2011-12-31 | BWBR0027431 | Crisis- en herstelwet
This commit is contained in:
parent
49e64ac3fd
commit
b22a26d5ff
1 changed files with 24 additions and 16 deletions
|
|
@ -28,7 +28,7 @@ c. projectuitvoeringsbesluiten als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid.
|
|||
|
||||
### Artikel 1.2
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur op de voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, en Onze Minister of Onze Ministers wie het mede aangaat, kunnen categorieën van ruimtelijke en infrastructurele projecten worden toegevoegd aan bijlage I bij deze wet, kunnen ruimtelijke en infrastructurele projecten worden toegevoegd aan bijlage II bij deze wet en kunnen wettelijke voorschriften worden toegevoegd aan bijlage III bij deze wet.
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur op de voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, in overeenstemming met Onze Minister of Onze Ministers wie het mede aangaat, kunnen categorieën van ruimtelijke en infrastructurele projecten worden toegevoegd aan bijlage I bij deze wet, kunnen ruimtelijke en infrastructurele projecten worden toegevoegd aan bijlage II bij deze wet en kunnen wettelijke voorschriften worden toegevoegd aan bijlage III bij deze wet.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Procedures
|
||||
|
||||
|
|
@ -109,11 +109,15 @@ De artikelen 1.5 tot en met 1.9 zijn van overeenkomstige toepassing in hoger ber
|
|||
|
||||
### Artikel 1.11
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien op grond van artikel 7.2 van de Wet milieubeheer een milieueffectrapport wordt opgesteld ten behoeve van een besluit, is:
|
||||
|
||||
a. artikel 7.23 van die wet voor zover dat regels stelt over alternatieven voor de voorgenomen activiteit, niet van toepassing;
|
||||
b. artikel 7.32, vijfde lid, van die wet niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Indien door degene die de betreffende activiteit wil ondernemen, ten behoeve van de voorbereiding van het besluit waarvoor op grond van artikel 7.2 van de Wet milieubeheer een milieueffectrapport wordt gemaakt, onderzoek is verricht naar de gevolgen voor het milieu die alternatieven van de voorgenomen activiteit kunnen hebben, bevat dat milieueffectrapport een schets van de voornaamste alternatieven die zijn onderzocht en van de mogelijke gevolgen voor het milieu daarvan, met een motivering van de keuze voor de in beschouwing genomen alternatieven.
|
||||
|
||||
### Afdeling 4. Lex silencio positivo
|
||||
|
||||
### Artikel 1.12
|
||||
|
|
@ -171,7 +175,7 @@ f. een overzicht van de tijdstippen waarop aan de gemeenteraad een rapportage za
|
|||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Indien voor de uitvoering van maatregelen of werken als bedoeld in het tweede lid, onderdelen b en c, enig besluit is vereist, kunnen burgemeester en wethouders, met inachtneming van desbetreffende bindende besluiten van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, dat besluit nemen, mits het gebiedsontwikkelingsplan waarin de maatregel of werken zijn opgenomen onherroepelijk is geworden en voor zover nodig in afwijking van bij algemene maatregel van bestuur aangegeven bepalingen bij of krachtens:
|
||||
Indien voor de uitvoering van maatregelen of werken als bedoeld in het tweede lid, onderdelen b en c, enig besluit is vereist, kunnen burgemeester en wethouders, met inachtneming van desbetreffende bindende besluiten van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Europese Commissie, dat besluit nemen, mits het gebiedsontwikkelingsplan waarin de maatregel of werken zijn opgenomen onherroepelijk is geworden en voor zover nodig in afwijking van bij algemene maatregel van bestuur aangegeven bepalingen bij of krachtens:
|
||||
|
||||
a. de Flora- en faunawet;
|
||||
b. de Natuurbeschermingswet 1998;
|
||||
|
|
@ -179,7 +183,7 @@ c. de Ontgrondingenwet;
|
|||
d. de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover het betreft een omgevingsvergunning voor een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van die wet;
|
||||
e. de Wet ammoniak en veehouderij
|
||||
f. de Wet bodembescherming;
|
||||
g. de Wet geluidhinder;
|
||||
g. de Wet geluidhinder, met dien verstande dat die afwijking niet leidt tot een geluidsbelasting binnen een woning met gesloten ramen, die hoger is dan 33 dB;
|
||||
h. de Wet geurhinder en veehouderij;
|
||||
i. de Wet inzake de luchtverontreiniging;
|
||||
j. de Wet milieubeheer met uitzondering van artikel 5.2b en titel 5.2,
|
||||
|
|
@ -228,18 +232,20 @@ e. in het tiende lid in plaats van «gemeente» wordt gelezen: provincie.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur op de voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, in overeenstemming met Onze Minister of Onze Ministers wie het mede aangaat, kan, met inachtneming van bindende besluiten van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, bij wege van experiment worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens:
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur op de voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, in overeenstemming met Onze Minister of Onze Ministers wie het mede aangaat, kan, met inachtneming van bindende besluiten van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Europese Commissie, bij wege van experiment worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens:
|
||||
|
||||
a. de Elektriciteitswet 1998;
|
||||
a. de Elektriciteitswet 1998 voor zover dat geen gevolgen heeft voor de opbrengst van de energiebelasting, bedoeld in de Wet belastingen op milieugrondslag;
|
||||
b. de Warmtewet;
|
||||
c. de Wet ammoniak en veehouderij;
|
||||
d. de Wet bodembescherming;
|
||||
e. de Wet geluidhinder;
|
||||
f. de Wet geurhinder en veehouderij;
|
||||
g. de Wet inzake de luchtverontreiniging;
|
||||
h. de Wet milieubeheer met uitzondering van artikel 5.2b en titel 5.2;
|
||||
i. de Wet ruimtelijke ordening, of
|
||||
j. de Woningwet.
|
||||
c. de Waterwet, met uitzondering van hoofdstuk 5, artikel 6.5, aanhef en onder c, juncto paragraaf 2 van hoofdstuk 6;
|
||||
d. de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
|
||||
e. de Wet ammoniak en veehouderij;
|
||||
f. de Wet bodembescherming;
|
||||
g. de Wet geluidhinder;
|
||||
h. de Wet geurhinder en veehouderij;
|
||||
i. de Wet inzake de luchtverontreiniging;
|
||||
j. de Wet milieubeheer met uitzondering van artikel 5.2b en titel 5.2;
|
||||
k. de Wet ruimtelijke ordening;
|
||||
l. de Woningwet.
|
||||
|
||||
**2.** Er kan uitsluitend toepassing worden gegeven aan het eerste lid indien het experiment bijdraagt aan innovatieve ontwikkelingen en voldoende aannemelijk is dat uitvoering ervan bijdraagt aan het bestrijden van de economische crisis en aan de duurzaamheid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -332,7 +338,7 @@ e. indien het project ziet op de bouw van woningen in of op rijkswateren of regi
|
|||
|
||||
### Artikel 2.10
|
||||
|
||||
**1.** Op verzoek of ambtshalve kan de gemeenteraad ten aanzien van een project als bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, een projectuitvoeringsbesluit vaststellen, waaronder begrepen de vaststelling dat deze afdeling op het project van toepassing is.
|
||||
**1.** Op verzoek of ambtshalve kan de gemeenteraad ten aanzien van een project als bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, een projectuitvoeringsbesluit vaststellen, waaronder begrepen de vaststelling dat deze afdeling op het project van toepassing is. De gemeenteraad kan de bevoegdheid, bedoeld in dit artikel, delegeren aan burgemeester en wethouders.
|
||||
|
||||
**2.** Op de ontwikkeling en verwezenlijking van een project als bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, ten aanzien waarvan een projectuitvoeringsbesluit is vastgesteld, zijn de wettelijke voorschriften krachtens welke daarvoor een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit is vereist, niet van toepassing, met uitzondering van de Flora- en faunawet, hoofdstuk V, paragraaf 3, van de Monumentenwet 1988 en artikel 6.5, onderdeel c, van de Waterwet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -364,7 +370,7 @@ Indien sprake is van provinciale belangen, kunnen provinciale staten ten behoeve
|
|||
|
||||
### Artikel 2.11
|
||||
|
||||
Op de voorbereiding van de beslissing tot vaststelling van het projectuitvoeringsbesluit is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
|
||||
Op de voorbereiding van de beslissing tot vaststelling van het projectuitvoeringsbesluit is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat de kennisgeving, bedoeld in artikel 3.12 van die wet, tevens in de Staatscourant wordt geplaatst en voorts langs elektronische weg geschiedt en het ontwerpprojectuitvoeringsbesluit met de daarbij behorende stukken tevens langs elektronische weg beschikbaar worden gesteld. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.12
|
||||
|
||||
|
|
@ -418,6 +424,8 @@ b. een beschrijving van de voorgestelde wijze van verwezenlijking van de voorgen
|
|||
5°. de vermelding dat ten aanzien van de voor de verwezenlijking van het project noodzakelijke besluiten ingevolge artikel 2.21 toepassing zal worden gegeven aan de gemeentelijke coördinatieregeling, bedoeld in paragraaf 3.6.1 van de Wet ruimtelijke ordening;
|
||||
c. een samenvatting van de uitkomsten van het overeenkomstig artikel 2.20, eerste lid, gevoerde bestuurlijk overleg.
|
||||
|
||||
**3.** Indien reeds een structuurvisie is vastgesteld, is het eerste lid niet van toepassing en wordt die structuurvisie voor zover nodig aangevuld met de in het tweede lid genoemde onderdelen. Artikel 2.20 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.19a
|
||||
|
||||
**1.** Ten aanzien van een krachtens artikel 2.18 aangewezen (boven)regionaal project met nationale betekenis stellen provinciale staten een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2, eerste of derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening vast.
|
||||
|
|
@ -431,7 +439,7 @@ b. in artikel 2.20, eerste lid, in plaats van «die diensten van provincie en Ri
|
|||
c. in artikel 2.20, derde lid, in plaats van «de eerstverantwoordelijke gemeente» wordt gelezen: de eerstverantwoordelijke provincie;
|
||||
d. in artikel 2.21 in plaats van «In afwijking van artikel 3.30, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening» wordt gelezen: In afwijking van artikel 3.33, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening;
|
||||
e. in artikel 2.22 in plaats van «een gemeentelijke verordening» wordt gelezen: een provinciale of gemeentelijke verordening;
|
||||
f. in artikel 2.23, eerste lid, in plaats van «artikel 3.10» wordt gelezen «artikel 3.27», in plaats van «kan de gemeenteraad» wordt gelezen «kunnen provinciale staten» en in plaats van «gemeentebestuur» wordt gelezen «provinciebestuur».
|
||||
f. in artikel 2.23, eerste lid, in plaats van «artikel 3.10» wordt gelezen «artikel 3.27», in plaats van «kan de gemeenteraad» wordt gelezen «kunnen provinciale staten» en in plaats van «gemeentebestuur» wordt gelezen: provinciebestuur.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.20
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue