From b11af46d924497c91f2f9139d85c62eba0dd9bbd Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Jan 2006 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2006-01-01 | BWBR0007795 | Algemene nabestaandenwet --- .../BWBR0007795/README.md | 36 ++++++++++--------- 1 file changed, 20 insertions(+), 16 deletions(-) diff --git a/wet/algemene-nabestaandenwet/BWBR0007795/README.md b/wet/algemene-nabestaandenwet/BWBR0007795/README.md index 080914daf6f..edb9cdb2f19 100644 --- a/wet/algemene-nabestaandenwet/BWBR0007795/README.md +++ b/wet/algemene-nabestaandenwet/BWBR0007795/README.md @@ -17,7 +17,7 @@ citeertitel: Algemene nabestaandenwet In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; -b. premie voor de volksverzekeringen: de premie, bedoeld in de Wet financiering volksverzekeringen; +b. premie voor de volksverzekeringen: de premie voor de volksverzekeringen, bedoeld in de Wet financiering sociale verzekeringen; c. de Sociale verzekeringsbank: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; d. nabestaande: de echtgenoot van degene, die op de dag van overlijden verzekerd is op grond van deze wet; e. halfwees: een ongehuwd kind, van wie één van beide ouders is overleden en van wie die ouder op de dag van overlijden: @@ -42,12 +42,12 @@ m. justitiële inrichting: een penitentiaire inrichting, een inrichting voor ver In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. bruto-minimumloon: het in artikel 8, eerste lid, onderdeel *a*, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag; -b. netto-minimumloon: het in onderdeel a bedoelde bedrag na aftrek van de loonbelasting en premies ingevolge de sociale verzekeringswetten behoudens de nominale premie ingevolge de Ziekenfondswet. De loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen worden berekend voor een werknemer, jonger dan 65 jaar,rekening houdend met uitsluitend tweemaal de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, over het in onderdeel a bedoelde bedrag, vermeerderd met het werkgeversaandeel in de procentuele premie ingevolge de Ziekenfondswet en verminderd met het werknemersaandeel in de premie ingevolge de Werkloosheidswet; +a. bruto-minimumloon: het in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag; +b. netto-minimumloon: het bruto-minimumloon, na aftrek van premies op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen, de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet, over het bruto-minimumloon en loonbelasting, en vermeerderd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet. De loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, bedoeld in artikel 1 van de Wet financiering sociale verzekeringen, worden berekend voor een werknemer, jonger dan 65 jaar, rekening houdend met uitsluitend tweemaal de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, over het bruto-minimumloon vermeerderd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, en verminderd met het werknemersaandeel in de premie, bedoeld in afdeling 2 van hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen; c. bruto-minimumvakantiebijslag: het bedrag waarop degene die aanspraak heeft op het bruto-minimumloon ingevolge artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag aanspraak heeft; d. netto-minimumvakantiebijslag: het verschil tussen het bedrag, dat zou zijn berekend voor een werknemer, jonger van 65 jaar, indien onderdeel b wordt toegepast op het bruto-minimumloon verhoogd met de bruto-minimumvakantiebijslag, en het netto-minimumloon, bedoeld in onderdeel b. -**2.** Indien ingevolge één van de sociale verzekeringswetten een premie wordt ingehouden waarvan het percentage per bedrijfstak verschilt, wordt voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen *b* en *d*, met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels bij ministeriële regeling een gemiddeld percentage vastgesteld. +**2.** Indien op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen een premie wordt ingehouden waarvan het percentage per bedrijfstak verschilt, wordt voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen *b* en *d*, met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels bij ministeriële regeling een gemiddeld percentage vastgesteld. **3.** Op een beschikking als gevolg van een herziening van een uitkering op grond van deze wet in verband met een wijziging van het netto-minimumloon, zijn de artikelen 3:41 en 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. @@ -160,7 +160,7 @@ b. geen ingezetene is, doch ter zake van in Nederland in dienstbetrekking verric **3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan, in afwijking van het eerste en tweede lid, uitbreiding dan wel beperking worden gegeven aan de kring van verzekerden. -**4.** Indien een verzekerde ophoudt ingezetene te zijn, eindigt zijn verzekering, behoudens voor de toepassing van de Wet financiering volksverzekeringen en voor zover niet reeds op hem van toepassing is een overeenkomstige regeling van de Nederlandse Antillen, van Aruba, van een andere Mogendheid of een volkenrechtelijke organisatie, niet eerder dan zes weken na de dag, met ingang waarvan hij heeft opgehouden ingezetene te zijn. Op de termijn, gesteld in de eerste volzin, is de Algemene Termijnenwet niet van toepassing. +**4.** Indien een verzekerde ophoudt ingezetene te zijn, eindigt zijn verzekering, behoudens voor de toepassing van de Wet financiering sociale verzekeringen en voor zover niet reeds op hem van toepassing is een overeenkomstige regeling van de Nederlandse Antillen, van Aruba, van een andere Mogendheid of een volkenrechtelijke organisatie, niet eerder dan zes weken na de dag, met ingang waarvan hij heeft opgehouden ingezetene te zijn. Op de termijn, gesteld in de eerste volzin, is de Algemene Termijnenwet niet van toepassing. **5.** @@ -241,9 +241,9 @@ c. de nabestaande de 65-jarige leeftijd bereikt. ### Artikel 17 -**1.** De bruto-nabestaandenuitkering wordt zodanig vastgesteld, dat na aftrek van de in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen voor een persoon jonger dan 65 jaar, rekening houdend met uitsluitend de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964 en de in te houden procentuele premie op grond van de Ziekenfondswet, de netto-nabestaandenuitkering gelijk is aan 70% van het netto-minimumloon. +**1.** De bruto-nabestaandenuitkering wordt zodanig vastgesteld, dat na aftrek van de in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen voor een persoon jonger dan 65 jaar, rekening houdend met uitsluitend de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964 en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet, de netto-nabestaandenuitkering gelijk is aan 70% van het netto-minimumloon. -**2.** In afwijking van het eerste lid wordt de bruto-nabestaandenuitkering van de nabestaande, zolang hij een gezamenlijke huishouding ten behoeve van de verzorging van een hulpbehoevende voert, zodanig vastgesteld, dat na aftrek van de in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen voor een persoon jonger dan 65 jaar, rekening houdend met uitsluitend de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964 en de in te houden procentuele premie op grond van de Ziekenfondswet, de netto-nabestaandenuitkering gelijk is aan 50% van het netto-minimumloon. +**2.** In afwijking van het eerste lid wordt de bruto-nabestaandenuitkering van de nabestaande, zolang hij een gezamenlijke huishouding ten behoeve van de verzorging van een hulpbehoevende voert, zodanig vastgesteld, dat na aftrek van de in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen voor een persoon jonger dan 65 jaar, rekening houdend met uitsluitend de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964 en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet, de netto-nabestaandenuitkering gelijk is aan 50% van het netto-minimumloon. **3.** De bruto-nabestaandenuitkering van de nabestaande bedoeld in artikel 4 is niet hoger dan de door de overleden verzekerde aan de nabestaande verschuldigde uitkering tot levensonderhoud van de nabestaande. @@ -312,7 +312,7 @@ b. **waarin de halfwees de leeftijd van 18 jaar bereikt. ### Artikel 25 -**1.** De bruto-halfwezenuitkering wordt zodanig vastgesteld, dat na aftrek van de in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen voor een persoon jonger dan 65 jaar, rekening houdend met uitsluitend de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964 en de alleenstaande-ouderkorting, bedoeld in artikel 8.15 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en de in te houden procentuele premie op grond van de Ziekenfondswet, de netto-halfwezenuitkering gelijk is aan 20% van het netto-minimumloon. +**1.** De bruto-halfwezenuitkering wordt zodanig vastgesteld, dat na aftrek van de in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen voor een persoon jonger dan 65 jaar, rekening houdend met uitsluitend de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964 en de alleenstaande-ouderkorting, bedoeld in artikel 8.15 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet, de netto-halfwezenuitkering gelijk is aan 20% van het netto-minimumloon. **2.** Op de halfwezenuitkering ten behoeve van de halfwees, bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel e, onder 2°, wordt de financiële bijdrage die de overlevende ouder betaalt of op grond van een rechterlijke uitspraak in verband met zijn onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek dient te betalen in mindering gebracht. De Sociale verzekeringsbank kan hiertoe zelf een onderzoek instellen. Indien de toepassing van de eerste zin tot een onbillijkheid van overwegende aard leidt kan de Sociale verzekeringsbank hiervan afzien. @@ -553,9 +553,9 @@ Voor de toepassing van de artikelen 5, tweede lid, 11, 14, eerste lid, aanhef en **5.** Degene aan wie een boete is opgelegd is verplicht desgevraagd aan de Sociale verzekeringsbank de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de boete van belang zijn. -**6.** Voor zover de boete nog niet is geïnd, vervalt zij door het overlijden van degene aan wie zij is opgelegd. +**6.** Voorzover de boete nog niet is geïnd, vervalt zij door het overlijden van degene aan wie zij is opgelegd. -**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en het tweede lid. +**7.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en het tweede lid. ### Artikel 40 @@ -749,7 +749,7 @@ Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking to **1.** Indien degene, aan wie uitkering op grond van deze wet is toegekend, in een inrichting ter verpleging van geesteszieken of van zwakzinnigen is opgenomen en de Sociale verzekeringsbank van de desbetreffende inrichting of van de gemeente die de opnamekosten betaalt, het verzoek ontvangt om de uitkering aan die inrichting of die gemeente uit te betalen, is de Sociale verzekeringsbank bevoegd dat verzoek zonder het stellen van andere voorwaarden in te willigen. -**2.** Indien degene, aan wie uitkering op grond van deze wet is toegekend, op grond van artikel 6, derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een bijdrage verschuldigd is in de kosten van een verstrekking als bedoeld in de artikelen 6 en 11 van die wet of een vergoeding als bedoeld in de artikelen 11 en 12 van die wet, is de Sociale verzekeringsbank bevoegd de uitkering tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan degene, aan wie de uitkering is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1a van de Ziekenfondswet. +**2.** Indien degene aan wie uitkering op grond van deze wet is toegekend, aanspraak heeft op verstrekking of vergoeding van zorg als bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en op grond van die wet een bijdrage voor die zorg verschuldigd is, is de Sociale verzekeringsbank bevoegd de uitkering tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan degene, aan wie de uitkering is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet. **3.** Indien het tweede lid toepassing vindt, heeft de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid betrekking op het gedeelte van de uitkering, dat niet aan het in het tweede lid bedoelde orgaan wordt uitbetaald. @@ -788,7 +788,7 @@ Bij de vaststelling van de schadevergoeding, waarop de nabestaande en ouderloos **1.** Indien de verzekerde bij zijn overlijden in dienstbetrekking werkzaam was, geldt artikel 61, ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte werkgever van de verzekerde, onderscheidenlijk ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte persoon, die in dienstbetrekking staat tot dezelfde werkgever als de verzekerde jegens wiens nabestaande en ouderloos geworden kinderen naar burgerlijk recht verplichting tot schadevergoeding bestaat, slechts indien het overlijden van de verzekerde is te wijten aan opzet of bewuste roekeloosheid van die werkgever onderscheidenlijk persoon. -**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt mede als werkgever beschouwd degene, die krachtens het eerste lid van artikel 16*a* van de Coördinatiewet Sociale Verzekering mede als werkgever wordt beschouwd, ongeacht de bij het tweede lid van dat artikel bedoelde uitzonderingen. +**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt mede als werkgever beschouwd de inlener, bedoeld in artikel 34 van de Invorderingswet 1990. ## Hoofdstuk 5. De vrijwillige verzekering @@ -844,7 +844,7 @@ De vrijwillige verzekering, bedoeld in artikel 63a, eerste lid, eindigt: a. met ingang van de eerste dag van de tweede maand volgend op die waarin de Sociale verzekeringsbank een schriftelijke opzegging van de gewezen verzekerde heeft ontvangen; b. met ingang van de dag, waarop de periode van tien jaar, bedoeld in artikel 63a, eerste lid, is verstreken; c. met ingang van de dag, waarop de gewezen verzekerde verplicht verzekerd wordt op grond van deze wet; -d. met ingang van de eerste dag van de vierde maand volgend op de laatste dag van de door de Sociale verzekeringsbank gestelde termijn waarbinnen de verschuldigde premie voor de vrijwillige algemene nabestaandenverzekering, bedoeld in artikel 26 van de Wet financiering volksverzekeringen, dient te worden betaald, indien die betaling niet of niet geheel heeft plaatsgevonden; +d. met ingang van de eerste dag van de vierde maand volgend op de laatste dag van de door de Sociale verzekeringsbank gestelde termijn waarbinnen de verschuldigde premie voor de vrijwillige algemene nabestaandenverzekering, bedoeld in artikel 71 van de Wet financiering sociale verzekeringen, dient te worden betaald, indien die betaling niet of niet geheel heeft plaatsgevonden; e. met ingang van de dag volgend op de laatste dag van een door de Sociale verzekeringsbank gestelde termijn waarbinnen de gewezen verzekerde de van hem, in verband met de toepassing van dit hoofdstuk, verlangde inlichtingen dient te verstrekken, indien de gewezen verzekerde die gegevens niet heeft verstrekt, tenzij de gewezen verzekerde aannemelijk maakt dat dat hem niet in overwegende mate kan worden verweten. ### Artikel 63d @@ -858,11 +858,15 @@ met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 63b, eerste lid, de verzek ## Hoofdstuk 5a. Vrijwillige verzekering voor in de Europese Unie wonende postactieven +### Artikel 63e + +In afwijking van deze wet, hoofdstuk III van de Wet financiering volksverzekeringen en hoofdstuk 6 van de Wet financiering sociale verzekeringen, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld voor de vrijwillige verzekering van de gewezen verzekerde die niet in Nederland woont maar wel in een andere lidstaat van de Europese Unie, in een land aangesloten bij de Europese Economische Ruimte dan wel in Zwitserland, en in Nederland verplicht verzekerd is gebleven voor een of meer andere takken van sociale zekerheid genoemd in artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van de Europese gemeenschappen van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de gemeenschap verplaatsen (PbEG L 149). + ## Hoofdstuk 6. Vrijstelling wegens gemoedsbezwaren ### Artikel 64 -Degene, die gemoedsbezwaren heeft tegen de in deze wet geregelde verzekering, alsmede de rechtspersoon waarbij natuurlijke personen zijn betrokken die zodanige gemoedsbezwaren hebben, kunnen van verplichtingen, welke hun bij of krachtens hoofdstuk II van de Wet financiering volksverzekeringen zijn opgelegd, overeenkomstig het bij of krachtens paragraaf 8 van dat hoofdstuk bepaalde, worden vrijgesteld. +Vervallen ## Hoofdstuk 7. Bepalingen in verband met de @@ -951,7 +955,7 @@ Vervallen ### Artikel 70 -De nabestaande, die op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet een tijdelijke weduwenuitkering of een weduwen- en wezenpensioen ingevolge de Algemene Weduwen- en Wezenwet ontving en ingevolge artikel 16, tweede lid, onderdelen *b* of *c*, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen, zoals die artikelen luidden op de dag, voorafgaande aan de dag met ingang waarvan deze wet in werking is getreden, niet verplicht verzekerd is ingevolge de Ziekenfondswet, blijft, zolang met toepassing van de artikelen 67, 69 en 71 een uitkering wordt ontvangen en de omstandigheden bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdelen *b* of *c* van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen, zoals die artikelen luidden op de dag, voorafgaande aan de dag met ingang waarvan deze wet in werking is getreden, op hem van toepassing zijn, uitgezonderd van de verplichte verzekering ingevolge de Ziekenfondswet. +Vervallen ### Artikel 71 @@ -975,7 +979,7 @@ Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt een tij ### Artikel 74 -De rechten en verplichtingen ten laste van het Weduwen- en Wezenfonds worden ten laste van het Nabestaandenfonds bedoeld in artikel 28, tweede lid van de Wet financiering volksverzekeringen gebracht. +Vervallen ## Hoofdstuk 9. Strafbepalingen