2009-01-01 | BWBR0007230 | Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken

This commit is contained in:
Coornhert 2009-01-01 12:00:00 +00:00
parent ad651adf45
commit b0ec096e2c

View file

@ -16,7 +16,7 @@ citeertitel: Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet wa
### Artikel 1
**1.** Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 3 en 39 van de Wet waardering onroerende zaken.
**1.** Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 3, 37a en 39 van de Wet waardering onroerende zaken.
**2.**
@ -24,9 +24,10 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: Wet waardering onroerende zaken;
b. waardering: waardebepaling en waardevaststelling van onroerende zaken op de voet van de wet;
c. afnemers: de overheden die gebruik maken van de ingevolge de wet vastgestelde waarden ten behoeve van de heffing van belastingen;
c. afnemers: bestuursorganen die de waardegegevens gebruiken ten behoeve van de heffing van belastingen;
d. Onze Minister: de Minister van Financiën;
e. verwerkbare gegevens: gegevens voor de afnemers die voldoen aan de door de Waarderingskamer vastgestelde kwaliteitseisen.
e. verwerkbare gegevens: gegevens voor de afnemers die voldoen aan de door de Waarderingskamer vastgestelde kwaliteitseisen;
f. belastingen: belastingen geheven door het Rijk, de gemeenten en de waterschappen.
## Hoofdstuk 2. Kostenverrekening
@ -34,29 +35,21 @@ e. verwerkbare gegevens: gegevens voor de afnemers die voldoen aan de door de Wa
**1.** De kosten van de Waarderingskamer komen ten laste van de afnemers. Het Rijk betaalt 25 percent, de gemeenten 50 percent en de waterschappen 25 percent.
**2.** De kosten van de waardering komen ten laste van de afnemers. Deze door de gemeenten te maken kosten worden geacht € 135 033 635 Per 1 januari 2008: € 140 144 658 per jaar te bedragen, waarvan het Rijk 40 procent (€ 54 013 454 Per 1 januari 2008: € 56 057 863) vergoedt, de waterschappen 15 procent (€ 20 255 045 Per 1 januari 2008: € 21 021 699) en waarbij het restant voor rekening van de gemeenten komt. De betaling van de vergoeding van de waterschappen aan de gemeenten loopt via het Rijk.
**2.** De kosten van de waardering komen ten laste van de afnemers.
**3.** Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden regels gesteld omtrent de verdeling over de individuele waterschappen van hetgeen de waterschappen ingevolge het tweede lid samen vergoeden, alsmede omtrent het tijdstip van de betaling aan het Rijk. Daarbij wordt de in het tweede lid bedoelde vergoeding van de waterschappen aan de gemeenten gedeeld door het totale aantal objecten in alle waterschappen samen en over de individuele waterschappen verdeeld naar rato van het aantal objecten in die individuele waterschappen. Jaarlijks doet de Unie van Waterschappen aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een opgave van het aantal objecten per individueel waterschap. Daarbij kan de Unie van Waterschappen uitgaan van het aantal objecten in een voorgaand jaar, gecorrigeerd met een volume-opslag.
**3.** De waterschappen betalen aan het Rijk jaarlijks een vergoeding van € 21 810 013 voor het aandeel van de waterschappen in de kosten van de waardering. Dit bedrag wordt bij het begin van het kalenderjaar bij regeling van Onze Minister aangepast vanwege een verwachte prijsmutatie en een volumeopslag. De verwachte prijsmutatie is daarbij het percentage zoals dat door het Centraal planbureau in het Centraal Economisch Plan is gepubliceerd als «prijsmutatie netto materiële overheidsconsumptie» voor het kalenderjaar. De volumeopslag wordt gesteld op 0,9 procent.
**4.** De bedragen, genoemd in het tweede lid, worden bij het begin van een kalenderjaar bij regeling van Onze Minister aangepast vanwege een verwachte prijsmutatie met een volume-opslag. De verwachte prijsmutatie is daarbij het percentage zoals dat door het Centraal planbureau in het Centraal Economisch Plan is gepubliceerd als «prijsmutatie netto materiële overheidsconsumptie» voor het kalenderjaar. De volume-opslag wordt gesteld op 0,75 procent.
**4.** Ingeval het in het derde lid genoemde bedrag hoger is dan € 21 810 013, wordt het verschil toegevoegd aan de algemene middelen van het Rijk.
**5.** Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden regels gesteld omtrent de verdeling over de individuele waterschappen van hetgeen de waterschappen samen aan het Rijk vergoeden voor het aandeel van de waterschappen in de kosten van de waardering, alsmede omtrent het tijdstip van de betaling aan het Rijk. Daarbij wordt de in het derde lid bedoelde vergoeding van de waterschappen gedeeld door het totale aantal objecten in alle waterschappen samen en over de individuele waterschappen verdeeld naar rato van het aantal objecten in die individuele waterschappen. Jaarlijks doet de Unie van Waterschappen aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een opgave van het aantal objecten per individueel waterschap. Daarbij kan de Unie van Waterschappen uitgaan van het aantal objecten in een voorgaand jaar, gecorrigeerd met een volumeopslag.
### Artikel 2a
**1.** De in artikel 2, tweede lid, vermelde jaarlijkse vergoeding van het Rijk en de waterschappen ter zake van de kosten van de waardering wordt aan de individuele gemeenten uitbetaald. Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden regels gesteld omtrent de wijze van verdeling over de individuele gemeenten van deze vergoeding en omtrent de tijdstippen van uitbetaling van deze vergoeding aan een individuele gemeente.
**2.**
Bij de verdeling van de vergoeding over de individuele gemeenten wordt rekening gehouden met:
a. een basisbedrag voor elke gemeente;
b. een vergoeding per object, waarbij onderscheid wordt gemaakt naar woningen, niet-woningen en adressen in buitengebieden;
c. een inhouding van een bedrag voor de Vereniging van Nederlandse Gemeenten ter vergoeding van kosten die samenhangen met verbeteringen op het gebied van kwaliteit en kostenbeheersing bij de uitvoering van de wet.
**3.** Bij de bepaling van de tijdstippen van uitbetaling van de vergoeding aan een individuele gemeente wordt rekening gehouden met de mate waarin door de desbetreffende gemeente is voldaan aan de verplichting tot het leveren van verwerkbare gegevens.
Vervallen
### Artikel 3
Onder de kosten van de Waarderingskamer, bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden verstaan de kosten verbonden aan de uitoefening van toezicht op de waardering, de kosten verbonden aan de geschillenbeslechting, bedoeld in artikel 11 van de wet, de kosten verbonden aan advisering van de Waarderingskamer door derden, alsmede de huisvestings- en personele kosten.
Onder de kosten van de Waarderingskamer, bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden verstaan de kosten verbonden aan de uitoefening van toezicht op de waardering, de kosten verbonden aan de uitoefening van toezicht op de uitvoering van de basisregistratie waarde onroerende zaken (basisregistratie WOZ), de kosten verbonden aan de geschillenbeslechting, bedoeld in artikel 11 van de wet, de kosten verbonden aan advisering van de Waarderingskamer door derden, alsmede de huisvestings- en personele kosten.
### Artikel 4
@ -88,14 +81,18 @@ Vervallen
### Artikel 7
**1.**
Ten behoeve van de heffing van belastingen door de afnemers worden door het college van burgemeester en wethouders ten minste de in de bijlage vermelde gegevens geregistreerd met betrekking tot:
a. onroerende zaken die bij de waardebepaling op grond van de wet in aanmerking worden genomen;
b. onroerende zaken waarvan de waarde op grond van artikel 120, derde lid, van de Waterschapswet bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de omslagen ter zake van gebouwde onroerende zaken buiten aanmerking worden gelaten.
b. onroerende zaken waarvan de waarde op grond van artikel 121, tweede lid, van de Waterschapswet bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking wordt gelaten.
**2.** De authentieke gegevens uit andere basisregistraties die worden opgenomen in de basisregistratie WOZ, bedoeld in artikel 37a, tweede lid, van de wet, zijn de in de bijlage genoemde gegevens met de codenummers 10.20, 11.10, 11.20, 11.30, 11.40, 11.70, 51.10, 51.20, 51.30, 51.40, 51.50, 41.20, 01.10, 02.30, 04.05, 03.10, 02.31, 02.41, 08.10 en 08.11.
### Artikel 8
**1.** Het college van burgemeester en wethouders of de in artikel 1, tweede lid, van de wet bedoelde gemeenteambtenaar levert de in artikel 7 bedoelde gegevens aan de afnemers.
**1.** Het college van burgemeester en wethouders levert de in artikel 7 bedoelde gegevens aan de afnemers.
**2.**
@ -104,11 +101,11 @@ De levering van gegevens aan de afnemers vindt plaats:
a. ter zake van een beschikking als bedoeld in de artikelen 22 en 26 van de wet: binnen acht weken na de aanvang van het eerste kalenderjaar waarvoor die beschikking geldt;
b. ter zake van een beschikking als bedoeld in de artikelen 27, 28 en 29 van de wet: binnen vier weken na de vaststelling van de beschikking, met dien verstande dat gegevens betreffende een beschikking die is verminderd krachtens een beslissing op een bezwaarschrift of een rechterlijke uitspraak, worden geleverd binnen twee weken nadat die uitspraak onherroepelijk is komen vast te staan.
**3.** Het college van burgemeester en wethouders of de in artikel 1, tweede lid, van de wet bedoelde gemeenteambtenaar stelt de afnemers binnen vier weken op de hoogte van feiten of omstandigheden met betrekking tot een beschikking, die voor de afnemers van belang zijn in het kader van de heffing en de invordering van hun belastingen.
**3.** Het college van burgemeester en wethouders stelt de afnemers binnen vier weken op de hoogte van feiten of omstandigheden met betrekking tot een beschikking, die voor de afnemers van belang zijn in het kader van de heffing en de invordering van hun belastingen.
### Artikel 9
Onze Minister stelt in overleg met de Waarderingskamer een standaard-uitwisselingsformaat voor de levering van gegevens vast.
Onze Minister stelt in overleg met de Waarderingskamer een standaard-uitwisselingsformaat voor de levering van gegevens aan de afnemers vast.
## Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen