2011-01-01 | BWBR0018831 | Wet verplichte beroepspensioenregeling

This commit is contained in:
Coornhert 2011-01-01 12:00:00 +00:00
parent 83eebfe539
commit b0934d14a7

View file

@ -65,9 +65,10 @@ Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaa
en die hiermee rechtstreeks verband houdende werkzaamheden verricht;
pensioenrecht: het recht op een ingegaan pensioen, uitgezonderd overeengekomen voorwaardelijke toeslagverlening;
pensioenreglement: de door de pensioenuitvoerder opgestelde regeling met betrekking tot de verhouding tussen pensioenuitvoerder en deelnemer;
pensioenuitvoerder: een beroepspensioenfonds of een verzekeraar die zetel heeft in Nederland;
pensioenuitvoerder: een beroepspensioenfonds, of een premiepensioeninstelling of verzekeraar die zetel heeft in Nederland;
pensioenverplichtingen: verplichtingen van de pensioenuitvoerder uit hoofde van pensioenaanspraken en pensioenrechten;
premie: de in geld uitgedrukte periodiek vastgestelde structurele prestatie die verschuldigd is aan de pensioenuitvoerder en die bestemd is voor de verzekering van pensioen en de daaraan verbonden kosten;
premiepensioeninstelling: een premiepensioeninstelling die op grond van de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van premiepensioeninstelling mag uitoefenen;
premieregeling: een beroepspensioenregeling inzake een vastgestelde premie die uiterlijk op de pensioendatum wordt omgezet in een pensioenuitkering;
richtlijn 2003/41/EG: richtlijn nr. 2003/41/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (PbEG L 235/10);
scheiding: echtscheiding, ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed, beëindiging van een geregistreerd partnerschap anders dan door dood, vermissing of omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk of beëindiging van een partnerrelatie in de zin van de pensioenovereenkomst;
@ -113,6 +114,8 @@ d. kunnen regels worden gesteld betreffende een goede uitvoering.
**5.** De regeling, bedoeld in het vierde lid, is uitsluitend van toepassing indien de pensioendatum is gelegen na 31 december 2008 en het op de pensioendatum beschikbaar komende kapitaal nog niet is aangewend voor aankoop van een levenslange uitkering.
**6.** Waar in deze wet sprake is van de Nederlandse sociale en arbeidswetgeving betreft dit in ieder geval de artikelen 1, 2, 19 tot en met 23, 28 tot en met 39, 44, 45, 48 tot en met 64, 66 tot en met 103 en 105.
### Artikel 3
**1.** De artikelen 929, 935, eerste lid, 936, tweede tot en met zesde lid, 941, vijfde lid, 969, 972, 977, tweede lid, 978, 979, 980, tweede lid en 983 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek zijn niet van toepassing op verzekeringsovereenkomsten die worden gesloten in verband met een beroepspensioenregeling.
@ -125,7 +128,7 @@ d. kunnen regels worden gesteld betreffende een goede uitvoering.
### Artikel 4
De Wet op het financieel toezicht is niet van toepassing op de verhouding tussen een verzekeraar en een aanspraak- of pensioengerechtigde, tenzij in deze wet anders is bepaald.
De Wet op het financieel toezicht is niet van toepassing op de verhouding tussen een verzekeraar of een premiepensioeninstelling en een aanspraak- of pensioengerechtigde, tenzij in deze wet anders is bepaald.
## Hoofdstuk 2. De verplichtstelling
@ -163,9 +166,9 @@ e. een eventuele overeenkomst tot overdracht of herverzekering.
**3.**
Indien de beroepspensioenregeling wordt uitgevoerd door een verzekeraar gaat de aanvraag tevens vergezeld van:
Indien de beroepspensioenregeling wordt uitgevoerd door een verzekeraar of een premiepensioeninstelling gaat de aanvraag tevens vergezeld van:
a. een door het bestuur van de beroepspensioenvereniging gewaarmerkt afschrift van de getekende overeenkomst tussen de verzekeraar en de beroepspensioenvereniging;
a. een door het bestuur van de beroepspensioenvereniging gewaarmerkt afschrift van de getekende overeenkomst tussen de verzekeraar of de premiepensioeninstelling en de beroepspensioenvereniging;
b. een door de beroepspensioenvereniging gewaarmerkt afschrift van de getekende wijzigingsovereenkomst indien er een wijziging van de overeenkomst heeft plaatsgevonden.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot de aanvraag alsmede met betrekking tot de bij te voegen stukken nadere regels worden gesteld.
@ -188,6 +191,8 @@ a. een pensioenuitvoerder;
b. een pensioeninstelling uit een andere lidstaat die beschikt over een daartoe verleende vergunning als bedoeld in artikel 193 en de bevoegde autoriteiten in kennis heeft gesteld als bedoeld in artikel 193; of
c. een verzekeraar met een zetel buiten Nederland, mits die verzekeraar op grond van de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar mag uitoefenen.
Uitvoering door een premiepensioeninstelling kan uitsluitend bij premieregelingen waarbij de premiepensioeninstelling geen risico draagt.
### Artikel 9
**1.** Onze Minister kan de verplichtstelling wijzigen indien daartoe een aanvraag wordt gedaan door een beroepspensioenvereniging die voldoet aan artikel 5, eerste lid, onderdeel b.
@ -457,14 +462,15 @@ c. de informatie welke door de beroepsgenoot aan de pensioenuitvoerder wordt ver
d. de procedures welke gelden bij het niet nakomen van premiebetalingsverplichtingen;
e. de procedures welke gelden bij het opstellen en wijzigen van het pensioenreglement in verband met het sluiten en wijzigen van een beroepspensioenregeling;
f. de voorwaarden waaronder toeslagverlening plaatsvindt;
g. de uitgangspunten en procedures welke gelden ten aanzien van de besluitvorming over vermogenstekorten en vermogensoverschotten dan wel winstdeling; en
h. de voorwaarden die gelden bij beëindiging van een met een verzekeraar gesloten uitvoeringsovereenkomst. In deze regeling worden de belangen van zowel de verzekeraar als de beroepspensioenvereniging vanuit actuarieel en bedrijfseconomisch oogpunt op evenwichtige wijze gewaarborgd door rekening te houden met:
g. de uitgangspunten en procedures welke gelden ten aanzien van de besluitvorming over vermogenstekorten en vermogensoverschotten dan wel winstdeling;
h. de voorwaarden die gelden bij beëindiging van een met een verzekeraar of premiepensioeninstelling gesloten uitvoeringsovereenkomst. In deze regeling worden de belangen van zowel de verzekeraar of de premiepensioeninstelling als de beroepspensioenvereniging vanuit actuarieel en bedrijfseconomisch oogpunt op evenwichtige wijze gewaarborgd door rekening te houden met:
1°. de overige voorwaarden in de uitvoeringsovereenkomst;
2°. de gehanteerde tarieven; en
3°. de winstdelingsvorm.
De regeling kan geen uitsluiting van collectieve waardeoverdracht inhouden.
De regeling kan geen uitsluiting van collectieve waardeoverdracht inhouden; en
i. de criteria die de premiepensioeninstelling hanteert bij de keuze voor een verzekeraar voor de inkoop van een pensioenuitkering.
**2.**
@ -504,6 +510,8 @@ Een beroepspensioenfonds informeert elk kwartaal schriftelijk de deelnemers, gew
**6.** Bij de premievrijmaking wordt de verzekering premievrij voortgezet zonder verrekening van premie en rente met de pensioenaanspraken. Kosten, voor zover voortvloeiend uit het premievrij maken, worden evenmin verrekend met de pensioenaanspraken.
**7.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een premiepensioeninstelling.
### Artikel 40
In een uitvoeringsovereenkomst met een verzekeraar met zetel buiten Nederland waarin bij de totstandkoming of op een later tijdstip wordt gekozen voor ander dan Nederlands recht, wordt de volgende clausule opgenomen:
@ -547,7 +555,9 @@ c. regels worden gesteld met betrekking tot de beheersing van risicos die ver
### Artikel 45
De pensioenuitvoerder sluit, tenzij er geen beroepsgenoten in loondienst zijn, een overeenkomst met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op basis waarvan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de arbeidsongeschiktheid van een deelnemer aan de pensioenuitvoerder meldt.
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen meldt de arbeidsongeschiktheid van een deelnemer aan de pensioenuitvoerder.
**2.** Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld ten aanzien van het eerste lid.
### Paragraaf 2.2. Informatie en gegevensverstrekking
@ -793,7 +803,7 @@ De pensioenuitvoerder betaalt de uitkering uit hoofde van een pensioenrecht op v
**3.** Van de in het eerste lid genoemde termijn kan worden afgeweken indien het beëindigen van het beroep van die deelnemer wordt veroorzaakt door arbeidsongeschiktheid. De periode waarin sprake kan zijn van vrijwillige voortzetting is dan ten hoogste drie jaar of de duur van de arbeidsongeschiktheid indien deze langer is.
**4.** De deelnemer die vrijwillig wil voortzetten doet binnen drie maanden vanaf de beëindiging van het beroep het verzoek daartoe bij de pensioenuitvoerder.
**4.** De vrijwillige voortzetting begint uiterlijk negen maanden na beëindiging van het beroep. Artikel 22, derde lid, is niet van toepassing op de periode vanaf de beëindiging van het beroep tot het begin van de vrijwillige voortzetting.
### Artikel 66
@ -988,7 +998,7 @@ e. in het kader van een verrekening van pensioenrechten bij scheiding de waarde
### Artikel 77
**1.** Afkoop is slechts mogelijk in bij of krachtens de artikelen 78 tot en met 80 en 129 bedoelde situaties of in geval van toepassing van artikel 3:160 van de Wet op het financieel toezicht.
**1.** Afkoop is slechts mogelijk in bij of krachtens de artikelen 78 tot en met 80 en 129 bedoelde situaties of in geval van toepassing van artikel 3:161 van de Wet op het financieel toezicht.
**2.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
@ -996,12 +1006,12 @@ e. in het kader van een verrekening van pensioenrechten bij scheiding de waarde
**1.**
De pensioenuitvoerder heeft het recht om op zijn vroegst twee jaar na beëindiging van de deelneming pensioenaanspraken van een gewezen deelnemer af te kopen, indien op basis van de tot het tijdstip van beëindiging opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum minder zal bedragen dan € 400 per 1 januari 2010: € 420,69 per jaar, tenzij:
De pensioenuitvoerder heeft het recht om op zijn vroegst twee jaar na beëindiging van de deelneming pensioenaanspraken van een gewezen deelnemer af te kopen, indien op basis van de tot het tijdstip van beëindiging opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum minder zal bedragen dan € 400 per 1 januari 2011: € 427,29 per jaar, tenzij:
a. dit recht op afkoop in de beroepspensioenregeling en uitvoeringsovereenkomst is beperkt of uitgesloten; of
b. de gewezen deelnemer binnen twee jaar na beëindiging van de deelneming een procedure tot waardeoverdracht is gestart.
**2.** Indien de reguliere ingangsdatum van het ouderdomspensioen ligt voor het verstrijken van de in het eerste lid genoemde termijn van twee jaar, heeft de pensioenuitvoerder het recht om bij de ingang van het ouderdomspensioen een aanspraak op ouderdomspensioen en eventuele andere aanspraken ten behoeve van de gepensioneerde of zijn nabestaanden af te kopen, indien de uitkering van het ouderdomspensioen op de ingangsdatum minder bedraagt dan € 400 per 1 januari 2010: € 420,69 per jaar.
**2.** Indien de reguliere ingangsdatum van het ouderdomspensioen ligt voor het verstrijken van de in het eerste lid genoemde termijn van twee jaar, heeft de pensioenuitvoerder het recht om bij de ingang van het ouderdomspensioen een aanspraak op ouderdomspensioen en eventuele andere aanspraken ten behoeve van de gepensioneerde of zijn nabestaanden af te kopen, indien de uitkering van het ouderdomspensioen op de ingangsdatum minder bedraagt dan € 400 per 1 januari 2011: € 427,29 per jaar.
**3.** De pensioenuitvoerder die gebruik wil maken van het in het eerste lid bedoelde recht informeert de gewezen deelnemer over zijn besluit hieromtrent binnen zes maanden na afloop van de periode van twee jaar na beëindiging van de deelneming en gaat over tot de uitbetaling van de afkoopwaarde binnen die termijn van zes maanden.
@ -1069,7 +1079,7 @@ Voor de toepassing van de artikelen 82 tot en met 100 wordt onder ontvangende pe
**3.** Waardeoverdracht is slechts mogelijk in de in de artikelen 82 tot en met 100 bedoelde situaties.
**4.** Voor de toepassing van de artikelen 83, 88, eerste lid, onderdeel d, en 89, eerste lid, onderdeel c, wordt onder een beroepspensioenfonds dat optreedt als ontvangende pensioenuitvoerder mede verstaan een pensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet of de Stichting Notarieel pensioenfonds, bedoeld in artikel 113a, eerste lid, van de Wet op het notarisambt.
**4.** Voor de toepassing van de artikelen 82 tot en met 100 wordt onder een beroepspensioenfonds dat optreedt als ontvangende pensioenuitvoerder mede verstaan een pensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet of de Stichting Notarieel pensioenfonds, bedoeld in artikel 113a, eerste lid, van de Wet op het notarisambt.
### Artikel 82
@ -1096,6 +1106,10 @@ Indien het verzoek van de gewezen deelnemer tot waardeoverdracht partnerpensioen
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van de berekening van de overdrachtswaarde, de waarde van met de overdrachtswaarde te verwerven pensioenaanspraken alsmede de in acht te nemen procedures.
### Artikel 82a
De in artikel 82 genoemde plicht tot waardeoverdracht geldt niet indien na de waardeoverdracht de voor de bedrijfspensioenvoorziening geldende wetgeving van een andere staat dan Nederland op de overgedragen pensioenaanspraken van toepassing is en de mogelijkheden tot afkoop van de waarde van de overgedragen pensioenaanspraken na de waardeoverdracht ruimer zijn dan op basis van deze wet.
### Artikel 83
De in artikel 82 genoemde plicht tot waardeoverdracht geldt niet zolang:
@ -1193,6 +1207,31 @@ Indien het verzoek van de deelnemer of gewezen deelnemer tot waardeoverdracht pa
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld aan het vaststellen van de overdrachtswaarde.
### Artikel 89a
**1.** De premiepensioeninstelling is verplicht de waarde van de pensioenaanspraken van de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde op de datum van omzetting van de aanspraken in een pensioenuitkering rechtstreeks over te dragen aan een door de premiepensioeninstelling aangewezen verzekeraar.
**2.**
In afwijking van het eerste lid is de premiepensioeninstelling verplicht op verzoek van de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde de waarde van zijn pensioenaanspraken per de pensioendatum rechtstreeks over te dragen aan een pensioenuitvoerder die door de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde is aangewezen. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:
a. indien de door de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde aangewezen pensioenuitvoerder een beroepspensioenfonds is, de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde al pensioenaanspraken heeft jegens dat pensioenfonds; en
b. de ontvangende pensioenuitvoerder hanteert dezelfde methode als de premiepensioeninstelling om aan het vereiste van gelijke behandeling van mannen en vrouwen te voldoen.
Indien het verzoek van de deelnemer of gewezen deelnemer tot waardeoverdracht partnerpensioen betreft, is voor de waardeoverdracht van dit partnerpensioen tevens vereist dat de partner die begunstigde is voor het partnerpensioen met de waardeoverdracht instemt.
**3.** De overdrachtswaarde wordt door de premiepensioeninstelling zodanig vastgesteld dat de voor mannen en vrouwen te verwerven pensioenrechten gelijk zijn waarbij aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid op basis van dezelfde grondslagen wordt voldaan.
**4.** Het derde lid is van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2007 zijn opgebouwd.
**5.** Voor zover het pensioenaanspraken betreft die als gevolg van een premievrije voortzetting van die aanspraken worden opgebouwd, is het derde lid van toepassing indien het recht op die premievrije voortzetting is ontstaan op of na 1 januari 2006.
**6.** In afwijking van het vierde lid kunnen de in het derde lid opgenomen voorwaarden van toepassing zijn op pensioenaanspraken die zijn opgebouwd voor 1 januari 2007 indien dit is overeengekomen in de beroepspensioenregeling.
**7.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
**8.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld aan het vaststellen van de overdrachtswaarde.
### Artikel 90
**1.**
@ -1376,6 +1415,10 @@ f. de beëindiging van de situatie, bedoeld in artikel 167, waarin de bevoegdhei
Overlijdt een deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde ten gevolge van een van het risico uitgesloten oorzaak en betrof het een partnerpensioen op opbouwbasis, dan keert de pensioenuitvoerder aan de partner een periodieke uitkering van partnerpensioen uit die gebaseerd is op de premievrije waarde berekend naar de dag voorafgaande aan het overlijden.
### Artikel 105a
De Nederlandse sociale en arbeidswetgeving is niet van toepassing voor zover een pensioenuitvoerder een pensioenregeling uitvoert waarop de voor de bedrijfspensioenvoorziening geldende regels van een andere staat dan Nederland van toepassing zijn.
## Hoofdstuk 4. Beroepspensioenfonds
### Artikel 106
@ -1466,6 +1509,12 @@ j. de wijze waarop de leden van het verantwoordingsorgaan worden benoemd en onts
**2.** De omschrijving van de werkingssfeer, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vindt plaats door het omschrijven van de activiteiten van de beroepsgroep.
### Artikel 113a
**1.** Voor omzetting van een beroepspensioenfonds in een andere rechtsvorm als bedoeld in artikel 18 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is een verklaring van geen bezwaar van de toezichthouder vereist. De toezichthouder verleent de verklaring indien hij van oordeel is dat de belangen van deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden, en de pensioengerechtigden voldoende gewaarborgd zijn.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld terzake van het eerste lid.
### Artikel 114
**1.** Een beroepspensioenfonds verricht slechts activiteiten in verband met pensioen en werkzaamheden die daarmee verband houden.
@ -1921,7 +1970,7 @@ Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld over de inhoud en indiening
### Artikel 155
**1.** De toezichthouder brengt de kosten van de werkzaamheden die hij verricht in verband met de uitvoering van de taken op grond van deze wet in rekening bij de pensioenuitvoerders ten aanzien waarvan die werkzaamheden worden verricht, voor zover deze kosten niet ten laste komen van de Rijksbegroting. Tot de kosten behoren onder meer de kosten die hij ter voorbereiding op de uitvoering van nieuwe onderdelen van zijn taak heeft gemaakt, voordat deze aan hem werden opgedragen. De kosten voor verzekeraars en beroepspensioenfondsen worden gescheiden in rekening gebracht.
**1.** De toezichthouder brengt de kosten van de werkzaamheden die hij verricht in verband met de uitvoering van de taken op grond van deze wet in rekening bij de pensioenuitvoerders ten aanzien waarvan die werkzaamheden worden verricht, voor zover deze kosten niet ten laste komen van de Rijksbegroting. Tot de kosten behoren onder meer de kosten die hij ter voorbereiding op de uitvoering van nieuwe onderdelen van zijn taak heeft gemaakt, voordat deze aan hem werden opgedragen. De kosten voor verzekeraars, premiepensioeninstellingen en beroepspensioenfondsen worden gescheiden in rekening gebracht.
**2.** De kosten worden gebaseerd op de begroting waarmee Onze Minister heeft ingestemd en op het exploitatiesaldo, indien Onze Minister heeft ingestemd met de jaarrekening of verantwoording waarin een voorstel als bedoeld in artikel 154, tweede lid, is opgenomen.
@ -2114,7 +2163,7 @@ b. de toezichthouder.
### Artikel 171
**1.** De toezichthouder kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van een overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 8, 21, 22, 23, 25, 26, 35, 36, 38, 39, eerste lid, 43, 44, 46 tot en met 59, 60, 61, tweede en vierde lid, 63, 69, 72, 73, 74, 75, 78, derde tot en met zesde, negende en elfde lid, 79, tweede lid, 80, tweede lid, 82, eerste tot en met vijfde en zevende lid, 85, tweede en derde lid, 91, tweede en zevende lid, 92, tweede en zevende lid, 93, eerste lid, 94, eerste en tweede lid, 95, 99, 102, tweede lid, 103, 104, 105, 106, 107, 108, 110, eerste, tweede, derde, vijfde tot en met achtste en tiende lid, 113, 114, 115, 116, 117, 118, 123, 124, 125, 129, tweede, vierde en vijfde lid, 130, 131, 132, 133, eerste tot en met vierde en zesde lid, 134, 135, 138, 140, 141, 142, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, 145, 162, 164, 165, eerste tot en met vierde lid, 166, eerste lid, 167, vijfde lid, 191, 193, 197, derde en vierde lid, 198 en van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
**1.** De toezichthouder kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van een overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 8, 21, 22, 23, 25, 26, 35, 36, 38, 39, eerste lid, 39, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 39, eerste lid, 43, 44, 46 tot en met 59, 60, 61, tweede en vierde lid, 63, 69, 72, 73, 74, 75, 78, derde tot en met zesde, negende en elfde lid, 79, tweede lid, 80, tweede lid, 82, eerste tot en met vijfde en zevende lid, 85, tweede en derde lid, 91, tweede en zevende lid, 92, tweede en zevende lid, 93, eerste lid, 94, eerste en tweede lid, 95, 99, 102, tweede lid, 103, 104, 105, 106, 107, 108, 110, eerste, tweede, derde, vijfde tot en met achtste en tiende lid, 113, 114, 115, 116, 117, 118, 123, 124, 125, 129, tweede, vierde en vijfde lid, 130, 131, 132, 133, eerste tot en met vierde en zesde lid, 134, 135, 138, 140, 141, 142, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, 145, 162, 164, 165, eerste tot en met vierde lid, 166, eerste lid, 167, vijfde lid, 191, 193, 197, derde en vierde lid, 198 en van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
@ -2212,7 +2261,7 @@ De toezichthouder maakt een besluit tot het aanstellen van een bewindvoerder ing
De vergunning, bedoeld in artikel 25, onderdeel a, wordt op aanvraag door de toezichthouder verleend wanneer het beroepspensioenfonds:
a. is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 204; en
b. voldoet aan de artikelen 21, tweede lid, 36, 49 tot en met 57, 110, 121, 138 en 142, tweede lid.
b. voldoet aan de artikelen 110, 121, 138 en 142, tweede lid en artikel 11 van richtlijn 2003/41/EG.
### Artikel 188
@ -2258,13 +2307,13 @@ b. de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de pensioeninstelling zetel hee
### Artikel 194
**1.** De toezichthouder informeert, binnen twee maanden na de datum van ontvangst van gegevens als bedoeld in artikel 26, tweede lid, de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de pensioeninstelling uit een andere lidstaat haar zetel heeft en die deze gegevens hebben verstrekt, over de bepalingen van de Nederlandse sociale en arbeidswetgeving die van toepassing zijn op de beroepspensioenregeling waaraan wordt bijgedragen door de in Nederland gevestigde zelfstandige of beroepsgenoot en de artikelen 49 tot en met 57 en 63.
**1.** De toezichthouder informeert, binnen twee maanden na de datum van ontvangst van gegevens als bedoeld in artikel 26, tweede lid, de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de pensioeninstelling uit een andere lidstaat haar zetel heeft en die deze gegevens hebben verstrekt, over de bepalingen van de Nederlandse sociale en arbeidswetgeving die van toepassing zijn op de beroepspensioenregeling waaraan wordt bijgedragen door de in Nederland gevestigde zelfstandige of beroepsgenoot.
**2.** De toezichthouder stelt de bevoegde autoriteiten, bedoeld in het eerste lid, in kennis van elke significante wijziging in de op de beroepspensioenregeling toepasselijke sociale en arbeidswetgeving die gevolgen kan hebben voor de kenmerken van de pensioenregeling en voorts van iedere wijziging in de artikelen 49 tot en met 57 en 63.
**2.** De toezichthouder stelt de bevoegde autoriteiten, bedoeld in het eerste lid, in kennis van elke significante wijziging in de op de beroepspensioenregeling toepasselijke sociale en arbeidswetgeving die gevolgen kan hebben voor de kenmerken van de pensioenregeling.
### Artikel 195
Wanneer de toezichthouder blijkt dat een pensioeninstelling uit een andere lidstaat bij de uitvoering van een pensioenregeling waaraan wordt bijgedragen door een in Nederland gevestigde zelfstandige of beroepsgenoot in strijd met de Nederlandse sociale en arbeidswetgeving of de artikelen 49 tot en met 57 en 63 handelt, stelt de toezichthouder de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de pensioeninstelling haar zetel heeft hiervan onverwijld in kennis, onder mededeling van deze kennisgeving aan de pensioeninstelling uit een andere lidstaat.
Wanneer de toezichthouder blijkt dat een pensioeninstelling uit een andere lidstaat bij de uitvoering van een pensioenregeling waaraan wordt bijgedragen door een in Nederland gevestigde zelfstandige of beroepsgenoot in strijd met de Nederlandse sociale en arbeidswetgeving handelt, stelt de toezichthouder de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de pensioeninstelling haar zetel heeft hiervan onverwijld in kennis, onder mededeling van deze kennisgeving aan de pensioeninstelling uit een andere lidstaat.
### Artikel 196