2006-06-16 | BWBR0012702 | Besluit stralingsbescherming
This commit is contained in:
parent
000eb62cc2
commit
b19a72fbcb
1 changed files with 196 additions and 10 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit stralingsbescherming
|
|||
bwb_id: BWBR0012702
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2002-03-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2006-05-12'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0012702
|
||||
citeertitel: Besluit stralingsbescherming
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -24,6 +24,8 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
*activiteitsconcentratie: *activiteitsconcentratie als bedoeld in bijlage 2;
|
||||
|
||||
*afgedankte hoogactieve bron*: hoogactieve bron die niet langer wordt gebruikt, noch bestemd is om te worden gebruikt voor de handeling waarvoor een vergunning is verleend;
|
||||
|
||||
*arbodienst: *een dienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet 1998;
|
||||
|
||||
*A-werknemer: *de blootgestelde werknemer, bedoeld in artikel 79, tweede lid;
|
||||
|
|
@ -36,6 +38,10 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
*bron:* toestel dan wel radioactieve stof;
|
||||
|
||||
*broncontainer*: insluiting van een bron die geen geïntegreerd onderdeel van die bron is, maar uitsluitend is bedoeld voor tijdelijke behuizing van die bron voor transport, verlading en dergelijke;
|
||||
|
||||
*bronhouder*: behuizing van een ingekapselde bron, die ter plaatse van het uittredevenster van de bronhouder is voorzien van een voorziening, waarmee de uittredende stralenbundel kan worden onderbroken en waaruit de bron niet zonder hulpgereedschap kan worden verwijderd;
|
||||
|
||||
*B-werknemer: *andere blootgestelde werknemer dan een A-werknemer;
|
||||
|
||||
*bijlage:* bij dit besluit behorende bijlage;
|
||||
|
|
@ -56,12 +62,16 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
*handeling: *het bereiden, voorhanden hebben, toepassen of zich ontdoen van een kunstmatige bron of van een natuurlijke bron, voor zover deze natuurlijke bron is of wordt bewerkt met het oog op zijn radioactieve eigenschappen dan wel het gebruiken of voorhanden hebben van een toestel, uitgezonderd bij een interventie, een ongeval of een radiologische noodsituatie;
|
||||
|
||||
*hoogactieve bron*: ingekapselde bron die een radionuclide bevat waarvan de activiteit op het tijdstip waarop de bron is gefabriceerd, of indien dit niet bekend is, voor het eerst op de markt wordt gebracht, gelijk is aan of hoger is dan het desbetreffende activiteitsniveau in bijlage 5, zolang de activiteit van dat radionuclide niet lager is dan het activiteitsniveau dat voor dat nuclide is opgenomen in bijlage 1, tabel 1;
|
||||
|
||||
*ingekapselde bron: *radioactieve stoffen die zijn ingebed in of gehecht aan vast dragermateriaal of zijn omgeven door een omhulling van materiaal met dien verstande dat hetzij het dragermateriaal hetzij de omhulling voldoende weerstand biedt om onder normale gebruiksomstandigheden elke verspreiding van radioactieve stoffen te voorkomen;
|
||||
|
||||
inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangewezen ambtenaar;
|
||||
*inspecteur:* als zodanig bij besluit van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangewezen ambtenaar;
|
||||
|
||||
*kunstmatige bron: *bron, niet zijnde een natuurlijke bron en niet zijnde een toestel;
|
||||
|
||||
*leverancier*: natuurlijke of rechtspersoon die een hoogactieve bron levert of ter beschikking stelt;
|
||||
|
||||
*lid van de bevolking: *een persoon uit de bevolking binnen of buiten een locatie, niet zijnde een werknemer gedurende zijn werktijd of een persoon die een radiologische verrichting ondergaat;
|
||||
|
||||
*locatie: *inrichting als aangewezen krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer of plaats, waar een handeling of werkzaamheid wordt verricht;
|
||||
|
|
@ -270,7 +280,34 @@ a. daaraan het noodzakelijke onderhoud wordt verricht;
|
|||
b. de noodzakelijke maatregelen worden genomen om inadequate of defecte onderdelen daarvan te verbeteren of te vervangen, en
|
||||
c. indien nodig, tot buitengebruikstelling van bronnen wordt overgegaan.
|
||||
|
||||
**3.** De ondernemer stelt financiële middelen en faciliteiten voor een passende bescherming tegen ioniserende straling ter beschikking aan de personen of de stralingsbeschermingseenheid, bedoeld in artikel 12, die met de uitvoering van die bescherming zijn belast.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De ondernemer zorgt ervoor dat de integriteit van hoogactieve bronnen door of onder toezicht van een deskundige wordt gecontroleerd:
|
||||
|
||||
a. ten minste een maal per jaar en
|
||||
b. na elke gebeurtenis waarbij de bron of bronhouder beschadigd kan zijn.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de controle van de integriteit van hoogactieve bronnen.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De ondernemer zorgt er ten aanzien van een hoogactieve bron en haar toebehoren voor dat, door of onder toezicht van een deskundige:
|
||||
|
||||
a. wordt gecontroleerd of de bron aanwezig is op de plaats waar deze wordt toegepast of is opgeslagen:
|
||||
|
||||
1°. elke twee maanden, indien de bron minder dan een keer per twee maanden wordt toegepast;
|
||||
2°. een maal per jaar, indien de bron een keer of meer dan een keer per twee maanden wordt toegepast;
|
||||
b. een maal per jaar wordt gecontroleerd of de bron en de bronhouder nog in goede staat zijn.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Een ondernemer zendt een afgedankte hoogactieve bron, tenzij dit anders met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer is overeengekomen, onmiddellijk naar:
|
||||
|
||||
a. de leverancier van de bron die bevoegd is de bron te ontvangen,
|
||||
b. een krachtens artikel 37, achtste lid, daartoe aangewezen instelling voor de ontvangst van radioactieve afvalstoffen, of
|
||||
c. een andere ondernemer die bevoegd is de bron te ontvangen.
|
||||
|
||||
**7.** De ondernemer stelt financiële middelen en faciliteiten voor een passende bescherming tegen ioniserende straling ter beschikking aan de personen of de stralingsbeschermingseenheid, bedoeld in artikel 12, die met de uitvoering van die bescherming zijn belast.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
|
|
@ -311,9 +348,27 @@ c. worden verwittigd:
|
|||
|
||||
**1.** De ondernemer zorgt ervoor dat zoveel als redelijkerwijs mogelijk wordt voorkomen dat radioactieve stoffen of toestellen zoekraken, worden ontvreemd of ongewild worden verspreid.
|
||||
|
||||
**2.** De ondernemer doet bij zoekraken, ontvreemding of ongewilde verspreiding van een bron onmiddellijk mededeling in ieder geval aan de inspecteur en aan de bedrijfstakdirecteur en, indien het mijnbouw betreft, tevens aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**3.** De ondernemer zorgt ervoor dat radioactieve stoffen of toestellen zoveel als redelijkerwijs mogelijk zijn beveiligd tegen brand.
|
||||
De ondernemer stelt schriftelijke instructies vast ter voorkoming van:
|
||||
|
||||
a. ongeoorloofde toegang tot een hoogactieve bron,
|
||||
b. verlies of diefstal van een hoogactieve bron, of
|
||||
c. beschadiging door brand van een hoogactieve bron.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De ondernemer doet onmiddellijk mededeling aan in ieder geval de inspecteur en de bedrijfstakdirecteur en, indien het mijnbouw betreft, tevens aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen, van:
|
||||
|
||||
a. het zoekraken, de ontvreemding of de ongewilde verspreiding van een bron;
|
||||
b. een ongeoorloofde handeling met een hoogactieve bron;
|
||||
c. de getroffen maatregelen na:
|
||||
|
||||
1°. het zoekraken, de ontvreemding of een ongeoorloofde handeling met een hoogactieve bron, of
|
||||
2°. elke gebeurtenis waarbij een hoogactieve bron kan zijn beschadigd;
|
||||
d. elk incident of ongeval met een hoogactieve bron dat leidt tot onopzettelijke blootstelling van een werknemer of een lid van de bevolking.
|
||||
|
||||
**4.** De ondernemer zorgt ervoor dat radioactieve stoffen of toestellen zoveel als redelijkerwijs mogelijk zijn beveiligd tegen brand.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.2. Voorlichting en instructie
|
||||
|
||||
|
|
@ -327,7 +382,19 @@ a. voldoende is onderricht met betrekking tot de risico's die verbonden zijn aan
|
|||
b. is geïnformeerd over de algemeen gangbare methoden ter bescherming tegen ioniserende straling en de te nemen voorzorgsmaatregelen zowel voor de handeling in het algemeen, als voor de taak die hem wordt toegewezen en voor elke werkplek waar de handeling wordt verricht;
|
||||
c. is geïnformeerd over het belang zich aan de technische, gezondheids- en administratieve voorschriften te houden.
|
||||
|
||||
**2.** De ondernemer stelt met betrekking tot de in het eerste lid genoemde onderwerpen schriftelijke instructies vast en verstrekt deze instructies aan personen als bedoeld in het eerste lid en aan anderen die kunnen worden blootgesteld door de handelingen.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien de in het eerste lid bedoelde handeling betrekking heeft op een hoogactieve bron, wordt tevens onderricht gegeven over:
|
||||
|
||||
a. de voorschriften voor het veilig beheer van hoogactieve bronnen;
|
||||
b. de noodzakelijke veiligheidsvoorschriften;
|
||||
c. de mogelijke gevolgen van het wegvallen van een passende controle op hoogactieve bronnen.
|
||||
|
||||
**3.** De in het tweede lid genoemde onderwerpen worden beschreven. Deze documentatie wordt ter beschikking gesteld aan degene die een handeling met een hoogactieve bron verricht en aan degene die daaraan leiding geeft of daarop toezicht houdt.
|
||||
|
||||
**4.** Het onderricht over de in het tweede lid genoemde onderwerpen wordt ten minste elke twee jaar herhaald.
|
||||
|
||||
**5.** De ondernemer stelt met betrekking tot de in het eerste lid genoemde onderwerpen schriftelijke instructies vast en verstrekt deze instructies aan personen als bedoeld in het eerste lid en aan anderen die kunnen worden blootgesteld door de handelingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
|
|
@ -378,6 +445,109 @@ f. regelmatig van ieder toestel de goede werking met het oog op de bescherming t
|
|||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het model, de opschriften en de minimale grootte van de waarschuwingsborden of -tekens, bedoeld in het eerste lid, en waar en op welke wijze deze moeten worden aangebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 20a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De fabrikant graveert in of stempelt op elke door hem gefabriceerde hoogactieve bron een code die als volgt is samengesteld:
|
||||
|
||||
a. de aanduiding: NL,
|
||||
b. gevolgd door een aan de fabrikant door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer toegekende vaste code,
|
||||
c. gevolgd door een door de fabrikant te bepalen voor de bron onderscheidende code in Romeinse letters of Arabische cijfers.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag om de toekenning van de in het eerste lid, onder b, bedoelde code wordt ingediend bij Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. De aanvraag bevat de nummers van de krachtens de artikelen 15, onder a, of 29, eerste lid, van de wet aan de aanvrager verleende vergunningen.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing, indien de afmeting van de bron voor de in het eerste lid bedoelde handeling te klein is.
|
||||
|
||||
**4.** De fabrikant graveert de in het eerste lid bedoelde code tevens in de bronhouder van de desbetreffende bron of stempelt die code op die bronhouder.
|
||||
|
||||
**5.** Het vierde lid is niet van toepassing indien de afmeting van de bronhouder voor de in het eerste lid bedoelde handeling te klein is, of indien de bronhouder bedoeld is voor hergebruik als behuizing van een bron. In dat laatste geval brengt de fabrikant informatie aan over ten minste de aard van de hoogactieve bron op of aan de bronhouder.
|
||||
|
||||
**6.** De fabrikant brengt op of aan de broncontainer informatie aan over de aard van de hoogactieve bron.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
De fabrikant van een hoogactieve bron zorgt ervoor dat:
|
||||
|
||||
a. de bron wordt vergezeld van:
|
||||
|
||||
1°. schriftelijke informatie die bevestigt dat de bron voldoet aan het eerste lid en aan de krachtens artikel 20, vierde lid, met betrekking tot de bron of de bronhouder gestelde regels;
|
||||
2°. kleurenfoto’s van het ontwerp van de bron en de bijbehorende bronhouder, en, voorzover van toepassing, van het ontwerp van de bijbehorende broncontainer en de bijbehorende apparatuur;
|
||||
b. de onder a bedoelde informatie en foto’s bij de levering van de bron worden verstrekt aan degene aan wie die bron wordt geleverd;
|
||||
c. de in het eerste en vierde lid bedoelde code en de krachtens artikel 20, vierde lid, op de bron, bronhouder of broncontainer aangebrachte waarschuwingstekens en opschriften leesbaar blijven.
|
||||
|
||||
### Artikel 20b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De leverancier graveert in of stempelt op de bronhouder van elke door hem te leveren hoogactieve bron een code die als volgt is samengesteld:
|
||||
|
||||
a. de aanduiding: NL,
|
||||
b. gevolgd door een aan de leverancier door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer toegekende vaste code,
|
||||
c. gevolgd door een door de leverancier te bepalen voor de bron onderscheidende code in Romeinse letters of Arabische cijfers.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het eerste lid is niet van toepassing, indien:
|
||||
|
||||
a. op de bronhouder van een hoogactieve bron reeds de in artikel 20a, eerste lid, bedoelde code, of een andere unieke code in Romeinse letters of Arabische cijfers is aangebracht;
|
||||
b. de afmeting van de bronhouder voor de in het eerste lid bedoelde handeling te klein is, of deze houder bedoeld is voor hergebruik als behuizing van een bron.
|
||||
|
||||
**3.** In het in het tweede lid, onder b, bedoelde geval is artikel 20a, vijfde lid, tweede volzin, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 20a, tweede, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 20c
|
||||
|
||||
Artikel 20b, eerste tot en met derde lid, en artikel 20a, tweede, zesde en zevende lid, onder a en c, zijn van overeenkomstige toepassing op de ondernemer die een handeling verricht met een hoogactieve bron.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.4. Financiële zekerheid met betrekking tot hoogactieve bronnen
|
||||
|
||||
### Artikel 20d
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De ondernemer stelt financiële zekerheid ter dekking van de kosten van het nakomen van de voor hem geldende verplichtingen met betrekking tot het veilig afvoeren van een afgedankte hoogactieve bron voor het geval:
|
||||
|
||||
a. hij failliet gaat of anderszins zijn bedrijfsactiviteiten beëindigt;
|
||||
b. degene met wie een overeenkomst was gesloten om de afgedankte hoogactieve bronnen af te nemen, niet meer tot die afname in staat is.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De financiële zekerheid wordt gesteld op een of meer van de volgende wijzen:
|
||||
|
||||
a. een borgtocht of een bankgarantie;
|
||||
b. het sluiten van een verzekeringsovereenkomst;
|
||||
c. het deelnemen aan een daartoe ingesteld fonds dat naar het oordeel van Onze Ministers en van Onze Minister van Financiën voldoende waarborg biedt dat de in het eerste lid bedoelde kosten zijn gedekt;
|
||||
d. het treffen van enige andere voorziening, waarbij de financiële zekerheid naar het oordeel van Onze Ministers en van Onze Minister van Financiën voldoende waarborg biedt dat de in het eerste lid bedoelde kosten zijn gedekt.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling wordt een minimumbedrag vastgesteld waarvoor per volume-eenheid af te voeren bron, de daarbijbehorende bronhouder en de vaste afscherming financiële zekerheid wordt gesteld.
|
||||
|
||||
**4.** De financiële zekerheid wordt gesteld ten behoeve van de Staat der Nederlanden.
|
||||
|
||||
### Artikel 20e
|
||||
|
||||
De financiële zekerheid wordt in stand gehouden tot het moment waarop de hoogactieve bron waarvoor de financiële zekerheid wordt gesteld, door de ondernemer:
|
||||
|
||||
a. wordt overgedragen aan een andere ondernemer die met betrekking tot die bron de vereiste financiële zekerheid heeft gesteld,
|
||||
b. wordt afgegeven aan een krachtens artikel 37, zevende lid, erkende ophaaldienst voor radioactieve afvalstoffen, of
|
||||
c. wordt afgegeven aan een krachtens artikel 37, achtste lid, daartoe aangewezen instelling voor de ontvangst van radioactieve afvalstoffen.
|
||||
|
||||
### Artikel 20f
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De ondernemer verstrekt voordat hij een hoogactieve bron verwerft, aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer:
|
||||
|
||||
a. informatie over het volume van de verworven bron, bronhouder en vaste afscherming van die bron;
|
||||
b. schriftelijk bewijs dat de krachtens artikel 20d, eerste lid, vereiste financiële zekerheid is gesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien de daarin bedoelde gegevens reeds op grond van artikel 44, zevende lid, bij de aanvraag om een vergunning zijn verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.** De ondernemer doet van iedere wijziging met betrekking tot de gestelde financiële zekerheid uiterlijk vier weken na die wijziging schriftelijk mededeling aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere eisen worden gesteld met betrekking tot de te verstrekken gegevens.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Meldingen, vergunningen, aanvragen en procedures
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.1. Meldingen van handelingen met toestellen
|
||||
|
|
@ -644,7 +814,8 @@ b. voor een lid van de bevolking dat zich buiten de locatie bevindt, als gevolg
|
|||
|
||||
1°. een effectieve dosis van 1 mSv in een kalenderjaar en met inachtneming daarvan:
|
||||
2°. een equivalente dosis van 50 mSv in een kalenderjaar voor de huid gemiddeld over enig huidoppervlak van 1 cm^2;
|
||||
c. de handeling waarvoor de vergunning is aangevraagd behoort tot een categorie die op grond van de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 4, tweede lid, als gerechtvaardigd is bekend gemaakt, maar het specifieke karakter van deze handeling op grond van artikel 4, eerste lid, niet gerechtvaardigd is.
|
||||
c. de handeling waarvoor de vergunning is aangevraagd behoort tot een categorie die op grond van de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 4, tweede lid, als gerechtvaardigd is bekend gemaakt, maar het specifieke karakter van deze handeling op grond van artikel 4, eerste lid, niet gerechtvaardigd is;
|
||||
d. niet is aangetoond dat de krachtens artikel 20d, eerste lid, vereiste financiële zekerheid is gesteld.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.6. Procedurele voorschriften voor meldingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -761,9 +932,16 @@ c. de radiotoxiciteitsequivalenten waarvoor de vergunning om te lozen wordt aang
|
|||
|
||||
**6.** Indien de omgevingsdosisequivalent, bedoeld in het eerste lid, onder e, hoger is dan 10 µSv of de radiotoxiciteitsequivalenten van de geloosde activiteiten een dosis vertegenwoordigen die gelijk aan of hoger is dan 1 µSv, in een kalenderjaar op enig punt buiten de locatie, bevat de aanvraag tevens een beschrijving van de maatregelen ter voorkoming van en bescherming tegen schade in en buiten de locatie.
|
||||
|
||||
**7.** De houder van een vergunning is verplicht aan Onze Ministers kennis te geven van een na het verlenen van de vergunning opgetreden wijziging in een der gegevens vermeld bij de aanvraag om de vergunning.
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
**8.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens van de aanvraag van de vergunning.
|
||||
Indien het een handeling met een hoogactieve bron betreft, bevat de aanvraag voorts:
|
||||
|
||||
a. informatie over het volume van de bron, de bronhouder en de vaste afscherming van die bron;
|
||||
b. schriftelijk bewijs dat de krachtens artikel 20d, eerste lid, vereiste financiële zekerheid is gesteld.
|
||||
|
||||
**8.** De houder van een vergunning is verplicht aan Onze Ministers kennis te geven van een na het verlenen van de vergunning opgetreden wijziging in een der gegevens vermeld bij de aanvraag om de vergunning.
|
||||
|
||||
**9.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens van de aanvraag van de vergunning.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.8. Inspraak en mededelingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1420,7 +1598,7 @@ b. de grootte van de door hem ontvangen effectieve dosis ten gevolge van kosmisc
|
|||
c. indien een effectieve dosis van 6 mSv in een kalenderjaar kan worden overschreden, ter voldoening aan de in artikel 5 gestelde verplichting een aangepast werkrooster wordt vastgesteld en uitgevoerd en de desbetreffende werknemer wordt ingedeeld als A-werknemer;
|
||||
d. de door hem ten gevolge van kosmische straling ontvangen effectieve dosis tezamen met de effectieve doses ten gevolge van handelingen die onder verantwoordelijkheid van de ondernemer worden verricht, 20 mSv in een kalenderjaar niet overschrijdt.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 15, 16, 79, 80, 90, 91, 92, tweede lid, en 96 tot en met 100 zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 92, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «de uitslag van de individuele monitoring, bedoeld in de artikelen 87, 88 en 89» wordt gelezen: de uitslag van de individuele monitoring, bedoeld in artikel 111, eerste lid.
|
||||
**2.** De artikelen 15, eerste en vijfde lid, 16, 79, 80, 90, 91, 92, tweede lid, en 96 tot en met 100 zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 92, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «de uitslag van de individuele monitoring, bedoeld in de artikelen 87, 88 en 89» wordt gelezen: de uitslag van de individuele monitoring, bedoeld in artikel 111, eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Dit artikel is niet van toepassing op vluchten die uitsluitend op een hoogte van minder dan acht kilometer plaatsvinden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1528,6 +1706,12 @@ c. een omschrijving van de aard en de omvang van de handelingen.
|
|||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels voor de inhoud en regels voor de bewaartermijnen van de administratie gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 120a
|
||||
|
||||
**1.** De ondernemer die handelingen verricht met een hoogactieve bron, verstrekt Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer schriftelijk de relevante gegevens met betrekking tot die bron.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot die gegevens en de tijdstippen waarop deze worden verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 121
|
||||
|
||||
**1.** Degene die binnen een locatie handelingen verricht als bedoeld in artikel 43, derde lid, houdt een administratie bij van die handelingen.
|
||||
|
|
@ -1825,3 +2009,5 @@ Effectieve volgdosis e(g) per via inhalatie opgenomen eenheid van inname (Sv Bq^
|
|||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
## Bijlage 5. , behorende bij
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue