2016-07-01 | BWBR0001950 | Algemeen Rijksambtenarenreglement
This commit is contained in:
parent
3025245a07
commit
b0ec7ee4ee
1 changed files with 32 additions and 20 deletions
|
|
@ -385,9 +385,9 @@ b. onder inkomsten die in verband met zijn werkzaamheden in dat publiekrechtelij
|
|||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het vorige lid en de artikelen 18 tot en met 20 en 20*d* wordt - ingeval de ambtenaar in het genot is van een toelage als bedoeld in artikel 17 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 - dit bezoldigingsdeel vastgesteld op het bedrag dat hem ingevolge de voor hem geldende werktijdregeling zou zijn toegekend, indien hij niet aan zijn burgerlijke betrekking zou zijn onttrokken.
|
||||
Voor de toepassing van het vorige lid en de artikelen 18 tot en met 20 en 20*d* wordt - ingeval de ambtenaar in het genot is van een toelage als bedoeld in artikel 17 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 - dit bezoldigingsdeel vastgesteld op het bedrag dat hem ingevolge de voor hem geldende arbeidstijdpatroon zou zijn toegekend, indien hij niet aan zijn burgerlijke betrekking zou zijn onttrokken.
|
||||
|
||||
Is de vaststelling van het bedrag op deze wijze niet mogelijk, dan wordt dit, met inachtneming van de percentages en het berekeningsmaximum zoals genoemd in artikel 17 van vorengenoemd besluit, berekend over het voor de ambtenaar geldende salaris, zulks naar de aantallen uren als bedoeld in dat artikel waarop door hem gedurende de drie kalendermaanden voorafgaande aan het tijdstip met ingang waarvan hij aan zijn burgerlijke betrekking werd onttrokken, ingevolge de voor hem geldende werktijdregeling gemiddeld per maand is gewerkt.
|
||||
Is de vaststelling van het bedrag op deze wijze niet mogelijk, dan wordt dit, met inachtneming van de percentages en het berekeningsmaximum zoals genoemd in artikel 17 van vorengenoemd besluit, berekend over het voor de ambtenaar geldende salaris, zulks naar de aantallen uren als bedoeld in dat artikel waarop door hem gedurende de drie kalendermaanden voorafgaande aan het tijdstip met ingang waarvan hij aan zijn burgerlijke betrekking werd onttrokken, ingevolge de voor hem geldende arbeidstijdpatroon gemiddeld per maand is gewerkt.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van het tweede lid en de artikelen 18 tot en met 20 en 20*d* wordt - ingeval de ambtenaar in het genot is van een toelage als bedoeld in artikel 18*a* van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 - dit bezoldigingsdeel vastgesteld op het bedrag dat hem ingevolge het voor hem geldende consignatierooster zou zijn toegekend, indien hij niet aan zijn burgerlijke betrekking zou zijn onttrokken. Is de vaststelling van het bedrag op deze wijze niet mogelijk, dan wordt dit bedrag berekend naar de berekeningsgrondslag en de percentages zoals genoemd in artikel 18*a* van vorengenoemd besluit, zulks naar de aantallen uren als bedoeld in dat artikel waarop door hem gedurende de drie kalendermaanden voorafgaande aan het tijdstip met ingang waarvan hij aan zijn burgerlijke betrekking werd onttrokken, gemiddeld per maand consignatiediensten zijn verricht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -475,7 +475,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** Met inachtneming van het bepaalde in dit hoofdstuk en van het bepaalde in of krachtens wetten, houdende regels tot beperking van de werktijd, stelt het bevoegd gezag voor de ambtenaren werktijdregelingen vast. Onder werktijdregeling wordt verstaan een van tevoren bekend gemaakt schema van aanvang en einde van de dagelijkse werktijden gedurende een bepaalde periode. Het in de werktijdregeling opgenomen aantal te werken uren op jaarbasis kan niet hoger zijn dan gemiddeld 40 uur per week.
|
||||
**1.** Met inachtneming van het bepaalde in dit hoofdstuk en van het bepaalde in of krachtens wetten, houdende regels tot beperking van de werktijd, stelt het bevoegd gezag voor de ambtenaar een arbeidstijdpatroon vast. Onder arbeidstijdpatroon wordt verstaan een van tevoren bekend gemaakt schema van aanvang en einde van de dagelijkse werktijden gedurende een bepaalde periode. Het in de arbeidstijdpatroon opgenomen aantal te werken uren op jaarbasis kan niet hoger zijn dan gemiddeld 40 uur per week.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -504,14 +504,14 @@ b. Van onderdeel a van dit artikellid kan slechts worden afgeweken indien het di
|
|||
c. De onderdelen a en b vinden ten aanzien van de zondag voor de ambtenaar die aan het hoofd van dienst heeft medegedeeld dat hij, in verband met zijn godsdienstige opvattingen, de wekelijkse rustdag op een andere dag dan de zondag viert, overeenkomstige toepassing voor die dag in plaats van ten aanzien van de zondag.
|
||||
d. Op zaterdag kan dienst worden geëist, mits de belangen van de dienst daartoe aanleiding geven.
|
||||
|
||||
**8.** a. De ambtenaar van 18 jaar of ouder heeft een onafgebroken rusttijd van hetzij ten minste 36 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren, hetzij ten minste 60 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van 9 maal 24 uren welke rusttijd éénmaal in elke periode van 5 achtereenvolgende weken mag worden bekort tot 32 uren.
|
||||
**8.** a. De ambtenaar van 18 jaar of ouder heeft een onafgebroken rusttijd van hetzij ten minste 36 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren, hetzij ten minste 72 uren in elke aaneengesloten periode van 14 maal 24 uren, welke rusttijd kan worden gesplitst in onafgebroken rustperioden van elk ten minste 32 uren.
|
||||
b. De ambtenaar van 16 of 17 jaar heeft een onafgebroken rusttijd van ten minste 36 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren.
|
||||
|
||||
**9.** Van de voor de ambtenaar vastgestelde werktijdregeling kan slechts worden afgeweken indien het dienstbelang dit onvermijdelijk maakt en - behoudens in geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden - mits ervoor wordt gezorgd, dat de ambtenaar in of over het desbetreffende tijdvak van zeven dagen een ononderbroken rusttijd van ten minste 36 uren geniet.
|
||||
**9.** Van het voor de ambtenaar vastgestelde arbeidstijdpatroon kan slechts worden afgeweken indien het dienstbelang dit onvermijdelijk maakt en - behoudens in geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden - mits ervoor wordt gezorgd, dat de ambtenaar in of over het desbetreffende tijdvak van zeven dagen een ononderbroken rusttijd van ten minste 36 uren geniet.
|
||||
|
||||
**10.** In bijzondere gevallen kan van de vaststelling van een werktijdregeling als bedoeld in het eerste lid worden afgezien. In die gevallen vindt in het tweede tot en met negende lid overeenkomstige toepassing.
|
||||
**10.** In bijzondere gevallen kan van de vaststelling van een arbeidstijdpatroon als bedoeld in het eerste lid worden afgezien. In die gevallen vindt in het tweede tot en met negende lid overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**11.** Indien de ambtenaar gedurende vier aaneengesloten weken wegens ziekte geheel of gedeeltelijk geen dienst heeft verricht, geldt met ingang van de dag onmiddellijk aansluitend op die vier weken voor zolang wegens ziekte geheel of gedeeltelijk geen dienst wordt verricht een werktijdregeling waarin het aantal te werken uren per week gelijk is aan 36 vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor.
|
||||
**11.** Indien de ambtenaar gedurende vier aaneengesloten weken wegens ziekte geheel of gedeeltelijk geen dienst heeft verricht, geldt met ingang van de dag onmiddellijk aansluitend op die vier weken voor zolang wegens ziekte geheel of gedeeltelijk geen dienst wordt verricht een arbeidstijdpatroon waarin het aantal te werken uren per week gelijk is aan 36 vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor.
|
||||
|
||||
**12.** In overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan in uitzonderlijke gevallen van het bepaalde in het tweede tot en met negende lid, alsmede van het bepaalde in de tweede volzin van het tiende lid, worden afgeweken voorzover dat niet in strijd is met het bepaalde bij of krachtens de Arbeidstijdenwet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -614,7 +614,7 @@ De op grond van het vierde lid geldende aanspraak op vakantie wordt met bovenwet
|
|||
|
||||
**8.** Indien de werktijd van de ambtenaar wordt gewijzigd, wordt de aanspraak op vakantie over een eventueel resterend gedeelte van het desbetreffende kalenderjaar opnieuw vastgesteld, rekening houdend met de nieuwe werktijd. De tot aan de datum van ingang van de wijziging van de werktijd verworven aanspraak op vakantie blijft ongewijzigd gehandhaafd.
|
||||
|
||||
**9.** Over kalendermaanden gedurende welke de ambtenaar in afwijking van de voor hem geldende werktijdregeling in het geheel geen dienst verricht, heeft hij geen aanspraak op vakantie. Over kalendermaanden gedurende welke de ambtenaar in afwijking van de voor hem geldende werktijdregeling gedeeltelijk dienst verricht, heeft hij aanspraak op vakantie naar evenredigheid van het gedeelte van de werktijd waarop hij volgens de werktijdregeling dienst verricht.
|
||||
**9.** Over kalendermaanden gedurende welke de ambtenaar in afwijking van het voor hem geldende arbeidstijdpatroon in het geheel geen dienst verricht, heeft hij geen aanspraak op vakantie. Over kalendermaanden gedurende welke de ambtenaar in afwijking van het voor hem geldende arbeidstijdpatroon gedeeltelijk dienst verricht, heeft hij aanspraak op vakantie naar evenredigheid van het gedeelte van de werktijd waarop hij volgens het arbeidstijdpatroon dienst verricht.
|
||||
|
||||
**10.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1431,7 +1431,7 @@ b) deze kosten redelijkerwijs niet voor zijn rekening kunnen blijven.
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien de ambtenaar in het genot is van een toelage als bedoeld in artikel 17, 17a, 18 of 18a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, worden die toelagen voor de vaststelling van het in het eerste lid bedoelde bedrag, vastgesteld op het bedrag dat hem ingevolge de voor hem geldende werktijdregeling zou zijn toegekend indien hij niet ongeschikt was geworden tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Indien de vaststelling van het bedrag op deze wijze niet mogelijk is, dan wordt dit bedrag vastgesteld op het gemiddelde van het bedrag dat de ambtenaar per maand aan die toelagen heeft genoten over de drie kalendermaanden voorafgaande aan:
|
||||
Indien de ambtenaar in het genot is van een toelage als bedoeld in artikel 17, 17a, 18 of 18a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, worden die toelagen voor de vaststelling van het in het eerste lid bedoelde bedrag, vastgesteld op het bedrag dat hem ingevolge zijn arbeidstijdpatroon zou zijn toegekend indien hij niet ongeschikt was geworden tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Indien de vaststelling van het bedrag op deze wijze niet mogelijk is, dan wordt dit bedrag vastgesteld op het gemiddelde van het bedrag dat de ambtenaar per maand aan die toelagen heeft genoten over de drie kalendermaanden voorafgaande aan:
|
||||
|
||||
a) de kalendermaand waarin de ambtenaar ongeschikt is geworden tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte; of
|
||||
b) de kalendermaand waarin de gewezen ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is geworden een naar aard en omvang soortgelijke betrekking te vervullen.
|
||||
|
|
@ -1749,6 +1749,12 @@ d. overige voorzieningen die voor de uitvoering van het VWNW-plan nodig zijn.
|
|||
|
||||
**7.** Het bevoegd gezag kan het VWNW-plan herzien indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.
|
||||
|
||||
### Artikel 49ya
|
||||
|
||||
**1.** In de vrijwillige fase kan door Onze Minister worden afgeweken van artikel 49x, eerste lid, en van artikel 49y, eerste lid, indien de centrales van verenigingen van ambtenaren , bedoeld in artikel 113 en artikel 118, met die afwijking instemmen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien van de in het eerste lid bedoelde mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, wordt op verzoek van de ambtenaar die deel uitmaakt van een aangewezen groep als bedoeld in artikel 49s, tweede lid, een VWNW-onderzoek uitgevoerd alsmede een VWNW-plan opgesteld en uitgevoerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 49z
|
||||
|
||||
**1.** De VWNW-kandidaat voert het VWNW-plan uit.
|
||||
|
|
@ -1912,7 +1918,14 @@ Indien het bevoegd gezag binnen zes maanden na plaatsing in een functie binnen d
|
|||
|
||||
### Artikel 49rr
|
||||
|
||||
De verplichte VWNW-kandidaat heeft bij de vervulling van vacatures binnen de sector Rijk een voorrangspositie op andere ambtenaren, voor zover die geen voorrangspositie hebben.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De verplichte VWNW-kandidaat heeft een voorrangspositie op ambtenaren die geen voorrangspositie hebben bij de vervulling van vacatures:
|
||||
|
||||
a. binnen de sector Rijk, en
|
||||
b. binnen een zelfstandig bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen dat geen onderdeel uitmaakt van de Staat, indien dat zelfstandig bestuursorgaan dat schriftelijk heeft verklaard.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een zelfstandig bestuursorgaan de schriftelijke verklaring, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, heeft gegeven, heeft de verplichte VWNW-kandidaat bij de vervulling van vacatures dezelfde voorrangspositie als de werknemer in dienst van dat zelfstandig bestuursorgaan die ingevolge artikel 15, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen met overeenkomstige toepassing van artikel 49r, onderdeel e, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement verplichte VWNW-kandidaat is.
|
||||
|
||||
### Artikel 49ss
|
||||
|
||||
|
|
@ -2338,21 +2351,20 @@ c. daarbij door de ambtenaar bewijsstukken worden overgelegd waaruit blijkt dat
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Met de ambtenaar wordt minimaal een keer per jaar door een functionaris, aangewezen door het bevoegd gezag, gesproken over:
|
||||
Met de ambtenaar wordt minimaal een keer per jaar door een leidinggevende functionaris, aangewezen door het bevoegd gezag, gesproken over:
|
||||
|
||||
a. de wijze waarop de ambtenaar de opgedragen werkzaamheden heeft uitgevoerd en de resultaten die daarbij zijn gehaald;
|
||||
b. de omstandigheden waaronder de opgedragen werkzaamheden zijn uitgevoerd;
|
||||
c. welke werkzaamheden de ambtenaar zullen worden opgedragen en welke resultaten daarbij behaald moeten worden;
|
||||
d. de omstandigheden waaronder die op te dragen werkzaamheden zullen worden uitgevoerd;
|
||||
e. de wijze waarop de persoonlijke ontwikkeling van de ambtenaar bevorderd kan worden.
|
||||
a. de resultaten die de ambtenaar heeft behaald en de wijze waarop en de omstandigheden waaronder de opgedragen werkzaamheden zijn uitgevoerd;
|
||||
b. de opvatting van zowel de functionaris als de ambtenaar over het onder a besprokene, op basis waarvan de functionaris tot een uiteindelijke samenvattende conclusie komt;
|
||||
c. welke werkzaamheden de ambtenaar zullen worden opgedragen, de omstandigheden waaronder deze zullen worden uitgevoerd en welke resultaten daarbij behaald moeten worden;
|
||||
d. de wijze waarop de persoonlijke ontwikkeling van de ambtenaar bevorderd kan worden.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de ambtenaar gedurende vijf aaneengesloten jaren dezelfde functie heeft vervuld, wordt in het gesprek als bedoeld in het eerste lid specifieke aandacht besteed aan de continuering van de loopbaan.
|
||||
**2.** Indien de ambtenaar gedurende vijf aaneengesloten jaren dezelfde functie heeft vervuld, wordt in het gesprek als bedoeld in het eerste lid specifieke aandacht besteed aan de wenselijkheid en mogelijkheid van de continuering van de loopbaan in een andere functie.
|
||||
|
||||
**3.** Van het met de ambtenaar besprokene wordt een schriftelijk verslag gemaakt.
|
||||
**3.** Over de in het eerste lid, onder c en d, genoemde onderwerpen worden met de ambtenaar afspraken gemaakt.
|
||||
|
||||
**4.** Over de in het eerste lid, onder c, d en e, genoemde onderwerpen worden met de ambtenaar afspraken gemaakt.
|
||||
**4.** Van het met de ambtenaar besprokene, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt een schriftelijk verslag gemaakt.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister stelt vast aan welke eisen een gesprek als bedoeld in het eerste lid alsmede een verslag daarvan moet voldoen.
|
||||
**5.** Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst stelt vast aan welke eisen een gesprek als bedoeld in het eerste lid alsmede het verslag, bedoeld in het vierde lid moet voldoen.
|
||||
|
||||
### Artikel 71a
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue