From b05da9899ed1a70dbb721f33ba24f5d04bab0c7d Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 23 Dec 2014 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2014-12-23 | BWBR0012287 | Vreemdelingencirculaire 2000 (A) --- .../BWBR0012287/README.md | 72 ++++++++++++------- 1 file changed, 46 insertions(+), 26 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md index 71bf9febfef..23f2531dc93 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md @@ -767,18 +767,18 @@ De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang aan iedere vreemdeli De ambtenaar belast met de grensbewaking legt op grond van artikel 3, derde lid, Vw een voornemen tot toegangsweigering voor aan het hoofd van de IND in het geval een vreemdeling te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen. Het hoofd van de IND is bevoegd om in een dergelijke situatie een aanwijzing te geven over het al dan niet ontzeggen van de verdere toegang aan de vreemdeling. De ambtenaar belast met de grensbewaking: • ontzegt op grond van de aanwijzing de vreemdeling de verdere toegang door middel van het model M18A; -• legt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw op door middel van het model M19; en -• plaatst de vreemdeling, voor de behandeling van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in AC Schiphol. +• legt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw of artikel 6a Vw op door middel van het model M19; en +• plaatst de vreemdeling ten spoedigste voor de behandeling van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in AC Schiphol. De IND geeft geen aanwijzing als bedoeld in artikel 3, derde lid, Vw tot het weigeren van de verdere toegang indien een volwassen vreemdeling tezamen met een minderjarig kind inreist en te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen. De ambtenaar belast met de grensbewaking verwijst de volwassen vreemdeling en het minderjarige kind, voor het indienen van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, door naar de aanmeldunit van de Vreemdelingenpolitie (zie paragraaf C1/2.1 Vc). De IND kan van deze regel afwijken en een aanwijzing als bedoeld in artikel 3, derde lid, Vw geven, indien er indicaties van mogelijke risico’s voor het geestelijk of lichamelijk welzijn voor het minderjarige kind zijn of nader onderzoek naar de volwassen vreemdeling of zijn gestelde relatie tot het minderjarige kind nodig is. De ambtenaar belast met de grensbewaking: • ontzegt op grond van de aanwijzing de volwassen vreemdeling en het minderjarige kind de verdere toegang door middel van het model M18A; -• legt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw op door middel van het model M19; en -• plaatst de volwassen vreemdeling en het minderjarige kind, voor de behandeling van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in AC Schiphol. +• legt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw of artikel 6a Vw op door middel van het model M19 (zie paragraaf a5/3.2); en +• plaatst de volwassen vreemdeling en het minderjarige kind, voor de behandeling van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de Gesloten Gezinsvoorziening in Zeist. -De IND geeft een aanwijzing als bedoeld in artikel 3, derde lid, Vw indien indicaties van mensenhandel zich voordoen bij een volwassen vreemdeling die tezamen met een minderjarig kind inreist. De ambtenaar belast met de grensbewaking hanteert de handelwijze zoals beschreven in paragraaf B8/3 Vc. +De IND geeft een aanwijzing als bedoeld in artikel 3, derde lid, Vw indien indicaties van mensenhandel zich voordoen bij een volwassen vreemdeling die tezamen met een minderjarig kind inreist. De ambtenaar belast met de grensbewaking hanteert de handelwijze zoals beschreven in paragraaf B8/3 Vc. In beginsel wordt tot het moment waarop een beslissing genomen wordt in overeenstemming met paragraaf B8/3 Vc een maatregel als bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, Vw opgelegd en tenuitvoergelegd in de Gesloten Gezinsvoorziening. De IND geeft geen aanwijzing als bedoeld in artikel 3, derde lid, Vw tot het weigeren van de verdere toegang indien een alleenstaande minderjarige vreemdeling inreist en te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen. De ambtenaar belast met de grensbewaking verwijst de alleenstaande minderjarige vreemdeling voor het indienen van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, door naar de aanmeldunit van de Vreemdelingenpolitie (zie paragraaf C1/2.1 Vc). @@ -823,7 +823,7 @@ De ambtenaar belast met de grensbewaking beoordeelt of aan de vreemdeling alsnog • de behandeling van de ziekte; of • de periode van quarantaine. -De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef van het regionale politiekorps waarin het ziekenhuis is gelegen over de in het kader van de grensbewaking getroffen maatregelen. +De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef over de in het kader van de grensbewaking getroffen maatregelen. De schriftelijke toegangsweigering, dan wel ontzegging van de verdere toegang, is een besluit waartegen de vreemdeling administratief beroep kan instellen bij de IND. De ambtenaar belast met de grensbewaking reikt aan de vreemdeling naast het model M17, M18 of M18A ook een folder ‘Rechtsmiddelen’ uit. @@ -1299,7 +1299,7 @@ In artikel 55, derde lid, Vw is de bevoegdheid opgenomen tot een veiligheidsfoui ### 11. Toezicht op bewijsmiddelen -Als het bewijsmiddel waaruit het rechtmatig verblijf blijkt van een vreemdeling wordt vermist, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, moet de vreemdeling hiervan aangifte doen bij de Korpschef. De Korpschef zendt een afschrift van het proces-verbaal van de aangifte aan de IND. De IND draagt zorg dat het nummer van het betreffende bewijsmiddel wordt opgenomen in het Verificatie- en Informatiesysteem van DLOS. +Als het bewijsmiddel waaruit het rechtmatig verblijf blijkt van een vreemdeling wordt vermist, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, moet de vreemdeling hiervan aangifte doen bij de Korpschef. De Korpschef zendt een afschrift van het proces-verbaal van de aangifte aan de IND. De IND draagt zorg dat het nummer van het betreffende bewijsmiddel wordt opgenomen in het Verificatie- en Informatiesysteem van DLOS en de IND signaleert het bewijsmiddel in het (N)SIS voor de duur van tien jaar. Als door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen wordt geconstateerd dat onregelmatigheden zijn gepleegd met een door de Nederlandse overheid afgegeven geldige document voor grensoverschrijding, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen hiervan een bericht zenden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. @@ -2572,33 +2572,33 @@ Voor het lichten van vreemdelingen op grond van artikel 5.5 Vb, moeten alle volg De op grond van artikel 6, artikel 6a, artikel 59, of artikel 59a Vw opgelegde maatregel blijft op het moment dat de vreemdeling gelicht is van kracht. -#### 2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen +#### 2.4. Alleenstaande minderjarigen en gezinnen met minderjarigen -Bij vrijheidsontnemende maatregelen bij minderjarigen is tenminste een van de volgende situaties van toepassing: +Vrijheidsontneming op grond van artikel 59, eerste lid, Vw of artikel 59a Vw is een ingrijpende maatregel. De toepassing daarvan moet daarom tot het strikt noodzakelijke beperkt blijven. Een versterkte mate van terughoudendheid dient te worden betracht bij vrijheidsontneming van alleenstaande minderjarigen en gezinnen met minderjarigen. Zulks brengt met zich mee dat er extra aandacht zal moeten zijn voor de mogelijkheid van het gebruik van minder ingrijpende maatregelen dan vrijheidsontneming. Ten aanzien van alleenstaande minderjarigen en gezinnen met minderjarigen wordt dan ook zoveel mogelijk volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel in plaats van een vrijheidsontnemende maatregel om het vertrek voor te bereiden (zie A5/5 Vc). Onder het begrip ‘gezin’ wordt hier verstaan ten minste één ouder of een wettelijk verzorger die in de voogdij voorziet, die samen met één of meer minderjarige kinderen feitelijk een gezin vormt. -• vreemdelingen beneden de leeftijd van twaalf jaar die met hun ouder(s) of wettelijke vertegenwoordigers niet rechtmatig in Nederland verblijven, mogen uitsluitend met hun ouder(s) of wettelijke verzorgers van hun vrijheid worden ontnomen. In dat geval wordt de vrijheidsontneming ten uitvoer gelegd in een justitiële inrichting of een politiebureau waar een voor minderjarigen geschikt regime mogelijk is; -• vreemdelingen in de leeftijd van twaalf tot zestien jaar die met hun ouder(s) of wettelijke verzorgers in Nederland illegaal verblijven, mogen alleen met hun ouder(s) of wettelijke vertegenwoordigers van hun vrijheid worden ontnomen als binnen vier dagen overdracht van een politiebureau naar een justitiële inrichting mogelijk is; -• alleenstaande vreemdelingen in de leeftijd van twaalf tot zestien jaar mogen van hun vrijheid worden ontnomen, als de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel uiterlijk binnen vier dagen plaatsvindt in een justitiële inrichting. - -Als er een uitzondering wordt gemaakt op een van de voorwaarden vindt overleg tussen de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die ook hulpofficier van justitie is en de DT&V plaats. - -Zie voor het beleid omtrent het weigeren van toegang van een volwassen vreemdeling die tezamen met een minderjarig kind inreist en te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen A1/7.3 Vc. +Desalniettemin kan kort voor de gedwongen terugkeer het belang van de uitzetting maken dat de alleenstaande minderjarige of het gezin met minderjarigen voor een zo kort mogelijke periode in bewaring worden genomen ten einde de uitzetting zeker te stellen. Dat de in bewaring stellende instantie zich rekenschap heeft gegeven van de individuele omstandigheden van het geval zal middels gedegen motivering eerst en vooral uit het dossier moeten blijken. Hierbij wordt in ieder geval, naast de voorwaarden van 5.1a en 5.1b van het Vreemdelingenbesluit, de medische achtergrond, de leeftijd van de kinderen en, bij een gezin met minderjarigen, de samenstelling (volledigheid) van het gezin meegewogen. Nog meer dan bij volwassenen, wordt bewaring bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen alleen in uiterste gevallen toegepast en voor een zo kort mogelijke duur. Bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen is bewaring alleen gerechtvaardigd als zwaarwegende belangen aanwezig zijn. Van zwaarwegende belangen is uitsluitend sprake in de volgende situaties: -• De alleenstaande minderjarige vreemdeling is verdacht van- of veroordeeld voor een misdrijf; -• Het vertrek van de alleenstaande minderjarige vreemdeling kan uiterlijk binnen veertien dagen gerealiseerd worden; -• De alleenstaande minderjarige vreemdeling is eerder met onbekende bestemming vertrokken uit de opvang of heeft zich niet gehouden aan een opgelegde meldplicht of vrijheidsbeperkende maatregel; +• De alleenstaande minderjarige vreemdeling is verdacht van- of veroordeeld voor een misdrijf, of; +• Het vertrek van de alleenstaande minderjarige vreemdeling kan uiterlijk binnen veertien dagen gerealiseerd worden, of; +• De alleenstaande minderjarige vreemdeling is eerder met onbekende bestemming vertrokken uit de opvang of heeft zich niet gehouden aan een opgelegde meldplicht of vrijheidsbeperkende maatregel, of; • Aan de alleenstaande minderjarige vreemdeling is de toegang geweigerd tot Nederland. Als door de hulpofficier van justitie wordt getwijfeld aan de minderjarigheid van de vreemdeling, is vrijheidsontneming van de vreemdeling aan de orde tot de minderjarigheid is vastgesteld door de IND. -Bewaring op grond van artikel 59, eerste en tweede lid Vw, is bij gezinnen met minderjarigen beperkt tot een termijn van twee weken. Deze termijn kan slechts worden overschreden als de geplande uitzetting niet plaats kan vinden door tenminste één van de volgende omstandigheden: +Zie voor het beleid omtrent het weigeren van toegang van een volwassen vreemdeling die tezamen met een minderjarig kind inreist en te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen A1/7.3 Vc. + +Bewaring van een gezin met minderjarigen op grond van artikel 59, eerste lid Vw en artikel 59 a Vw, kan slechts dan worden opgelegd indien sprake is van de volgende omstandigheden: + +Uiteraard zal ten aanzien van alle familieleden moeten zijn voldaan aan de wettelijke voorwaarden als bedoeld in artikel 5.1a en 5.1b van het Vreemdelingenbesluit. In aanvulling daarop moet uit nalaten, handelen, of uitlatingen van (één van) de gezinsleden blijken dat geen medewerking is verleend aan de vertrekprocedure, waardoor die vertrekprocedure is vermeden of belemmerd dan wel een risico bestaat op onttrekking aan het toezicht. Wanneer één of meerdere leden van het gezin signalen afgeven dat zij niet mee zullen werken aan vertrek, zal dit gevolgen hebben voor het aannemen van een risico dat andere gezinsleden zich ook aan het toezicht zullen onttrekken. + +Bewaring wordt alleen proportioneel geacht indien verwacht mag worden dat de uitzetting of overdracht binnen twee weken kan worden gerealiseerd. In de regel wordt aangenomen dat hiervan sprake is op het moment dat reisdocumenten beschikbaar zijn of op korte termijn beschikbaar zullen zijn. Bewaring op grond van artikel 59, eerste lid Vw, en artikel 59a Vw kan bij gezinnen met minderjarige kinderen uitsluitend langer duren dan twee weken als de uitzetting of overdracht niet kan plaats vinden door tenminste één van de volgende omstandigheden: • fysiek verzet van (één van) de gezinsleden; -• het feit dat (één van) de gezinsleden na de bewaring één of meerdere procedures is gaan voeren met het doel de uitzetting te vertragen. +• het feit dat (één van) de gezinsleden na de bewaring één of meerdere procedures is gaan voeren terwijl er geen gegronde reden was om die procedures niet reeds in een eerder stadium te starten. -Als sprake is van een gezin met twee ouders en het gevaar op onttrekking aan het toezicht of de uitzetting bestaat, wordt volstaan met het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel aan één ouder door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen. Aan de overige gezinsleden wordt in dat geval een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. Als uitzondering wordt in het belang van grensbewaking het gehele gezin de vrijheidsontnemende maatregel opgelegd als het gezin de toegang tot Nederland – en daarmee het Schengengebied – is geweigerd, ongeacht of sprake is van een gezin met één- of twee ouders. +Indien sprake is van een gestarte procedure zoals in de hierboven bedoelde zin, kan de maatregel voortduren tot maximaal twee weken, na het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door de vreemdeling waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht, betekent dit dat de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken na dagtekening van de uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening. -De maximale termijn van twee weken voor vrijheidsontneming is niet van toepassing als aan één ouder de vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd terwijl de overige familie- of gezinsleden een vrijheidbeperkende maatregel is opgelegd. +Ten aanzien van de plaatsing na inbewaringstelling van zowel alleenstaande minderjarigen als gezinnen met minderjarigen geldt dat zij uiterlijk binnen vijf dagen in de Gesloten Gezinsvoorziening geplaatst moeten worden. Indien bij een voorgenomen inbewaringstelling de verblijfplaats van de ouder(s) of wettelijk vertegenwoordigers van de minderjarige vreemdeling bekend is, dient de tenuitvoerlegging in de Gesloten Gezinsvoorziening in beginsel aansluitend aan de staandehouding plaats te vinden. ### 3. Vrijheidsontneming op grond van @@ -2629,9 +2629,25 @@ Wanneer er sprake is van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezich Bij Dublinclaimanten is de maatregel, anders dan bij andere vreemdelingen, niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst of een ander veilig land waar de toelating gewaarborgd is, maar op overdracht aan een andere lidstaat. In de Verordening is een midden gezocht tussen enerzijds het belang van terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsontneming en anderzijds het belang van een effectieve overdracht. -#### 3.2. Gezinnen met minderjarigen +#### 3.2. Gezinnen met minderjarigen aan wie de toegang is geweigerd -Als een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw of artikel 6a Vw aan een gezin met minderjarige kinderen is opgelegd geldt een maximale duur van twee weken. De termijn van de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot twee weken gerekend vanaf het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door de vreemdeling waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht, betekent dit dat de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken na dagtekening van de uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening. +Uit A1/7.3 volgt dat toegangsweigering aan gezinnen met kinderen die asiel aanvragen een uitzondering zal zijn. De IND geeft immers conform die paragraaf in beginsel geen aanwijzing als bedoeld in artikel 3, derde lid, Vw tot het weigeren van de verdere toegang indien een volwassen vreemdeling tezamen met een minderjarig kind inreist en te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen. In deze gevallen vindt geen detentie op grond van artikel 6 of 6a Vw plaats. + +Zoals beschreven in A1/7.3 kan de IND van deze regel afwijken en een aanwijzing als bedoeld in artikel 3, derde lid, Vw geven, indien er indicaties van mogelijke risico’s voor het geestelijk of lichamelijk welzijn voor het minderjarige kind zijn of nader onderzoek naar de volwassen vreemdeling of zijn gestelde relatie tot het minderjarige kind nodig is. De ambtenaar belast met de grensbewaking: + +• ontzegt op grond van de aanwijzing de volwassen vreemdeling en het minderjarige kind de verdere toegang door middel van het model M18A; +• legt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw of 6a Vw op door middel van het model M19; en +• plaatst de volwassen vreemdeling en het minderjarige kind, voor de behandeling van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de Gesloten Gezinsvoorziening in Zeist. + +De IND geeft een aanwijzing als bedoeld in artikel 3, derde lid, Vw indien indicaties van mensenhandel zich voordoen bij een volwassen vreemdeling die tezamen met een minderjarig kind inreist. De ambtenaar belast met de grensbewaking hanteert de handelwijze zoals beschreven in paragraaf B8/3 Vc. + +Indien na onderzoek door de KMar en de IND in het kader van de asielaanvraag of in het kader van het onderzoek naar de indicaties van mensenhandel wordt geconcludeerd dat geen sprake is van een gezinsband met de minderjarige met wie zij zijn aangekomen, worden de meerderjarige personen behandeld overeenkomstig het beleid ten aanzien van meerderjarigen aan wie de toegang is geweigerd, met inbegrip van de bepalingen omtrent de tenuitvoerlegging. + +In het geval uit de procedure blijkt dat geen sprake is van een daadwerkelijke gezinsband kan sprake zijn van een minderjarige voor wie feitelijk in Nederland geen persoon aanwezig is die met het ouderlijk gezag is bekleed. Indien, naar het oordeel van de IND en de KMar, ernstige vermoedens bestaan dat geen sprake is van een daadwerkelijke familieband, wordt de minderjarige behandeld als alleenstaande minderjarige vreemdeling. Zoals beschreven in A1/7.3 geeft de IND geen aanwijzing als bedoeld in artikel 3, derde lid, Vw tot het weigeren van de verdere toegang indien een alleenstaande minderjarige vreemdeling inreist en te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen. Hieruit volgt dat in beginsel aan een alleenstaande minderjarige vreemdeling geen detentie op grond van artikel 6 of 6a Vw wordt opgelegd. In het geval er eerst na onderzoek van wordt uitgegaan dat sprake is van een alleenstaande minderjarige, wordt in het dossier blijk gegeven van een afweging of voorzetting van de opgelegde maatregel bij afweging van de belangen gerechtvaardigd is. + +Indien geen sprake is van één van de in de vorige alinea bedoelde redenen om de tenuitvoerlegging van de maatregel te beëindigen of te wijzigen, kan de maatregel voortduren tot maximaal twee weken, na het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door de vreemdeling waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht, betekent dit dat de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken na dagtekening van de uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening. + +In afwijking van het voorgaande gelden de volgende voorwaarden bij de weigering en aansluitende detentie van gezinnen met minderjarigen die geen asiel aanvragen. Gezinnen met minderjarigen die landen op luchthaven Schiphol en geen asiel aanvragen worden in de lounge geplaatst in afwachting van de effectuering van de claim op de luchtvaartmaatschappij. Indien het op de luchthaven Schiphol niet mogelijk blijkt het gezin onmiddellijk aansluitend aan de weigering terug te vervoeren en het naar verwachting langer dan 24 uur zal duren voordat terugvervoer mogelijk is zal het gezin geplaatst worden op de Gesloten Gezinsvoorziening met oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid Vw. Aan gezinnen die landen op luchthaven Eindhoven en geen asiel aanvragen wordt een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, eerste en tweed lid Vw, nu op deze luchthaven geen lounge of vergelijkbare voorziening aanwezig is, met plaatsing in de Gesloten Gezinsvoorziening in afwachting van de effectuering van de claim op de luchtvaartmaatschappij. ### 4. Beschikbaar houden op grond van @@ -3366,7 +3382,9 @@ Vervallen *[afbeelding]* -## Bijlage M101. Ontvangstbewijs voor het tijdelijk in bewaring nemen van reis- en/of identiteitspapieren +## Bijlage M101. Ontvangstbewijs voor het tijdelijk in bewaring nemen van reis- en/ of identiteitspapieren + +*[afbeelding]* *[afbeelding]* @@ -3374,6 +3392,8 @@ Vervallen *[afbeelding]* +*[afbeelding]* + ## Bijlage M102-A. Transit request for the purposes of removal by air Vervallen