diff --git a/amvb/arbeidstijdenbesluit-vervoer/BWBR0009386/README.md b/amvb/arbeidstijdenbesluit-vervoer/BWBR0009386/README.md index 49fff51584c..91fe6e2d50f 100644 --- a/amvb/arbeidstijdenbesluit-vervoer/BWBR0009386/README.md +++ b/amvb/arbeidstijdenbesluit-vervoer/BWBR0009386/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Arbeidstijdenbesluit vervoer bwb_id: BWBR0009386 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2004-12-15' +datum_inwerkingtreding: '1998-12-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0009386 citeertitel: Arbeidstijdenbesluit vervoer --- @@ -26,23 +26,19 @@ In dit besluit wordt verstaan onder wet: de Arbeidstijdenwet. **1.** -Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder: +Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. *Onze Ministers:* Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; -b. *verordening (EG) nr. 561/2006:* verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad (PbEU L 102); -c. *verordening (EU) nr. 165/2014:* verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en van de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (PbEU 2014, L 60); -d. *vrachtauto:* vrachtauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet wegvervoer goederen, alsmede een trekker als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen; -e. *bus:* motorrijtuig als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000; -f. *taxi:* auto, als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000 waarmee vervoer wordt verricht waarvoor een vergunning, als bedoeld in artikel 76, eerste lid, van voornoemde wet, vereist is; -g. *bijrijder:* persoon die als functie heeft in een vrachtauto mee te rijden om de bestuurder daarvan behulpzaam te zijn en in voorkomende gevallen direct met het vervoer samenhangende werkzaamheden te verrichten; -h. *controleapparaat:* controleapparaat als bedoeld in verordening (EU) nr. 165/2014; -i. richtlijn 2002/15/EG: richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen (PbEG L 80); -j. AETR-verdrag: de op 1 juli 1970 te Genève tot stand gekomen Europese Overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het Internationale vervoer over de weg (Trb. 1994, 123); -k. *Handels- en Samenwerkingsovereenkomst:* Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (PbEU 2021, L 149). +a. *Onze Ministers:* Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; +b. *verordening (EEG) nr. 3820/85:* + verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (PbEG L 370); +c. *verordening (EEG) nr. 3821/85:* + verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 betreffende de invoering van een controle-apparaat bij het wegvervoer (PbEG L 370); +d. *vrachtauto: *motorrijtuig als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet goederenvervoer over de weg, alsmede een losse trekker als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel bb, van het Voertuigreglement; +e. *bus:* motorrijtuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet personenvervoer 2000; +f. *taxi:* auto waarmee taxivervoer wordt verricht als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet personenvervoer 2000; +g. *bijrijder:* persoon die als functie heeft in een vrachtauto mee te rijden om de bestuurder daarvan behulpzaam te zijn en in voorkomende gevallen direct met het vervoer samenhangende werkzaamheden te verrichten. -**2.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt onder «bestuurder» en «week» verstaan hetgeen onder deze begrippen wordt verstaan in artikel 4, onderdelen c en i, van verordening (EG) nr. 561/2006. - -**3.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt onder «tachograafkaart», «bestuurderskaart», «controlekaart», «bedrijfskaart» en «werkplaatskaart» verstaan hetgeen onder deze begrippen wordt verstaan in artikel 2, onderdelen d, f en i tot en met k van verordening (EU) nr. 165/2014. +**2.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt onder bestuurder, week en rusttijd verstaan hetgeen onder deze begrippen wordt verstaan in artikel 1, onderdelen 3, 4 en 5, van verordening (EEG) nr. 3820/85. ### Paragraaf 2.2. Toepassingsgebied van de wet @@ -50,13 +46,13 @@ k. *Handels- en Samenwerkingsovereenkomst:* Handels- en Samenwerkingsovereenkoms ### Artikel 2.2:1 -Artikel 11:3, eerste lid, van de wet is niet van toepassing op overtredingen die zijn geconstateerd na staandehoudingen langs de voor openbaar gebruik toegankelijke wegen van een vrachtauto, bus of taxi in lege of beladen toestand als bedoeld in artikel 2.3:1. +Artikel 5:7 van de wet is niet van toepassing op verplaatsing over voor openbaar gebruik toegankelijke wegen van een vrachtauto, bus of taxi in lege of beladen toestand als bedoeld in artikel 2.3:1, alsmede de daar bedoelde direct daarmee samenhangende werkzaamheden. #### Paragraaf . Uitbreiding van de toepasselijkheid van de wet ### Artikel 2.2:2 -Paragraaf 5.1 en – voorzover aangeduid als overtredingen – de paragrafen 5.2 tot en met 5.5 en de daarop berustende bepalingen en artikel 11:1 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op de bestuurder die geen werkgever of werknemer is in de zin van de wet. +Paragraaf 5.1 en – voorzover aangeduid als strafbare feiten – de paragrafen 5.2 tot en met 5.5 en de daarop berustende bepalingen en artikel 11:1 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op de bestuurder die geen werkgever of werknemer is in de zin van de wet. ### Paragraaf 2.3. Toepasselijkheid van dit hoofdstuk @@ -64,12 +60,9 @@ Paragraaf 5.1 en – voorzover aangeduid als overtredingen – de paragrafen 5.2 ### Artikel 2.3:1 -Met uitsluiting van het Arbeidstijdenbesluit zijn dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen van toepassing op iedere verplaatsing, die geheel of gedeeltelijk over voor openbaar gebruik toegankelijke wegen plaats vindt in lege of beladen toestand, alsmede de direct daarmee samenhangende werkzaamheden, van: +Met uitsluiting van het Arbeidstijdenbesluit zijn dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen van toepassing op iedere verplaatsing over voor openbaar gebruik toegankelijke wegen in lege of beladen toestand, alsmede de direct daarmee samenhangende werkzaamheden, van: -a. Een vrachtauto, alsmede een losse trekker: - -1° waarvan het kentekenbewijs een laadvermogen van meer dan 500 kilogram vermeldt; of -2° waarmee wegvervoer van goederen wordt verricht waarop Verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing is; +a. een vrachtauto waarvan het kenteken- of registratiebewijs een laadvermogen van meer dan 500 kilogram vermeldt, alsmede een losse trekker; b. een bus; c. een taxi, niet zijnde een ambulance. @@ -77,175 +70,68 @@ c. een taxi, niet zijnde een ambulance. ### Artikel 2.3:2 -**1.** Dit hoofdstuk is niet van toepassing op vervoer met voertuigen als bedoeld in artikel 3, onder a bis tot en met i, van verordening (EG) nr. 561/2006, en artikel 1, vierde lid, van deel b, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst. +**1.** Dit hoofdstuk is niet van toepassing op vervoer met voertuigen als bedoeld in artikel 4, onderdelen 4, 5, 7, 8, 10, 11 en 12 van verordening (EEG) nr. 3820/85. **2.** Dit hoofdstuk is, behoudens artikel 2.7:4, niet van toepassing op arbeid, verricht door een jeugdige werknemer. -**3.** De artikelen 2.4:1, derde lid, 2.4:13, tweede tot en met vierde lid, 2.5:1, 2.5:3 en 2.5:6 zijn niet van toepassing op vervoer als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, b, c, d, g, h, j, k, l, m, n en p, van verordening (EG) nr. 561/2006, en artikel 8, derde lid, onder a, b, c, d, g, h, i, j, k, l, en n, van deel b, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst. - -**4.** De artikelen 2.4:1, derde lid, 2.5:1, 2.5:3 en 2.5:6 zijn niet van toepassing op vervoer als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel o, van verordening (EG) nr. 561/2006, en artikel 8, derde lid, onderdeel m, van deel b, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst, voor zover het betreft voertuigen binnen hubfaciliteiten voor zover dit vervoer binnen een straal van 5 kilometer plaatsvindt. - -**5.** Indien een voertuig en de bestuurder voldoen aan het gestelde in artikel 15, achtste lid, onderdelen a tot en met c, van het Reglement rijbewijzen, en dit voertuig elektrisch aangedreven is, zijn de artikelen 2.4:1, derde lid, 2.4:13, tweede tot en met vierde lid, 2.5:1, 2.5:3 en 2.5:6 niet van toepassing op vervoer als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder f, van verordening (EG) nr. 561/2006. - -### Artikel 2.3:3 - -Vervallen +**3.** De artikelen 2.5:1, tweede en derde lid, en 2.5:4, tweede en derde lid, zijn niet van toepassing ten aanzien van vervoer, verricht onder gezag van een niet in Nederland gevestigde werkgever. ### Paragraaf 2.4. Registratie -#### Paragraaf . Verwerking van gegevens +#### Paragraaf . Bewaring van gegevens ### Artikel 2.4:1 -**1.** Met uitzondering van de gegevens en bescheiden, bedoeld in verordening (EU) nr. 165/2014, en deel c, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst bewaren de werkgever en de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, de gegevens en bescheiden met betrekking tot de in artikel 4:3 van de wet neergelegde registratieverplichting ten minste 104 weken, gerekend vanaf de datum waarop de gegevens en bescheiden betrekking hebben. +De werkgever en de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, bewaren de gegevens en bescheiden met betrekking tot de in artikel 4:3 van de wet neergelegde registratieverplichting ten minste 52 weken, gerekend vanaf de datum waarop de desbetreffende gegevens en bescheiden betrekking hebben. -**2.** De werkgever en de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, handelen in overeenstemming met artikel 33, eerste en tweede lid, van verordening (EU) nr. 165/2014, dan wel, voor zover van toepassing, artikel 15, eerste en tweede lid, van deel c, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst. - -**3.** De bestuurder handelt in overeenstemming met artikel 6, vijfde lid, van verordening (EG) nr. 561/2006, dan wel, voor zover van toepassing, artikel 4, vijfde lid, van deel b, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst. - -**4.** De werkgever en de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, handelen in overeenstemming met artikel 10, vijfde lid, van verordening (EG) nr. 561/2006, dan wel, voor zover van toepassing, artikel 7, vijfde lid, van deel b, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst. - -**5.** De werknemer bewaart de gegevens en bescheiden met betrekking tot de in artikel 4:3 van de wet neergelegde registratieverplichting die tijdens zijn werkzaamheden, bedoeld in artikel 2.3:1 zijn geregistreerd tot het tijdstip van deugdelijke overdracht aan de werkgever. - -**6.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kunnen regels worden gesteld over de wijze van bewaren van de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens en bescheiden, en het overbrengen van de in het controleapparaat en op de bestuurderskaart geregistreerde gegevens naar de vestiging van de werkgever of de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet. - -#### Paragraaf . Boordcomputer +#### Paragraaf . Werkmap ### Artikel 2.4:2 -**1.** Bij taxivervoer wordt door de werkgever, de bestuurder en de persoon in artikel 2:7, eerste lid, van de wet ten behoeve van een deugdelijke registratie van de arbeids- en rusttijden, gebruik gemaakt van een boordcomputer dan wel van de centrale database taxivervoer als bepaald in artikel 78a van het Besluit personenvervoer 2000, overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens voornoemd besluit. +**1.** Bij taxivervoer heeft de bestuurder gedurende de tijd dat hij arbeid verricht een geldige werkmap bij zich volgens een door Onze Minister vastgesteld model. -**2.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat worden nadere regels gesteld over de registratieverplichtingen die op de vervoerder en de bestuurder rusten indien de boordcomputer of het registratiemiddel buiten gebruik is en de gegevens die in dat geval aanwezig zijn in de taxi. +**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien een dienstrooster is opgesteld overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens artikel 2.4:3. + +**3.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de inhoud, het gebruik, de vorm, de afgifte en de verlenging van de geldigheidsduur van de werkmap. #### Paragraaf . Dienstrooster ### Artikel 2.4:3 -**1.** Bij openbaar vervoer als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000 dat wordt verricht met een bus, alsmede bij geregeld vervoer als bedoeld in artikel 89, onderdelen e en f, van het Besluit personenvervoer 2000, stelt de werkgever een dienstrooster op als bedoeld in artikel 16 van verordening (EG) nr. 561/2006. +**1.** Bij openbaar vervoer als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Wet personenvervoer 2000 waarop verordening (EEG) nr. 3820/85 niet van toepassing is en dat wordt verricht met een bus, alsmede bij geregeld vervoer als bedoeld in artikel 89, onderdelen g en h, van het Besluit personenvervoer 2000, stelt de werkgever een dienstrooster op als bedoeld in artikel 14 van die verordening. -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien wordt gehandeld overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.4:1 en 2.4:13 en het verbod van artikel 2.4:4 wordt nageleefd. +**2.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de inhoud, de invulling, de bekendmaking en de bewaring van het dienstrooster. -**3.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de inhoud, de invulling, de bekendmaking en de bewaring van het dienstrooster. - -#### Paragraaf . Controlemiddelen +#### Paragraaf . Misbruik controlemiddelen ### Artikel 2.4:4 -**1.** - Het is de werkgever, de werknemer en de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, verboden: a. in of op controlemiddelen onjuiste gegevens of onjuiste aantekeningen te stellen, te doen stellen, of toe te laten dat zij daarin of daarop gesteld worden; b. in of op controlemiddelen wijziging aan te brengen, te doen aanbrengen of toe te laten dat wijziging wordt aangebracht in vroeger daarin of daarop gestelde gegevens of aantekeningen, deze onleesbaar te maken, te doen maken of toe te laten dat zij onleesbaar gemaakt worden; c. controlemiddelen geheel of ten dele zoek te maken of te doen zoekmaken, ondeugdelijk te maken of te doen maken, te vernietigen of te doen vernietigen, verborgen te houden of te doen verborgen houden, dan wel toe te laten dat deze zoekgemaakt, ondeugdelijk gemaakt, vernietigd of verborgen gehouden worden; -d. gebruik te maken van een controlemiddel waarop of waarin onjuiste aantekeningen zijn gesteld, waarop of waarin in de aantekeningen wijzigingen zijn aangebracht dan wel waarop of waarin aantekeningen onleesbaar zijn gemaakt; -e. een niet op zijn naam gestelde bestuurderskaart, werkplaatskaart of bedrijfskaart te gebruiken, met uitzondering van een bedrijfskaart van een werkgever die wordt gebruikt door zijn werknemer; -f. in het voertuig een voorziening aanwezig te hebben die voor misbruik als bedoeld in de onderdelen a tot en met e kan worden aangewend. - -**2.** Dit artikel is niet van toepassing op de boordcomputer, bedoeld in artikel 2.4:2, eerste lid. - -#### Paragraaf . Aanwijzing autoriteiten - -### Artikel 2.4:5 - -**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat is bevoegd inzake de artikelen 16, vierde lid, en 26 van verordening (EU) nr. 165/2014. - -**2.** De Dienst Wegverkeer is bevoegd inzake de artikelen 12 en 24 van verordening (EU) nr. 165/2014. - -#### Paragraaf . Aanvraag, verlening, weigering, intrekking of schorsing tachograafkaart - -### Artikel 2.4:6 - -Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat besluit ten aanzien van de aanvraag, verlening, weigering, intrekking of schorsing van een tachograafkaart met inachtneming van: - -a. de artikelen 25, derde lid, en 26, zevende lid, van verordening (EU) nr. 165/2014; of -b. artikel 9, vijfde lid, van deel c, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst. - -#### Paragraaf . Geldigheidsduur tachograafkaart - -### Artikel 2.4:7 - -**1.** Een bestuurderskaart en een bedrijfskaart hebben een geldigheidsduur van 5 jaar. - -**2.** Een werkplaatskaart heeft een geldigheidsduur van 1 jaar. - -#### Paragraaf . Gebruik bestuurderskaart - -### Artikel 2.4:8 - -De werkgever, de werknemer en de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, die als bestuurder rijden op een vrachtauto of bus, die is voorzien van een controleapparaat, handelen overeenkomstig: - -a. de artikelen 27, onderscheidenlijk 29, vijfde lid, van verordening (EU) nr. 165/2014; of -b. de artikelen 4, onderscheidenlijk 8, vijfde lid, van deel b, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst. - -#### Paragraaf . Gebruik werkplaatskaart - -### Artikel 2.4:9 - -De houder van een werkplaatskaart handelt overeenkomstig de artikelen 22, tweede lid, derde lid, eerste volzin, vierde en vijfde lid, en 23 van verordening (EU) nr. 165/2014. - -#### Paragraaf . Gebruik bedrijfskaart - -### Artikel 2.4:10 - -De werkgever en de persoon bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet gebruikt een bedrijfskaart om de registratie van gegevens met betrekking tot de in artikel 4:3, eerste lid, van de wet neergelegde verplichting in het controleapparaat in te stellen en de in het controleapparaat geregistreerde gegevens te kunnen onttrekken. - -#### Paragraaf . Vervanging tachograafkaart - -### Artikel 2.4:11 - -**1.** Een bestuurderskaart, werkplaatskaart of bedrijfskaart verliest zijn geldigheid in ieder geval door intrekking of schorsing en door het verstrijken van de geldigheidsduur. - -**2.** Een binnen de geldigheidsduur verloren, gestolen, defect geraakte of beschadigde bestuurderskaart, werkplaatskaart of bedrijfskaart wordt vervangen door een vervangende kaart voor de resterende termijn van geldigheid. - -**3.** De houder meldt verlies of diefstal van zijn bestuurderskaart, werkplaatskaart of bedrijfskaart aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat. - -#### Paragraaf . Uitvoeringsregels - -### Artikel 2.4:12 - -Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kunnen regels worden gesteld over: - -a. de gronden voor goedkeuring, weigering, intrekking of schorsing van een model tachograafkaart; -b. het voor goedkeuring van een model tachograafkaart benodigde certificaat; -c. de geldigheid en de gronden van verlening, weigering, intrekking of schorsing van tachograafkaarten; -d. de aanvraag van tachograafkaarten en model tachograafkaarten, de beslistermijn op de aanvraag en de aan de behandeling van een aanvraag verbonden kosten alsmede over de afgifte van tachograafkaarten; -e. de wijze van melden en inleveren in geval van verloren, gestolen, defecte of beschadigde tachograafkaarten; -f. de wijze waarop een tachograafkaart of een controleapparaat wordt gebruikt; -g. de wijze van verwerking van de op een tachograafkaart of in een controleapparaat opgeslagen gegevens. +d. gebruik te maken van een controlemiddel waarop of waarin onjuiste aantekeningen zijn gesteld, waarop of waarin in de aantekeningen wijzigingen zijn aangebracht dan wel waarop of waarin aantekeningen onleesbaar zijn gemaakt. #### Paragraaf . Nadere uitvoeringsregels -### Artikel 2.4:13 +### Artikel 2.4:5 -**1.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kunnen nadere regels worden gesteld, welke voor de uitvoering van verordening (EU) nr. 165/2014 noodzakelijk zijn. +**1.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen nadere regels worden gesteld, welke voor de uitvoering van verordening (EEG) nr. 3821/85 noodzakelijk zijn. -**2.** Voor zover verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing is, is het verboden te handelen in strijd met de artikelen 1, eerste lid, tweede alinea, 3, eerste lid, 22, eerste, vierde en vijfde lid, 23, eerste lid, 26, lid 7 bis, 27, 29, tweede lid, 32, eerste tot en met vierde lid, 33, eerste en tweede lid, 34, behoudens het derde lid, onder b, tweede alinea, 35, 36, eerste en tweede lid, 37, eerste lid, eerste volzin en tweede lid van verordening (EU) nr. 165/2014. +**2.** Voor zover verordening (EEG) nr. 3820/85 van toepassing is, is het verboden te handelen in strijd met de artikelen 1, 3, eerste lid, en 13 tot en met 16 van verordening (EEG) nr. 3821/85. -**3.** Voor zover verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing is, leeft de bestuurder het voorschrift van artikel 12, tweede volzin van verordening (EG) nr. 561/2006 na. - -**4.** Voor zover het AETR-verdrag van toepassing is, is het verboden te handelen in strijd met het bepaalde bij of krachtens artikel 10 van het AETR-verdrag. - -**5.** - -Voor zover van toepassing, is het verboden te handelen in strijd met de artikelen: - -a. 3, 6, behoudens het derde lid, onder b, tweede alinea, 7, 8, tweede lid, 9, 10, eerste en tweede lid, en 11, van deel b, afdeling 4, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst; en -b. 3, 14, eerste en tweede lid, 15, eerste en tweede lid, en 16, eerste en tweede lid, van deel c, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst. - -**6.** Voor zover van toepassing, leeft de bestuurder het voorschrift van artikel 8, tweede lid, derde volzin, van deel b, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst na. +**3.** Voor zover verordening (EEG) nr. 3820/85 van toepassing is, leeft de bestuurder het voorschrift van artikel 12, tweede volzin van verordening (EEG) nr. 3820/85 na. #### Paragraaf . Aanwijzing autoriteiten -### Artikel 2.4:14 +### Artikel 2.4:6 -Vervallen +**1.** Onze Ministers worden aangewezen als bevoegde instantie, bedoeld in de artikelen 16, eerste lid, derde volzin, en 19, derde lid, van verordening (EEG) nr. 3821/85. -#### Paragraaf . Maatwerkregister +**2.** De Dienst Wegverkeer wordt aangewezen als bevoegde instantie, bedoeld in de artikelen 7, 9, tweede lid, en 12, eerste, tweede, derde en vijfde lid, van verordening (EEG) nr. 3821/85. -### Artikel 2.4:15 - -Vervallen +**3.** De Dienst Wegverkeer wordt aangewezen als instantie tot uitvoering van de artikelen 5, 6, 8 en 11 van verordening (EEG) nr. 3821/85. ### Paragraaf 2.5. Arbeids- en rusttijden @@ -253,51 +139,31 @@ Vervallen ### Artikel 2.5:1 -**1.** In plaats van de artikelen 5:3, tweede en derde lid, en 5:5, tweede en derde lid, van de wet wordt dit artikel toegepast. +**1.** In plaats van de artikelen 5:3, tweede en derde lid, en 5:5, tweede lid, van de wet wordt dit artikel toegepast. **2.** -De bestuurder die vervoer anders dan taxivervoer verricht, en de bijrijder handelen in overeenstemming met: +De werknemer heeft: -a. voor zover van toepassing, de artikelen 8 en 9 van verordening (EG) nr. 561/2006; -b. voor zover van toepassing, in overeenstemming met artikel 8 van het AETR-verdrag; of -c. voor zover van toepassing, artikel 6 van deel b, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst. +a. een onafgebroken rusttijd van ten minste 11 uren in elke periode van 24 achtereenvolgende uren, te rekenen vanaf het tijdstip dat de werknemer niet vrij is om over zijn eigen tijd te beschikken; +b. per week een onafgebroken rusttijd overeenkomstig artikel 8, derde lid, van verordening (EEG) nr. 3820/85; +c. een rusttijd van ten minste 228 uren in elke periode van 2 weken. -**3.** De werkgever handelt in overeenstemming met artikel 8, lid 8 bis, van verordening (EG) nr. 561/2006. +**3.** Van het tweede lid kan met inachtneming van het vierde lid slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het tweede lid, is nietig. -**4.** - -De werknemer die taxivervoer verricht, heeft: - -a. in elke aaneengesloten periode van 24 uren een onafgebroken rusttijd van ten minste 10 uren; en -b. in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren een onafgebroken rusttijd van ten minste 36 uren. - -**5.** Van het vierde lid kan, met inachtneming van het zesde lid, slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het vierde lid is nietig. - -**6.** - -De werkgever organiseert de werkzaamheden zodanig, dat de werknemer die taxivervoer verricht: - -a. in elke aaneengesloten periode van 24 uren een onafgebroken rusttijd van ten minste 10 uren heeft, welke rusttijd tweemaal in elke aaneengesloten periode van 14 maal 24 uren mag worden ingekort tot ten minste 8 uren; en -b. in elke aaneengesloten periode van 14 maal 24 uren een rusttijd van 72 uren heeft, welke mag worden gesplitst in perioden van ten minste 24 uren. - -**7.** De in het vierde en zesde lid bedoelde periode begint op het eerste tijdstip van de dag waarop de arbeid van de werknemer aanvangt. +**4.** De bestuurder handelt overeenkomstig de artikelen 8 en 9 van verordening (EEG) nr. 3820/85. #### Paragraaf . Arbeid op zondag ### Artikel 2.5:2 -Voor taxivervoer wordt voor de toepassing van artikel 5:6 van de wet de zondag aangemerkt als de periode gelegen tussen zondag 06.00 uur en 24.00 uur. +Voor taxivervoer wordt voor de toepassing van artikel 5:4 van de wet de zondag aangemerkt als de periode gelegen tussen zondag 06.00 uur en 24.00 uur. #### Paragraaf . Rijtijd ### Artikel 2.5:3 -De bestuurder die vervoer anders dan taxivervoer verricht, handelt in overeenstemming met: - -a. voor zover van toepassing, artikel 6, eerste tot en met derde lid, van verordening (EG) nr. 561/2006; -b. voor zover van toepassing, artikel 6 van het AETR-verdrag; of -c. voor zover van toepassing, artikel 4, eerste tot en met derde lid, van deel b, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst. +De bestuurder handelt overeenkomstig artikel 6 van verordening (EEG) nr. 3820/85. #### Paragraaf . Arbeid in nachtdienst @@ -307,35 +173,19 @@ c. voor zover van toepassing, artikel 4, eerste tot en met derde lid, van deel b **2.** -De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer die vervoer anders dan taxivervoer verricht: +Ten aanzien van de werknemer die arbeid verricht in nachtdienst, geldt dat hij: -a. ten hoogste 43 maal in elke periode van 16 achtereenvolgende weken arbeid in nachtdienst verricht, of -b. ten hoogste 20 uren in elke periode van 2 achtereenvolgende weken arbeid verricht tussen 00.00 en 06.00 uur. +a. hetzij ten hoogste 26 maal in elke periode van 13 achtereenvolgende weken arbeid in nachtdienst verricht; +b. hetzij ten hoogste 12 uren in elke periode van 2 achtereenvolgende weken arbeid verricht tussen 00.00 uur en 06.00 uur. -**3.** +**3.** Van het tweede lid kan, met inachtneming van het vierde lid, slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het tweede lid, is nietig. -De werknemer die taxivervoer verricht, verricht: +**4.** -a. ten hoogste 52 maal in elke periode van 16 achtereenvolgende weken en 140 maal in elke periode van 52 achtereenvolgende weken arbeid in nachtdienst; of -b. ten hoogste 38 uren in elke periode van 2 achtereenvolgende weken arbeid tussen 00.00 en 06.00 uur. +De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer: -**4.** Van het derde lid kan slechts bij collectieve regeling en nadat de werknemer daarmee heeft ingestemd, worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het derde lid, is nietig. - -#### Paragraaf . Arbeid in nachtdienst ten aanzien van vervoer waarop verordening (EG) nr. 561/2006 of de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst van toepassing is - -### Artikel 2.5:4a - -**1.** In afwijking van de artikelen 2.2:2 en 2.3:1 is dit artikel uitsluitend van toepassing voor zover verordening (EG) nr. 561/2006 of de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst van toepassing is. - -**2.** In plaats van artikel 5:8 van de wet wordt dit artikel toegepast. - -**3.** Ten aanzien van de werknemer die arbeid verricht die geheel of gedeeltelijk is gelegen in de periode tussen 01.00 en 05.00 uur, geldt dat zijn totale arbeidstijd niet meer bedraagt dan 10 uur in de periode van 24 achtereenvolgende uren, te rekenen vanaf het begin van zijn arbeid. - -**4.** Van het derde lid kan, met inachtneming van het vijfde lid, slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het derde lid, is nietig. - -**5.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer een dagelijkse arbeidstijd heeft die niet meer bedraagt dan 12 uur in elke periode van 24 achtereenvolgende uren, te rekenen vanaf het begin van zijn arbeid. - -**6.** De persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, neemt een maximale dagelijkse arbeidstijd in acht overeenkomstig het vijfde lid. +a. hetzij ten hoogste 35 maal in elke periode van 13 achtereenvolgende weken arbeid in nachtdienst verricht; +b. hetzij ten hoogste 20 uren in elke periode van 2 achtereenvolgende weken arbeid verricht tussen 00.00 uur en 06.00 uur. #### Paragraaf . Afwijkingen arbeid in nachtdienst @@ -348,93 +198,25 @@ Dit artikel is uitsluitend van toepassing op arbeid verricht in het kader van: a. vervoer van brood- en banketbakkerijproducten; b. vervoer van goederen van en naar distributiecentra, terminals of luchthavens; c. grensoverschrijdend vervoer van bloembollen, bloemen, planten en boomkwekerijproducten, groente en fruit; -d. vervoer ten behoeve van het onderhoud en de aanleg van wegen en railverbindingen. +d. vervoer per taxi; +e. vervoer ten behoeve van het onderhoud en de aanleg van wegen en railverbindingen. -**2.** In afwijking van artikel 2.5:4, tweede lid, kan dit artikel worden toegepast indien de aard van het vervoer met zich brengt dat dit vervoer hoofdzakelijk gedurende de nacht plaatsvindt en dit door het op een andere wijze organiseren van het vervoer redelijkerwijs niet is te voorkomen. +**2.** In afwijking van artikel 2.5:4, vierde lid, kan dit artikel worden toegepast indien de aard van het vervoer met zich brengt dat dit vervoer hoofdzakelijk gedurende de nacht plaatsvindt en dit door het op een andere wijze organiseren van het vervoer redelijkerwijs niet is te voorkomen. **3.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer: -a. ten hoogste 52 maal in elke periode van 16 achtereenvolgende weken en 140 maal in elke periode van 52 achtereenvolgende weken arbeid in nachtdienst verricht, of -b. ten hoogste 38 uren in elke periode van 2 achtereenvolgende weken arbeid verricht tussen 00.00 en 06.00 uur. +a. hetzij ten hoogste 42 maal in elke periode van 13 achtereenvolgende weken en 140 maal in elke periode van 52 achtereenvolgende weken arbeid in nachtdienst verricht; +b. hetzij ten hoogste 38 uren in elke periode van 2 achtereenvolgende weken arbeid verricht tussen 00.00 uur en 06.00 uur. #### Paragraaf . Pauze ### Artikel 2.5:6 -**1.** De bestuurder op wie verordening (EG) nr. 561/2006, het AETR-verdrag, en de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst niet van toepassing zijn, handelt overeenkomstig artikel 5:4, tweede en derde lid, van de wet. +**1.** Behoudens ten aanzien van voertuigen als bedoeld in artikel 4, onder 3 van verordening (EEG) nr. 3820/85 wordt in plaats van artikel 5:10, tweede tot en met zevende lid, van de wet, dit artikel toegepast. -**2.** - -De bestuurder op wie het eerste lid niet van toepassing is, handelt in overeenstemming met: - -a. voor zover van toepassing, artikel 7 van verordening (EG) nr. 561/2006; -b. voor zover van toepassing, artikel 7 van het AETR-verdrag; of -c. voor zover van toepassing, artikel 5 van deel b, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst. - -**3.** - -Behoudens het eerste en tweede lid en artikel 2.5:3, organiseert de werkgever de arbeid zodanig, dat indien deze andere werkzaamheden dan rijden omvat dan wel mede omvat, de werknemer, voor zover hij vervoer verricht waarop verordening (EG) nr. 561/2006 of de Handels- en Samenwerkingswerkingsovereenkomst van toepassing is: - -a. geen arbeidstijd langer dan zes uren achtereen zonder pauze heeft; -b. ingeval de arbeidstijd zes uren of langer, doch niet meer dan negen uren bedraagt, een pauze van ten minste 30 minuten heeft, dan wel twee pauzes van elk ten minste 15 minuten; -c. ingeval de arbeidstijd meer dan negen uren bedraagt, een pauze van ten minste 45 minuten heeft, dan wel verschillende pauzes van elk ten minste 15 minuten. - -**4.** De persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, neemt pauzes in acht overeenkomstig het derde lid. - -#### Paragraaf . Maximale wekelijkse arbeidstijd ten aanzien van vervoer waarop verordening (EG) nr. 561/2006 niet van toepassing is - -### Artikel 2.5:7 - -**1.** In afwijking van de artikelen 2.2:2 en 2.3:1 is dit artikel uitsluitend van toepassing op de werknemer die vervoer verricht waarop verordening (EEG) nr. 561/2006 niet van toepassing is. - -**2.** In plaats van artikel 5:7, tweede tot en met vierde lid, van de wet wordt dit artikel toegepast. - -**3.** De werknemer die vervoer anders dan taxivervoer verricht, verricht in elke periode van 16 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid. - -**4.** - -De werknemer die taxivervoer verricht, verricht ten hoogste: - -a. 60 uren arbeid per week; -b. 12 uren arbeid per dienst; en -c. gemiddeld 48 uren arbeid per week in elke periode van 16 aaneengesloten weken. - -**5.** Van het derde en vierde lid kan met inachtneming van het zesde lid slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het eerste lid, is nietig. - -**6.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat de werknemer in elke periode van 26 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid verricht. - -#### Paragraaf . Maximale wekelijkse arbeidstijd ten aanzien van vervoer waarop verordening (EG) nr. 561/2006 of de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst van toepassing is - -### Artikel 2.5:8 - -**1.** In afwijking van de artikelen 2.2:2 en 2.3:1 is dit artikel uitsluitend van toepassing voor zover verordening (EG) nr. 561/2006 of de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst van toepassing is. - -**2.** In plaats van artikel 5:7, tweede tot en met vierde lid, van de wet wordt dit artikel toegepast. - -**3.** De werknemer verricht ten hoogste 60 uren per week arbeid, met dien verstande dat hij gedurende een periode van 16 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid verricht. - -**4.** Van het derde lid kan met inachtneming van het vijfde lid slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het derde lid, is nietig. - -**5.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer gedurende een periode van een week ten hoogste 60 uren arbeid verricht, met dien verstande dat hij gedurende een periode van 26 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid verricht. - -**6.** De persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, neemt een maximale wekelijkse arbeidstijd in acht overeenkomstig het vijfde lid. - -#### Paragraaf . Beschikbaarheid - -### Artikel 2.5:9 - -**1.** - -Voor de toepassing van de artikelen 2.5:4a, derde en vijfde lid, 2.5:6, derde lid, en 2.5:8, derde en vijfde lid, wordt niet als arbeidstijd aangemerkt: - -a. ten aanzien van de bestuurder de perioden waarin deze een voertuig begeleidt dat wordt vervoerd; -b. wachttijden ten gevolge van rijverboden; -c. ten aanzien van de bijrijder of een tweede bestuurder: de perioden die deze gedurende de rit naast de bestuurder of in een slaapcabine doorbrengt; en -d. ten aanzien van de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, de perioden waarin deze niet ter beschikking van de klant staat en algemeen administratief werk verricht dat niet direct verband houdt met het ten behoeve van de klant verrichte vervoer. - -**2.** Voor zover de verwachte duur voor de bestuurder van tevoren bekend is, dan wel bij regeling van Onze Ministers is vastgelegd, wordt voor de toepassing van de artikelen 2.5:4a, derde en vijfde lid, 2.5:6, derde lid, en 2.5:8, derde en vijfde lid, voor de bestuurder tevens niet als arbeidstijd aangemerkt de periode waarin deze voor eventuele oproepen beschikbaar moet zijn om een rit aan te vatten of te hervatten dan wel andere werkzaamheden moet uitvoeren. +**2.** De bestuurder handelt overeenkomstig artikel 7, eerste en tweede lid, van verordening (EEG) nr. 3820/85. ### Paragraaf 2.6. Vrijstellingen @@ -444,8 +226,9 @@ d. ten aanzien van de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, d Onze Ministers kunnen, indien daartoe gegronde redenen aanwezig zijn, vrijstelling verlenen van: -a. artikel 2.5:4, tweede lid; -b. de verplichting tot het installeren van een controlemiddel, voorzover dit niet in strijd is met verordening (EG) nr. 561/2006. +a. artikel 2.5:4, vierde lid; +b. de verplichting tot het installeren van een controlemiddel, voorzover dit niet in strijd is met verordening (EEG) nr. 3820/85; +c. artikel 2.7:2. **2.** De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt niet verleend dan nadat de belanghebbende werkgevers of werkgeversorganisaties met volledige rechtsbevoegdheid en werknemersorganisaties met volledige rechtsbevoegdheid in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze naar voren te brengen. @@ -457,138 +240,62 @@ b. de verplichting tot het installeren van een controlemiddel, voorzover dit nie ### Artikel 2.7:1 -**1.** Het is de werkgever verboden te handelen in strijd met artikel 10, eerste lid, van verordening (EG) nr. 561/2006, dan wel, voor zover van toepassing, artikel 7, eerste lid, van deel b, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst. - -**2.** De werkgever handelt in overeenstemming met artikel 10, tweede en vijfde lid, van verordening (EG) nr. 561/2006, dan wel, voor zover van toepassing, artikel 7, tweede en vijfde lid, van deel b, afdeling 2, van bijlage 31 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst. - -**3.** De bestuurder handelt in overeenstemming met artikel 20 van verordening (EG) nr. 561/2006. +Het is de werkgever verboden een werknemer te belonen naar gelang van de afgelegde afstand of de hoeveelheid vervoerde goederen, tenzij deze beloningen de verkeersveiligheid niet in gevaar kunnen brengen. #### Paragraaf . Chauffeursvakbekwaamheid ### Artikel 2.7:2 -Vervallen +**1.** De bestuurder van een bus en de bestuurder van een vrachtauto met een toegestaan maximumgewicht van meer dan 7500 kg, die geboren zijn na 30 juni 1955, hebben een door Onze Ministers erkend getuigschrift van vakbekwaamheid, of een gewaarmerkt afschrift daarvan, bij zich, waaruit blijkt dat zij met goed gevolg een opleiding voor bestuurder van een autobus, onderscheidenlijk van een vrachtauto, hebben gevolgd. + +**2.** De werkgever ziet toe op het bezit van het in het eerste lid bedoelde getuigschrift of het gewaarmerkte afschirft daarvan. #### Paragraaf . Aanwijzing autoriteiten ### Artikel 2.7:3 -Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat wordt aangewezen als de bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 19, tweede lid, en 22, tweede lid, van verordening (EG) nr. 561/2006. +Onze Ministers worden aangewezen als de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder b, van verordening (EEG) nr. 3820/85. #### Paragraaf . Bijrijder ### Artikel 2.7:4 -**1.** De werkgever kan een jeugdige werknemer als bijrijder arbeid doen verrichten indien wordt voldaan aan de eisen, genoemd in artikel 5, tweede lid, van verordening (EG) nr. 561/2006. +**1.** -**2.** Een jeugdige werknemer voldoet aan artikel 5, tweede lid, onderdeel b, van verordening (EG) nr. 561/2006 indien hij een opleiding volgt als bedoeld in artikel 156q, derde lid, van het Reglement rijbewijzen. +De werkgever mag een jeugdige werknemer als bijrijder arbeid doen verrichten indien: -**3.** De werkgever ziet toe op het bezit van de in artikel 156q, derde lid, van het Reglement rijbewijzen bedoelde verklaring en het in dat lid bedoelde bewijs van inschrijving. +a. deze in het bezit is van een verklaring, afgegeven door de Stichting Landelijk Orgaan Beroepsonderwijs, Transport en Logistiek, waaruit blijkt dat hij aldaar is ingeschreven als leerling, en +b. het vervoer geheel in Nederland wordt verricht. -### Artikel 2.7:5 +**2.** De werkgever ziet toe op het bezit van de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde verklaring. -Vervallen +## Hoofdstuk 3. Railvervoer -### Artikel 2.7:6 - -Wijzigt dit besluit. - -## Hoofdstuk 3. Spoorvervoer - -### Paragraaf 3.1. Algemene bepalingen - -#### Paragraaf . Toepasselijkheid van het hoofdstuk +### Paragraaf 3.1. Toepasselijkheid van het hoofdstuk ### Artikel 3.1:1 -Met uitsluiting van het Arbeidstijdenbesluit is dit hoofdstuk van toepassing op de werknemer van 18 jaar of ouder, die voor een spoorwegonderneming als bedoeld in de Spoorwegwet, in of op een spoorvoertuig een dienst verricht waarbij hij gedurende meer dan een uur wordt ingezet op een traject waarvan het begin- of eindpunt meer dan 15 kilometer over de grens is gelegen. +Dit hoofdstuk is van toepassing op werknemers van 18 jaar of ouder, die voor een spoorwegonderneming als bedoeld in de Spoorwegwet, arbeid verrichten in of op een railvoertuig, gebezigd in verband met vervoer over hoofd- en lokaalspoorwegen, alsmede de daarop aansluitende raccordementen. -### Paragraaf 3.2. Registratie +### Paragraaf 3.2. Arbeids- en rusttijden -#### Paragraaf . Bewaren gegevens en bescheiden +#### Paragraaf . Arbeid in nachtdienst ### Artikel 3.2:1 -De werkgever bewaart de gegevens en bescheiden met betrekking tot de in artikel 4:3 van de wet neergelegde registratieverplichting ten minste 52 weken, gerekend vanaf de datum waarop de gegevens en bescheiden betrekking hebben. +**1.** Dit artikel is uitsluitend van toepassing op arbeid verricht in verband met het vervoer van personen. -### Paragraaf 3.3. Arbeids- en rusttijden +**2.** In afwijking van artikel 5:8, derde lid, onderdeel d, van de wet kan dit artikel worden toegepast. -#### Paragraaf . Dagelijkse rusttijd +**3.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer die arbeid verricht in nachtdienst na een reeks van ten minste 3 en ten hoogste 7 maal achtereen arbeid te hebben verricht in nachtdienst, een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 48 uren, welke rusttijd in elke periode van 13 achtereenvolgende weken ten hoogste 4 maal mag worden ingekort met 1 uur. -### Artikel 3.3:1 +### Artikel 3.2:2 -**1.** In plaats van de artikelen 5:3, tweede en derde lid, en 5:8, vierde lid, van de wet wordt dit artikel toegepast. +**1.** Dit artikel is uitsluitend van toepassing op arbeid verricht in verband met het vervoer van goederen. -**2.** +**2.** In afwijking van artikel 5:8, derde lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet kan dit artikel worden toegepast. -De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer een dagelijkse onafgebroken rusttijd heeft van: - -a. ten minste 12 uren in elke aaneengesloten periode van 24 uren indien de rusttijd in de normale woonplaats kan worden doorgebracht; -b. ten minste 8 uren in elke aaneengesloten periode van 24 uren indien de rusttijd niet in de normale woonplaats kan worden doorgebracht. - -**3.** De rusttijd, bedoeld in het tweede lid, onder a, mag gedurende een periode van 7 maal 24 uren eenmaal worden ingekort tot ten minste 9 uren, mits de tijd waarmee deze rusttijd is ingekort, wordt toegevoegd aan de eerstvolgende rusttijd die in de normale woonplaats kan worden doorgebracht. - -**4.** De rusttijd die in de normale woonplaats kan worden doorgebracht, wordt niet aanzienlijk ingekort indien deze wordt voorafgegaan en wordt gevolgd door een rusttijd die niet in de normale woonplaats kan worden doorgebracht. - -**5.** De werknemer heeft na een dagelijkse onafgebroken rusttijd die niet in de normale woonplaats kan worden doorgebracht een dagelijkse onafgebroken rusttijd die in de normale woonplaats kan worden doorgebracht. - -**6.** Bij collectieve regeling kan, met inachtneming van het zevende lid, van het vijfde lid worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze wordt afgeweken van het vijfde lid, is nietig. - -**7.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer ten hoogste 2 achtereenvolgende dagelijkse onafgebroken rusttijden heeft die niet in de normale woonplaats kunnen worden doorgebracht. - -**8.** De in het tweede lid bedoelde periode vangt aan op het eerste tijdstip van de dag, waarop de werknemer een dienst als bedoeld in artikel 3.1:1 verricht. - -#### Paragraaf . Wekelijkse onafgebroken rusttijd - -### Artikel 3.3:2 - -**1.** In plaats van artikel 5:5, tweede en derde lid, van de wet wordt dit artikel toegepast. - -**2.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren, waarin hij ten minste één dienst verricht als bedoeld in artikel 3.1:1, een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren. - -**3.** De in het tweede lid bedoelde periode vangt aan op het eerste tijdstip van de dag, waarop de werknemer een dienst als bedoeld in artikel 3.1:1 verricht. - -**4.** In elke periode van 52 aaneengesloten weken waarin een werknemer ten minste 52 diensten als bedoeld in artikel 3.1:1 verricht, organiseert de werkgever de arbeid zodanig, dat de werknemer 104 perioden heeft van ten minste 24 uren onafgebroken rusttijd. - -**5.** De in het vierde lid bedoelde 104 perioden omvatten ten minste 24 aaneengesloten perioden van ten minste 60 uren, van welke 24 perioden ten minste 12 perioden de gehele zaterdag en de gehele zondag omvatten. - -#### Paragraaf . Pauze - -### Artikel 3.3:3 - -**1.** In plaats van artikel 5:4, tweede en derde lid, van de wet wordt dit artikel toegepast. - -**2.** - -De werkgever organiseert de arbeid van de machinist zodanig, dat indien hij: - -a. meer dan 6 uur arbeid per dienst verricht, zijn arbeid wordt onderbroken door een pauze van ten minste 30 minuten; -b. meer dan 8 uur arbeid per dienst verricht, zijn arbeid wordt onderbroken door een pauze van ten minste 45 minuten; -c. een gedeelte van de pauze, bedoeld onder a en b, wordt genoten tussen het derde en het zesde uur waarin arbeid wordt verricht. - -**3.** Het tweede lid, onderdeel b en c, is niet van toepassing ingeval van aanwezigheid van twee dienstdoende machinisten in het spoorvoertuig. - -**4.** De werkgever organiseert de arbeid van het overige personeel in of op het spoorvoertuig zodanig dat indien meer dan 6 uur per dienst arbeid wordt verricht, deze arbeid wordt onderbroken door een pauze van ten minste 30 minuten. - -#### Paragraaf . Rijtijd - -### Artikel 3.3:4 - -**1.** - -De werkgever organiseert de arbeid van de machinist zodanig, dat zijn rijtijd: - -a. ten hoogste 9 uren per dienst bedraagt, dan wel ten hoogste 8 uren indien er 3 of meer uren arbeid wordt verricht in de periode tussen 00.00 en 07.00 uur; -b. ten hoogste 80 uur bedraagt in elke aaneengesloten periode van 14 maal 24 uren, waarin hij ten minste twee diensten verricht als bedoeld in artikel 3.1:1. - -**2.** - -Voor de toepassing van het eerste lid wordt als rijtijd aangemerkt: - -a. de duur van de ingeroosterde activiteit waarbij de machinist verantwoordelijk is voor het besturen van een locomotief, en -b. ingeroosterde onderbrekingen waarin de machinist verantwoordelijk blijft voor de locomotief. - -**3.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt niet als rijtijd aangemerkt de tijd die is voorzien voor het in- en uitschakelen van de locomotief. +**3.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer die arbeid verricht in nachtdienst ten hoogste 42 maal in elke periode van 13 achtereenvolgende weken en 140 maal in elke periode van 52 achtereenvolgende weken arbeid in nachtdienst verricht. ## Hoofdstuk 4. Luchtvaart @@ -601,55 +308,44 @@ b. ingeroosterde onderbrekingen waarin de machinist verantwoordelijk blijft voor In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. *lid van het cockpitpersoneel:* de werknemer van 18 jaar of ouder die aan boord van een luchtvaartuig werkzaamheden heeft te verrichten die van direct belang zijn voor de bediening van het luchtvaartuig tijdens de vlucht; -b. *lid van het cabinepersoneel:* de werknemer van 18 jaar of ouder die, niet zijnde lid van het cockpitpersoneel, aan boord van een luchtvaartuig enige werkzaamheden heeft te verrichten ten behoeve van de inzittenden dan wel als dierenbegeleider werkzaam is tijdens de vlucht; +b. *lid van het cabinepersoneel:* de werknemer van 18 jaar of ouder die, niet zijnde lid van het cockpitpersoneel, aan boord van een luchtvaartuig enige werkzaamheden heeft te verrichten ten behoeve van de inzittenden tijdens de vlucht; c. *lid van het boordpersoneel:* lid van het cockpitpersoneel en cabinepersoneel. #### Paragraaf . Begrippen vliegwerktijd, reservetijd, rusttijd, grondtijd en rustgelegenheid ### Artikel 4.1:2 -In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen, met uitzondering van § 4.5, wordt verstaan onder: +In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. *vliegwerktijd:* de periode van het ogenblik af, waarop een lid van het boordpersoneel zich dient te melden voor de uitoefening van zijn functie tot het einde van zijn werkzaamheden; -b. *werktijd: *de som van de vliegwerktijd en de luchthavenreservetijd; -c. *reservetijd: *een periode waarin een lid van het boordpersoneel niet voor een vlucht is ingedeeld en niet verplicht is op de luchthaven aanwezig te zijn, maar wel beschikbaar dient te zijn voor het ontvangen van een opdracht tot het uitvoeren van enige verkeersvlucht; -d. *luchthavenreservetijd:* een periode waarin een lid van het boordpersoneel niet voor een vlucht is ingedeeld, maar wel verplicht is op de luchthaven aanwezig te zijn voor het ontvangen van een opdracht tot het uitvoeren van enige verkeersvlucht; -e. *rusttijd: *elke periode buiten de vliegwerktijd gedurende welke een lid van het boordpersoneel is ontheven van alle taken en opdrachten, en daarin de gelegenheid heeft om rust te genieten in een passende accommodatie; -f. *grondtijd:* elke periode van de vliegwerktijd die geen deel uitmaakt van een vlucht; -g. *rustgelegenheid: *de deugdelijke accommodatie aan boord van het luchtvaartuig, die het mogelijk maakt voor een lid van het boordpersoneel horizontale rust te genieten in een van de passagiers en hinderlijke vracht afgescheiden ruimte. +b. *reservetijd: *een periode waarin een lid van het boordpersoneel niet voor een vlucht is ingedeeld en niet verplicht is op de luchthaven aanwezig te zijn, maar wel beschikbaar dient te zijn voor het ontvangen van een opdracht tot het uitvoeren van enige verkeersvlucht; +c. *rusttijd: *elke periode buiten de vliegwerktijd gedurende welke een lid van het boordpersoneel is ontheven van alle taken en opdrachten, en daarin de gelegenheid heeft om rust te genieten in een passende accommodatie; +d. *grondtijd:* elke periode van de vliegwerktijd die geen deel uitmaakt van een vlucht; +e. *rustgelegenheid: *de deugdelijke accommodatie aan boord van het luchtvaartuig, die het mogelijk maakt voor een lid van het boordpersoneel horizontale rust te genieten in een van de passagiers en hinderlijke vracht afgescheiden ruimte. #### Paragraaf . Begrippen vlieguren, vliegtijd, verkeersvlucht, rondvlucht en luchtarbeid ### Artikel 4.1:3 -In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen, met uitzondering van § 4.5, wordt verstaan onder: +In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. *vliegtijd:* de periode van het ogenblik af dat de helikopter zich op eigen kracht voortbeweegt tot het ogenblik waarop de hefschroef of hefschroeven tot stilstand komt of komen; -b. *verkeersvlucht:* een vlucht die vervoer door een luchtvaartmaatschappij ten doel heeft; -c. *rondvlucht: *een verkeersvlucht welke aanvangt en eindigt op hetzelfde terrein en welke een tijdsduur heeft van ten hoogste 60 minuten; -d. *luchtarbeid: *werkzaamheden uitgevoerd door een lid van het boordpersoneel tijdens de vlucht, niet zijnde een verkeersvlucht. +a. *vlieguren:* de periode van het ogenblik af dat een vleugelvliegtuig zich op eigen kracht in beweging zet, met de bedoeling om op te stijgen, tot het ogenblik dat het vleugelvliegtuig na de vlucht tot stilstand komt op de gekozen of aangewezen vliegtuigopstelplaats en de motoren zijn afgezet; +b. *vliegtijd:* de periode van het ogenblik af dat het hefschroefvliegtuig zich op eigen kracht voortbeweegt tot het ogenblik waarop de hefschroef of hefschroeven tot stilstand komt of komen; +c. *verkeersvlucht:* een vlucht die vervoer door een luchtvaartmaatschappij ten doel heeft; +d. *rondvlucht: *een verkeersvlucht welke aanvangt en eindigt op hetzelfde terrein en welke een tijdsduur heeft van ten hoogste 60 minuten; +e. *luchtarbeid: *werkzaamheden uitgevoerd door een lid van het boordpersoneel tijdens de vlucht, niet zijnde een verkeersvlucht. #### Paragraaf . Overige begrippen ### Artikel 4.1:4 -Tenzij anders is bepaald, wordt in dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen verstaan onder: +In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. *luchtvaartmaatschappij:* onderneming, welke geheel of gedeeltelijk haar bedrijf maakt van het vervoer van personen, dieren of goederen met luchtvaartuigen tegen vergoeding; -b. *luchtvaartuig:* een luchtvaartuig als bedoeld in de Wet luchtvaart; -c. *dag: *een periode van 00.00 uur tot 24.00 uur Universal Time Coordinated voor vliegtuigen en van 00.00 uur tot 24.00 uur lokale tijd voor helikopters; +b. *luchtvaartuig:* een toestel als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Luchtvaartwet; +c. *dag: *een periode van 00.00 uur tot 24.00 uur Universal Time Coordinated voor vleugelvliegtuigen en van 00.00 uur tot 24.00 uur lokale tijd voor hefschroefvliegtuigen; d. *luchthaven: *een terrein, dat is ingericht voor het opstijgen en het landen alsmede de daarmede verband houdende beweging op dat terrein van luchtvaartuigen. -#### Paragraaf . Begrippen in § 4.5 Vlieg- en diensttijdbeperkingen en rusttijden voor vluchten die vallen onder EG-verordening 3922/91 - -### Artikel 4.1:5 - -In § 4.5 wordt verstaan onder: - -a. *EG-verordening 3922/91:* verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 december 1991 inzake de harmonisatie van technische voorschriften en administratieve procedures op het gebied van de burgerluchtvaart (PbEG L 373); -b. *vliegdienstperiode:* een vliegdienstperiode (FDP) als bedoeld in EG-verordening 3922/91, bijlage III, onderdeel 1.1095, onder 1.6; -c. *Onze Ministers:* Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. - ### Paragraaf 4.2. Toepassingsgebied van de wet #### Paragraaf . Gedeeltelijke uitsluiting van de toepasselijkheid van de wet @@ -660,14 +356,14 @@ Artikel 4.3 en hoofdstuk 5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn ni a. arbeid, verricht door een lid van het boordpersoneel van 18 jaar of ouder dat vluchten, niet zijnde verkeersvluchten maakt ten behoeve van het eigen bedrijf, of van de overheid; b. luchtarbeid, verricht door een lid van het boordpersoneel van 18 jaar of ouder; -c. arbeid, verricht door een lid van het cabinepersoneel van 18 jaar of ouder van helikopters dat verkeersvluchten maakt; +c. arbeid, verricht door een lid van het cabinepersoneel van 18 jaar of ouder van hefschroefvliegtuigen dat verkeersvluchten maakt; d. arbeid, verricht door personen van 18 jaar of ouder aan boord van luchtvaartuigen, niet zijnde boordpersoneel. #### Paragraaf . Uitbreiding van de toepasselijkheid van de wet ### Artikel 4.2:2 -Paragraaf 5.1 en – voorzover aangeduid als overtredingen – de paragrafen 5.2 tot en met 5.5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op een lid van het boordpersoneel dat geen werkgever of werknemer is in de zin van de wet. +Paragraaf 5.1 en – voorzover aangeduid als strafbare feiten – de paragrafen 5.2 tot en met 5.5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op een lid van het boordpersoneel dat geen werkgever of werknemer is in de zin van de wet. ### Paragraaf 4.3. Toepasselijkheid van het hoofdstuk @@ -683,49 +379,146 @@ Met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald, is dit hoofd ### Artikel 4.4:1 -**1.** Elk lid van het boordpersoneel op verkeersvluchten met helikopters met uitzondering van rondvluchten, houdt van zijn arbeids- en rusttijden een deugdelijke registratie bij of doet die bijhouden. +**1.** Elk lid van het cockpitpersoneel op verkeersvluchten met uitzondering van rondvluchten, houdt van zijn arbeids- en rusttijden een deugdelijke registratie bij of doet die bijhouden. -**2.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat worden nadere regels gesteld omtrent de wijze van registratie. +**2.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden nadere regels gesteld omtrent de wijze van registratie. #### Paragraaf . Bewaartermijn ### Artikel 4.4:2 -De werkgever, de persoon, bedoeld in artikel 4.2:2, en het lid van het boordpersoneel, bedoeld in artikel 4.4:1, eerste lid, bewaren de gegevens en bescheiden met betrekking tot artikel 4.4:1, eerste en tweede lid, en de in artikel 4.3 van de wet neergelegde registratieverplichting ten minste 52 weken, gerekend vanaf de datum waarop de desbetreffende gegevens en bescheiden betrekking hebben. +De werkgever, de persoon, bedoeld in artikel 4.2:2, en het lid van het cockpitpersoneel, bedoeld in artikel 4.4:1, eerste lid, bewaren de gegevens en bescheiden met betrekking tot artikel 4.4:1, eerste en tweede lid, en de in artikel 4.3 van de wet neergelegde registratieverplichting ten minste 52 weken, gerekend vanaf de datum waarop de desbetreffende gegevens en bescheiden betrekking hebben. -### Paragraaf 4.5. Vlieg- en diensttijdbeperkingen en rusttijden voor vluchten die vallen onder EG-verordening 3922/91 +### Paragraaf 4.5. Arbeids-, rust- en reservetijden cockpitpersoneel verkeersvluchten van vleugelvliegtuigen met uitzondering van rondvluchten + +#### Paragraaf . Toepasselijkheid van de paragraaf ### Artikel 4.5:1 -In plaats van § 5.2 van de wet is deze paragraaf en EG-verordening 3922/91 van toepassing op bemanningsleden op vluchten die vallen onder EG-verordening 3922/91. +In plaats van paragraaf 5.2 van de wet is deze paragraaf van toepassing op het lid van het cockpitpersoneel op verkeersvluchten van vleugelvliegtuigen, met uitzondering van rondvluchten. + +#### Paragraaf . Gelijkstelling met vliegwerktijd ### Artikel 4.5:2 -De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat voor een lid van het boordpersoneel de werktijd niet meer dan 2000 uur per jaar bedraagt en zo gelijk mogelijk over het kalenderjaar wordt verspreid. +**1.** De vliegwerktijd duurt tot ten minste 30 minuten na het beëindigen van de laatste vlucht in die periode, waarin het lid van het cockpitpersoneel als lid van het boordpersoneel optreedt. + +**2.** Als vliegwerktijd wordt tevens aangemerkt de tijdsduur van een door de werkgever gegeven opdracht, anders dan tot het als lid van het cockpitpersoneel maken van een verkeersvlucht. + +**3.** Indien een opdracht als bedoeld in het tweede lid het maken van één of meer opeenvolgende vluchten als passagier inhoudt, geldt als tijdsduur van deze opdracht de tijd vanaf het tijdstip van aanmelding voor de vlucht tot 30 minuten na het beëindigen van de vlucht. Artikel 4.5:3, eerste lid, onderdelen a tot en met c, is dan niet van toepassing. + +#### Paragraaf . Vliegwerktijd en maximum gecorrigeerde vliegwerktijd ### Artikel 4.5:3 -Bij regeling van Onze Ministers kan worden bepaald op welke wijze de vliegdienstperiode kan worden verlengd bij gesplitste dienst. +**1.** + +In bijlage A behorend bij dit besluit wordt de wijze van berekening vastgesteld van de vliegwerktijd en van de wijze waarop de gecorrigeerde vliegwerktijd daarvan wordt afgeleid onder toepassing van de volgende correcties: + +a. voor landingen onder verschillende weersomstandigheden en met vliegtuigen met een verschillende startmassa, +b. het aantal landingen, +c. voor andere verzwarende omstandigheden dan bedoeld in de onderdelen a en b, en +d . voor grondtijd. + +**2.** + +In bijlage B behorend bij dit besluit worden de tabellen vastgesteld volgens welke de maximum gecorrigeerde vliegwerktijd wordt bepaald, afhankelijk van: + +a. het tijdstip van aanvang van de vliegwerktijd uitgedrukt in lokale tijd van de luchthaven waar de vliegwerktijd aanvangt, +b. of de oproep tot aanmelding voor de vliegwerktijd valt in een reservetijd, +c. de mogelijkheden om af te lossen, +d. om in geval van aflossing van een rustgelegenheid, dan wel van een zitplaats in de cabine, gebruik te maken, en +e. de lengte van de eventuele voorafgaande bekorte rust. + +**3.** De werkgever organiseert de arbeid in overstemming met het eerste en tweede lid. + +#### Paragraaf . Maximum vlieguren ### Artikel 4.5:4 -**1.** Bij regeling van Onze Ministers wordt bepaald op welke wijze de effecten van tijdzoneverschillen op bemanningsleden met extra rust worden gecompenseerd. +De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat de volgende maximum vlieguren als werkend lid van het cockpitpersoneel niet worden overschreden: -**2.** Bij regeling van Onze Ministers kan, met inachtneming van het bepaalde in EG-verordening 3922/91, bijlage III, onderdeel 1.1110, onder 1.1 en 1.2, worden bepaald onder welke voorwaarden de rustregeling kan worden verkort. +a. 120 vlieguren in een aaneengesloten periode van 30 dagen; +b. 320 vlieguren per kalenderkwartaal; +c. 1000 vlieguren per kalenderjaar. + +#### Paragraaf . Reservetijd ### Artikel 4.5:5 -**1.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld ten aanzien van het verlengen van de vliegdienstperiode, met overschrijding van de limieten vermeld in EG-verordening 3922/91, bijlage III, onderdeel 1.1105, voor zover sprake is van uitbreiding van de basiscockpitbemanning. Hierbij wordt ten minste rekening gehouden met het aantal uren genoten rust en de rustgelegenheid aan boord. +**1.** -**2.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld aan het verlengen van de vliegdienstperiode van cabinepersoneel, met overschrijding van de limieten vermeld in EG-verordening 3922/91, bijlage III, onderdeel 1.1105. Hierbij wordt ten minste rekening gehouden met het aantal uren genoten rust en de rustgelegenheid aan boord. +De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat: + +a. een reservetijd ten hoogste 12 uren bedraagt; +b. gedurende ten minste 8 uren na een reservetijd geen nieuwe reservetijd aanvangt. + +**2.** Op een opdracht gegeven voor de aanvang van een reservetijd tot het uitvoeren van een vliegwerktijd waarvan het tijdstip van aanmelding ligt binnen 8 uren na afloop van die reservetijd is voor de bepaling van de maximum gecorrigeerde vliegwerktijd artikel 4.5:3, eerste en tweede lid, van toepassing. De opdracht wordt dan gezien als een opdracht die is ontvangen op het tijdstip, onmiddellijk voorafgaand aan het einde van de reservetijd. + +**3.** Indien het aanvangstijdstip van een vliegwerktijd wordt opgeschort, wordt de tijd tussen het oorspronkelijke meldingstijdstip en het werkelijke meldingstijdstip aangemerkt als reservetijd en zijn de correcties, bedoeld in het tweede lid, daarop van toepassing. + +#### Paragraaf . Normale minimum rusttijd ### Artikel 4.5:6 -Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld ten aanzien van: +**1.** In bijlage C behorend bij dit besluit, wordt de tabel vastgesteld volgens welke de normale minimum rusttijd, afhankelijk van de duur van de voorafgaande gecorrigeerde vliegwerktijd, wordt bepaald. -a. de relatie tussen luchthavenparaatheid en de onmiddellijk daarop volgende vliegdienst; -b. de minimumrustperiode volgend op luchthavenparaatheid die niet wordt gevolgd door een vliegdienst; -c. de overige vormen van paraatheid. +**2.** De werkgever organiseert de arbeid in overeenstemming met het eerste lid. + +#### Paragraaf . Rusttijden + +### Artikel 4.5:7 + +**1.** Drie opeenvolgende rustperiodes bedragen tezamen ten minste 36 uren. + +**2.** Een lid van het cockpitpersoneel heeft een onafgebroken rusttijd van ten minste 36 uren in elke aaneengesloten periode van 7 dagen, hetzij een onafgebroken rusttijd van ten minste 48 uren in elke aaneengesloten periode van 10 dagen. + +**3.** Indien een lid van het cockpitpersoneel in een aaneengesloten periode van 8 dagen ten minste 128 uren rust heeft genoten, kan van het tweede lid worden afgeweken, mits hij in de aaneengesloten periode van 7 dagen volgend op de afwijking een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 72 uren. Afwijkingen als bedoeld in de vorige volzin worden niet direct achter elkaar toegepast. + +**4.** Bij toepassing van het tweede en derde lid vangt een nieuwe periode aan zodra de bedoelde rust is genoten. + +**5.** De rustperiodes kunnen opschuiven, ten behoeve van een reis als niet-werkend bemanningslid in opdracht van een luchtvaartmaatschappij, tot het einde van een reis. + +**6.** De werkgever organiseert de arbeid in overeenstemming met het eerste tot en met vijfde lid. + +#### Paragraaf . Totale rusttijd over langere periode + +### Artikel 4.5:8 + +De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat: + +a. een lid van het cockpitpersoneel in beginsel zodanig wordt ingedeeld dat de rusttijd in een aaneengesloten periode van 7 dagen ten minste 126 uur bedraagt; +b. indien het lid van het cockpitpersoneel, in afwijking van onderdeel a, minder dan 18 uren per dag rust geniet, een periode van maximaal 15 dagen aanvangt, waarin bijlage D behorend bij dit besluit van toepassing is. + +#### Paragraaf . Bekorte rusttijd + +### Artikel 4.5:9 + +**1.** Een normale minimum rusttijd van een lid van het cockpitpersoneel kan worden bekort tot niet minder dan 7,5 uur. + +**2.** Na een bekorte rust is de rusttijd van een lid van het cockpitpersoneel na de vliegwerktijd volgend op de bekorte rust, ten minste gelijk aan de normale minimum rusttijd volgens de tabel, bedoeld in artikel 4.5:6, vermeerderd met de tijd waarmee de normale minimum rust is bekort. + +**3.** Een rusttijd van minder dan 7,5 uur geldt als grondtijd. + +**4.** In afwijking van het tweede lid, kan een rust van een lid van het cockpitpersoneel meerdere malen achtereen worden bekort indien de vliegwerktijd bestaat uit opdrachten als bedoeld in artikel 4.5:2, derde lid. In dat geval wordt na afloop van de opdrachten een rusttijd genoten, die gelijk is aan de normale minimum rusttijd, vermeerderd met het totaal der bekortingen van de voorafgaande rustperiodes ten opzichte van de normale rust. + +**5.** De werkgever organiseert de arbeid in overeenstemming met het eerste tot en met vierde lid. + +#### Paragraaf . Planning vliegwerktijd + +### Artikel 4.5:10 + +**1.** De werkgever maakt een planning voor de vliegwerktijd. + +**2.** Bij de planning van een vliegwerktijd neemt de werkgever een verantwoorde marge in acht ten opzichte van de maximum gecorrigeerde vliegwerktijd, berekend volgens artikel 4.5:3. + +**3.** Indien de maximum gecorrigeerde vliegwerktijd ten minste 14 en ten hoogste 16 uren bedraagt, bedraagt deze marge ten minste 1,5 uur. Indien de maximum gecorrigeerde vliegwerktijd meer dan 16 uren bedraagt, bedraagt deze marge ten minste 2 uren. + +**4.** Bij optredende afwijkingen van de oorspronkelijke planning kan bij het opzetten van de nieuwe planning van de in het derde lid genoemde marges worden afgeweken, indien na afweging van alle belangen het verantwoord wordt geacht een kleinere marge in acht te nemen. + +**5.** Afwijkingen als bedoeld in het vierde lid worden terstond aan de Minister van Verkeer en Waterstaat gemeld. + +**6.** De planning eindigt bij de aanvang van de vliegwerktijd. ### Paragraaf 4.6. Arbeids-, rust en reservetijden cabinepersoneel vleugelvliegtuigen van verkeersvluchten met uitzondering van rondvluchten @@ -733,39 +526,54 @@ c. de overige vormen van paraatheid. ### Artikel 4.6:1 -Vervallen +In plaats van paragraaf 5.2 van de wet is deze paragraaf van toepassing op het lid van het cabinepersoneel op verkeersvluchten van vleugelvliegtuigen, met uitzondering van rondvluchten. #### Paragraaf . Overeenkomstige van toepassingverklaring ### Artikel 4.6:2 -Vervallen +Artikel 4.5:2 is van overeenkomstige toepassing op het lid van het cabinepersoneel op verkeersvluchten met dien verstande dat daar waar wordt verwezen naar artikel 4.5:3, gelezen moet worden artikel 4.6:3. #### Paragraaf . Vliegwerktijd en maximum gecorrigeerde vliegwerktijd ### Artikel 4.6:3 -Vervallen +**1.** -#### Paragraaf . Arbeidstijd, rusttijd en reservetijd +In bijlage E behorend bij dit besluit wordt de wijze van berekening vastgesteld van de vliegwerktijd en van de wijze waarop de gecorrigeerde vliegwerktijd voor het lid van het cabinepersoneel op verkeersvluchten daarvan wordt afgeleid onder toepassing van de volgende correcties: + +a. het aantal landingen, +b. andere verzwarende omstandigheden, en +c. grondtijd. + +**2.** + +In bijlage F behorend bij dit besluit worden de tabellen en wijzen van berekening vastgesteld volgens welke de maximum gecorrigeerde vliegwerktijd wordt bepaald afhankelijk van: + +a. het tijdstip van aanvang van de vliegwerktijd uitgedrukt in lokale tijd van de luchthaven waar de vliegwerktijd aanvangt, +b. of de oproep tot aanmelding voor de vliegwerktijd valt in een reservetijd; +c. de mogelijkheid om af te lossen, +d. om in geval van aflossing van een rustgelegenheid, dan wel van een zitplaats in de cabine, gebruik te maken, +e. de lengte van de eventuele voorafgaande bekorte rust, en +f. het aan- en afmeldingstijdstip. + +**3.** De werkgever organiseert de arbeid in overeenstemming met het eerste en tweede lid. + +#### Paragraaf . Rusttijd en reservetijd ### Artikel 4.6:4 -Vervallen +**1.** De artikelen 4.5:5 tot en met 4.5:10 zijn van overeenkomstige toepassing op het lid van het cabinepersoneel op verkeersvluchten met dien verstande dat in de artikelen 4.5:5 en 4.5:10 voor «artikel 4.5.3» wordt gelezen: artikel 4.6.3. -#### Paragraaf . Onverwachte opdrachten +**2.** De werkgever organiseert de arbeid in overeenstemming met het eerste lid. -### Artikel 4.6:5 - -Vervallen - -### Paragraaf 4.7. Arbeids- en rusttijden boordpersoneel rondvluchten met helikopters +### Paragraaf 4.7. Arbeids- en rusttijden boordpersoneel rondvluchten #### Paragraaf . Toepasselijkheid van de paragraaf ### Artikel 4.7:1 -In plaats van paragraaf 5.2 van de wet is deze paragraaf van toepassing op het lid van het boordpersoneel op rondvluchten met helikopters. +In plaats van paragraaf 5.2 van de wet is deze paragraaf van toepassing op het lid van het boordpersoneel op rondvluchten. #### Paragraaf . Arbeids- en rusttijden @@ -773,23 +581,23 @@ In plaats van paragraaf 5.2 van de wet is deze paragraaf van toepassing op het l **1.** De werkgever ontwerpt regels ten aanzien van de arbeids- en rusttijden voor elk lid van het boordpersoneel op rondvluchten. Deze regels zijn zodanig dat de veiligheid van de vlucht niet in gevaar wordt gebracht door vermoeidheid, optredende, hetzij tijdens een vlucht, hetzij tijdens een serie vluchten, hetzij tijdens een bepaalde periode. -**2.** Deze regels worden ter instemming aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en aan Onze Minister voorgelegd. +**2.** Deze regels worden ter instemming aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en aan Onze Minister voorgelegd. -**3.** De werkgever organiseert de arbeid in overeenstemming met de regels waarvoor Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en Onze Minister instemming hebben gegeven. +**3.** De werkgever organiseert de arbeid in overeenstemming met de regels waarvoor Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister instemming hebben gegeven. -### Paragraaf 4.8. Arbeids-, rust- en reservetijd cockpitpersoneel helikopters +### Paragraaf 4.8. Arbeids-, rust- en reservetijd cockpitpersoneel hefschroefvliegtuigen #### Paragraaf . Toepasselijkheid van de paragraaf ### Artikel 4.8:1 -In plaats van paragraaf 5.2 van de wet is deze paragraaf van toepassing op het lid van het cockpitpersoneel op verkeersvluchten van helikopters, met uitzondering van rondvluchten. +In plaats van paragraaf 5.2 van de wet is deze paragraaf van toepassing op het lid van het cockpitpersoneel op verkeersvluchten van hefschroefvliegtuigen, met uitzondering van rondvluchten. #### Paragraaf . Begrip landing ### Artikel 4.8:2 -In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt onder «landing» verstaan: een nadering, gevolgd door het tot stilstand op een landingsplaats hetzij in een hovervlucht brengen van een helikopter met: +In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt onder «landing» verstaan: een nadering, gevolgd door het tot stilstand op een landingsplaats hetzij in een hovervlucht brengen van een hefschroefvliegtuig met: 1°. het doel: @@ -835,7 +643,7 @@ c. opdrachten anders dan opdrachten tot het als lid van het cockpitpersoneel mak **4.** De werkgever organiseert de arbeid in overeenstemming met het eerste tot en met derde lid. -#### Paragraaf . Maximale werktijd en maximale vliegtijd +#### Paragraaf . Vliegtijd ### Artikel 4.8:5 @@ -857,9 +665,7 @@ a. 33 uren per aaneengesloten periode van 7 dagen; b. 110 uren per maand; c. 900 uren per jaar. -**7.** De werktijd bedraagt niet meer dan 2000 uur per jaar en wordt zo gelijk mogelijk over het kalenderjaar verspreid. - -**8.** De werkgever organiseert de arbeid in overeenstemming met het eerste tot en met het zevende lid. +**7.** De werkgever organiseert de arbeid in overeenstemming met het eerste tot en met zesde lid. #### Paragraaf . Aantal landingen @@ -875,9 +681,7 @@ c. 900 uren per jaar. ### Artikel 4.8:7 -**1.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat bij de planning van de vliegwerktijd een verantwoorde marge in acht wordt genomen ten opzichte van de maximum vliegwerktijd en de vliegtijd. - -**2.** Artikel 4.5:9a en artikel 4.5:11 zijn van overeenkomstige toepassing op het cockpitpersoneel van helikopters. +De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat bij de planning van de vliegwerktijd een verantwoorde marge in acht wordt genomen ten opzichte van de maximum vliegwerktijd en de vliegtijd. #### Paragraaf . Reservetijd @@ -899,7 +703,7 @@ c. 900 uren per jaar. **1.** De normale minimum rusttijd, voorafgaande aan een vliegwerktijd, bedraagt 12 uren. -**2.** Een lid van het cockpitpersoneel van helikopters heeft in elke aaneengesloten periode van 7 dagen een aaneengesloten rusttijd van ten minste 36 uren dan wel in elke aaneengesloten periode van 10 dagen een aaneengesloten rusttijd van ten minste 48 uren. +**2.** Een lid van het cockpitpersoneel van hefschroefvliegtuigen heeft in elke aaneengesloten periode van 7 dagen een aaneengesloten rusttijd van ten minste 36 uren dan wel in elke aaneengesloten periode van 10 dagen een aaneengesloten rusttijd van ten minste 48 uren. **3.** Indien in een aaneengesloten periode van 3 dagen de som van de vliegwerktijden meer dan 32 uren bedraagt, wordt één der tussenliggende normale minimum rusttijden genoten tussen 20.00 uur en 12.00 uur lokale tijd. @@ -923,20 +727,15 @@ c. 900 uren per jaar. ### Artikel 4.9:1 -**1.** +**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan ontheffing verlenen van paragraaf 4.8 voor arbeid verricht door het lid van het boordpersoneel van hefschroefvliegtuigen, die gebruikt worden ten behoeve van het vervoer van traumateams voor spoedeisende medische hulpverlening. -Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan ontheffing verlenen van paragraaf 4.8 voor arbeid verricht door een lid van het boordpersoneel van helikopters, die gebruikt worden ten behoeve van het vervoeren van: - -a. traumateams voor spoedeisende medische hulpverlening, of -b. passagiers of vracht van of naar helikopterplatforms op mijnbouwinstallaties als bedoeld in artikel 1, onder o, van de Mijnbouwwet, of op schepen, gebruikt in het kader van het opsporen of het winnen van delfstoffen of aardwarmte. - -**2.** De werkgever leeft de aan een ontheffing verbonden voorschriften na. +**2.** De werkgever leeft de aan de ontheffing verbonden voorschriften na. ### Paragraaf 4.10. Afwijkingen ### Artikel 4.10:1 -**1.** De gezagvoerder van een luchtvaartuig, bij vluchten die niet vallen onder § 4.5, kan afwijken en kan een lid van het boordpersoneel opdragen af te wijken van de arbeids- en rusttijden om arbeid te verrichten indien dit noodzakelijk is in verband met de onmiddellijke veiligheid van de personen aan boord en het luchtvaartuig. Van deze afwijking wordt aantekening gehouden en wordt melding gemaakt bij Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat. +**1.** De gezagvoerder van een luchtvaartuig kan afwijken en kan een lid van het boordpersoneel opdragen af te wijken van de arbeids- en rusttijden om arbeid te verrichten indien dit noodzakelijk is in verband met de onmiddellijke veiligheid van de personen aan boord en het luchtvaartuig. Van deze afwijking wordt aantekening gehouden en wordt melding gemaakt bij Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. **2.** Zodra de situatie, bedoeld in het eerste lid, voorbij is, zorgt de werkgever ervoor dat de werknemer die arbeid heeft verricht in een rustperiode, voldoende rusttijd ter compensatie krijgt. @@ -946,19 +745,13 @@ b. passagiers of vracht van of naar helikopterplatforms op mijnbouwinstallaties ### Artikel 5.1:1 -- *bemanningslid:* hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Binnenvaartwet alsmede boordpersoneel als bedoeld in clausule 2, onderdeel k, van de overeenkomst; -- *exploitatiewijze A1, exploitatiewijze A2 en exploitatiewijze B:* hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 18.01 van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn; -- *jeugdig bemanningslid:* een bemanningslid van 16 of 17 jaar; -- *overeenkomst:* Europese Overeenkomst betreffende de regeling van een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de binnenvaart, bedoeld in de bijlage bij Richtlijn 2014/112/EU van de Raad van 19 december 2014 tot uitvoering van de Europese Overeenkomst betreffende de regeling van bepaalde aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de binnenvaart die op 15 februari 2012 is gesloten door de Europese Binnenvaartunie (EBU), de Europese Schippersorganisatie (ESO) en de Europese Federatie van Vervoerswerknemers (ETF) (PbEU 2014, L 367); -- *rusttijd:* hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 18.02 van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn. +**1.** -#### Paragraaf . Gelijkstelling met rusttijd +In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: -### Artikel 5.1:2 - -**1.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk geldt de periode waarop de arbeid van het bemanningslid zich beperkt tot de aanwezigheid op het schip, zonder dat hij zijn taken uitoefent, eveneens als rusttijd. - -**2.** In afwijking van het eerste lid worden niet als rusttijd aangemerkt de perioden waarin het bemanningslid niet vrijelijk over zijn tijd kan beschikken en zich gereed houdt tot een onmiddellijke aanvang der werkzaamheden, en waarbij het tijdstip van de aanvang en de duur van deze perioden niet vooraf bekend is. +a. *bemanningslid:* hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdeel b, van de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart; +b. *jeugdig bemanningslid:* een bemanningslid van 16 of 17 jaar; +c. *rusttijd, dagvaart, semi-continuvaart en continuvaart: *hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdelen q, r, s en t, van het Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart. ### Paragraaf 5.2. Toepasselijkheid van de wet @@ -966,50 +759,33 @@ b. passagiers of vracht van of naar helikopterplatforms op mijnbouwinstallaties ### Artikel 5.2:1 -Artikel 4:3 en hoofdstuk 5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid, verricht op schepen als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen a, b en c, van het Binnenvaartbesluit. +Artikel 4:3 en hoofdstuk 5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid, verricht op schepen als bedoeld in artikel 4, onderdelen a, b, d, e, f en g, van de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart. #### Paragraaf . Uitbreiding van de toepasselijkheid van de wet ### Artikel 5.2:2 -Paragraaf 5.1 en – voorzover aangeduid als overtredingen of strafbare feiten – de paragrafen 5.2 tot en met 5.5 en de daarop berustende bepalingen van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op bemanningsleden die geen werkgever of werknemer zijn in de zin van de wet. +Paragraaf 5.1 en – voorzover aangeduid als strafbare feiten – de paragrafen 5.2 tot en met 5.5 en de daarop berustende bepalingen van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op de gezagvoerend schipper die geen werkgever of werknemer is in de zin van de wet. ### Paragraaf 5.3. Toepasselijkheid van dit hoofdstuk -#### Paragraaf . Toepasselijkheid voor schepen op binnenwateren +#### Paragraaf . Toepasselijkheid op arbeid op binnenschepen ### Artikel 5.3:1 -**1.** Met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald, is dit hoofdstuk van toepassing op arbeid, verricht door een bemanningslid aan boord van schepen waarop de Binnenvaartwet van toepassing is. - -**2.** In afwijking van het eerste lid en met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald, is paragraaf 6.6 van overeenkomstige toepassing op arbeid, verricht door bemanningsleden aan boord van de in dat lid bedoelde schepen gedurende de tijd dat dit schip dienst doet in havensleepdienst als bedoeld in artikel 6.1:1, onderdeel b. +Met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald, is dit hoofdstuk van toepassing op arbeid, verricht door een bemanningslid aan boord van schepen op binnenwateren als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart. ### Paragraaf 5.4. Registratie +#### Paragraaf . Vaartijdenboek + ### Artikel 5.4:1 -**1.** +**1.** De rusttijden van een bemanningslid worden geregistreerd overeenkomstig artikel 27, eerste lid, van het Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart. -De rusttijden van een bemanningslid worden als volgt geregistreerd: +**2.** Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing aan boord van schepen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van het Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart. -a. voor een bemanningslid als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Binnenvaartwet, in het vaartijdenboek, overeenkomstig het bepaalde krachtens artikel 31 van het Binnenvaartbesluit; -b. voor het boordpersoneel bedoeld in clausule 2, onderdeel k, van de overeenkomst, op een door de werkgever te bepalen wijze. - -**2.** Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing aan boord van veerboten en veerponten. - -### Artikel 5.4:2 - -Onverminderd artikel 5.4:1, eerste lid, wordt van een bemanningslid dat werknemer is de dagelijkse arbeidstijd geregistreerd op een door de werkgever te bepalen wijze. - -### Artikel 5.4:3 - -**1.** De gezagvoerend schipper en de werkgever bewaren de in de artikelen 5.4:1 en 5.4:2 bedoelde registratie van arbeids- en rusttijden ten minste 52 weken, gerekend vanaf de datum waarop de desbetreffende gegevens en bescheiden betrekking hebben, aan boord. - -**2.** De registratie van de arbeidstijden en rusttijden van een bemanningslid dat werknemer is wordt uiterlijk aan het einde van de volgende maand gezamenlijk door de werkgever of zijn vertegenwoordiger en de werknemer gecontroleerd en bekrachtigd. - -**3.** Het bemanningslid dat werknemer is ontvangt een kopie van de registratie van zijn arbeids- en rusttijden en bewaart deze ten minste 52 weken, gerekend vanaf de datum waarop de gegevens betrekking hebben. - -### Paragraaf 5.5. Arbeids- en rusttijden +### Paragraaf 5.5. Rusttijden #### Paragraaf . Toepasselijkheid van de paragraaf @@ -1021,73 +797,40 @@ In plaats van paragraaf 5.2 van de wet wordt deze paragraaf toegepast. ### Artikel 5.5:2 -Voor de toepassing van de artikelen 5.5:3 tot en met 5.5:5 houden de werkgever en de gezagvoerend schipper rekening met de arbeids-, rust- en vaartijden, vervuld gedurende een tijdvak van 48 uren, onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop het schip de binnenwateren is binnengevaren. +Voor de toepassing van de artikelen 5.5:3 tot en met 5.5:5 wordt rekening gehouden met de rust- en vaartijden, vervuld gedurende een tijdvak van 48 uren, onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop het schip de binnenwateren is binnengevaren. + +#### Paragraaf . Dagvaart ### Artikel 5.5:3 -**1.** De werkgever en de gezagvoerend schipper organiseren de arbeid zodanig, dat een bemanningslid dat werknemer is en arbeid verricht bij exploitatiewijze A1 of A2, een rusttijd heeft van ten minste 10 uren in elke aaneengesloten periode van 24 uren. +**1.** Een bemanningslid dat arbeid verricht in dagvaart, heeft een ononderbroken rusttijd van ten minste 8 uren in een aaneengesloten tijdruimte van 24 uren, te rekenen vanaf het einde van iedere ononderbroken rusttijd van ten minste 8 uren. -**2.** +**2.** De in het eerste lid bedoelde rusttijd is gelegen buiten de vaartijd. -De in het eerste lid bedoelde rusttijd is: - -a. bij exploitatiewijze A1 ten minste 8 uren ononderbroken en wordt berekend vanaf het einde van iedere ononderbroken rusttijd van ten minste 8 uren, en -b. bij exploitatiewijze A2 ten minste 6 uren ononderbroken en wordt berekend vanaf het einde van iedere ononderbroken rusttijd van ten minste 6 uren. - -**3.** De werkgever en de gezagvoerend schipper organiseren de arbeid zodanig, dat een bemanningslid dat werknemer is en arbeid verricht bij exploitatiewijze B, een rusttijd heeft van ten minste 10 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van 24 uren, waarvan ten minste 6 uren ononderbroken, en 24 uren in een aaneengesloten periode van 48 uren, te rekenen vanaf het begin van een rusttijd van ten minste 6 uren. - -**4.** De werkgever en de gezagvoerend schipper organiseren de arbeid zodanig, dat een bemanningslid dat werknemer is een rusttijd heeft van ten minste 84 uren in elke periode van 7 dagen. - -**5.** De werkgever en de gezagvoerend schipper organiseren de arbeid zodanig, dat een bemanningslid als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Binnenvaartwet, dat geen werknemer is, rusttijden in acht neemt overeenkomstig de artikelen 18.02 onderscheidenlijk 18.03 van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn. +#### Paragraaf . Semi-continuvaart ### Artikel 5.5:4 -De werkgever en de gezagvoerend schipper organiseren de arbeid zodanig, dat een bemanningslid dat werknemer is in elke periode van 7 dagen ten hoogste 42 uren arbeid verricht tussen 23:00 uur en 06:00 uur. +**1.** Een bemanningslid dat arbeid verricht in de semi-continuvaart, heeft een rusttijd van ten minste 8 uren, waarvan ten minste 6 uren ononderbroken in een aaneengesloten tijdruimte van 24 uren, te rekenen vanaf het einde van iedere ononderbroken rusttijd van ten minste 6 uren. + +**2.** De in het eerste lid bedoelde ononderbroken rusttijd is gelegen buiten de vaartijd. + +#### Paragraaf . Continuvaart ### Artikel 5.5:5 -**1.** +Een bemanningslid dat arbeid verricht in de continuvaart, heeft een rusttijd van ten minste 24 uren, waarvan ten minste tweemaal 6 uren ononderbroken, in een aaneengesloten tijdruimte van 48 uren, te rekenen vanaf het begin van een rusttijd van ten minste 6 uren. -De werkgever en de gezagvoerend schipper organiseren de arbeid zodanig dat een bemanningslid dat werknemer is ten hoogste arbeid verricht gedurende: - -a. 14 uren in elke periode van 24 uur, -b. 84 uren in elke periode van zeven dagen, en -c. gemiddeld 48 uren per week in elke periode van 52 weken, of, indien de contractperiode korter is dan 52 weken, gemiddeld 48 uren per week in de contractperiode. - -**2.** Onverminderd onderdeel c, van het eerste lid verricht een bemanningslid dat werknemer is, wanneer er volgens het dienstrooster meer arbeidsdagen dan rustdagen zijn, ten hoogste arbeid gedurende gemiddeld 72 uren per week in elke periode van 16 weken. - -### Artikel 5.5:5a - -De werkgever en de gezagvoerend schipper nemen bij de vaststelling van het aantal arbeids- en rustdagen van een bemanningslid dat werknemer is, clausule 5 van de overeenkomst in acht. - -### Artikel 5.5:5b - -**1.** Dit artikel is uitsluitend van toepassing op een bemanningslid dat werknemer is en seizoensarbeid in de passagiersvaart verricht. - -**2.** De werkgever en de gezagvoerend schipper nemen bij de vaststelling van het aantal arbeids- en rustdagen van een bemanningslid dat werknemer is clausule 6 van de overeenkomst in acht. - -**3.** Toepassing van dit artikel is slechts mogelijk bij collectieve regeling. Elk beding waarbij wordt afgeweken van de vorige zin is nietig. - -### Artikel 5.5:5c - -De werkgever en de gezagvoerend schipper organiseren de arbeid van een bemanningslid dat werknemer is zodanig, dat indien hij meer dan 6 uren arbeid per dienst verricht, zijn arbeid wordt onderbroken door een pauze. +#### Paragraaf . Jeugdige werknemers ### Artikel 5.5:6 -**1.** De gezagvoerend schipper kan afwijken van de arbeids- en rusttijden om arbeid te verrichten indien dit noodzakelijk is in verband met de onmiddellijke veiligheid van het schip, de personen aan boord, de lading of bij het geven van hulp aan andere schepen of personen in nood. - -**2.** Zodra de noodsituatie, bedoeld in het eerste lid, voorbij is, zorgt de gezagvoerend schipper er voor dat het bemanningslid dat werknemer is en dat arbeid heeft verricht in een rustperiode, voldoende rusttijd ter compensatie krijgt. - -#### Paragraaf . Jeugdige bemanningsleden - -### Artikel 5.5:7 - **1.** De werkgever en de gezagvoerend schipper organiseren de arbeid zodanig dat het jeugdige bemanningslid: -a. bij exploitatiewijzen A1 en A2 in elke periode van 24 uren een rusttijd geniet, die inclusief de in het vierde lid bedoelde pauze ten minste 16 uren bedraagt, waarvan ten minste 12 uren ononderbroken; -b. bij exploitatiewijze B in elke periode van 24 uren een rusttijd geniet, die inclusief de in het vierde lid bedoelde pauze ten minste 16 uren bedraagt, waarvan ten minste tweemaal 6 uren ononderbroken. +a. in de dagvaart en in de semi-continuvaart in elke periode van 24 uren een rusttijd geniet, die inclusief de in het vierde lid bedoelde pauze ten minste 16 uren bedraagt, waarvan ten minste 12 uren ononderbroken; +b. in de continuvaart in elke periode van 24 uren een rusttijd geniet, die inclusief de in het vierde lid bedoelde pauze ten minste 16 uren bedraagt, waarvan ten minste tweemaal zes uren ononderbroken. **2.** @@ -1105,29 +848,26 @@ c. hetzij, ingeval van een reis van meer dan 5 dagen, in elke periode van 10 wek ### Paragraaf 6.1. Algemene bepalingen -#### Paragraaf . Begrippen zeeschip, havensleepdienst en pleziervaartuig +#### Paragraaf . Begrippen zeeschip, zeesleepboot en pleziervaartuig ### Artikel 6.1:1 In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. zeeschip: +a. *zeeschip:* hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 2, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek en in artikel 1, onderdeel a, van de Wet nationaliteit zeeschepen in rompbevrachting; +b. *zeesleepboot: *een zeeschip dat in hoofdzaak is bestemd voor sleep- en hulpverleningswerkzaamheden en waarmee in het algemeen geen andere personen of goederen worden vervoerd dan die welke behoren tot de eigen bemanning of uitrusting of tot die van het schip dat wordt gesleept, zal worden gesleept of waaraan hulp wordt verleend, dan wel bij de hulpverlening nodig zijn; +c. *pleziervaartuig: *een schip dat uitsluitend anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf wordt gebruikt. -1º. hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 2, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, uitgezonderd de zeeschepen, bedoeld in het derde lid van dat artikel, en in artikel 2 van de Rijkswet nationaliteit zeeschepen, alsmede -2º. de havensleepboot gedurende de tijd dat er in havensleepdienst dienst wordt gedaan. -b. havensleepdienst: het geheel van werkzaamheden en activiteiten ten behoeve van het assisteren bij het meren, ontmeren en verhalen van zeeschepen die gebruik maken van eigen voortstuwing, inkomend van of uitgaand naar zee. -c. pleziervaartuig: een schip dat uitsluitend anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf wordt gebruikt. - -#### Paragraaf . Begrippen scheepsbeheerder, kapitein en zeevarende +#### Paragraaf . Begrippen scheepsbeheerder, kapitein en schepeling ### Artikel 6.1:2 -In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: +In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt voorts verstaan onder: -- *jeugdige zeevarende:* zeevarende van 16 of 17 jaar; -- *kapitein:* zeevarende die het gezag over een zeeschip voert; -- *scheepsbeheerder:* scheepsbeheerder als bedoeld in de Wet bemanning zeeschepen; -- *zeevarende:* zeevarende als bedoeld in de Wet bemanning zeeschepen, met dien verstande dat personen die op grond van artikel 2, zevende lid, van die wet zijn uitgezonderd, niet als zeevarende worden aangemerkt. +a. *scheepsbeheerder: *de natuurlijke of rechtspersoon, die vanuit een vestiging in Nederland van een zeescheepvaartonderneming de dagelijkse leiding heeft over het beheer van het schip; +b. *kapitein:* de gezagvoerder van een zeeschip; +c. *schepeling: *degene die gehouden is onder gezag van de kapitein aan boord van een zeeschip buitengaats arbeid te verrichten; +d. *jeugdige schepeling: *een schepeling van 16 of 17 jaar. #### Paragraaf . Begrip rusttijd @@ -1143,10 +883,12 @@ In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder *rustti **1.** -De paragrafen 4.1 en 4.4 en hoofdstuk 5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid, verricht door een zeevarende van 18 jaar of ouder, aan boord van: +De paragrafen 4.1 en 4.4 en hoofdstuk 5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid, verricht door een kapitein en een schepeling van 18 jaar of ouder, aan boord van: -a. reddingsvaartuigen gedurende de tijd dat daarmee reddingswerkzaamheden worden verricht; -b. pleziervaartuigen die uitsluitend als zodanig worden gebezigd voor zover zij geen passagiers tegen vergoeding vervoeren. +a. zeevissersschepen als bedoeld in artikel 2, derde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek; +b. reddingsvaartuigen gedurende de tijd dat daarmee reddingswerkzaamheden worden verricht; +c. pleziervaartuigen die uitsluitend als zodanig worden gebezigd voor zover zij geen passagiers tegen vergoeding vervoeren; +d. zeesleepboten gedurende de tijd dat zij als havensleepboot dienst doen in een Nederlandse haven, mits de kapitein daarvan aantekening houdt in het scheepsdagboek. **2.** De paragrafen 4.1 en 4.4 en hoofdstuk 5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid, verricht door een scheepsarts. @@ -1154,7 +896,7 @@ b. pleziervaartuigen die uitsluitend als zodanig worden gebezigd voor zover zij ### Artikel 6.2:2 -Paragraaf 5.1 van de wet en – voorzover aangeduid als overtredingen – de paragrafen 5.2 tot en met 5.5. van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de kapitein die zonder werknemer te zijn in de zin van de wet arbeid verricht aan boord van zeeschepen. +Paragraaf 5.1 van de wet en – voorzover aangeduid als strafbare feiten – de paragrafen 5.2 tot en met 5.5. van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de kapitein die zonder werknemer te zijn in de zin van de wet arbeid verricht aan boord van zeeschepen. ### Paragraaf 6.3. Toepasselijkheid van het hoofdstuk @@ -1162,9 +904,9 @@ Paragraaf 5.1 van de wet en – voorzover aangeduid als overtredingen – de par ### Artikel 6.3:1 -**1.** Met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald zijn dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen uitsluitend van toepassing op arbeid, verricht door zeevarenden aan boord van zeeschepen die te boek staan in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek of die zijn ingeschreven in rompbevrachting, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Rijkswet nationaliteit zeeschepen. +**1.** Met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald zijn dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen uitsluitend van toepassing op arbeid, verricht door kapiteins en schepelingen aan boord van zeeschepen die te boek staan in het register, bedoeld in artikel 193 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek of die zijn ingeschreven in het rompbevrachtingsregister, bedoeld in artikel 2 van de Wet nationaliteit zeeschepen in rompbevrachting. -**2.** In afwijking van het eerste lid is dit hoofdstuk niet van toepassing op duikwerkzaamheden op het continentaal plat, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Mijnbouwwet. +**2.** In afwijking van het eerste lid is dit hoofdstuk niet van toepassing op duikwerkzaamheden op het continentaal plat, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Mijnwet continentaal plat. #### Paragraaf . Uitsluiting van de toepasselijkheid van het hoofdstuk @@ -1178,25 +920,21 @@ Dit hoofdstuk is niet van toepassing op arbeid, verricht aan boord van installat ### Artikel 6.4:1 -**1.** De kapitein zorgt ervoor dat aan boord van een zeeschip op een voor alle zeevarenden toegankelijke plaats een werkrooster aanwezig is, waarin het arbeidstijdpatroon van de zeevarenden is vastgesteld en waarin de wettelijk voorgeschreven arbeidstijden en rusttijden worden vermeld. +**1.** De kapitein zorgt er voor dat aan boord van een zeeschip op een voor alle schepelingen toegankelijke plaats een werkrooster is opgehangen, waarin zijn arbeidstijdpatroon en dat van de schepelingen is vastgesteld en waarin de wettelijk voorgeschreven arbeids- en rusttijden worden vermeld. -**2.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat wordt een model voor een werkrooster vastgesteld. Bij die regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de invulling van het werkrooster. - -**3.** Het werkrooster bevat ten minste de gegevens opgenomen in het model bedoeld in het tweede lid, en is gesteld in de werktaal of in de werktalen van het schip en in de Engelse taal. +**2.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat wordt een model vastgesteld voor een werkrooster. Bij die regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de invulling van het werkrooster. #### Paragraaf . Registratie ### Artikel 6.4:2 -**1.** De kapitein zorgt ervoor dat de daadwerkelijke arbeidstijden en rusttijden van elke zeevarende uiterlijk na een week op een werklijst zijn geregistreerd. De volledig ingevulde werklijst wordt door de desbetreffende zeevarende en door of namens de kapitein geaccordeerd. De kapitein zorgt ervoor dat elke zeevarende een afschrift ontvangt van zijn werklijst. +**1.** De kapitein zorgt er voor dat zijn arbeids- en rusttijden en die van elke schepeling uiterlijk na een week op een werklijst zijn geregistreerd. De volledig ingevulde werklijst wordt getekend door de kapitein en de desbetreffende schepeling. De kapitein zorgt er voor dat elke schepeling een afschrift ontvangt van zijn werklijst. -**2.** De kapitein zorgt ervoor dat de werklijsten uiterlijk 8 weken na de vaststelling ervan ter beschikking van de scheepsbeheerder worden gesteld. +**2.** De kapitein zorgt er voor dat de ingevulde en ondertekende werklijsten uiterlijk 8 weken na de invulling ter beschikking van de scheepsbeheerder worden gesteld. -**3.** De scheepsbeheerder zorgt ervoor dat de werklijsten zorgvuldig worden bijgehouden. +**3.** De scheepsbeheerder zorgt er voor dat de werklijsten zorgvuldig worden bijgehouden. -**4.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat wordt een model vastgesteld voor een werklijst voor de registratie van arbeidstijden en rusttijden. Bij die regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de invulling van de werklijst. - -**5.** De werklijst bevat ten minste de gegevens opgenomen in het in het tweede lid bedoelde model en is gesteld in de werktaal of in de werktalen van het schip en in de Engelse taal. +**4.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat wordt een model vastgesteld voor een werklijst ten behoeve van de registratie van arbeids- en rusttijden. Bij die regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de invulling van die lijst. #### Paragraaf . Bewaartermijn @@ -1206,41 +944,41 @@ De scheepsbeheerder bewaart de werklijsten ten minste 3 jaren, gerekend vanaf he ### Paragraaf 6.5. Arbeids- en rusttijden -#### Paragraaf . Toepasselijkheid van deze paragraaf +#### Paragraaf . Toepasselijkheid van de paragraaf ### Artikel 6.5:1 -In plaats van paragraaf 5.2 van de wet wordt deze paragraaf toegepast op arbeid, verricht aan boord van een zeeschip als bedoeld in artikel 6.1:1, onderdeel a, onder 1°, met uitzondering van de tijd waarin dit zeeschip in havensleepdienst dienst doet. +In plaats van paragraaf 5.2 van de wet wordt deze paragraaf toegepast. -#### Paragraaf . Zeevarenden van 18 jaar en ouder +#### Paragraaf . Schepelingen van 18 jaar en ouder ### Artikel 6.5:2 -**1.** De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat de rusttijd van de zeevarenden van 18 jaar en ouder; ten minste 10 uren bedraagt in elke periode van 24 achtereenvolgende uren, te rekenen vanaf het begin van de rusttijd. +**1.** De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat zijn rusttijd en die van de schepeling van 18 jaar of ouder ten minste 10 uren bedraagt in elke periode van 24 achtereenvolgende uren, te rekenen vanaf het begin van de rusttijd. **2.** De rusttijd kan worden verdeeld in niet meer dan twee perioden, waarvan één periode een onafgebroken rusttijd van ten minste 6 uren omvat. In dat geval wordt de periode van 24 uren, bedoeld in het eerste lid, berekend vanaf het begin van de langste genoten rusttijd. De tijd tussen twee op elkaar volgende perioden van rust mag niet meer dan 14 uren bedragen. -**3.** De kapitein organiseert de arbeid zodanig, dat de rusttijd van de zeevarenden van 18 jaar en ouder; ten minste 77 uren bedraagt in elke periode van 7 dagen. +**3.** De kapitein organiseert de arbeid zodanig, dat zijn rusttijd en die van de schepeling van 18 jaar of ouder ten minste 77 uren bedraagt in elke periode van 7 dagen. -#### Paragraaf . Jeugdige zeevarenden +#### Paragraaf . Jeugdige schepelingen ### Artikel 6.5:3 **1.** -De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat de jeugdige zeevarende: +De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat de jeugdige schepeling: a. in elke periode van 24 achtereenvolgende uren ten hoogste 8 uren arbeid verricht; b. in elke periode van 24 achtereenvolgende uren een rusttijd heeft van ten minste 12 uren, waarvan ten minste 9 uren aaneengesloten en waarin de periode tussen 00.00 en 5.00 uur is begrepen; c. per week ten hoogste 40 uren arbeid verricht; -d. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren; +d. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren in elke aaneengesloten tijdsruimte van 7 maal 24 uren; e. op zondag in beginsel geen arbeid verricht. -**2.** De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat de jeugdige zeevarende een pauze krijgt van ten minste, zo mogelijk aaneengesloten, 30 minuten ingeval de dagelijkse arbeidstijd langer is dan 4,5 uur. +**2.** De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat de jeugdige schepeling een pauze krijgt van ten minste, zo mogelijk aaneengesloten, 30 minuten ingeval de dagelijkse arbeidstijd langer is dan 4,5 uur. **3.** -In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, mag de jeugdige zeevarende: +In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, mag de jeugdige schepeling: a. in elke periode van 24 achtereenvolgende uren gedurende ten hoogste 12 uren arbeid verrichten indien hij uit hoofde van de wachtindeling gedurende die uren feitelijk wacht loopt; b. arbeid verrichten tussen 00.00 en 05.00 uur indien dit in verband met zijn opleiding noodzakelijk is. @@ -1249,15 +987,17 @@ b. arbeid verrichten tussen 00.00 en 05.00 uur indien dit in verband met zijn op ### Artikel 6.5:4 -De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat de arbeid van de zeevarende telkens na ten hoogste 7 uur wordt afgewisseld door een pauze. +De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat de arbeid van de schepeling telkens na ten hoogste 6 uur wordt afgewisseld door een pauze. #### Paragraaf . Consignatie ### Artikel 6.5:5 -**1.** Indien de zeevarende tijdens consignatie arbeid moet verrichten krijgt hij, met inachtneming van de artikelen 6.5:2, eerste en tweede lid, en 6.5:3, eerste lid, voldoende rusttijd of pauze ter compensatie. +**1.** Onder consignatie wordt in dit artikel verstaan een rustperiode of pauze aan boord van een zeeschip, waarin de kapitein of de schepeling uitsluitend verplicht is bereikbaar te zijn om in geval van onvoorziene omstandigheden op oproep zo spoedig mogelijk de bedongen arbeid te verrichten. -**2.** De arbeid die voortvloeit uit een oproep als bedoeld in het eerste lid wordt voor de toepassing van de artikelen 6.5:2, 6.5:3, uitgezonderd het eerste lid, onder a, b en c, en 6.5:4 buiten beschouwing gelaten. +**2.** Indien de schepeling tijdens consignatie arbeid moet verrichten krijgt hij, met inachtneming van de artikelen 6.5:2, eerste en tweede lid, en 6.5:3, eerste lid, voldoende rusttijd of pauze ter compensatie. + +**3.** De arbeid die voortvloeit uit een oproep als bedoeld in het eerste lid wordt voor de toepassing van de artikelen 6.5:2, 6.5:3, uitgezonderd het eerste lid, onder a, b en c, en 6.5:4 buiten beschouwing gelaten. #### Paragraaf . Oefeningen @@ -1269,98 +1009,17 @@ De kapitein organiseert de wettelijk voorgeschreven oefeningen en appèls zodani ### Artikel 6.5:7 -**1.** De kapitein kan afwijken en doen afwijken van de arbeids- en rusttijden om arbeid te verrichten indien dit noodzakelijk is in verband met de onmiddellijke veiligheid van het schip, de personen aan boord, de lading of het milieu, of bij het geven van hulp aan andere schepen of personen in nood. +**1.** De kapitein kan afwijken en kan een schepeling verplichten af te wijken van de arbeids- en rusttijden om arbeid te verrichten indien dit noodzakelijk is in verband met de onmiddellijke veiligheid van het schip, de personen aan boord, de lading of het milieu, of bij het geven van hulp aan andere schepen of personen in nood. Van deze afwijking wordt in het scheepsdagboek aantekening gehouden. -**2.** Zodra de noodsituatie, bedoeld in het eerste lid, voorbij is, zorgt de kapitein er voor dat de zeevarende die arbeid heeft verricht in een rustperiode, voldoende rusttijd ter compensatie krijgt. +**2.** Zodra de noodsituatie, bedoeld in het eerste lid, voorbij is, zorgt de kapitein er voor dat de schepeling die arbeid heeft verricht in een rustperiode, voldoende rusttijd ter compensatie krijgt. -### Paragraaf 6.6. Arbeids- en rusttijden zeeschepen in havensleepdienst - -#### Paragraaf . Toepasselijkheid van deze paragraaf - -### Artikel 6.6:1 - -In plaats van paragraaf 5.2 van de wet wordt deze paragraaf toegepast op arbeid, verricht aan boord van een zeeschip als bedoeld in artikel 6.1:1, onderdeel a, onder 1°, gedurende de tijd waarin dit zeeschip in havensleepdienst dienst doet, alsmede, in aanvulling op artikel 6.3:1, eerste lid, op arbeid, verricht aan boord van een sleepboot als bedoeld in artikel 1 van het Binnenvaartbesluit, gedurende de tijd waarin deze havensleepboot in havensleepdienst dienst doet. - -#### Paragraaf . Wekelijkse onafgebroken rusttijd zeevarenden van 18 jaar of ouder - -### Artikel 6.6:2 - -**1.** De zeevarenden van 18 jaar of ouder hebben een ononderbroken rusttijd van hetzij ten minste 36 uren in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren, hetzij ten minste 72 uren in elke aaneengesloten periode van 10 maal 24 uren. - -**2.** Uitsluitend bij collectieve regeling kan van het eerste lid worden afgeweken. Elk beding waarin op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het eerste lid, is nietig. - -**3.** De in het eerste lid bedoelde perioden vangen aan op het eerste tijdstip van de dag waarop de zeevarenden arbeid verrichten. - -#### Paragraaf . Dagelijkse rusttijd zeevarenden van 18 jaar of ouder - -### Artikel 6.6:3 - -**1.** De kapitein organiseert de arbeid zodanig, dat hij en de overige zeevarenden van 18 jaar of ouder in elke periode van 24 achtereenvolgende uren een rusttijd hebben van ten minste 10 uren. - -**2.** De zeevarenden van 18 jaar of ouder hebben in elke periode van 24 achtereenvolgende uren een onafgebroken rusttijd van 8 uren. - -**3.** Uitsluitend bij collectieve regeling kan, met inachtneming van het vierde lid, worden afgeweken van het tweede lid. Elk beding waarin op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het tweede lid, is nietig. - -**4.** De kapitein organiseert de arbeid zodanig, dat de onafgebroken rusttijd van 8 uren, bedoeld in het tweede lid, ten hoogste 3 maal per week wordt ingekort tot ten minste 6 uren onafgebroken rusttijd. - -**5.** De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat hij en de overige zeevarenden van 18 jaar en ouder in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren een totale rusttijd hebben van ten minste 77 uren. - -**6.** De in het eerste, tweede en vijfde lid, bedoelde periode van 24 uren wordt berekend vanaf het begin van de langste genoten rusttijd. De tijd tussen twee op elkaar volgende perioden van rust mag niet meer dan 14 uren bedragen. - -#### Paragraaf . Arbeidstijd van zeevarenden van 18 jaar of ouder - -### Artikel 6.6:4 - -De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat de zeevarenden van 18 jaar of ouder in elke periode van 13 achtereenvolgende weken gemiddeld ten hoogste 48 uren per week arbeid verrichten. - -#### Paragraaf . Jeugdige zeevarenden - -### Artikel 6.6:5 - -**1.** - -De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat een jeugdige zeevarende: - -a. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren, waarin de zondag is begrepen; -b. in elke periode van 24 uren een rusttijd heeft van ten minste 12 uren, waarvan ten minste 9 uren aaneengesloten en waarin de periode tussen hetzij 22.00 en 06.00 uur hetzij tussen 23.00 en 07.00 begrepen is. - -**2.** - -De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat een jeugdige zeevarende: - -a. in elke periode van 24 achtereenvolgende uren ten hoogste 8 uren arbeid verricht; -b. in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren ten hoogste 40 uren arbeid verricht. - -**3.** De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat de arbeid van een jeugdige zeevarende indien hij meer dan 4,5 uur arbeid verricht wordt afgewisseld door een pauze van ten minste, zo mogelijk aaneengesloten, 30 minuten. - -**4.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, mag een jeugdige zeevarende tussen 22.00 uur en 06.00 uur dan wel tussen 23.00 uur en 07.00 uur arbeid verrichten indien dit in het kader van de opleiding noodzakelijk is. - -#### Paragraaf . Consignatie - -### Artikel 6.6:6 - -**1.** Indien een zeevarende van 18 jaar of ouder tijdens consignatie arbeid moet verrichten krijgt hij, met inachtneming van artikel 6.6:3, eerste en vijfde lid, voldoende rusttijd of pauze ter compensatie. Deze compensatie is ten minste gelijk aan de resterende rusttijd onderscheidenlijk pauze op het ogenblik van de oproep, en wordt toegevoegd aan de eerstvolgende periode van rust onderscheidenlijk pauze. - -**2.** De arbeid die voortvloeit uit een oproep als bedoeld in het eerste lid wordt voor de toepassing van de artikelen 6.6:2, eerste lid en 6.6:3, tweede en vierde lid, buiten beschouwing gelaten. - -**3.** - -De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat hij en de overige zeevarenden van 18 jaar of ouder in elke periode van 4 achtereenvolgende weken: - -a. ten minste 14 maal gedurende een periode van 24 achtereenvolgende uren geen consignatie worden opgelegd en -b. ten minste 2 maal gedurende een aaneengesloten periode van 48 uren geen arbeid verrichten noch consignatie worden opgelegd. - -### Artikel 6.6:7 - -De artikelen 6.4:1, eerste lid, 6.4:2, eerste tot en met derde lid, 6.4:3 voor zover het betreft de bewaartermijn, 6.5:4, 6.5:6 en 6.5:7 zijn van overeenkomstige toepassing. - -### Paragraaf 6.7. Overige bepalingen +### Paragraaf 6.6. Overige bepalingen #### Paragraaf . Verplichtingen van de scheepsbeheerder -### Artikel 6.7:1 +### Artikel 6.6:1 -**1.** De scheepsbeheerder zorgt er voor dat de zeevarenden aan boord van het zeeschip geen arbeid verrichten in strijd met dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen. +**1.** De scheepsbeheerder zorgt er voor dat de kapitein en de schepelingen aan boord van het zeeschip geen arbeid verrichten in strijd met dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen. **2.** De scheepsbeheerder verschaft de kapitein de middelen en gegevens die deze nodig heeft om aan de hem in dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen opgelegde verplichtingen te voldoen. @@ -1368,159 +1027,13 @@ De artikelen 6.4:1, eerste lid, 6.4:2, eerste tot en met derde lid, 6.4:3 voor z #### Paragraaf . Ontheffing -### Artikel 6.7:2 +### Artikel 6.6:2 -**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan ontheffing verlenen van artikel 6.5:2, eerste en tweede lid, en artikel 6.5:3, eerste lid, onderdelen a en b. +**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan ontheffing verlenen van artikel 6.5:2, eerste en tweede lid, en artikel 6.5:3, eerste lid, onderdelen a en b. **2.** De scheepsbeheerder en de kapitein leven de aan de ontheffing verbonden voorschriften na. -**3.** Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan regels stellen omtrent de wijze waarop de aanvraag om een ontheffing moet worden ingediend en de gegevens die door de aanvrager moeten worden verstrekt. - -## Hoofdstuk 6A. Zeevisserij - -### Paragraaf 6A.1. Algemene bepalingen - -#### Paragraaf . Begrippen - -### Artikel 6A.1:1 - -In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - -a. *vissersvaartuig:* een zeevissersschip als bedoeld in artikel 2, derde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek; -b. *scheepsbeheerder:* de natuurlijke of rechtspersoon die vanuit een vestiging in Nederland van een visserijonderneming de dagelijkse leiding heeft over het beheer van een vissersvaartuig; -c. *schipper:* de gezagvoerder van een vissersvaartuig; -d. *visser:* een zeevarende als bedoeld in artikel 1 van de Wet bemanning zeeschepen; -e. *jeugdige visser:* de visser van 16 of 17 jaar; -f. *rusttijd:* een periode van ten minste een uur waarin geen arbeid wordt verricht. - -#### Paragraaf . Gelijkstelling met rusttijd - -### Artikel 6A.1:2 - -**1.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk geldt de periode waarin door de visser, die werknemer is, of de visser die zonder werkgever of werknemer in de zin van de wet te zijn, samen met werknemers op hetzelfde vissersvaartuig arbeid verricht, door omstandigheden inherent aan de visserij, geen arbeid kan worden verricht hoewel hij volgens zijn werkrooster arbeid zou moeten verrichten, als rusttijd. - -**2.** In afwijking van het eerste lid worden niet als rusttijd aangemerkt de perioden waarin de visser, bedoeld in het eerste lid, niet vrijelijk over zijn tijd kan beschikken en zich gereed houdt tot een onmiddellijke aanvang der werkzaamheden, en waarbij het tijdstip van de aanvang en de duur van deze perioden niet vooraf bekend is. - -#### Paragraaf . Toepasselijkheid van het hoofdstuk - -### Artikel 6A.1:3 - -Met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald zijn dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen uitsluitend van toepassing op arbeid, verricht door schippers en vissers aan boord van vissersvaartuigen. - -#### Paragraaf . Werkrooster - -### Artikel 6A.1:4 - -**1.** De schipper die vissers aan boord heeft die werknemer zijn, zorgt ervoor dat aan boord van het vissersvaartuig op een voor alle vissers toegankelijke plaats een werkrooster is opgehangen, waarin zijn arbeidspatroon en dat van alle aan boord zijnde vissers alsmede de wettelijk voorgeschreven arbeids- en rusttijden worden vermeld. - -**2.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan een model worden vastgesteld voor een werkrooster. Bij die regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de invulling van het werkrooster. - -### Paragraaf 6A.2. Arbeids- en rusttijden - -#### Paragraaf . Toepasselijkheid van deze paragraaf - -### Artikel 6A.2:1 - -In plaats van paragraaf 5.2 van de wet wordt deze paragraaf toegepast op arbeid, verricht aan boord van een vissersvaartuig. - -#### Paragraaf . Uitbreiding toepasselijkheid van deze paragraaf - -### Artikel 6a.2:1a - -**1.** De artikelen 6A.2:2, tweede lid, 6A.2:3, 6A.2:4, met uitzondering van het eerste lid, onder b en het derde lid, onder b, 6A.2:5 en 6A.2:7, zijn uitsluitend van toepassing op de visser die werknemer is, of, de visser die zonder werkgever of werknemer in de zin van de wet te zijn, samen met werknemers op hetzelfde vissersvaartuig arbeid verricht. - -**2.** Artikel 6A.2:2, eerste en derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de visser van 16 jaar en ouder die zonder werkgever of werknemer in de zin van de wet te zijn arbeid verricht aan boord van een vissersvaartuig dat langer dan drie dagen op zee blijft. - -**3.** Artikel 6A.2:4, eerste lid, onder b en derde lid, onder b, is van overeenkomstige toepassing op de jeugdige visser die zonder werkgever of werknemer in de zin van de wet te zijn arbeid verricht aan boord van een vissersvaartuig. - -#### Paragraaf . Rusttijd van vissers van 18 jaar of ouder - -### Artikel 6A.2:2 - -**1.** De schipper organiseert de arbeid zodanig dat zijn rusttijd en die van de vissers van 18 jaar of ouder ten minste 10 uren bedraagt in elke periode van 24 achtereenvolgende uren, te rekenen vanaf het begin van de rusttijd. - -**2.** De schipper organiseert de arbeid zodanig dat de rusttijd van de vissers wordt verdeeld in niet meer dan twee perioden, waarvan één periode een onafgebroken rusttijd van ten minste 6 uren omvat. In dat geval wordt de periode van 24 uren, bedoeld in het eerste lid, berekend vanaf het begin van de langste genoten rusttijd. De tijd tussen twee op elkaar volgende perioden van rust bedraagt niet meer dan 14 uren. - -**3.** De schipper organiseert de arbeid zodanig dat zijn rusttijd en die van de vissers van 18 jaar of ouder tenminste 77 uren bedraagt in elke periode van 7 dagen. - -#### Paragraaf . Maximale wekelijkse arbeidstijd - -### Artikel 6A.2:3 - -De schipper organiseert de arbeid zodanig dat zijn gemiddelde wekelijkse arbeidstijd en die van de vissers van 18 jaar of ouder ten hoogste 48 uren bedraagt, gerekend over een periode van 52 achtereenvolgende weken. - -#### Paragraaf . Jeugdige vissers - -### Artikel 6A.2:4 - -**1.** - -De schipper organiseert de arbeid zodanig dat een jeugdige visser: - -a. in elke periode van 24 achtereenvolgende uren ten hoogste 8 uren arbeid verricht; -b. in elke periode van 24 achtereenvolgende uren een rusttijd heeft van ten minste 9 uren aaneengesloten en waarin de periode tussen 00.00 en 5.00 uur is begrepen; -c. per week ten hoogste 40 uren arbeid verricht; -d. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren in elke aaneengesloten tijdsruimte van 7 maal 24 uren; -e. op zondag in beginsel geen arbeid verricht. - -**2.** De schipper organiseert de arbeid zodanig dat de jeugdige visser een pauze krijgt van ten minste, zo mogelijk aaneengesloten, 30 minuten ingeval de dagelijkse arbeidstijd langer is dan 4,5 uur. - -**3.** - -In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, mag de jeugdige visser: - -a. in elke periode van 24 achtereenvolgende uren ten hoogste 12 uren arbeid verrichten indien hij uit hoofde van de wachtindeling gedurende die uren feitelijk wacht loopt; -b. arbeid verrichten tussen 00.00 en 5.00 uur indien dit in verband met zijn opleiding noodzakelijk is. - -#### Paragraaf . Pauze - -### Artikel 6A.2:5 - -De schipper organiseert de arbeid zodanig dat de arbeid van een visser telkens na ten hoogste 6 uren wordt afgewisseld door een pauze. - -#### Paragraaf . Oefeningen - -### Artikel 6A.2:6 - -De schipper organiseert de wettelijk voorgeschreven oefeningen en appèls zodanig dat zij zo min mogelijk inbreuk maken op de rusttijden en geen oververmoeidheid veroorzaken. - -#### Paragraaf . Afwijkingen - -### Artikel 6A.2:7 - -**1.** De schipper kan afwijken en kan een visser verplichten af te wijken van de arbeids- en rusttijden om arbeid te verrichten indien dit noodzakelijk is in verband met de onmiddellijke veiligheid van het vissersvaartuig, de personen aan boord, de lading of het milieu, of bij het geven van hulp aan andere schepen of personen in nood. - -**2.** Zodra de noodsituatie, bedoeld in het eerste lid, voorbij is, zorgt de schipper ervoor dat de visser die arbeid heeft verricht in een rustperiode, voldoende rusttijd ter compensatie krijgt. - -### Paragraaf 6A.3. Overige bepalingen - -#### Paragraaf . Verplichtingen van de scheepsbeheerder - -### Artikel 6A.3:1 - -**1.** - -De scheepsbeheerder zorgt ervoor dat de schipper en de vissers aan boord van het vissersvaartuig: - -a. regelmatig voldoende lange rustperioden krijgen om hun veiligheid en gezondheid te waarborgen; en -b. geen arbeid verrichten in strijd met dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen. - -**2.** De scheepsbeheerder verschaft de schipper de nodige middelen en gegevens die deze nodig heeft om aan de hem in dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen opgelegde verplichtingen te voldoen. - -#### Paragraaf . Vrijstelling en ontheffing - -### Artikel 6A.3:2 - -**1.** - -Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan: - -a. vrijstelling verlenen van artikel 6A.2:2, onder voorwaarden die zoveel mogelijk een gelijkwaardig beschermingsniveau bieden, onder andere door het toekennen van compenserende rusttijden; -b. ontheffing verlenen van artikel 6A.2:4, eerste lid, onderdelen a en b. - -**2.** De scheepsbeheerder en de schipper leven de aan de ontheffing verbonden voorschriften na. - -**3.** Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan vrijstelling verlenen van artikel 6A.2:3. +**3.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan regels stellen omtrent de wijze waarop de aanvraag om een ontheffing moet worden ingediend en de gegevens die door de aanvrager moeten worden verstrekt. ## Hoofdstuk 7. Registerloodsen @@ -1548,7 +1061,7 @@ Met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald is dit hoofds ### Artikel 7.2:2 -Paragraaf 5.1 van de wet en – voorzover aangewezen als overtredingen – de paragrafen 5.2 tot en met 5.5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de registerloods die zonder werkgever of werknemer in de zin van de wet te zijn arbeid verricht aan boord van zeeschepen. +Paragraaf 5.1 van de wet en – voorzover aangewezen als strafbare feiten – de paragrafen 5.2 tot en met 5.5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de registerloods die zonder werkgever of werknemer in de zin van de wet te zijn arbeid verricht aan boord van zeeschepen. ### Paragraaf 7.3. Arbeids- en rusttijden @@ -1574,55 +1087,41 @@ In plaats van paragraaf 5.2 van de wet wordt deze paragraaf toegepast. De registerloods mag na 4 aaneengesloten uren loodsen op afstand vanaf de wal pas weer op deze wijze dienst verrichten na ten minste 8 aaneengesloten uren rust. -## Hoofdstuk 8. Overtredingen en daarmee samenhangende bepalingen +## Hoofdstuk 8. Strafbaarstelling en daarmee samenhangende bepalingen -### Paragraaf . Overtredingen wegvervoer +### Paragraaf . Strafbaarstelling wegvervoer ### Artikel 8:1 -**1.** Het niet naleven van de artikelen 2.4:1, eerste tot en met vijfde lid, 2.4:2, eerste lid, 2.4:3, eerste lid, 2.4:4, 2.4:8 tot en met 2.4:10, 2.4:11, derde lid, 2.4:13, tweede tot en met zesde lid, 2.5:1, tweede, derde en zesde lid, 2.5:3, 2.5:4, tweede lid, 2.5:4a, vijfde en zesde lid, 2.5:5, derde lid, 2.5:6, eerste tot en met vierde lid, 2.5:7, zesde lid, 2.5:8, vijfde en zesde lid, 2.6:1, derde lid, 2.7:1 en 2.7:4, eerste en derde lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 2.4:1, zesde lid, 2.4:2, tweede lid, 2.4:3, derde lid, 2.4:12, onderdelen e, f en g, of 2.4:13, eerste lid, levert een overtreding op. +**1.** Het niet naleven van de artikelen 2.4:1, 2.4:2, eerste lid, 2.4:3, eerste lid, 2.4:4, 2.4:5, tweede en derde lid, 2.5:1, vierde lid, 2.5:3, 2.5:4, vierde lid, 2.5:5, derde lid, 2.5:6, tweede en derde lid, 2.6:1, derde lid, 2.7:1, 2.7:2 en 2.7:4, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 2.4:2, derde lid, 2.4:3, tweede lid, en 2.4:5, eerste lid levert een strafbaar feit op. -**2.** Behoudens de artikelen 2.4:4 en 2.4:13, tweede tot en met zesde lid, wordt, indien de bestuurder werknemer is, ingeval van het niet naleven van een tot de bestuurder gerichte bepaling de werkgever aangemerkt als degene die die bepaling niet heeft nageleefd. +**2.** Behoudens de artikelen 2.4:4 en 2.4:5, tweede en derde lid, wordt, indien de bestuurder werknemer is, ingeval van het niet naleven van een tot de bestuurder gerichte bepaling de werkgever aangemerkt als degene die die bepaling niet heeft nageleefd. **3.** Het tweede lid is niet van toepassing indien de werkgever aantoont dat door hem de nodige bevelen zijn gegeven, de nodige maatregelen zijn genomen, de nodige middelen zijn verschaft en het redelijkerwijs te vorderen toezicht is gehouden om de naleving van de bepaling te verzekeren. -**4.** Het niet naleven van artikel 79, vierde lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 80, vierde lid, 83b, tweede lid, aanhef, en onderdeel c, in combinatie met het derde en vierde lid, en 83, achtste lid, onderdeel b, van het Besluit personenvervoer 2000, levert een overtreding op. - -### Paragraaf . Overtredingen spoorvervoer +### Paragraaf . Strafbaarstelling railvervoer ### Artikel 8:2 -Het niet naleven van de artikelen 3.2:1, 3.3:1, tweede, derde en zevende lid, 3.3:2, tweede, vierde en vijfde lid, 3.3:3, tweede lid, onder a en b, en vierde lid, en 3.3:4, eerste lid, levert een overtreding op. +Het niet naleven van de artikelen 3.2:1, derde lid, en 3.2:2, derde lid, levert een strafbaar feit op. -### Paragraaf . Overtredingen luchtvaart +### Paragraaf . Strafbaarstelling luchtvaart ### Artikel 8.3 -Het niet naleven van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4.4:1, 4.4:2, 4.5:2, 4.5:3, 4.5:4, 4.5:5, 4.5:6, 4.8:3, derde lid, 4.8:4, vierde lid, 4.8:5, achtste lid, 4.8:6, derde lid, 4.8:7, 4.8:8, eerste en vijfde lid, 4.8:9, vierde lid, 4.8:10, vijfde lid, 4.9:1, tweede lid, 4.10:1, eerste lid, laatste volzin en tweede lid, alsmede van de EG-verordening, genoemd in artikel 4.1:5, bijlage III, onderdelen 1.1090 onder 1 en 2, 1.1100, 1.1105, 1.1110 onder 1.3 en 1.4.2, 1.1115, 1.1125 en 1.1135 levert een overtreding op. +Het niet naleven van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4.4:1, 4.4:2, 4.5:3, derde lid, 4.5:4, 4.5:5, 4.5:6, tweede lid, 4.5:7, zesde lid, 4.5:8, 4.5:9, vijfde lid, 4.5:10, eerste, tweede en vijfde lid, 4.6:3, derde lid, 4.6:4, tweede lid, 4.7:2, 4.8:3, derde lid, 4.8:4, vierde lid, 4.8:5, zevende lid, 4.8.6, derde lid, 4.8:7, 4.8:8, eerste en vijfde lid, 4.8:9, vierde lid, 4.8:10, vijfde lid, 4.9.1, tweede lid, 4.10.1, eerste lid, laatste volzin en tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens artikel 4.4:1, tweede lid, levert een strafbaar feit op. -### Artikel 8:3A - -Het niet naleven van de artikelen 5.4:1, 5.4:2, 5.5:2 tot en met 5.5:5a, 5.5:5b, tweede lid, 5.5:6 en 5.5:7 is een overtreding. - -### Paragraaf . Overtredingen zeevaart, havensleepdienst en zeevisserij +### Paragraaf . Strafbaarstelling zeevaart ### Artikel 8:4 -**1.** Het niet naleven van de artikelen 6.4:1, eerste lid, 6.4:2, eerste, tweede en derde lid, 6.4:3, 6.5:2, 6.5:3, 6.5:4, 6.5:5, eerste lid, 6.5:6, 6.5:7, tweede lid, 6.6:3, eerste, vierde en vijfde lid, 6.6:4, 6.6:5, eerste tot en met derde lid, 6.6:6, eerste en derde lid, 6.7:1, 6.7:2, tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 6.4:1, tweede lid, en 6.4:2, vierde lid, levert een overtreding op. +Het niet naleven van de artikelen 6.4:1, eerste lid, 6.4:2, eerste, tweede en derde lid, 6.4:3, 6.5:2, 6.5:3, 6.5:4, 6.5:5, tweede lid, 6.5:6, 6.5:7, tweede lid, 6.6:1, 6.6:2, tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 6.4:1, tweede lid, en 6.4:2, vierde lid, levert een strafbaar feit op. -**2.** Het niet naleven van de artikelen 6A.1:4, 6A.2:2, 6A.2:3. 6A.2:4, 6A.2:5, 6A.2:6, 6A.2:7, tweede lid, 6A.3:1 en 6A.3:2, tweede lid, levert een overtreding op. - -### Paragraaf . Overtredingen loodsen +### Paragraaf . Strafbaarstelling loodsen ### Artikel 8:5 -Het niet-naleven van de artikelen 7.3:2, 7.3:3 en 7.3:4 levert een overtreding op. - -### Paragraaf . Vorderen van afgifte van een bestuurderskaart - -### Artikel 8:6 - -De gevallen waarin een toezichthouder bevoegd is afgifte van een bestuurderskaart te vorderen zijn die genoemd in artikel 26, zevende lid, van verordening (EU) nr. 165/2014. +Het niet-naleven van de artikelen 7.3:2, 7.3:3 en 7.3:4 levert een strafbaar feit op. ## Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen @@ -1640,27 +1139,51 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Arbeidstijdenbesluit vervoer. ## Bijlage A -Vervallen - ## Bijlage B -Vervallen +I. Voorzover het gestelde onder II, III en IV en het bepaalde in artikel 4.5:5, tweede lid niet van toepassing is, wordt de maximale vliegwerktijd vastgesteld: + +II. In het geval, behoudens het gestelde onder IV, dat een oproep tot aanmelding voor een vliegwerktijd valt: + +dan wordt de maximum vliegwerktijd vastgesteld: + +III. Na een bekorte rust wordt de maximum vliegwerktijd vastgesteld zoals aangegeven in tabel C, met dien verstande dat in het geval dat zowel voor als na de bekorte rust de mogelijkheid tot aflossen aanwezig is en over een daartoe geschikte, buiten de cockpit gelegen zitplaats dan wel een rustgelegenheid kan worden beschikt, de tabelwaarden met drie uren dienen te worden verhoogd. + +IV. In het geval dat – na een bekorte rust – een oproep tot aanmelding voor een vliegwerktijd valt: + +dan wordt de maximale vliegwerktijd bepaald zoals aangegeven in tabel C, noot 2. + +V. Indien de onafgebroken rust wordt genoten op een daartoe geschikte zitplaats, wordt daaronder verstaan een zitplaats ten minste gelijkwaardig aan een passagiersstoel, waarbij de hinder door passagiers en overige storende invloeden zo veel mogelijk moet worden beperkt. ## Bijlage C -Vervallen +De normale minimum rusttijd, die voorafgaat aan een vliegwerktijd wordt bepaald door de lengte van de voorafgaande gecorrigeerde vliegwerktijd zoals aangegeven in de volgende tabel. ## Bijlage D -Vervallen - ## Bijlage E -Vervallen - ## Bijlage F -Vervallen +I. Indien een cockpitbemanning een vliegwerktijd aanvangt op dezelfde luchthaven als het cabinepersoneel, en dit cabinepersoneel de vliegwerktijd uitvoert gezamenlijk met genoemde cockpitbemanning, dan geldt voor het bepalen van de maximale gecorrigeerde vliegwerktijd als aanmeldingstijdstip voor het cabinepersoneel het aanmeldingstijdstip van genoemde cockpitbemanning. + +II. Bij verschillen in aanmeldings- en afmeldingstijdstippen van kajuit- en cockpitpersoneel zal de som der verschillen in aanmeldings- en afmeldingstijdstip niet gelden als vliegwerktijd tot een maximum van 1 uur. + +III. Voorzover het gestelde onder IV, V en VI van deze bepaling en het gestelde in artikel 4.5:5, tweede lid, niet van toepassing is, wordt de maximale vliegwerktijd vastgesteld; + +IV. In het geval, behoudens het gestelde onder VII, dat een beroep tot aanmelding voor een vliegwerktijd valt: + +V. Indien tijdens de uitvoering van een vlucht blijkt, dat de vliegwerktijd meer zal bedragen dan de geplande maximale vliegwerktijd ingevolge artikel 4.6:3, tweede lid, onderdelen a en b, en indien, door de aanwezigheid van een verzwaarde cockpitbemanning, de mogelijkheid bestaat de vlucht tot boven dit maximum voort te zetten, dan is zulks toegestaan, mits aan het cabinepersoneel een onafgebroken rust wordt gegeven, die ten minste gelijk is aan de verwachte overschrijding van genoemd maximum; deze rust dient te worden genoten op een wijze die identiek is aan die van het cockpitpersoneel. + +Deze overschrijding zal echter de 1½ uur niet te boven mogen gaan. + +Indien alsnog aan het cabinepersoneel een onafgebroken rust van 3 uur kan worden gegeven mag de vlucht worden voortgezet tot een maximale vliegwerktijd ingevolge artikel 4.6:3, tweede lid, onderdelen c en d. + +VI. + +VII. In het geval dat – na een bekorte rust – een oproep tot aanmelding voor een vliegwerktijd valt: + +VIII. Indien de onafgebroken rust wordt genoten op een daartoe geschikte zitplaats, wordt daaronder verstaan: een zitplaats ten minste gelijkwaardig aan een passagiersstoel, waarbij de hinder door passagiers en overige storende invloeden zo veel mogelijk moet worden beperkt. ## Bijlage G. Maximum vliegwerktijden @@ -1682,8 +1205,6 @@ VI. De onder V genoemde periode eindigt op die dag, dat gerekend vanaf het begin **Tabel H** -^1Indien bekorte rust wordt toegepast ingevolge artikel 4.8:9, uit te breiden tot 15.29 uur. - VII. Verzwarende omstandigheden 1. Bij het uitvoeren van een vliegwerktijd worden de volgende omstandigheden als verzwarend voor de werkzaamheden van het cockpitpersoneel aangemerkt: @@ -1694,7 +1215,7 @@ VII. Verzwarende omstandigheden VIII. Correctie voor grondtijd zonder werkzaamheden -1. Van een grondtijd langer dan twee en een half uren, kunnen voor de berekening van de gecorrigeerde vliegwerktijd i.v.m. toetsing aan het daarvoor geldende maximum volgens tabel G ten hoogste twee en half uren buiten beschouwing worden gelaten, voor zover het lid van het cockpitpersoneel gedurende deze uren geen werkzaamheden voor zijn maatschappij heeft verricht en waarbij ten minste twee en een half uren als vliegwerktijd worden aangemerkt. +1. Van een grondtijd langer dan twee en een half uren, kunnen voor de berekening van de gecorrigeerde vliegwerktijd i.v.m. toetsing aan het daarvoor geldende maximum volgens tabel A ten hoogste twee en half uren buiten beschouwing worden gelaten, voor zover het lid van het cockpitpersoneel gedurende deze uren geen werkzaamheden voor zijn maatschappij heeft verricht en waarbij ten minste twee en een half uren als vliegwerktijd worden aangemerkt. 2. Alle in onder 1. genoemde uren grondtijd worden als vliegwerktijd in aanmerking genomen.