2014-02-15 | BWBR0025003 | Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten

This commit is contained in:
Coornhert 2014-02-15 12:00:00 +00:00
parent b71b0e8ee8
commit b26073f149

View file

@ -47,28 +47,47 @@ c. die gebruik maken van een individuele voorziening, die beoogt hen in staat te
### Artikel 2a
**1.** Geen recht op de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bestaat indien het toetsingsinkomen in het tweede jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar hoger was dan € 24 570, of indien het een belanghebbende met een partner betreft, hoger was dan € 35 100,.
**1.**
**2.** In afwijking van artikel 3 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt voor de toepassing van artikel 2 en dit artikel onder partner van belanghebbende verstaan degene die, bezien naar de situatie op de laatste dag van het berekeningsjaar, de niet duurzaam gescheiden levende echtgenoot is en degene die op grond van artikel 1, tweede tot en met zevende lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten met een echtgenoot is gelijk gesteld of mede als gehuwd of als echtgenoot is aangemerkt.
In afwijking van artikel 2, eerste lid, heeft een belanghebbende, die op de laatste dag van het berekeningsjaar meerderjarig is, geen recht op de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, indien:
**3.** Geen recht op de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bestaat in afwijking van het eerste lid, voor degene die op de laatste dag van het berekeningsjaar minderjarig is, indien het toetsingsinkomen in het tweede jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar hoger was dan € 24 570, of indien op hetzelfde woonadres als de minderjarige, de ouders of een ouder en diens partner, op de laatste dag van het berekeningsjaar in de basisregistratie personen staan ingeschreven, hoger was dan € 35 100,.
a. hij op de laatste dag van het berekeningsjaar geen partner heeft en zijn toetsingsinkomen over het tweede jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar, hoger is dan € 24.570, of
b. hij op de laatste dag van het berekeningsjaar een partner heeft en het gezamenlijke toetsingsinkomen van hem en zijn partner over het tweede jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar, hoger is dan € 35.100.
**4.** Voor degene die op de laatste dag van het berekeningsjaar minderjarig is, wordt in afwijking van artikel 7 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, het toetsingsinkomen van zijn tot het voorzien in de kosten van zijn levensonderhoud verplichte ouders dan wel een van zijn ouders en diens partner, die op de laatste dag van het berekeningsjaar op hetzelfde woonadres als de minderjarige in de basisregistratie personen staan ingeschreven, voor de toepassing van het derde lid in aanmerking genomen.
**2.**
**5.**
In afwijking van artikel 2, eerste lid, heeft de belanghebbende, die op de laatste dag van het berekeningsjaar minderjarig is, geen recht op de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, indien:
Het eerste lid vindt geen toepassing ten aanzien van een belanghebbende indien:
a. een van zijn tot het voorzien in de kosten van levensonderhoud verplichte ouders zonder partner op de laatste dag van het berekeningsjaar op hetzelfde woonadres als de belanghebbende in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven en het toetsingsinkomen van die ouder over het tweede jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar, hoger is dan € 24.570;
b. zijn tot het voorzien in de kosten van levensonderhoud verplichte ouders op de laatste dag van het berekeningsjaar op hetzelfde woonadres als de belanghebbende in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staan ingeschreven en het gezamenlijke toetsingsinkomen van die ouders over het tweede jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar hoger is dan € 35.100, of
c. een van zijn tot het voorzien in de kosten van levensonderhoud verplichte ouders en de niet een ouder van die belanghebbende zijnde partner van die ouder, op de laatste dag van het berekeningsjaar op hetzelfde woonadres als de belanghebbende staan ingeschreven en het gezamenlijke toetsingsinkomen van die ouder en die partner over het tweede jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar, hoger is dan € 35.100.
a. zijn partner krachtens artikel 2, eerste lid, recht heeft op een hogere tegemoetkoming dan de belanghebbende of recht heeft op een even hoge tegemoetkoming en ouder is dan de belanghebbende, of
b. een persoon die op de laatste dag van het berekeningsjaar minderjarig is, op hetzelfde woonadres als de belanghebbende in de basisregistratie personen stond ingeschreven en behoorde tot het huishouden van de belanghebbende en die krachtens artikel 2, eerste lid, recht heeft op een hogere tegemoetkoming dan de belanghebbende.
**3.**
**6.** Het derde lid vindt geen toepassing ten aanzien van een belanghebbende indien een persoon die op de laatste dag van het berekeningsjaar op hetzelfde woonadres als de belanghebbende in de basisregistratie personen stond ingeschreven en behoorde tot het huishouden van de belanghebbende, en die krachtens artikel 2, eerste lid, recht heeft op een hogere tegemoetkoming dan belanghebbende of een even hoge tegemoetkoming als belanghebbende en ouder is dan de belanghebbende.
Als partner wordt aangemerkt:
**7.** De hoogte van het toetsingsinkomen waarboven geen aanspraak bestaat op de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid onderscheidenlijk derde lid, kunnen jaarlijks bij regeling van Onze Minister worden gewijzigd voor zover de tabelcorrectiefactor, genoemd in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, daar aanleiding toe geeft.
a. de echtgenoot;
b. de geregistreerde partner;
c. de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige, een gezamenlijke huishouding voert met uitzondering van bloedverwanten in de eerste graad.
**8.** In afwijking van artikel 2, eerste lid, heeft degene die niet verzekerd is krachtens een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet, geen recht op de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, tenzij hij militaire ambtenaar in werkelijke dienst is als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a juncto onderdeel b, van de Militaire ambtenarenwet 1931, dan wel een militair is aan wie buitengewoon verlof met behoud van militaire inkomsten is verleend.
**4.** Voor de toepassing van het derde lid wordt een persoon die duurzaam gescheiden leeft van zijn echtgenoot of zijn geregistreerde partner als ongehuwd aangemerkt.
**9.** Het CAK verleent bij het ontbreken van een in aanmerking te nemen toetsingsinkomen, de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid.
**5.** Voor de toepassing van het derde lid wordt een gezamenlijke huishouding als bedoeld in artikel 1, vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten als gezamenlijke huishouding aangemerkt. Het bepaalde bij of krachtens artikel 1, vijfde tot en met zevende lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten is van toepassing.
**6.** Het eerste lid vindt geen toepassing ten aanzien van een belanghebbende als bedoeld in artikel 2, eerste lid, indien een tot zijn huishouden behorend persoon op de laatste dag van het berekeningsjaar op hetzelfde woonadres als de belanghebbende in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven en krachtens artikel 2, eerste en tweede lid, recht zou hebben op een hogere tegemoetkoming of op een even hoge tegemoetkoming en ouder is dan de belanghebbende.
**7.**
Het tweede lid vindt geen toepassing ten aanzien van een belanghebbende als bedoeld in artikel 2, eerste lid, indien een tot zijn huishouden behorend persoon op de laatste dag van het berekeningsjaar op hetzelfde woonadres als de belanghebbende in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven en krachtens artikel 2, eerste en tweede lid:
a. recht zou hebben op een hogere tegemoetkoming dan de belanghebbende, of
b. op een even hoge tegemoetkoming als de belanghebbende en ouder is dan de belanghebbende.
**8.** De in het eerste en tweede lid vermelde bedragen kunnen jaarlijks bij regeling van Onze Minister worden gewijzigd voor zover de tabelcorrectiefactor, genoemd in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 daar aanleiding toe geeft.
**9.** Het CAK verleent bij het ontbreken van een op grond van het eerste of tweede lid ten aanzien van een belanghebbende als bedoeld in artikel 2, eerste lid, in aanmerking te nemen toetsingsinkomen respectievelijk gezamenlijk toetsingsinkomen, de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aan die belanghebbende.
**10.** In afwijking van artikel 2, eerste lid, heeft degene die niet verzekerd is krachtens een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet, geen recht op de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, tenzij hij militaire ambtenaar in werkelijke dienst is als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a juncto onderdeel b, van de Militaire ambtenarenwet 1931, dan wel een militair is aan wie buitengewoon verlof met behoud van militaire inkomsten is verleend.
### Artikel 2b
@ -136,13 +155,13 @@ Artikel XVI van Overige fiscale maatregelen 2009 is niet van toepassing op een d
### Artikel 6
**1.** Onze Minister is bevoegd zorgverzekeraars als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet en indicatieorganen als bedoeld in artikel 9a van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens artikel 5, eerste en zevende lid, onderdelen a en d, een aanwijzing te geven.
**1.** Onze Minister is bevoegd zorgverzekeraars als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet en indicatieorganen als bedoeld in artikel 9a van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens artikel 5, eerste en negende lid, onderdelen a en d, een aanwijzing te geven.
**2.** Indien een zorgverzekeraar als bedoeld in het eerste lid niet binnen vier weken aan een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, voldoet, is Onze Minister bevoegd een last onder dwangsom op te leggen.
**3.** Indien indicatieorganen als bedoeld in het eerste lid niet binnen vier weken voldoen aan een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, kan Onze Minister noodzakelijke maatregelen treffen. Onze Minister stelt beide kamers der Staten-Generaal onverwijld in kennis van deze door hem getroffen maatregelen.
**4.** Ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens artikel 5, tweede lid en vierde lid, onderdelen a en d, zijn de artikelen 16 en 17 van de Wet op de jeugdzorg van overeenkomstige toepassing op de stichtingen als bedoeld in artikel 9b, vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
**4.** Ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens artikel 5, eerste en negende lid, onderdelen a en d, zijn de artikelen 16 en 17 van de Wet op de jeugdzorg van overeenkomstige toepassing op de stichtingen als bedoeld in artikel 9b, vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
### Artikel 7
@ -180,10 +199,6 @@ Vervallen
**5.** De tegemoetkomingen en de daarmee gepaard gaande beheerskosten komen ten laste van s Rijks kas.
### Artikel 11a
De artikelen 10 en 11 zoals die luidden op 31 december 2013, blijven van toepassing met betrekking tot de tegemoetkomingen, bedoeld in artikel 10, die betrekking hebben op aan het kalenderjaar 2014 voorafgaande kalenderjaren.
## Hoofdstuk 3. Wijzigingen in overige wetten
### Paragraaf 3.1. Wijzigingen in fiscale wetgeving