2020-01-15 | BWBR0031740 | Beleidsregel geschiktheid 2012

This commit is contained in:
Coornhert 2020-01-15 12:00:00 +00:00
parent 24708c94e1
commit b25de249f2

View file

@ -16,16 +16,18 @@ citeertitel: Beleidsregel geschiktheid 2012
De begrippen in deze beleidsregel hebben dezelfde betekenis als in de Wet op het financieel toezicht, de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling, respectievelijk de Wet toezicht trustkantoren en de daarop gebaseerde lagere regelgeving, tenzij deze begrippen uitdrukkelijk anders worden gedefinieerd in deze beleidsregel.
Deze beleidsregel is niet van toepassing op personen die uitsluitend kwalificeren als aanvrager van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, Wft. Deze personen worden conform artikel 3:100, eerste lid, onderdeel b Wft beoordeeld op hun reputatie, met inachtneming van de Gemeenschappelijke richtsnoeren inzake de prudentiële beoordeling van verwervingen en vergrotingen van gekwalificeerde deelnemingen in de financiële sector, vastgesteld door het Gemengd Comité van de Europese toezichthoudende autoriteiten bestaande uit EBA, EIOPA en ESMA. De beoordeling van de reputatie is een andere toets dan de geschiktheidstoets als bedoeld in deze beleidsregel en ziet toe op een andere doelgroep.
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a) *beleidsbepaler:* een persoon die op grond van de Wet op het financieel toezicht, de Wet toezicht trustkantoren of de CSDR moet worden getoetst op geschiktheid, dan wel een persoon die op grond van de Pensioenwet of de Wet verplichte beroepspensioenregeling moet worden getoetst op deskundigheid;
a) *beleidsbepaler: *een persoon die bij of krachtens de Wet op het financieel toezicht, het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen, het Besluit prudentiële regels Wft, de Pensioenwet of de Wet verplichte beroepspensioenregeling, de Wet toezicht trustkantoren 2018, de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, de CSDR of de EMIR moet of kan worden getoetst op geschiktheid;
b) *collectief:* meer dan één beleidsbepaler, waarbij de beleidsbepalers gezamenlijk het (dagelijks) beleid van de onderneming (mede)bepalen;
c) *onderneming:* een financiële onderneming, gemengde financiële holding, financiële holding of verzekeringsholding met zetel in Nederland, pensioenfonds, beroepspensioenfonds, datarapporteringsdienstverlener, houder van een ontheffing als bedoeld in artikel 4:3, vierde lid, Wft, centrale effectenbewaarinstelling als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 1, CSDR, of trustkantoor;
c) * onderneming:* een financiële onderneming, gemengde financiële holding, financiële holding of verzekeringsholding met zetel in Nederland, marktexploitant, elektronischgeldinstelling, pensioenfonds, beroepspensioenfonds, datarapporteringsdienstverlener, houder van een ontheffing als bedoeld in artikel 4:3, vierde lid, Wft, centrale effectenbewaarinstellingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 1 CSDR, centrale tegenpartij als bedoeld in artikel 2, eerste lid, EMIR, aanbieder van diensten voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta, aanbieder van bewaarportemonnees, of trustkantoor;
d) *toezichthouder:* DNB, de AFM of DNB en de AFM gezamenlijk;
e) *klant:* consument, cliënt, deelnemer, gewezen deelnemer, pensioengerechtigde en andere aanspraakgerechtigde of belegger;
f) *onderneming in groep A:* aanbieder van beleggingsobjecten; bank; beroepspensioenfonds; centrale effectenbewaarinstelling als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 1, CSDR; clearinginstelling; entiteit voor risico-acceptatie; financiële holding, gemengde financiële holding of verzekeringsholding met zetel in Nederland; financiële instelling; herverzekeraar; levensverzekeraar; marktexploitant; natura-uitvaartverzekeraar; onderlinge waarborgmaatschappij met verklaring; pensioenfonds; premiepensioeninstelling; of schadeverzekeraar;
g) *onderneming in groep B:* aanbieder van krediet, beheerder van beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, beleggingsmaatschappij, icbe, beleggingsonderneming, bewaarder of bewaarder van een icbe; datarapporteringsdienstverlener;
h) *onderneming in groep C:* betaalinstelling; elektronischgeldinstelling; financiëledienstverlener, met uitzondering van een financiëledienstverlener in groep A en B; houder van een ontheffing als bedoeld in artikel 4:3, vierde lid, Wft; of trustkantoor.
f) *onderneming in groep A:* aanbieder van beleggingsobjecten; aanbieder van diensten voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta; aanbieder van bewaarportemonnees; afwikkelonderneming; bank; beroepspensioenfonds; betaalinstelling; centrale effectenbewaarinstelling als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 1, CSDR; centrale tegenpartij; clearinginstelling; elektronischgeldinstelling; entiteit voor risico-acceptatie; financiële holding, gemengde financiële holding of verzekeringsholding met zetel in Nederland; financiële instelling; herverzekeraar; kredietunie; levensverzekeraar; marktexploitant; natura-uitvaartverzekeraar; onderlinge waarborgmaatschappij met verklaring; pensioenfonds; premiepensioeninstelling; schadeverzekeraar; of wisselinstelling;
g) *onderneming in groep B:* aanbieder van krediet; beheerder van beleggingsinstelling; beheerder van een icbe, beleggingsmaatschappij; icbe; beleggingsonderneming; bewaarder of bewaarder van een icbe; pensioenbewaarder; of datarapporteringsdienstverlener;
h) *onderneming in groep C:* financiëledienstverlener, met uitzondering van een financiëledienstverlener in groep A en B; houder van een ontheffing als bedoeld in artikel 4:3, vierde lid, Wft; of trustkantoor.
### Artikel 1.2
@ -37,22 +39,11 @@ Beleidsbepalers zijn geschikt met betrekking tot de volgende onderwerpen:
A. **Bestuur, organisatie en communicatie**, waaronder het aansturen van processen, taakgebieden en medewerkers, het naleven en handhaven van algemeen aanvaarde sociale, ethische en professionele normen, waaronder het tijdig, juist en duidelijk informeren van klanten en de toezichthouder;
B. **Producten, diensten en markten waarop de onderneming actief is**, inclusief relevante wet- en regelgeving en financiële (en actuariële) aspecten;
C. **Beheerste en integere bedrijfsvoering**, waaronder de administratieve organisatie en interne controle, de waarborging van geschiktheid en vakbekwaamheid binnen een onderneming, de zorgvuldige behandeling van klanten, het risicomanagement, compliance en de uitbesteding van werkzaamheden; en
D. **Evenwichtige en consistente besluitvorming**, waarbij onder meer de belangen van klanten en andere stakeholders een centrale positie innemen.
C. **Beheerste en integere bedrijfsvoering**, waaronder de administratieve organisatie en interne controle, de waarborging van geschiktheid en vakbekwaamheid binnen een onderneming, de zorgvuldige behandeling van klanten, het risicomanagement, compliance en de uitbesteding van werkzaamheden;
D. **Evenwichtige en consistente besluitvorming,** waarbij onder meer de belangen van klanten en andere stakeholders een centrale positie innemen, en het in staat zijn eigen gedegen, objectieve en onafhankelijke besluiten te nemen en oordelen te vormen bij de vervulling van taken en verantwoordelijkheden;
E. **Voldoende tijd**, met inbegrip van tijd voor het verwerven van inzicht in de activiteiten van de onderneming, haar belangrijkste risicos en de implicaties van de bedrijfs- en risicostrategie, alsmede voldoende beschikbare tijd in perioden van sterk verhoogde activiteit van de onderneming of van andere entiteiten waar de beleidsbepaler een (neven)functie vervult.
**2.**
In afwijking van de onderwerpen A tot en met D van onderdeel 1.2.1 zijn voor beleidsbepalers bij pensioenfondsen en beroepspensioenfondsen de in artikel 30, derde lid, van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling genoemde deskundigheidsgebieden (a tot en met f) en de in artikel 14, derde lid, van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling genoemde deskundigheidseis met betrekking tot uitbesteding (g) van toepassing:
a) het besturen van een organisatie;
b) relevante wet- en regelgeving;
c) pensioenregelingen en pensioensoorten;
d) financieel technische en actuariële aspecten, waaronder financiering, beleggingen, actuariële principes en herverzekering;
e) administratieve organisatie en interne controle;
f) communicatie; en
g) uitbesteding.
**3.** Voor de toetsing voorafgaand aan het aantreden van een beleidsbepaler van de in hoofdstuk 2 genoemde ondernemingen is geschiktheid als omschreven in onderdeel 1.2.1, nader uitgewerkt in hoofdstuk 2.
**2.** Voor de toetsing voorafgaand aan het aantreden van een beleidsbepaler van de in hoofdstuk 2 genoemde ondernemingen is geschiktheid als omschreven in onderdeel 1.2.1, nader uitgewerkt in hoofdstuk 2.
### Artikel 1.3
@ -67,7 +58,7 @@ Indien sprake is van een collectief geschiedt de toetsing van geschiktheid met i
### Artikel 1.5
De toezichthouder toetst geschiktheid van een beleidsbepaler:
Als de toezichthouder de geschiktheid van een beleidsbepaler toetst, zijn daar twee verschillende momenten voor, te weten:
a) vóór het aantreden van een beleidsbepaler, bij vergunningaanvraag of registratie, of bij het voornemen tot aantreden als nieuwe beleidsbepaler bij een onderneming die beschikt over een vergunning, dan wel geregistreerd is; en
b) na het aantreden van een beleidsbepaler, indien feiten of omstandigheden daartoe redelijke aanleiding geven.
@ -80,11 +71,11 @@ b) na het aantreden van een beleidsbepaler, indien feiten of omstandigheden daar
Onder informatie en antecedenten als bedoeld in onderdeel 1.6.1 worden in ieder geval verstaan:
a) het volledig ingevulde en ondertekende Meldingsformulier voorgenomen benoeming;
a) het volledig ingevulde en ondertekende door de toezichthouder voorgeschreven formulier voor aanvraag van een toetsing;
b) toezichtinformatie- en antecedenten, zoals formele en informele toezichtmaatregelen;
c) het door een onderneming gehanteerde beleid, en de uitkomsten daarvan, voor werving en selectie en voor periodieke beoordeling van beleidsbepalers. Hieronder valt:
i) het door de onderneming gedocumenteerde beleid waarin rekening is gehouden met onderdelen 1.2.1, 1.3 en 1.4 en voor pensioenfondsen en beroepspensioenfondsen onderdelen 1.2.1 aanhef, 1.2.2, 1.3 en 1.4;
i) het door de onderneming gedocumenteerde beleid waarin rekening is gehouden met onderdelen 1.2.1, 1.3 en 1.4;
ii) het door de onderneming opgestelde functieprofiel voor de functie waarvoor een beleidsbepaler getoetst wordt en de (schriftelijk vastgelegde) besluitvorming over de selectie van een beleidsbepaler waarbij ook de overwegingen die tot deze uitkomst hebben geleid worden weergegeven; en
iii) voor zover van toepassing, de periodieke (schriftelijk vastgelegde) beoordeling van een beleidsbepaler op basis van het functieprofiel en de uitgeoefende functie, inclusief de overwegingen die tot deze beoordeling hebben geleid;
d) overige door de onderneming aan te leveren informatie voor zover dit van belang kan zijn bij de toetsing van geschiktheid van een beleidsbepaler;
@ -105,7 +96,7 @@ g) De combinatie van beschikbare informatie en antecedenten.
### Artikel 1.8
**1.** Onverminderd de artikelen 1:49 en 1:90 van de Wet of het financieel toezicht, artikel 205 van de Pensioenwet, artikel 199 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, artikel 38 Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling en de artikelen 13 en 15 van de Wet toezicht trustkantoren, maken de AFM en DNB (de toezichthouders) in concrete gevallen afspraken over hun samenwerking bij de toetsing van geschiktheid en het uitwisselen van informatie en antecedenten wanneer het een onderneming betreft die onder toezicht van beide toezichthouders staat.
**1.** Onverminderd de artikelen 1:49 en 1:90 van de Wet of het financieel toezicht, artikel 205 van de Pensioenwet, artikel 199 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, artikel 38 Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling, de artikelen 56 en 58 van de Wet toezicht trustkantoren 2018 en artikel 22 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, maken de AFM en DNB (de toezichthouders) in concrete gevallen afspraken over hun samenwerking bij de toetsing van geschiktheid en het uitwisselen van informatie en antecedenten wanneer het een onderneming betreft die onder toezicht van beide toezichthouders staat.
**2.** Met het oog op de consistente toepassing door de toezichthouders van deze beleidsregel wordt een gezamenlijk panel samengesteld. Dit gezamenlijke panel beoordeelt periodiek toetsingen op basis van deze beleidsregel. De bevindingen van het gezamenlijke panel worden gebruikt in de periodieke evaluatie van de beleidsregel, bedoeld in onderdeel 3.1.
@ -130,30 +121,39 @@ b. collectief (1.4);
c. informatie en antecedenten (onderdeel 1.6); en
d. weging van informatie en antecedenten (onderdeel 1.7).
### Paragraaf 2. Aanbieder van krediet; beleggingsonderneming; beheerder van een beleggingsinstelling: beheerder van een icbe; beleggingsmaatschappij; icbe; bewaarder; bewaarder van een icbe (groep B)
### Paragraaf 2. Aanbieder van krediet; beleggingsonderneming; beheerder van een beleggingsinstelling: beheerder van een icbe; beleggingsmaatschappij; icbe; bewaarder; bewaarder van een icbe; pensioenbewaarder; of datarapporteringsdienstverlener (groep B)
### Artikel 2.4
**1.**
Een beleidsbepaler van een aanbieder van krediet, beleggingsonderneming, met uitzondering van de verbonden agent, beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, beleggingsmaatschappij, icbe, bewaarder en bewaarder van een icbe, wordt bij aantreden geacht geschikt te zijn als bedoeld in onderdeel 1.2.1 indien hij of zij aantoont minimaal te beschikken over:
Een beleidsbepaler van een aanbieder van krediet, beleggingsonderneming, met uitzondering van de verbonden agent, beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, beleggingsmaatschappij, icbe, bewaarder, bewaarder van een icbe, pensioenbewaarder, of datarapporteringsdienstverlener, wordt bij aantreden geacht geschikt te zijn als bedoeld in onderdeel 1.2.1 indien hij of zij aantoont minimaal te beschikken over:
a. bestuurlijke vaardigheden nodig voor het dagelijks beleid;
b. leidinggevende vaardigheden in een hiërarchische verhouding;
c. algemene en specifieke vakinhoudelijke kennis, opgedaan in relevante werkomgeving; en
d. geschiktheid ten aanzien van de bedrijfsvoering.
Onderwerpen A tot en met D zijn opgedaan gedurende ten minste twee jaar werkervaring, waarvan minimaal één jaar aaneengesloten.
Onderwerpen a. tot en met d. zijn opgedaan gedurende ten minste twee jaar werkervaring, waarvan minimaal één jaar aaneengesloten.
**2.** Indien bij een in onderdeel 2.4.1 genoemde onderneming met inbegrip van beleidsbepalers ten hoogste zes personen werkzaam zijn, kunnen de minimumvereisten als bedoeld onder a, c en d, van onderdeel 2.4.1, zijn opgedaan gedurende één jaar aaneengesloten werkervaring. Het vereiste onder b, van onderdeel 2.4.1 wordt in dat geval niet getoetst.
**2.**
**3.**
In aanvulling op het bepaalde in het eerste lid, geldt voor beleidsbepalers van beleggingsondernemingen en datarapporteringsdienstverleners daarnaast:
e. het in staat zijn eigen gedegen, objectieve en onafhankelijke besluiten te nemen en oordelen te vormen bij de vervulling van taken en verantwoordelijkheden, en
f. voldoende tijd, met inbegrip van tijd voor het verwerven van inzicht in de activiteiten van de instelling, haar belangrijkste risicos en de implicaties van de bedrijfs- en risicostrategie, alsmede voldoende beschikbare tijd in perioden van sterk verhoogde activiteit van de onderneming of van andere entiteiten waar de beleidsbepaler een (neven)functie vervult.
**3.** Indien bij een in onderdeel 2.4.1 genoemde onderneming met inbegrip van beleidsbepalers ten hoogste zes personen werkzaam zijn en gezien de aard, omvang en complexiteit van de onderneming de vereiste twee jaar werkervaring als genoemd in 2.4.1 niet redelijkerwijs vereist is, kunnen de minimumvereisten als bedoeld onder a, c en d, van onderdeel 2.4.1, zijn opgedaan gedurende één jaar aaneengesloten werkervaring. Het vereiste onder b, van onderdeel 2.4.1 wordt in dat geval niet getoetst.
**4.**
Indien een onderneming als bedoeld in onderdeel 2.4.1 twee of meer beleidsbepalers heeft, is het voor de beoordeling van:
a. de leidinggevende vaardigheden (2.4.1.b) voldoende dat minimaal twee van de beleidsbepalers daarover beschikken;
b. de specifieke vakinhoudelijke kennis (2.4.1.c) en geschiktheid ten aanzien van de bedrijfsvoering (2.4.1.d) voldoende dat het collectief gezamenlijk daarover beschikt, met dien verstande dat elke beleidsbepaler in ieder geval over de specifieke vakinhoudelijke kennis of over geschiktheid ten aanzien van de bedrijfsvoering beschikt.
**5.** Indien een onderneming als bedoeld in onderdeel 2.4.1. een significante en/of beursgenoteerde beleggingsonderneming betreft, dan dient het leidinggevend orgaan in zijn toezichtfunctie te beschikken over voldoende onafhankelijke leden.
### Artikel 2.5
Een beleidsbepaler van een verbonden agent wordt bij zijn of haar aantreden geacht geschikt te zijn als bedoeld in onderdeel 1.2.1 indien hij of zij aantoont minimaal te beschikken over algemene en specifieke vakinhoudelijke kennis, opgedaan gedurende ten minste één jaar werkervaring.
@ -162,32 +162,32 @@ Een beleidsbepaler van een verbonden agent wordt bij zijn of haar aantreden geac
In aanvulling op de minimumvereisten van de onderdelen 2.4 en 2.5 kan de toezichthouder, indien daartoe redelijke aanleiding bestaat, besluiten de geschiktheid van een beleidsbepaler van een in voornoemde onderdelen genoemde onderneming nader te toetsen aan de vereisten van onderdeel 1.2.1.
### Paragraaf 3. Financiëledienstverlener, met uitzondering van financiëledienstverleners in groep A en B; betaalinstelling; elektronischgeldinstelling; houders van een ontheffing als bedoeld in
### Paragraaf 3. Financiëledienstverlener, met uitzondering van financiëledienstverleners in groep A en B; houders van een ontheffing als bedoeld in
### Artikel 2.7
**1.**
Een beleidsbepaler van een betaalinstelling, een elektronischgeldinstelling, een financiëledienstverlener, met uitzondering van een financiëledienstverlener in groep A en B, een houder van een ontheffing als bedoeld in artikel 4:3, vierde lid, Wft of een trustkantoor wordt bij zijn of haar aantreden geacht geschikt te zijn als bedoeld in onderdeel 1.2.1, indien hij of zij aantoont te beschikken over:
Een beleidsbepaler van een financiëledienstverlener, met uitzondering van een financiëledienstverlener in groep A en B, een houder van een ontheffing als bedoeld in artikel 4:3, vierde lid, Wft of een trustkantoor wordt bij zijn of haar aantreden geacht geschikt te zijn als bedoeld in onderdeel 1.2.1, indien hij of zij aantoont te beschikken over:
a. bestuurlijke vaardigheden nodig voor het (dagelijks) beleid;
b. leidinggevende vaardigheden in een hiërarchische verhouding; en
c. uitsluitend voor beleidsbepalers van bemiddelaars en adviseurs in beleggingsobjecten, betaalinstellingen, elektronischgeldinstellingen, houders van een ontheffing als bedoeld in artikel 4:3, vierde lid, Wft en trustkantoren: algemene en specifieke vakinhoudelijke kennis.
c. uitsluitend voor beleidsbepalers van bemiddelaars en adviseurs in beleggingsobjecten, (onder) gevolmachtigd agenten, houders van een ontheffing als bedoeld in artikel 4:3, vierde lid, Wft en trustkantoren: algemene en specifieke vakinhoudelijke kennis.
**2.** Deze vaardigheden en kennis zijn opgedaan in een relevante werkomgeving gedurende ten minste twee jaar, waarvan minimaal één jaar aaneengesloten.
**3.** Indien een onderneming als bedoeld in onderdeel 2.7.1 twee of meer beleidsbepalers heeft, is voor de toetsing van de leidinggevende vaardigheden in een hiërarchische verhouding voldoende dat één van die beleidsbepalers aantoont daarover te beschikken.
**4.** Indien een houder van een ontheffing als bedoeld in artikel 4.3, vierde lid Wft twee of meer beleidsbepalers heeft, is het voor de beoordeling van de specifieke vakinhoudelijke kennis als bedoeld in onderdeel 2.7.1.c voldoende dat het collectief gezamenlijk daarover beschikt.
**4.** Indien een houder van een ontheffing als bedoeld in artikel 4.3, vierde lid, Wft, of een (onder) gevolmachtigde agent twee of meer beleidsbepalers heeft, is het voor de beoordeling van de specifieke vakinhoudelijke kennis als bedoeld in onderdeel 2.7.1.c voldoende dat het collectief gezamenlijk daarover beschikt.
### Artikel 2.8
Een beleidsbepaler van een financiëledienstverlener, met uitzondering van een bemiddelaar in of adviseur van beleggingsobjecten en met uitzondering van een houder van een ontheffing als bedoeld in artikel 4:3, vierde lid, Wft, van, met inbegrip van de beleidsbepalers, ten hoogste zes personen, wordt bij zijn of haar aantreden geacht geschikt te zijn als bedoeld in onderdeel 1.2.1, indien hij of zij aantoont te beschikken over:
Een beleidsbepaler van een financiëledienstverlener, met uitzondering van een (onder) gevolmachtigd agent, een bemiddelaar in of adviseur van beleggingsobjecten en met uitzondering van een houder van een ontheffing als bedoeld in artikel 4:3, vierde lid, Wft, van, met inbegrip van de beleidsbepalers, ten hoogste zes personen, wordt bij zijn of haar aantreden geacht geschikt te zijn als bedoeld in onderdeel 1.2.1, indien hij of zij aantoont te beschikken over:
(i) bestuurlijke ervaring opgedaan gedurende ten minste één jaar in een voor de onderneming relevante werkomgeving; of
(ii) een HBO-diploma van een voor de onderneming relevante opleiding; of
(iii) een HBO-diploma en minimaal twee jaar werkervaring in een voor de onderneming relevante werkomgeving; of
(iv) tien jaar werkervaring in een voor de onderneming relevante werkomgeving, waarvan vijf jaar aaneengesloten.
a. bestuurlijke ervaring opgedaan gedurende ten minste één jaar in een voor de onderneming relevante werkomgeving;
b. een HBO-diploma van een voor de onderneming relevante opleiding;
c. een HBO-diploma of hoger en minimaal twee jaar relevante werkervaring, waarvan één jaar aaneengesloten, of
d. tien jaar werkervaring in een voor de onderneming relevante werkomgeving, waarvan vijf jaar aaneengesloten.
### Artikel 2.9