diff --git a/amvb/besluit-werkloosheid-onderwijs-en-onderzoekpersoneel/BWBR0006445/README.md b/amvb/besluit-werkloosheid-onderwijs-en-onderzoekpersoneel/BWBR0006445/README.md index 6263e7d8377..58c50494885 100644 --- a/amvb/besluit-werkloosheid-onderwijs-en-onderzoekpersoneel/BWBR0006445/README.md +++ b/amvb/besluit-werkloosheid-onderwijs-en-onderzoekpersoneel/BWBR0006445/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel bwb_id: BWBR0006445 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2003-05-14' +datum_inwerkingtreding: '1994-03-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0006445 citeertitel: Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel --- @@ -26,28 +26,28 @@ a. Onze minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en, voor b. betrokkene: 1. een personeelslid benoemd bij een openbare of uit openbare kas bekostigde bijzondere basisschool of speciale school voor basisonderwijs in de zin van de Wet op het primair onderwijs, voor wie de salarissen en de toelagen worden vastgesteld in het koninklijk besluit ter uitvoering van artikel 33, tweede lid, onder b, van de Wet op het primair onderwijs, dan wel een personeelslid benoemd in algemene dienst als bedoeld in artikel 34 van de Wet op het primair onderwijs; -2. een personeelslid benoemd aan een openbare of uit de openbare kas bekostigde bijzondere school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs dan wel speciaal en voortgezet speciaal onderwijs in de zin van de Wet op de expertisecentra voor wie de salarissen en de toelagen worden vastgesteld in het koninklijk besluit ter uitvoering van artikel 33, tweede lid onder b, van de Wet op de expertisecentra, dan wel een personeelslid benoemd in algemene dienst als bedoeld in artikel 34 van de Wet op de expertisecentra; -3. een personeelslid benoemd aan een instelling gebaseerd op de Experimentenwet onderwijs, voor wie de salarissen en de toelagen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld; -4. vervallen; +2. een personeelslid benoemd aan een openbare of uit de openbare kas bekostigde bijzondere school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs dan wel speciaal en voortgezet speciaal onderwijs in de zin van de Wet op de expertisecentra voor wie de salarissen en de toelagen worden vastgesteld in het koninklijk besluit ter uitvoering van artikel 33, tweede lid onder b, van de Wet op de expertisecentra, een personeelslid benoemd aan een bijzondere school voor voortgezet speciaal onderwijs in de zin van deel II van de Wet op het voortgezet onderwijs, voor wie de salarissen en de toelagen worden vastgesteld in het koninklijk besluit ter uitvoering van artikel 153, tweede lid onder b, van de Wet op het voortgezet onderwijs, dan wel een personeelslid benoemd in algemene dienst als bedoeld in artikel 34 van de Wet op de expertisecentra of artikel 154 van de Wet op het voortgezet onderwijs; +3. een personeelslid benoemd aan een openbare of uit openbare kas bekostigde bijzondere school voor voortgezet onderwijs in de zin van deel I van de Wet op het voortgezet onderwijs dan wel een op de Experimentenwet onderwijs gebaseerde instelling, voor wie de salarissen en de toelagen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld, alsmede een personeelslid benoemd in algemene dienst als bedoeld in artikel 168 van de Wet op het voortgezet onderwijs; +4. een personeelslid benoemd aan een openbare of uit de openbare kas bekostigde instelling als bedoeld in de artikelen 1.3.1, 1.3.2, 1.3.3, 1.3.4, 1.5.1, 12.3.8, 12.3.9, 12.3.12, 12.3.13 en 12.3.14 van de Wet educatie en beroepsonderwijs; 5. een personeelslid benoemd aan een rechtspersoon die met toepassing van artikel 2, eerste lid, onder f en g, dan wel derde lid, onder b van de Wet privatisering ABP is aangewezen, onderscheidenlijk geacht wordt te zijn aangewezen als lichaam, welks personeel geheel of ten dele overheidswerknemer in de zin van die wet is, indien dat lichaam middellijk of onmiddellijk, geheel of gedeeltelijk wordt gesubsidieerd ten laste van hoofdstuk VIII van de Rijksbegroting en waarop dit besluit door Onze minister van toepassing is verklaard; 6. een personeelslid benoemd aan een verzorgingsinstelling als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de onderwijsverzorging; 7. een personeelslid benoemd aan een publiekrechtelijke of uit de openbare kas bekostigde privaatrechtelijke regionale, plaatselijke, provinciale of landelijke instelling ter ondersteuning van de volwasseneneducatie ten aanzien waarvan dit besluit door Onze minister van toepassing is verklaard; -8. een personeelslid benoemd bij een centrale dienst als bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 69 van de Wet op de expertisecentra; +8. een personeelslid benoemd bij een centrale dienst als bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 69 van de Wet op de expertisecentra en de artikelen 53a en 187 van de Wet op het voortgezet onderwijs; 9. vervallen; 10. de leden van het college van bestuur of de centrale directie van een hogeschool; -11. vervallen; +11. een personeelslid in dienst van de instelling van wetenschappelijk theologisch onderwijs, uitgaande van de Stichting Theologische Faculteit, gevestigd te Tilburg, van de Katholieke Theologische Universiteit Utrecht, van de Theologische Universiteit van de Gereformeerde kerken in Nederland, gevestigd te Kampen (Oudestraat), of van de bijzondere instelling van wetenschappelijk onderwijs, uitgaande van de Stichting Humanistisch Instituut voor wetenschappelijk onderwijs en onderzoek te Utrecht; 12. de benoemde leden van het algemeen bestuur van de organisatie genoemd in de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek. alsmede in voorkomende gevallen de gewezen betrokkene door wie een uitkering is aangevraagd of aan wie een uitkering ingevolge dit besluit is toegekend, dan wel een uitkering ontvangt als bedoeld in artikel II, eerste lid van dit besluit; De betrokkene die ter zake van zijn arbeidsverhouding niet als overheidswerknemer in de zin van de WPA wordt aangemerkt, kan aan dit besluit geen aanspraken ontlenen. -c. loon: het loon als bedoeld in artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen; -d. minimumloon: het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, of indien het een betrokkene jonger dan 23 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, bedoeld in artikel 7, derde lid, van genoemde wet, beide vermeerderd met de daarover berekende vakantietoeslag, bedoeld in artikel 15 van die wet en vervolgens gedeeld door 21,75; +c. loon: het loon als bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering; +d. minimumloon: het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid onderdeel *a*, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, of indien het een betrokkene jonger dan 23 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, bedoeld in artikel 7, derde lid, van genoemde wet, beide vermeerderd met de daarover berekende vakantietoeslag, bedoeld in artikel 15 van die wet en vervolgens gedeeld door 21,75; e. betrekking: iedere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke arbeidsverhouding waarbij in dienst van een natuurlijk persoon of een lichaam werkzaamheden tegen beloning worden verricht. Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4, 5 en 6 van de Werkloosheidswet is van overeenkomstige toepassing; f. lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens; g. WPA: de Wet privatisering ABP; gg. het pensioenreglement: het pensioenreglement van de Stichting pensioenfonds ABP; -h. uitvoeringsorgaan: het orgaan dat is belast met de uitvoering van dit besluit. +h. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen. ### Artikel 1a @@ -139,7 +139,7 @@ b. weken, waarin arbeid wordt verricht meer keren in aanmerking worden genomen. **1.** -Voor de toepassing van artikel 4, onder b, onder 1°, worden de volgende dagen gelijkgesteld aan dagen waarover loon is ontvangen: +Voor de toepassing van artikel 4, onder *b*, onder 1°, worden de volgende dagen gelijkgesteld aan dagen waarover loon is ontvangen: a. dagen waarover een persoon recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of een toelage ontvangt op grond van artikel 58, eerste of derde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, die al dan niet vermeerderd met een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 70% of meer bedraagt van het dagloon, waarnaar zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend, dan wel een uitkering ontvangt die naar aard en strekking daarmee overeenkomt; b. dagen waarover een persoon ter zake van een dienstbetrekking recht heeft op een wao-uitkering als bedoeld in paragraaf 9 van de Wet privatisering ABP, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of een toelage ontvangt die naar aard en strekking overeenkomt met een toelage als bedoeld onder *a*, die al dan niet vermeerderd met die arbeidsongeschiktheidsuitkering, 70% of meer bedraagt van de middelsom, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend; @@ -149,7 +149,7 @@ e. dagen waarover een persoon een uitkering ontvangt die naar aard en strekking **2.** -Voor de toepassing van artikel 4, onder b, onder 1°, worden kalenderjaren, die niet reeds voor de berekening in aanmerking genomen zijn, waarin een betrokkene een tot zijn huishouden behorend kind verzorgt dat bij de aanvang van dat kalenderjaar: +Voor de toepassing van artikel 4, onder *b*, onder 1°, worden kalenderjaren, die niet reeds voor de berekening in aanmerking genomen zijn, waarin een betrokkene een tot zijn huishouden behorend kind verzorgt dat bij de aanvang van dat kalenderjaar: a. de leeftijd van zes jaar niet heeft bereikt, gelijkgesteld met kalenderjaren waarin over 52 of meer dagen loon is ontvangen; b. de leeftijd van zes jaar, doch die van 12 jaar nog niet heeft bereikt, voor de helft gelijkgesteld met kalenderjaren waarin over 52 of meer dagen loon is ontvangen. @@ -172,17 +172,17 @@ b. een pleegkind verstaan een kind dat als een eigen kind wordt onderhouden en o **6.** -Voor de toepassing van dit artikel en van artikel 4, onder b, onder 1°, wordt: +Voor de toepassing van dit artikel en van artikel 4, onder* b*, onder 1°, wordt: a. de werknemer, bedoeld in artikel 3, 4 en 5 van de Werkloosheidswet gelijkgesteld aan een betrokkene in de zin van dit besluit; b. niet als loon beschouwd een uitkering op grond van dit besluit, dan wel een uitkering die naar aard en strekking daarmee overeenkomt, alsmede een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, dan wel een uitkering die naar aard en strekking daarmee overeenkomt, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 80%; -c. het aantal dagen waarover loon wordt ontvangen vastgesteld overeenkomstig, artikel 17, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen. +c. het aantal dagen waarover loon wordt ontvangen vastgesteld overeenkomstig, artikel 9, vierde en vijfde lid van de Coördinatiewet Sociale Verzekering. **7.** Bij ministeriële regeling kunnen regels gegeven worden: -a. waardoor voor het bepalen van het aantal van 52 dagen, bedoeld in artikel 4, onder b, onder 1°, dagen waarover geen loon is ontvangen gelijkgesteld worden met dagen waarover loon is ontvangen; +a. waardoor voor het bepalen van het aantal van 52 dagen, bedoeld in artikel 4, onder *b*, onder 1°, dagen waarover geen loon is ontvangen gelijkgesteld worden met dagen waarover loon is ontvangen; b. ter zake van de aanwijzing van de verzorgende betrokkene, bedoeld in het vierde lid. ### Artikel 4c @@ -198,7 +198,7 @@ b. ter zake van de aanwijzing van de verzorgende betrokkene, bedoeld in het vier Geen recht op uitkering heeft de betrokkene die: a. doorbetaling van loon ontvangt op grond van artikel 1638*c* van het Burgerlijk Wetboek dan wel een uitkering ontvangt op grond van de Ziektewet of een uitkering die naar aard en strekking daarmee overeenkomt; -b. Een uitkering ontvangt op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten dan wel een uitkering die naar aard en strekking hiermee overeenkomt, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van tenminste 80%, of recht heeft op een suppletie als bedoeld in hoofdstuk 3 van het tijdelijk Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekspersoneel, dan wel een toelage ontvangt op grond van artikel 58, eerste of derde lid van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, die, al dan niet vermeerderd met een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 70% of meer bedraagt van het dagloon, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend; +b. Een uitkering ontvangt op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten dan wel een uitkering die naar aard en strekking hiermee overeenkomt, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van tenminste 80%, of recht heeft op een suppletie als bedoeld in hoofdstuk 3 van het tijdelijk Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekspersoneel, dan wel een toelage ontvangt op grond van artikel 58, eerste of derde lid van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, die, al dan niet vermeerderd met een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 70% of meer bedraagt van het dagloon, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend; c. een uitkering ontvangt op grond van de Liquidatiewet ongevallenwetten berekend naar volledige arbeidsongeschiktheid; d. een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk III van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van tenminste 80%, of een toelage op grond van dat hoofdstuk, die, al dan niet vermeerderd met de arbeidsongeschiktheidsuitkering, 70% of meer bedraagt van het dagloon waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend; e. recht heeft op onverminderde doorbetaling van zijn loon of bezoldiging; @@ -307,11 +307,11 @@ kan, ook indien deze omstandigheden zich aaneensluitend voordoen, slechts herlev ### Artikel 8 -Het uitvoeringsorgaan stelt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen drie maanden, vast of een recht op uitkering bestaat, nadat daartoe een aanvraag is ingediend. +Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen drie maanden, vast of een recht op uitkering bestaat, nadat daartoe een aanvraag is ingediend. ### Artikel 9 -Het recht op uitkering kan niet worden vastgesteld over perioden gelegen voor de 26 weken voorafgaand aan de dag waarop de aanvraag om een uitkering werd ingediend. Het uitvoeringsorgaan is bevoegd in bijzondere gevallen af te wijken van de eerste volzin. +Het recht op uitkering kan niet worden vastgesteld over perioden gelegen voor de 26 weken voorafgaand aan de dag waarop de aanvraag om een uitkering werd ingediend. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd in bijzondere gevallen af te wijken van de eerste volzin. ### Artikel 10 @@ -342,8 +342,8 @@ b. ontslag heeft genomen, zonder dat aan de voortzetting van zijn betrekking voo De betrokkene is verplicht: -a. aan het uitvoeringsorgaan op verzoek of uit eigen beweging onverwijld alle feiten en omstandigheden mee te delen, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of het bedrag van de uitkering dat aan de betrokkene wordt betaald; en -b. zich zodanig te gedragen dat hij door zijn doen en laten het uitvoeringsorgaan niet benadeelt of zou kunnen benadelen. +a. aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op verzoek of uit eigen beweging onverwijld alle feiten en omstandigheden mee te delen, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of het bedrag van de uitkering dat aan de betrokkene wordt betaald; en +b. zich zodanig te gedragen dat hij door zijn doen en laten het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen niet benadeelt of zou kunnen benadelen. ### Artikel 12 @@ -351,11 +351,11 @@ b. zich zodanig te gedragen dat hij door zijn doen en laten het uitvoeringsorgaa De betrokkene is verplicht: -a. uiterlijk de eerste werkdag volgend op de eerste dag van werkloosheid bij het uitvoeringsorgaan aangifte te doen van zijn werkloosheid; -b. binnen drie weken na het intreden van zijn werkloosheid bij het uitvoeringsorgaan een aanvraag om een uitkering in te dienen; -c. voorschriften op te volgen die het uitvoeringsorgaan ten behoeve van een doelmatige controle stelt; -d. zich als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te laten registreren en die registratie tijdig te doen verlengen, indien hem daartoe het recht toekomt op grond van artikel 30b, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; -e. gevolg te geven aan een verzoek van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om inlichtingen van belang voor de uitvoering van dit besluit en de daarop berustende bepalingen te verstrekken; +a. uiterlijk de eerste werkdag volgend op de eerste dag van werkloosheid bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aangifte te doen van zijn werkloosheid; +b. binnen drie weken na het intreden van zijn werkloosheid bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een aanvraag om een uitkering in te dienen; +c. voorschriften op te volgen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten behoeve van een doelmatige controle stelt; +d. zich als werkzoekende bij de Centrale organisatie werk en inkomen te laten registreren en die registratie tijdig te doen verlengen, indien hem daartoe het recht toekomt op grond van artikel 25, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; +e. gevolg te geven aan een verzoek van de Centrale organisatie werk en inkomen om inlichtingen van belang voor de uitvoering van dit besluit en de daarop berustende bepalingen te verstrekken; f. deel te nemen aan een voor hem gewenste opleiding of scholing en voldoende mee te werken aan het bereiken van een gunstig resultaat; g. mee te werken aan een voor hem gewenst onderzoek naar zijn arbeidsgeschiktheid door een arts, een psycholoog of een beroepskeuze-adviseur; h. de voorschriften op te volgen die Onze minister stelt in verband met het genieten van vakantie tijdens de duur van de uitkering. @@ -364,13 +364,13 @@ h. de voorschriften op te volgen die Onze minister stelt in verband met het geni ### Artikel 13 -**1.** Indien de betrokkene een verplichting, hem op grond van de artikelen 10, 11 en 12 opgelegd, niet nakomt, is het uitvoeringsorgaan bevoegd de uitkering blijvend geheel te weigeren, tijdelijk of blijvend gedeeltelijk te weigeren of de uitkeringsduur te beperken. +**1.** Indien de betrokkene een verplichting, hem op grond van de artikelen 10, 11 en 12 opgelegd, niet nakomt, is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd de uitkering blijvend geheel te weigeren, tijdelijk of blijvend gedeeltelijk te weigeren of de uitkeringsduur te beperken. -**2.** Indien de betrokkene bij het intreden van de werkloosheid een verplichting, hem op grond van de artikelen 10, eerste lid, onder a, 11 en 12 opgelegd niet nakomt, is het uitvoeringsorgaan bevoegd de uitkering tijdelijk geheel te weigeren vanaf de eerste dag van zijn werkloosheid. +**2.** Indien de betrokkene bij het intreden van de werkloosheid een verplichting, hem op grond van de artikelen 10, eerste lid, onder *a*, 11 en 12 opgelegd niet nakomt, is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd de uitkering tijdelijk geheel te weigeren vanaf de eerste dag van zijn werkloosheid. -**3.** Onze minister is bevoegd regels te stellen waarbij bepaalde groepen betrokkenen worden vrijgesteld van de verplichtingen, hen op grond van de artikelen 10, eerste lid onderdeel b, en 12, eerste lid onderdeel d, f en g, opgelegd. +**3.** Onze minister is bevoegd regels te stellen waarbij bepaalde groepen betrokkenen worden vrijgesteld van de verplichtingen, hen op grond van de artikelen 10, eerste lid onderdeel *b*, en 12, eerste lid onderdeel *d*, *f* en *g*, opgelegd. -**4.** Onze minister kan nadere regels stellen over de wijze waarop het uitvoeringsorgaan van haar bevoegdheid, genoemd in het eerste en tweede lid, gebruik maakt. +**4.** Onze minister kan nadere regels stellen over de wijze waarop het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van haar bevoegdheid, genoemd in het eerste en tweede lid, gebruik maakt. ### Artikel 13a @@ -378,21 +378,21 @@ Bij ministeriële regeling kunnen voor alle betrokkenen dan wel bepaalde categor ### Artikel 14 -**1.** Het uitvoeringsorgaan dat een uitkering heeft geweigerd of de uitkeringsduur heeft beperkt, besluit, in geval van herleving van het recht op uitkering als bedoeld in artikel 7 of artikel 34d, eerste lid opnieuw of een weigering van de uitkering of een beperking van de uitkeringsduur wordt voortgezet. +**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dat een uitkering heeft geweigerd of de uitkeringsduur heeft beperkt, besluit, in geval van herleving van het recht op uitkering als bedoeld in artikel 7 of artikel 34*d*, eerste lid opnieuw of een weigering van de uitkering of een beperking van de uitkeringsduur wordt voortgezet. -**2.** In afwijking van het eerste lid zet Onze minister een weigering van de uitkering of een beperking van de uitkeringsduur over de uren waarover het recht op uitkering ingevolge artikel 7 herleeft niet voort, indien ter zake van arbeid verricht sinds de eerste dag waarop het recht op uitkering is ontstaan, is voldaan aan artikel 34b, eerste lid, en op grond van het tweede lid van dat artikel geen recht op uitkering ingevolge paragraaf 9 is ontstaan. +**2.** In afwijking van het eerste lid zet Onze minister een weigering van de uitkering of een beperking van de uitkeringsduur over de uren waarover het recht op uitkering ingevolge artikel 7 herleeft niet voort, indien ter zake van arbeid verricht sinds de eerste dag waarop het recht op uitkering is ontstaan, is voldaan aan artikel 34*b*, eerste lid, en op grond van het tweede lid van dat artikel geen recht op uitkering ingevolge paragraaf 9 is ontstaan. ### Paragraaf 4. De uitbetaling van de loongerelateerde uitkering en de vervolguitkering ### Artikel 15 -**1.** Het uitvoeringsorgaan betaalt de uitkering zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een maand nadat het recht op uitkering is vastgesteld. +**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betaalt de uitkering zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een maand nadat het recht op uitkering is vastgesteld. **2.** Voor de uitbetaling van de uitkering wordt een volledige maand vastgesteld op 21,75 dagen. Bij een gebroken maand wordt de uitkering naar rato uitbetaald, met dien verstande dat als noemer van de breuk in aanmerking genomen het aantal dagen van de desbetreffende maand en als teller het aantal dagen van de maand onmiddellijk voorafgaande aan de dag waarop betrokkene niet meer werkloos is. Het alsdan verkregen percentage wordt vermenigvuldigd met 21,75. Deze breuk wordt overeenkomstig toegepast indien de werkloosheid niet op de eerste dag van de maand aanvangt. **3.** -Het uitvoeringsorgaan schort de betaling van de uitkering op of schorst de betaling indien hij op grond van duidelijke aanwijzingen van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft, dat: +Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen schort de betaling van de uitkering op of schorst de betaling indien hij op grond van duidelijke aanwijzingen van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft, dat: a. het recht op uitkering niet of niet meer bestaat; b. het recht op een lagere uitkering bestaat; of @@ -400,32 +400,32 @@ c. de betrokkene een verplichting, hem op grond van de artikelen 10, 11 en 12 op ### Artikel 16 -**1.** Het uitvoeringsorgaan betaalt uit eigen beweging een naar redelijkheid vast te stellen voorschot op een uitkering, indien uitsluitend onzekerheid bestaat omtrent de hoogte van die uitkering, omtrent het van de uitkering aan de betrokkene te betalen bedrag of omtrent het nakomen van een verplichting als bedoeld in de artikelen 10, 11 en 12. +**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betaalt uit eigen beweging een naar redelijkheid vast te stellen voorschot op een uitkering, indien uitsluitend onzekerheid bestaat omtrent de hoogte van die uitkering, omtrent het van de uitkering aan de betrokkene te betalen bedrag of omtrent het nakomen van een verplichting als bedoeld in de artikelen 10, 11 en 12. -**2.** Het uitvoeringsorgaan kan op verzoek van de betrokkene een naar redelijkheid vast te stellen voorschot op een uitkering betalen, indien onzekerheid bestaat omtrent het recht op uitkering. +**2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op verzoek van de betrokkene een naar redelijkheid vast te stellen voorschot op een uitkering betalen, indien onzekerheid bestaat omtrent het recht op uitkering. **3.** -In afwijking van het tweede lid betaalt het uitvoeringsorgaan uit eigen beweging of op verzoek van de betrokkene een naar redelijkheid vast te stellen voorschot op hetgeen hem krachtens een aanspraak naar burgerlijk recht of krachtens dit besluit kan toekomen: +In afwijking van het tweede lid betaalt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uit eigen beweging of op verzoek van de betrokkene een naar redelijkheid vast te stellen voorschot op hetgeen hem krachtens een aanspraak naar burgerlijk recht of krachtens dit besluit kan toekomen: a. indien onzekerheid bestaat omtrent het recht op onverminderde doorbetaling van loon, in geval niet vaststaat dat de betrekking rechtsgeldig is geëindigd; of b. het recht, bedoeld in onderdeel *a*, vaststaat, doch de werkgever het loon niet voldoet. -**4.** Het uitvoeringsorgaan is bevoegd aan een voorschot, bedoeld in het derde lid voorschriften te verbinden. +**4.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd aan een voorschot, bedoeld in het derde lid voorschriften te verbinden. **5.** Voor zover bij of krachtens dit besluit niet anders is bepaald, wordt een voorschot als bedoeld in het eerste tot en met het derde lid beschouwd als een uitkering op grond van dit besluit. ### Artikel 17 -De uitkering die niet in ontvangst is genomen of is ingevorderd binnen drie maanden na de dag van betaalbaarstelling, wordt niet meer betaald. Het uitvoeringsorgaan kan in bijzondere gevallen ten gunste van de betrokkene afwijken van de in de eerste volzin genoemde drie maanden. +De uitkering die niet in ontvangst is genomen of is ingevorderd binnen drie maanden na de dag van betaalbaarstelling, wordt niet meer betaald. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan in bijzondere gevallen ten gunste van de betrokkene afwijken van de in de eerste volzin genoemde drie maanden. ### Artikel 18 -**1.** Het uitvoeringsorgaan betaalt de uitkering in de regel per maand achteraf. +**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betaalt de uitkering in de regel per maand achteraf. -**2.** In afwijking van het eerste lid kan het uitvoeringsorgaan, op verzoek van de betrokkene of uit eigen beweging, de uitkering over een kortere periode betalen, indien de betrokkene over die kortere periode loon ontving. +**2.** In afwijking van het eerste lid kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, op verzoek van de betrokkene of uit eigen beweging, de uitkering over een kortere periode betalen, indien de betrokkene over die kortere periode loon ontving. -**3.** In afwijking van het eerste lid betaalt het uitvoeringsorgaan aan de betrokkene die werkloos is ten gevolge van de eindiging van een betrekking en in wiens dagloon vakantie-uitkering is berekend, een gedeelte van de uitkering als vakantiebijslag in de maand mei over de voorafgaande periode van twaalf maanden die eindigt met de maand mei, of, indien het recht op uitkering eerder dan in de maand mei geheel eindigt, in de desbetreffende maand. De vakantie-uitkering bedraagt 8/108 van de uitkering. +**3.** In afwijking van het eerste lid betaalt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de betrokkene die werkloos is ten gevolge van de eindiging van een betrekking en in wiens dagloon vakantie-uitkering is berekend, een gedeelte van de uitkering als vakantiebijslag in de maand mei over de voorafgaande periode van twaalf maanden die eindigt met de maand mei, of, indien het recht op uitkering eerder dan in de maand mei geheel eindigt, in de desbetreffende maand. De vakantie-uitkering bedraagt 8/108 van de uitkering. **4.** Indien het percentage van de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, wordt gewijzigd, treedt dit gewijzigde percentage in de plaats van de teller en het getal boven het honderd in plaats van de noemer van de in het derde lid genoemde breuk. Het gewijzigde percentage wordt in aanmerking genomen over de uitkering waarop recht bestaat vanaf de dag waarop de wijziging ingaat. @@ -487,16 +487,16 @@ Indien de betrokkene deelneemt aan een voor hem naar het oordeel van Onze minist **1.** -Het uitvoeringsorgaan kan hetgeen op grond van dit besluit onverschuldigd is betaald geheel of gedeeltelijk terugvorderen of in mindering brengen op een later te betalen uitkering op grond van dit besluit, dan wel verrekenen met uitkeringen op grond van het Kaderbesluit rechtspositie PO: +Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan hetgeen op grond van dit besluit onverschuldigd is betaald geheel of gedeeltelijk terugvorderen of in mindering brengen op een later te betalen uitkering op grond van dit besluit, dan wel verrekenen met uitkeringen op grond van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel: -a. gedurende vijf jaren na de dag van de betaalbaarstelling indien het uitvoeringsorgaan door toedoen van betrokkene onverschuldigd heeft betaald; en -b. gedurende twee jaren na de dag van betaalbaarstelling in de overige gevallen waarin betrokkene redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat het uitvoeringsorgaan onverschuldigd betaalde. +a. gedurende vijf jaren na de dag van de betaalbaarstelling indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen door toedoen van betrokkene onverschuldigd heeft betaald; en +b. gedurende twee jaren na de dag van betaalbaarstelling in de overige gevallen waarin betrokkene redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen onverschuldigd betaalde. -**2.** Het uitvoeringsorgaan is bevoegd tot verrekening van een voorschot met een later te betalen uitkering op grond van dit besluit, of met een uitkering op grond van het Kaderbesluit rechtspositie PO. +**2.** Een voorschot wordt door betrokkene op eerste vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen terugbetaald of door het uitvoeringsorgaan in mindering gebracht op een later te betalen uitkering op grond van dit besluit, dan wel verrekend met uitkeringen op grond van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel. ### Artikel 22 -Indien de betrokkene op grond van geestelijke gestoordheid niet in staat is kwijting te verlenen voor betaling van de uitkering, kan het uitvoeringsorgaan de uitkering betalen aan een door het uitvoeringsorgaan aan te wijzen persoon of lichaam. +Indien de betrokkene op grond van geestelijke gestoordheid niet in staat is kwijting te verlenen voor betaling van de uitkering, kan het uitvoeringsorgaan de uitkering betalen aan een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan te wijzen persoon of lichaam. ### Artikel 23 @@ -561,7 +561,7 @@ De loongerelateerde uitkering in deze paragraaf wordt berekend naar het dagloon. ### Artikel 27 -De minister is bevoegd regels te stellen met betrekking tot de vaststelling van het dagloon. Deze regels bevatten voor zover nodig bepalingen op grond waarvan voor een betrokkene die naast een loongerelateerde uitkering op grond van dit besluit, een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten ontvangt, dan wel een uitkering ontvangt die naar aard en strekking daarmee overeenkomt, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 80%, een evenredige verlaging van het dagloon plaatsvindt, overeenkomend met een percentage dat gelijk is aan het verschil tussen 100 en het midden van de arbeidsongeschiktheidsklasse, waarin de werknemer is ingedeeld. +De minister is bevoegd regels te stellen met betrekking tot de vaststelling van het dagloon. Deze regels bevatten voor zover nodig bepalingen op grond waarvan voor een betrokkene die naast een loongerelateerde uitkering op grond van dit besluit, een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten ontvangt, dan wel een uitkering ontvangt die naar aard en strekking daarmee overeenkomt, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 80%, een evenredige verlaging van het dagloon plaatsvindt, overeenkomend met een percentage dat gelijk is aan het verschil tussen 100 en het midden van de arbeidsongeschiktheidsklasse, waarin de werknemer is ingedeeld. ### Artikel 28 @@ -611,7 +611,7 @@ De vervolguitkering gaat in zodra het einde van de duur van de loongerelateerde **2.** Voor de betrokkene die bij het ontstaan van zijn recht op uitkering zijn arbeidsuren, bedoeld in artikel 3, uit de dienstbetrekking waaruit hij werkloos werd niet volledig heeft verloren of wiens verlies van arbeidsuren tijdens de duur van de uitkering wijziging ondergaat, bedraagt de vervolguitkering 100% van het minimumloon, vermenigvuldigd met het aantal uren werkloosheid per kalenderweek gedeeld door het aantal arbeidsuren voorafgaande aan het intreden van het verlies van arbeidsuren waarnaar zijn recht is berekend. Het aantal arbeidsuren voorafgaande aan het verlies van arbeidsuren wordt bepaald met toepassing van artikel 3. -**3.** Voor de betrokkene die naast een uitkering op grond van dit besluit een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten dan wel een uitkering die daarmee naar aard en strekking overeenkomt ontvangt als bedoeld in artikel 27 bedraagt de vervolguitkering per dag 100% van een percentage van het minimumloon. Het percentage, bedoeld in de eerste volzin, is gelijk aan het verschil tussen 100 en het midden van de arbeidsongeschiktheidsklasse waarin de betrokkene is ingedeeld. +**3.** Voor de betrokkene die naast een uitkering op grond van dit besluit een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten dan wel een uitkering die daarmee naar aard en strekking overeenkomt ontvangt als bedoeld in artikel 27 bedraagt de vervolguitkering per dag 100% van een percentage van het minimumloon. Het percentage, bedoeld in de eerste volzin, is gelijk aan het verschil tussen 100 en het midden van de arbeidsongeschiktheidsklasse waarin de betrokkene is ingedeeld. **4.** Op de herziening van de vervolguitkering als gevolg van een wijziging van het minimumloon zijn de artikelen 3:41 en 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. @@ -625,7 +625,7 @@ De vervolguitkering gaat in zodra het einde van de duur van de loongerelateerde ### Artikel 35 -**1.** Indien de betrokkene die recht heeft op uitkering op grond van dit besluit, gaat deelnemen aan een door het uitvoeringsorgaan voor hem noodzakelijk geachte opleiding of scholing, blijft volgens door de minister te stellen regels het recht op uitkering bestaan totdat die opleiding of scholing is beëindigd. +**1.** Indien de betrokkene die recht heeft op uitkering op grond van dit besluit, gaat deelnemen aan een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor hem noodzakelijk geachte opleiding of scholing, blijft volgens door de minister te stellen regels het recht op uitkering bestaan totdat die opleiding of scholing is beëindigd. **2.** In de door Onze minister te stellen regels worden in ieder geval voorschriften en bepalingen gegeven met betrekking tot de aard, de omvang en de duur van de opleiding en scholing als bedoeld in het eerste lid. @@ -789,17 +789,19 @@ In afwijking van het bepaalde in artikel 5, eerste lid, onder *j*, eindigt het r ### Artikel 39 -**1.** De betrokkene aan wie een werkloosheidsuitkering is toegekend en die binnen een termijn gedurende welke hij daarop aanspraak heeft dan wel binnen één maand na afloop van deze termijn blijkens een geneeskundige verklaring langer dan twee dagen aaneensluitend wegens ziekte verhinderd is arbeid te verrichten, ontvangt desgevraagd, met ingang van de dag waarop hij het desbetreffende verzoek doet, een uitkering. Deze uitkering wordt ten hoogste voor 24 maanden verstrekt, doch eindigt in ieder geval op de dag waarop betrokkene 65 jaar wordt. +**1.** De betrokkene aan wie een werkloosheidsuitkering is toegekend en die binnen een termijn gedurende welke hij daarop aanspraak heeft dan wel binnen één maand na afloop van deze termijn blijkens een geneeskundige verklaring langer dan twee dagen aaneensluitend wegens ziekte verhinderd is arbeid te verrichten, ontvangt desgevraagd, met ingang van de dag waarop hij het desbetreffende verzoek doet, een uitkering. Deze uitkering wordt ten hoogste voor 12 maanden verstrekt, doch eindigt in ieder geval op de dag waarop betrokkene 65 jaar wordt. **2.** De hoogte van de uitkering bij ziekte bedraagt gedurende het eerste jaar na aanvang van de werkloosheid: 78% van het dagloon, met dien verstande dat de gezamenlijke periode van de werkloosheidsuitkering en ziekte-uitkering, waarover een uitkering van 78% wordt verleend maximaal één jaar bedraagt en vervolgens 70% van het dagloon. **3.** In afwijking van het tweede lid bedraagt de hoogte van de uitkering tijdens de periode waarin betrokkene in het genot is van een uitkering als bedoeld in artikel 36, 70% van het dagloon, maar ten hoogste 70% van het bedrag van schaal 12 Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, regelnummer 10. -**4.** In afwijking van het tweede lid blijft de hoogte van de uitkering tijdens de periode waarin de betrokkene in het genot is van een uitkering als bedoeld in artikel 30, dan wel als bedoeld in artikel 34a dan wel van een verlengd wachtgeld krachtens een regeling als bedoeld in artikel II, eerste lid, gelijk aan die uitkering. +**4.** In afwijking van het tweede lid blijft de hoogte van de uitkering tijdens de periode waarin de betrokkene in het genot is van een uitkering als bedoeld in artikel 30, dan wel als bedoeld in artikel 34*a* dan wel van een verlengd wachtgeld krachtens een regeling als bedoeld in artikel II, eerste lid, gelijk aan die uitkering. -**5.** Artikel 29, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing. +**5.** De betrokkene die na afloop van het in het eerste lid bedoelde tijdvak van 12 maanden arbeidsongeschikt is, heeft recht op een wao-uitkering als bedoeld in paragraaf 9 van de WPA, indien en zolang hij aan de daarvoor gestelde voorwaarden voldoet, doch uiterlijk tot de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt. -**6.** De uitkering bedoeld in het eerste lid, wordt overigens verleend op de voet en voorwaarden van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel. +**6.** Artikel 29, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing. + +**7.** De uitkering bedoeld in het eerste lid, wordt overigens verleend op de voet en voorwaarden van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel. ### Artikel 40 @@ -809,7 +811,7 @@ Vervallen ### Artikel 41 -Na het overlijden van betrokkene, aan wie een werkloosheidsuitkering als bedoeld in artikel 24, 34*g*, 36 en artikel II, eerste lid, een loonsuppletie als bedoeld in artikel 38, een ziekteuitkering als bedoeld in artikel 39, eerste lid, van dit besluit, dan wel artikel 42, vierde lid van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is toegekend, wordt een overlijdensuitkering door Onze minister betaald, berekend volgens het bepaalde in artikel 44. +Na het overlijden van betrokkene, aan wie een werkloosheidsuitkering als bedoeld in artikel 24, 34*g*, 36 en artikel II, eerste lid, een ziekteuitkering als bedoeld in artikel 39, eerste lid, van dit besluit, dan wel artikel 42, vierde lid van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is toegekend, wordt een overlijdensuitkering door Onze minister betaald, berekend volgens het bepaalde in artikel 44. ### Artikel 42 @@ -817,8 +819,6 @@ Na het overlijden van betrokkene, aan wie een werkloosheidsuitkering als bedoeld **2.** De uitkeringsbasis van de overlijdensuitkering voor de betrokkene die in het genot was van een wao-uitkering, als bedoeld in paragraaf 9 van de WPA wordt gevormd door het tot een maandbedrag herleide bedrag van de laatstelijk genoten bezoldiging die voor de gewezen betrokkene gold op de dag van overlijden, vermeerderd met het bedrag van de vakantie-uitkering over de desbetreffende maand, met dien verstande dat indien evenbedoelde uitkering was berekend naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80% of meer de uitkering wordt verhoogd tot de laatstelijk genoten bezoldiging. -**3.** De uitkeringsbasis van de overlijdensuitkering voor de betrokkene die in het genot was van een loonsuppletie, wordt gevormd door het bedrag aan loonsuppletie waarop de betrokkene recht had over de maand voorafgaand aan die waarin hij is overleden. - ### Artikel 43 **1.** @@ -839,7 +839,7 @@ c. degenen ten aanzien van wie de overledene grotendeels in de kosten van het be **1.** De uitkering bij overlijden is gelijk aan het bedrag dat wordt gevormd door de uitkeringsbasis als bedoeld in artikel 42 met drie te vermenigvuldigen. -**2.** Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen een maand na overlijden door het uitvoeringsorgaan uitgekeerd. +**2.** Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen een maand na overlijden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uitgekeerd. ### Artikel 45 @@ -855,7 +855,7 @@ Op de ingevolge de voorgaande artikelen berekende uitkering bij overlijden wordt ### Artikel 47 -Indien de overledene geen nabestaanden als bedoeld in artikel 43 nalaat, kan het bedrag, bedoeld in artikel 44, door het uitvoeringsorgaan geheel of gedeeltelijk worden uitgekeerd voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging, voor zover nalatenschap voor de betaling ontoereikend is. +Indien de overledene geen nabestaanden als bedoeld in artikel 43 nalaat, kan het bedrag, bedoeld in artikel 44, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen geheel of gedeeltelijk worden uitgekeerd voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging, voor zover nalatenschap voor de betaling ontoereikend is. ### Paragraaf 5. Vergoeding verhuis-, reis en pensionkosten