2007-06-20 | BWBR0001950 | Algemeen Rijksambtenarenreglement
This commit is contained in:
parent
3bc78f18a6
commit
b232f91d57
1 changed files with 24 additions and 65 deletions
|
|
@ -91,7 +91,7 @@ Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt regels ten aan
|
|||
|
||||
**2.** De aanstelling geschiedt in vaste dienst, tenzij er grond is een aanstelling in tijdelijke dienst te verlenen.
|
||||
|
||||
**3.** Degene die geen Nederlander is, kan slechts worden aangesteld indien hem verblijf is toegestaan op grond van artikel 9 van de Vreemdelingenwet en de vergunning tot verblijf het verrichten van arbeid in loondienst niet uitsluit, of indien hem verblijf is toegestaan op grond van artikel 10 van de Vreemdelingenwet.
|
||||
**3.** De niet-Nederlander kan uitsluitend worden aangesteld indien hij in Nederland rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 en het bevoegd gezag voor hem beschikt over een tewerkstellingsvergunning als bedoeld in de Wet arbeid vreemdelingen, tenzij die tewerkstellingsvergunning krachtens laatstgenoemde wet niet is vereist.
|
||||
|
||||
**4.** Evenmin vindt aanstelling plaats in een functie waaruit ontslag op grond van artikel 97, tweede of derde lid, kan worden verleend, van personen die onmiddellijk voorafgaande aan de vroegst mogelijke datum van dat ontslag geen ononderbroken diensttijd van ten minste 5 jaar, doorgebracht in een of meer zodanige functies, zouden kunnen aanwijzen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -144,7 +144,7 @@ b. meer dan drie door Onze Minister verleende aanstellingen in tijdelijke dienst
|
|||
|
||||
**8.** Het zesde lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing op een aanstelling, aangegaan voor niet meer dan drie maanden, die onmiddellijk volgt op een aanstelling van 36 maanden of langer.
|
||||
|
||||
**9.** Voorzover de aanstelling betrekking heeft op een functie bij de Algemene Rekenkamer, de Hoge Raad van Adel, het Kabinet der Koningin, de Kanselarij der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman of de Raad van State dient in het derde, het vierde, het zesde en het zevende lid voor Onze Minister telkens te worden gelezen: het College van de Algemene Rekenkamer, respectievelijk de voorzitter van de Hoge Raad van Adel, de directeur van het Kabinet der Koningin, de kanselier der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman of de vice-president van de Raad van State.
|
||||
**9.** Voorzover de aanstelling betrekking heeft op een functie bij de Algemene Rekenkamer, de Hoge Raad van Adel, het Kabinet der Koningin, de Kanselarij der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman, de Raad van State of het secretariaat van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten dient in het derde, het vierde, het zesde en het zevende lid voor Onze Minister telkens te worden gelezen: het College van de Algemene Rekenkamer, respectievelijk de voorzitter van de Hoge Raad van Adel, de directeur van het Kabinet der Koningin, de kanselier der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman, de vice-president van de Raad van State of de voorzitter van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
|
||||
|
||||
### Artikel 6a
|
||||
|
||||
|
|
@ -176,7 +176,6 @@ De ambtenaar die is aangesteld tot lid van de topmanagementgroep wordt door Onze
|
|||
• directeur-generaal
|
||||
• inspecteur-generaal
|
||||
• thesaurier-generaal
|
||||
• directeur Bureau voor de Industriële eigendom
|
||||
• directeur van het Centraal Planbureau
|
||||
• directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau
|
||||
• hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst.
|
||||
|
|
@ -191,7 +190,7 @@ De ambtenaar die is aangesteld tot lid van de topmanagementgroep wordt door Onze
|
|||
|
||||
**1.** In deze paragraaf wordt verstaan onder "het bevoegd gezag": het tot aanstelling bevoegd gezag of, indien de aanstelling bij koninklijk besluit geschiedt, Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zover de aanstelling bij koninklijk besluit geschiedt en betrekking heeft op een functie bij de Raad van State, de Algemene Rekenkamer of het bureau van de Nationale ombudsman wordt verstaan onder het bevoegd gezag: de vice-president van de Raad van State respectievelijk de Algemene Rekenkamer of de Nationale ombudsman.
|
||||
**2.** Voor zover de aanstelling bij koninklijk besluit geschiedt en betrekking heeft op een functie bij de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, het bureau van de Nationale ombudsman of het secretariaat van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten wordt verstaan onder het bevoegd gezag: de vice-president van de Raad van State respectievelijk het college van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman of de voorzitter van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
|
|
@ -600,7 +599,7 @@ f. het minder uren werken op basis van de in artikel 21c van dit besluit bedoeld
|
|||
|
||||
**12.** Met ingang van de dag dat de ambtenaar op grond van artikel 21a gedeeltelijk geen dienst verricht vervalt de in het vijfde lid bedoelde verhoging van de vakantieaanspraak.
|
||||
|
||||
**13.** Indien het belang van de dienst zich daartegen niet verzet, kan het bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar eenmaal per kalenderjaar zijn aanspraak op vakantie verlagen. Het aantal uren vakantie waarmee de aanspraak kan worden verlaagd, bedraagt ten hoogste het aantal uren vakantie waarop de ambtenaar over het desbetreffende kalenderjaar aanspraak heeft, verminderd met: 144 uur vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Zo nodig vindt afronding naar boven plaats.
|
||||
**13.** Indien het belang van de dienst zich daartegen niet verzet, kan het bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar eenmaal per kalenderjaar zijn aanspraak op vakantie verlagen. Het aantal uren vakantie waarmee de aanspraak kan worden verlaagd, bedraagt ten hoogste het aantal uren vakantie waarop de ambtenaar over het desbetreffende kalenderjaar aanspraak heeft, verminderd met: 144 uur vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Zo nodig vindt afronding naar boven op hele uren plaats.
|
||||
|
||||
**14.** Het bevoegd gezag stelt vast voor welke datum aanvragen als bedoeld in het dertiende lid kunnen worden ingediend en geeft op of na die datum gelijktijdig beschikkingen op de voor die datum ingediende aanvragen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -638,7 +637,7 @@ f. het minder uren werken op basis van de in artikel 21c van dit besluit bedoeld
|
|||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
Ingeval de ambtenaar in het genot is van een toelage als bedoeld in artikel 17 dan wel artikel 18*a* van het BBRA 1984 is - met betrekking tot de vaststelling van dat bezoldigingsdeel tijdens vakantie - van artikel 17 lid 3, respectievelijk lid 4, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Ingeval de ambtenaar in het genot is van een toelage als bedoeld in artikel 17 dan wel artikel 18a van het BBRA 1984 is - met betrekking tot de vaststelling van dat bezoldigingsdeel tijdens vakantie - artikel 17, derde lid, respectievelijk vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 25a
|
||||
|
||||
|
|
@ -741,10 +740,10 @@ c. voor zover betreft vergaderingen van een internationale ambtenarenorganisatie
|
|||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het aantal uren dat op grond van het eerste, tweede en derde lid alsmede op grond van artikel 18 van de Wet op de ondernemingsraden aan een ambtenaar mag worden verleend, bedraagt te zamen ten hoogste 240 uren per jaar, met dien verstande dat ten hoogste 320 uren worden verleend
|
||||
Het aantal uren dat op grond van het eerste, tweede en derde lid aan een ambtenaar mag worden verleend, bedraagt te zamen ten hoogste 240 uren per jaar, met dien verstande dat ten hoogste 320 uren worden verleend
|
||||
|
||||
a. aan leden van de hoofdbesturen van de centrale organisaties, genoemd in artikel 105, tweede lid onder *a* en *b*, en van organisaties, die rechtstreeks bij die centrale organisaties zijn aangesloten;
|
||||
b. aan leden van het hoofdbestuur van het Ambtenarencentrum en aan leden van het dagelijks bestuur van de bij die organisatie aangesloten centrales;
|
||||
b. aan leden van het hoofdbestuur van het Ambtenarencentrum en aan leden van het dagelijks bestuur van de bij die centrale aangesloten organisaties;
|
||||
c. aan leden van het hoofdbestuur van de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij Overheid, Onderwijs, Bedrijven en Instellingen, alsmede aan de bestuursleden van de sectoren en secties van die organisatie.
|
||||
|
||||
**5.** Het verlof bedoeld in de vorige leden, wordt slechts verleend aan ambtenaren, die lid zijn van verenigingen van ambtenaren, welke zijn aangesloten bij centrales van verenigingen van ambtenaren, die deel uitmaken van de Sectorcommissie overleg rijkspersoneel.
|
||||
|
|
@ -950,12 +949,16 @@ d. een pleegkind dat blijkens verklaringen uit de gemeentelijke basisadministrat
|
|||
|
||||
**4.** Aan de ambtenaar die wordt uitgezonden om in de burgerlijke landsdienst van de Nederlandse Antillen of Aruba tijdelijk een betrekking te vervullen, wordt het verlof, bedoeld in het eerste lid, verleend op de voet van de bepalingen van het West-Indisch Detacheeringsbesluit 1930, met dien verstande dat dit verlof in afwijking van genoemd besluit ook kan worden verleend met behoud van bezoldiging.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het verlof, bedoeld in het eerste lid, verband houdt met een benoeming van de ambtenaar tot bezoldigd bestuurder van een vereniging van ambtenaren, van een centrale of van een internationale organisatie van zodanige verenigingen, wordt hem dit niet verleend dan zonder behoud van bezoldiging en voor ten hoogste twee jaren. Artikel 33*b*, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**5.** Indien het verlof, bedoeld in het eerste lid, verband houdt met een benoeming van de ambtenaar tot bezoldigd bestuurder van een vereniging van ambtenaren, van een centrale of van een internationale organisatie van zodanige verenigingen, wordt hem dit niet verleend dan zonder behoud van bezoldiging en voor ten hoogste twee jaren. Artikel 33b, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de ambtenaar aan wie verlof is verleend als bedoeld in het eerste lid, met geheel of gedeeltelijk behoud van bezoldiging, gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg, wordt gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de bezoldiging toegepast welke overeenkomt met het bedrag van bedoelde financiële tegemoetkoming. Indien de financiële tegemoetkoming hoger is dan hetgeen over de verlofuren wordt doorbetaald aan bezoldiging wordt de inhouding vastgesteld op het laatstbedoelde bedrag.
|
||||
|
||||
**7.** Indien aan de in hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg gestelde voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming is voldaan maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, past het bevoegd gezag het zesde lid op overeenkomstige wijze toe. In dat geval wordt rekening gehouden met de financiële tegemoetkoming die aan de ambtenaar zou zijn toegekend indien hij wel een aanvraag zou hebben ingediend.
|
||||
|
||||
**8.** Het bevoegd gezag biedt de ambtenaar aan wie buitengewoon verlof is verleend op grond van het eerste lid in verband met het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie, dan wel van een functie als bedoeld in het vierde of vijfde lid, na afloop van het verlof een passende functie aan.
|
||||
|
||||
**9.** Een passende functie als bedoeld in het achtste lid, dient zo mogelijk ten minste gelijkwaardig te zijn aan de functie waarop het buitengewoon verlof betrekking had.
|
||||
|
||||
### Artikel 34a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
@ -1019,7 +1022,7 @@ v) zijn arbeid: hetgeen daaronder wordt verstaan ingevolge artikel 19 van de ZW.
|
|||
|
||||
### Artikel 35a
|
||||
|
||||
Indien de bepalingen in dit hoofdstuk worden toegepast op de Algemene Rekenkamer, de Hoge Raad van Adel, het Kabinet der Koningin, de Kanselarij der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman en de Raad van State, dient voor Onze Minister telkens respectievelijk te worden gelezen het College van de Algemene Rekenkamer, de voorzitter van de Hoge Raad van Adel, de directeur van het Kabinet der Koningin, de kanselier der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman of de vice-president van de Raad van State.
|
||||
Indien de bepalingen in dit hoofdstuk worden toegepast op de Algemene Rekenkamer, de Hoge Raad van Adel, het Kabinet der Koningin, de Kanselarij der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman, de Raad van State en het secretariaat van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, dient voor Onze Minister telkens respectievelijk te worden gelezen het college van de Algemene Rekenkamer, de voorzitter van de Hoge Raad van Adel, de directeur van het Kabinet der Koningin, de kanselier der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman, de vice-president van de Raad van State of de voorzitter van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Arbeidsgezondheidskundige begeleiding en het medisch advies
|
||||
|
||||
|
|
@ -1080,7 +1083,7 @@ j) indien hij in verband met de uitoefening van zijn werkzaamheden aan bijzonder
|
|||
|
||||
De commissie deelt haar oordeel schriftelijk mee aan:
|
||||
|
||||
a) de ambtenaar;
|
||||
a) de ambtenaar of de gewezen ambtenaar;
|
||||
b) Onze Minister;
|
||||
c) de behandelend arts, bedoeld in artikel 36b, vijfde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1152,26 +1155,6 @@ a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend;
|
|||
b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of
|
||||
c. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden.
|
||||
|
||||
### Artikel 37b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar, bedoeld in artikel 37a, tweede lid, die voor 1 januari 2011 is herplaatst, ontvangt bij voortdurende arbeidsongeschiktheid gedurende hoogstens vijf jaar een uitkering van 70% van het verschil tussen:
|
||||
|
||||
a. zijn bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering zoals die zou zijn geweest op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken, en
|
||||
b. zijn bezoldiging na herplaatsing verminderd met eventuele daarna volgende verhogingen op grond van artikel 7 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, en vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid heeft de ambtenaar die arbeidsongeschikt is geworden ten gevolge van een beroepsincident, ook nadat de termijn van vijf jaar is verstreken recht op een uitkering.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De uitkering eindigt in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend;
|
||||
b. met ingang van de dag volgend op die waarop de ambtenaar is overleden.
|
||||
|
||||
**4.** Bij eventuele samenloop van een recht op uitkering op grond van dit artikel en een recht op uitkering op grond van artikel 37a, derde of vierde lid, vervalt het laatstbedoelde recht.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -1241,30 +1224,6 @@ De artikelen 37, vierde lid, 37a, tweede tot en met vijfde lid, 38, 38a en 69, t
|
|||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar en de gewezen ambtenaar hebben geen aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging:
|
||||
|
||||
a) indien de ziekte is voorgewend, althans zodanig overdreven wordt voorgesteld, dat ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte niet kan worden aangenomen;
|
||||
b) indien de ambtenaar de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte opzettelijk heeft veroorzaakt, tenzij hem daarvan op grond van zijn psychische toestand geen verwijt kan worden gemaakt;
|
||||
c) indien de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte zich voordoet binnen een half jaar na het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 9, vierde lid, onderdeel b en blijkt dat de ambtenaar onjuiste informatie omtrent zijn gezondheidstoestand heeft verstrekt of gegevens heeft verzwegen, ten gevolge waarvan de verklaring van geschiktheid, de aan de desbetreffende functie verbonden werkzaamheden te verrichten, ten onrechte heeft plaatsgevonden, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld.
|
||||
|
||||
**2.** De gewezen ambtenaar heeft geen aanspraak op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, indien hij op grond van een aanvaarde andere betrekking aanspraak kan maken op betaling van loon of bezoldiging, dan wel aanspraak kan maken op een ZW-uitkering.
|
||||
|
||||
### Artikel 40b
|
||||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag is verplicht zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen te treffen en voorschriften te geven als redelijkerwijs nodig is, opdat de ambtenaar die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, in staat wordt gesteld de eigen of andere passende arbeid te verrichten.
|
||||
|
||||
**2.** De maatregelen en voorschriften, bedoeld in het eerste lid, zijn gericht op duurzame reïntegratie in de eigen arbeid of in andere passende arbeid in de sector Rijk waarvan de voor die arbeid geldende salarisschaal niet meer dan twee schalen lager is dan de salarisschaal die voor de ambtenaar geldt en waarbij de resterende mogelijkheden van de ambtenaar volledig worden benut. Indien na overleg tussen het bevoegd gezag en de ambtenaar vaststaat dat dergelijke arbeid niet voorhanden is, zullen de maatregelen en voorschriften zich richten op duurzame reïntegratie in andere passende arbeid, zo mogelijk binnen een van de overheidssectoren.
|
||||
|
||||
**3.** Zolang duurzame reïntegratie als bedoeld in het tweede lid niet mogelijk is, stelt het bevoegd gezag de ambtenaar in de gelegenheid andere passende arbeid te verrichten.
|
||||
|
||||
**4.** Uit hoofde van zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt het bevoegd gezag in overeenstemming met de ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de WIA. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.
|
||||
|
||||
**5.** De ambtenaar die van mening is dat het bevoegd gezag de in het eerste lid bedoelde verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, legt bij zijn verzoek tot nakoming aan het bevoegd gezag een oordeel van het UWV als bedoeld in artikel 32, derde lid, onderdeel b, van de Wet SUWI over. Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken op het verzoek en deelt daarbij mee tot welke aanpassingen in de reïntegratie-inspanningen het verzoek hem aanleiding geeft.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Geen aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging en de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering
|
||||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
|
@ -1460,7 +1419,7 @@ b) de gewezen ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is geworden een naar aard en om
|
|||
Onder reorganisatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan:
|
||||
|
||||
a. iedere wijziging van de organisatiestructuur, de omvang of de taakinhoud van een ministerie of een onderdeel daarvan, waaraan personele consequenties zijn verbonden.
|
||||
b. iedere wijziging van de organisatiestructuur, de omvang of de taakinhoud van de Algemene Rekenkamer, de Hoge Raad van Adel, het Kabinet der Koningin, de Kanselarij der Nederlandse Orden, de Nationale Ombudsman, de Raad van State of een onderdeel daarvan, waaraan personele consequenties zijn verbonden.
|
||||
b. iedere wijziging van de organisatiestructuur, de omvang of de taakinhoud van de Algemene Rekenkamer, de Hoge Raad van Adel, het Kabinet der Koningin, de Kanselarij der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman, het secretariaat van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, de Raad van State of een onderdeel daarvan, waaraan personele consequenties zijn verbonden.
|
||||
|
||||
**3.** De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van overeenkomstige toepassing op de overgang van de ambtenaar naar een private onderneming of zelfstandig bestuursorgaan in verband met de privatisering of verzelfstandiging van het dienstonderdeel van het ministerie waarbij de ambtenaar werkzaam is, tenzij bij algemeen verbindend voorschrift anders is bepaald.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1468,7 +1427,7 @@ b. iedere wijziging van de organisatiestructuur, de omvang of de taakinhoud van
|
|||
|
||||
### Artikel 49c
|
||||
|
||||
Indien de bepalingen in dit hoofdstuk worden toegepast op de Algemene Rekenkamer, de Hoge Raad van Adel, het Kabinet der Koningin, de Kanselarij der Nederlandse Orden, de Nationale Ombudsman en de Raad van State, dient voor Onze Minister telkens te worden gelezen het College van de Algemene Rekenkamer, de Voorziter van de Hoge Raad van Adel, de directeur van het Kabinet der Koningin, de Kanselier der Nederlandse Orden, de Nationale Ombudsman of de Vice-President van de Raad van State.
|
||||
Indien de bepalingen in dit hoofdstuk worden toegepast op de Algemene Rekenkamer, de Hoge Raad van Adel, het Kabinet der Koningin, de Kanselarij der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman, het secretariaat van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en de Raad van State, dient voor Onze Minister telkens te worden gelezen het college van de Algemene Rekenkamer, de Voorziter van de Hoge Raad van Adel, de directeur van het Kabinet der Koningin, de Kanselier der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman, de voorzitter van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten of de vice-president van de Raad van State.
|
||||
|
||||
### Artikel 49ca
|
||||
|
||||
|
|
@ -1484,7 +1443,7 @@ De ambtenaar die is aangesteld in tijdelijke dienst voor een proeftijd en de amb
|
|||
|
||||
### Artikel 49e
|
||||
|
||||
**1.** Van overtolligheid is sprake indien binnen het te reorganiseren ministerie, het Kabinet der Koningin, de Algemene Rekenkamer, de Hoge Raad van Adel, de Kanselarij der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman, de Raad van State, of een onderdeel daarvan, meer ambtenaren een vergelijkbare of uitwisselbare functie vervullen en het totale aantal van die functies zodanig wordt verminderd dat onvoldoende van die functies voor de betrokken ambtenaren resteren.
|
||||
**1.** Van overtolligheid is sprake indien binnen het te reorganiseren ministerie, het Kabinet der Koningin, de Algemene Rekenkamer, de Hoge Raad van Adel, de Kanselarij der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman, het secretariaat van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, de Raad van State, of een onderdeel daarvan, meer ambtenaren een vergelijkbare of uitwisselbare functie vervullen en het totale aantal van die functies zodanig wordt verminderd dat onvoldoende van die functies voor de betrokken ambtenaren resteren.
|
||||
|
||||
**2.** De ambtenaar die is aangesteld in tijdelijke dienst voor een proeftijd en de ambtenaar aangesteld in vaste dienst, die in verband met een reorganisatie overtollig zijn, worden aangewezen als herplaatsingskandidaat, waarbij de ambtenaar die het geringste aantal jaren in overheidsdienst heeft doorgebracht het eerst als herplaatsingskandidaat wordt aangewezen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1682,7 +1641,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** De ambtenaar die door het bevoegd gezag is aangewezen als bedrijfshulpverlener als bedoeld in artikel 15 van de Arbeidsomstandighedenwet en die naast zijn normale werkzaamheden de bedrijfshulpverleningstaken naar behoren heeft uitgevoerd, ontvangt een toelage.
|
||||
|
||||
**2.** De toelage wordt bepaald volgens door Onze Minister vast te stellen regels en bedraagt tenminste € 158,82 per jaar.
|
||||
**2.** De toelage wordt bepaald volgens door Onze Minister vast te stellen regels en bedraagt tenminste € 195,35 per jaar.
|
||||
|
||||
**3.** De vast te stellen regels bevatten in ieder geval de criteria die gehanteerd worden bij de toekenning van een bedrijfshulpverleningstoelage.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2141,7 +2100,7 @@ c. één maand, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging laatstelijk korte
|
|||
|
||||
**1.** Aan de ambtenaar die in verband met de aanvaarding van een functie in een publiekrechtelijk college, waarin hij is benoemd of verkozen, tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn ambt, wordt, indien hij ophoudt zodanige functie te bekleden en hij naar het oordeel van het bevoegd gezag niet in actieve dienst kan worden hersteld, eervol ontslag verleend.
|
||||
|
||||
**2.** Tenzij artikel 34*e*, eerste lid, van toepassing is, wordt eervol ontslag eveneens verleend aan de ambtenaar, die na afloop van het verlof, verleend met toepassing van artikel 34, uitgezonderd het vierde en vijfde lid, naar het oordeel van het bevoegd gezag niet in actieve dienst kan worden hersteld.
|
||||
**2.** Tenzij artikel 34e, eerste lid, van toepassing is, wordt eervol ontslag eveneens verleend aan de ambtenaar, die na afloop van het verlof, verleend met toepassing van artikel 34, uitgezonderd het vierde en vijfde lid en in verband met het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie, naar het oordeel van het bevoegd gezag niet in actieve dienst kan worden hersteld.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid vindt eveneens toepassing voor de ambtenaar die ophoudt de functie te bekleden, bedoeld in artikel 16, derde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2215,7 +2174,7 @@ c. met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeri
|
|||
|
||||
**6.** Perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid, anders dan bedoeld in het vijfde lid, worden samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.
|
||||
|
||||
**7.** Om te beoordelen of er sprake is van een situatie, bedoeld in het derde lid, onderdelen a en b, vraagt het bevoegd gezag het oordeel van een daartoe door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, die de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering uitvoert ten aanzien van de ambtenaar, aangewezen arts.
|
||||
**7.** Om te beoordelen of er sprake is van een situatie, bedoeld in het derde lid, onderdelen a en b, vraagt het bevoegd gezag het oordeel van een daartoe door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, die de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering uitvoert ten aanzien van de ambtenaar, aangewezen arts.
|
||||
|
||||
**8.** De in het zevende lid bedoelde arts betrekt bij zijn beoordeling een door het bevoegd gezag aangewezen arts en, indien de ambtenaar dit wenst, een door de ambtenaar aangewezen arts.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2239,7 +2198,7 @@ Indien aan de ambtenaar gedurende de tijd, dat hij recht heeft op wachtgeld, daa
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd het bepaalde in artikel 98, derde lid, onderdeel a, kan aan de ambtenaar die ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, ontslag worden verleend, indien hij zonder deugdelijke grond weigert:
|
||||
Ook tijdens de periode, bedoeld in artikel 98, derde lid, onderdeel a, kan aan de ambtenaar die ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, ontslag worden verleend, indien hij zonder deugdelijke grond weigert:
|
||||
|
||||
a. gevolg te geven aan door het bevoegd gezag of een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of mee te werken aan door het bevoegd gezag of een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige getroffen maatregelen om hem in staat te stellen de eigen of andere passende arbeid, bedoeld in artikel 35, onderdeel l, te verrichten, of
|
||||
b. passende arbeid te verrichten waartoe het bevoegd gezag hem in de gelegenheid stelt, of
|
||||
|
|
@ -2375,7 +2334,7 @@ Na de uitsluiting wijst de desbetreffende centrale een andere vertegenwoordiger
|
|||
|
||||
### Artikel 107
|
||||
|
||||
**1.** Het overleg staat onder leiding van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hij is bevoegd de leiding van het overleg op te dragen aan de directeur-generaal Management en Personeelsbeleid van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, indien de aard van de te bespreken aangelegenheden dit toelaat.
|
||||
**1.** Het overleg staat onder leiding van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hij is bevoegd de leiding van het overleg op te dragen aan de directeur-generaal Management Openbare Sector van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, indien de aard van de te bespreken aangelegenheden dit toelaat.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wijst functionarissen aan die hem, dan wel de functionaris die namens hem het overleg voert, bij het overleg terzijde staan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2401,7 +2360,7 @@ Zij stellen Onze genoemde Minister voorts jaarlijks in kennis van het totale led
|
|||
|
||||
Een wijziging van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, betrekking hebbende op een ambt dat is vermeld in bijlage A van dat besluit, behoort niet tot de in artikel 105 bedoelde aangelegenheden.
|
||||
|
||||
### Artikel 108a*
|
||||
### Artikel 108b
|
||||
|
||||
**1.** Het overleg wordt gevoerd op plaats, dag en uur door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te bepalen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2577,7 +2536,7 @@ Onze Minister draagt er zorg voor dat de ambtenaar, die in het overleg optreedt
|
|||
|
||||
### Artikel 118
|
||||
|
||||
De artikelen 113 tot en met 117 zijn van overeenkomstige toepassing op de Raad van State, de Algemene Rekenkamer en de Nationale ombudsman, met dien verstande dat voor Onze Minister telkens wordt gelezen respectievelijk de vice-president van de Raad van State, het College van de Algemene Rekenkamer en de Nationale ombudsman.
|
||||
De artikelen 113 tot en met 117 zijn van overeenkomstige toepassing op de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman en het secretariaat van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, met dien verstande dat voor Onze Minister telkens wordt gelezen respectievelijk de vice-president van de Raad van State, het college van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman en de voorzitter van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
|
||||
|
||||
### Artikel 118a
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue