diff --git a/wet/wet-op-het-primair-onderwijs/BWBR0003420/README.md b/wet/wet-op-het-primair-onderwijs/BWBR0003420/README.md index 13e57735094..09692da9d22 100644 --- a/wet/wet-op-het-primair-onderwijs/BWBR0003420/README.md +++ b/wet/wet-op-het-primair-onderwijs/BWBR0003420/README.md @@ -3662,17 +3662,6 @@ f. het bij het bevoegd gezag in rekening brengen van de kosten van werkloosheids **8.** Op het participatiefonds is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van toepassing. -### Artikel 190a - -**1.** - -Op de bekostiging worden in mindering gebracht de kosten van werkloosheidsuitkeringen alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet. De eerste volzin is uitsluitend van toepassing indien het participatiefonds: - -a. voor 1 augustus 2022 niet heeft ingestemd met het voor zijn rekening nemen van de uitkeringskosten genoemd in de aanhef van dit artikel; en -b. de gegevensbestanden met betrekking tot de te verrekenen uitkeringskosten in de maanden maart 2022 tot en met juli 2022 aan Onze Minister heeft aangeleverd dan wel kenbaar gemaakt heeft om de uitkeringskosten genoemd in de aanhef van dit artikel in mindering te willen laten brengen op de bekostiging. - -**2.** Dit artikel vervalt een jaar nadat het in werking is getreden. - ### Artikel 191 **1.** @@ -3714,6 +3703,8 @@ c. de gevolgen van intrekking van de aanwijzing van het participatiefonds. ## Hoofdstuk II. Andere vormen van basisonderwijs +### Afdeling 1. Scholen voor kinderen trekkende bevolking + ### Artikel 193 **1.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven, onderscheidenlijk voorwaarden gesteld, voor de bekostiging van scholen voor kinderen van wie de ouders een trekkend bestaan leiden, naar bij die algemene maatregel van bestuur aan te geven onderscheidingen. @@ -3722,6 +3713,203 @@ c. de gevolgen van intrekking van de aanwijzing van het participatiefonds. **3.** De algemene maatregel van bestuur bedoeld in het eerste lid, wordt aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat 4 weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens de Kamer de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Als dan wordt een daartoe strekkend wetsontwerp zo spoedig mogelijk ingediend. +### Afdeling 2. Nieuwkomersonderwijs + +#### Paragraaf 1. Begripsbepalingen + +### Artikel 193a + +In deze afdeling wordt verstaan onder: + +- *doorstroom:* de overgang van leerlingen van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening naar een school voor basisonderwijs, speciale school voor basisonderwijs, school voor speciaal onderwijs, school voor voortgezet speciaal onderwijs, school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs. +- *nieuwkomer:* een jongere als bedoeld in de Leerplichtwet 1969 die een vreemdeling is in de zin van artikel 1 van de Vreemdelingenwet 2000; +- *tijdelijke nieuwkomersvoorziening:* een tijdelijke uitbreiding van een basisschool als bedoeld in artikel 193g. + +#### Paragraaf 2. Garantiefunctie gemeenten nieuwkomersonderwijs + +### Artikel 193b + +Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder nieuwkomer tevens verstaan een jongere in de zin van de Leerplichtwet 1969 die vier jaren of korter in Nederland is en om die reden de Nederlandse taal onvoldoende beheerst om in het basisonderwijs in te stromen. + +### Artikel 193c + +**1.** + +Het college van burgemeester en wethouders voert ten minste jaarlijks overleg met de bevoegde gezagen van alle basisscholen in de gemeente en draagt zorg voor het maken van afspraken over de wijze waarop: + +a. wordt voorzien in voldoende onderwijsplaatsen voor nieuwkomers; +b. wordt verzekerd dat nieuwkomers op een school worden ingeschreven; +c. een doorlopende leerlijn voor nieuwkomers wordt georganiseerd. + +**2.** Alle partijen werken mee aan de totstandkoming van de afspraken en de uitvoering hiervan. + +#### Paragraaf 3. Besluit minister en taak gemeente bij onvoldoende onderwijsplaatsen + +### Artikel 193d + +**1.** Onze Minister kan op verzoek van het college van burgemeester en wethouders toestemming verlenen voor de inrichting van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening door de bevoegde gezagen van de scholen in de gemeente. + +**2.** + +De toestemming wordt alleen verleend indien aannemelijk is dat: + +a. in de gemeente niet voor iedere nieuwkomer in basisonderwijs kan worden voorzien; of +b. door de inrichting van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening op doelmatigere wijze kan worden voorzien in het onderwijs aan nieuwkomers in een aangrenzende gemeente. + +**3.** De toestemming vervalt indien niet binnen acht weken melding is gemaakt van de inrichting van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening. + +**4.** Onze Minister verbindt een termijn aan het bestaan van de tijdelijke nieuwkomersvoorziening. Onze Minister kan deze termijn verlengen. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op het besluit tot verlenging. + +### Artikel 193e + +**1.** Onze Minister kan besluiten dat de bevoegde gezagen van de scholen in een gemeente binnen vier weken voorzien in voldoende onderwijsplaatsen voor nieuwkomers door de inrichting van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening. + +**2.** + +Het besluit tot inrichting van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening wordt uitsluitend genomen, indien: + +a. vaststaat dat in de gemeente niet voor iedere nieuwkomer in basisonderwijs kan worden voorzien; en +b. alleen nadat Onze Minister over het voornemen tot het nemen van het besluit overleg heeft gevoerd met het college van burgemeester en wethouders van de gemeente, bedoeld in het eerste lid. + +**3.** + +Het besluit tot inrichting van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening kan ook betrekking hebben op het bevoegd gezag van een school in een aangrenzende gemeente: + +a. indien door de inrichting van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening in de aangrenzende gemeente op een meer doelmatige wijze kan worden voorzien in de vraag naar onderwijs van nieuwkomers in de gemeente bedoeld in het eerste lid; en +b. Onze Minister over het voornemen tot het nemen van het besluit overleg heeft gevoerd met het college van burgemeester en wethouders van de aangrenzende gemeente. + +**4.** Artikel 193d, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. + +**5.** Het besluit tot inrichting van tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen wordt gepubliceerd in de Staatscourant. + +### Artikel 193f + +**1.** Het college van burgemeester en wethouders maakt ter uitvoering van het besluit, bedoeld artikel 193e, eerste lid, onverwijld afspraken met de bevoegde gezagen van alle basisscholen in de gemeente over de inrichting van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening. + +**2.** + +Indien op grond van artikel 193e, derde lid, het bevoegd gezag van een basisschool in een aangrenzende gemeente is aangewezen, maakt: + +a. het college van burgemeester en wethouders van de gemeente, bedoeld in artikel 193e, eerste lid, onverwijld afspraken met het college van burgemeester en wethouders van de aangrenzende gemeente en met alle betrokken bevoegde gezagen over de verdeling van de leerlingen tussen de gemeenten en tussen de scholen; +b. het college van burgemeester en wethouders van de aangrenzende gemeente onverwijld afspraken met het bevoegd gezag van de aangewezen school in die gemeente over de inrichting van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening indien dat noodzakelijk is ter uitvoering van de afspraken, bedoeld in onderdeel a. + +**3.** In het geval de afspraken bedoeld in het eerste lid en tweede lid, onderdeel b, niet tot stand komen, wijst het college van burgemeester en wethouders een bevoegd gezag aan, niet zijnde het college van burgermeester en wethouders, dat onverwijld een tijdelijke nieuwkomersvoorziening inricht voor een school die het bevoegd gezag in de gemeente in stand houdt. + +**4.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de toestemming, bedoeld in artikel 193d, eerste lid. + +**5.** Een tijdelijke nieuwkomersvoorziening kan niet worden verbonden aan een school waarvan de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is als bedoeld in artikel 10a, eerste en vierde lid. + +**6.** Alle partijen werken mee aan de totstandkoming van de afspraken, bedoeld in het eerste en tweede lid, en de uitvoering van de afspraken. + +#### Paragraaf 4. Tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen + +### Artikel 193g + +**1.** Het onderwijs in een tijdelijke nieuwkomersvoorziening is gericht op de zo spoedig mogelijke doorstroom van de leerling. + +**2.** Een leerling volgt niet langer dan twee jaren onderwijs aan een tijdelijke nieuwkomersvoorziening of een tijdelijke onderwijsvoorziening als bedoeld in artikel 180a. + +**3.** + +Het bevoegd gezag plaatst een leerling alleen in een tijdelijke nieuwkomersvoorziening als: + +a. de leerling een nieuwkomer is; en +b. de leerling niet eerder was ingeschreven op een school voor basisonderwijs, speciale school voor basisonderwijs, school voor speciaal onderwijs, school voor voortgezet speciaal onderwijs, school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs. + +**4.** + +In afwijking van het tweede of derde lid kan het bevoegd gezag een nieuwkomer onderwijs laten volgen aan een tijdelijke nieuwkomersvoorziening indien: + +a. de nieuwkomer anders geen onderwijs zou kunnen volgen; +b. het belang van de nieuwkomer zich niet verzet tegen het volgen van onderwijs aan een tijdelijke nieuwkomersvoorziening; en +c. de nieuwkomer onmiddellijk voorafgaand aan de plaatsing in de tijdelijke nieuwkomersvoorziening woonachtig was in een andere gemeente. + +**5.** Het bevoegd gezag meldt de afwijking, bedoeld in het vierde lid, onverwijld aan Onze Minister. + +### Artikel 193h + +**1.** Het bevoegd gezag meldt de inrichting van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening onverwijld aan Onze Minister. + +**2.** Na een melding als bedoeld in het eerste lid, zendt het bevoegd gezag binnen acht weken een inrichtingsplan aan Onze Minister. + +**3.** + +Het inrichtingsplan, bedoeld in het tweede lid, bevat in ieder geval een beschrijving van: + +a. de wijze waarop de tijdelijke nieuwkomersvoorziening zal worden ingericht; +b. de wijze waarop de tijdelijke nieuwkomersvoorziening toewerkt naar de zo spoedig mogelijke doorstroom van de leerlingen; +c. de wijze waarop ten aanzien van de tijdelijke nieuwkomersvoorziening zal worden voldaan aan de zorgplicht, bedoeld in artikel 4c; +d. het personeelsbeleid, bedoeld in artikel 12, derde lid, voor zover dat betrekking heeft op de tijdelijke nieuwkomersvoorziening; +e. de invulling van het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 193i. + +**4.** Bij de inrichting van het onderwijs wijkt het bevoegd gezag niet af van het inrichtingsplan. + +**5.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de wijziging van het inrichtingsplan. + +**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de melding, bedoeld in het eerste lid, en over het inrichtingsplan, bedoeld in het derde lid. + +### Artikel 193i + +**1.** + +Het bevoegd gezag stelt voor de tijdelijke nieuwkomersvoorziening de inhoud van het onderwijs vast in een onderwijsprogramma waarbij kan worden afgeweken van de artikelen 8 en 9, met dien verstande dat het onderwijsprogramma in ieder geval: + +a. het ononderbroken ontwikkelingsproces van de leerlingen bevordert en de zo spoedig mogelijke doorstroom van leerlingen borgt; +b. actief burgerschap en sociale cohesie bevordert als bedoeld in artikel 8, derde lid; +c. zo veel mogelijk gericht is op de kerndoelen, bedoeld in artikel 9, waarbij in ieder geval altijd aandacht wordt besteed aan: + +1°. Zintuigelijke en lichamelijke oefening; +2°. Nederlandse taal; +3°. Rekenen en wiskunde; +d. het sociaal en emotioneel welbevinden van de leerlingen bevordert. + +**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het aantal uren dat ten minste aan het onderwijsprogramma moet worden besteed. + +### Artikel 193j + +**1.** + +Indien een vacature voor het geven van onderwijs in een tijdelijke nieuwkomersvoorziening niet kan worden vervuld door de benoeming van een bevoegde leraar als bedoeld in artikel 3, kan het onderwijs niet langer dan strikt noodzakelijk, in afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, ook worden gegeven door: + +a. studenten van een opleiding leidend tot een getuigschrift als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b.1°; +b. degene die bevoegd is tot het geven van voortgezet onderwijs op grond van de Wet voortgezet onderwijs 2020, met dien verstande dat het onderwijs niet gegeven kan worden door degene, bedoeld in artikel 7.14 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; +c. een onderwijsondersteunende functionaris als bedoeld in artikel 3a. + +**2.** Het bevoegd gezag draagt zorg voor schriftelijke afspraken met degene, bedoeld in het eerste lid, waarin wordt vastgelegd op welke wijze het bevoegd gezag betrokkene ondersteunt om zo snel mogelijk te voldoen aan de eisen opgenomen in artikel 3. + +**3.** + +Het eerste lid is niet van toepassing op het onderwijs in: + +1°. Nederlands; +2°. Rekenen en wiskunde; +3°. Zintuigelijke en lichamelijke oefening; +4°. Actief burgerschap en sociale cohesie. + +### Artikel 193k + +Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, zo nodig in afwijking van hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald, voor een tijdelijke nieuwkomersvoorziening regels worden gesteld over: + +a. het doorstroomperspectief; +b. het schoolplan en de schoolgids, bedoeld in de artikelen 12 tot en met 13a; +c. de plaatsing van leerlingen op een tijdelijke nieuwkomersvoorziening. + +### Artikel 193l + +**1.** Het bevoegd gezag voorziet in de doorstroom van leerlingen voordat de termijn voor het inrichten van nieuwkomersvoorzieningen, bedoeld in artikel 193d, vierde lid, is verstreken. + +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop een tijdelijke nieuwkomersvoorziening wordt opgeheven. + +#### Paragraaf 5. Horizonbepaling tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen + +### Artikel 193m + +**1.** Hoofdstuk 2, afdeling 2, alsmede het opschrift van afdeling 1, vervallen vijf jaar na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van de Tijdelijke wet tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen in het onderwijs. + +**2.** Bij koninklijk besluit kan de in het eerste lid genoemde termijn van vijf jaar worden verlengd. + +**3.** De voordracht voor een koninklijk besluit als bedoeld in het tweede lid wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Indien een der Kamers der Staten-Generaal binnen die termijn besluit niet in te stemmen met het ontwerp, wordt ten aanzien van dat ontwerp geen voordracht gedaan. Een besluit als bedoeld in de vorige zin kan worden genomen op voorstel van een of meer leden van een der Kamers der Staten-Generaal. + ## Hoofdstuk III. Evaluatie ### Artikel 194