diff --git a/wet/wet-op-het-onderwijstoezicht/BWBR0013800/README.md b/wet/wet-op-het-onderwijstoezicht/BWBR0013800/README.md index 201a5820564..5d96f89a68d 100644 --- a/wet/wet-op-het-onderwijstoezicht/BWBR0013800/README.md +++ b/wet/wet-op-het-onderwijstoezicht/BWBR0013800/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet op het onderwijstoezicht bwb_id: BWBR0013800 type: wet status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2009-10-15' +datum_inwerkingtreding: '2010-07-07' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0013800 citeertitel: Wet op het onderwijstoezicht --- @@ -30,14 +30,15 @@ d. onderwijswet: – Wet op de erkende onderwijsinstellingen, of – Experimentenwet onderwijs, e. onderwijs: bij of krachtens een onderwijswet geregeld onderwijs, -f. instelling: school, instelling of exameninstelling in de zin van een onderwijswet, daaronder begrepen een niet bekostigde instelling en waaronder mede worden begrepen werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 176e, eerste lid, en 176g, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, 162h, eerste lid, en 162j, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, en 118n, eerste lid, en 118p, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, -g. exameninstelling: instelling als bedoeld in artikel 1.6.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, -h. regionaal expertisecentrum: regionaal expertisecentrum als bedoeld in artikel 28b van de Wet op de expertisecentra, waaronder begrepen de commissie voor de indicatiestelling die door het regionaal expertisecentrum in stand wordt gehouden, -i. bestuur: bevoegd gezag in de zin van een onderwijswet, met dien verstande dat waar het de Leerplichtwet 1969 betreft hieronder wordt verstaan het hoofd van de school of instelling, en met dien verstande dat waar het het toezicht op de uitoefening van de taken van het regionaal expertisecentrum betreft hieronder wordt verstaan het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 28b, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra, -j. onderwijsdeelnemer: leerling, deelnemer, student of extraneus in de zin van een onderwijswet, -k. ouders: met het gezag over het kind belaste ouders, hun geregistreerde partners, voogden en verzorgers, -l. maatregel: maatregel als bedoeld in artikel 1d van de Leerplichtwet 1969, artikel 164a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 146a van de Wet op de expertisecentra, de artikelen 104a en 261a van de Wet op het voortgezet onderwijs en de artikelen 6.1.5a, 6.2.3a en 6.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, -m. jaarwerkplan: document waarin de inspectie haar werkzaamheden voor het komende jaar neerlegt. +f. voorschoolse educatie: voorschoolse educatie als bedoeld in de artikelen 1.1, eerste lid, en 2.1, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, +g. instelling: school, instelling of exameninstelling in de zin van een onderwijswet, daaronder begrepen een niet bekostigde instelling en waaronder mede worden begrepen werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 176e, eerste lid, en 176g, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, 162h, eerste lid, en 162j, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, en 118n, eerste lid, en 118p, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, +h. exameninstelling: instelling als bedoeld in artikel 1.6.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, +i. regionaal expertisecentrum: regionaal expertisecentrum als bedoeld in artikel 28b van de Wet op de expertisecentra, waaronder begrepen de commissie voor de indicatiestelling die door het regionaal expertisecentrum in stand wordt gehouden, +j. bestuur: bevoegd gezag in de zin van een onderwijswet, met dien verstande dat waar het de Leerplichtwet 1969 betreft hieronder wordt verstaan het hoofd van de school of instelling, en met dien verstande dat waar het het toezicht op de uitoefening van de taken van het regionaal expertisecentrum betreft hieronder wordt verstaan het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 28b, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra, +k. onderwijsdeelnemer: leerling, deelnemer, student of extraneus in de zin van een onderwijswet, +l. ouders: met het gezag over het kind belaste ouders, hun geregistreerde partners, voogden en verzorgers, +m. maatregel: maatregel als bedoeld in artikel 1d van de Leerplichtwet 1969, artikel 164a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 146a van de Wet op de expertisecentra, de artikelen 104a en 261a van de Wet op het voortgezet onderwijs en de artikelen 6.1.5a, 6.2.3a en 6.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, +n. jaarwerkplan: document waarin de inspectie haar werkzaamheden voor het komende jaar neerlegt. ### Artikel 2 @@ -55,10 +56,10 @@ m. jaarwerkplan: document waarin de inspectie haar werkzaamheden voor het komend Het toezicht omvat de volgende taken: -a. het beoordelen van de kwaliteit van het onderwijs en van de kwaliteit van de uitoefening van de taken van het regionaal expertisecentrum op basis van het verrichten van onderzoek naar de naleving van de bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften en naar andere aspecten van kwaliteit, +a. het beoordelen van de kwaliteit van het onderwijs, van de kwaliteit van de uitoefening van de taken van het regionaal expertisecentrum en van de kwaliteitsvoorwaarden van de voorschoolse educatie op peuterspeelzalen en kindercentra op basis van het verrichten van onderzoek naar de naleving van de bij of krachtens een onderwijswet of de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen gegeven voorschriften en naar andere aspecten van kwaliteit, b. het bij de uitoefening van de onder a bedoelde taak bevorderen van de kwaliteit van het onderwijs en van de kwaliteit van de uitoefening van de taken van het regionaal expertisecentrum, onder meer door het voeren van overleg met het bestuur, het personeel van de instelling dan wel van het regionaal expertisecentrum, en zo nodig, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente en gedeputeerde staten van de provincie, c. het rapporteren over de ontwikkeling van het onderwijs en van de uitoefening van de taken van het regionaal expertisecentrum, in het bijzonder over de kwaliteit daarvan, -d. het beoordelen van de rechtmatigheid en de doeltreffendheid van de uitvoering van de taken, opgedragen aan het college van burgemeester en wethouders bij of krachtens de hoofdstukken 3 en 6 van de Wet kinderopvang, +d. het beoordelen van de rechtmatigheid en de doeltreffendheid van de uitvoering van de taken, opgedragen aan het college van burgemeester en wethouders bij of krachtens hoofdstuk 1, afdelingen 3 en 6 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, met uitzondering van de bij of krachtens artikel 1.50b vastgestelde bepalingen omtrent de kwaliteit van voorschoolse educatie, e. het verrichten van andere bij of krachtens de wet aan de inspectie opgedragen taken. ### Artikel 4 @@ -142,7 +143,7 @@ Dit hoofdstuk is niet van toepassing op: a. de universiteiten, hogescholen en de Open Universiteit, bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, b. de universiteiten en hogescholen die ingevolge artikel 6.9 van de wet, bedoeld in onderdeel b, zijn aangewezen, en -d. de uitvoering van de taken, opgedragen aan het college van burgemeester en wethouders bij of krachtens de hoofdstukken 3 en 6 van de Wet kinderopvang. +d. de uitvoering van de taken, opgedragen aan het college van burgemeester en wethouders bij of krachtens hoofdstuk 1, afdelingen 3 en 6 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. ### Artikel 11 @@ -196,6 +197,10 @@ c. de kwaliteitsdoelen die de instelling zichzelf heeft gesteld, van voldoende n **3.** Een toezichtskader wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. +### Artikel 13a + +Indien het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra en artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, niet of niet tijdig voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 45a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 48a van de Wet op de expertisecentra of artikel 23c van de Wet op het voortgezet onderwijs, zendt de inspectie de samenvatting van het inspectierapport, bedoeld in die artikelen, in de vijfde week na vaststelling van het inspectierapport aan de ouders van de leerlingen. + ### Artikel 14 **1.** Indien de inspectie oordeelt dat de kwaliteit van het onderwijs ernstig of langdurig tekortschiet, informeert zij Onze Minister en doet voorstellen over te treffen maatregelen. @@ -254,6 +259,49 @@ Ter uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, kan de inspectie Onze Min a. is gebleken dat de kwaliteit van het functioneren van het College voor examens onvoldoende is geweest, of b. niet of niet meer wordt voldaan aan hetgeen bij of krachtens de Wet College voor examens is bepaald. +## Hoofdstuk 3c. Toezicht voorschoolse educatie + +### Artikel 15g + +Dit hoofdstuk is van toepassing op het toezicht op de kwaliteitsvoorwaarden voor voorschoolse educatie in peuterspeelzalen en kindercentra, bedoeld in de bij of krachtens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen vastgestelde bepalingen. + +### Artikel 15h + +**1.** De artikelen 4, tweede lid, 7, 8, eerste en derde lid, en 9 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 4, tweede lid, onder »instellingen» wordt verstaan «kindercentra en peuterspeelzalen als bedoeld in de artikelen 1.1, eerste lid, en 2.1, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen» en dat in artikel 9, eerste lid, onder «het toezicht op de naleving van bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften» wordt verstaan: het toezicht op de naleving van de bij of krachtens een onderwijswet of de bij of krachtens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen gegeven voorschriften omtrent de kwaliteit van voorschoolse educatie. + +**2.** De inspectie houdt toezicht op de naleving van de afspraken onderwijsachterstandenbeleid, bedoeld in artikel 167 van de Wet op het primair onderwijs. + +### Artikel 15i + +**1.** + +De inspectie verricht het onderzoek, bedoeld in artikel 15f, eerste lid, aan de hand van de kwaliteitsvoorwaarden van de voorschoolse educatie in peuterspeelzalen en kindercentra, bedoeld in de bij of krachtens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen vastgestelde bepalingen, te weten: + +a. de basisvoorwaarden voor voorschoolse educatie, +b. het informeren van ouders en ouderbetrokkenheid, +c. de kwaliteit van de educatie, +d. ontwikkeling, zorg en begeleiding van de kinderen, +e. kwaliteitszorg, +f. de doorgaande lijn tussen voor- en vroegschoolse educatie. + +**2.** De inspectie rapporteert over de bevindingen van het toezicht aan de houder van een peuterspeelzaal of een kindercentrum en aan het college van burgemeester en wethouders. + +**3.** Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, kan de inspectie uit eigen beweging incidenteel onderzoek verrichten naar de kwaliteit van de voorschoolse educatie in peuterspeelzalen en kindercentra, bedoeld in de bij of krachtens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen vastgestelde bepalingen. + +**4.** Artikel 13 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder «andere betrokkenen» in ieder geval wordt verstaan: vertegenwoordigers van houders van kindercentra en peuterspeelzalen als bedoeld in de artikelen 1.1 en 2.1 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. + +**5.** De inspectie verricht het onderzoek, bedoeld in artikel 15f, tweede lid, op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente of op verzoek van Onze Minister. Het college van burgemeester en wethouders dient een dergelijk verzoek in op eigen initiatief of als een partij als bedoeld in artikel 167, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs aan het college hierom verzoekt. + +### Artikel 15j + +De artikelen 20, 21, 22 en 23 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 20, tweede lid, onder «een bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschrift» wordt verstaan «een bij of krachtens een onderwijswet of een bij of krachtens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen gegeven voorschrift omtrent de kwaliteit van voorschoolse educatie» en dat in het derde en vierde lid onder «het bestuur» moet worden verstaan: de houder van een kindercentrum of peuterspeelzaal als bedoeld in de artikelen 1.1 en 2.1 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. + +### Artikel 15k + +**1.** Indien de inspectie oordeelt dat de kwaliteit van de voorschoolse educatie in peuterspeelzalen of kindercentra als bedoeld in de bij of krachtens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen vastgestelde bepalingen, ernstig of langdurig tekortschiet, informeert zij het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente en doet voorstellen over te treffen maatregelen. + +**2.** De inspectie stelt de houder van de betreffende peuterspeelzaal of van het betreffende kindercentrum in kennis van haar voorstellen aan het college van burgemeester en wethouders. + ## Hoofdstuk 4. Toezicht hoger onderwijs ### Artikel 16