2025-01-01 | BWBR0023086 | Besluit politiegegevens

This commit is contained in:
Coornhert 2025-01-01 12:00:00 +00:00
parent 1b15a954c4
commit b16e038b72

View file

@ -174,7 +174,7 @@ a. de Immigratie- en Naturalisatiedienst, ten behoeve van:
3°. het opstellen van profielen voor de geautomatiseerde behandeling van aanvragen en voor de uitoefening van het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot vreemdelingen en tot referenten als bedoeld in de artikelen 47 en 47a van de Vreemdelingenwet 2000;
b. luchtvaartmaatschappijen, als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Luchtvaartwet, voor zover het gaat om personalia en gegevens betreffende de datum van retourvervoer ten behoeve van het voorkomen van overtredingen van de Opiumwet en de bescherming van de gezondheid van personen door het weigeren van het vervoer van personen van en naar bepaald aangewezen buitenlandse bestemmingen en er met de betreffende luchtvaartmaatschappijen schriftelijke afspraken zijn gemaakt over de waarborgen rond de gegevensverstrekking.
c. Onze Minister van Buitenlandse Zaken, ten behoeve van de uitvoering van opdrachten tot signalering van personen in het buitenland en het nemen van een beslissing omtrent de afgifte van een paspoort of omtrent de verlening of verlenging van een visum;
d. Onze Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, ten behoeve van het nemen van een beslissing omtrent de verlening of wijziging van een machtiging tot voorlopig verblijf.
d. Onze Minister van Asiel en Migratie, ten behoeve van het nemen van een beslissing omtrent de verlening of wijziging van een machtiging tot voorlopig verblijf.
**2.** De op grond van het eerste lid, onder b verstrekte gegevens met betrekking tot individuele personen worden door de luchtvaartmaatschappijen niet langer verwerkt dan gedurende een termijn van ten hoogste zesendertig maanden na de datum van de aanhouding van de betrokkene, die aanleiding geeft tot opneming van de gegevens op de lijst.
@ -208,19 +208,19 @@ k. Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van:
3°. het vergelijken van deze gegevens, voor zover deze DNA-profielen van overleden personen betreffen wier identiteit onbekend is, met de DNA-profielen van de personen, bedoeld in artikel 14, vierde lid, onder d tot en met f, van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken, ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van deze overleden personen;
4°. het verzoek tot weigering of vervallenverklaring van een reisdocument, op grond van artikel 23 van de Paspoortwet;
l. de Onderzoeksraad voor veiligheid, bedoeld in artikel 2 van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid, ten behoeve van de uitvoering van de in die wet opgedragen taken;
m. de door Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie aangewezen dienst, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het Besluit inbeslaggenomen voorwerpen, voor zover het betreft gegevens met betrekking tot het proces-verbaal en de kennisgeving van inbeslagneming, ten behoeve van een goede toepassing van het Besluit inbeslaggenomen voorwerpen;
m. de door Onze Minister van Economische Zaken aangewezen dienst, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het Besluit inbeslaggenomen voorwerpen, voor zover het betreft gegevens met betrekking tot het proces-verbaal en de kennisgeving van inbeslagneming, ten behoeve van een goede toepassing van het Besluit inbeslaggenomen voorwerpen;
n. benadeelden van strafbare feiten, waaronder begrepen de personen die in verband met die feiten in hun rechten zijn getreden of ingevolge enige wettelijke bepaling terzake van die rechten een recht van verhaal hebben gekregen, voor zover zij deze gegevens behoeven om in rechte voor hun belangen op te kunnen komen;
o. vervallen;
p. Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van de verzending van beschikkingen en transacties en de tenuitvoerlegging van ontnemings- en schadevergoedingsmaatregelen;
p. Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van de verzending van beschikkingen en transacties;
q. de Dienst Terugkeer en Vertrek, voor zover het betreft gegevens over vreemdelingen die zijn verkregen in het kader van de uitoefening van het toezicht, bedoeld in de artikelen 46 en 47 van de Vreemdelingenwet 2000, of de opsporing van strafbare feiten, ten behoeve van de begeleiding van de terugkeer of het vertrek uit Nederland van vreemdelingen die niet rechtmatig in Nederland verblijven.
r. de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat, ten behoeve van het uitvoeren van de taak, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB;
r. de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van Onze Minister van Economische Zaken, ten behoeve van het uitvoeren van de taak, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB;
s. een verzekeringsmaatschappij, de korpschef of de Minister van Defensie, ten behoeve van de beoordeling van de wettelijke aansprakelijkheid van de politie of van de Minister van Defensie en de vaststelling van een verplichting tot schadeloosstelling van derden;
t. het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, ten behoeve van het opstellen van de rapportages pro justitia en de indicatieadvisering;
u. de leden van een commissie ingesteld op grond van artikel 68, tweede lid, onderdeel a, of 69 van de Politiewet 2012, ten behoeve van de behandeling van en advisering over klachten over gedragingen van ambtenaren van politie of militairen van de Koninklijke marechaussee dan wel van enig ander onderdeel van de krijgsmacht, de leden van een commissie van toezicht op de arrestantenzorg als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van het Besluit beheer politie, ten behoeve van het toezicht op de arrestantenzorg, alsmede de personen die zijn belast met de ondersteuning van de leden van die commissies;
v. het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, ten behoeve van de huisvesting van een vreemdeling en de handhaving van de orde en veiligheid in het aanmeldcentrum;
u. vervallen;
v. het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, ten behoeve van het uitvoeren van de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers;
w. het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, voor wat betreft gegevens over de verblijfplaats van een persoon, ten behoeve van de inning van bijdragen of uitkeringen, bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen;
x. de Minister van Defensie, ten behoeve van het nemen van een beslissing over de ongeldigverklaring van een door die minister afgegeven militair rijbewijs of rijmachtiging;
y. Onze Minister voor Immigratie en Asiel, ten behoeve van het verwerken van gegevens omtrent de identiteit van vreemdelingen in de Basisvoorziening Vreemdelingen en de verdere verstrekking van die gegevens aan instanties die zijn betrokken bij de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000, ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van vreemdelingen, en aan andere instanties met een publieke taak belast, ten behoeve van registratie, identificatie en verificatie van vreemdelingen, hun documenten of hun verblijfsrechtelijke positie;
y. Onze Minister van Asiel en Migratie, ten behoeve van het verwerken van gegevens omtrent de identiteit van vreemdelingen in de Basisvoorziening Vreemdelingen en de verdere verstrekking van die gegevens aan instanties die zijn betrokken bij de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000, ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van vreemdelingen, en aan andere instanties met een publieke taak belast, ten behoeve van registratie, identificatie en verificatie van vreemdelingen, hun documenten of hun verblijfsrechtelijke positie;
z. het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met het oog op de weigering of vervallenverklaring van reisdocumenten zoals bedoeld in artikel 24, onder b, van de Paspoortwet;
aa. de inspecteur, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet, voor zover hij deze gegevens behoeft voor een goede uitvoering van de in die wet aan hem opgedragen taken;
ab. de burgemeester ten behoeve van de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 151d, tweede lid, van de Gemeentewet, en de bestuursrechtelijke handhaving van die bevoegdheid, voor zover het gegevens betreft met betrekking tot gedragingen die in of vanuit de woning of het erf behorend bij die woning of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf ernstige hinder voor omwonenden veroorzaken.
@ -244,10 +244,11 @@ a. Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van:
3°. de beoordeling van de benoeming, de herbenoeming of het ontslag van de leden van de commissies van toezicht bij de inrichtingen, bedoeld in onderdeel c, alsmede van de leden van de commissies van toezicht op de arrestantenzorg, bedoeld in artikel 50, eerste lid, van het Besluit beheer politie;
4°. het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag, bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en de verdere verstrekking van die gegevens aan de Adviescommissie VOG-politiegegevens, bedoeld in artikel 35a, vierde lid, van die wet, ten behoeve van de toepassing van artikel 44a van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens;
5°. de taakuitvoering van de Financiële inlichtingen eenheid, bedoeld in artikel 13 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en artikel 3.2 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES;
6°. de tenuitvoerlegging van een maatregel als bedoeld in artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;
6°. de tenuitvoerlegging van een geldboete als bedoeld in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht, van de verbeurdverklaring van niet in beslaggenomen voorwerpen, bedoeld in artikel 34 van het Wetboek van Strafrecht of van een maatregel als bedoeld in de artikelen 36b, eerste lid, 36e, eerste lid, of 36f, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;
7°. de inspectie, bedoeld in artikel 57, eerste lid, van de Wet veiligheidsregios, met het oog op de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 65, eerste lid, van de Politiewet 2012 en op de uitvoering van een bevel, als bedoeld in de artikelen 126nba, eerste lid, 126uba, eerste lid en 126zpa, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, door de ambtenaren, bedoeld in artikel 141, onderdeel d, en de personen, bedoeld in artikel 142, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering;
8°. de Passagiersinformatie-eenheid, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven, met het oog op de uitvoering van haar taken, bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, onder a en b, en 14, tweede lid, van die wet;
9°. het doen en uitvoeren van verzoeken om internationale rechtshulp in stafzaken.
9°. het doen en uitvoeren van verzoeken om internationale rechtshulp in stafzaken;
10°. de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen d en e, en tweede lid, van de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen, door het Nationaal Cyber Security Centrum.
b. de burgemeester ten behoeve van:
1°. de beoordeling van een verzoek tot het verkrijgen van het Nederlanderschap op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap;
@ -272,7 +273,7 @@ k. Onze Minister van Defensie en de onder hem ressorterende bevelvoerende milita
1°. de toepassing van vrijheidsbenemende dwangmiddelen jegens een militair, ten behoeve van het nemen van maatregelen met betrekking tot de operationele gereedheid van de eenheid; of
2°. de betrokkenheid van een militair bij de verdenking van een overtreding van de Opiumwet of een misdrijf, ten behoeve van het nemen van besluiten inzake schorsing of ontslag van militaire ambtenaren, als bedoeld in artikel 12 van de Militaire Ambtenarenwet 1931;
l. bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen openbaar bestuur, voor zover dat noodzakelijk is in de gevallen waarin zij bevoegd zijn tot toepassing van die wet, uitsluitend voor zover het betreft gegevens omtrent de betrokkene, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van die wet. Indien de betrokkene een rechtspersoon is betreffen de gegevens zowel de rechtspersoon als de bestuurders, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien een bestuurder een rechtspersoon is betreffen de gegevens eveneens deze rechtspersoon, alsmede de bestuurders daarvan. Indien de betrokkene een maatschap of vennootschap onder firma is betreffen de gegevens de maten, dan wel de vennoten, uitgezonderd de gegevens betreffende de vennoot en commandite, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien de vennoten of maten rechtspersoonlijkheid bezitten betreffen de gegevens deze rechtspersonen, alsmede de bestuurders daarvan;
l. bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen openbaar bestuur, voor zover dat noodzakelijk is in de gevallen waarin zij bevoegd zijn tot toepassing van die wet, uitsluitend voor zover het betreft gegevens omtrent de betrokkene, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van die wet. Indien de betrokkene een rechtspersoon is betreffen de gegevens zowel de rechtspersoon als de bestuurders, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien een bestuurder een rechtspersoon is betreffen de gegevens eveneens deze rechtspersoon, alsmede de bestuurders daarvan. Indien de betrokkene een maatschap of vennootschap onder firma is betreffen de gegevens de maten, dan wel de vennoten, uitgezonderd de gegevens betreffende de vennoot en commandite, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien de vennoten of maten rechtspersoonlijkheid bezitten betreffen de gegevens deze rechtspersonen, alsmede de bestuurders daarvan;
m. het college van burgemeester en wethouders voor zover het gegevens behoeft voor de handhaving van de voorschriften, bedoeld in artikel 10b, vijfde lid, van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek;
n. bestuursorganen, ten behoeve van het nemen van een beslissing omtrent de toepassing van artikel 6 van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding, uitsluitend voor zover het betreft gegevens omtrent de aanvrager, subsidieontvanger of houder van een vergunning, ontheffing of erkenning als bedoeld in artikel 6, onderdeel a, van die wet. Indien deze aanvrager, subsidieontvanger of houder een rechtspersoon is, betreffen de gegevens zowel de rechtspersoon als de bestuurders, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien een bestuurder een rechtspersoon is betreffen de gegevens eveneens deze rechtspersoon, alsmede de bestuurders daarvan. Indien de aanvrager, subsidieontvanger of houder een maatschap of vennootschap onder firma is betreffen de gegevens de maten, dan wel de vennoten, uitgezonderd de gegevens betreffende de vennoot en commandite, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien de vennoten of maten rechtspersoonlijkheid bezitten betreffen de gegevens deze rechtspersonen, alsmede de bestuurders daarvan;
o. de hulpofficier van justitie, de functionarissen, bedoeld in de artikelen 17, vierde lid, van de Ambtsinstructie van de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren, het hoofd van de bijzondere opsporingsdienst en de direct toezichthouder, bedoeld in artikel 1 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, ten behoeve van:
@ -289,7 +290,15 @@ s. de Autoriteit Consument en Markt ten behoeve van haar toezichthoudende taak o
3°. artikel 32 van de Gaswet en Verordening 1227/2011, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel ap, van die wet, gelet op artikel 1a, eerste lid, van die wet;
4°. onderdeel a van de bijlage bij de Wet handhaving consumentenbescherming, gelet op artikel 2.2 van die wet; of
5°. De artikelen 4.3 en 4.7 van de Telecommunicatiewet, gelet op artikel 15.1 van die wet;
t. de Regionale Ambulancevoorzieningen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen, en de besturen van de veiligheidsregios, bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Wet veiligheidsregios, ten behoeve van de uitoefening van de meldkamerfunctie, bedoeld in artikel 25b, eerste lid, van de Politiewet 2012.
t. de Regionale Ambulancevoorzieningen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen, en de besturen van de veiligheidsregios, bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Wet veiligheidsregios, ten behoeve van de uitoefening van de meldkamerfunctie, bedoeld in artikel 25b, eerste lid, van de Politiewet 2012;
u. het Informatieknooppunt zorgfraude, genoemd in artikel 1.1 van de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg, ten behoeve van de taak, bedoeld in artikel 2.4, van die wet;
v. de Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen, bedoeld in artikel 1 van de Wet Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen, ten behoeve van de onderzoeks-, advies- en rapportagetaken, bedoeld in artikel 5 van de Wet Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen;
w. de leden van een commissie ingesteld op grond van artikel 68, tweede lid, onderdeel a, of 69 van de Politiewet 2012, ten behoeve van de behandeling van en advisering over klachten over gedragingen van ambtenaren van politie of militairen van de Koninklijke Marechaussee dan wel van enig ander onderdeel van de krijgsmacht, de leden van een commissie van toezicht op de arrestantenzorg als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van het Besluit beheer politie, ten behoeve van het toezicht op de arrestantenzorg, en de leden van een commissie als bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, ten behoeve van de behandeling van en advisering over klachten over gedragingen van ambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten, alsmede de personen die zijn belast met de ondersteuning van de leden van die commissies;
x. het Bureau Financieel Toezicht ten behoeve van zijn toezichthoudende taak genoemd in artikel 1d, eerste lid, onderdeel c, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, voor zover het instellingen betreft als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel a, b, d en e, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, Onze Minister van Financiën ten behoeve van zijn toezichthoudende taak genoemd in artikel 1d, eerste lid, onderdeel e, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, voor zover het instellingen betreft als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel g, h, i, j, k, o en p, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, en de Kansspelautoriteit ten behoeve van zijn toezichthoudende taak genoemd in artikel 1d, eerste lid, onderdeel f, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, voor zover het instellingen betreft als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel n, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;
y. De Nationale ombudsman, bedoeld in artikel 9:17, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht, ten behoeve van het verrichten van een onderzoek naar gedragingen van bestuursorganen als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel c, van de Wet Nationale ombudsman;
z. Onze Minister van Financiën, wanneer de door Onze Minister van Financiën aangewezen inspecteur of een andere aangewezen ambtenaar, bedoeld in Hoofdstuk 2 van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, een verzoek doet om deze gegevens in verband met de bevoegdheid op grond van artikel 55 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, en wanneer de door Onze Minister van Financiën aangewezen ontvanger of een andere aangewezen ambtenaar, bedoeld in Hoofdstuk 2 van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, een verzoek doet om deze gegevens in verband met de bevoegdheid op grond van artikel 62, derde lid, van de Invorderingswet 1990;
aa. de Politieacademie, bedoeld in artikel 73 van de Politiewet 2012, ten behoeve van de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Politiewet 2012;
ab. de korpschef, ten behoeve van de voordracht voor toekenning van de Eremedaille voor verdienste politie aan een ambtenaar van politie als bedoeld in artikel 5, eerste lid van het Besluit tot een Eremedaille voor verdienste politie.
**2.**
@ -318,7 +327,8 @@ Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8, 9, 10, eerste
a. het nemen van een beslissing op grond van de Wet wapens en munitie;
b. het nemen van een beslissing op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus;
c. een onderzoek naar de betrouwbaarheid van een buitengewoon opsporingsambtenaar en het nemen van een beslissing hieromtrent op grond van de artikelen 17 en 35 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.
c. een onderzoek naar de betrouwbaarheid van een buitengewoon opsporingsambtenaar en het nemen van een beslissing hieromtrent op grond van de artikelen 17 en 35 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;
d. het nemen van beslissingen omtrent het register van verrichters en aanbieders van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden op grond van de Wet kwaliteit incassodienstverlening.
Onze Minister van Defensie, ten behoeve van:
a. het houden van toezicht op de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus;
@ -331,12 +341,12 @@ a. het nemen van beschikkingen omtrent het verlenen of intrekken van een omgevin
b. het nemen van een beslissing op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus;
c. het nemen van beschikkingen omtrent het verlenen of intrekken van een erkenning op grond van de Wet explosieven voor civiel gebruik;
d. het nemen van een beslissing omtrent de Wet wapens en munitie;
e. de hem bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 opgedragen taken;
f. het vaststellen en behandelen van bedrijfsziekten, bedrijfsongevallen of PTSS als uitvoering van de aan hem, als werkgever, opgelegde taak in de zin van hoofdstuk 2 Arbeidsomstandighedenwet.
e. de hem bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 opgedragen taken.
de burgemeester, ten behoeve van het nemen van een beslissing omtrent:
a. de verlening, weigering of intrekking van een vergunning of ontheffing op grond van de Alcoholwet;
b. het nemen van een beslissing omtrent een vergunning op grond van de Wet op de kansspelen.
de werkgever van een ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 1, onderdeel k, van de wet, ten behoeve van het vaststellen en behandelen van bedrijfsziekten, bedrijfsongevallen of PTSS als uitvoering van de aan die werkgever opgelegde taak in de zin van hoofdstuk 2 Arbeidsomstandighedenwet.
**6.** Politiegegevens die worden verstrekt in de gevallen, bedoeld in het vijfde lid, kunnen tevens worden verstrekt aan een bestuursorgaan dat beslist naar aanleiding van een ingesteld bezwaar of administratief beroep.
@ -400,7 +410,9 @@ b. de ambtenaren van Onze Minister van Buitenlandse Zaken, ten behoeve van het d
c. de personen, werkzaam bij de Financiële inlichtingen eenheid, ten behoeve van de taak van het meldpunt, bedoeld in artikel 13 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en artikel 3.2 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES;
d. de ambtenaren die werkzaam zijn bij de nationale politiële contactpunten, bedoeld in artikel 5:3, vierde lid;
e. de ambtenaren, werkzaam bij de Passagiersinformatie-eenheid, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven, ten behoeve van de in dat artikel bedoelde taken;
f. de ambtenaren van Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van het doel, bedoeld in artikel 4:3, eerste lid, onderdeel a, onder 4°, voor functies aangewezen op grond van artikel 35a, eerste lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.
f. de ambtenaren van Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van het doel, bedoeld in artikel 4:3, eerste lid, onderdeel a, onder 4°, voor functies aangewezen op grond van artikel 35a, eerste lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
g. de functionarissen van de Dienst Justitiële Inrichtingen van het ministerie van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van het doel, bedoeld in artikel 4:3, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4;
h. de door Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren van de Douane, voor zover zij werkzaam zijn in de landelijke meldkamer van de Douane, ten behoeve van het doel, bedoeld in artikel 4:2, derde lid.
**2.** De op grond van artikel 4:3, vijfde lid, te verstrekken politiegegevens aan de korpschef of Onze Minister van Defensie kunnen op grond van artikel 23, derde lid, van de wet rechtstreeks worden verstrekt.
@ -658,7 +670,7 @@ b. de gegevens die ten behoeve van de gegevensvergelijking door de verzoeker zij
c. de gegevens op grond waarvan kan worden nagegaan welke gegevens naar aanleiding van de gegevensvergelijking zijn verstrekt inclusief de mededeling van het niet voorhanden zijn van een gegeven;
d. de datum en het tijdstip van de verstrekking.
**4.** De verplichtingen van het vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing op de verstrekking van gegevens op grond van artikel 16, eerste lid, onderdeel a, van de wet.
**4.** De verplichtingen van het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op de verstrekking van gegevens op grond van artikel 16, eerste lid, onderdeel a, van de wet.
### Artikel 6:5
@ -741,7 +753,8 @@ In afwijking van artikel 3:2 zijn de categorieën van misdrijven, bedoeld in art
a. terroristische misdrijven als bedoeld in artikel 84a van het Wetboek van Strafrecht BES;
b. mensenhandel als bedoeld in artikel 286f van het Wetboek van Strafrecht BES;
c. mensensmokkel als bedoeld in artikel 203a van het Wetboek van Strafrecht BES.
c. mensensmokkel als bedoeld in artikel 203a van het Wetboek van Strafrecht BES;
d. de omkoping van een ambtenaar als bedoeld in de artikelen 183, eerste lid, 183a eerste lid, 378, eerste lid, en 379, eerste lid, van een toekomstig ambtenaar als bedoeld in de artikelen 183, tweede lid, 183a, tweede lid, 378, tweede lid, en 379, tweede lid, of van een voormalig ambtenaar als bedoeld in de artikelen 184a, tweede lid, en 380a, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht BES.
### Artikel 6a:5
@ -752,7 +765,7 @@ In afwijking van artikel 4:2, eerste lid, kunnen politiegegevens die worden verw
a. het Waarborgfonds Motorverkeer, als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen BES, voor zover het betreft gegevens omtrent de personalia en de verblijfplaats van benadeelden en zij deze gegevens behoeven voor de hulp aan benadeelden ten behoeve van het geldend maken van een recht op schadevergoeding, als bedoeld in artikel 17 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen BES;
b. degene die namens een reclasseringsinstelling reclasseringswerkzaamheden verricht ten behoeve van die werkzaamheden;
c. de voogdijraad ten behoeve van de uitvoering van één van de bij wet aan de voogdijraad opgedragen taken;
d. Onze Minister voor Immigratie en Asiel ten behoeve van het verwerken van gegevens omtrent de identiteit van vreemdelingen en de verdere verstrekking van die gegevens aan instanties die zijn betrokken bij de uitvoering van de Wet toelating en uitzetting BES, ten behoeve van de vaststelling van de identiteit vreemdelingen, en aan andere instanties met een publieke taak belast, ten behoeve van registratie, identificatie en verificatie van vreemdelingen, hun documenten of hun verblijfsrechtelijke positie;
d. Onze Minister van Asiel en Migratie ten behoeve van het verwerken van gegevens omtrent de identiteit van vreemdelingen en de verdere verstrekking van die gegevens aan instanties die zijn betrokken bij de uitvoering van de Wet toelating en uitzetting BES, ten behoeve van de vaststelling van de identiteit vreemdelingen, en aan andere instanties met een publieke taak belast, ten behoeve van registratie, identificatie en verificatie van vreemdelingen, hun documenten of hun verblijfsrechtelijke positie;
e. de Onderzoeksraad voor veiligheid, bedoeld in artikel 2, van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid, ten behoeve van de uitvoering van de in die wet opgedragen taken;
f. benadeelden van strafbare feiten, waaronder begrepen de personen die in verband met die feiten in hun rechten zijn getreden of ingevolge enige wettelijke bepaling terzake van die rechten een recht van verhaal hebben gekregen, voor zover zij deze gegevens behoeven om in rechte voor hun belangen op te kunnen komen;
g. de door Onze Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen organisatie, ten behoeve van de verzending van beschikkingen en transacties en de tenuitvoerlegging van ontnemings- en schadevergoedingsmaatregelen;