From b055fcfe0ab547dda4fb61cad49d9cc45e7dd1ff Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Jan 2014 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2014-01-01 | BWBR0022762 | Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer --- .../BWBR0022762/README.md | 24 +++++++++---------- 1 file changed, 11 insertions(+), 13 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-algemene-regels-voor-inrichtingen-milieubeheer/BWBR0022762/README.md b/amvb/besluit-algemene-regels-voor-inrichtingen-milieubeheer/BWBR0022762/README.md index 579405a5629..467e2e78888 100644 --- a/amvb/besluit-algemene-regels-voor-inrichtingen-milieubeheer/BWBR0022762/README.md +++ b/amvb/besluit-algemene-regels-voor-inrichtingen-milieubeheer/BWBR0022762/README.md @@ -489,6 +489,8 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt ten aanzien van emissies *meetmethode:* het geheel van monsterneming, monsterbehandeling en analyse ten behoeve van de kwantificering van emissies; +*stikstofoxiden (NOx):* stikstofmonoxide en stikstofdioxide, uitgedrukt als stikstofdioxide; + *stofcategorie:* clustering van stoffen op basis van vergelijkbare fysische of chemische eigenschappen, overeenkomstig paragraaf 4.4 van de NeR; *stofklasse:* onderverdeling binnen een stofcategorie op basis van vergelijkbare (toxicologische) eigenschappen, overeenkomstig paragraaf 4.5 van de NeR; @@ -563,7 +565,7 @@ b. een ontheffing waarbij het bevoegd gezag de daarbij aangewezen bepalingen nie ### Artikel 1.2a -In afwijking van artikel 1.2 worden gedeputeerde staten van de provincie waarin een inrichting type B of C geheel of in hoofdzaak is of zal zijn gelegen voor zover dit een inrichting is als bedoeld in categorie 28.4 of 28.5 van onderdeel C, bijlage 1, van het Besluit omgevingsrecht, aangemerkt als bevoegd gezag. +Vervallen ### Artikel 1.3 @@ -1282,7 +1284,7 @@ Deze afdeling is van toepassing op degene die een inrichting type A of een inric **4.** Het eerste lid is niet van toepassing indien het energiegebruik in de inrichting in enig kalenderjaar kleiner is dan 50.000 kilowatt uur aan elektriciteit en kleiner is dan 25.000 kubieke meter aardgasequivalenten aan brandstoffen. -**5.** Het eerste lid is niet van toepassing op een inrichting waarop de verboden, bedoeld in artikel 16.5, eerste lid, van de wet, betrekking hebben en op een inrichting als bedoeld in artikel 15.51, eerste lid, van de wet. +**5.** Het eerste lid is niet van toepassing op een inrichting waarop de verboden, bedoeld in artikel 16.5 van de wet, betrekking hebben en op een inrichting als bedoeld in artikel 15.51, eerste lid, van de wet. ### Afdeling 2.7. Verkeer en vervoer @@ -1940,9 +1942,7 @@ d. een grote stookinstallatie; e. een afvalverbrandingsinstallatie of afvalmeeverbrandingsinstallatie waarop paragraaf 5.2 van toepassing is, of f. een mobiele stookinstallatie. -**2.** In afwijking van het eerste lid, zijn voor zover het emissiegrenswaarden en meetmethoden voor stikstofoxiden (NO_x) betreft, de in dat lid genoemde artikelen niet van toepassing op het in werking hebben van een stookinstallatie, voor zover titel 16.3 van de wet daarop van toepassing is. Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift emissiegrenswaarden en meetmethoden voor stikstofoxiden (NO_x) in het rookgas van een stookinstallatie vaststellen, indien dit nodig is in het belang van de luchtkwaliteit. - -**3.** +**2.** De artikelen 3.10k, 3.10n en 3.10o inzake het doelmatig beheer van afvalwater, het realiseren van een verwaarloosbaar bodemrisico en het doelmatig beheer van afval, zijn van toepassing op het in werking hebben van een stookinstallatie, tenzij het betreft: @@ -1950,7 +1950,7 @@ a. een grote stookinstallatie; b. een afvalverbrandingsinstallatie of afvalmeeverbrandingsinstallatie waarop paragraaf 5.2 van toepassing is, of c. een mobiele stookinstallatie. -**4.** +**3.** De artikelen 3.10l en 3.10m inzake een doelmatig gebruik van energie, zijn van toepassing op inrichtingen waarin zich geen broeikasgasinstallaties als bedoeld in artikel 16.1 van de wet bevinden en waarbij sprake is van het gelijktijdig produceren van elektrische energie en thermische energie door middel van een warmtekrachtinstallatie, tenzij: @@ -1959,7 +1959,7 @@ b. de warmtekrachtinstallatie een grote stookinstallatie betreft; c. de warmtekrachtinstallatie een afvalverbrandingsinstallatie of afvalmeeverbrandingsinstallatie betreft waarop paragraaf 5.2 van toepassing is, of d. de warmtekrachtinstallatie een mobiele stookinstallatie betreft. -**5.** +**4.** Artikel 3.10p inzake keuring en onderhoud van een stookinstallatie is van toepassing op het in werking hebben van een stookinstallatie, tenzij het betreft: @@ -1970,7 +1970,7 @@ d. een afvalverbrandingsinstallatie; e. een afvalmeeverbrandingsinstallatie waarop paragraaf 5.2 van toepassing is, of f. een mobiele stookinstallatie. -**6.** Deze paragraaf is niet van toepassing op het stoken van stookinstallaties die ingevolge bijlage I, onderdeel C, categorie 1.4, onder a, van het Besluit omgevingsrecht er toe leiden, dat een inrichting vergunningplichtig is. +**5.** Deze paragraaf is niet van toepassing op het stoken van stookinstallaties die ingevolge bijlage I, onderdeel C, categorie 1.4, onder a, van het Besluit omgevingsrecht er toe leiden, dat een inrichting vergunningplichtig is. ### Artikel 3.8 @@ -5291,10 +5291,6 @@ Onverminderd artikel 2.12 kan het bevoegd gezag in afwijking van het tweede lid a. de nuttige toepassing van de afvalstof is toegestaan, of b. de toepassing van de afvalstof bijdraagt aan de fysische of bouwtechnische eigenschappen van de bouwstof en daarmee de inzet van primaire grondstoffen uitspaart. -### Artikel 4.74la - -In afwijking van artikel 6.1, eerste lid, worden voor inrichtingen als bedoeld in categorie 11.3, onderdeel c, onder 2°, van bijlage I, bij het Besluit omgevingsrecht waarvoor tot de inwerkingtreding van deze paragraaf een vergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking en onherroepelijk was, de voorschriften van die vergunning voor onbepaalde tijd aangemerkt als maatwerkvoorschriften, mits de voorschriften van de vergunning vallen binnen de bevoegdheid van het bevoegd gezag tot het stellen van maatwerkvoorschriften op grond van artikel 2.20. - #### Paragraaf 4.5a.5. Het vormgeven van betonproducten ### Artikel 4.74m @@ -7007,7 +7003,9 @@ b. een slibvangput en een olieafscheider die zijn geplaatst voor 1 maart 1997 en **3.** In afwijking van het tweede lid voldoet het rookgas in een stookinstallatie als bedoeld in het eerste lid voor zover die zich binnen de Nederlandse exclusieve economische zone bevindt dan wel deel uitmaakt van een inrichting waarin kooldioxide (CO_2), afkomstig van een andere inrichting, wordt ingezet ten behoeve van de bemesting van gewassen teneinde het gebruik van brandstof te verminderen, met ingang van 1 januari 2019 aan de in de artikelen 3.10, 3.10d, 3.10e of 3.10f genoemde emissiegrenswaarden. -**4.** Het eerste tot en met het derde lid zijn niet van toepassing op het rookgas van een ketelinstallatie met een nominaal vermogen kleiner dan 1 megawatt. +**4.** Op het in werking hebben van een stookinstallatie die voor 1 januari 2014 is geplaatst of in gebruik is genomen en waarop titel 16.3 van de wet van toepassing was, zijn de op grond van de artikelen 3.10 tot en met 3.10j en 6.20 tot en met 6.20c geldende emissiegrenswaarden en meetmethoden voor stikstofoxiden (NO_x) tot de datum, genoemd in het tweede of derde lid, niet van toepassing. Het bevoegd gezag kan voor deze stookinstallaties tot de in het tweede of derde lid genoemde data bij maatwerkvoorschrift emissiegrenswaarden en meetmethoden voor stikstofoxiden (NO_x) in het rookgas van de stookinstallatie vaststellen, indien de lokale luchtkwaliteit dat vergt. + +**5.** Het eerste tot en met het derde lid zijn niet van toepassing op het rookgas van een ketelinstallatie met een nominaal vermogen kleiner dan 1 megawatt. ### Artikel 6.20a