From b2710966d295d2620c91ac19cde34b830bcbc0bd Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Apr 2002 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2002-04-01 | BWBR0002063 | Wet op de economische delicten --- .../BWBR0002063/README.md | 967 ++++++++++++++++++ 1 file changed, 967 insertions(+) create mode 100644 wet/wet-op-de-economische-delicten/BWBR0002063/README.md diff --git a/wet/wet-op-de-economische-delicten/BWBR0002063/README.md b/wet/wet-op-de-economische-delicten/BWBR0002063/README.md new file mode 100644 index 00000000000..065f2d0abf8 --- /dev/null +++ b/wet/wet-op-de-economische-delicten/BWBR0002063/README.md @@ -0,0 +1,967 @@ +--- +titel: Wet op de economische delicten +bwb_id: BWBR0002063 +type: wet +status: geldend +datum_inwerkingtreding: '1951-05-01' +bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0002063 +citeertitel: Wet op de economische delicten +--- + +# Wet op de economische delicten + +## Titel I. Van de economische delicten + +### Artikel 1 + +Economische delicten zijn: + +1°. overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: + +de Distributiewet 1939, de artikelen 4, 5, 6, 7, 8, 15, tweede, vierde en vijfde lid, 16 en 17; + +de Elektriciteitswet 1998, de artikelen 5, zesde lid, 7, tweede lid, 12, eerste lid, 16, 18, 21, 46, 47, eerste lid, 53, eerste lid, 56, eerste lid, 60, 62, 64, 69, 78, tweede lid, 79, 84, 95a, eerste lid, 95b en 95f; + +de Gaswet, de artikelen 4, eerste lid, 7, eerste lid, 8, 11, eerste lid, 12, eerste en vierde lid, 13, derde lid, 18, eerste lid, 19, tweede lid, 21, eerste lid, 25, eerste lid, 28, 29, 30, eerste lid, 32, 33, 34, tweede lid, 35, 36, 37, 38, 43, eerste lid, 44, 48, 56, 72, eerste lid, 73, vierde lid, 78, tweede lid, 79 en 82; + +de Hamsterwet, de artikelen 3 en 4; + +de In- en uitvoerwet, de artikelen 2, eerste en vierde lid, 2a, eerste, derde en vijfde lid, 5, 7, eerste lid, en 18, voor zover betrekking hebbende op goederen die in een krachtens die wet vastgesteld invoer- of uitvoerbesluit onderscheidenlijk krachtens artikel 2, vierde lid, of 7, eerste lid, van die wet vastgestelde ministeriële regeling worden aangemerkt als strategische goederen, en artikel 2a, zesde, zevende, en achtste lid; + +de Mijnwet continentaal plat, de artikelen 2 en - voor zover niet artikel 7, vierde lid, toepassing heeft gevonden - artikel 7, tweede lid; + +de Noodwet financieel verkeer, de artikelen 3, 4, 5, 6, 11, 12, 17, 18, 26 en 28, tweede lid; + +de Noodwet voedselvoorziening, de artikelen 6, 7, 9, 10, 11, tweede lid, 12, 13, 22, 23, 24, eerste lid, 25 en 29; + +de Overgangswet elektriciteitsproductiesector, de artikelen 8, vierde lid, en 12; + +de Prijzennoodwet, de artikelen 5, 6, tweede lid, en - voor zover aangeduid als strafbare feiten - 8 en 9; + +de Telecommunicatiewet, de artikelen 3.3, eerste lid, 3.10, 10.5, 10.16, eerste lid, 10.19, eerste lid, 18.8 en 18.9; + +de Uitvoeringswet verdrag biologische wapens, de artikelen 2, eerste en derde lid, 3 en 4; + +de Uitvoeringswet verdrag chemische wapens, de artikelen 2 en 3, eerste lid; + +de Wet goedkeuring en uitvoering Markham-overeenkomst artikel 6; + +de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994, artikel 5, eerste lid; + +de Wet herstructurering varkenshouderij, de artikelen 15 en 27, derde lid; + +de Wet op de geneesmiddelenvoorziening, de artikelen 2, derde lid en 3, vierde lid; + +de Wet voorkoming misbruik chemicaliën, artikelen 2, 3, 5, 10 onder *a*, en 12. +2°. overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: + +de Bodemproductiewet 1939, artikel 3; + +de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, de artikelen 66,68 en 73, eerste lid; + +de In- en uitvoerwet, de artikelen 2, eerste en vierde lid, 2*a*, eerste en derde lid, 5, 7, eerste lid, en 18, voor zover niet betrekking hebbende op goederen die in een krachtens die wet vastgesteld invoer- of uitvoerbesluit onderscheidenlijk krachtens artikel 2, vierde lid, of 7, eerste lid, van die wet vastgestelde ministeriële regeling worden aangemerkt als strategische goederen, alsmede de artikelen 2b, 4, eerste lid, onder a, c en e, en derde lid juncto eerste lid, onder a, c en e, en - voor zover aangeduid als strafbare feiten - 17; + +de Landbouwwet, de artikelen 17, 18, 19, 20, 22, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 47, en 51; + +de Sanctiewet 1977, artikel 2 juncto artikel 3, de artikelen 7 en 9, voor zover betrekking hebbend op regels als bedoeld in artikel 3; + +de Telecommunicatiewet, de artikelen 2.1, eerste lid, 3.8, 4.1, vierde lid, 4.2, vijfde en achtste lid, 4.4, vijfde lid, 10.8, 10.a17, 13.1, 13.2, 13.5 en 13.8; + +de verordening (EG) nr. 2271/96 van de Raad van de Europese Unie van 22 november 1996 tot bescherming tegen de gevolgen van de extraterritoriale toepassing van rechtsregels uitgevaardigd door een derde land en daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen (PbEG L 309), artikel 2, eerste en tweede alinea, en artikel 5, eerste alinea; + +de verordening (EG) nr. 1338/2001 van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 2001 tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (*PbEG *L 181), artikel 6, eerste lid, eerste en tweede volzin; + +de Wet tot behoud van cultuurbezit, de artikelen 7, 8, 9, 14a en 14b; + +de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994, de artikelen 3, 4, 6, derde lid, en 8; + +de Wet identificatie bij financiële dienstverlening 1993, de artikelen 2, eerste, tweede en zesde lid, 5, 6, 7 en 8; + +de Wet medefinanciering aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, artikel 11, eerste en tweede lid; + +de Wet melding ongebruikelijke transacties, de artikelen 9, 10, tweede lid, en 19, alsmede voor zover aangeduid als strafbare feiten, overtreding van krachtens artikel 11 gegeven voorschriften; + +de Wet melding zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen 1996, de artikelen 2, 3, eerste lid, 6, eerste lid, 8, eerste lid, tweede volzin, derde en vierde lid, en 14, tweede lid; + +de Wet op het notarisambt, artikel 127, tweede lid; + +de Wet opsporing delfstoffen, artikel 2 en - voor zover niet artikel 4*a*, vierde lid, toepassing heeft gevonden - artikel 4*a*, eerste lid; + +de Wet tarieven gezondheidszorg, de artikelen 2, 17*b*, 17*f*, 30 en 34; + +de Wet toezicht beleggingsinstellingen, de artikelen 4, eerste lid, 8, 10, 11, eerste lid, 12, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 14, tweede lid, 16, derde en vierde lid, 17, vijfde en zevende lid, 19, tweede tot en met vierde lid, 20, 22, tweede lid, 24, 27b, tweede en derde lid, en 27c, tweede lid; + +de Wet toezicht effectenverkeer 1995, de artikelen 3, eerste lid, 4, tweede lid, 5, eerste en derde lid, 6, tweede lid, 6a, eerste en derde lid, 6b, 6c, tweede lid, 7, eerste, derde en zevende lid, 10, tweede lid, 11, eerste en vijfde lid, 11a, derde, vierde en zesde lid, 12, tweede en vierde lid, 13, zesde en achtste lid, 16, eerste, achtste, negende, elfde, twaalfde en dertiende lid, 17, eerste en tweede lid, 18, tweede lid, 19, tweede lid, 22, eerste, derde en vijfde lid, 24, eerste en derde lid, 25, tweede lid, 26a, eerste, vijfde en zesde lid, 27, derde lid, 28, derde lid, 29, vijfde lid, 31, eerste en tweede lid, 36, tweede en derde lid, 37, tweede lid, 45, vierde lid, 46a, eerste lid, 46b, eerste, derde en vijfde lid, eerste volzin, en 46d; + +de Wet toezicht kredietwezen 1992, de artikelen 6, 14, 15, vierde en vijfde lid, 16, eerste, zevende en achtste lid, 19, eerste lid, 23, eerste, vierde en vijfde lid, 24, eerste, vierde, vijfde en zesde lid, 28, tweede lid en vijfde lid, onder a, 29, tweede lid, 30, vierde en vijfde lid, 31, eerste lid, onder a en eerste lid, onder b, 32, eerste lid, onder a, en eerste lid, onder b, 36, 38, 43, 55, vierde, zesde en zevende lid, 56, eerste en tweede lid, 56a, 58, tweede lid, 62, eerste, tweede en derde lid, 63, 64, tweede lid, 66, tweede en derde lid, 66a, tweede lid, 69, 72, derde lid, 81, vijfde lid, 82, eerste en vierde lid, 83, eerste en vierde lid, 84, tweede en vierde lid en 85; + +de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, de artikelen 24, eerste lid, 42, tweede lid, 53, eerste en tweede volzin, 54, tweede lid, 54, derde lid, onderdeel a, 54, vijfde lid, eerste volzin, 54a, tweede en vierde lid, 55, eerste lid, 55, tweede lid, 56, zesde lid, laatste volzin, 57, derde lid, 57, vierde lid, 64, eerste lid, 64, tweede lid, 67, eerste lid, 67, tweede lid, 68, eerste lid, 69i, derde lid, tweede volzin, 69j, eerste lid, 69k, eerste lid, eerste volzin, 72, tweede lid, 72a, tweede lid, 72a, derde lid, 72b, 73c, eerste lid, 76, eerste lid, 89, eerste lid, 89, tweede lid, 95, eerste lid, 95, tweede lid, 96, eerste lid, 100, tweede lid, 100a, tweede lid, 100a, derde lid, 100b, eerste lid, 104, eerste lid, 115, vijfde lid, 120, vierde lid, 137, eerste lid, 140, eerste lid, 141, derde lid, 143, eerste lid, 146, eerste lid, 147, derde lid, 147c, vijfde lid, 147d, derde lid, laatste volzin, 147h, tweede volzin, 147i, eerste, tweede en vierde lid, 147k, vijfde lid, derde en laatste volzin, 147k, zevende lid, 147l, tweede lid, 147m, vierde lid, laatste volzin, 153, eerste lid, 174, eerste lid, 174, zesde lid, 174, zevende lid, 175, eerste lid, 175, vierde lid, 175, zesde lid, 177, eerste lid, 178, eerste lid, 179, tweede lid, 179, negende lid, 180, 181, eerste lid, 181, tweede lid, 181, derde lid, 181, zesde lid, laatste volzin, 181, zevende lid, 184, tweede lid, 184, derde lid, 185, tweede lid; + +de Wet inzake de wisselkantoren, de artikelen 4, eerste lid, 5, derde lid, 9, eerste lid, 10, 11, 12, tweede lid, 16 en 20, tweede en derde lid; + +de Woningwet, artikel 103; + +de Wet explosieven voor civiel gebruik, de artikelen 3, 10 en 17, eerste lid; + +de Wet voorkoming misbruik chemicaliën, artikel 10, onder *b*. + +Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, de artikelen 11, 26, eerste lid, eerste en tweede volzin, 27, tweede lid, 27, derde lid, onderdeel a, 27, vijfde lid, eerste volzin, 27a, tweede en vierde lid, 28, eerste lid, 28, tweede lid, 29, zesde lid, laatste volzin, 30, tweede lid, 30, derde lid, 33, tweede lid, 33a, tweede lid, 33a, derde lid, 33b, 33c, eerste lid, 36, eerste lid, 37, 39, eerste lid, 39, tweede lid, 41, 46, 51, vierde lid, 56, eerste lid, 56, tweede lid, 59, eerste lid, 64, eerste lid, 81, eerste lid, 81, zesde lid en zevende lid, 82, eerste lid, 82, vierde lid en zesde lid, 85, eerste lid, 86, 89, tweede lid, 89, derde lid, 90, tweede lid; +3°. overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: + +de Arbeidstijdenwet, artikel 8:3, eerste lid; + +de Prijzenwet, de artikelen 2, 2*b*, 3, en - voor zover aangeduid als strafbare feiten - 11; + +de Warenwet, artikel 21; + +de Wet op de kansspelen, de artikelen 1, onder a, b en d, 7, 7c, tweede lid, 13, 14, 27, 28, 30b, eerste lid, 30d, eerste lid, 30g, eerste lid, 30h, eerste lid, 30i, eerste lid, onder b, 30j, eerste lid, 30m, eerste lid, 30q, derde lid, 30r, derde en vierde lid, 30t, eerste en tweede lid, 30u, eerste lid, 30x en 30z; + +de Wet personenvervoer 2000, artikel 4; + +de Wet toezicht effectenverkeer 1995, de artikelen 46 en 47; + +de Woningwet, artikel 120; + +de Zaaizaad- en Plantgoedwet, de artikelen 40, 41, eerste lid, 41*a*, 41*b*, 80, 81, 83–85, 87 en 91, vierde lid; + +de verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van de Europese Unie van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht (PbEG L 227), de artikelen 13, tweede lid, 17, eerste en tweede lid en 18, derde lid. + +de Arbeidsomstandighedenwet 1998, de artikelen 6, eerste lid, eerste volzin, 10, 28, zevende lid, 32 en de handeling of het nalaten, bedoeld in artikel 33, derde lid alsmede– voorzover aangewezen als strafbare feiten – de artikelen 6, eerste lid, tweede volzin, en 16, tiende lid. +4°. overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: + +de Arbeidstijdenwet, de artikel 3:2, eerste en vierde lid, 3:3, derde en vierde lid, 3:5, eerste lid, 4:1, zesde lid, 4:3, eerste lid, 4:6, 5:3, eerste en tweede lid, 5:4, derde en vierde lid, 5:5, 5:6, 5:7, derde lid, 5:8, derde lid, 5:9, derde lid, 5:10, eerste, tweede en zevende lid, 5:11, tweede tot en met vijfde lid, 5:13, tweede lid, 5:14, derde lid, 5:15, zesde lid, 5:16, eerste lid, voor zover het niet-naleven van de in dit artikellid bedoelde bepalingen een strafbaar feit oplevert, 11:2, alsmede - voor zover aangeduid als strafbare feiten - het niet-naleven van de voorschriften krachtens de artikelen 2:7, eerste lid, 4:3, tweede tot en met vierde lid en 5:12, eerste en tweede lid; + +het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945, artikel 8; + +de Colportagewet, de artikelen 6, 7, 8 en 24, tweede lid; + +de Diergeneesmiddelenwet, de artikelen 2, eerste lid, 7, 13, 14, eerste en tweede lid, 17, eerste lid, 18, 19, 20, tweede lid, 21, eerste lid, 24, tweede lid, 30, eerste lid, 31, eerste lid, 32, 33, 35, 36, eerste lid, 37, eerste lid, 38, 39, 40, 41, 42, 43, eerste lid, 44, eerste lid, 45, derde lid, 49 en 58, derde lid; + +de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, de artikelen 1, tweede lid, 3, 4, 5, 6 tot en met 9, 10 tot en met 13, 17 tot en met 21, 25, 26, 29, 30, 34, 38, 39, 41, derde lid, 42, 44, 45, 46, 47, zesde lid, 52, eerste lid, 53, 54, 55, 56, 57, 58, eerste en vierde lid, 59, vierde lid, 60, 65, 76, 77 tot en met 80, 96 tot en met 105, 107, 111 en 120; + +de Landbouwkwaliteitswet, de artikelen 2, eerste en tweede lid, 3, tweede lid, 4, vierde lid, 6 en 9, eerste lid; + +de Landbouwuitvoerwet 1938, de artikelen 2, 4 en 7; + +de Plantenziektenwet, de artikelen 2, 3, 3*a*, 6, en 13; + +de Reconstructiewet concentratiegebieden, de artikelen 36, eerste en derde lid, en 47, eerste lid; + +de Statistiekwet 1950, artikel 21, alsmede - voor zover aangeduid als strafbare feiten - artikel 19; + +de Tabakswet, de artikelen 3, 3*a*, 4, 5, en 9; + +de Telecommunicatiewet, de artikelen 2.3, 3.4, tweede lid, 4.11, derde lid, 5.2, derde en vijfde lid, 7.6, 10.4, 10.6, 10.7, tweede lid, 10.10, 10.11, 10.12, 10.18, 13.4, eerste, tweede en derde lid, 18.1, 18.2, 18.7 en 18.12; + +de Uitvoeringswet verdrag chemische wapens, de artikelen 4 tot en met 8; + +de Verordening nr. 2137/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juli 1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden (*PbEG* L 199/1), artikel 7, tweede alinea, onder *i*, en artikel 25, eerste alinea, letters *a*, *c*, *d* en *e*, en tweede alinea; + +de Vestigingswet Bedrijven 1954, de artikelen 4, 15, tweede lid, 16, 18, tweede lid, 23 en - voor zover aangeduid als strafbare feiten - 22; + +de Visserijwet 1963, de artikelen 3, 3*a*, 4, 5 en 9; + +de Vleeskeuringswet, de artikelen 2, tweede lid, 6, 7, 18, eerste lid, onder *a* en *i*, 19, 19*a*, 20*a*, derde lid, 21, 26, 27, 28, 30*a*, 34, 35, 37, 38 en 39; + +de Waarborgwet 1986, de artikelen 7*a*, 12, 30, 31, 35, 36, 37, 39, 44, 46, 57, 58 en 58a; + +de Warenwet, de artikelen 4 tot en met 11, 13 tot en met 20, 22, 26, tweede lid, 31, 32 en 32k; + +de Wedervergeldingswet zeescheepvaart, de artikelen 2, eerste lid, 5, 9, derde lid, 10, eerste lid, 11*c*, eerste en tweede lid, 11*d* en 17; + +de Wet aansprakelijkheid olietankschepen, de artikelen 11, 12, 18, eerste lid, 20, 22 , 23, 24 en 26, tweede lid; + +de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, de artikelen 2, eerste lid, 3, 4, 5, tweede lid, en 12, tweede lid + +de Wet arbeid vreemdelingen, de artikelen 2, eerste lid, en 15; + +de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf, de artikelen 3, eerste lid, 7, eerste lid, 10, eerste lid, 10, eerste tot en met derde lid, 11 en 20, eerste lid; + +Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting, artikel 15; + +de Wet op de Bedrijfsorganisatie, - voor zover aangewezen als strafbare feiten - de artikelen 32, 93 en 113; + +de Wet op het consumentenkrediet, de artikelen 9, 23, derde lid, 26, 27, eerste en tweede lid, 34, 36, 38, 47, 48, tweede lid, en 65, tweede lid, voor zover artikel 69 van die wet niet anders bepaalt; + +de Wet energiebesparing toestellen, de artikelen 2, 4, tweede lid, 5, 6, 8 , 9, 17, tweede en derde lid, 19, tweede lid, en 21; + +de Wet energiedistributie, de artikelen 10, 11, 12, zesde lid, en 13; + +de Wet Goederenvervoer Binnenscheepvaart (Stb. 1951, 472), de artikelen 4, 5, 30, 36, 45, tweede en zesde lid, 51, eerste lid, 59, derde lid, 60, 62, eerste en zevende lid, en 65, eerste lid, alsmede - voor zover aangeduid als strafbare feiten - overtredingen van voorschriften krachtens deze wet gegeven; + +de Wet goederenvervoer over de weg, de artikelen 4, eerste en tweede lid, 5, eerste en derde lid, 14, eerste en vijfde lid, 15, eerste lid, 21, 25, eerste lid, 29, eerste lid, 30, 31 en 49, derde lid, alsmede - voor zover aangeduid als strafbare feiten - de artikelen 5, tweede lid, 26, tweede lid, en 28; + +de Wet goedkeuring en uitvoering Markham-overeenkomst, de artikelen 3, derde lid, en 4, tweede lid; + +de Wet agrarisch grondverkeer, de artikelen 61en 64, derde lid; + +de Wet havenstaatcontrole, de artikelen 12, eerste en derde lid, en 13, eerste tot en met derde lid. + +de Wet herstructurering varkenshouderij, de artikelen 24, vierde lid, en 29; + +de Wet op de medische hulpmiddelen, de artikelen 2, 3, eerste lid, 4, 5, 7, eerste lid, en 9, eerste en derde lid; + +de Wet op de loonvorming, artikel 10, vijfde lid; + +de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden, de artikelen 5 en 13; + +de Wet op de ondernemingsraden, de artikelen 26, zesde lid, en 36, zevende lid; + +de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus, de artikelen 2 en 5, tweede en vierde lid; + +de Wet personenvervoer 2000, de artikelen 11, 19, 30, derde lid, 51, 85, 86 en 104, aanhef en onderdelen c en d, alsmede – voor zover aangeduid als strafbare feiten – overtredingen van voorschriften krachtens deze wet gegeven; + +de Wet pleziervaartuigen artikel 17; + +de Wet capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot, artikel 6 alsmede - voor zover aangeduid als strafbare feiten - overtredingen van voorschriften krachtens die wet gegeven; + +de Wet schadefonds olietankschepen, de artikelen 5, eerste lid, en 8; + +de Wet scheepsuitrusting, artikel 26; + +de Wet inzake spaarbewijzen, de artikelen 3, tweede en derde lid, en 3a, en - voor zover aangeduid als strafbare feiten - artikel 2; + +de Wet tarieven gezondheidszorg, artikel 2*a*; + +Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998, de artikelen 2, tweede lid, 3, 4, 15, 24, derde lid, 28, eerste lid, 29, tweede volzin en 30, tweede en derde lid; + +de Wet ambtelijk toezicht bij openbare verkopingen, artikel 1; + +de Wet uitvoering aanbevelingen artikel 63, derde lid, EGKS-verdrag, artikel 2; + +de Wet uitvoering Internationaal Energieprogramma, de artikelen 3, eerste en tweede lid, 6, derde lid, 10, eerste lid, en 11, tweede lid, alsmede artikel 9 juncto artikel 3, eerste of tweede lid, of 6, derde lid; + +de Wet tot uitvoering van de Verordening No. 11 van de Raad van de Europese Economische Gemeenschap, de artikelen 2 en 3; + +de Wet houdende vaststelling van minimumeisen voor het houden van legkippen, de artikelen 2 en 3, eerste lid; + +de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen, artikelen 2, 3 en 5, vierde lid. + +de Wet op bijzondere medische verrichtingen, de artikelen 2, 3 en 4; + +de Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen, de artikelen 3 juncto 8, eerste lid, 4, 5, 7, 9, tweede en vierde lid, 11 en 12; + +de Wet vervoer binnenvaart, de artikelen 5, tweede lid, 7, 9, eerste lid, 10, 15, tweede lid, 16, tweede lid, 20, eerste lid, 21, 23, tweede en vierde lid, 24, 26, 43, eerste lid, 44, 46, tweede lid, 48, eerste lid, 49, 53, 55, 74, 81 en 82, alsmede - voor zover aangeduid als strafbare feiten - overtredingen van voorschriften krachtens die wet gegeven; + +de Wet vervoer over zee, de artikelen 2, eerste en tweede lid, 3, eerste en derde lid, 4, eerste, tweede en vierde lid, 7, 9, 10, derde lid, 12, eerste lid, 15, 17, 18, eerste lid, 20, eerste lid, 23, 25, 30 en 31; + +de Wet voorraadvorming aardolieproducten, de artikelen 3, eerste lid, 5, derde lid, laatste volzin, en vierde lid, 8, derde lid, 10, derde lid, 13, eerste, tweede en vierde lid, 14, eerste lid, tweede volzin, en 27; + +de Wet vrachtprijzen vervoer van kolen en staal, de artikelen 2 en 4; + +de Wet op de walvisvangst 1960, artikel 2; + +de Wet op de gevaarlijke werktuigen, de artikelen 6, 8, eerste lid, 10, eerste, tweede en derde lid, 11, derde lid, 12, eerste lid, derde zin, en derde lid, 14, en 14*a* en 25*a*; + +de Wet ziekenhuisvoorzieningen, de artikelen 6, 15, vierde lid, 18a, 18b, eerste en achtste lid, 22, 23, alsmede - voor zover aangeduid als strafbare feiten - 28; + +de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, artikel 5*a*, tweede lid; + +de Wet van 28 juni 1989, *Stb*. 245, tot uitvoering van de Verordening nr. 2137/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juli 1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden (*PbEG* L 199/1), artikel 3, vierde lid; + +de Wet van 19 december 1991, *Stb*. 710, tot aanpassing van de wetgeving aan de twaalfde richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake het vennootschapsrecht, artikel IV, eerste en tweede lid, eerste en tweede volzin; + +het Burgerlijk Wetboek, Boek 2 (Rechtspersonen), - voor zover van toepassing of van overeenkomstige toepassing op coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, Europese economische samenwerkingsverbanden of formeel buitenlandse vennootschappen als bedoeld in de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen - de artikelen 23, eerste lid, tweede volzin, 56, tweede lid, 61 onder *b* en *d*, 63*b*, 75, 76*a*, tweede lid, 85, 91*a*, 94*b*, vierde lid, 94*c*, vijfde lid, 96, derde en vierde lid, 96*a*, zevende lid, tweede volzin, 103, 105, vierde lid, laatste zin, 120, vierde lid, 153, 154, derde lid, 186, 194, 204b, vierde lid, 204*c*, vijfde lid, 230, vierde lid, 263, 264, derde lid, 362, zesde lid , laatste zin, 393, eerste lid, 394, derde lid, en 395; + +het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, artikel 1002, tweede lid; + +Winkeltijdenwet, de artikelen 2, 3, vijfde lid, 4, derde lid, 5, derde lid, 6, tweede lid, 7, derde lid, en 8, tweede lid; + +de Wijzigingswet 1988 Warenwet, artikel II, tweede en vijfde lid; + +de IJkwet, de artikelen 5, eerste lid, 7, eerste en derde lid, 8, eerste en derde lid, 9, eerste en tweede lid, 11*a*, tweede lid, tweede volzin, 14, vijfde lid, onder *a*, *c* en *d*, 19, 20, eerste en derde lid, 21, 21*a*, eerste lid, 21*b*, derde lid, laatste volzin, 26*b*, tweede lid, eerste volzin, 26*c*, 27 en 29*h*, tweede lid; + +de Ziekenfondswet, artikel 43*b*; + +de Wet explosieven voor civiel gebruik, de artikelen 7, 14, 15, derde lid, 16 en 21; + +de Wegenverkeerswet 1994, de artikelen 34, eerste lid, en 35. + +de Wet voorkoming misbruik chemicaliën, artikelen 4, 7, 8, 9 en 10, onder *c*. + +de Zeevaartbemanningswet, artikelen 56, 57, 58, 59 en 60. + +de wet houdende wijziging van de Wet personenvervoer voor het taxivervoer (deregulering taxivervoer), artikel V + +de Handelsregisterwet 1996, de artikelen 25 en 28; + +de Drank- en Horecawet, de artikelen 2, 3, 12 tot en met 25, 35, tweede lid, en 38. +5°. de delicten, genoemd in de artikelen 26, 33 en 34. + +### Artikel 1a + +Economische delicten zijn eveneens: + +1°. overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: + +de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, de artikelen 2, eerste lid, ,10, eerste lid, en 25c, vijfde lid; + +de Destructiewet, de artikelen 4 en 5, eerste en tweede lid; + +de Flora- en faunawet, artikel 13, eerste lid; + +de Grondwaterwet, artikel 14, eerste en tweede lid; + +de Kernenergiewet, de artikelen 15, 21, 21a, 21e, eerste lid, 29, eerste lid, 31, 32, eerste lid, 34, eerste, vijfde en zesde lid, 35, tweede lid, voorzover betrekking hebbend op een onderwerp, geregeld bij een krachtens de artikelen 29, 32 of 34 vastgestelde algemene maatregel van bestuur, 37b, 38a, 46, eerste lid, 47, eerste lid, 49b, eerste lid, 49d, 75, tweede lid, en 76a; + +de Meststoffenwet, de artikelen 55, 57, tweede lid, 58, 58c, 58d, tweede lid, 58e, derde lid, 58f, eerste lid, 58aa, 58af, eerste lid, 58aj, eerste lid, 58ak, eerste lid, 58 aka, eerste lid, en 58al; + +de Mijnwet 1903, artikel 9, eerste lid, onder *c*; + +de Mijnwet continentaal plat, artikel 26, eerste lid, aanhef en onder *e*; + +de Wet bestrijding ongevallen Noordzee, de artikelen 4, eerste, tweede, derde en vierde lid, en 15; + +de Wet bodembescherming, de artikelen 6 tot en met 13, 38 en 94; + +de Wet inzake de luchtverontreiniging, de artikelen 91, 92, onder *a*, in verband met artikel 48, en 92 , onder *b*; + +de Wet milieubeheer, artikel 1.2, eerste lid, - voor zover aangeduid als strafbare feiten - en de artikelen 8.1, eerste lid, 8.40, eerste lid, 8.42, tweede lid, 8.43, 8.44, eerste en zesde lid, 10.2, eerste lid, 10.3, 10.30, eerste lid, 10.32, 10.37, 10.43, 10.44*a*, eerste en tweede lid, 10.44*b*, 10.44*e*, eerste en tweede lid, onder *a* en *b*, 17.4, eerste en tweede lid, en 18.18; + +de Wet milieugevaarlijke stoffen, de artikelen 2, 8, 24, 31, 59 en 63; + +de Wet rampen en zware ongevallen, – voor zover aangeduid als strafbare feiten – de artikelen 2c, eerste en derde lid, en 11b, tweede en derde lid; + +de Wet van 2 juli 1992, *Stb.* 415, tot uitbreiding en wijziging van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne en daarmee samenhangende wijzigingen van andere wetten (milieubeleidsplanning en milieukwaliteitseisen; provinciale milieuverordening, totstandkoming algemene maatregelen van bestuur), artikel XIX, voor zover het betreft provinciale verordeningen, vastgesteld krachtens artikel 36 of artikel 41 van de Wet bodembescherming; + +de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de artikelen 1, eerste, derde en vierde lid, 1*b*, 2*a*, 2*c*, tweede lid, 5, eerste lid, en 26; + +de Wet verontreiniging zeewater, de artikelen 3, eerste lid, 4, en 11; + +de Wet verplaatsing mestproductie, de artikelen 2, 3, 4, en 9, vijfde lid; + +de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, de artikelen 4, 5, 10, 11, 21, 24, 27, 29, 31 en 33; + +de Wet voorkoming verontreiniging door schepen, de artikelen 5, 12, 13, 13*a*, 23, tweede, vierde en vijfde lid, en 35, derde lid; + +de Wet houdende wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (landbouwkundig onmisbare gewasbeschermingsmiddelen): artikel II, derde en zesde lid, en bijlage; +2°. overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: + +de Boswet, de artikelen 2, derde lid, 3, eerste en tweede lid, en 13, eerste lid; + +de Flora- en faunawet, de artikelen 8, 9, 11, 12, 14, eerste, tweede en derde lid, 15, eerste en tweede lid, 17, 18, eerste lid, 26, derde en vijfde lid, 47 en 73 + +de Kernenergiewet, de artikelen 14, 22, eerste lid, 26, tweede lid, 28, 33, eerste lid, 35, tweede lid, voor zover betrekking hebbend op een onderwerp, geregeld bij een krachtens artikel 28 vastgestelde algemene maatregel van bestuur, 37, eerste lid, 39, 67, eerste en vierde lid, 68 en 76, derde lid; + +de Natuurbeschermingswet, de artikelen 12, eerste lid, 14, derde lid, 16, eerste lid, 31, eerste lid, en 33*a*, eerste lid; + +de Ontgrondingenwet, de artikelen 3, eerste en tweede lid, 7, derde lid, 12, eerste en tweede lid, en 16, tweede lid; + +de Wet bescherming Antarctica, de artikelen 3, eerste lid, 5, 6, eerste en tweede lid, 8, 25, eerste en tweede lid, 29 en 30; + +de Wet bodembescherming, de artikelen 20, 27, 28, 29, 30, tweede, derde en vierde lid, 31, 32, tweede lid, tweede volzin, 39, eerste en tweede lid, 43, eerste, derde en vierde lid, 44, 45, vierde lid, 49 juncto 30, tweede, derde en vierde lid, 63*e*, derde lid, tweede volzin, 63*i*, vijfde lid, tweede volzin, 63*j*, tweede lid, 70 en 72; + +de Wet milieubeheer, de artikelen 8.41, eerste, tweede en derde lid, 8.42, eerste lid, 8.44, vijfde lid, 10.4, eerste en derde lid, 10.5, 10.6, eerste lid, 10.8, 10.9, 10.15, eerste lid, 10.16, 10.18, eerste lid, 10.19, eerste lid, 10.31, eerste lid, 10.33, eerste en tweede lid, 10.34, 12.4, eerste en tweede lid, 12.7, eerste en tweede lid en derde lid, juncto het eerste en tweede lid, 12.8, eerste lid, 10.44*e*, tweede lid, onder *c*, 15.32, eerste en tweede lid, 17.1 en 17.2; + +de Wet milieugevaarlijke stoffen, de artikelen 13, 14, 15, 16, 17, 20, 21, 22, 23, 25, 32, 34, 37, 38, 39, en - voor zover aangeduid als strafbare feiten - 19, vierde lid; + +de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de artikelen 2*b*, eerste, tweede en derde lid, 4, en 9a, eerste, tweede, derde en vierde lid; + +de Wet verontreiniging zeewater, de artikelen 6 en 6*a*; + +de Wet voorkoming verontreiniging door schepen, de artikelen 6, tweede lid, 10, eerste lid, onder *b* en *d*, 11, eerste, derde en vijfde lid, 16, 17, en 31; +3°. overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: + +de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, de artikelen 2, vijfde, zesde en zevende lid, 5*a*, derde lid, 9, vijfde lid, 10, tweede lid, 11 tot en met 15 en 16*a*; + +de Destructiewet, de artikelen 3, eerste, tweede en derde lid, 4*a*, 6, 9, 10, eerste en vijfde lid, 11, 12, 13, eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid, 15, 17, eerste lid, en 25, vierde lid; + +de Flora- en faunawet, de artikelen 10, 16, 37, eerste en tweede lid, 38, eerste lid, 50, eerste, tweede en derde lid, 51, 52, 53, 54, eerste lid, 58, 59, tweede lid, 60, vijfde lid, 62, eerste lid, 63, eerste lid, 64, tweede lid, 67, zesde lid, 72, vijfde lid, 74, eerste lid, 79, tweede lid, 81, eerste lid, en 111, eerste lid. + +de Grondwaterwet, artikel 11; + +de Kernenergiewet, de artikelen 36, eerste lid, en - voor zover aangeduid als strafbare feiten - 73; + +de Meststoffenwet, de artikelen 3, 4, 5, 6, 6a, 7, 7a, 42a, eerste lid, 58ae, vierde en zesde lid, 58aka, derde en vierde lid, 59, derde lid, en 61; + +de Meststoffenwet 1947, de artikelen 2 en 4; + +de Natuurbeschermingswet, artikel 17; + +de Wet bescherming Antarctica, de artikelen 19, tweede lid, en 33 + +de Wet geluidhinder, de artikelen 2, 3, 8, 9, 10, 170, tweede lid, en 175; + +de Wet inzake de luchtverontreiniging, de artikelen 92, onder *a*, in verband met de artikelen 13, 14 en 86, tweede lid, 92, onder *c*, en 92, onder *d*; + +de Wet milieubeheer, de artikelen 10.10, eerste lid, 10.15, eerste lid, 10.16, 10.17, eerste lid, en 10.44*e*, tweede lid, onder *d* en *e*; + +de Wet van 13 mei 1993, *Stb.* 283, tot uitbreiding en wijziging van de Wet milieubeheer (afvalstoffen), artikel VII, voor zover het betreft gemeentelijke verordeningen, vastgesteld krachtens artikel 2 van de Afvalstoffenwet; + +de Wet verplaatsing mestproductie, de artikelen 9, tweede lid, 10, 13, 14 , en 17; + +de Wet vervoer gevaarlijke stoffen: de artikelen 47 en 48, tweede lid. + +### Artikel 2 + +**1.** De economische delicten, bedoeld in artikel 1, onder 1° en 2°, en artikel 1*a*, onder 1° en 2°, zijn misdrijven, voor zover zij opzettelijk zijn begaan; voor zover deze economische delicten geen misdrijven zijn, zijn zij overtredingen. + +**2.** In afwijking van het eerste lid zijn overtredingen van voorschriften, gesteld krachtens artikel 15, tweede lid, van de Distributiewet 1939, overtredingen, terwijl overtredingen van andere voorschriften, gesteld krachtens de Distributiewet 1939, overtredingen zijn, voor zover deze wet in werking is getreden op grond van artikel 2 van de Wet uitvoering Internationaal Energieprogramma. + +**3.** De economische delicten, bedoeld in artikel 1, onder 3°, zijn misdrijven of overtredingen, al naar gelang zij in de desbetreffende voorschriften als misdrijf dan wel als overtreding zijn gekenmerkt. + +**4.** De economische delicten, bedoeld in artikel 1, onder 4°, en artikel 1*a*, onder 3°, zijn overtredingen. + +**5.** De economische delicten, bedoeld in artikel 1, onder 5°, zijn misdrijven. + +### Artikel 3 + +Deelneming aan een binnen het Rijk in Europa gepleegd economisch delict is strafbaar ook indien de deelnemer zich buiten het Rijk aan het feit heeft schuldig gemaakt. + +### Artikel 4 + +Waar in deze wet in het algemeen of in het bijzonder wordt gesproken van een economisch delict, dat een misdrijf oplevert, wordt medeplichtigheid aan en poging tot zodanig delict daaronder begrepen, voor zover niet uit enige bepaling het tegendeel volgt. + +## Titel II. Van de straffen en maatregelen + +### Artikel 5 + +Tenzij bij de wet anders is bepaald, kunnen ter zake van economische delicten geen andere voorzieningen met de strekking van straf of tuchtmaatregel worden getroffen dan de straffen en maatregelen, overeenkomstig deze wet op te leggen. + +### Artikel 6 + +**1.** + +Hij, die een economisch delict begaat, wordt gestraft: + +1°. in geval van misdrijf, voor zover het betreft een economisch delict, bedoeld in artikel 1, onder 1°, of in artikel 1*a*, onder 1°, met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie; +2°. in geval van een ander misdrijf met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie; +3°. in geval van overtreding, voor zover het betreft een economisch delict bedoeld in artikel 1, onder 1°, of in artikel 1*a*, onder 1°, met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie; +4°. in geval van een andere overtreding, met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie. + +Indien de waarde der goederen, waarmede of met betrekking tot welke het economisch delict is begaan, of die geheel of gedeeltelijk door middel van het economisch delict zijn verkregen, hoger is dan het vierde gedeelte van het maximum der geldboete welke in de gevallen onder 1° tot en met 4° kan worden opgelegd, kan, onverminderd het bepaalde in artikel 23, zevende lid, van het Wetboek van Strafrecht, een geldboete worden opgelegd van de naast hogere categorie. + +**2.** Bovendien kunnen de bijkomende straffen, vermeld in artikel 7, en de maatregelen, vermeld in artikel 8, worden opgelegd, onverminderd de oplegging, in de daarvoor in aanmerking komende gevallen, van de maatregelen, elders in wettelijke bepalingen voorzien. + +**3.** In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid wordt hij, die een voorschrift, gesteld krachtens artikel 15, tweede lid, van de Distributiewet 1939, overtreedt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de eerste categorie. + +### Artikel 7 + +De bijkomende straffen zijn: + +a. ontzetting van de rechten, genoemd in artikel 28, eerste lid, onder 1°, 2°, 4° en 5° van het Wetboek van Strafrecht, voor een tijd, de duur der vrijheidsstraf ten minste zes maanden en ten hoogste zes jaren te boven gaande, of, in geval van veroordeling tot geldboete als enige hoofdstraf, voor een tijd van ten minste zes maanden en ten hoogste zes jaren; +b. vervallen; +c. gehele of gedeeltelijke stillegging van de onderneming van de veroordeelde, waarin het economische delict is begaan, voor een tijd van ten hoogste een jaar; +d. verbeurdverklaring van de voorwerpen, genoemd in artikel 33*a* van het Wetboek van Strafrecht; +e. verbeurdverklaring van voorwerpen, behorende tot de onderneming van de veroordeelde, waarin het economische delict is begaan, voor zover zij soortgelijk zijn aan en met betrekking tot het delict verband houden met die, genoemd in artikel 33*a* van het Wetboek van Strafrecht; +f. gehele of gedeeltelijke ontzetting van bepaalde rechten of gehele of gedeeltelijke ontzegging van bepaalde voordelen, welke rechten of voordelen de veroordeelde in verband met zijn onderneming van overheidswege zijn of zouden kunnen worden toegekend, voor een tijd van ten hoogste twee jaren; +g. openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. + +### Artikel 8 + +Maatregelen zijn: + +a. de maatregelen voorzien in Titel IIA van het Eerste Boek van het Wetboek van Strafrecht; +b. onderbewindstelling van de onderneming van de veroordeelde, waarin het economisch delict is begaan, in geval van misdrijf voor een tijd van ten hoogste drie jaren en in geval van overtreding voor een tijd van ten hoogste twee jaren; +c. het opleggen van de verplichting tot verrichting van hetgeen wederrechtelijk is nagelaten, tenietdoening van hetgeen wederrechtelijk is verricht en verrichting van prestaties tot het goedmaken van een en ander, alles op kosten van de veroordeelde, voor zover de rechter niet anders bepaalt. + +### Artikel 9 + +De maatregelen vermeld in artikel 8, onder b en c, kunnen te zamen met straffen en met andere maatregelen worden opgelegd. + +### Artikel 10 + +**1.** + +Bij de uitspraak, waarbij een bijkomende straf of een maatregel, als vermeld in artikel 8, wordt opgelegd, worden, voor zoveel nodig, alle bijzonderheden en gevolgen naar behoefte geregeld, daaronder begrepen bij onderbewindstelling de benoeming van een of meer bewindvoerders. Bij oplegging van een bijkomende straf als vermeld in artikel 7, onder c, kan bovendien worden bevolen, dat de veroordeelde + +hem van overheidswege ten behoeve van zijn onderneming verstrekte bescheiden inlevert; + +in zijn onderneming aanwezige voorraden onder toezicht verkoopt; + +en zijn medewerking verleent bij inventarisatie van die voorraden. + +**2.** Onverminderd het bepaalde in artikel 577b van het Wetboek van Strafvordering kan de rechter die de bijkomende straf of maatregel heeft opgelegd, na ontvangst van een vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van de veroordeelde bij latere beslissing alsnog een regeling geven als vorenbedoeld, dan wel in de reeds gegeven regeling wijziging brengen of terzake een aanvullende regeling geven. De behandeling van de zaak vindt plaats met gesloten deuren; de uitspraak geschiedt in het openbaar. De beslissing is met redenen omkleed; zij is niet aan enig rechtsmiddel onderworpen. + +**3.** Wij behouden Ons voor, nadere voorschriften te geven ter uitvoering van dit artikel. + +### Artikel 11 + +**1.** Voor zover de rechter niet anders bepaalt, heeft een bewindvoerder, krachtens het voorgaande artikel of artikel 29 benoemd, dezelfde rechten en verplichtingen als de bewindvoerder, bedoeld in artikel 409 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, en kan zonder zijn machtiging geen ander persoon enige daad van beheer in de onderneming verrichten. + +**2.** De beschikking tot onderbewindstelling wordt door de griffier van het gerecht in feitelijke aanleg, dat de beschikking heeft gegeven, openbaar gemaakt in de *Nederlandse Staatscourant* en in één of meer door de rechter aan te wijzen nieuwsbladen. De beschikking tot onderbewindstelling wordt in het handelsregister ingeschreven met toepassing van het krachtens de Handelsregisterwet 1996 bepaalde. + +### Artikel 12 + +Vervallen + +### Artikel 13 + +**1.** Het recht tot uitvoering van verbeurdverklaring vervalt niet door de dood van de veroordeelde. + +**2.** De in artikel 8 onder b vermelde maatregel vervalt door de dood van de veroordeelde. + +### Artikel 14 + +De tenuitvoerlegging van een veroordeling tot de betaling van kosten, andere dan die van openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak, geschiedt op de wijze van de tenuitvoerlegging ener veroordeling tot geldboete, met dien verstande, dat geen vervangende vrijheidsstraf wordt toegepast. + +### Artikel 15 + +Vervallen + +### Artikel 16 + +**1.** + +Indien aannemelijk is dat iemand die, alvorens in zijn zaak een onherroepelijke uitspraak is gedaan, is overleden, zich heeft schuldig gemaakt aan een economisch delict, kan de rechter bij beschikking op de vordering van het openbaar ministerie: + +a. de verbeurdverklaring van reeds in beslag genomen voorwerpen uitspreken; artikel 10 vindt overeenkomstige toepassing; +b. ten laste van de boedel van de overledene de in artikel 8, onder *c* vermelde maatregel opleggen. + +**2.** De beschikking wordt door de griffier openbaar gemaakt in de *Nederlandse Staatscourant* en in een of meer door de rechter aan te wijzen nieuwsbladen, terwijl bovendien een afschrift van de beschikking aan het sterfhuis wordt betekend. + +**3.** Elke belanghebbende kan binnen drie maanden na de in het vorige lid bedoelde openbaarmaking of betekening een bezwaarschrift ter griffie indienen. + +**4.** De officier van justitie wordt gehoord; de belanghebbende wordt gehoord, althans behoorlijk opgeroepen. + +**5.** De rechter geeft een met redenen omklede beslissing; deze is niet aan enig rechtsmiddel onderworpen. + +**6.** Het in het eerste lid, in de aanhef en onder *a*, in het derde, het vierde en in het vijfde lid, bepaalde geldt mede, indien aannemelijk is, dat een onbekende zich schuldig heeft gemaakt aan een economisch delict. De beschikking wordt door de griffier openbaar gemaakt in de *Nederlandse Staatscourant* en in één of meer door de rechter aan te wijzen nieuwsbladen. + +## Titel III. Van de opsporing + +### Artikel 17 + +**1.** + +Met de opsporing van economische delicten zijn belast: + +1°. de bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen ambtenaren; +2°. de door Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze andere Ministers, wie het aangaat, aangewezen ambtenaren; +3°. de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane. + +**2.** Alle met de opsporing van economische delicten belaste ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de economische delicten, genoemd in de artikelen 26, 33 en 34. + +**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven omtrent de beëdiging van de opsporingsambtenaren, voor zover daarin niet reeds is voorzien. + +**4.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onder 2°, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. + +### Artikel 18 + +**1.** De opsporingsambtenaren zijn in het belang van de opsporing bevoegd tot inbeslagneming van daarvoor vatbare voorwerpen voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Zij kunnen daartoe hun uitlevering vorderen. + +**2.** Voor inbeslagneming van voorwerpen ter verbeurdverklaring uit hoofde van artikel 7, onder e, behoeven zij evenwel de machtiging van de officier van justitie. + +### Artikel 19 + +**1.** De opsporingsambtenaren zijn in het belang van de opsporing bevoegd inzage te vorderen van gegevens en bescheiden, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. + +**2.** Zij zijn bevoegd van de gegevens en bescheiden kopieën te maken. + +**3.** Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, zijn zij bevoegd de gegevens en bescheiden voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs. + +### Artikel 20 + +De opsporingsambtenaren hebben in het belang van de opsporing toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. + +### Artikel 21 + +**1.** De opsporingsambtenaren zijn bevoegd in het belang van de opsporing zaken te onderzoeken, aan opneming te onderwerpen en daarvan monsters te nemen, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. + +**2.** Zij zijn bevoegd daartoe verpakkingen te openen. + +**3.** Zij nemen op verzoek van de belanghebbende indien mogelijk een tweede monster, tenzij bij of krachtens wettelijk voorschrift anders is bepaald. + +**4.** Indien het onderzoek, de opneming of de monsterneming niet ter plaatse kan geschieden, zijn zij bevoegd de zaken voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs. + +**5.** De genomen monsters worden voor zover mogelijk teruggegeven. + +**6.** De belanghebbende wordt op zijn verzoek zo spoedig mogelijk in kennis gesteld van de resultaten van het onderzoek, de opneming of de monsterneming. + +### Artikel 22 + +Vervallen + +### Artikel 23 + +**1.** De opsporingsambtenaren zijn bevoegd in het belang van de opsporing vervoermiddelen te onderzoeken met het oog op de naleving van de voorschriften, bedoeld in de artikelen 1 en 1a, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. + +**2.** Zij zijn bevoegd in het belang van de opsporing vervoermiddelen waarmee naar hun redelijk oordeel zaken worden vervoerd op hun lading te onderzoeken met het oog op de naleving van de voorschriften, bedoeld in de artikelen 1 en 1a, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. + +**3.** Zij zijn bevoegd van de bestuurder van een vervoermiddel inzage te vorderen van de wettelijk voorgeschreven bescheiden met het oog op de naleving van de voorschriften, bedoeld in de artikelen 1 en 1a, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. + +**4.** Zij zijn bevoegd met het oog op de uitoefening van deze bevoegdheden van de bestuurder van een voertuig of van de schipper van een vaartuig te vorderen dat deze zijn vervoermiddel stilhoudt en naar een door hem aangewezen plaats overbrengt, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. + +**5.** De kosten van overbrenging komen ten laste van de betrokkene, indien een strafbaar feit wordt vastgesteld. + +**6.** De in dit artikel genoemde bevoegdheden kunnen tevens worden uitgeoefend jegens personen, die zaken vervoeren. + +### Artikel 23a + +**1.** Onder de opsporingsambtenaren, bedoeld in de artikelen 18 tot en met 23, worden mede begrepen de ambtenaren, die ingevolge artikel 83 van de Kernenergiewet, artikel 11, derde lid, van de Mijnwet 1903, artikel 28, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet, artikel 30, onder 3°, van de Vogelwet 1936, artikel 8, eerste lid, van de Wet bedreigde uitheemse diersoorten, artikel 96 van de Wet inzake de luchtverontreiniging of artikel 44 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, zijn belast met de opsporing van strafbare feiten. + +**2.** Bij de opsporing van overtredingen van voorschriften gesteld bij of krachtens de Wet vervoer gevaarlijke stoffen komen de bevoegdheden, genoemd in artikel 21, slechts toe aan de krachtens artikel 44 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen aangewezen ambtenaren van de Rijksverkeersinspectie en van het militair Korps controleurs gevaarlijke stoffen. + +### Artikel 24 + +**1.** Onze Minister van Justitie en - na overleg met deze - elk Onzer andere Ministers, wie het aangaat, zijn bevoegd regelen te stellen omtrent de wijze, waarop de vordering tot stilhouden, omschreven in artikel 23, vierde lid, wordt gedaan. + +**2.** Onze Minister van Justitie en elk Onzer andere Ministers, wie het aangaat, zijn bevoegd te bepalen, dat ter verzekering van de richtige opsporing van economische delicten op openbare land- en waterwegen versperringen worden aangebracht. + +### Artikel 24a + +**1.** Een ieder is verplicht aan de opsporingsambtenaren binnen de door hen gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kunnen vorderen bij de uitoefening van de hen krachtens deze titel toekomende bevoegdheden. + +**2.** Zij die uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift verplicht zijn tot geheimhouding, kunnen het verlenen van medewerking weigeren, voor zover dit uit hun geheimhoudingsplicht voortvloeit. + +**3.** De opsporingsambtenaren zijn bevoegd op kosten van de overtreder door feitelijk handelen op te treden tegen hetgeen in strijd met de in het eerste lid bedoelde verplichting is of wordt gedaan, gehouden of nagelaten, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. + +### Artikel 25 + +Voor zover daarvan niet in deze wet of de in artikel 1 en artikel 1a genoemde wetten en besluiten is afgeweken, gelden ten aanzien van de opsporing van economische delicten de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering. + +### Artikel 26 + +Het opzettelijk niet voldoen aan een vordering, krachtens enig voorschrift van deze wet gedaan door een opsporingsambtenaar, is een economisch delict. + +### Artikel 27 + +De officier van justitie is bevoegd tot het verrichten van de in artikel 151, onder 2°, van het Wetboek van Strafvordering omschreven handelingen in alle gevallen, waarin verdenking van enig economisch delict bestaat. + +## Titel IV. Van voorlopige maatregelen + +### Artikel 28 + +**1.** + +Indien tegen de verdachte ernstige bezwaren zijn gerezen en tevens de belangen, welke door het vermoedelijk overtreden voorschrift worden beschermd, een onmiddellijk ingrijpen vereisen, is de officier van justitie in alle zaken, economische delicten betreffende, met uitzondering van die, bedoeld in artikel 6, derde lid, bevoegd, zolang de behandeling ter terechtzitting nog niet is aangevangen, de verdachte bij deze te betekenen kennisgeving als voorlopige maatregel te bevelen: + +a. zich te onthouden van bepaalde handelingen; +b. zorg te dragen, dat in het bevel aangeduide voorwerpen, welke vatbaar zijn voor inbeslagneming, opgeslagen en bewaard worden ter plaatse, in het bevel aangegeven. + +**2.** Op de vorengenoemde bevelen is artikel 10, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. + +**3.** + +De vorengenoemde bevelen verliezen hun kracht door een tijdsverloop van zes maanden en blijven uiterlijk van kracht, totdat de rechterlijke einduitspraak in de zaak, waarin zij zijn gegeven, onherroepelijk is geworden. Zij kunnen tussentijds door de officier van justitie bij aan de verdachte te betekenen kennisgeving worden gewijzigd of ingetrokken of door het gerecht, waarvoor de zaak wordt vervolgd, worden gewijzigd of opgeheven. Het gerecht kan dit doen ambtshalve, op de voordracht van de rechter-commissaris, met het gerechtelijk vooronderzoek belast, of op het verzoek van de verdachte; deze wordt steeds gehoord, althans behoorlijk opgeroepen, tenzij: + +1°. het gerecht reeds aanstonds tot wijziging overeenkomstig het verzoek van de verdachte dan wel tot opheffing besluit; +2°. nog geen twee maanden zijn verstreken sedert op een vorig verzoek van de verdachte van gelijke strekking is beslist. + +Het gerecht beslist op een verzoek van de verdachte binnen vijf dagen, nadat het ter griffie is ingediend. + +### Artikel 29 + +**1.** + +Indien tegen de verdachte ernstige bezwaren zijn gerezen en tevens de belangen, welke door het vermoedelijk overtreden voorschrift worden beschermd, een onmiddellijk ingrijpen vereisen, kan het gerecht in alle zaken, economische delicten betreffende, met uitzondering van die, bedoeld in artikel 6, derde lid, vóór de behandeling ter terechtzitting, op de vordering van het openbaar ministerie, op de voordracht van de rechter-commissaris, met het gerechtelijk vooronderzoek belast, en, indien de zaak te zijner zitting wordt behandeld, mede ambtshalve, als voorlopige maatregel bevelen: + +a. gehele of gedeeltelijke stillegging van de onderneming van de verdachte, waarin het economische delict wordt vermoed te zijn begaan; +b. onderbewindstelling van de onderneming van de verdachte, waarin het economische delict wordt vermoed te zijn begaan; +c. gehele of gedeeltelijke ontzetting van bepaalde rechten of gehele of gedeeltelijke ontzegging van bepaalde voordelen, welke rechten of voordelen de verdachte in verband met zijn onderneming van overheidswege zijn of zouden kunnen worden toegekend; +d. dat de verdachte zich onthoude van bepaalde handelingen; +e. dat de verdachte zorg drage, dat in het bevel aangeduide voorwerpen, welke vatbaar zijn voor inbeslagneming, opgeslagen en bewaard worden ter plaatse, in het bevel aangegeven. + +**2.** Op de vorengenoemde bevelen is artikel 10, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. + +**3.** + +De vorengenoemde bevelen verliezen hun kracht door een tijdsverloop van zes maanden en blijven uiterlijk van kracht totdat de rechterlijke einduitspraak in de zaak, waarin zij zijn gegeven, onherroepelijk is geworden. Zij kunnen door het gerecht, waarvoor de zaak wordt vervolgd, eenmaal met ten hoogste zes maanden worden verlengd en worden gewijzigd of opgeheven. Het gerecht kan dit doen ambtshalve, op de voordracht van de rechter-commissaris, met het gerechtelijk vooronderzoek belast, op de vordering van het openbaar ministerie en, voor wat betreft wijziging of opheffing van de bevelen, tevens op het verzoek van de verdachte; deze wordt steeds gehoord, althans behoorlijk opgeroepen, tenzij: + +1°. het gerecht reeds aanstonds tot wijziging overeenkomstig het verzoek van de verdachte dan wel tot opheffing besluit; +2°. nog geen twee maanden zijn verstreken sedert op een vorig verzoek van de verdachte van gelijke strekking is beslist. + +Het gerecht beslist op een verzoek van de verdachte binnen vijf dagen, nadat het ter griffie is ingediend. + +### Artikel 30 + +**1.** Van de in de artikelen 28 en 29 bedoelde rechterlijke bevelen en beschikkingen kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen en de verdachte binnen veertien dagen na de betekening in beroep komen bij het gerechtshof. + +**2.** Het hof beslist zo spoedig mogelijk. De verdachte wordt gehoord, althans behoorlijk opgeroepen. + +### Artikel 30a + +**1.** Van de beschikking van het hof kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen en de verdachte binnen veertien dagen na de betekening beroep in cassatie instellen. + +**2.** De verdachte is, op straffe van niet-ontvankelijkheid, verplicht binnen een maand na het instellen van dat beroep bij de Hoge Raad der Nederlanden door een advocaat een schriftuur te doen indienen, houdende zijn middelen van cassatie. + +**3.** Artikel 57 is van overeenkomstige toepassing. + +**4.** De Hoge Raad beslist zo spoedig mogelijk. + +### Artikel 31 + +De in de artikelen 28, 29, 30 en 30a bedoelde bevelen en beschikkingen zijn dadelijk uitvoerbaar. Zij worden onverwijld aan de verdachte betekend. + +### Artikel 32 + +**1.** Indien de zaak eindigt hetzij zonder oplegging van straf of maatregel, hetzij met oplegging van een zodanige straf of maatregel, dat de opgelegde voorlopige maatregel als onevenredig hard moet worden beschouwd, kan het gerecht, op verzoek van de gewezen verdachte of van zijn erfgenamen, hem of zijn erfgenamen een geldelijke tegemoetkoming ten laste van de Staat toekennen voor de schade, welke hij ten gevolge van de opgelegde voorlopige maatregel werkelijk heeft geleden. Tot deze toekenning is bevoegd het gerecht in feitelijke aanleg, waarvoor de zaak tijdens de beëindiging daarvan werd vervolgd of anders het laatst werd vervolgd. + +**2.** De artikelen 89, derde en vierde lid, 90-91 en 93 van het Wetboek van Strafvordering vinden overeenkomstige toepassing. + +**3.** Indien de gewezen verdachte na het indienen van zijn verzoek of na de instelling van hoger beroep overleden is, geschiedt de toekenning ten behoeve van zijn erfgenamen. + +## Titel V. Van handelingen in strijd met straffen en maatregelen + +### Artikel 33 + +Het opzettelijk handelen of nalaten in strijd met een bijkomende straf, als bedoeld in artikel 7, onder a, c of f, een maatregel, als vermeld in artikel 8, een regeling, als bedoeld in artikel 10, of een voorlopige maatregel, of het ontduiken van zodanige bijkomende straf, maatregel, regeling of voorlopige maatregel is een economisch delict. + +### Artikel 34 + +Het opzettelijk, al dan niet door middel van een ander, onttrekken van vermogensbestanddelen aan verhaal of tenuitvoerlegging van een krachtens deze wet opgelegde straf, maatregel of voorlopige maatregel is een economisch delict. + +### Artikel 35 + +**1.** Rechtshandelingen in strijd met het bepaalde in de artikelen 33 en 34 zijn nietig. + +**2.** Op de nietigheid kan geen beroep worden gedaan ten nadele van hem, die van de oplegging van de straf, de maatregel of de voorlopige maatregel onkundig was, tenzij hij ernstige reden had het bestaan er van te vermoeden. + +**3.** Ten aanzien van de echtgenoot of geregistreerde partner, de bloed- of aanverwanten tot in de derde graad en de personen in dienst van degene, te wiens laste de straf, de maatregel of de voorlopige maatregel is uitgesproken, wordt aangenomen, dat zij ernstige reden hebben gehad de oplegging van de straf, de maatregel of de voorlopige maatregel te vermoeden, behoudens tegenbewijs. + +## Titel VI. Van de afdoening buiten geding + +### Artikel 36 + +Bij toepassing van artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht kan ter voorkoming van de strafvervolging wegens economische delicten naast de aldaar in het tweede lid genoemde voorwaarden, als voorwaarde worden gesteld dat wordt verricht hetgeen wederrechtelijk is nagelaten, tenietgedaan hetgeen wederrechtelijk is verricht en dat prestaties tot het goedmaken van een en ander worden verricht, alles op kosten van de verdachte, voor zover niet anders wordt bepaald. + +### Artikel 37 + +**1.** Wij behouden Ons voor, op de voordracht van Onze Minister van Justitie, gedaan na overleg met Onze andere Ministers, wie het aangaat, aan door Ons bijzonderlijk hiertoe aangewezen lichamen of personen, met een publieke taak belast, binnen door Ons te stellen grenzen tot wederopzeggens toe de bevoegdheid te verlenen, die bij artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht aan de officier van justitie is toegekend. + +**2.** De personen en lichamen, bekleed met de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, maken hiervan gebruik onder toezicht van en volgens richtlijnen, te geven door het openbaar ministerie. + +## Titel VII. Van de bevoegdheid en de samenstelling der arrondissements-rechtbanken + +### Artikel 38 + +De kennisneming van economische delicten in eerste aanleg is bij uitsluiting opgedragen aan de rechtbank. Economische delicten worden behandeld en beslist door de economische kamers van de rechtbank, bedoeld in artikel 52 van Wet op de rechterlijke organisatie. + +### Artikel 39 + +De economische kamers van de rechtbank, bedoeld in artikel 52 van de Wet op de rechterlijke organisatie, behandelen en beslissen ook zaken betreffende strafbare feiten die geen economische delicten zijn, indien de rechtbank bevoegd is tot kennisneming van die strafbare feiten en die strafbare feiten zijn begaan in samenhang met een of meer economische delicten, en die strafbare feiten ten laste zijn gelegd samen met een of meer van die economische delicten. + +### Artikel 40 + +Vervallen + +### Artikel 41 + +Vervallen + +### Artikel 42 + +Vervallen + +### Artikel 43 + +De economische kamers kunnen ook zitting houden buiten de plaats, waar de zetel van de rechtbank gevestigd is. + +### Artikel 44 + +Vervallen + +### Artikel 45 + +De bepalingen van deze titel brengen geen wijziging in de bevoegdheden van de kinderrechter, behoudens het bepaalde in artikel 38. + +## Titel VIII. Van de berechting in eerste aanleg + +### Artikel 46 + +De behandeling door de raadkamer vindt plaats in het openbaar. + +### Artikel 47 + +In afwijking in zoverre van het bepaalde in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering kan voor de dagvaarding betreffende een economisch delict worden volstaan met een korte aanduiding van het feit, dat te laste wordt gelegd, met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse het begaan zou zijn. + +### Artikel 48 + +**1.** + +Op het rechtgeding voor de economische politierechter zijn de artikelen 367 tot en met 381, alsmede 398, onder 2°, van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: + +1°. in afwijking van artikel 376, eerste lid, indien de dagvaarding enkel inhoudt een korte aanduiding en vermelding als bedoeld in het vorige artikel, de officier van justitie ter terechtzitting bij de aanvang van het onderzoek mondeling of, na voorlezing, schriftelijk nadere opgave van het feit kan doen en alsdan tot die nadere opgave verplicht is, indien naar het oordeel van de rechter de verdachte door die enkele aanduiding en vermelding in zijn verdediging benadeeld zou worden; +2°. schorsing van het onderzoek eveneens geschiedt, indien de officier van justitie uitstel verzoekt voor het doen van nadere opgave van het feit. + +**2.** Het bepaalde in het eerste lid, onder 1°-2°, vindt overeenkomstige toepassing, indien bij dagvaarding voor de meervoudige kamer is volstaan met een korte aanduiding en vermelding als bedoeld in artikel 47. + +### Artikel 49 + +Vervallen + +### Artikel 50 + +Vervallen + +## Titel IX. Van het hoger beroep + +### Artikel 51 + +Vervallen + +### Artikel 52 + +De economische kamers van de gerechtshoven, bedoeld in artikel 64 van de Wet op de rechterlijke organisatie, behandelen en beslissen uitsluitend zaken waarin door de economische kamers van de rechtbanken vonnis is gewezen. + +### Artikel 53 + +**1.** In zaken betreffende economische delicten treedt als raadkamer een economische kamer op. + +**2.** De behandeling door de raadkamer vindt plaats in het openbaar. + +### Artikel 54 + +De economische kamers kunnen ook zitting houden buiten de plaats, waar de zetel van het hof gevestigd is. + +### Artikel 55 + +Vervallen + +## Titel X + +### Artikel 56 + +Vervallen + +### Artikel 57 + +Vervallen + +## Titel XI. Van de contactambtenaren + +### Artikel 58 + +In overleg met Onze Minister van Justitie kunnen lichamen met een publieke taak belast, hiertoe bevoegd verklaard door een Onzer andere Ministers, wie het aangaat, ten dienste van de opsporing, vervolging en berechting van economische delicten ambtenaren benoemen, die het contact onderhouden met het openbaar ministerie. + +## Titel XII. Overgangsbepalingen + +### Artikel 59 + +Van de ambtenaren van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst zijn degenen, die daartoe door Onze Minister van Justitie zijn aangewezen, hulpofficier van justitie ten aanzien van het voorbereidende onderzoek naar de overtredingen der voorschriften gesteld bij of krachtens de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994. + +### Artikel 60 + +**1.** Het Besluit berechting economische delicten (*Staatsblad* No. E 135) wordt ingetrokken. + +**2.** Zaken, betreffende overtredingen van de voorschriften, genoemd in artikel 1, op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bij een kantonrechter, een arrondissements-rechtbank, een gerechtshof of de Hoge Raad der Nederlanden aanhangig, worden, onverminderd artikel 1, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht en het vierde lid van dit artikel, afgedaan volgens de tot op dat tijdstip geldende regelen. + +**3.** Zaken, op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bij een tuchtrechter voor de prijzen aanhangig, worden bij de arrondissements-rechtbank opnieuw aanhangig gemaakt. Is echter de behandeling door de tuchtrechter zover gevorderd, dat nog slechts een einduitspraak behoeft te worden gedaan, dan doet de tuchtrechter uitspraak met inachtneming van de regelen, geldende tot evengenoemd tijdstip. + +**4.** Voor zover zaken betreffende overtredingen van voorschriften, genoemd in artikel 1, op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog niet in hoger beroep aanhangig zijn, geschiedt behandeling in hoger beroep bij uitsluiting door het gerechtshof binnen welks rechtsgebied de rechter bevoegd was, die in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan. + +**5.** Met betrekking tot de tenuitvoerlegging van uitspraken van tuchtrechters voor de prijzen treedt in de plaats van de tuchtrechter voor de prijzen het openbaar ministerie bij de rechtbank van het arrondissement, waarin de tuchtrechter bevoegd was. + +**6.** De ingevolge het Besluit berechting economische delicten opgelegde bijkomende straffen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, II, onder *a* en *b*, van dit besluit, worden geacht te zijn bijkomende straffen, als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderscheidenlijk onder *c* en *a* van deze wet; zij worden geacht te zijn opgelegd krachtens deze wet. + +### Artikel 61 + +Vervallen + +### Artikel 62 + +**1.** Het Besluit voorlopige tuchtmaatregelen voedselvoorziening (*Staatsblad*, No. F 284) wordt ingetrokken. + +**2.** + +De voorlopige tuchtmaatregelen, op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet van kracht, worden gehandhaafd. Het bepaalde in de Titels IV en V is op deze maatregelen van toepassing, met dien verstande, dat: + +a. voorlopige tuchtmaatregelen, bevolen door een ambtenaar voor de tuchtrechtspraak, worden geacht te zijn bevolen door de officier van justitie bij de rechtbank van het arrondissement, waarin de ambtenaar voor de tuchtrechtspraak bevoegd was; +b. voorlopige tuchtmaatregelen, bevolen door een tuchtrechter voor de voedselvoorziening, worden geacht te zijn bevolen door de rechtbank van het arrondissement, waarin de tuchtrechter bevoegd was; +c. voorlopige tuchtmaatregelen, bevolen door het Centraal College voor de Tuchtrechtspraak, worden geacht te zijn bevolen door het gerechtshof binnen welks rechtsgebied de tuchtrechter bevoegd was, die in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan. + +### Artikel 63 + +**1.** De wet van 24 Mei 1947, tot opneming van de mogelijkheid van voorlopige maatregelen ter zake van overtreding van prijsvoorschriften (*Staatsblad* No. H 156) wordt ingetrokken. + +**2.** De voorlopige maatregelen, op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet van kracht, worden, gedurende hoogstens zes maanden nadat zij zijn genomen, gehandhaafd. Het bepaalde in de Titels IV en V is overigens op deze maatregelen van toepassing. + +## Titel XIII. Slotbepalingen + +### Artikel 64 + +Bevat wijziging in andere regelgeving. + +### Artikel 65 + +Bevat wijziging in andere regelgeving. + +### Artikel 66 + +Bevat wijziging in andere regelgeving. + +### Artikel 67 + +Bevat wijziging in andere regelgeving. + +### Artikel 68 + +Bevat wijziging in andere regelgeving. + +### Artikel 69 + +Bevat wijziging in andere regelgeving. + +### Artikel 70 + +Bevat wijziging in andere regelgeving. + +### Artikel 71 + +Bevat wijziging in andere regelgeving. + +### Artikel 72 + +Bevat wijziging in andere regelgeving. + +### Artikel 73 + +Bevat wijziging in andere regelgeving. + +### Artikel 74 + +Bevat wijziging in andere regelgeving. + +### Artikel 75 + +Bevat wijziging in andere regelgeving. + +### Artikel 76 + +Bevat wijziging in andere regelgeving. + +### Artikel 77 + +Bevat wijziging in andere regelgeving. + +### Artikel 78 + +Bevat wijziging in andere regelgeving. + +### Artikel 79 + +Bevat wijziging in andere regelgeving. + +### Artikel 80 + +Bevat wijziging in andere regelgeving. + +### Artikel 81 + +Bevat wijziging in andere regelgeving. + +### Artikel 82 + +Bevat wijziging in andere regelgeving. + +### Artikel 83 + +Bevat wijziging in andere regelgeving. + +### Artikel 84 + +Bevat wijziging in andere regelgeving. + +### Artikel 85 + +Bevat wijziging in andere regelgeving. + +### Artikel 86 + +Bevat wijziging in andere regelgeving. + +### Artikel 87 + +**1.** Deze wet treedt in werking op een nader door Ons te bepalen tijdstip, dat voor onderscheidene groepen van economische delicten en voor onderscheidene voorschriften verschillend kan zijn. + +**2.** Zij kan worden aangehaald als 'Wet op de economische delicten'.