diff --git a/wet/klimaatwet/BWBR0042394/README.md b/wet/klimaatwet/BWBR0042394/README.md index ea383d10083..9d374708bbe 100644 --- a/wet/klimaatwet/BWBR0042394/README.md +++ b/wet/klimaatwet/BWBR0042394/README.md @@ -18,15 +18,16 @@ In deze wet wordt verstaan onder: - *aandeel hernieuwbare energie:* aandeel hernieuwbare energie, berekend in overeenstemming met de artikelen 5 tot en met 11 van de Richtlijn hernieuwbare energie, in het brutoeindverbruik van energie; - *broeikasgassen:* gassen genoemd in bijlage V, deel 2, van de Verordening governance van de Energie-unie; -- *hernieuwbare energie:* energie uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Richtlijn hernieuwbare energie; - *CO2-neutrale elektriciteitsproductie:* elektriciteitsproductie waarbij geen broeikasgassen vrijkomen in de atmosfeer of waarbij biomassa als brandstof gebruikt wordt; +- *Europese klimaatwet:* + Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (Pb EU 2021, L 243); +- *hernieuwbare energie:* energie uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Richtlijn hernieuwbare energie; +- *Onze Minister:* Onze Minister van Klimaat en Groene Groei; - *Richtlijn hernieuwbare energie:* Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (PbEU 2009, L 140) -- *Onze Minister:* Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat; - *verordening governance van de energie-unie:* Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, tot wijziging van Richtlijn 94/22/EG, Richtlijn 98/70/EG, Richtlijn 2009/31/EG, Verordening (EG) nr. 663/2009, Verordening (EG) nr. 715/2009, Richtlijn 2009/73/EG, Richtlijn 2009/119/EG van de Raad, Richtlijn 2010/31/EU, Richtlijn 2012/27/EU, Richtlijn 2013/30/EU en Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 525/2013 (PbEU 2018, L328); -- *Europese klimaatwet:* - Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (Pb EU 2021, L 243). +- *Wetenschappelijke Klimaatraad:* de Wetenschappelijke Klimaatraad, bedoeld in artikel 8. ### Artikel 2 @@ -63,9 +64,7 @@ g. een beschouwing van de gevolgen die het te voeren klimaatbeleid van de regeri **1.** Het klimaatplan wordt voor de eerste maal vastgesteld in 2019 en ten minste eens in de vijf jaren opnieuw vastgesteld. -**2.** Iedere twee jaar na de vaststelling van het klimaatplan wordt over de voortgang van de uitvoering gerapporteerd en, als deze daartoe aanleiding geeft in het licht van de doelstellingen van deze wet, worden maatregelen genomen. - -**3.** Het eerste klimaatplan heeft betrekking op de periode van 2021 tot en met 2030. +**2.** Het eerste klimaatplan heeft betrekking op de periode van 2021 tot en met 2030. ### Artikel 5 @@ -95,7 +94,7 @@ c. de ontwikkelingen en maatregelen die invloed hebben gehad op de emissies van ### Artikel 7 -**1.** Onze Minister zendt de klimaat- en energieverkenning op de vierde donderdag van oktober aan beide kamers der Staten-Generaal, tenzij deze datum valt in een periode waarin de Tweede Kamer der Staten-Generaal met reces is of wanneer deze datum een nationale feestdag is. In dat geval zendt Onze Minister de klimaat- en energieverkenning, na overleg met de voorzitters van beide kamers der Staten-Generaal, uiterlijk op 1 november van hetzelfde jaar aan beide kamers der Staten-Generaal. +**1.** Onze Minister zendt de klimaat- en energieverkenning op de derde dinsdag van september aan beide kamers der Staten-Generaal. **2.** Onze Minister zendt gelijktijdig met de verzending van de klimaat- en energieverkenning de klimaatnota aan beide kamers der Staten-Generaal. @@ -106,16 +105,23 @@ De klimaatnota bevat: a. het totaalbeeld van de realisatie van het klimaatbeleid zoals dit is opgenomen in het klimaatplan; b. een weergave per Ministerie van de voornaamste aspecten van de realisatie van het klimaatbeleid; c. een weergave van de gevolgen voor de departementale begrotingen van het klimaatbeleid; -d. de financiële gevolgen voor huishoudens, ondernemingen en overheden van significante ontwikkelingen in het klimaatbeleid die afwijken van het klimaatplan; -e. de wijze waarop de klimaat- en energieverkenning wordt betrokken bij de eerstvolgende herziening of de evaluatie van de voortgang van het klimaatplan, en -f. de rapportage over de voortgang van de uitvoering van het klimaatplan, bedoeld in artikel 4, tweede lid, als deze is uitgevoerd. +d. de financiële gevolgen voor huishoudens, ondernemingen en overheden van significante ontwikkelingen in het klimaatbeleid die afwijken van het klimaatplan; en +e. de wijze waarop de klimaat- en energieverkenning wordt betrokken bij de eerstvolgende herziening of de evaluatie van de voortgang van het klimaatplan. **4.** De Afdeling advisering van de Raad van State wordt over de klimaatnota gehoord. -## Hoofdstuk 4. Participatie +## Hoofdstuk 4. Advisering en overleg ### Artikel 8 +**1.** Er is een Wetenschappelijke Klimaatraad. + +**2.** De Wetenschappelijke Klimaatraad bestaat uit een voorzitter en ten hoogste negen andere leden. + +**3.** De Wetenschappelijke Klimaatraad heeft tot taak de regering en beide kamers der Staten-Generaal te adviseren over het te voeren klimaatbeleid. De Wetenschappelijke Klimaatraad brengt daarbij ten minste een advies uit ter voorbereiding van het klimaatplan, bedoeld in artikel 3. + +### Artikel 9 + **1.** Ten behoeve van de uitvoering van deze wet en het behalen van de doelstellingen, bedoeld in artikel 2, voert Onze Minister overleg met bestuursorganen van provincies, waterschappen, gemeenten en overige relevante partijen. **2.** In het overleg worden in ieder geval de voortgang van de uitvoering van het vigerende klimaatplan en voorstellen voor maatregelen voor het in voorbereiding zijnde klimaatplan besproken. @@ -124,10 +130,10 @@ f. de rapportage over de voortgang van de uitvoering van het klimaatplan, bedoel ## Hoofdstuk 5. Slotbepalingen -### Artikel 9 +### Artikel 10 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. -### Artikel 10 +### Artikel 11 Deze wet wordt aangehaald als: Klimaatwet.