diff --git a/zbo/systeemcode-elektriciteit-2026/BWBR0052336/README.md b/zbo/systeemcode-elektriciteit-2026/BWBR0052336/README.md index 2124eadc478..6b208aff86d 100644 --- a/zbo/systeemcode-elektriciteit-2026/BWBR0052336/README.md +++ b/zbo/systeemcode-elektriciteit-2026/BWBR0052336/README.md @@ -3463,89 +3463,41 @@ c. de actuele omvang van de uitwisseling balanceringsenergie uit automatische fr **1.** -De transmissiesysteembeheerder bepaalt voor de komende dimensioneringsperiode de reservecapaciteit in de vorm van frequentieherstelreserves die verwacht wordt ten minste nodig te zijn op basis van de hoogste uitkomst van elk van de volgende drie methoden: +De transmissiesysteembeheerder bepaalt voor de komende dimensioneringsperiode de reservecapaciteit in de vorm van automatische frequentieherstelreserves en noodvermogen die verwacht wordt ten minste nodig te zijn op basis van de hoogste uitkomst van de volgende drie methoden: -a. door vast te stellen wat de grootst mogelijke uitval is in zowel positieve als negatieve richting die wordt veroorzaakt door één elektriciteitsproductie-eenheid, één verbruiksinstallatie, één HVDC-interconnector of één wisselstroomverbinding; -b. door vast te stellen wat de benodigde reserves waren geweest om in 99% van de onbalansverrekeningsperiodes de onbalansen van het LFC-blok op te kunnen lossen gedurende de periode van een volledig jaar dat niet eerder is beëindigd dan een half jaar voorafgaand aan de berekeningsdatum; -c. door het resultaat van de in onderdeel b omschreven historische onbalansen van het LFC-blok te corrigeren voor de significante veranderingen in te verwachten toekomstige onbalansen van het LFC-blok. +a. een deterministische methode, namelijk door voor zowel de positieve als de negatieve richting afzonderlijk de grootst mogelijke uitval vast te stellen, die kan worden veroorzaakt door een elektriciteitsproductie-eenheid, een elektriciteitsopslageenheid, een verbruiksinstallatie, een HVDC-systeem of een verbinding binnen het landelijk hoogspanningsnet; +b. een stochastische methode, namelijk door voor zowel de positieve als de negatieve richting afzonderlijk vast te stellen wat de benodigde reserves waren geweest om in 99% van de tijd de onbalansen van het LFC-blok op te kunnen lossen gedurende de periode van een volledig jaar dat niet eerder is geëindigd dan een half jaar voorafgaand aan de berekeningsdatum; +c. een probabilistische methode, namelijk door voorspellingen te doen als bedoeld in het tweede lid, die kunnen leiden tot significante onbalansen van het LFC-blok. **2.** -Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, hanteert de transmissiesysteembeheerder de procedure die bestaat uit de volgende stappen: +Voor de toepassing van de probabilistische methode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, maakt de transmissiesysteembeheerder voorspellingen van onder andere: -a. de identificatie van veroorzakers van onbalansen van het LFC-blok; -b. de bepaling van toekomstige veranderingen; -c. de toepassing van het regressiemodel; -d. de toepassing van het voorspellingmodel; -e. de toepassing van de convolutie met ruis; -f. de bepaling van de opregel- en afregelbehoefte. +a. de voorspellingsfout voor de productie uit windenergie, afgeleid van de voorspellingsfout van de weersverwachting voor wind; +b. de voorspellingsfout voor de productie uit zonne-energie, afgeleid van de voorspellingsfout van de weersverwachting voor zon; +c. de verwachte impact van de uitval van HVDC-systemen, gebaseerd op historische gegevens met betrekking tot ongeplande uitval; +d. de verwachte impact van de uitval van thermische productie-eenheden op het net van de transmissiesysteembeheerder, gebaseerd op historische gegevens met betrekking tot ongeplande uitval. **3.** -Bij de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde identificatie van veroorzakers van onbalansen van het LFC-blok: +De transmissiesysteembeheerder kan de overeenkomstig het eerste lid vastgestelde reservecapaciteit verminderen: -a. beschouwt de transmissiesysteembeheerder de mogelijk verklarende variabelen voor veroorzakers van onbalansen van het LFC-blok, zoals bijvoorbeeld: - -1°. de uitval van grootschalige elektriciteitsproductie-eenheden; -2°. de voorspelfout van de belasting; -3°. de zonsvermogensverandering per onbalansverrekeningsperiode; -4°. een snelle windvermogensverandering per onbalansverrekeningsperiode; -5°. het aantal met het systeem verbonden elektrische voertuigen; -b. bepaalt de transmissiesysteembeheerder door middel van een statistische analyse of de mogelijk verklarende variabelen daadwerkelijk een significant verband laten zien met de onbalansen van het LFC-blok en wordt bij een niet-significant verband de desbetreffende mogelijk verklarende variabele uit het model gefilterd. +a. met een deel van het volume frequentieherstelreserves dat op grond van een overeenkomst met een transmissiesysteembeheerder van een aangrenzend LFC-blok wordt gedeeld, onder de in artikel 157, tweede lid, onderdelen j en k, en deel IV, Titel 8 van Verordening (EU) 2017/1485 (GL SO) bedoelde voorwaarden; +b. met een deel van het te verwachten volume aan vrijwillige biedingen automatische frequentieherstelreserves en noodvermogen, mits dit deel met voldoende zekerheid voor de gehele contractperiode beschikbaar is. **4.** -Bij de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde bepaling van toekomstige veranderingen: +De transmissiesysteembeheerder bepaalt de verdeling van de verwachte benodigde reservecapaciteit in de vorm van automatische frequentieherstelreserves en noodvermogen als bedoeld in het eerste lid, na eventuele vermindering op basis van het derde lid, als volgt: -a. bepaalt de transmissiesysteembeheerder welke mogelijk verklarende variabelen er veranderen in de komende dimensioneringsperiode, ten opzichte van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde periode; -b. gebruikt de transmissiesysteembeheerder voor de in onderdeel a bedoelde bepaling het jaarlijks door hem gepubliceerde document "Monitoring leveringszekerheid" en eventuele andere relevante brondocumenten; -c. worden mogelijk verklarende variabelen die geen significante verandering ondergaan uit het model gefilterd. +a. voor automatische frequentieherstelreserves ten minste een hoeveelheid die ertoe leidt dat: -**5.** +1°. de positieve automatische frequentieherstelreserves groter zijn dan het 0,5^e percentiel van het verschil tussen de eenminuutgemiddelde resterende ACE zonder bijdrage van activeringen van frequentiebegrenzingsreserves, onbalansnetting en activeringen van automatische frequentieherstelreserves, en de vijftienminutengemiddelde resterende ACE zonder bijdrage van activeringen van frequentiebegrenzingsreserves, onbalansnetting en activeringen van frequentieherstelreserves van het LFC-blok van hetzelfde kwartier; +2°. de negatieve automatische frequentieherstelreserves groter zijn dan het 99,5^e percentiel van het verschil tussen de eenminuutgemiddelde resterende ACE zonder bijdrage van activeringen van frequentiebegrenzingsreserves, onbalansnetting en activeringen van automatische frequentieherstelreserves, en de vijftienminutengemiddelde resterende ACE zonder bijdrage van activeringen van frequentiebegrenzingsreserves, onbalansnetting en activeringen van frequentieherstelreserves van het LFC-blok van hetzelfde kwartier; +b. voor noodvermogen voor het deel dat resteert na de onder a bepaalde hoeveelheid automatische frequentieherstelreserves in mindering te hebben gebracht op de overeenkomstig het eerste en derde lid vastgestelde totale benodigde hoeveelheid reservecapaciteit. -Bij de in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde toepassing van het regressiemodel: +**5.** De transmissiesysteembeheerder kan de overeenkomstig het vierde lid, onderdeel a, vastgestelde hoeveelheid reservecapaciteit automatische frequentieherstelreserves bijstellen indien operationele omstandigheden dit vereisen. -a. neemt de transmissiesysteembeheerder persistentie aan voor alle mogelijk verklarende variabelen die óf gelijk blijven in de komende dimensioneringsperiode ten opzichte van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde periode, óf geen significant verband laten zien met de onbalansen van het LFC-blok; -b. gebruikt de transmissiesysteembeheerder de n mogelijk verklarende variabelen die zowel veranderen als een significant verband laten zien met de onbalansen van het LFC-blok als onafhankelijke variabelen X_1...X_n in een meervoudige lineaire kleinste-kwadraten regressieanalyse; -c. test de transmissiesysteembeheerder of deze onafhankelijke variabelen onderling niet een te grote afhankelijkheid laten zien; -d. doet de regressieanalyse een verklaring van de historische onbalansen van het LFC-blok op basis van de onafhankelijke variabelen, die wordt aangeduid met de afhankelijke variabele Y_H, aan de hand van de onafhankelijke variabelen X_1...X_n door parameters ai voor i = 1..n, constante c en residu ε te vinden, zodanig dat de som van de kwadraten van het residu - -minimaal is in het volgende regressiemodel: - -**6.** - -Bij de in het tweede lid, onderdeel d, bedoelde toepassing van het voorspellingsmodel: - -a. vertaalt de transmissiesysteembeheerder het in het vijfde lid toegepaste regressiemodel naar een voorspellingsmodel door te bepalen met welke factor de onafhankelijke variabelen verwacht worden te veranderen in de komende dimensioneringsperiode ten opzichte van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde periode; -b. wordt de in onderdeel a bedoelde factor bepaald uit dezelfde bron als genoemd in het vierde lid, onderdeel b, en wordt aangeduid met ki voor i = 1..n; -c. worden de onbalansen van het LFC-blok voor de komende dimensioneringsperiode Y_F voorspeld in het volgende voorspellingsmodel: - -**7.** - -Bij de in het tweede lid, onderdeel e, bedoelde toepassing van de convolutie met de ruis: - -a. bepaalt de transmissiesysteembeheerder de ruis R als het verschil van de vijfminutengemiddelde waardes van de onbalansen van het LFC-blok uit de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde periode met het vijftienminutengemiddelde waardes van de onbalansen van een LFC-blok van dezelfde periode; -b. bepaalt de transmissiesysteembeheerder de kansdichtheidsfunctie f_R(o) van de ruis R, waarbij o de onbalans van het LFC-blok representeert binnen de kansdichtheidsfunctie; -c. convolueert de transmissiesysteembeheerder de in onderdeel b bedoelde kansdichtheidsfunctie f_R(o) met de kansdichtheidsfunctie f_YF(o) van de in het zesde lid, onderdeel c, bedoelde onbalansen van het LFC-blok voor de komende dimensioneringsperiode Y_F; -d. het resultaat van de in onderdeel c bedoelde convolutie is de voorspelling van de kansdichtheidsfunctie van de onbalansen van het LFC-blok op vijfminutenbasis f_YF,5m(o): - -**8.** - -Voor de in het tweede lid, onderdeel f, bedoelde bepaling van de afregel- en opregelbehoefte: - -a. berekent de transmissiesysteembeheerder het 0,5^e en het 99,5^e percentiel van de in het zevende lid bepaalde onbalansen van het LFC-blok op vijfminutenbasis f_YF,5m(o); -b. vormt het 0,5^e percentiel de afregelbehoefte voor de komende dimensioneringsperiode; -c. vormt het 99,5^e percentiel de opregelbehoefte voor de komende dimensioneringsperiode. - -**9.** - -De transmissiesysteembeheerder bepaalt de verdeling van de verwachte benodigde reservecapaciteit in de vorm van frequentieherstelreserves als bedoeld in het eerste lid als volgt: - -a. in de vorm van automatische frequentieherstelreserves tenminste een hoeveelheid die ertoe leidt dat: - -1°. de positieve automatische frequentieherstelreserves groter is dan het 0,5^e percentiel van het verschil van het één-minuut-gemiddelde en het vijftien-minuten-gemiddelde van de actuele zonale regelfout van Nederland gesommeerd met de reeds uitgevoerde onbalansaanpassingen in de vorm van geactiveerde frequentieherstelreserves en de onbalansnettingvermogensuitwisseling; -2°. de negatieve automatische frequentieherstelreserves groter is dan het 99,5^e percentiel van het verschil van het één-minuut-gemiddelde en het vijftien-minuten-gemiddelde van de actuele zonale regelfout van Nederland gesommeerd met de reeds uitgevoerde onbalansaanpassingen in de vorm van geactiveerde frequentieherstelreserves en de onbalansnettingvermogensuitwisseling; -b. in de vorm van handmatige frequentieherstelreserves: de resterende verwachte benodigde hoeveelheid. +**6.** De transmissiesysteembeheerder hanteert de door hem vast te stellen fallback-waarden, indien hij om technische redenen niet in staat is om overeenkomstig het eerste lid de totale benodigde hoeveelheid reservecapaciteit te bepalen. ### Paragraaf 9.8. Voorwaarden met betrekking tot de nood- en hersteltoestand