diff --git a/ministeriele-regeling/subsidieregeling-esf-20212027/BWBR0046622/README.md b/ministeriele-regeling/subsidieregeling-esf-20212027/BWBR0046622/README.md index 99cbf3a7e98..b05c3d3c421 100644 --- a/ministeriele-regeling/subsidieregeling-esf-20212027/BWBR0046622/README.md +++ b/ministeriele-regeling/subsidieregeling-esf-20212027/BWBR0046622/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Subsidieregeling ESF+ 2021–2027 bwb_id: BWBR0046622 type: ministeriele-regeling status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2024-02-20' +datum_inwerkingtreding: '2024-06-13' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0046622 citeertitel: Subsidieregeling ESF+ 2021–2027 --- @@ -28,11 +28,11 @@ In deze regeling wordt verstaan onder: - *CAO:* collectieve arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst; - *centrumgemeente:* Alkmaar, Almere, Amersfoort, Amsterdam, Apeldoorn, Arnhem, Breda, Den Bosch, Den Haag, Doetinchem, Dordrecht, Ede, Eindhoven, Emmen, Enschede, Goes, Gorinchem, Gouda, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hilversum, Leeuwarden, Leiden, Nijmegen, Roermond, Rotterdam, Tiel, Tilburg, Utrecht, Venlo, Zaanstad, Zoetermeer of Zwolle; - *directe kosten:* kosten die rechtstreeks samenhangen met de uitvoering van de actie of het project, waarbij het rechtstreekse verband met deze actie of dit project kan worden aangetoond; -- *directe loonkosten:* loonkosten van personeel, waarbij sprake is van direct aan deelnemers van het project bestede uren; +- *directe loonkosten:* loonkosten van personeel, waarbij sprake is van direct aan het project toewijsbaar bestede uren; - *EVC:* Erkenning Verworven Competenties; - *EVC-aanbieder:* organisatie die een EVC-procedure uitvoert aan de hand van een voor EVC erkende onderwijs-, beroeps- of branchestandaard en voor de EVC-standaard is geregistreerd in het register van het Nationaal Kenniscentrum EVC; - *EVC-procedure:* geheel van processtappen en instrumenten waarmee een EVC-aanbieder eerder of elders verworven competenties van een kandidaat beoordeelt ten opzichte van een voor EVC erkende onderwijs-, beroeps- of branchestandaard, en waarbij de uitkomsten worden vastgelegd in een ervaringscertificaat; -- *externe kosten:* kosten die in rekening gebracht worden door derden voor het uitvoeren van direct aan deelnemers gerelateerde activiteiten; +- *externe kosten:* kosten die in rekening gebracht worden door derden voor het leveren van diensten of producten die aan het project zijn toe te wijzen; - *indirecte kosten:* kosten die niet rechtstreeks verband houden of kunnen houden met de uitvoering van de actie of het project; - *intakegesprek:* een gesprek als bedoeld in artikel 2E.11, tweede lid; - *IOAW:* @@ -98,7 +98,7 @@ d. onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk met eigen medewerkers in loondienst **4.** Indien de Europese Commissie niet instemt met het Programma, kan de Minister de subsidieverlening aanpassen aan het gewijzigde Programma, dat de instemming van de Europese Commissie heeft verkregen. -**5.** Voor zover de bepalingen uit hoofdstuk 2 tot en met 2f in tegenspraak zijn met hoofdstuk 1, prevaleren de bepalingen in hoofdstuk 2 tot en met 2f. +**5.** Voor zover de bepalingen uit hoofdstuk 2 tot en met 2g in tegenspraak zijn met hoofdstuk 1, prevaleren de bepalingen in hoofdstuk 2 tot en met 2g. ### Artikel 1.3 @@ -116,7 +116,8 @@ c. het bevorderen van de toegang tot werk in de arbeidsmarktregio’s, nader uit d. het verlenen van voedselhulp, materiele basishulp en begeleidende maatregelen voor de meest behoeftigen, nader uitgewerkt in hoofdstuk 2C; e. het bevorderen van sociale inclusie, nader uitgewerkt in hoofdstuk 2D; f. het ondersteunen van personen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie, nader uitgewerkt in hoofdstuk 2E; -g. het beschikbaar stellen van middelen voor innovatieve activiteiten ten behoeve van het bevorderen van gendergelijkheid binnen arbeidsorganisaties. +g. het beschikbaar stellen van middelen voor innovatieve activiteiten ten behoeve van het bevorderen van gendergelijkheid binnen arbeidsorganisaties; +h. het beschikbaar stellen van middelen voor sociale innovatie ten behoeve van het bereiken en activeren van arbeidsorganisaties om hun beleid op het gebied van gelijke kansen, diversiteit en inclusie te bevorderen en om regionale kennisdeling omtrent deze thema’s te faciliteren. ### Artikel 1.5 @@ -1202,6 +1203,136 @@ a. wijze waarop project is ingericht en uitgevoerd; b. de feitelijke werking van de interventie; en c. de beoogde en niet beoogde effecten. +## Hoofdstuk 2g. Sociale innovatie ten behoeve van het bereiken en activeren van arbeidsorganisaties in de bevordering en het delen van diversiteits- en inclusiebeleid + +### Artikel 2g.1 + +Een subsidieaanvraag met betrekking tot een project in het kader van dit hoofdstuk wordt ingediend in het aanvraagtijdvak van 2 september 2024, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2024, 17.00 uur. + +### Artikel 2g.2 + +Het beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie op basis van dit hoofdstuk bedraagt € 5.000.000,–. + +### Artikel 2g.3 + +**1.** Een subsidie op grond van dit hoofdstuk heeft tot doel het beschikbaar stellen van middelen voor sociale innovatie ten behoeve van het bereiken en activeren van arbeidsorganisaties om hun beleid op het gebied van gelijke kansen, diversiteit en inclusie te bevorderen en om regionale kennisdeling omtrent deze thema’s te faciliteren. + +**2.** De sociale innovatie, bedoeld in het eerste lid, ziet op het onderzoeken, verder ontwikkelen, toepassen of het delen van uitvoerbare, overdraagbare en gevalideerde praktijk- en wetenschappelijke kennis, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de behoeften en bestaande activiteiten van arbeidsorganisaties. + +### Artikel 2g.4 + +Subsidie op grond van dit hoofdstuk kan worden aangevraagd door de Sociaal-Economische Raad. + +### Artikel 2g.5 + +**1.** + +Onverminderd artikel 1.6 vermeldt de aanvrager in het projectplan: + +a. een probleemanalyse met interventielogica waarin inzicht wordt gegeven in de aard van de problematiek op het gebied van een tekort of gebrek aan kennis en handelingsperspectief onder arbeidsorganisaties met betrekking tot gelijke kansen, diversiteits- en inclusiebeleid en een omschrijving van de wijze waarop het project hiervoor een oplossing kan bieden; +b. een activiteitenplan waarin wordt uiteengezet op welke wijze het doel, bedoeld in artikel 2g.3, wordt bereikt met de ontwikkeling, de implementatie, de evaluatie, het opschalen of het verspreiden van succesvolle aanpakken; +c. een planning van de werkzaamheden van het project en een financieringsplan met een begroting van de kosten van het project, met inachtneming van voorschotbehoefte en een liquiditeitsbegroting waaruit blijkt dat de aanvrager gedurende de gehele projectperiode beschikt over voldoende liquide middelen om het project conform planning uit te voeren; en +d. een beschrijving van de administratieve organisatie en interne beheersing, waarbij de aanvrager in een daarvoor digitaal beschikbaar gesteld format vermeldt op welke wijze de projectorganisatie is vormgegeven, de administratie is ingericht en welke maatregelen de aanvrager neemt om ervoor te zorgen dat aan de verantwoordingsvereisten wordt voldaan. + +**2.** De subsidieaanvraag heeft in ieder geval betrekking op de activiteiten, bedoeld in artikel 2g.7, tweede lid. + +### Artikel 2g.6 + +Een project in het kader van dit hoofdstuk kan starten vanaf de datum van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag en heeft een einddatum die niet later ligt dan 31 december 2028. + +### Artikel 2g.7 + +**1.** Voor subsidie komen enkel activiteiten in aanmerking die passen binnen het doel, bedoeld in artikel 2g.3. + +**2.** + +De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, bestaan in ieder geval uit: + +a. het uitbouwen, versterken en continueren van de activiteiten van bestaande inclusiedesks; +b. het inventariseren in welke regio’s behoefte is aan inclusiedesks en waar deze succesvol kunnen worden opgericht; +c. het uitbouwen van het netwerk van inclusiedesks door nieuwe inclusiedesks op te richten; en +d. het onderzoeken en evalueren van de effectiviteit van de inclusiedesks en het verkennen van de mogelijkheden tot voortzetting van de inclusiedesks na afloop van de subsidieperiode. + +**3.** + +De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, kunnen ook bestaan uit activiteiten die uitgevoerd worden door regionale inclusiedesks of op nationaal niveau, gericht op het stimuleren van gelijke kansen, diversiteit en inclusie bij werving en selectie binnen arbeidsorganisaties, waaronder: + +a. het uitdragen van kennis over de praktijk en bewezen interventies via uiteenlopende kanalen, zoals video’s, interviews, artikelen, bijeenkomsten, webinars of een kennisplatform; +b. het onderhouden van een regionaal netwerk van bedrijven en organisaties om een nieuwe norm te stellen voor gelijke kansen bij werving en selectie en het stimuleren van diversiteit en inclusie; en +c. het actief betrekken van experts en maatschappelijke organisaties en gebruik maken van hun kennis en ondersteuning. + +**4.** Een inclusiedesk als bedoeld in dit artikel is een regionale voorziening voor arbeidsorganisaties, ondersteund door lokale werkgeversnetwerken, die deze arbeidsorganisaties stimuleert en faciliteert om te investeren in gelijke kansen, diversiteit en inclusie. + +### Artikel 2g.8 + +**1.** + +Onverminderd artikel 1.11 zijn de volgende kosten subsidiabel: + +a. een opslag van 40% van de subsidiabele loonkosten ter dekking van alle overige kosten, indien enkel directe loonkosten worden gedeclareerd; +b. een opslag van 7% van de subsidiabele kosten ter dekking van de indirecte kosten, of, indien zowel directe loonkosten als direct aan het project toewijsbare externe kosten worden gedeclareerd, een opslag van 15% van de subsidiabele loonkosten ter dekking van de indirecte kosten; en +c. voor zover geen opslag als bedoeld in onderdelen a of b wordt toegepast, loonkosten en externe kosten van de indirecte activiteiten projectadministratie en coördinatie, tot een maximum van 20% van de subsidiabele kosten. + +**2.** In afwijking van artikel 1.12, onderdeel g, is niet-verrekenbare BTW subsidiabel. + +**3.** + +De subsidieontvanger onderbouwt de marktconformiteit van externe kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, en artikel 1.11, eerste lid, onderdeel a, bij een opdrachtwaarde vanaf € 50.000 aan de hand van: + +a. een transparante, objectieve en niet-discriminatoire aanbestedingsprocedure; of +b. indien de opdrachtwaarde onder de nationale aanbestedingsdrempel blijft, een offerteprocedure waarbij ten minste drie offertes zijn aangevraagd en beoordeeld door de subsidieontvanger. + +### Artikel 2g.9 + +Onverminderd artikel 1.12 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking: + +a. debetrente; +b. de aankoop van grond, onroerend goed en infrastructuur; en +c. de aankoop van meubilair, uitrusting en voertuigen, tenzij: + +1°. die aankoop noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doelstelling van het project; +2°. die goederen volledig worden afgeschreven tijdens het project; of +3°. die aankoop de voordeligste optie is. + +### Artikel 2g.10 + +In afwijking van artikel 1.10 bedraagt de subsidie op grond van dit hoofdstuk maximaal 95% van de subsidiabele kosten. + +### Artikel 2g.11 + +**1.** Na verlening van de subsidie kan de Minister, indien daarom in de subsidieaanvraag is verzocht, een voorschot van maximaal 20% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiebedrag verstrekken. + +**2.** + +De Minister kan gedurende de looptijd van het project op verzoek besluiten om een aanvullend voorschot te verlenen tot maximaal 80% van het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen maximale subsidiebedrag, indien: + +a. de subsidieontvanger aan de hand van een financiële rapportage in de vorm van een door de Minister beschikbaar gesteld formulier de reeds gemaakte kosten, waarop het gevraagde voorschot betrekking heeft, voldoende heeft gespecificeerd en onderbouwd; +b. het verzoek uiterlijk binnen vier weken na afloop van twaalf, vierentwintig of zesendertig maanden na de start van het project samen met een voortgangsrapportage als bedoeld in artikel 2g.12, wordt ingediend; en +c. de Minister heeft vastgesteld dat de financiële rapportage, bedoeld in onderdeel a, een juiste weergave vormt van de projectadministratie op het moment van indiening. + +### Artikel 2g.12 + +**1.** De subsidieontvanger dient binnen vier weken na afloop van twaalf, vierentwintig en zesendertig maanden na de start van het project een voortgangsrapportage in over de voorafgaande twaalf maanden. + +**2.** De voortgangsrapportage wordt ingediend onder gebruikmaking van een daartoe door de Minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier, voorzien van de vereiste bijlagen en een door de Minister erkende elektronische handtekening. + +**3.** Aan de voortgangsrapportage wordt per inclusiedesk een jaarverslag toegevoegd waarin opgenomen is welke activiteiten door wie zijn uitgevoerd en wat de resultaten van het afgelopen jaar zijn, zowel in voortgang als resultaat. + +**4.** In afwijking van de artikelen 1.13, vijfde lid, 1.15, eerste lid, en 1.16, eerste lid, dient de subsidieontvanger geen deelnemersadministratie in waarin het burgerservicenummer van de deelnemers aan het project is opgenomen. + +### Artikel 2g.13 + +**1.** + +Onverminderd artikel 1.16 wordt bij de einddeclaratie een rapport ingediend met de geleerde lessen, waar in ieder geval wordt ingegaan op: + +a. de wijze waarop het project is ingericht en uitgevoerd; +b. de feitelijke werking van de interventie; +c. de beoogde en niet beoogde effecten; en +d. de mogelijkheden tot voortzetting van de inclusiedesks na afloop van de subsidieperiode. + +**2.** Bij de einddeclaratie wordt een inventarisatie aangeleverd waaruit blijkt hoeveel en welke regio’s zijn benaderd om een inclusiedesk op te richten en een omschrijving van redenen om in voornoemde regio’s al dan niet een inclusiedesk op te richten. + ## Hoofdstuk 3. Slotartikelen ### Artikel 3.1