2006-01-01 | BWBR0015703 | Wet werk en bijstand
This commit is contained in:
parent
0089a30a0a
commit
b2666719c7
1 changed files with 65 additions and 58 deletions
|
|
@ -35,8 +35,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
a. premies volksverzekeringen: de premies op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, behoudens de nominale premie op grond van die wet;
|
||||
b. premies werknemersverzekeringen: de premie op grond van de Werkloosheidswet;
|
||||
c. ziekenfondspremie: de premie op grond van de Ziekenfondswet, behoudens de nominale premie;
|
||||
d. kinderbijslag: kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet.
|
||||
c. kinderbijslag: kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
|
|
@ -122,11 +121,9 @@ b. het verlenen van bijstand aan personen hier te lande die in zodanige omstandi
|
|||
|
||||
**3.** Het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is niet van toepassing op personen aan wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een uitkering verstrekt. Het college en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kunnen overeenkomen dat het eerste lid, aanhef en onderdeel a, van toepassing is op voornoemde personen.
|
||||
|
||||
**4.** Het college laat werkzaamheden die in het kader van de voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en het derde lid, worden uitgevoerd, verrichten door derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevorderen.
|
||||
**4.** Het college kan de uitvoering van deze wet, behoudens de vaststelling van de rechten en plichten van de belanghebbende en de daarvoor noodzakelijke beoordeling van zijn omstandigheden, door derden laten verrichten. Het college kan de in de eerste volzin bedoelde vaststelling en beoordeling mandateren aan bestuursorganen.
|
||||
|
||||
**5.** Het college kan de uitvoering van deze wet, behoudens de vaststelling van de rechten en plichten van de belanghebbende en de daarvoor noodzakelijke beoordeling van zijn omstandigheden, door derden laten verrichten. Het college kan de in de eerste volzin bedoelde vaststelling en beoordeling mandateren aan bestuursorganen.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tweede tot en met vijfde lid, waarbij kan worden bepaald dat een deel van de werkzaamheden, bedoeld in het vierde lid, niet door derden hoeft te worden verricht.
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tweede tot en met vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
|
|
@ -279,9 +276,9 @@ b. er geen in aanmerking te nemen vermogen is.
|
|||
|
||||
**2.** De hoogte van de algemene bijstand is het verschil tussen het inkomen en de bijstandsnorm.
|
||||
|
||||
**3.** In de algemene bijstand is een vakantietoeslag begrepen ter hoogte van 4,8 procent per 15 april 2005: 4,8 procent. van die bijstand.
|
||||
**3.** In de algemene bijstand is een vakantietoeslag begrepen ter hoogte van 4,8 procent per 1 januari 2006: 4,9 procent van die bijstand.
|
||||
|
||||
**4.** De algemene bijstand wordt verhoogd met de loonbelasting en premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de bijstand verleent, krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtige is, alsmede met de over die bijstand verschuldigde ziekenfondspremie.
|
||||
**4.** De algemene bijstand wordt verhoogd met de loonbelasting en premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de bijstand verleent, krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtige is, alsmede met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.2. Normen
|
||||
|
||||
|
|
@ -291,34 +288,34 @@ b. er geen in aanmerking te nemen vermogen is.
|
|||
|
||||
Voor belanghebbenden jonger dan 21 jaar zonder ten laste komende kinderen is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
|
||||
|
||||
a. een alleenstaande van 18, 19 of 20 jaar: € 196,23 per 15 april 2005: € 199,39;
|
||||
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 392,46 per 15 april 2005: € 398,78;
|
||||
c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder: € 764,02 per 15 april 2005: € 776,37.
|
||||
a. een alleenstaande van 18, 19 of 20 jaar: € 196,23 per 1 januari 2006: € 207,55;
|
||||
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 392,46 per 1 januari 2006: € 415,10;
|
||||
c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder: € 764,02 per 1 januari 2006: € 808,15.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voor belanghebbenden jonger dan 21 jaar met een of meer ten laste komende kinderen is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
|
||||
|
||||
a. een alleenstaande ouder van 18, 19 of 20 jaar: € 423,34 per 15 april 2005: € 430,18;
|
||||
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 619,57 per 15 april 2005: € 629,57;
|
||||
c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder: € 991,13 per 15 april 2005: € 1.007,16.
|
||||
a. een alleenstaande ouder van 18, 19 of 20 jaar: € 423,34 per 1 januari 2006: € 447,79;
|
||||
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 619,57 per 1 januari 2006: € 655,34;
|
||||
c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder: € 991,13 per 1 januari 2006: € 1.048,39.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
|
||||
|
||||
a. een alleenstaande: € 567,79 per 15 april 2005: € 576,98;
|
||||
b. een alleenstaande ouder: € 794,90 per 15 april 2005: € 807,77;
|
||||
c. gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger zijn dan 65 jaar: € 1135,57 per 15 april 2005: € 1153,96.
|
||||
a. een alleenstaande: € 567,79 per 1 januari 2006: € 600,60;
|
||||
b. een alleenstaande ouder: € 794,90 1 januari 2006: € 840,84;
|
||||
c. gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger zijn dan 65 jaar: € 1135,57 per 1 januari 2006: € 1.201,20.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
Voor belanghebbenden van 65 jaar of ouder is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
|
||||
|
||||
a. een alleenstaande: € 843,90 per 15 april 2005: € 869,52;
|
||||
b. een alleenstaande ouder: € 1071,01 per 15 april 2005: € 1.095,23;
|
||||
c. gehuwden waarvan beide echtgenoten 65 jaar of ouder zijn: € 1188,16 per 15 april 2005: € 1.221,02;
|
||||
d. gehuwden waarvan een echtgenoot 65 jaar of ouder is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar: € 1197,70 per 15 april 2005: € 1.221,02.
|
||||
a. een alleenstaande: € 843,90 1 januari 2006: € 913,18;
|
||||
b. een alleenstaande ouder: € 1071,01 per 1 januari 2006: € 1.133,09;
|
||||
c. gehuwden waarvan beide echtgenoten 65 jaar of ouder zijn: € 1188,16 per 1 januari 2006: € 1.261,72;
|
||||
d. gehuwden waarvan een echtgenoot 65 jaar of ouder is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar: € 1197,70 per 1 januari 2006: € 1.261,72.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
|
|
@ -326,10 +323,17 @@ d. gehuwden waarvan een echtgenoot 65 jaar of ouder is en de andere echtgenoot 2
|
|||
|
||||
Bij een verblijf in een inrichting is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
|
||||
|
||||
a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder: € 245,85 per 15 april 2005: € 256,95;
|
||||
b. gehuwden: € 382,43 per 15 april 2005: € 399,69.
|
||||
a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder: € 245,85 per 1 januari 2006: € 267,46;
|
||||
b. gehuwden: € 382,43 per 1 januari 2006: € 416,04.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een van de gehuwden in een inrichting verblijft, is de norm de som van de normen die voor ieder van hen als alleenstaande of alleenstaande ouder zouden gelden.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het bedrag van de norm, bedoeld in het eerste lid, wordt verhoogd met:
|
||||
|
||||
a. voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder € 51,00;
|
||||
b. voor gehuwden € 73,00.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een van de gehuwden in een inrichting verblijft, is de norm de som van de normen die voor ieder van hen als alleenstaande of alleenstaande ouder zouden gelden.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
|
|
@ -341,7 +345,7 @@ Indien een van de gehuwden geen recht op algemene bijstand heeft, is voor de rec
|
|||
|
||||
**1.** Het college verhoogt de norm, bedoeld in artikel 21, onderdelen a en b, met een toeslag voorzover de belanghebbende hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander.
|
||||
|
||||
**2.** De toeslag bedraagt ten hoogste € 227,11 per 15 april 2005: € 230,79 per kalendermaand.
|
||||
**2.** De toeslag bedraagt ten hoogste € 227,11 per 1 januari 2006: € 240,24 per kalendermaand.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
|
|
@ -359,7 +363,7 @@ Het college kan voor de belanghebbende die recent de deelname heeft beëindigd a
|
|||
|
||||
**1.** Het college kan de toeslag, bedoeld in artikel 25, voor een alleenstaande van 21 of 22 jaar afwijkend vaststellen voorzover het van oordeel is dat, gezien de hoogte van het minimumjeugdloon, de hoogte van deze toeslag een belemmering kan vormen voor de aanvaarding van arbeid.
|
||||
|
||||
**2.** Onder het minimumjeugdloon bedoeld in het eerste lid wordt verstaan het voor de betreffende leeftijd geldende minimumloon bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag verminderd met de daarover verschuldigde loonheffing en ziekenfondspremie.
|
||||
**2.** Onder het minimumjeugdloon bedoeld in het eerste lid wordt verstaan het voor de betreffende leeftijd geldende minimumloon bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag verminderd met de daarover verschuldigde loonheffing en de daarover verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
|
|
@ -388,28 +392,29 @@ Niet tot de middelen van de belanghebbende worden gerekend:
|
|||
|
||||
a. de middelen die deze ontvangt ten behoeve van het levensonderhoud van een niet in de bijstand begrepen persoon;
|
||||
b. kinderbijslag ontvangen ten behoeve van zijn in of buiten Nederland woonachtige kinderen;
|
||||
c. de kinderkorting, de aanvullende kinderkorting en de jonggehandicaptenkorting alsmede, voor alleenstaande ouders van wie het jongste kind jonger dan vijf jaar is, de aanvullende alleenstaande ouderkorting, de combinatiekorting en de aanvullende combinatiekorting, bedoeld in hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001;
|
||||
d. huurtoeslag ontvangen op grond van de Wet op de huurtoeslag, of een bijzondere bijdrage in de huurlasten ontvangen op grond van artikel 26b van die wet;
|
||||
c. de kinderkorting en de jonggehandicaptenkorting alsmede, voor alleenstaande ouders van wie het jongste kind jonger dan vijf jaar is, de aanvullende alleenstaande ouderkorting, de combinatiekorting en de aanvullende combinatiekorting, bedoeld in hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001;
|
||||
d. tegemoetkomingen in de zin van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;
|
||||
e. eigenwoningbijdrage of een bijzondere bijdrage ontvangen op grond van de Wet bevordering eigenwoningbezit;
|
||||
f. vergoedingen en tegemoetkomingen, waaronder begrepen de tegemoetkoming ontvangen op grond van het Tijdelijk besluit tegemoetkoming buitengewone uitgaven, voor, alsmede de vermindering of teruggave van, loonbelasting of inkomstenbelasting en van premies volksverzekeringen op grond van kosten die niet tot de algemeen noodzakelijke bestaanskosten behoren, tenzij voor deze kosten bijstand wordt verleend;
|
||||
g. vrije vergoedingen en vrije verstrekkingen als bedoeld in Hoofdstuk IIA van de Wet op de loonbelasting 1964, tenzij voor deze vergoedingen en verstrekkingen bijstand wordt verleend;
|
||||
h. inkomsten uit arbeid van de tot zijn last komende kinderen, alsmede door hen ontvangen uitkeringen inzake werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, tenzij het de verlening van bijzondere bijstand betreft voor bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan van die kinderen;
|
||||
i. rente ontvangen over op grond van artikel 34, tweede lid, onderdelen b en c, niet in aanmerking genomen vermogen en spaargelden;
|
||||
j. een eenmalige premie van ten hoogste € 1984,00 per kalenderjaar, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling;
|
||||
j. een eenmalige premie van ten hoogste € 1984,00 Per 1 januari 2006: € 2.054,00per kalenderjaar, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling;
|
||||
k. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag;
|
||||
l. bij ministeriële regeling aan te wijzen uitkeringen en vergoedingen voor materiële en immateriële schade;
|
||||
m. giften en andere dan de in onderdeel l bedoelde vergoedingen voor materiële en immateriële schade voorzover deze naar het oordeel van het college uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn;
|
||||
n. een uitkering tot levensonderhoud op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek die de belanghebbende jonger dan 21 jaar van zijn ouder of ouders ontvangt, voorzover deze uitkering op grond van artikel 12 reeds in aanmerking is genomen bij de vaststelling van het recht op bijzondere bijstand;
|
||||
o. inkomsten uit arbeid gedurende ten hoogste zes aaneengesloten maanden tot 25 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 163,00 per 1 juli 2004: € 165,00 per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt en dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling;
|
||||
p. een financiële tegemoetkoming waarop personen met een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet recht hebben.
|
||||
p. een uitkering als bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de Ziekenfondswet.
|
||||
o. inkomsten uit arbeid gedurende ten hoogste zes aaneengesloten maanden tot 25 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 163,00 per 1 januari 2006: € 172,00 per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt en dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling;
|
||||
p. een financiële tegemoetkoming waarop personen met een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet recht hebben;
|
||||
q. de ten behoeve van een levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 bij een uitvoerder als bedoeld in artikel 19g, derde lid, van die wet opgebouwde voorziening;
|
||||
r. een no-claimteruggave als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet of een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 9a van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De middelen worden in aanmerking genomen tot het bedrag dat resteert na aftrek van:
|
||||
|
||||
a. de daarover door de belanghebbende verschuldigde loonbelasting of inkomstenbelasting;
|
||||
b. de daarover door de belanghebbende verschuldigde premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en ziekenfondspremie dan wel een inhouding die met een of meer van deze premies overeenkomt;
|
||||
b. de daarover door de belanghebbende verschuldigde premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen dan wel een inhouding die met een of meer van deze premies overeenkomt, alsmede de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet;
|
||||
c. ten laste van de belanghebbende komende verplichte bijdragen ingevolge een pensioenregeling en daarmee vergelijkbare regelingen;
|
||||
d. andere ten laste van de belanghebbende komende verplichte inhoudingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -421,7 +426,7 @@ d. andere ten laste van de belanghebbende komende verplichte inhoudingen.
|
|||
|
||||
Onder inkomen wordt verstaan de op grond van artikel 31 in aanmerking genomen middelen voorzover deze:
|
||||
|
||||
a. betreffen inkomsten uit of in verband met arbeid, inkomsten uit vermogen, een premie als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel j, een kostenvergoeding als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel k, inkomsten uit verhuur, onderverhuur of het hebben van een of meer kostgangers, socialezekerheidsuitkeringen, uitkeringen tot levensonderhoud op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, voorlopige teruggave of teruggave van inkomstenbelasting, loonbelasting en premies volksverzekeringen, dan wel naar hun aard met deze inkomsten en uitkeringen overeenkomen; en
|
||||
a. betreffen inkomsten uit of in verband met arbeid, inkomsten uit vermogen, een premie als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel j, een kostenvergoeding als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel k, inkomsten uit verhuur, onderverhuur of het hebben van een of meer kostgangers, socialezekerheidsuitkeringen, uitkeringen tot levensonderhoud op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, voorlopige teruggave of teruggave van inkomstenbelasting, loonbelasting, premies volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdragen als bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet, dan wel naar hun aard met deze inkomsten en uitkeringen overeenkomen; en
|
||||
b. betrekking hebben op een periode waarover beroep op bijstand wordt gedaan.
|
||||
|
||||
**2.** Middelen die het karakter hebben van uitgesteld inkomen worden in aanmerking genomen naar de periode waarin deze zijn verworven. Middelen die het karakter hebben van doorbetaling van inkomen over een periode worden in aanmerking genomen naar de periode waarin deze te gelde kunnen worden gemaakt.
|
||||
|
|
@ -438,8 +443,8 @@ b. betrekking hebben op een periode waarover beroep op bijstand wordt gedaan.
|
|||
|
||||
Het inkomen uit studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 wordt in aanmerking genomen naar het normbedrag voor levensonderhoud waarnaar deze is berekend, met dien verstande dat het normbedrag voor levensonderhoud als bedoeld in artikel 3.2 van die wet wordt gesteld op:
|
||||
|
||||
a. voor een thuisinwonende studerende: € 271,06 per 1 januari 2005: € 286,17 per kalendermaand;
|
||||
b. voor een uitwonende studerende: € 486,94 per 1 januari 2005: € 514,07 per kalendermaand.
|
||||
a. voor een thuisinwonende studerende: € 271,06 per 1 januari 2006: € 289,55 per kalendermaand;
|
||||
b. voor een uitwonende studerende: € 486,94 per 1 januari 2006: € 520,14 per kalendermaand.
|
||||
|
||||
**3.** De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten wordt in aanmerking genomen naar het normbedrag voor de basistoelage, bedoeld in artikel 4.3 van die wet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -449,8 +454,8 @@ b. voor een uitwonende studerende: € 486,94 per 1 januari 2005: € 514,07 pe
|
|||
|
||||
Indien de alleenstaande, de alleenstaande ouder of een van de echtgenoten 65 jaar of ouder is, wordt voor de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand een in de vorm van een periodieke uitkering ontvangen particuliere oudedagsvoorziening buiten beschouwing gelaten tot een bedrag van:
|
||||
|
||||
a. voor een alleenstaande en een alleenstaande ouder: € 16,45 per 1 januari 2005: € 16,90 per kalendermaand;
|
||||
b. voor de gehuwden tezamen: € 32,90 per 1 januari 2005: € 33,80 per kalendermaand.
|
||||
a. voor een alleenstaande en een alleenstaande ouder: € 16,45 per 1 januari 2006: € 17,15 per kalendermaand;
|
||||
b. voor de gehuwden tezamen: € 32,90 per 1 januari 2006: € 34,30 per kalendermaand.
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
|
|
@ -468,17 +473,17 @@ Niet als vermogen wordt in aanmerking genomen:
|
|||
a. bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk zijn;
|
||||
b. het bij de aanvang van de bijstand aanwezige vermogen voorzover dit minder bedraagt dan de van toepassing zijnde vermogensgrens, genoemd in het derde lid;
|
||||
c. spaargelden opgebouwd tijdens de periode waarin bijstand wordt ontvangen;
|
||||
d. het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf, bedoeld in artikel 50, eerste lid, voorzover dit minder bedraagt dan € 42 000,00 per 1 januari 2005: € 43.100,00;
|
||||
d. het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf, bedoeld in artikel 50, eerste lid, voorzover dit minder bedraagt dan € 42 000,00 per 1 januari 2006: € 43.700,00;
|
||||
e. vergoedingen voor immateriële schade als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen l en m;
|
||||
f. het tegoed dan wel de verzekerde som, bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel q.
|
||||
f. de voorziening, bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel q.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde vermogensgrens is:
|
||||
|
||||
a. voor een alleenstaande: € 4975,00 per 1 januari 2005: € 5.105,00;
|
||||
b. voor een alleenstaande ouder: € 9950,00 per 1 januari 2005: € 10.210,00;
|
||||
c. voor de gehuwden tezamen: € 9950,00 per 1 januari 2005: € 10.210,00.
|
||||
a. voor een alleenstaande: € 4975,00 per 1 januari 2006: € 5.180,00;
|
||||
b. voor een alleenstaande ouder: € 9950,00 per 1 januari 2006: € 10.360,00;
|
||||
c. voor de gehuwden tezamen: € 9950,00 per 1 januari 2006: € 10.360,00.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -495,11 +500,11 @@ b. tijdens de bijstandsverlening niet in aanmerking is genomen op grond van dit
|
|||
|
||||
**1.** Onverminderd paragraaf 2.2, heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voorzover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voorzover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn. Het college bepaalt het begin en de duur van de periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen.
|
||||
|
||||
**2.** Het college kan bijzondere bijstand weigeren, indien de in het eerste lid bedoelde kosten binnen twaalf maanden een bedrag van € 107,00 per 1 januari 2005: € 112,00 niet te boven gaan.
|
||||
**2.** Het college kan bijzondere bijstand weigeren, indien de in het eerste lid bedoelde kosten binnen twaalf maanden een bedrag van € 107,00 per 1 januari 2006: € 114,00 niet te boven gaan.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid kan bijzondere bijstand ook aan een persoon van 65 jaar of ouder, behorend tot een bepaalde categorie, worden verleend, zonder dat wordt nagegaan of ten aanzien van die persoon de hierna bedoelde kosten ook daadwerkelijk noodzakelijk zijn of gemaakt zijn, indien ten aanzien van de categorie waartoe hij behoort aannemelijk is dat die zich in bijzondere omstandigheden bevindt die leiden tot bepaalde noodzakelijke kosten van bestaan waarin de algemene bijstand niet voorziet en die de aanwezige draagkracht te boven gaan.
|
||||
|
||||
**4.** Voorzover de gemeente krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtige is, wordt de bijzondere bijstand verhoogd met de loonbelasting en premies volksverzekeringen, alsmede met de over die bijstand verschuldigde ziekenfondspremie.
|
||||
**4.** Voorzover de gemeente krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtige is, wordt de bijzondere bijstand verhoogd met de loonbelasting en premies volksverzekeringen, alsmede met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet.
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
|
|
@ -524,7 +529,7 @@ a. die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op
|
|||
b. voor wie bij de laatste arbeidsongeschiktheidsbeoordeling is afgezien van het arbeidsdeskundig onderzoek, en;
|
||||
c. die voldoet aan het eerste lid, onderdelen a, b, voorzover het inkomsten uit arbeid betreft, c, en d.
|
||||
|
||||
**5.** De langdurigheidstoeslag bedraagt voor gehuwden € 454,00 per 1 januari 2005: € 466,00, voor een alleenstaande ouder € 408,00 per 1 januari 2005: € 418,00 en voor een alleenstaande € 318,00 per 1 januari 2005: € 327,00 per jaar.
|
||||
**5.** De langdurigheidstoeslag bedraagt voor gehuwden € 454,00 per 1 januari 2006: € 473,00, voor een alleenstaande ouder € 408,00 per 1 januari 2006: € 425,00 en voor een alleenstaande € 318,00 per 1 januari 2006: € 331,00 per jaar.
|
||||
|
||||
**6.** De artikelen 8, eerste lid, onderdeel b, 13, eerste lid, onderdeel a, en derde lid, 18, tweede en derde lid, 40, 46, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 54, paragraaf 6.4 en 6.5, alsmede artikel 63 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -532,9 +537,9 @@ c. die voldoet aan het eerste lid, onderdelen a, b, voorzover het inkomsten uit
|
|||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
**1.** In deze paragraaf wordt onder netto minimumloon verstaan het minimumloon per maand, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, verhoogd met de aanspraak op vakantiebijslag waarop een werknemer op grond van artikel 15 van die wet over dat minimumloon ten minste aanspraak kan maken, na aftrek van de daarvan in te houden loonbelasting, premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en het werknemersaandeel in de ziekenfondspremie.
|
||||
**1.** In deze paragraaf wordt onder netto minimumloon verstaan het minimumloon per maand, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, verhoogd met de aanspraak op vakantiebijslag waarop een werknemer op grond van artikel 15 van die wet over dat minimumloon ten minste aanspraak kan maken, na aftrek van de daarvan in te houden loonbelasting, premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet, en vermeerderd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde loonbelasting en premies volksverzekeringen worden berekend voor een werknemer, jonger dan 65 jaar, rekening houdend met uitsluitend tweemaal de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, over het minimumloon en de aanspraak op vakantiebijslag daarover, vermeerderd met het werkgeversaandeel in de ziekenfondspremie en verminderd met de premies werknemersverzekeringen.
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde loonbelasting en premies volksverzekeringen worden berekend voor een werknemer, jonger dan 65 jaar, rekening houdend met uitsluitend tweemaal de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, over het minimumloon en de aanspraak op vakantiebijslag daarover, vermeerderd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, en verminderd met de premies werknemersverzekeringen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien ingevolge een van de socialeverzekeringswetten een premie wordt ingehouden waarvan het percentage per bedrijfstak verschilt, wordt met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels bij ministeriële regeling voor de toepassing van het eerste lid een gemiddeld percentage vastgesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -553,9 +558,11 @@ b. het percentage, genoemd in artikel 19, derde lid, zodanig dat dit gelijk is a
|
|||
|
||||
**3.** Met ingang van de dag waarop het netto ouderdomspensioen en de daarbij behorende vakantie-uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet wijzigen, worden de normen, genoemd in artikel 22, herzien met het percentage van die wijziging.
|
||||
|
||||
**4.** Met ingang van de dag waarop het netto minimumloon wijzigt, worden de normen, genoemd in artikel 23, eerste lid, herzien met het percentage van deze wijziging. Onder het netto minimumloon, bedoeld in de eerste volzin, wordt verstaan het netto minimumloon, bedoeld in artikel 37, eerste lid, met dien verstande dat daarop in mindering worden gebracht de gemiddelde nominale premies die gehuwden op grond van de Ziekenfondswet verschuldigd zijn.
|
||||
**4.** Met ingang van de dag waarop het netto minimumloon wijzigt, worden de normen, genoemd in artikel 23, eerste lid, herzien met het percentage van deze wijziging.
|
||||
|
||||
**5.** Van de herziene normen en bedragen en van de dag waarop de herziening plaatsvindt wordt door Onze Minister mededeling gedaan in de Staatscourant.
|
||||
**5.** De bedragen, genoemd in artikel 23, tweede lid, worden herzien, indien het drempelinkomen, bedoeld in de Wet op de zorgtoeslag, wordt aangepast, de percentages, bedoeld in artikel 2 van die wet, worden gewijzigd of het bedrag van de standaardpremie op grond van artikel 4 van die wet op een ander bedrag wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
**6.** Van de herziene normen en bedragen en van de dag waarop de herziening plaatsvindt wordt door Onze Minister mededeling gedaan in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
|
|
@ -689,7 +696,7 @@ In afwijking van artikel 13, eerste lid, onderdeel f, kan het college bijzondere
|
|||
|
||||
a. in de vorm van borgtocht, indien het verzoek van de belanghebbende tot verlening van een saneringskrediet is afgewezen vanwege diens beperkte mogelijkheden tot terugbetaling en de borgtocht noodzakelijk is om de krediettransactie alsnog doorgang te doen vinden door een:
|
||||
|
||||
1°. gemeentelijke kredietbank als bedoeld in de Wet op het consumentenkrediet;
|
||||
1°. gemeentelijke kredietbank als bedoeld in de Wet financiële dienstverlening;
|
||||
2°. kredietinstelling die is ingeschreven in het register bedoeld in artikel 52, tweede lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, indien de gemeente niet is aangesloten bij een gemeentelijke kredietbank dan wel daarmee geen relatie onderhoudt;
|
||||
b. indien daartoe zeer dringende redenen bestaan en de in onderdeel a genoemde mogelijkheid geen uitkomst biedt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -722,7 +729,7 @@ b. voorzover het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf hoger is dan
|
|||
|
||||
**1.** Indien algemene bijstand wordt verleend over een periode, waarover een voorschot is ontvangen met toepassing van artikel 31, tweede lid, van de Werkloosheidswet, artikel 47a, eerste lid, van Ziektewet, artikel 67, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, artikel 50, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 55, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of artikel 47, tweede lid van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering jonggehandicapten, al dan niet met gelijktijdige toepassing van artikel 17, eerste lid, van de Toeslagenwet, en dit voorschot door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt teruggevorderd, kan deze bijstand zonder machtiging van de belanghebbende tot het bedrag van dit voorschot aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen worden betaald.
|
||||
|
||||
**2.** In het geval, bedoeld in het eerste lid, vergoedt de gemeente aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tevens de over de te verlenen bijstand verschuldigde loonbelasting, premies volksverzekeringen en de ziekenfondspremie.
|
||||
**2.** In het geval, bedoeld in het eerste lid, vergoedt de gemeente aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tevens de over de te verlenen bijstand verschuldigde loonbelasting, premies volksverzekeringen en de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6.2. Onderzoek, opschorten en herzien
|
||||
|
||||
|
|
@ -791,7 +798,7 @@ f. anderszins onverschuldigd is betaald, waaronder begrepen dat:
|
|||
|
||||
**3.** Het in aanmerking nemen van in de voorafgaande drie maanden ontvangen middelen wordt niet als terugvordering beschouwd.
|
||||
|
||||
**4.** Bij gebreke van tijdige betaling kan de vordering worden verhoogd met de wettelijke rente en de op de terugvordering betrekking hebbende kosten. Loonbelasting en de premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de bijstand verstrekt krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtige is, alsmede de ziekenfondspremie kunnen worden teruggevorderd, voorzover deze belasting en premies niet verrekend kunnen worden met de belastingdienst en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
|
||||
**4.** Bij gebreke van tijdige betaling kan de vordering worden verhoogd met de wettelijke rente en de op de terugvordering betrekking hebbende kosten. Loonbelasting en de premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de bijstand verstrekt krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtige is, alsmede de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, kunnen worden teruggevorderd, voorzover deze belasting, premies en vergoeding niet verrekend kunnen worden met de door het college af te dragen loonbelasting, premies volksverzekeringen en vergoeding.
|
||||
|
||||
**5.** Terugvordering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, vindt niet plaats, indien de betreffende kosten zijn gemaakt meer dan twee jaar vóór de datum van verzending van het besluit tot terugvordering.
|
||||
|
||||
|
|
@ -842,11 +849,11 @@ De hieronder vermelde instanties zijn verplicht desgevraagd aan het college of,
|
|||
a. het college van andere gemeenten;
|
||||
b. de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank;
|
||||
c. de belastingdienst;
|
||||
d. het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1a van de Ziekenfondswet, het College van toezicht op de zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1u van de Ziekenfondswet, de ziekenfondsen, de ziektekostenverzekeraars en de uitvoeringsorganen, bedoeld in artikel 4 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
|
||||
d. het College zorgverzekeringen, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, het College toezicht, genoemd in artikel 77, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet en de zorgverzekeraars in de zin van de artikelen 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet of van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
|
||||
e. de bedrijfstakpensioenfondsen, ondernemingspensioenfondsen, risicofondsen, stichtingen tot uitvoering van een regeling inzake vervroegd uittreden en andere organen belast met het doen van uitkeringen of verstrekkingen die bij of krachtens artikel 8 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers als inkomen worden aangemerkt;
|
||||
f. de Kamers van Koophandel, met dien verstande dat dit, in afwijking van de aanhef van dit lid, geschiedt tegen betaling van de daarvoor op grond van de Handelsregisterwet 1996 vastgestelde vergoeding;
|
||||
g. de korpschef en de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee in de zin van de Vreemdelingenwet 2000;
|
||||
h. Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer betreffende de toepassing van de Wet op de huurtoeslag en de Wet bevordering eigenwoningbezit;
|
||||
h. de Belastingdienst/Toeslagen betreffende de toekenning van tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer betreffende de toepassing van de Wet bevordering eigenwoningbezit;
|
||||
i. de Informatie Beheer Groep betreffende de toepassing van de Wet studiefinanciering 2000, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
|
||||
j. Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij betreffende de omvang van de productiebeperkende maatregelen voor het bedrijf van de ondernemer in de agrarische sector;
|
||||
k. Onze Minister van Justitie voorzover het betreft de persoon die rechtens zijn vrijheid is ontnomen;
|
||||
|
|
@ -909,9 +916,9 @@ Het college is verplicht, indien het bij de uitvoering van deze wet het gegronde
|
|||
Het college is bevoegd uit eigen beweging en verplicht desgevraagd, onverminderd artikel 107 van de Vreemdelingenwet 2000, uit de administratie terzake van de uitvoering van deze wet aan de hieronder vermelde instanties kosteloos de gegevens te verstrekken:
|
||||
|
||||
a. de Centrale organisatie voor werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank voor de uitvoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of de wettelijke regelingen, bedoeld in de artikelen 30, eerste lid, onderdeel a, en 34, eerste lid, onderdeel a, van die wet;
|
||||
b. de belastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting of premies volksverzekeringen;
|
||||
b. de Belastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting, de premies voor de sociale verzekeringen, bedoeld in artikel 2, onderdelen a en c, van de Wet financiering sociale verzekeringen, of inkomensafhankelijke bijdragen als bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet en de Belastingdienst/Toeslagen voor de uitvoering van inkomensafhankelijke regelingen als bedoeld in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;
|
||||
c. het college van andere gemeenten voor de uitvoering van deze wet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Wet werk en inkomen kunstenaars;
|
||||
d. het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1a van de Ziekenfondswet, het College van toezicht op de zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1u van de Ziekenfondswet, en de ziekenfondsen, de ziektekostenverzekeraars en de uitvoeringsorganen, bedoeld in artikel 4 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, voor de uitvoering van de Ziekenfondswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
|
||||
d. het College zorgverzekeringen, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, het College toezicht, genoemd in artikel 77, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet en de zorgverzekeraars in de zin van de artikelen 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet of van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, voor de uitvoering van de Zorgverzekeringswet of de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
|
||||
e. derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de arbeidsinschakeling van personen bevorderen;
|
||||
f. buitenlandse organen voor de vervulling van een taak van zwaarwegend algemeen belang;
|
||||
g. bestuursorganen van de Nederlandse Antillen en Aruba voor de vervulling van een taak van zwaarwegend algemeen belang.
|
||||
|
|
@ -941,7 +948,7 @@ g. bestuursorganen van de Nederlandse Antillen en Aruba voor de vervulling van e
|
|||
Onze Minister verstrekt jaarlijks ten laste van 's Rijks kas aan het college:
|
||||
|
||||
a. een uitkering voor de kosten van voorzieningen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, niet zijnde uitvoeringskosten;
|
||||
b. een uitkering voor de kosten van de door hen toegekende algemene bijstand, waaronder begrepen de loonbelasting, premies volksverzekeringen en de ziekenfondspremie die daarover verschuldigd zijn, en van de langdurigheidstoeslag.
|
||||
b. een uitkering voor de kosten van de door hen toegekende algemene bijstand, waaronder begrepen de loonbelasting, de premies volksverzekeringen die daarover verschuldigd zijn en de in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet bedoelde vergoedingen van de inkomensafhankelijke bijdragen daarover, en van de langdurigheidstoeslag.
|
||||
|
||||
De uitkeringen worden ten minste drie maanden voorafgaand aan het kalenderjaar waarop zij betrekking hebben door Onze Minister vastgesteld.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue