk vast.
**2.**
@ -791,10 +835,11 @@ j. het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet.
**1.**
Een afwikkelonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, verzekeraar of wisselinstelling als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, 3:42, 3:43, tweede lid, of 3:49 van de wet geeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank kennis van het voornemen tot een wijziging van:
Een afwikkelonderneming, bank, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar of wisselinstelling als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, 3:42, 3:43, tweede lid, of 3:49 van de wet geeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank kennis van het voornemen tot een wijziging van:
a. de personen die het dagelijks beleid van de financiële onderneming bepalen of het beleid van de financiële onderneming bepalen of mede bepalen; en
b. indien van toepassing, de personen die onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming.
a. de personen die het dagelijks beleid van de financiële onderneming bepalen of het beleid van de financiële onderneming bepalen of mede bepalen;
b. indien van toepassing, de personen die onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming; en
c. indien van toepassing, de personen werkzaam onder verantwoordelijkheid van een bank of verzekeraar, die een leidinggevende functie vervullen direct onder het echelon van de beleidsbepalers en verantwoordelijk zijn voor natuurlijke personen wier werkzaamheden het risicoprofiel van de onderneming wezenlijk kunnen beïnvloeden.
**2.**
@ -823,7 +868,7 @@ d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs.
### Artikel 34
**1.** Een afwikkelonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, verzekeraar of wisselinstelling als bedoeld in artikel 33, eerste lid, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een wijziging van gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank heeft geoordeeld dat wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 wordt bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen.
**1.** Een afwikkelonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, verzekeraar of wisselinstelling als bedoeld in artikel 33, eerste lid, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een wijziging van gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank heeft geoordeeld dat wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 wordt bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen.
**2.** De financiële onderneming geeft van een wijziging als bedoeld in het eerste lid onverwijld schriftelijk kennis nadat zij van de wijziging op de hoogte is gekomen.
@ -831,7 +876,7 @@ d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs.
**1.**
Een afwikkelonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, verzekeraar of wisselinstelling als bedoeld in artikel 33, eerste lid, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een wijziging in:
Een afwikkelonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, verzekeraar of wisselinstelling als bedoeld in artikel 33, eerste lid, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een wijziging in:
a. de naam of het adres van de financiële onderneming;
b. de rechtsvorm van de financiële onderneming;
@ -917,11 +962,11 @@ d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs.
### Artikel 39
**1.** Een levensverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in artikel 3:42, 3:43, tweede lid, 3:48, eerste lid, onderscheidenlijk 3:52 van de wet, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een voornemen tot een wijziging van de overeenkomsten die hij voornemens is te sluiten.
**1.** Een verzekeraar met beperkte risico-omvang die het levensverzekeringsbedrijf of het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf uitoefent als bedoeld in artikel 3:42, 3:43, tweede lid, 3:48, eerste lid, onderscheidenlijk 3:52 van de wet, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een voornemen tot een wijziging van de overeenkomsten die hij voornemens is te sluiten.
**2.** Een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:42, 3:43, tweede lid, 3:48, eerste lid, van de wet, die vanuit een vestiging in een lidstaat diensten naar Nederland verricht, geeft aan de Nederlandsche Bank kennis van het voornemen tot een wijziging van de in Nederland gelegen risicos die hij voornemens is te dekken.
**3.** Een entiteit voor risico-acceptatie of een herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:49 van de wet, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een voornemen tot een wijziging van de risicos die zij onderscheidenlijk hij voornemens is te dekken.
**3.** Een herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:49 van de wet, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een voornemen tot een wijziging van de risicos die zij onderscheidenlijk hij voornemens is te dekken.
**4.** De verzekeraar kan het voornemen, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, ten uitvoer brengen vanaf de dag waarop de Nederlandsche Bank de kennisgeving, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, heeft ontvangen. De Nederlandsche Bank bevestigt de ontvangst onverwijld aan de verzekeraar.
@ -1194,7 +1239,8 @@ m. € 125.000 voor een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid
n. € 112.500 voor een bewaarder of bewaarder van een icbe als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet;
o. € 350.000 voor een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet;
p. € 500.000 voor een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet;
q. € 112.500 voor een pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet.
q. € 112.500 voor een pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet;
r. € 1 miljoen voor een kredietunie als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet.
**2.**
@ -1213,73 +1259,65 @@ c. een combinatie van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee ve
### Artikel 49
**1.** Een verzekeraar met zetel in Nederland, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, berekent het minimumkapitaalvereiste overeenkomstig artikel 129 van de richtlijn solvabiliteit II, met inachtneming van titel I, hoofdstuk VII, van de verordening solvabiliteit II. Artikel 131 van de richtlijn solvabiliteit II is van toepassing.
**2.** De Nederlandsche Bank kan gedurende een periode die niet later eindigt dan 31 december 2017 voorschrijven dat verzekeraars de in artikel 129, derde lid, eerste alinea, van de richtlijn solvabiliteit II bedoelde percentages uitsluitend toepassen op het met behulp van de standaardformule, bedoeld in titel I, hoofdstuk VI, afdeling 4, onderafdeling 2, van die richtlijn, berekende solvabiliteitskapitaalvereiste.
### Artikel 49a
De artikelen 129 en 131 van de richtlijn solvabiliteit II en titel I, hoofdstuk VII, van de verordening solvabiliteit II inzake het minimumkapitaalvereiste zijn van overeenkomstige toepassing op het minimumkapitaalvereiste van een in Nederland gelegen bijkantoor van:
a. levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is;
b. herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat.
### Artikel 49b
**1.**
Het minimumbedrag van het garantiefonds, bedoeld in artikel 3:53, vierde lid, bedraagt:
De artikelen 129 en 131 van de richtlijn solvabiliteit II en titel I, hoofdstuk VII, van de verordening solvabiliteit II inzake het minimumkapitaalvereiste zijn van overeenkomstige toepassing op:
a. voor een entiteit voor risico-acceptatie als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet een door de Nederlandsche Bank te bepalen bedrag, dat niet hoger is dan € 1 miljoen, afhankelijk van het risicoprofiel van de entiteit;
b. € 1,2 miljoen voor een herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55a, eerste lid, van de wet die ondernemingsgebonden herverzekeraar is;
c. € 3,6 miljoen voor een herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55a, eerste lid, van de wet, niet zijnde een herverzekeraar als bedoeld onder b;
d. € 3,7 miljoen voor een levensverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet;
e. € 45.378,02 voor een natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet;
f. € 2,5 miljoen voor een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, die geen schadeverzekeraar als bedoeld in onderdeel g is;
g. € 3,7 miljoen voor een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet die zijn bedrijf uitoefent in de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen, Aansprakelijkheid wegvervoer, Aansprakelijkheid luchtvaartuigen, Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen, Algemene aansprakelijkheid of Krediet en Borgtocht.
a. verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in Nederland;
b. verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat die hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor.
**2.**
Het minimumbedrag van het garantiefonds, bedoeld in artikel 3:54, derde lid, 3:55, tweede lid, of 3:55a, tweede lid, van de wet bedraagt:
Voor de toepassing van het eerste lid bedraagt de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste, in afwijking van artikel 129, eerste lid, onderdeel d, van de richtlijn, voor de in het eerste lid bedoelde verzekeraars:
a. voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een entiteit voor risico-acceptatie als bedoeld in artikel 3:55a, eerste lid, van de wet een door de Nederlandsche Bank te bepalen bedrag, dat niet hoger is dan € 1 miljoen, afhankelijk van het risicoprofiel van de entiteit;
b. € 0,6 miljoen voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:55a, eerste lid, van de wet die ondernemingsgebonden herverzekeraar is;
c. € 1,8 miljoen voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:55a, eerste lid, van de wet, niet zijnde een bijkantoor als bedoeld onder b;
d. € 1,9 miljoen voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een levensverzekeraar als bedoeld in artikel 3:54, derde lid, van de wet;
e. € 45.378,02 voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in artikel 3:55, tweede lid, van de wet;
f. € 1,3 miljoen voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:54, derde lid, van de wet die geen schadeverzekeraar als bedoeld in onderdeel g is;
g. € 1,9 miljoen voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:54, derde lid, van de wet die zijn bedrijf uitoefent in de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen, Aansprakelijkheid wegvervoer, Aansprakelijkheid luchtvaartuigen, Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen, Algemene aansprakelijkheid of Krediet en Borgtocht.
a. 250.000 euro voor een levensverzekeraar die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend uitkeringen bij overlijden verzekert, waarvan het bedrag per verzekerde niet groter is dan het gemiddelde bedrag van de kosten van uitvaart;
b. 250.000 euro voor een natura-uitvaartverzekeraar;
c. 200.000 euro voor een schadeverzekeraar.
**3.**
Voor schadeverzekeraars als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen f en g, die tevens het bedrijf van herverzekeraar uitoefenen, bedraagt evenwel het minimumbedrag van het garantiefonds, bedoeld in artikel 3:53, vierde lid, het bedrag, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, f of g, al naar gelang welk bedrag het hoogste is, indien:
1°. het bedrag aan geïnde herverzekeringspremies groter is dan tien procent van het totale premiebedrag;
2°. het bedrag aan geïnde herverzekeringspremies hoger is dan € 50 miljoen; of
3°. de technische voorzieningen als gevolg van geaccepteerde herverzekering groter zijn dan tien procent van de totale technische voorzieningen.
**4.** De in het eerste lid, onderdelen b tot en met d, f en g, en tweede lid, onderdelen b tot en met d, f en g, bedoelde bedragen wijzigen van rechtswege overeenkomstig de jaarlijkse kennisgeving van de Commissie van de Europese Gemeenschappen aan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende de aan de procentuele wijziging van het door Eurostat bekendgemaakte Europese indexcijfer van de consumptieprijzen aangepaste bedragen.
**5.** Van de in het vierde lid bedoelde kennisgeving, de gewijzigde bedragen en het tijdstip waarop de gewijzigde bedragen voor het eerst worden toegepast doet de Nederlandsche Bank onverwijld mededeling in de Staatscourant.
**3.** De in het tweede lid bedoelde bedragen worden elke vijf jaar gewijzigd teneinde deze aan te passen aan de ontwikkeling van het door de Europese Commissie overeenkomstig artikel 300 van de richtlijn solvabiliteit II bekendgemaakte geharmoniseerde indexcijfer van de consumentenprijzen van alle lidstaten, afgerond op een veelvoud van 10.000 euro. De gewijzigde bedragen worden bij ministeriële regeling vastgesteld.
### Paragraaf 9.2. Samenstelling van het minimumbedrag aan eigen vermogen
### Artikel 50
Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een bank als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid, 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beheerder van een icbe als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet, van een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet of van een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de verordening kapitaalvereisten.
Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een bank als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid, 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beheerder van een icbe als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet, van een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, kredietunie als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet of van een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de verordening kapitaalvereisten. Op een premiepensioeninstelling met de rechtsvorm van een stichting is artikel 27 van de verordening kapitaalvereisten van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 51
Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een bewaarder, bewaarder van een icbe of pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in de artikelen 26, eerste lid, onderdelen a tot en met e, 51 en 62 van de verordening kapitaalvereisten.
Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een bewaarder, bewaarder van een icbe of pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in de artikelen 26, eerste lid, onderdelen a tot en met e, 51 en 62 van de verordening kapitaalvereisten. Op een bewaarder of pensioenbewaarder met de rechtsvorm van een stichting is artikel 27 van de verordening kapitaalvereisten van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 52
**1.** Het minimumbedrag van het garantiefonds van een herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet of van een bijkantoor als bedoeld in artikel 3:55a, eerste lid, of 3:54, derde lid, van de wet wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in de artikelen 95, tweede lid, 96 en 97, eerste lid, voor zover dit lid de meerwaarden in verband met onderwaardering van activa betreft, verminderd met de waarde van de posten, bedoeld in artikel 95, derde lid.
**2.** De artikelen 89, 95, vierde en vijfde lid, en 98, eerste, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Het minimumkapitaalvereiste van een verzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, 3:54, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet of van een bijkantoor als bedoeld in artikel 3:54, derde lid, 3:55, tweede lid, of 3:55a, eerste lid, van de wet wordt gevormd door de waarde van het kernvermogen, bedoeld in artikel 88 van de richtlijn solvabiliteit II, voor zover dat ingevolge artikel 98, tweede en vierde lid, van de richtlijn solvabiliteit II, en met inachtneming van artikel 82, tweede en derde lid, van de verordening solvabiliteit II, in aanmerking komt ter dekking van het minimumkapitaalvereiste.
### Artikel 53
**1.** Het minimumbedrag van het garantiefonds van een natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet of van een bijkantoor als bedoeld in artikel 3:55, tweede lid, van de wet wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in de artikelen 95, tweede lid, 96 en 97, verminderd met de waarde van de posten, bedoeld in artikel 95, derde lid.
Vervallen
**2.** De artikelen 89, 95, vierde en vijfde lid, en 98, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
### Paragraaf 9.3. De waarden die dienen tot dekking van het minimumbedrag van het garantiefonds
### Paragraaf 9.3. De waarden die dienen tot dekking van het minimumkapitaalvereiste
### Artikel 54
De waarden die dienen tot dekking van het minimumbedrag van het garantiefonds, bedoeld in artikel 3:54, derde lid, of 3:55, tweede lid, van de wet zijn aanwezig in Nederland.
**1.** De waarden die dienen ter dekking van de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste, bedoeld in artikel 129, eerste lid, onderdeel d, van de richtlijn solvabiliteit II, van een levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:54, eerste lid, van de wet zijn voor ten minste de helft aanwezig in Nederland.
**2.** De waarden ter dekking van de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste, bedoeld in artikel 49b, tweede lid, van een verzekeraar met beperkte risico-omvang als bedoeld in artikel 3:55, eerste lid, van de wet, zijn voor ten minste de helft aanwezig in Nederland.
### Artikel 55
**1.** Ten minste de helft van het minimumbedrag van het garantiefonds, bedoeld in artikel 54, wordt gedekt door verhandelbare waarden die in open bewaring worden gegeven bij een bank die in Nederland haar bedrijf mag uitoefenen.
**1.** Ten minste een vierde gedeelte van de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste, bedoeld in artikel 54, wordt gedekt door verhandelbare waarden die in open bewaring worden gegeven bij een bank die in Nederland haar bedrijf mag uitoefenen.
**2.** De Nederlandsche Bank kan, met het oog op het voorkomen van waardevermindering van de waarden, bedoeld in het eerste lid, regels stellen met betrekking tot de voorwaarden waaronder die waarden in bewaring kunnen worden gegeven.
@ -1309,35 +1347,11 @@ b. de overeenkomst met de verzekeraar beëindigt dan wel de nakoming van de verp
### Artikel 57
**1.**
In afwijking van artikel 49, eerste lid, aanhef en onderdeel d, bedraagt het minimumbedrag van het garantiefonds, bedoeld in artikel 3:53, vierde lid, van de wet, € 0 voor de volgende levensverzekeraars:
a. Wederkerige Verzekeringsmaatschappij «Begrafenis Sociëteit» W.A., gevestigd te Edam;
b. Onderling Fonds Sliedrecht B.A., gevestigd te Sliedrecht; en
c. Tiels Onderling Fonds tot uitkering bij overlijden «Gustaaf Adolf» U.A., gevestigd te Tiel.
**2.**
Het eerste lid is slechts van toepassing voor zover de in dat lid genoemde levensverzekeraars:
a. uitsluitend of nagenoeg uitsluitend uitkeringen bij overlijden verzekeren, waarvan het bedrag per verzekerde niet groter is dan het gemiddelde bedrag van de kosten van uitvaart;
b. niet hun bedrijf uitbreiden met een of meer branches voor de uitoefening waarvan zij een vergunning behoeven; en
c. niet in een andere lidstaat een bijkantoor openen of aldaar hun bedrijf uitbreiden.
Vervallen
### Artikel 58
**1.**
In afwijking van artikel 49, eerste lid, aanhef en onderdeel f of g, bedraagt het minimumbedrag van het garantiefonds, bedoeld in artikel 3:53, vierde lid, van de wet, € 0 voor schadeverzekeraars met zetel in Nederland die:
a. op 1 januari 1986 het bedrijf van schadeverzekeraar uitoefenden;
b. beschikken over een vergunning als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, van de wet;
c. gedurende het laatst verstreken boekjaar voor 1 augustus 1978 niet een premie-inkomen van ten minste zesmaal de waarde van het minimumbedrag van het garantiefonds zoals dat gold op 1 juli 1994 op grond van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 hebben geboekt;
d. niet hun bedrijf uitbreiden met een of meer branches voor de uitoefening waarvan zij een vergunning behoeven; en
e. niet in een andere lidstaat een bijkantoor openen of aldaar hun bedrijf uitbreiden.
**2.** Het eerste lid is van toepassing op een in dat lid bedoelde schadeverzekeraar tot het einde van het boekjaar waarin deze een premie-inkomen van ten minste zesmaal de waarde van het minimumbedrag van het garantiefonds zoals deze gold op 1 juli 1994 op grond van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 boekt.
Vervallen
## Hoofdstuk 10. Solvabiliteit
@ -1345,15 +1359,24 @@ e. niet in een andere lidstaat een bijkantoor openen of aldaar hun bedrijf uitbr
### Artikel 59
**1.** De solvabiliteit van een beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, betaalinstelling, elektronischgeldinstelling of premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet is voldoende, indien het aanwezige toetsingsvermogen van de onderneming ten minste gelijk is aan de minimumomvang van het toetsingsvermogen, berekend overeenkomstig de artikelen 60a, 63, 63a en 64.
**1.** De solvabiliteit van een beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, betaalinstelling, elektronischgeldinstelling, kredietunie of premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet is voldoende, indien het aanwezige in aanmerking komende toetsingsvermogen van de onderneming ten minste gelijk is aan de minimum omvang van het toetsingsvermogen, berekend overeenkomstig de artikelen 60a, 61, 63, 63a en 64.
**2.** De solvabiliteit van een verzekeraar als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, 3:61 of 3:62 van de wet is voldoende indien de aanwezige solvabiliteitsmarge, bedoeld in de artikelen 95 tot en met 98, ten minste gelijk is aan het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge, berekend overeenkomstig de artikelen 64a tot en met 68.
**2.** De solvabiliteit van een verzekeraar als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, 3:58, eerste of tweede lid, of 3:61, eerste of tweede lid, of van een bijkantoor als bedoeld in artikel 3:59, eerste lid, of 3:62, eerste lid, van de wet is voldoende indien het eigen vermogen, bedoeld in artikel 70, ten minste gelijk is aan het solvabiliteitskapitaalvereiste, berekend overeenkomstig, al naar gelang van toepassing, artikel 65, 66 of 68.
**3.** De solvabiliteit van een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, of 3:58, eerste lid, van de wet, is voldoende, indien het aanwezige toetsingsvermogen van de onderneming voldoet aan de op de bank of beleggingsonderneming van toepassing zijnde kapitaaleisen uit deel 3 van de verordening kapitaalvereisten.
**4.** De solvabiliteit van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, of 3:61, eerste lid, van de wet is voldoende, indien de omvang van het aanwezige toetsingsvermogen ten minste gelijk is aan de minimumomvang van het toetsingsvermogen voor een bank, berekend overeenkomstig deel 3 van de verordening kapitaalvereisten.
**5.** Onverminderd het eerste tot en met vierde lid is de omvang van het aanwezige toetsingsvermogen, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, onderscheidenlijk de aanwezige solvabiliteitsmarge, bedoeld in het tweede lid, ten minste gelijk aan het ingevolge artikel 48 voorgeschreven minimumbedrag aan eigen vermogen, onderscheidenlijk het ingevolge artikel 49 of 57 voorgeschreven minimumbedrag van het garantiefonds. Zolang artikel 58, eerste lid, van toepassing is, is de solvabiliteitsmarge van een schadeverzekeraar als bedoeld in dat artikel ten minste gelijk aan € 205.000.
**5.** Onverminderd het eerste tot en met vierde lid is de omvang van het aanwezige toetsingsvermogen, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, onderscheidenlijk het eigen vermogen, bedoeld in het tweede lid, ten minste gelijk aan het ingevolge artikel 48 voorgeschreven minimumbedrag aan eigen vermogen, onderscheidenlijk het ingevolge artikel 49, 49a of 49b voorgeschreven minimumkapitaalvereiste.
**6.**
Voor de toepassing van het eerste lid:
1°. wordt het tier 1-kernkapitaal als bedoeld in artikel 50 van de verordening kapitaalvereisten volledig voor de berekening van het aanwezige toetsingsvermogen in aanmerking genomen;
2°. wordt het aanvullend tier 1-kapitaal als bedoeld in artikel 61 van de verordening kapitaalvereisten voor de berekening van het aanwezige toetsingsvermogen slechts in aanmerking genomen voor zover het niet meer bedraagt dan een derde van het tier 1-kernkapitaal;
3°. wordt het tier 2-kapitaal als bedoeld in artikel 71 van de verordening kapitaalvereisten voor de berekening van het aanwezige toetsingsvermogen slechts in aanmerking genomen voor zover het niet meer bedraagt dan een derde van het tier 1-kapitaal; en
4°. mag, indien wordt voldaan aan de onderdelen 2° en 3°, het tier 2-kapitaal worden gesubstitueerd door aanvullend tier 1-kapitaal.
### Artikel 59a
@ -1371,7 +1394,24 @@ Vervallen
### Artikel 61
Vervallen
**1.** De minimumomvang van het toetsingsvermogen van een kredietunie bedraagt 10 procent van de totale risicoblootstelling, berekend overeenkomstig het tweede en derde lid.
**2.**
De voor de bepaling van de totale risicoblootstelling in aanmerking te nemen posten zijn:
a. de balanswaarde van alle activa, met uitzondering van de in bijlage II van de verordening kapitaalvereisten opgesomde contracten en van kredietderivaten;
b. de blootstellingswaarde van de in bijlage II van de verordening kapitaalvereisten opgesomde contracten en van kredietderivaten, berekend overeenkomstig artikel 429 bis van de verordening kapitaalvereisten;
c. de opslagfactoren voor tegenpartijkredietrisico bij retrocessietransacties, transacties inzake verstrekte of opgenomen effecten- of grondstofleningen en transacties met afwikkeling op lange termijn en margeleningstransacties, berekend overeenkomstig artikel 429 ter van de verordening kapitaalvereisten; en
d. de blootstellingswaarde van de posten buiten de balanstelling, met uitzondering van de posten, bedoeld in onderdeel b, berekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 429, tiende lid, van de verordening kapitaalvereisten.
**3.**
De voor de bepaling van de totale risicoblootstelling uit te zonderen posten zijn:
a. alle activa en posten buiten de balanstelling die zijn afgetrokken bij de vaststelling van het toetsingsvermogen;
b. de activa, bedoeld in artikel 429, dertiende lid, van de verordening kapitaalvereisten, indien is voldaan aan de voorwaarden van dat lid; en
c. activa voor zover die gedekt zijn door een garantie van de Nederlandse Staat.
### Artikel 61a
@ -1444,138 +1484,62 @@ b. een aanvulling op het toetsingsvermogen, bedoeld in het eerste lid, welke een
### Artikel 64a
Het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van een herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, of 3:61, eerste lid, van de wet die zijn bedrijf uitoefent zowel in de activiteit levensherverzekering of natura-uitvaartherverzekering, als in de activiteit schadeherverzekering, bedraagt de som van de bedragen, berekend ingevolge de artikelen 64b en 64c.
Vervallen
### Artikel 64b
**1.** Het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van een herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, 3:61, eerste lid, of 3:62, eerste of tweede lid, van de wet die zijn bedrijf uitoefent in de activiteit levensherverzekering wordt bepaald overeenkomstig artikel 64c.
**2.** Het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van een herverzekeraar die zijn bedrijf uitoefent in de activiteit levensherverzekering wordt, in afwijking van het eerste lid, bepaald overeenkomstig artikel 65 indien die activiteit betrekking heeft op de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, punt 1, onderdeel a, voor zover die verbonden zijn met beleggingsfondsen of fondsen voor collectieve belegging in effecten of in verband staan met overeenkomsten met winstdeling, en punt 2, onderdelen b, c, d en e, van richtlijn nr. 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 november 2002 betreffende levensverzekering (PbEU L 345).
**3.** Het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van een herverzekeraar die zijn bedrijf uitoefent in de activiteit natura-uitvaartherverzekering wordt bepaald overeenkomstig artikel 65.
Vervallen
### Artikel 64c
**1.**
Het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van een herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, 3:61, eerste lid, of 3:62, eerste lid, van de wet die zijn bedrijf uitoefent in de activiteit schadeherverzekering bedraagt het product van het op grond van onderdeel c berekende percentage, vermenigvuldigd met het hoogste van de op grond van de onderdelen a en b berekende bedragen. De bedragen en het percentage worden als volgt berekend:
a. achttien procent van de in het voorafgaande boekjaar geboekte dan wel verdiende premies, naargelang welk bedrag het hoogst is en van de in rekening gebrachte poliskosten, voor zover deze premies en kosten niet meer bedragen dan € 61,3 miljoen, vermeerderd met zestien procent van deze premies en kosten voor zover deze meer bedragen dan € 61,3 miljoen;
b. 26 procent van de gemiddeld geboekte bruto schaden in de voorafgaande drie boekjaren en van de gemiddelde toevoeging aan de schadevoorziening in deze jaren, voor zover deze schaden en toevoeging niet meer bedragen dan € 42,9 miljoen, vermeerderd met 23 procent van deze schaden en toevoeging, voor zover deze meer bedragen dan € 42,9 miljoen;
c. de verhouding, welke ten minste vijftig procent bedraagt, berekend over de voorafgaande drie boekjaren tezamen, tussen de schaden die voor eigen rekening komen van de herverzekeraar, na overdracht uit hoofde van retrocessie, en de bruto schaden.
**2.** Voor zover het de berekening met betrekking tot de herverzekering van risicos van de branches Aansprakelijkheid luchtvaartuigen, Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen en Algemene aansprakelijkheid betreft, worden de geboekte dan wel verdiende premies, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of de geboekte bruto schaden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, met vijftig procent verhoogd. Voor de herverzekering van risicos van andere branches kunnen de geboekte dan wel verdiende premies, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, voor bijzondere herverzekeringsactiviteiten of categorieën overeenkomsten worden verhoogd met ten hoogste vijftig procent. De Nederlandsche Bank past het percentage toe dat is vastgesteld volgens de procedure van artikel 55, tweede lid, van richtlijn nr. 2005/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 november 2005 betreffende herverzekering en houdende wijziging van Richtlijnen 73/239/EEG en 92/49/EEG van de Raad en van Richtlijnen 98/78/EG en 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 323). De Nederlandsche Bank doet mededeling van dat percentage in de Staatscourant. Het percentage wordt voor het eerst toegepast in het boekjaar dat begint op 1 januari van het op de mededeling volgende kalenderjaar of gedurende dat kalenderjaar.
**3.** De Nederlandsche Bank kan op aanvraag besluiten dat voor de toerekening van de geboekte dan wel verdiende premies of geboekte bruto schaden aan de branches gebruik kan worden gemaakt van statistische methoden.
**4.** Indien het een herverzekeraar betreft die in hoofdzaak risicos van kredietschade, stormschade, hagelschade of vorstschade dekt, wordt in de berekening en de verhouding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b onderscheidenlijk onderdeel c, uitgegaan van de voorafgaande zeven boekjaren.
**5.** Voor de toepassing van dit artikel worden ontvangen premies en betaalde of te betalen schaden in verband met herverzekeringen, die ingevolge de internationale jaarrekeningstandaarden niet als zodanig worden aangemerkt, in aanmerking genomen.
**6.** Indien het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge zoals berekend overeenkomstig dit artikel lager is dan het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van het voorafgaande boekjaar, bedraagt het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge ten minste de uitkomst van de volgende berekening: het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van het voorafgaande boekjaar wordt vermenigvuldigd met de verhouding, welke ten hoogste honderd procent bedraagt, tussen de bedragen voor technische voorzieningen voor te betalen schaden verminderd met het bedrag van de overdrachten uit retrocessie aan het einde van het boekjaar en de bedragen voor technische voorzieningen voor te betalen schaden verminderd met het bedrag van de overdrachten uit retrocessie aan het begin van het boekjaar.
**7.**
De Nederlandsche Bank kan besluiten de op retrocessie gebaseerde vermindering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, te beperken indien:
a. de aard of de kwaliteit van de overdracht uit hoofde van retrocessie sinds het afgelopen boekjaar sterk is gewijzigd; of
b. er nauwelijks risico-overdracht plaatsvindt uit hoofde van retrocessie.
**8.** Artikel 49, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op de bedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b.
**9.** De Nederlandsche Bank kan op aanvraag besluiten dat voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, vorderingen op een entiteit voor risico-acceptatie worden beschouwd als overdracht uit hoofde van retrocessie indien de zekerheid die een vordering op een entiteit voor risico-acceptatie biedt vergelijkbaar is met de zekerheid van een vordering op een herverzekeraar.
Vervallen
### Artikel 65
**1.**
**1.** Een verzekeraar als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, 3:58, eerste of tweede lid, 3:59, eerste lid, 3:61, eerste of tweede lid, of 3:62, eerste lid, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, berekent het op hem of op het in Nederland gelegen bijkantoor van toepassing zijnde solvabiliteitskapitaalvereiste ten minste eenmaal per jaar en opnieuw indien het risicoprofiel van de verzekeraar duidelijk afwijkt van de aannames die ten grondslag lagen aan de laatste berekening, of indien de Nederlandsche Bank daarom verzoekt vanwege aanwijzingen dat het risicoprofiel sinds die laatste berekening duidelijk is veranderd. De verzekeraar meldt de uitkomst van een tussentijdse herberekening onverwijld aan de Nederlandsche Bank.
Het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van een levensverzekeraar als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, of 3:58, eerste of tweede lid, van de wet bedraagt de som van de als volgt te berekenen bedragen:
**2.** De verzekeraar maakt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, gebruik van de standaardformule, bedoeld in artikel 103 van de richtlijn solvabiliteit II, of van een geheel of gedeeltelijk intern model als bedoeld in artikel 112, eerste lid, van de richtlijn.
a. voor zover het verzekeringen betreft waarbij door de levensverzekeraar beleggingsrisico wordt gelopen: vier procent van het bedrag van de bruto technische voorzieningen, vermenigvuldigd met de verhouding, welke ten minste 85 procent bedraagt, tussen de technische voorzieningen verminderd met het bedrag van de overdrachten uit hoofde van herverzekering en de bruto technische voorzieningen aan het eind van het afgelopen boekjaar;
b. voor zover het verzekeringen betreft waarbij door de levensverzekeraar geen beleggingsrisico wordt gelopen en waarbij de beheerslasten voor een periode van meer dan vijf jaar zijn vastgelegd: een procent van de bruto technische voorzieningen, vermenigvuldigd met de verhouding, welke ten minste 85 procent bedraagt, tussen de technische voorzieningen de overdrachten uit hoofde van herverzekering en de bruto technische voorzieningen aan het eind van het afgelopen boekjaar;
c. voor zover het verzekeringen betreft waarbij door de levensverzekeraar geen beleggingsrisico wordt gelopen en waarbij de beheerslasten voor een periode van vijf jaar of minder zijn vastgelegd: 25 procent van de netto beheerslasten in verband met de bedrijfsuitoefening in het afgelopen boekjaar;
d. voor zover het spaarkassen betreft: een procent van het vermogen van de spaarkassen;
e. voor zover het verzekeringen met risicokapitaal betreft, de som van de uitkomsten van de hierna onder 1° tot en met 3° bedoelde berekeningen, vermenigvuldigd met de verhouding, welke ten minste vijftig procent bedraagt, tussen het risicokapitaal verminderd met het bedrag van de overdrachten uit hoofde van herverzekering en het risicokapitaal in het afgelopen boekjaar:
**3.** Een verzekeraar die de standaardformule, bedoeld in het tweede lid, toepast, berekent het solvabiliteitskapitaalvereiste overeenkomstig titel I, hoofdstuk VI, afdeling 4, onderafdeling 2, van de richtlijn solvabiliteit II en neemt daarbij titel I, hoofdstuk V, van de verordening solvabiliteit II in acht.
1°. tijdelijke verzekeringen met een contractsduur van ten hoogste drie jaar: 0,1 procent van het risicokapitaal bij overlijden;
2°. tijdelijke verzekeringen met een contractsduur van meer dan drie jaar en ten hoogste vijf jaar: 0,15 procent van het risicokapitaal bij overlijden;
3°. verzekeringen anders dan tijdelijke verzekeringen met een contractsduur van ten hoogste vijf jaar: 0,3 procent van het risicokapitaal bij overlijden;
f. voor zover het aanvullende verzekeringen betreft: het overeenkomstig artikel 67, eerste, zesde en zevende lid, berekende bedrag.
**4.** De Nederlandsche Bank kan, overeenkomstig artikel 104, zevende lid, van de richtlijn solvabiliteit II, aan een verzekeraar die de standaardformule toepast, goedkeuring verlenen voor het gebruik van de in dat lid bedoelde ondernemingsspecifieke parameters voor de modules voor het levens-, schade- en ziektekostenverzekeringstechnische risico. De verzekeraar voldoet daarbij aan de in dat lid gestelde eisen.
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt het verschil, bedoeld in artikel 98, derde lid, aangemerkt als bruto technische voorzieningen.
**5.** Een verzekeraar maakt uitsluitend gebruik van een intern model dat door de Nederlandsche Bank is goedgekeurd overeenkomstig de artikelen 112 tot en met 115 van de richtlijn solvabiliteit II. De verzekeraar voldoet aan de artikelen 116 en 120 tot en met 126 van de richtlijn, met inachtneming van titel I, hoofdstuk VI, van de verordening solvabiliteit II.
**3.** Voor de toepassing van dit artikel worden verplichtingen uit hoofde van levensverzekeringen waarvoor ingevolge de internationale jaarrekeningstandaarden geen technische voorzieningen worden gevormd, aangemerkt als technische voorzieningen.
**6.** De Nederlandsche Bank kan een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid verplichten een intern model te gebruiken voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste of relevante risicomodules daarvan, indien het risicoprofiel van de verzekeraar duidelijk afwijkt van de aannames die ten grondslag liggen aan de standaardformule, bedoeld in het tweede lid.
**4.**
**7.** Een verzekeraar die goedkeuring heeft gekregen voor het gebruik van een intern model valt niet terug op het gebruik van de standaardformule, bedoeld in het tweede lid, tenzij daar goede redenen voor zijn en de Nederlandsche Bank ermee heeft ingestemd.
De Nederlandsche Bank kan besluiten de op herverzekering gebaseerde vermindering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b, e, laatste volzin, of f, te beperken indien:
a. de aard of de kwaliteit van de overdracht uit hoofde van herverzekering sinds het afgelopen boekjaar sterk is gewijzigd; of
b. er nauwelijks of geen risico-overdracht plaatsvindt uit hoofde van herverzekering.
**5.** De Nederlandsche Bank kan op aanvraag besluiten dat voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen a en e, bedragen die op een entiteit voor risico-acceptatie kunnen worden verhaald, worden beschouwd als een overdracht uit hoofde van herverzekering.
**6.**
De artikelen 64a tot en met 64c zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de herverzekeringsactiviteiten van de levensverzekeraar indien:
1°. het bedrag aan geïnde herverzekeringspremies hoger is dan tien procent van het totale premie-inkomen;
2°. het bedrag aan geïnde herverzekeringspremies hoger is dan € 50 miljoen; of
3°. de technische voorzieningen als gevolg van geaccepteerde herverzekering hoger zijn dan tien procent van de totale technische voorzieningen voor het gehele bedrijf.
**8.** Een verzekeraar die niet meer voldoet aan de artikelen 120 tot en met 126 van de richtlijn solvabiliteit II dient onverwijld een plan in bij de Nederlandsche Bank om aan deze situatie een einde te maken. Indien de verzekeraar het plan niet uitvoert kan de Nederlandsche Bank de verzekeraar verplichten het solvabiliteitskapitaalvereiste te berekenen met gebruikmaking van de standaardformule, bedoeld in het tweede lid.
### Artikel 66
**1.**
**1.** Een verzekeraar als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, 3:58, eerste of tweede lid, 3:59, eerste lid, 3:61, eerste of tweede lid, of 3:62, eerste lid, met beperkte risico-omvang berekent het op hem of op het in Nederland gelegen bijkantoor van toepassing zijnde solvabiliteitskapitaalvereiste ten minste eenmaal per jaar en opnieuw indien het risicoprofiel van de verzekeraar duidelijk afwijkt van de aannames die ten grondslag lagen aan de laatste berekening, of indien de Nederlandsche Bank daarom verzoekt vanwege aanwijzingen dat het risicoprofiel sinds die laatste berekening duidelijk is veranderd. De verzekeraar meldt de uitkomst van een tussentijdse herberekening onverwijld aan de Nederlandsche Bank.
Het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van een natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, of 3:61, eerste of tweede lid, van de wet bedraagt de som van de als volgt te berekenen bedragen:
**2.**
a. voor zover het verzekeringen betreft waarbij door de natura-uitvaartverzekeraar beleggingsrisico wordt gelopen: de uitkomst van de berekening, bedoeld in artikel 65, eerste lid, onderdeel a;
b. voor zover het verzekeringen betreft waarbij door de natura-uitvaartverzekeraar geen beleggingsrisico wordt gelopen en waarbij de beheerslasten voor een periode van meer dan vijf jaar zijn vastgelegd: de uitkomst van de berekening, bedoeld in artikel 65, eerste lid, onderdeel b;
c. voor zover het uitstaande depots ten behoeve van uitvaarten betreft: een procent van het depotbedrag;
d. voor alle verzekeringen: 0,3 procent van het risicokapitaal bij overlijden, vermenigvuldigd met de verhouding, welke ten minste vijftig procent bedraagt, tussen het risicokapitaal verminderd met het bedrag van de overdrachten uit hoofde van herverzekering en het risicokapitaal in het afgelopen boekjaar; en
e. voor zover het aanvullende verzekeringen betreft: achttien procent van de in het afgelopen boekjaar geboekte premies en van de in rekening gebrachte poliskosten, voor zover deze premies en kosten niet meer bedragen dan € 10 miljoen, vermeerderd met zestien procent van deze premies en kosten, voor zover deze meer bedragen dan € 10 miljoen. De uitkomst van de berekening, bedoeld in de vorige volzin, wordt vermenigvuldigd met de verhouding, welke ten minste vijftig procent bedraagt, tussen de uitkeringen die voor eigen rekening komen van de natura-uitvaartverzekeraar na overdracht uit hoofde van herverzekering en de bruto uitkeringen in het laatste boekjaar.
De verzekeraar maakt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, gebruik van de standaardformule, bedoeld in artikel 103 van de richtlijn solvabiliteit II, zonder toepassing van de in onderdeel c van dat artikel bedoelde correctie voor het verliesabsorberend vermogen van de technische voorzieningen. Titel I, hoofdstuk VI, afdeling 4, onderafdeling 2, van de richtlijn solvabiliteit II en titel I, hoofdstuk V, van de verordening solvabiliteit II zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verzekeraar de vereenvoudigde berekeningsmethoden als bedoeld in de artikelen 89 tot en met 112 van de verordening, kan toepassen, mits:
**2.** Artikel 65, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
a. deze berekeningsmethoden passen bij de aard, omvang en complexiteit van de risicos van de verzekeraar en deze berekeningen niet leiden tot een significante onderschatting van het solvabiliteitskapitaalvereiste;
b. het gebruik ervan goed wordt onderbouwd en vastgelegd;
c. ten aanzien van de toepassing van de berekeningsmethoden een bestendige gedragslijn wordt gevolgd.
**3.** Artikel 65, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**4.**
De verzekeraar kan bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste rekening houden met:
a. aanwezige risicomitigerende instrumenten, mits deze aantoonbaar effectief zijn en niet resulteren in een materieel basisrisico als bedoeld in artikel 1, punt 25, van de verordening solvabiliteit II;
b. toekomstige risicomitigerende instrumenten, mits deze realistisch zijn en aantoonbaar voortvloeien uit de reguliere bedrijfsvoering, het gevoerde risicobeheer of het afdekkingsbeleid.
### Artikel 67
**1.**
Het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, of 3:58, eerste of tweede lid, van de wet bedraagt het product van het op grond van onderdeel c van dit lid berekende percentage, vermenigvuldigd met het hoogste van de op grond van de onderdelen a en b van dit lid berekende bedragen. De bedragen en het percentage worden als volgt berekend:
a. achttien procent van de in het afgelopen boekjaar geboekte dan wel verdiende premies, naargelang welk bedrag het hoogst is en van de in rekening gebrachte poliskosten, voor zover deze premies en kosten niet meer bedragen dan € 61,3 miljoen, vermeerderd met zestien procent van deze premies en kosten voor zover deze meer bedragen dan € 61,3 miljoen;
b. 26 procent van de gemiddeld geboekte bruto schaden in de afgelopen drie boekjaren en van de gemiddelde toevoeging aan de schadevoorziening in deze jaren, voor zover deze schaden en toevoeging niet meer bedragen dan € 42,9 miljoen, vermeerderd met 23 procent van deze schaden en toevoeging, voor zover deze meer bedragen dan € 42,9 miljoen;
c. de verhouding, welke ten minste vijftig procent bedraagt, tussen de schaden die voor eigen rekening komen van de verzekeraar na overdracht uit hoofde van herverzekering en de bruto schaden in de afgelopen drie boekjaren.
**2.** Voor zover het de berekening met betrekking tot de branches Aansprakelijkheid luchtvaartuigen, Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen en Algemene aansprakelijkheid betreft, worden de geboekte dan wel verdiende premies, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of de geboekte bruto schaden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, met vijftig procent verhoogd. De Nederlandsche Bank kan besluiten dat voor de toerekening van de geboekte dan wel verdiende premies of geboekte bruto schaden aan de genoemde branches gebruik kan worden gemaakt van statistische methoden.
**3.** Voor zover het een schadeverzekeraar betreft die in hoofdzaak ten minste een van de risicos van kredietschade, stormschade, hagelschade of vorstschade dekt, wordt in de berekening en de verhouding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b onderscheidenlijk onderdeel c, uitgegaan van de afgelopen zeven boekjaren.
**4.** Voor zover het de branche Hulpverlening betreft, wordt voor het bedrag van de geboekte bruto schaden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, uitgegaan van de voor de schadeverzekeraar uit de verleende hulp voortvloeiende kosten.
**5.** Voor de toepassing van dit artikel worden ontvangen premies en betaalde of te betalen schaden in verband met schadeverzekeringen, die ingevolge de internationale jaarrekeningstandaarden niet als zodanig worden aangemerkt, in aanmerking genomen.
**6.** Indien het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge zoals berekend overeenkomstig dit artikel lager is dan het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van het voorafgaande boekjaar, dan bedraagt het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge ten minste de uitkomst van de volgende berekening: het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van het voorafgaande boekjaar wordt vermenigvuldigd met de verhouding, welke ten hoogste honderd procent bedraagt, tussen de bedragen voor technische voorzieningen voor te betalen schaden verminderd met het bedrag van de overdrachten uit herverzekering aan het einde van het boekjaar en de bedragen voor technische voorzieningen voor te betalen schaden verminderd met het bedrag van de overdrachten uit herverzekering aan het begin van het boekjaar.
**7.** Artikel 65, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**8.** Artikel 49, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op de bedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b.
**9.** De Nederlandsche Bank kan op aanvraag besluiten dat voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, bedragen die op een entiteit voor risico-acceptatie kunnen worden verhaald, worden beschouwd als een overdracht uit hoofde van herverzekering.
Op de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste volgens de standaardformule overeenkomstig artikel 65 of 66 zijn de overgangsmaatregelen, bedoeld in artikel 308 ter, twaalfde en dertiende lid, van de richtlijn solvabiliteit II van toepassing dan wel van overeenkomstige toepassing, tenzij een verzekeraar gebruik maakt van de overgangsmaatregel, bedoeld in artikel 308 quinquies van die richtlijn.
### Artikel 68
**1.**
Het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van een herverzekeraar die zijn bedrijf uitoefent in de activiteit schadeherverzekering of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, 3:58, eerste of tweede lid, 3:61, eerste lid, of 3:62, eerste lid, van de wet bedraagt een derde van het overeenkomstig artikel 64c onderscheidenlijk artikel 67 berekende bedrag voor het gedeelte dat betrekking heeft op ziektekostenverzekeringen indien die verzekeringen op analoge wijze als levensverzekeringen worden beheerd en:
a. de geheven premie volgens verzekeringswiskundige methoden wordt berekend;
b. een actuarieel berekende ouderdomsvoorziening wordt gevormd;
c. een aanvullende premie wordt geheven om een reële veiligheidsmarge te vormen;
d. de herverzekeraar of schadeverzekeraar de ziektekostenverzekering uiterlijk voor het einde van het derde verzekeringsjaar kan opzeggen; en
e. in de ziektekostenverzekering de mogelijkheid is opgenomen om ook voor lopende verzekeringen de premies te verhogen of de verstrekkingen te verminderen.
**2.** Bij ministeriële regeling kan het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge, bedoeld in het eerste lid, worden verhoogd tot ten hoogste het overeenkomstig artikel 64c onderscheidenlijk artikel 67 berekende bedrag, indien de ingevolge paragraaf 4.2 van de Zorgverzekeringswet gestelde regels met betrekking tot de risicoverevening daartoe aanleiding geven.
Een herverzekeraar die zijn bedrijf uitoefent in de activiteit schadeherverzekering of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, 3:58, eerste of tweede lid, 3:61, eerste lid, of 3:62, eerste lid, van de wet en daarbij zorgverzekeringen als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet herverzekert onderscheidenlijk sluit, kan zijn solvabiliteitskapitaalvereiste berekenen met toepassing van artikel 149 van de verordening solvabiliteit II.
### Paragraaf 10.2. Gebruik van interne modellen
@ -1591,23 +1555,41 @@ e. in de ziektekostenverzekering de mogelijkheid is opgenomen om ook voor lopend
**5.** Indien de Nederlandsche Bank van oordeel is dat de bank of beleggingsonderneming niet in staat is om uitvoering te geven aan het plan, bedoeld in het vierde lid, en de bank of beleggingsonderneming niet heeft aangetoond dat het niet voldoen aan de vereisten van ondergeschikt belang is, trekt zij de toestemming voor het gebruik van het interne model in of beperkt zij de toestemming tot de onderdelen ten aanzien waarvan wel aan de vereisten wordt voldaan of binnen een redelijke termijn kan worden voldaan.
### Paragraaf 10.3. Samenstelling van de solvabiliteitsmarge
### Paragraaf 10.3. Samenstelling van de solvabiliteit van verzekeraars
### Artikel 70
Vervallen
**1.** Het eigen vermogen van een verzekeraar wordt gevormd door het eigen vermogen, bedoeld in artikel 87 van de richtlijn solvabiliteit II, ingedeeld in tiers overeenkomstig de artikelen 93 tot en met 96 van die richtlijn, voor zover dat overeenkomstig artikel 98 van de richtlijn, en met inachtneming van artikel 82, eerste en derde lid, van de verordening solvabiliteit II, in aanmerking komt ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste. Het bij de berekening van het eigen vermogen in aanmerking te nemen bedrag aan aanvullend vermogen behoeft de voorafgaande goedkeuring van de Nederlandsche Bank overeenkomstig artikel 90 van de richtlijn solvabiliteit II.
**2.** Met betrekking tot de indeling van het eigen vermogen in tier 1 en tier 2, is de overgangsmaatregel, bedoeld in artikel 308 ter, negende onderscheidenlijk tiende lid, van de richtlijn solvabiliteit II van toepassing, tenzij een verzekeraar gebruik maakt van de overgangsmaatregel, bedoeld in artikel 308 quinquies van die richtlijn.
### Paragraaf 10.4. De waarden die dienen tot dekking van het minimumkapitaalvereiste en het solvabiliteitskapitaalvereiste
### Artikel 71
Vervallen
De waarden die dienen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste van een bijkantoor van een levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:59, tweede lid, van de wet of een verzekeraar met beperkte risico-omvang als bedoeld in artikel 3:62, tweede lid, van de wet zijn aanwezig in Nederland tot het bedrag van het minimumkapitaalvereiste en voor het meerdere in één of meer lidstaten.
### Paragraaf 10.5. Aanhouden van balansposten en posten buiten de balanstelling
### Artikel 72
Vervallen
**1.** Op een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:57, vijfde lid, van de wet zijn de eisen betreffende grote risicoblootstellingen ingevolge deel 4 van de verordening kapitaalvereisten van overeenkomstige toepassing.
**2.** Op een kredietunie als bedoeld in artikel 3:57, zesde lid, van de wet zijn de eisen betreffende grote risicoblootstellingen ingevolge deel 4 van de verordening kapitaalvereisten van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de minimum omvang van het toetsingvermogen in afwijking van artikel 61, eerste lid, van dit besluit, 20 procent bedraagt voor het meerdere van grote risicoblootstellingen boven 15 procent van het aanwezige in aanmerking komende toetsingsvermogen.
### Artikel 73
Vervallen
**1.** Een beheerder van een icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten, of bewaarder van een icbe als bedoeld in artikel 3:57, vijfde lid, van de wet verstrekt geen kredieten voor rekening van derden, stelt zich niet garant en gaat geen borgtochtverplichtingen aan.
**2.** Een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid verkoopt geen financiële instrumenten die de instelling voor collectieve belegging in effecten niet in eigendom heeft.
**3.**
De financiële onderneming gaat niet als debiteur geldleningen aan met uitzondering van:
a. kortlopende leningen die gezamenlijk niet meer bedragen dan tien procent van de activa van de instelling voor collectieve belegging in effecten;
b. leningen voor het verwerven van onroerende zaken die rechtstreeks noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de werkzaamheden van de beleggingsmaatschappij en die gezamenlijk niet meer bedragen dan tien procent van haar activa, voor zover de omvang van deze geldleningen tezamen met de omvang van de in onderdeel a genoemde leningen niet meer bedraagt dan vijftien procent van haar activa; of
c. leningen met als doel de verwerving van vreemde valuta waardoor de netto schuld van de instelling voor collectieve belegging in effecten niet verandert of zal veranderen.
### Artikel 74
@ -1683,14 +1665,7 @@ Vervallen
### Artikel 89
**1.** Bij de berekening van de aanwezige solvabiliteitsmarge, bedoeld in de artikelen 95 tot en met 98, wordt per afzonderlijke post rekening gehouden met het voorzienbare bedrag van de daarover verschuldigde belastingen. De vermogensbestanddelen bedoeld in artikel 95, tweede lid, alsmede de waarden die tegenover de vermogensbestanddelen staan, staan onmiddellijk en zonder beperkingen ter beschikking van de desbetreffende onderneming.
**2.**
De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot:
a. het bij de berekening van de aanwezige solvabiliteitsmarge gelijkstellen van hybride kapitaalinstrumenten aan vermogensbestanddelen, bedoeld in de artikelen 95, tweede lid, en 96;
b. het aanmerken van activa als immateriële activa als bedoeld in artikel 95, derde lid, onderdeel e.
Vervallen
### Artikel 90
@ -1706,36 +1681,7 @@ Vervallen
### Artikel 92
**1.** Het aanvullend kapitaal wordt gevormd door het hoger aanvullend kapitaal en het lager aanvullend kapitaal.
**2.**
Het hoger aanvullend kapitaal wordt gevormd door de waarde van:
a. de herwaarderingsreserves, voor zover niet reeds in aanmerking genomen voor de bepaling van het kernkapitaal en voor zover niet ontstaan door nog niet tot het resultaat gerekende waardeveranderingen van afdekkingstransacties of door waardering van rentedragende waarden tegen de actuele waarde;
b. het gestorte deel op schuldtitels met onbepaalde looptijd en andere financieringsinstrumenten indien:
1°. aflossing slechts plaatsvindt indien de Nederlandsche Bank daartoe, op verzoek van de financiële onderneming, instemming verleent;
2°. de schuldovereenkomst bepaalt dat de financiële onderneming de rentebetaling over de schuld mag uitstellen;
3°. de documenten inzake de uitgifte van de schuldtitels bepalen dat schuld en niet betaalde rente kunnen worden gebruikt om verliezen op te vangen, terwijl de financiële onderneming haar werkzaamheden kan voortzetten; en
4°. de vorderingen van de crediteur volledig achtergesteld zijn bij die van alle niet-achtergestelde crediteuren;
c. cumulatief preferente aandelen met onbepaalde looptijd, voor zover deel uitmakend van het gestorte kapitaal; en
d. het belang van derden, voor zover het vermogensbestanddelen als bedoeld in dit lid omvat.
**3.**
Het lager aanvullend kapitaal wordt gevormd door de waarde van:
a. aansprakelijkheidsverplichtingen van leden, indien het een coöperatie betreft, te weten het niet gestorte kapitaal en statutaire verplichtingen van die leden tot het doen van aanvullende niet-aflosbare stortingen bij verlies, indien die stortingen in dat geval onmiddellijk gevorderd kunnen worden;
b. preferente en cumulatief preferente aandelen met een vaste looptijd, voor zover deel uitmakend van het gestorte kapitaal;
c. het gestorte deel op langlopende achtergestelde leningen indien:
1°. de vorderingen van de crediteur, voor zover het de terugbetaling van het leningbedrag betreft, volledig achtergesteld zijn bij die van alle andere crediteuren;
2°. de achtergestelde lening een vaste looptijd van oorspronkelijk ten minste vijf jaar of, indien de looptijd onbepaald is, een opzeggingstermijn van ten minste vijf jaar heeft;
3°. vervroegde aflossing slechts plaatsvindt indien de Nederlandsche Bank daartoe, op verzoek van de financiële onderneming, besluit;
4°. de hoogte tot welke de achtergestelde lening in aanmerking kan worden genomen als lager aanvullend kapitaal lineair wordt verlaagd gedurende ten minste de vijf jaar die voorafgaan aan de datum van de aflossing; en
5°. de leningovereenkomst geen bepaling bevat op grond waarvan de achtergestelde lening voor het einde van de looptijd, anders dan bij liquidatie, moet worden afgelost; en
d. het belang van derden, voor zover het vermogensbestanddelen als bedoeld in dit lid omvat.
Vervallen
### Artikel 93
@ -1747,107 +1693,35 @@ Vervallen
### Artikel 95
**1.** De aanwezige solvabiliteitsmarge van een verzekeraar als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, 3:58, eerste of tweede lid, of 3:61, eerste of tweede lid, van de wet wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in het tweede lid, verminderd met de waarde van de posten, bedoeld in het derde lid.
**2.**
De vermogensbestanddelen, bedoeld in het eerste lid, zijn:
a. het gestorte aandelenkapitaal of waarborgkapitaal, indien van toepassing vermeerderd met de ledenrekeningen indien:
1°. de ledenrekeningen statutair een achtergesteld karakter hebben;
2°. de statuten bepalen dat vanaf de ledenrekeningen slechts betalingen aan de leden plaatsvinden indien daardoor de solvabiliteitsmarge niet daalt beneden het minimumbedrag, dan wel indien bij liquidatie van de verzekeraar alle andere schulden zijn voldaan;
3°. de statuten bepalen dat elke betaling vanaf de ledenrekeningen voor andere doeleinden dan voor de individuele opzegging van het lidmaatschap niet eerder plaatsvindt dan dertig dagen na kennisgeving ervan aan de Nederlandsche Bank; de Nederlandsche Bank kan besluiten dat een voorgenomen betaling niet mag plaatsvinden; en
4°. de statutaire bepalingen met betrekking tot de ledenrekeningen slechts kunnen worden gewijzigd indien de Nederlandsche Bank daartoe, op verzoek, besluit;
b. de reserves, waaronder de herwaarderingsreserves voor zover deze niet zijn ontstaan door nog niet tot het resultaat gerekende waardeveranderingen van afdekkingstransacties;
c. de onverdeelde winst, verminderd met uit te keren dividenden; en
d. het negatieve verschil tussen de uitkomst van de netto-vermogensmutatiemethode en de uitkomst van de vermogensmutatiemethode of de kostprijs van belangen in dochtermaatschappijen, in deelnemingen in maatschappijen waarin de verzekeraar invloed van betekenis uitoefent op het zakelijke en financiële beleid en in rechtspersonen waarin wordt deelgenomen volgens een onderlinge regeling tot samenwerking.
**3.**
De posten, bedoeld in het eerste lid, zijn:
a. de reserves, voor zover ontstaan door ongerealiseerde resultaten op de eigen kredietwaardigheid van de verzekeraar;
b. de egalisatiereserve voor de branche Krediet, bedoeld in artikel 114, tweede lid;
c. het onverdeelde verlies;
d. de boekwaarde van de door de verzekeraar uitgegeven effecten en van afgeleide financiële instrumenten op door de verzekeraar uitgegeven effecten, voor zover het vermogensbestanddelen als bedoeld in het tweede lid omvat;
e. immateriële activa;
f. deelnemingen als bedoeld in artikel 3:268, eerste lid, onderdeel b, van de wet in een beleggingsonderneming, financiële instelling, bank, verzekeraar of verzekeringsholding als bedoeld in artikel 3:268, eerste lid, onderdeel j, van de wet; en
g. indien de verzekeraar een deelneming als bedoeld in onderdeel f aanhoudt: de posten, bedoeld in de artikelen 92, tweede lid, onderdelen b en c, en derde lid, onderdelen b en c, en 96, die tot de solvabiliteitsmarge dan wel het toetsingsvermogen van de financiële onderneming, bedoeld in onderdeel f, worden gerekend.
**4.** De Nederlandsche Bank kan, op verzoek, besluiten dat een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid, al dan niet voor bepaalde tijd, zijn aanwezige solvabiliteitsmarge niet hoeft te verminderen met de waarde van de posten, bedoeld in het derde lid, onderdelen f en g, indien deze posten tijdelijk worden gehouden met het oog op een financiële bijstandsoperatie, bedoeld om de financiële onderneming, bedoeld in het derde lid, onderdeel f, te saneren of te redden.
**5.** Een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid kan, in plaats van de vermindering met de waarde van de posten, bedoeld in het derde lid, onderdelen f en g, de methodes 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage A of B, van het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft op overeenkomstige wijze toepassen, met dien verstande dat methode 1 uitsluitend kan worden toegepast indien de Nederlandsche Bank, op verzoek, heeft besloten dat hem dat is toegestaan. De Nederlandsche Bank besluit hiertoe indien het geïntegreerd beheer en de interne controle van de in de consolidatie te betrekken ondernemingen voldoende zijn.
**6.** De Nederlandsche Bank kan een verzekeraar op diens verzoek toestaan de aanwezige solvabiliteitsmarge te berekenen met overeenkomstige toepassing van de berekeningsmethode uit artikel 473 van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2013, L 176).
Vervallen
### Artikel 96
De aanwezige solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 95, eerste lid, wordt tevens gevormd door de waarde van:
a. cumulatief preferente aandelen;
b. het gestorte deel op achtergestelde leningen indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 92, derde lid, onderdeel c, onder 1° tot en met 5°, en de leningovereenkomst slechts gewijzigd kan worden indien de Nederlandsche Bank daartoe, op verzoek, besluit; en
c. het gestorte deel op schuldtitels met onbepaalde looptijd en andere financieringsinstrumenten indien aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 92, tweede lid, onderdeel b, onder 1° tot en met 4°, is voldaan.
Vervallen
### Artikel 97
**1.**
De Nederlandsche Bank kan er, op verzoek, mee instemmen dat de verzekeraar bij de berekening van de aanwezige solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 95, eerste lid, tevens de waarde betrekt van:
a. meerwaarden in verband met de onderwaardering van activa of overwaardering van de technische voorzieningen ingevolge artikel 121, vierde lid;
b. suppletiebijdragen die een onderlinge waarborgmaatschappij die het bedrijf van herverzekeraar die zijn bedrijf uitoefent in de activiteit schadeherverzekering, natura-uitvaartverzekeraar of schadeverzekeraar uitoefent, tijdens het boekjaar krachtens de statuten van haar leden kan eisen tot maximaal vijftig procent van het verschil tussen de maximumbijdragen en de werkelijk gevorderde bedragen; of
c. de helft van het geplaatste, niet-gestorte kapitaal of van het in aandelen verdeeld waarborgkapitaal indien van het geplaatste kapitaal minimaal 25 procent is gestort.
**2.** De Nederlandsche Bank stelt nadere regels met betrekking tot de voorwaarden waaronder de suppletiebijdragen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, bij de berekening kunnen worden betrokken.
Vervallen
### Artikel 98
**1.**
Voor de toepassing van de artikelen 95 tot en met 97 ten aanzien van herverzekeraars, levensverzekeraars en schadeverzekeraars:
a. wordt de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 95, tweede lid, verminderd met de waarde van de posten, bedoeld in artikel 95, derde lid, volledig voor de berekening van de aanwezige solvabiliteitsmarge in aanmerking genomen;
b. wordt de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in de artikelen 96 en 97, voor zover het niet betreft de meerwaarden in verband met de onderwaardering van activa of overwaardering van de technische voorzieningen ingevolge artikel 121, vierde lid, voor de berekening van de aanwezige solvabiliteitsmarge gezamenlijk slechts in aanmerking genomen voor zover deze niet meer bedraagt dan vijftig procent van het totaal van de aanwezige solvabiliteitsmarge of het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge, naar gelang welk bedrag het laagst is; en
c. wordt de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 96, onderdelen a en b, met een vaste looptijd voor de berekening van de aanwezige solvabiliteitsmarge gezamenlijk slechts in aanmerking genomen voor zover deze niet meer bedragen dan 25 procent van het totaal van de aanwezige solvabiliteitsmarge of het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge, naar gelang welk bedrag het laagst is.
**2.**
Voor de toepassing van de artikelen 95 tot en met 97 ten aanzien van natura-uitvaartverzekeraars:
a. wordt de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 95, tweede lid, verminderd met de waarde van de posten, bedoeld in artikel 95, derde lid, volledig voor de berekening van de aanwezige solvabiliteitsmarge in aanmerking genomen;
b. wordt de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in de artikelen 96 en 97, eerste lid, onderdeel b, voor de berekening van de aanwezige solvabiliteitsmarge gezamenlijk slechts in aanmerking genomen voor zover deze niet meer bedraagt dan vijftig procent van het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge; en
c. wordt de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 96, onderdelen a en b, met een vaste looptijd voor de berekening van de aanwezige solvabiliteitsmarge gezamenlijk slechts in aanmerking genomen voor zover deze niet meer bedraagt dan 25 procent van het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge.
**3.** Voor de berekening van de aanwezige solvabiliteitsmarge van een herverzekeraar die zijn bedrijf uitoefent in de activiteit levensherverzekering, levensverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar wordt niet meegerekend het positieve verschil tussen de gedisconteerde technische voorzieningen die niet worden gedekt door rentedragende beleggingen met dezelfde looptijd, berekend met een voorzichtige vaste disconteringsvoet en met de disconteringsvoet die is gebruikt voor de toets, bedoeld in artikel 121, tweede lid, tenzij hiermee reeds rekening gehouden is in de balanswaardering van de technische voorzieningen. De Nederlandsche Bank stelt de voorzichtige vaste disconteringsvoet vast.
**4.** Voor de berekening van de aanwezige solvabiliteitsmarge van een herverzekeraar die zijn bedrijf uitoefent in de activiteit schadeherverzekering of schadeverzekeraar, die overeenkomstig artikel 121, tweede lid, de toets naar de toereikendheid van de balanswaarde van de voorzieningen uitvoert, wordt niet meegerekend het positieve verschil tussen de uitkomst van de toets zonder discontering en de balanswaarde van de technische voorzieningen, bedoeld in artikel 121, vierde lid, voor alle verplichtingen die geen verband houden met de branches Ongevallen en Ziekte en die niet resulteren in periodieke uitkeringen. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de in de toets naar de toereikendheid van de balanswaarde van de voorzieningen betrokken verplichtingen die verband houden met de branches Ongevallen en Ziekte of die resulteren in periodieke uitkeringen.
Vervallen
### Artikel 99
**1.** De artikelen 89, 95, 96, 97, eerste lid, voor zover dit lid niet de meerwaarden op grond van winstverwachtingen betreft, en 98, eerste, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op het garantiefonds van een herverzekeraar, levensverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, 3:58, eerste of tweede lid, 3:61, eerste lid, onderscheidenlijk 3:62, eerste of tweede lid, van de wet.
**2.** De artikelen 89, 95 tot en met 97 en 98, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op het garantiefonds van een natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, of 3:61, eerste of tweede lid, van de wet.
Vervallen
### Artikel 100
**1.** De artikelen 89, 95 tot en met 97, 98, eerste, derde en vierde lid, en 99, zijn van overeenkomstige toepassing op bijkantoren als bedoeld in artikel 3:59, eerste lid, van de wet.
**2.** De artikelen 89, 95 tot en met 97, 98, tweede en derde lid, en 99, zijn van overeenkomstige toepassing op bijkantoren als bedoeld in artikel 3:62, eerste lid, van de wet.
### Paragraaf 10.4. De waarden die dienen tot dekking van het garantiefonds en het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge
Vervallen
### Artikel 101
**1.** De waarden die dienen tot dekking van het garantiefonds van een bijkantoor als bedoeld in artikel 3:59, eerste lid, of 3:62, eerste lid, van de wet zijn aanwezig in Nederland.
**2.** De waarden die dienen tot dekking van het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van een bijkantoor als bedoeld in het eerste lid zijn aanwezig in één of meer lidstaten.
### Paragraaf 10.5. Aanhouden van balansposten en posten buiten de balanstelling
Vervallen
### Artikel 102
Op een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:57, zesde lid, van de wet zijn de eisen betreffende grote risicoblootstellingen ingevolge deel 4 van de verordening kapitaalvereisten van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
### Artikel 103
@ -1855,17 +1729,7 @@ Vervallen
### Artikel 104
**1.** Een beheerder van een icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten, of bewaarder van een icbe als bedoeld in artikel 3:57, zesde lid, van de wet verstrekt geen kredieten voor rekening van derden, stelt zich niet garant en gaat geen borgtochtverplichtingen aan.
**2.** Een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid verkoopt geen financiële instrumenten die de instelling voor collectieve belegging in effecten niet in eigendom heeft.
**3.**
De financiële onderneming gaat niet als debiteur geldleningen aan met uitzondering van:
a. kortlopende leningen die gezamenlijk niet meer bedragen dan tien procent van de activa van de instelling voor collectieve belegging in effecten;
b. leningen voor het verwerven van onroerende zaken die rechtstreeks noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de werkzaamheden van de beleggingsmaatschappij en die gezamenlijk niet meer bedragen dan tien procent van haar activa, voor zover de omvang van deze geldleningen tezamen met de omvang van de in onderdeel a genoemde leningen niet meer bedraagt dan vijftien procent van haar activa; of
c. leningen met als doel de verwerving van vreemde valuta waardoor de netto schuld van de instelling voor collectieve belegging in effecten niet verandert of zal veranderen.
Vervallen
## Hoofdstuk 10a. Kapitaalbuffer
@ -1979,7 +1843,7 @@ d. andere informatie die noodzakelijk is voor een adequate beoordeling van het k
### Artikel 106
De liquiditeit van een bank, clearinginstelling of icbe als bedoeld in artikel 3:63, eerste lid, 3:64 of 3:65 van de wet is voldoende, indien de aanwezige liquiditeit, bedoeld in artikel 111 of 112, ten minste gelijk is aan de ingevolge artikel 108, onderscheidenlijk artikel 109, vereiste liquiditeit.
De liquiditeit van een bank, clearinginstelling, kredietunie of icbe als bedoeld in artikel 3:63, eerste lid, 3:64 of 3:65 van de wet is voldoende, indien de aanwezige liquiditeit, bedoeld in artikel 111 of 112, ten minste gelijk is aan de ingevolge artikel 108, onderscheidenlijk artikel 109, vereiste liquiditeit.
### Artikel 106a
@ -1991,11 +1855,11 @@ De liquiditeit van een bank, clearinginstelling of icbe als bedoeld in artikel 3
**1.**
Het is een bank of clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:63, 3:64 of 3:65 van de wet toegestaan om:
Het is een bank, clearinginstelling of kredietunie als bedoeld in artikel 3:63, 3:64 of 3:65 van de wet toegestaan om:
a. zowel de te ontvangen rente bij de aanwezige liquiditeit als de te betalen rente bij de vereiste liquiditeit mee te rekenen;
b. dochtermaatschappijen en bijkantoren die elk minder dan één procent uitmaken van het balanstotaal niet te betrekken bij de liquiditeitsberekeningen, indien ten minste 95 procent van het totale geconsolideerde balanstotaal wordt betrokken in de berekening;
c. middellijke deelnemingen en bijkantoren van deelnemingen waarbij geen sprake is van, in verhouding tot de bank of clearinginstelling als geheel, grote liquiditeitsbehoefte terwijl de liquiditeitsvoorziening ervan in belangrijke mate afhankelijk is van de moederonderneming onderscheidenlijk het hoofdkantoor, niet te betrekken bij de liquiditeitsberekeningen; of
c. middellijke deelnemingen en bijkantoren van deelnemingen waarbij geen sprake is van, in verhouding tot de bank, clearinginstelling of kredietunie als geheel, grote liquiditeitsbehoefte terwijl de liquiditeitsvoorziening ervan in belangrijke mate afhankelijk is van de moederonderneming onderscheidenlijk het hoofdkantoor, niet te betrekken bij de liquiditeitsberekeningen; of
d. een liquiditeitstekort in convertibele of inconvertibele valutas te compenseren met een overschot in convertibele valutas, voor zover afkomstig uit een land van waaruit vrije overdracht van liquiditeiten mogelijk is.
**2.** Indien een bank of clearinginstelling kiest voor toepassing van het eerste lid, onderdeel b of c, betrekt zij de intragroepstransacties in de berekening van de liquiditeit.
@ -2008,7 +1872,9 @@ d. een liquiditeitstekort in convertibele of inconvertibele valutas te compen
**1.** De vereiste liquiditeit van een bank of clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:63, 3:64 of 3:65 van de wet bedraagt de som van de gewogen uitgaande kasstromen op basis van de kalenderposten, vermeerderd met de niet in de vervalkalender opgenomen gewogen toevertrouwde middelen en overige posten die opgevraagd kunnen worden of tot een betalingsverplichting kunnen leiden, gedurende de weekperiode respectievelijk de maandperiode.
**2.** De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde posten en de weging daarvan.
**2.** De vereiste liquiditeit van een kredietunie als bedoeld in artikel 3:63 van de wet bedraagt de som van de gewogen uitgaande kasstromen op basis van de kalenderposten, vermeerderd met de niet in de vervalkalender opgenomen gewogen toevertrouwde middelen en overige posten die opgevraagd kunnen worden of tot een betalingsverplichting kunnen leiden, gedurende de maandperiode.
**3.** De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de in het eerste en tweede lid bedoelde posten en de weging daarvan.
### Artikel 109
@ -2034,7 +1900,7 @@ a. financiële instrumenten op basis waarvan op korte termijn liquide middelen k
b. onmiddellijk opeisbaar interbancair actief; en
c. onmiddellijk opeisbare vorderingen op overheden en professionele geldmarktpartijen.
**3.** De aanwezige liquiditeit van de financiële onderneming in de maandperiode wordt gevormd door de gewogen voorraadposten en de gewogen kasinstroom gedurende de maandperiode.
**3.** De aanwezige liquiditeit van de bank, clearinginstelling of kredietunie in de maandperiode wordt gevormd door de gewogen voorraadposten en de gewogen kasinstroom gedurende de maandperiode.
**4.**
@ -2067,244 +1933,98 @@ e. onvoorwaardelijke garanties van banken en verzekeraars die een vergunning als
Vervallen
## Hoofdstuk 12. Technische voorzieningen
## Hoofdstuk 12. Technische voorzieningen en beleggingsbeleid verzekeraars
### Paragraaf 12.1. De berekening van de technische voorzieningen
### Artikel 114
**1.** Een entiteit voor risico-acceptatie als bedoeld in artikel 3:67, eerste lid, of artikel 3:68a, eerste lid, van de wet, een herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:67, eerste lid, of 3:68a, eerste lid, van de wet, of een levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:67, eerste lid, of 3:68, eerste lid, van de wet, of een natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in artikel 3:67, eerste lid, of 3:69, eerste lid, van de wet houdt, met inachtneming van artikel 427, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek de technische voorzieningen, bedoeld in artikel 435, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, aan voor zover deze op haar onderscheidenlijk hem van toepassing zijn.
**2.** Een schadeverzekeraar als bedoeld in het eerste lid die zijn jaarrekening opstelt overeenkomstig de internationale jaarrekeningstandaarden houdt voor de branche Krediet, in plaats van een egalisatievoorziening, een egalisatiereserve aan. Voor de toepassing van dit besluit wordt de egalisatiereserve aangemerkt als technische voorziening.
**3.** Een entiteit voor risico-acceptatie of een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid kan afwijken van de indeling, bedoeld in artikel 435, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, of van de berekening van de technische voorzieningen, bedoeld in de artikelen 115 tot en met 119, indien de internationale jaarrekeningstandaarden zulks voorschrijven.
### Artikel 114a
De waarden, die tegenover de technische voorzieningen staan die door een entiteit voor risico-acceptatie als bedoeld in artikel 3:67, eerste lid, of artikel 3:68a, eerste lid, van de wet, worden aangehouden, zijn gelijk aan het bedrag dat maximaal wordt uitgekeerd door de entiteit voor risico-acceptatie indien het gedekte risico zich voordoet.
Een verzekeraar met zetel in Nederland, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, berekent de door hem aan te houden technische voorzieningen overeenkomstig de artikelen 76 tot en met 83 van de richtlijn solvabiliteit II, met inachtneming van titel I, hoofdstuk III, van de verordening solvabiliteit II.
### Artikel 115
**1.**
**1.** Een verzekeraar als bedoeld in artikel 114 kan bij het berekening van de technische voorzieningen, na voorafgaande goedkeuring van de Nederlandsche Bank, gebruik maken van hetzij de overgangsmaatregel, bedoeld in artikel 308 quater van de richtlijn solvabiliteit II, hetzij de overgangsmaatregel, bedoeld in artikel 308 quinquies van die richtlijn.
De door een verzekeraar als bedoeld in artikel 114, eerste lid, aan te houden voorziening voor niet-verdiende premies en lopende risicos, waaronder de catastrofevoorziening indien deze is getroffen, omvat onder meer:
**2.** Een verzekeraar die gebruik maakt van een overgangsmaatregel als bedoeld in het eerste lid en vaststelt dat hij zonder toepassing van die overgangsmaatregel niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste zou voldoen, geeft hiervan onverwijld kennis aan de Nederlandsche Bank en treft de in artikel 308 sexies, tweede en derde alinea, van de richtlijn solvabiliteit II bedoelde maatregelen.
a. de in het boekjaar ontvangen premies ter zake van risicos die op het daarop volgende boekjaar of boekjaren betrekking hebben; en
b. de schaden en kosten uit lopende verzekeringen die na afloop van het boekjaar kunnen ontstaan en die niet gedekt kunnen worden door de voorziening die betrekking heeft op de niet-verdiende premies tezamen met de in het daarop volgende boekjaar of boekjaren nog te ontvangen premies.
**2.** De voorziening voor niet-verdiende premies wordt voor elke schadeverzekering afzonderlijk en op voorzichtige wijze bepaald. Het gebruik van statistische of wiskundige methoden is toegestaan indien de aard van de verzekering dat toelaat en indien deze methoden naar verwachting dezelfde resultaten opleveren als de afzonderlijke berekeningen.
**3.** De Nederlandsche Bank trekt de in het eerste lid bedoelde goedkeuring in indien uit de door de verzekeraar overgelegde informatie blijkt dat het onrealistisch is dat deze aan het einde van de overgangsperiode aan het solvabiliteitskapitaalvereiste zal voldoen.
### Artikel 116
**1.**
De artikelen 76 tot en met 83 en 308 quater tot en met 308 sexies van de richtlijn solvabiliteit II en titel I, hoofdstuk III, van de verordening solvabiliteit II inzake de berekening van de technische voorzieningen zijn van overeenkomstige toepassing op de door de volgende verzekeraars aan te houden technische voorzieningen voor hun vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor aangegane verzekeringsverplichtingen:
De door een verzekeraar als bedoeld in artikel 114, eerste lid, aan te houden voorziening voor levensverzekeringen wordt berekend op basis van een voldoende voorzichtige prospectieve actuariële methode, rekening houdend met de in de toekomst te ontvangen premies en met alle toekomstige verplichtingen volgens de voor iedere lopende levensverzekering gestelde voorwaarden, met inbegrip van:
a. alle gegarandeerde uitkeringen en gegarandeerde afkoopwaarden;
b. de winstdelingen waarop de verzekeringnemer, verzekerde of gerechtigde op uitkeringen, collectief dan wel individueel recht heeft;
c. alle keuzemogelijkheden waarover de verzekeringnemer, verzekerde of gerechtigde op uitkeringen, volgens de voorwaarden van de levensverzekering beschikt; en
d. de bedrijfskosten, met inbegrip van provisies.
**2.** Artikel 115, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
**3.** In afwijking van het eerste lid kan een retrospectieve methode worden toegepast indien de op grond van die methode berekende technische voorzieningen niet lager zijn dan de voorzieningen bij toepassing van een prospectieve methode of indien het gebruik van een prospectieve methode vanwege de aard van het betrokken type levensverzekering niet mogelijk is.
a. levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is;
b. herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat.
### Artikel 117
**1.**
De door een verzekeraar als bedoeld in artikel 114, eerste lid, aan te houden voorziening voor te betalen schaden of voor te betalen uitkeringen omvat het bedrag van de te verwachten schaden, in aanmerking nemende:
De artikelen 76 tot en met 77 bis en 77 quinquies tot en met 83 van de richtlijn solvabiliteit II en titel I, hoofdstuk III, met uitzondering van afdeling 4, onderafdeling 4, van de verordening solvabiliteit II inzake de berekening van de technische voorzieningen zijn van overeenkomstige toepassing op:
a. de voor de balansdatum ontstane schaden of verplichtingen tot uitkering die zijn gemeld en nog niet zijn afgewikkeld en de schaden of verplichtingen tot uitkering die nog niet zijn gemeld;
b. de kosten die verband houden met de afwikkeling van schaden of uitkeringen; en
c. de in verband met schaden of uitkeringen te verwachten baten uit subrogatie en de verkrijging van de eigendom van verzekerde zaken.
a. verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in Nederland;
b. verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat voor wat betreft de door hen aan te houden technische voorzieningen voor hun vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor aangegane verzekeringsverplichtingen.
**2.** Artikel 115, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. In geval van periodiek te betalen uitkeringen geschiedt de bepaling volgens erkende actuariële methoden.
**2.**
**3.** Discontering van de voorziening voor te betalen schaden of voor te betalen uitkeringen, anders dan periodieke uitkeringen, is slechts toegestaan indien de afwikkeling van de schaden ten minste vier jaren na het tijdstip van het opmaken van de jaarrekening zal duren en deze afwikkeling geschiedt volgens een betrouwbaar schade-afwikkelingsschema, waarin mede rekening wordt gehouden met alle factoren die de kosten van afwikkeling van de schade verhogen. Indien de voorziening voor te betalen schaden of te betalen uitkeringen wordt verminderd ten gevolge van discontering van te betalen schaden worden in de toelichting op de balans het bedrag van de voorziening voor discontering en de gebruikte methode van discontering vermeld.
Een verzekeraar met beperkte risico-omvang als bedoeld in het eerste lid kan bij de berekening van de technische voorzieningen gebruik maken van de vereenvoudigde berekeningsmethoden als bedoeld in de artikelen 57 tot en met 61 van de verordening solvabiliteit II, mits:
**4.** Met betrekking tot een communautaire co-assurantie zijn de voorzieningen voor te betalen schaden of voor te betalen uitkeringen verhoudingsgewijs ten minste gelijk aan die welke de co-assuradeur die als eerste verzekeraar optreedt, aanhoudt volgens de regels of gebruiken die gelden in de lidstaat van waaruit de eerste verzekeraar zijn verplichtingen uit hoofde van de communautaire co-assurantie is aangegaan.
a. deze passen bij de aard, omvang en complexiteit van de risicos van de verzekeraar en deze berekeningswijzen niet leiden tot een significante onderschatting van de technische voorzieningen;
b. het gebruik ervan goed wordt onderbouwd en vastgelegd;
c. ten aanzien van de toepassing van de berekeningsmethoden een bestendige gedragslijn wordt gevolgd.
**3.** Een natura-uitvaartverzekeraar kan, in afwijking van het eerste lid, de in de technische voorzieningen begrepen risicomarge berekenen met gebruikmaking van de voor het jaar 2015 geldende methode ter berekening van passende onzekerheidsmarges, bedoeld in artikel 121, eerste lid, van dit besluit, zoals dat luidde op 31 december 2015.
**4.**
De verzekeraar kan bij de berekening van de technische voorzieningen rekening houden met:
a. aanwezige risicomitigerende instrumenten, mits deze aantoonbaar effectief zijn en niet resulteren in een materieel basisrisico als bedoeld in artikel 1, punt 25, van de verordening solvabiliteit II;
b. toekomstige risicomitigerende instrumenten, mits deze realistisch zijn en aantoonbaar voortvloeien uit de reguliere bedrijfsvoering, het gevoerde risicobeheer of het afdekkingsbeleid.
### Paragraaf 12.2. Beleggingsbeleid verzekeraars
### Artikel 118
**1.**
**1.** Het beleggingsbeleid van een verzekeraar met zetel in Nederland, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, voldoet aan het prudent person beginsel, bedoeld in artikel 132, tweede tot en met vierde lid, van de richtlijn solvabiliteit II, met inachtneming van titel I, hoofdstuk VIII, van de verordening solvabiliteit II.
Indien de verplichtingen uit hoofde van verzekeringen op het tijdstip van het opmaken van de jaarrekening redelijkerwijs niet te schatten zijn wegens het ontbreken van voldoende nauwkeurige gegevens met betrekking tot de over het tekenjaar te ontvangen premies of te betalen schaden en kosten van afwikkeling van de schade, kan door een verzekeraar als bedoeld in artikel 114, eerste lid, in afwijking van artikel 117:
a. als voorziening voor te betalen schaden of voor te betalen uitkeringen worden opgenomen:
1°. een percentage van de geboekte premies met betrekking tot het tekenjaar waarin de verzekeringen een aanvang nemen; of
2°. het positieve verschil tussen enerzijds de geboekte premies en anderzijds de betaalde schaden en kosten van afwikkeling van de schaden met betrekking tot het tekenjaar waarin de verzekeringen een aanvang nemen; of
b. ter bepaling van de voorziening voor te betalen schaden of voor te betalen uitkeringen gebruik wordt gemaakt van gegevens, bedoeld in onderdeel a, die betrekking hebben op een jaar dat ten hoogste twaalf maanden aan het boekjaar voorafgaat.
**2.** De overeenkomstig het eerste lid bepaalde voorziening moet te allen tijde toereikend zijn om aan de huidige en toekomstige verplichtingen te voldoen. Het bedrag van de voorziening wordt, zodra dat nodig blijkt, zodanig verhoogd tot het toereikend is.
**3.** Indien de berekening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt toegepast, wordt zodra voldoende nauwkeurige gegevens, bedoeld in het eerste lid, aanhef, bekend zijn, doch uiterlijk aan het einde van het derde boekjaar volgend op het in het eerste lid bedoelde tekenjaar, de voorziening voor te betalen schaden of voor te betalen uitkeringen overeenkomstig artikel 117 bepaald.
**2.** De vereisten in de door de Europese Commissie vastgestelde uitvoeringsmaatregelen als bedoeld in artikel 135, tweede lid, van de richtlijn solvabiliteit II zijn op verzekeraars die beleggen in verhandelbare effecten of andere op herverpakte kredieten gebaseerde instrumenten die voor 1 januari 2011 zijn uitgegeven, slechts van toepassing indien na 31 december 2014 nieuwe onderliggende vorderingen zijn of worden toegevoegd of vervangen.
### Artikel 119
De voorziening voor winstdeling en kortingen van een verzekeraar als bedoeld in artikel 114, eerste lid, omvat de bedragen die in de vorm van winstdeling bestemd zijn voor de verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen, voor zover deze niet hebben geleid tot verhoging van de voorziening voor levensverzekering, alsmede de bedragen die een gedeeltelijke terugbetaling van premies op grond van het resultaat van de verzekeringen vertegenwoordigen, voor zover deze niet tot verhoging van de ledenrekening hebben geleid.
Artikel 132, tweede tot en met vierde lid, van de richtlijn solvabiliteit II en titel I, hoofdstuk VIII, van de verordening solvabiliteit II inzake het beleggingsbeleid zijn van overeenkomstige toepassing op de activa van de in Nederland gelegen bijkantoren van:
a. levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is;
b. herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat.
### Artikel 120
**1.**
Artikel 132, tweede tot en met vierde lid, van de richtlijn solvabiliteit II en titel I, hoofdstuk VIII, van de verordening solvabiliteit II inzake het beleggingsbeleid zijn van overeenkomstige toepassing op:
Een herverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 114, eerste lid, houdt een egalisatievoorziening aan voor het herverzekeren van risicos in de branche Krediet onderscheidenlijk voor de branche Krediet voor:
a. alle aangegane verplichtingen indien het een herverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in Nederland betreft;
b. de vanuit zijn in Nederland gelegen bijkantoren aangegane verplichtingen indien het een herverzekeraar met zetel in een niet-aangewezen staat of een schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is betreft.
**2.**
Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. herverzekeraars met zetel in Nederland die naast de risicos van de branche Krediet risicos van een andere branche vanuit een vestiging in een lidstaat herverzekeren, indien de door hun jaarlijks geboekte premies met betrekking tot hun vanuit vestigingen in een lidstaat aangegane verplichtingen voor de risicos van de branche Krediet minder dan vier procent van het totale bedrag aan jaarlijks geboekte premies en minder dan € 2.500.000 belopen;
b. herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat die naast de risicos van de branche Krediet risicos van een andere branche vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor herverzekeren, indien de door hun jaarlijks geboekte premies met betrekking tot hun vanuit bijkantoren in Nederland aangegane verplichtingen in de herverzekering van risicos van de branche Krediet minder dan vier procent van het totale bedrag aan jaarlijks geboekte premies en minder dan € 2.500.000 belopen;
c. schadeverzekeraars met zetel in Nederland die naast de branche Krediet een of meer andere branches vanuit een vestiging in een lidstaat uitoefenen, indien de door hun jaarlijks geboekte premies met betrekking tot hun vanuit vestigingen in een lidstaat aangegane verplichtingen in de uitoefening van de branche Krediet minder dan vier procent van het totale bedrag aan jaarlijks geboekte premies en minder dan € 2.500.000 belopen; of
d. schadeverzekeraars met zetel in een staat die geen lidstaat is die naast de branche Krediet een of meer andere branches vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor uitoefenen, indien de door hun jaarlijks geboekte premies met betrekking tot hun vanuit bijkantoren in Nederland aangegane verplichtingen in de uitoefening van de branche Krediet minder dan vier procent van het totale bedrag aan jaarlijks geboekte premies en minder dan € 2.500.000 belopen.
**3.** De egalisatievoorziening wordt gevormd ter dekking van een tijdens het boekjaar in de branche Krediet geleden technisch verlies en beloopt ten minste 134 procent van het gemiddelde van de tijdens de vijf voorgaande boekjaren jaarlijks geboekte premies verminderd met het bedrag van de overdrachten uit hoofde van herverzekering en na toevoeging van de geaccepteerde herverzekeringen.
**4.** Aan de egalisatievoorziening wordt in elk van de opeenvolgende boekjaren waarin in de branche Krediet een technisch overschot werd geboekt, 75 procent van dit technisch overschot toegevoegd, totdat de voorziening gelijk is aan of hoger dan het overeenkomstig het derde lid berekende minimum.
**5.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de egalisatiereserve voor de branche Krediet, bedoeld in artikel 114, tweede lid.
a. verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in Nederland;
b. verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat voor wat betreft de activa van hun in Nederland gelegen bijkantoren.
### Artikel 121
**1.**
De waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen voor de door een verzekeraar met beperkte risico-omvang vanuit zijn vestigingen in Nederland aangegane verplichtingen zijn:
Onverminderd de artikelen 115, 116, 117 en 119 voert een verzekeraar als bedoeld in artikel 114, eerste lid, jaarlijks een toets uit naar de toereikendheid van de balanswaarde van de voorzieningen voor:
a. niet-verdiende premies en lopende risicos, waaronder de catastrofevoorziening indien deze wordt aangehouden;
b. levensverzekering;
c. te betalen schaden of voor te betalen uitkeringen;
d. winstdeling en kortingen; en
e. latente winstdelingsverplichtingen.
De verzekeraar gaat bij de uitvoering van de toets, voor zover van toepassing, uit van toekomstige betalingsverplichtingen, daarbij passende onzekerheidsmarges en methoden om toekomstige verplichtingen te waarderen op de balansdatum.
**2.** Indien discontering wordt gebruikt bij de bepaling van de balanswaarde van de voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, stelt de Nederlandsche Bank voor de toepassing van de toets, bedoeld in dat lid, onverminderd de artikelen 114, 116, 117 en 119 en met inachtneming van de internationale jaarrekeningstandaarden, regels met betrekking tot de te hanteren grondslagen en rekenprincipes voor de disconteringsvoet, sterfte en invaliditeit.
**3.** Indien de waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen niet tegen de actuele waarde zijn gewaardeerd, betrekt de verzekeraar het verschil tussen de actuele waarde en de balanswaarde van deze waarden bij de toets, bedoeld in het tweede lid.
**4.** De balanswaarde van de technische voorzieningen is ten minste gelijk aan de waarde die volgt uit de toets, bedoeld in het tweede lid, met inachtneming van het derde lid.
### Paragraaf 12.2. De waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen
a. in geval van een verzekeraar met zetel in Nederland: aanwezig in een lidstaat; of
b. in geval van een verzekeraar met zetel in een niet-aangewezen staat: aanwezig in Nederland.
### Artikel 122
**1.** Een entiteit voor risico-acceptatie of herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:67, eerste lid, of 3:68a, eerste lid, van de wet, levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:67, eerste lid, of 3:68, eerste lid, van de wet of natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in artikel 3:67, eerste lid, of 3:69, eerste lid, van de wet draagt er zorg voor dat de aard van de waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen in overeenstemming zijn met de aard van de aangegane verplichtingen. Deze waarden worden adequaat gediversifieerd en gespreid. Waarden met een hoog risico worden tot een voorzichtig niveau beperkt.
Artikel 132, tweede tot en met vierde lid, van de richtlijn solvabiliteit II en titel I, hoofdstuk VIII, van de verordening solvabiliteit II inzake het beleggingsbeleid zijn van overeenkomstige toepassing op:
**2.**
a. de waarden, bedoeld in artikel 3:67, vierde lid, of 3:68, derde lid, van de wet die dienen tot dekking van de verplichtingen van een levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in die artikelen die voortvloeien uit vorderingen van werknemers als bedoeld in artikel 3:198, tweede lid, onderdelen b, c en d, of derde lid, onderdelen a, b en c, van de wet;
b. de waarden, bedoeld in artikel 3:67, vierde lid, of 3:69, tweede lid, van de wet, die dienen tot dekking van de verplichtingen van een verzekeraar met beperkte risico-omvang als bedoeld in die artikelen die voortvloeien uit vorderingen van werknemers als bedoeld in artikel 3:198, vierde lid, onderdelen a, b en c, van de wet.
Een vordering op een entiteit voor risico-acceptatie of verzekeraar, die geen vergunning op grond van deze wet of op grond van het recht van een andere lidstaat behoeft te hebben, uit hoofde van een door een andere verzekeraar als verzekeringnemer gesloten herverzekeringsovereenkomst kan slechts dienen als waarde ter dekking van de technische voorzieningen indien:
a. geen tegenvordering openstaat; en
b. het aannemelijk is dat de vordering zal worden voldaan.
### Artikel 122a
**1.**
Onverminderd artikel 122, eerste lid:
a. beperkt een entiteit voor risico-acceptatie of herverzekeraar beleggingen in waarden die niet op een gereglementeerde markt worden verhandeld tot een voorzichtig niveau;
b. belegt een entiteit voor risico-acceptatie of herverzekeraar slechts in afgeleide financiële instrumenten, voor zover deze worden gebruikt om het beleggingsrisico te beperken of een efficiënt portefeuillebeheer mogelijk te maken;
c. vermijdt een entiteit voor risico-acceptatie of herverzekeraar een bovenmatig risico met betrekking tot dezelfde wederpartij;
d. diversifieert een entiteit voor risico-acceptatie of herverzekeraar de waarden zodanig dat een bovenmatige afhankelijkheid van een bepaald actief, een bepaalde emittent of groep van verbonden wederpartijen en risicoaccumulatie in de portefeuille wordt vermeden.
**2.** Er is geen sprake van een bovenmatige afhankelijkheid van een bepaald actief in geval van beleggingen door een entiteit voor risico-acceptatie of herverzekeraar in staatsobligaties.
**3.** Artikel 122, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op entiteiten voor risico-acceptatie voor zover het betreft het gebruik van vorderingen die dienen als dekking van de technische voorzieningen.
### Artikel 122b
**1.**
De technische voorzieningen van een levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 122 worden gedekt door:
a. de volgende beleggingen:
1°. obligaties en andere geld- en kapitaalmarktinstrumenten;
2°. leningen die geen obligaties zijn;
3°. aandelen en andere met aandelen gelijk te stellen niet-rentedragende beleggingen;
4°. Rechten van deelneming in beleggingsfondsen en icbes;
5°. onroerende zaken, waaronder onroerende zaken voor eigen gebruik, alsmede zakelijke rechten op onroerende zaken; en
6°. afgeleide financiële instrumenten, voor zover deze worden gebruikt om het beleggingsrisico te beperken of een efficiënt portefeuillebeheer mogelijk te maken;
b. de volgende vorderingen:
1°. vorderingen op herverzekeraars, met inbegrip van het aandeel van herverzekeraars in de technische voorzieningen, en verhaalbare bedragen op entiteiten voor risico-acceptatie;
2°. depositos en vorderingen uit hoofde van herverzekering;
3°. vorderingen op verzekeringnemers en tussenpersonen uit hoofde van verzekeringen en herverzekeringen, voor zover binnen negentig dagen opeisbaar;
4°. vorderingen van een schadeverzekeraar uit hoofde van verhaalsrecht of subrogatie;
5°. voorschotten op polissen van een levensverzekeraar;
6°. belastingtegoeden; en
7°. vorderingen op garantiefondsen; en
c. de volgende andere activa:
1°. materiële vaste activa, andere dan onroerende zaken;
2°. liquide middelen en depositos bij banken of bij buitenlandse andere instellingen die vergunning hebben om depositos te ontvangen;
3°. overlopende acquisitiekosten;
4°. lopende interest en huur en andere overlopende posten; en
5°. zakelijke rechten waarvan het genot is uitgesteld.
**2.** Indien beleggingen van een levensverzekeraar of schadeverzekeraar worden beheerd door een dochteronderneming van die verzekeraar, wordt voor de toepassing van het eerste lid uitgegaan van de activa in het bezit van deze dochteronderneming.
**3.** De Nederlandsche Bank kan in individuele gevallen besluiten dat de waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen voor de toepassing van dit besluit tegen een lager bedrag worden gewaardeerd.
## Hoofdstuk 12a. Beleggingsbeleid premiepensioeninstellingen
### Artikel 123
**1.**
Onverminderd de artikelen 122 en 122b, worden de waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen van een levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:67, eerste lid, of 3:68, eerste lid, van de wet, ten opzichte van het totaal van de technische voorzieningen, per categorie van activa als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, verdeeld met inachtneming van de volgende maxima:
a. leningen als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, aan ondernemingen en instellingen die geen beleggingsinstelling of icbe, bank of verzekeraar met zetel in een lidstaat zijn, voor zover deze leningen niet zijn voorzien van een garantie, hypotheek of andere zekerheid: vijf procent;
b. kasmiddelen: drie procent; en
c. beleggingen als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, onderdeel a, onder 1°en 3°, voor zover deze beleggingen niet op een gereglementeerde markt worden verhandeld: tien procent.
**2.**
De waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen worden, ten opzichte van het totaal van de technische voorzieningen, per individueel actief als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, verdeeld met inachtneming van de volgende maxima:
a. een bepaald terrein of gebouw als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, onderdeel a, onder 5°, of een complex van verschillende terreinen of gebouwen dat als een belegging kan worden beschouwd: tien procent per object; en
b. een bepaalde lening als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, aan ondernemingen en instellingen die geen beleggingsinstelling of icbe, bank of verzekeraar met zetel in een lidstaat zijn, voor zover deze leningen niet zijn voorzien van een garantie, hypotheek of andere zekerheid: een procent per lening.
**3.** De waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen bestaan, ten opzichte van het totaal van de technische voorzieningen, voor maximaal vijf procent uit beleggingen als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 3°, uitgegeven door een bepaalde emittent of uit leningen aan een bepaalde kredietnemer, tezamen genomen. Waardepapieren uitgegeven of gegarandeerd door onderscheidenlijk leningen aan of gegarandeerd door centrale, regionale of lokale overheidslichamen of internationale instellingen of organisaties waarvan een of meer lidstaten deel uitmaken, blijven hierbij buiten beschouwing.
**4.** De Nederlandsche Bank kan, op verzoek, besluiten het maximum, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, voor een levensverzekeraar te verhogen tot acht procent van de technische voorzieningen en het maximum, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, tot twee procent van de technische voorzieningen indien de belangen van de verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen zich daartegen niet verzetten.
**5.** De Nederlandsche Bank kan, op verzoek, besluiten dat voor de toepassing van het derde lid een bepaalde bank met zetel in Nederland met een overheidslichaam wordt gelijkgesteld, indien de aandelen van die bank in handen zijn van de Nederlandse Staat of Nederlandse provincies, gemeenten, waterschappen of andere openbare lichamen als bedoeld in artikel 134 van de Grondwet en de werkzaamheden van die bank statutair bestaan in het door haar tussenkomst verstrekken van leningen aan, of met garantie van de Nederlandse Staat of andere overheidslichamen of het vertrekken van leningen aan nauw met de Nederlandse Staat of de lokale overheidslichamen verbonden instanties.
**6.** Het maximum, bedoeld in het derde lid, wordt gesteld op tien procent van de technische voorzieningen indien de waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen voor niet meer dan veertig procent bestaan uit leningen aan of waardepapieren van kredietnemers en emittenten waarin de verzekeraar meer dan vijf procent van zijn activa heeft belegd.
### Artikel 124
Onverminderd artikel 123 stelt de Nederlandsche Bank nadere regels met betrekking tot het gebruik van de waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen van levensverzekeraars of schadeverzekeraars als bedoeld in artikel 122, eerste lid, en de daarbij in acht te nemen voorwaarden, ten aanzien van:
a. de leningen waarvoor niet door middel van een bankgarantie, een garantie toegekend door een verzekeraar, een recht van hypotheek of een andere wijze zekerheid is gegeven;
b. deelnemingen in een beleggingsinstelling;
c. effecten die niet worden verhandeld op een gereglementeerde markt; en
d. beleggingen als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, uitgegeven door een emittent niet zijnde centrale, regionale of lokale overheid of een ander openbaar lichaam, een internationale organisatie waarvan een of meer lidstaten deel uitmaken of een bank met zetel in Nederland, in een andere lidstaat of in een ingevolge artikel 3:2, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, van de wet aangewezen staat.
### Artikel 124a
In afwijking van artikel 123, derde lid, kan een levensverzekeraar of schadeverzekeraar tot ten hoogste veertig procent van de waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen beleggen in geregistreerde gedekte obligaties van een bepaalde uitgevende bank.
### Artikel 124b
Vervallen
### Artikel 124c
Vervallen
#### Paragraaf 12.2.1. Beleggingsbeleid van een premiepensioeninstelling
### Artikel 124d
Het beleggingsbeleid van een pensioenregeling die niet wordt beheerst door het recht van een lidstaat wordt uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van het land van herkomst van de regeling.
### Artikel 124e
### Artikel 124
**1.**
@ -2326,71 +2046,19 @@ e. de waarden worden naar behoren gediversifieerd zodat een bovenmatige afhankel
### Artikel 125
**1.** De technische voorzieningen van een levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 122, eerste lid, met betrekking tot uitkeringen die volgens de verzekering rechtstreeks gekoppeld zijn aan de waarde van een deelneming in een instelling voor collectieve belegging in effecten, of aan de waarde van activa die zijn opgenomen in een door de verzekeraar gehouden fonds dat gewoonlijk in fracties is verdeeld, worden gedekt door deze rechten van deelneming onderscheidenlijk fracties dan wel, indien geen fracties zijn gecreëerd, door deze activa.
**2.** De technische voorzieningen met betrekking tot uitkeringen die volgens de verzekering rechtstreeks gekoppeld zijn aan een referentiewaarde anders dan die bedoeld in het eerste lid, worden gedekt door de eenheden die deze referentiewaarde vertegenwoordigen. Als deze eenheden ontbreken, worden de technische voorzieningen gedekt door activa die zo nauw mogelijk aansluiten bij die waarop de betrokken referentiewaarde is gebaseerd.
**3.** Op de technische voorzieningen die rechtstreeks verband houden met de uitkeringen, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn, voor zover in die uitkeringen geen sprake is van een gegarandeerd rendement of een gegarandeerd uitkeringsniveau, de artikelen 122 en 122b tot en met 124 niet van toepassing.
Vervallen
### Artikel 126
**1.** Indien de dekking van een levensverzekering of schadeverzekering van een verzekeraar als bedoeld in artikel 122, eerste lid, in een bepaalde muntsoort is uitgedrukt, zijn de verplichtingen van die verzekeraar opeisbaar in deze muntsoort.
**2.** Indien de dekking van een schadeverzekering niet in een bepaalde muntsoort is uitgedrukt, zijn de verplichtingen van de schadeverzekeraar opeisbaar in de muntsoort van de staat waar het risico is gelegen. De schadeverzekeraar kan evenwel de muntsoort kiezen waarin de premie is uitgedrukt, indien goede gronden voor een dergelijke keuze aanwezig zijn.
**3.**
De Nederlandsche Bank kan, op verzoek, toestaan dat de verplichtingen van de schadeverzekeraar opeisbaar zijn in de muntsoort die hij overeenkomstig de opgedane ervaring zal gebruiken, of, bij ontstentenis daarvan, de muntsoort van de staat waar zich de vestiging bevindt van waaruit de schadeverzekering is aangegaan voor schadeverzekeringen ter dekking van de risicos die zijn ingedeeld in:
a. de branches Casco rollend spoorwegmaterieel, Luchtvaartuigcasco, Casco zee- en binnenschepen, Vervoerde zaken, Aansprakelijkheid luchtvaartuigen, Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen en Algemene aansprakelijkheid, voor zover het productenaansprakelijkheid betreft; en
b. de andere branches indien overeenkomstig de aard van de risicos aan de verplichtingen moet worden voldaan in een andere muntsoort dan die welke uit de voorgaande leden voortvloeit.
**4.** Indien uitkeringen ter zake van een schadeverzekering moeten plaatsvinden in een bepaalde andere muntsoort dan die welke uit de voorgaande leden voortvloeit, zijn de verplichtingen van de schadeverzekeraar opeisbaar in die muntsoort, met name de muntsoort waarin de door de schadeverzekeraar te betalen schadevergoeding is vastgesteld bij een rechterlijke uitspraak of bij overeenkomst tussen de schadeverzekeraar en de verzekerde.
**5.** Indien een schade wordt begroot in een muntsoort die bij de schadeverzekeraar vooraf bekend is, maar die verschilt van die welke voortvloeit uit de voorgaande leden, mogen zijn verplichtingen opeisbaar zijn in deze muntsoort.
**6.** De Nederlandsche Bank kan, op verzoek, besluiten dat het de levensverzekeraar of schadeverzekeraar is toegestaan tegenover zijn technische voorzieningen geen waarden te stellen die inbaar of te gelde te maken zijn in de muntsoort waarin de dekking van de verzekering luidt, indien uit de voorgaande leden voortvloeit dat de verzekeraar om te voldoen aan artikel 127, eerste lid, eerste volzin, over waarden in een bepaalde muntsoort moet beschikken voor een bedrag van niet meer dan zeven procent van de waarden in andere muntsoorten.
**7.**
De Nederlandsche Bank kan, op verzoek, aan een levensverzekeraar of schadeverzekeraar ontheffing verlenen van artikel 127, eerste lid, eerste volzin, indien:
a. de verplichtingen opeisbaar zijn in een andere muntsoort dan die van een van de lidstaten;
b. voor beleggingen in deze muntsoort voorschriften bestaan;
c. voor deze muntsoort transferbeperkingen gelden; of
d. deze muntsoort om soortgelijke redenen ongeschikt is om te worden gebruikt tot dekking van technische voorzieningen.
**8.** De levensverzekeraar of schadeverzekeraar mag een bedrag van ten hoogste twintig procent van zijn in een bepaalde muntsoort luidende verplichtingen dekken met waarden die inbaar of te gelde te maken zijn in een andere muntsoort dan die waarin de dekking van de verzekering luidt. De totale waarden in alle muntsoorten tezamen moeten ten minste gelijk zijn aan de totale verplichtingen in alle muntsoorten tezamen.
**9.** De Nederlandsche Bank kan, op verzoek, besluiten dat, indien ingevolge de voorgaande leden tegenover verplichtingen waarden moeten staan die luiden in de muntsoort van een lidstaat, aan deze voorwaarde eveneens is voldaan indien de betreffende waarden in euro luiden.
**10.** Dit artikel is niet van toepassing op verzekeringen als bedoeld in artikel 125.
Vervallen
### Artikel 127
**1.** De waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen van een levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 122, eerste lid, moeten in toereikende mate kunnen worden geïnd of te gelde gemaakt in dezelfde muntsoort als die waarin de verplichtingen ingevolge artikel 126 luiden. De waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen van een natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in artikel 122, eerste lid, moeten in toereikende mate kunnen worden geïnd of te gelde gemaakt in de muntsoort van de staat waarin de verzekerde ten tijde van het sluiten van de natura-uitvaartverzekering zijn woonplaats heeft.
**2.**
Voor zover de waarden, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, dienen tot dekking van de technische voorzieningen voor aangegane verplichtingen, moeten zij:
a. in geval van een levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in Nederland: aanwezig zijn in een lidstaat indien wat een levensverzekeraar betreft de verzekeringnemer zijn gewone verblijfplaats in een lidstaat heeft, of, indien de verzekeringnemer een rechtspersoon is, de zetel van de verzekeringnemer zich in een lidstaat bevindt, en wat een schadeverzekeraar betreft het risico in een lidstaat is gelegen; of
b. in geval van een levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is: aanwezig zijn in Nederland.
**3.**
Voor zover de waarden, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, dienen tot dekking van de technische voorzieningen voor de vanuit de vestigingen in Nederland aangegane verplichtingen, moeten zij:
a. in geval van een natura-uitvaartverzekeraar met zetel in Nederland: aanwezig zijn in een lidstaat; of
b. in geval van een natura-uitvaartverzekeraar met zetel in een niet-aangewezen staat: aanwezig zijn in Nederland.
### Paragraaf 12.3. De waarden die dienen tot dekking van de verplichtingen die voortvloeien uit werknemersvorderingen
Vervallen
### Artikel 128
**1.** De artikelen 122 tot en met 126 en 127, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de waarden, bedoeld in artikel 3:67, derde lid, of 3:68, derde lid, van de wet die dienen tot dekking van de verplichtingen van een levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in die artikelen die voortvloeien uit vorderingen als bedoeld in artikel 3:198, tweede lid, onderdelen b, c en d, derde lid, onderdelen a, b en c, van de wet.
**2.** De artikelen 122, eerste, derde lid, aanhef en de onderdelen a en b, onder 2°, en vijfde lid, en 127, eerste en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de waarden, bedoeld in artikel 3:67, derde lid, of 3:69, tweede lid, van de wet, die dienen tot dekking van de verplichtingen van een natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in die artikelen die voortvloeien uit vorderingen als bedoeld in artikel 3:198, vierde lid, onderdelen a, b en c, van de wet.
Vervallen
## Hoofdstuk 13. Boekhouding en rapportage
@ -2398,7 +2066,7 @@ b. in geval van een natura-uitvaartverzekeraar met zetel in een niet-aangewezen
### Artikel 129
Een afwikkelonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, pensioenbewaarder, premiepensioeninstelling, verzekeraar of wisselinstelling als bedoeld in artikel 3:71, eerste lid, 3:81, eerste lid of 3:85 verstrekt de documenten, bedoeld in artikel 3:71, eerste lid, of 3:81, eerste lid, van de wet, wat betreft indeling en inhoud in de vorm waarin deze zijn opgemaakt ingevolge Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de internationale jaarrekeningstandaarden onderscheidenlijk het recht van de staat waar deze financiële onderneming haar zetel heeft. Een financiële onderneming met zetel in Nederland vermeldt of de jaarrekening al dan niet is vastgesteld en goedgekeurd overeenkomstig de statuten of de vennootschapsakte.
Een afwikkelonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, kredietunie, pensioenbewaarder, premiepensioeninstelling, verzekeraar of wisselinstelling als bedoeld in artikel 3:71, eerste lid, 3:81, eerste lid of 3:85 verstrekt de documenten, bedoeld in artikel 3:71, eerste lid, of 3:81, eerste lid, van de wet, wat betreft indeling en inhoud in de vorm waarin deze zijn opgemaakt ingevolge Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de internationale jaarrekeningstandaarden onderscheidenlijk het recht van de staat waar deze financiële onderneming haar zetel heeft. Een financiële onderneming met zetel in Nederland vermeldt of de jaarrekening al dan niet is vastgesteld en goedgekeurd overeenkomstig de statuten of de vennootschapsakte.
### Paragraaf 13.2. Verstrekking van de staten
@ -2413,17 +2081,26 @@ b. gegevens betreffende het aanhouden van balansposten en posten buiten de balan
c. gegevens inzake de liquiditeit ingevolge artikel 3:63, eerste lid, 3:64 of 3:65 van de wet;
d. gegevens ten behoeve van het depositogarantiestelsel, bedoeld in artikel 3:259, tweede lid, van de wet, betreffende de aangehouden depositos die worden gegarandeerd uit hoofde van het depositogarantiestelsel.
**2.**
**2.** De door een entiteit voor risico-acceptatie als bedoeld in artikel 3:72, derde lid, van de wet te verstrekken staten omvatten uitsluitend de gegevens, bedoeld in artikel 325 van de verordening solvabiliteit II.
De door een entiteit voor risico-acceptatie of verzekeraar als bedoeld in artikel 3:72, derde lid, van de wet of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:82, tweede lid, of 3:86, tweede lid, van de wet te verstrekken staten omvatten uitsluitend:
**3.**
De door een verzekeraar als bedoeld in artikel 3:72, derde lid, van de wet, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, bijkantoor als bedoeld in artikel 3:82, tweede lid, van de wet, of bijkantoor van een herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:86, tweede lid, te verstrekken staten omvatten uitsluitend:
a. de gegevens, bedoeld in titel I, hoofdstuk XIII, afdeling 1, van de verordening solvabiliteit II;
b. andere voor toezichtdoeleinden benodigde periodieke informatie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de richtlijn solvabiliteit II.
**4.**
De door een verzekeraar als bedoeld in artikel 3:72, derde lid, van de wet met beperkte risico-omvang of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:86, tweede lid, van de wet van een verzekeraar met beperkte risico-omvang te verstrekken staten omvatten uitsluitend:
a. een jaarrekening alsmede aanvullende financiële gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet;
b. andere gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van de regels met betrekking tot:
1°. de solvabiliteit ingevolge artikel 3:57, eerste lid, 3:58, eerste of tweede lid, 3:59, 3:61, eerste of tweede lid, of 3:62 van de wet; en
2°. de technische voorzieningen ingevolge artikel 3:67, 3:68, 3:68a, 3:69 of 3:73 van de wet.
1°. de solvabiliteit ingevolge artikel 3:57, eerste lid, 3:61, eerste of tweede lid, of 3:62 van de wet; en
2°. de technische voorzieningen ingevolge artikel 3:67, 3:69 of 3:73 van de wet.
**3.**
**5.**
De door een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:72, eerste lid, van de wet te verstrekken staten omvatten uitsluitend:
@ -2431,9 +2108,9 @@ a. balans- en resultatengegevens alsmede aanvullende financiële gegevens ten be
b. andere gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van de regels met betrekking tot de solvabiliteit ingevolge artikel 3:57, eerste lid, van de wet;
c. voor zover van toepassing een opgave van het gemiddeld uitstaand elektronisch geld.
**4.** De door een bijkantoor als bedoeld in artikel 3:77 van de wet te verstrekken staten omvatten uitsluitend gegevens ten behoeve van het toezicht op de liquiditeit ingevolge artikel 3:64.
**6.** De door een bijkantoor als bedoeld in artikel 3:77 van de wet te verstrekken staten omvatten uitsluitend gegevens ten behoeve van het toezicht op de liquiditeit ingevolge artikel 3:64.
**5.**
**7.**
De door een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:72, eerste lid, van de wet te verstrekken staten omvatten uitsluitend:
@ -2445,15 +2122,26 @@ b. andere gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van de regels met
3°. het beleggingsbeleid ingevolge artikel 3:267b van de wet;
4°. informatie inzake de uitgevoerde pensioenregelingen.
**6.** De door een beheerder als bedoeld in artikel 3:72, eerste lid, van de wet te verstrekken staten bevatten uitsluitend balans- en resultaatgegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van de regels met betrekking tot het bedrag aan eigen vermogen ingevolge artikel 3:53 en de solvabiliteit ingevolge artikel 3:57, van de wet.
**8.** De door een beheerder als bedoeld in artikel 3:72, eerste lid, van de wet te verstrekken staten bevatten uitsluitend balans- en resultaatgegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van de regels met betrekking tot het bedrag aan eigen vermogen ingevolge artikel 3:53 en de solvabiliteit ingevolge artikel 3:57, van de wet.
**7.**
**9.**
De door een afwikkelonderneming als bedoeld in artikel 3:72, eerste lid, van de wet te verstrekken staten omvatten uitsluitend:
a. balans- en resultatengegevens alsmede aanvullende gegevens ten behoeve van toezicht op de naleving van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet;
b. gegevens met betrekking tot de verrichte girale betalingstransacties, bedoeld in de artikelen 2:3.0c, 2:3.0h of 2:3.0m van de wet.
**10.**
De door een kredietunie als bedoeld in artikel 3:72, eerste lid, van de wet te verstrekken staten omvatten uitsluitend:
a. balans- en resultatengegevens en aanvullende gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet;
b. andere gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van de regels met betrekking tot:
1°. het bedrag aan eigen vermogen ingevolge artikel 3:53, eerste lid, van de wet;
2°. de solvabiliteit ingevolge artikel 3:57, eerste lid, van de wet;
3°. de liquiditeit ingevolge artikel 3:63, eerste lid, van de wet.
### Artikel 131
**1.**
@ -2463,7 +2151,7 @@ De Nederlandsche Bank stelt, met inachtneming van het bepaalde ingevolge het Dee
a. de modellen van de staten;
b. de reikwijdte van toepassing van de staten en de mate van detaillering van de in te vullen gegevens; deze omvatten geen uitbreiding of nadere rubricering van de staten;
c. de reikwijdte van de consolidatie overeenkomstig de regels met betrekking tot consolidatie die de financiële onderneming in haar jaarrekening toepast, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit;
d. de waardering van de posten overeenkomstig de waarderingsmethoden die de financiële onderneming in haar jaarrekening toepast;
d. de waardering van de posten overeenkomstig artikel 3:69a van de wet en artikel 4, derde lid;
e. de te hanteren valuta en rekeneenheid;
f. de afronding;
g. de termijn waarbinnen de staten worden verstrekt, met dien verstande dat deze niet korter is dan noodzakelijk voor de uitoefening van het toezicht op de naleving van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet en ten behoeve van de uitvoering van de bij of krachtens dat deel gestelde regels met betrekking tot het depositogarantiestelsel; en
@ -2473,19 +2161,25 @@ h. de frequentie waarmee de staten worden verstrekt, met dien verstande dat deze
De regels, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, f, g en h, zijn afgestemd op de aard en de omvang van de financiële onderneming, alsmede op de omvang van de solvabiliteit van de financiële onderneming. De frequentie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, is evenwel niet hoger dan:
a. twaalf maal per jaar voor de staten ten behoeve van het toezicht op de liquiditeit, bedoeld in artikel 130, eerste lid, onderdeel c, en derde lid;
b. een maal per jaar voor de jaarrekening, bedoeld in artikel 130, tweede lid, onderdeel a, en de staten ten behoeve van het toezicht op de technische voorzieningen, bedoeld in artikel 130, tweede lid, onderdeel b, onder 2°; en
c. vier maal per jaar voor de overige in artikel 130, eerste en tweede lid, genoemde staten;
d. twee maal per jaar voor de in artikel 130, derde lid, genoemde staten;
e. een maal per jaar voor de jaarrekening, bedoeld in artikel 130, vijfde lid, onderdeel a;
f. vier maal per jaar voor de in artikel 130, vijfde lid, onderdeel b, genoemde staten;
g. twee maal per jaar voor de in artikel 130, zesde lid, genoemde staten.
a. twaalf maal per jaar voor de staten ten behoeve van het toezicht op de liquiditeit, bedoeld in artikel 130, eerste lid, onderdeel c en zesde lid;
b. een maal per jaar voor de jaarrekening, bedoeld in artikel 130, vierde lid, onderdeel a, en de staten ten behoeve van het toezicht op de technische voorzieningen, bedoeld in artikel 130, vierde, onderdeel b, onder 2°; en
c. vier maal per jaar voor de overige in artikel 130, eerste en vierde lid, genoemde staten;
d. twee maal per jaar voor de in artikel 130, vijfde lid, genoemde staten;
e. een maal per jaar voor de jaarrekening, bedoeld in artikel 130, zevende lid, onderdeel a;
f. vier maal per jaar voor de in artikel 130, zevende lid, onderdeel b, genoemde staten;
g. twee maal per jaar voor de in artikel 130, achtste lid, genoemde staten;
h. tweemaal per jaar voor de in artikel 130, tiende lid, genoemde staten.
**3.** De Nederlandsche Bank kan in individuele gevallen besluiten dat een financiële onderneming als bedoeld in artikel 130 periodiek moet melden of haar solvabiliteit of liquiditeit zich boven een door de Nederlandsche Bank vastgestelde signaleringswaarde bevindt. De frequentie van de melding is niet hoger dan een maal per maand en is afgestemd op de aard en de omvang van de financiële onderneming, alsmede op de omvang van de solvabiliteit van de financiële onderneming.
**4.** Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 48, eerste lid, onderdeel j, doet de melding, bedoeld in het derde lid, met redenen omkleed aan de Nederlandsche Bank in elke maand waarin zij niet ingevolge het tweede lid, onderdeel c, staten verstrekt. Zij meldt daarbij in ieder geval wat de waarde van haar toetsingsvermogen is, hoe deze waarde is berekend en hoe deze waarde zich verhoudt tot de waarde van haar toetsingsvermogen zoals vermeld in de laatst verstrekte staten.
**5.** Met betrekking tot verzekeraars die onder de reikwijdte van richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (herschikking) (PbEU 2009, L 335) vallen, omvatten de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde staten tevens modelstaten ter voorbereiding op de toepassing van genoemde richtlijn. Bij de vaststelling van die modelstaten volgt de Nederlandsche Bank de door de Europese Toezichthoudende Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen ontwikkelde richtsnoeren voor het indienen van informatie bij nationale bevoegde autoriteiten (EIOPA-CP-13/010), zo nodig in afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel d.
**5.**
De Nederlandsche Bank kan, met inachtneming van artikel 35, zesde tot en met achtste lid, van de richtlijn solvabiliteit II, ontheffing verlenen van:
a. de verplichting periodieke rapportagestaten vaker dan eenmaal per jaar te verstrekken;
b. itemgewijze rapportageverplichtingen.
### Artikel 131a
@ -2493,29 +2187,15 @@ Vervallen
### Artikel 132
Indien een beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 130 de staten niet langs elektronische weg verstrekt, kan de Nederlandsche Bank, op verzoek van de financiële onderneming, besluiten dat het de financiële onderneming is toegestaan andere informatiedragers dan de modellen, bedoeld in artikel 131, eerste lid, onderdeel a, te gebruiken, indien deze wat betreft indeling en inhoud geen afwijking vertonen van de modellen.
Indien een beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, kredietunie, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 130 de staten niet langs elektronische weg verstrekt, kan de Nederlandsche Bank, op verzoek van de financiële onderneming, besluiten dat het de financiële onderneming is toegestaan andere informatiedragers dan de modellen, bedoeld in artikel 131, eerste lid, onderdeel a, te gebruiken, indien deze wat betreft indeling en inhoud geen afwijking vertonen van de modellen.
### Artikel 133
**1.** Het onderzoek van de staten, bedoeld in artikel 130, door de accountant, uitmondend in een verklaring omtrent de getrouwheid als bedoeld in artikel 3:72, zevende lid, eerste volzin, van de wet, wordt een maal per jaar uitgevoerd. De Nederlandsche Bank stelt regels waarin wordt bepaald welke staten door de accountant in zijn onderzoek worden betrokken, met dien verstande dat een beheerder die een maal per jaar een door een accountant gewaarmerkte jaarrekening verstrekt daarmee voldoet aan de verplichting als bedoeld in artikel 3:72, zevende lid, van de wet. De accountant waarmerkt deze staten.
**2.**
Het onderzoek van het actuarieel verslag van een verzekeraar als bedoeld in artikel 130, tweede lid, door de actuaris, uitmondend in een verklaring als bedoeld in artikel 3:73 van de wet, wordt een maal per jaar uitgevoerd en omvat:
a. de toets, bedoeld in artikel 121, eerste lid, onderdeel a, voor zover het betreft verzekeringen met een contractduur van meer dan vier jaar waarbij gedurende de contractduur:
1°. de premie jaarlijks niet of slechts beperkt kan worden verhoogd; en
2°. de risicos significant oplopen; en
b. de toets, bedoeld in artikel 121, tweede lid, met inachtneming van de artikelen 98, derde en vierde lid, en 121, derde en vierde lid.
Het onderzoek van de staten, bedoeld in artikel 130, door de accountant, uitmondend in een verklaring omtrent de getrouwheid als bedoeld in artikel 3:72, zevende lid, eerste volzin, van de wet, wordt een maal per jaar uitgevoerd. De Nederlandsche Bank stelt regels waarin wordt bepaald welke staten door de accountant in zijn onderzoek worden betrokken, met dien verstande dat een beheerder die een maal per jaar een door een accountant gewaarmerkte jaarrekening verstrekt daarmee voldoet aan de verplichting als bedoeld in artikel 3:72, zevende lid, van de wet. De accountant waarmerkt deze staten.
### Artikel 134
Een entiteit voor risico-acceptatie of verzekeraar als bedoeld in artikel 130, tweede lid, maakt de staten, bedoeld in dat lid, onderdeel a, vergezeld van de verklaring, bedoeld in artikel 3:73 van de wet, jaarlijks binnen een termijn van zes maanden openbaar, voor zover het gaat om staten omvattende:
a. de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens en wat betreft indeling en inhoud in de vorm waarin deze zijn opgemaakt ingevolge Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of de internationale jaarrekening standaarden;
b. indien van toepassing: informatie over de winstdeling ten gunste van polishouders per productgroep; en
c. indien van toepassing: financiële informatie over de zorgverzekering, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet.
Vervallen
### Paragraaf 13.2a. Melding van gebeurtenissen of omstandigheden die de ordelijke uitoefening van het bedrijf van afwikkelonderneming bedreigen
@ -2533,6 +2213,30 @@ Tot de gegevens, bedoeld in artikel 3:73a van de wet, behoren in ieder geval de
### Paragraaf 13.2c. Door verzekeraars openbaar te maken informatie
### Artikel 134c
Artikel 51 van de richtlijn solvabiliteit II en titel I, hoofdstuk XII, van de verordening solvabiliteit II inzake door verzekeraars openbaar te maken informatie zijn van overeenkomstige toepassing op de solvabiliteit en financiële positie van de in Nederland gelegen bijkantoren van:
a. levensverzekeraars en schadeverzekeraars, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is;
b. herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat.
### Artikel 134d
Verzekeraars met zetel in Nederland, niet zijnde verzekeraars met beperkte risico-omvang, alsmede verzekeraars als bedoeld in artikel 134c, onderdelen a en b, behoeven tot en met 31 december 2020 de informatie, bedoeld in artikel 51, tweede lid, derde alinea, van de richtlijn solvabiliteit II niet apart openbaar te maken.
### Artikel 134e
Een verzekeraar als bedoeld in artikel 3:73c, 3:82a of 3:86a met beperkte risico-omvang maakt jaarlijks binnen een termijn van zes maanden de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens openbaar en vermeldt daarbij in de toelichting op de jaarrekening:
a. de in overeenstemming met de wet en dit besluit opgestelde balans en de daarbij gehanteerde grondslagen en methoden voor de waardering van activa, technische voorzieningen en andere verplichtingen, met een toelichting op de belangrijkste verschillen met de grondslagen en methoden die in de jaarrekening voor de waardering ervan zijn gehanteerd;
b. het bedrag en de samenstelling van het aanwezige solvabiliteitskapitaal;
c. het bedrag van het solvabiliteitskapitaalvereiste en van het minimumkapitaalvereiste;
d. indien artikel 19, derde lid, op de verzekeraar van toepassing is: het bedrag van de technische voorzieningen indien deze worden berekend op basis van afkoop van alle verzekeringen;
e. indien van toepassing: informatie over de winstdeling ten gunste van polishouders per productgroep;
f. indien de verzekeraar niet voldoet aan het minimumkapitaalvereiste of significant niet voldoet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste: het bedrag van het tekort alsmede een toelichting op de oorzaak en gevolgen ervan en de genomen corrigerende maatregelen;
g. indien de verzekeraar ondernemingspecifieke parameters gebruikt voor de berekening van zijn solvabiliteitskapitaalvereiste: de belangrijkste verschillen tussen die parameters en de aannames die ten grondslag liggen aan de standaardformule;
h. indien aan de verzekeraar door de Nederlandsche Bank specifieke parameters ter berekening van verzekeringstechnische risicomodules zijn opgelegd: het effect daarvan, alsmede de gronden van het daartoe strekkende besluit van de Nederlandsche Bank.
### Paragraaf 13.3. Verstrekking van de opgave van gesloten verzekeringen
### Artikel 135
@ -2567,8 +2271,6 @@ De Nederlandsche Bank kan ter uitvoering van internationaal aanvaarde standaarde
### Artikel 136
**1.**
De door een accountant als bedoeld in artikel 3:88, tweede lid, 3:90, 3:91 of 3:93 van de wet te verstrekken gegevens zijn:
a. het accountantsverslag aan de bestuurders en de raad van commissarissen;
@ -2576,17 +2278,9 @@ b. de directiebrieven;
c. overige correspondentie tussen de accountant en de financiële onderneming die rechtstreeks betrekking heeft op de verklaring omtrent de getrouwheid van de jaarrekening of de staten van de financiële onderneming; en
d. indien de Nederlandsche Bank daarom verzoekt, een nadere toelichting op de gegevens, bedoeld in de onderdelen a tot en met c.
**2.**
De door een actuaris als bedoeld in artikel 3:89, eerste lid, 3:92 of 3:94 van de wet te verstrekken gegevens zijn:
a. het actuarieel rapport en het actuarieel verslag aan de bestuurders en de raad van commissarissen;
b. overige stukken die voortvloeien uit de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3:73 van de wet; en
c. indien de Nederlandsche Bank daarom verzoekt, een nadere toelichting op de gegevens, bedoeld in de onderdelen a en b.
### Artikel 137
**1.** De accountant of actuaris die voornemens is gegevens als bedoeld in artikel 136, eerste onderscheidenlijk tweede lid, te verstrekken, stelt de financiële onderneming daarvan in kennis.
**1.** De accountant of actuaris die voornemens is gegevens als bedoeld in artikel 136 te verstrekken, stelt de financiële onderneming daarvan in kennis.
**2.** Indien de financiële onderneming dat wenst, kan zij zelf de gegevens aan de Nederlandsche Bank verstrekken. In dat geval stelt zij de accountant of de actuaris daarvan in kennis. De accountant of de actuaris vergewist zich ervan dat de Nederlandsche Bank de gegevens heeft ontvangen en dat de inhoud van de gegevens hem geen aanleiding geeft alsnog gegevens aan de Nederlandsche Bank te verstrekken.