From b281cdfd81551e1d8bb4e477ceec67f2fa582224 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Dec 2008 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2008-12-01 | BWBR0024708 | Besluit publieke gezondheid --- .../BWBR0024708/README.md | 252 ++++-------------- 1 file changed, 53 insertions(+), 199 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-publieke-gezondheid/BWBR0024708/README.md b/amvb/besluit-publieke-gezondheid/BWBR0024708/README.md index b7854ae9fa5..718555e6f2c 100644 --- a/amvb/besluit-publieke-gezondheid/BWBR0024708/README.md +++ b/amvb/besluit-publieke-gezondheid/BWBR0024708/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit publieke gezondheid bwb_id: BWBR0024708 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2025-10-15' +datum_inwerkingtreding: '2008-12-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0024708 citeertitel: Besluit publieke gezondheid --- @@ -50,7 +50,15 @@ d. het beantwoorden van vragen uit de bevolking en het geven van voorlichting. ### Artikel 3 -De werkzaamheden inzake het op systematische wijze volgen en signaleren van ontwikkelingen in de gezondheidstoestand van jeugdigen en van gezondheidsbevorderende en -bedreigende factoren omvatten de volgende aspecten: +**1.** Het basistakenpakket jeugdgezondheidszorg bestaat uit een uniform deel en een maatwerk deel. + +**2.** Het uniform deel van het basistakenpakket omvat de in de artikelen 4, 5 en 6 van dit besluit beschreven werkzaamheden en wordt aan alle jeugdigen aangeboden. + +**3.** Het maatwerk deel van het basistakenpakket omvat de in de artikelen 7, 8 en 9 van dit besluit beschreven werkzaamheden en wordt afgestemd op de specifieke zorgbehoeften van de jeugdigen alsmede op lokale of regionale demografische en epidemiologische gegevenheden. + +### Artikel 4 + +De in artikel 5, tweede lid, aanhef en onder a, van de wet genoemde werkzaamheid inzake de gezondheidstoestand van jeugdigen en de gezondheidsbeïnvloedende factoren omvat de volgende aspecten: a. het afnemen van een algemene anamnese van de jeugdige, b. het beoordelen van de lichamelijke verschijning van de jeugdige, @@ -59,99 +67,62 @@ d. het beoordelen van de ontwikkeling van de jeugdige, e. het beoordelen van het functioneren van de jeugdige, f. het beoordelen van medisch-biologische parameters van de jeugdige, g. het beoordelen van het gedrag van de jeugdige, -h. het beoordelen van het sociale, pedagogische en fysieke milieu van de jeugdige, -i. het in kaart brengen van het zorgsysteem rondom de jeugdige. - -### Artikel 4 - -De werkzaamheden inzake de vroegtijdige opsporing en preventie van specifieke stoornissen omvatten de volgende aspecten: - -a. het nagaan of bij de jeugdige sprake is van stoornissen in het visuele systeem, -b. het nagaan of bij de jeugdige sprake is van niet-scrotale testis, -c. het nagaan of bij de jeugdige sprake is van congenitale hartafwijkingen, -d. het nagaan of bij de jeugdige sprake is spraak- of taalstoornissen, -e. het nagaan of bij de jeugdige sprake is van perceptief gehoorverlies, -f. het nagaan of bij de jeugdige sprake is van dysplastische heupontwikkeling, -g. het zo nodig aanbieden van vaccinatie tegen tuberculose. +h. het beoordelen van het sociaal milieu van de jeugdige, +i. het beoordelen van het fysieke milieu rondom de jeugdige, +j. het in kaart brengen van het zorgsysteem rondom de jeugdige. ### Artikel 5 -De werkzaamheden inzake het ramen van de behoeften aan zorg omvatten de volgende aspecten: +De in artikel 5, tweede lid, aanhef en onder b, van de wet genoemde werkzaamheid inzake de behoeften aan zorg omvat, naast het maatwerk deel, bedoeld in artikel 7 van dit besluit, de volgende aspecten: a. het schatten van de verhouding tussen de draaglast en draagkracht van de jeugdige en van het gezin waartoe hij behoort, -b. het in afstemming met de jeugdige en zijn ouders of verzorgers bepalen van de behoefte aan advies en voorlichting, +b. het schatten van de behoefte aan advies en voorlichting van de jeugdige en van het gezin waartoe hij behoort, c. het inventariseren van de zorg die de jeugdige al ontvangt, -d. het nagaan of de jeugdige tot een of meer risicogroepen behoort, -e. het in afstemming met de jeugdige en zijn ouders of verzorgers ramen welke zorgverlening nodig is en het formuleren van maatregelen. +d. het nagaan of de jeugdige tot een of meer risicogroepen behoort. ### Artikel 6 -**1.** +De in artikel 5, tweede lid, aanhef en onder c, van de wet genoemde werkzaamheid inzake de opsporing en preventie van specifieke stoornissen omvat de volgende aspecten: -De werkzaamheden inzake het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding aan jeugdigen tot 14 jaar, omvatten individueel of groepsgerichte voorlichting, advies, instructie en begeleiding, gericht op het ondersteunen van ouders en jeugdigen, en betreffen in ieder geval de onderwerpen: - -• gezonde (borst-)voeding -• overgewicht / ondergewicht -• voedselovergevoeligheid -• vitamine D en K -• veilig slapen -• veiligheid -• voorkeurshouding -• meeroken -• gebit en gebitsverzorging -• middelengebruik (alcohol, roken, cannabis en andere drugs) -• leefstijl - -– sport en bewegen -– seksueel gedrag (waaronder seksueel overdraagbare aandoeningen en anticonceptie) -– internetgebruik en gameverslaving -• psychosociale problemen -• opvoedvragen, -problemen en kindermishandeling (waaronder vrouwelijke genitale verminking en shaken baby syndroom) -• weerbaarheid jeugdigen, waaronder pesten, discriminatie, geweld (waaronder seksuele dwang) -• depressie -• disbalans draagkracht/draaglast en ontvangen zorg/zorgbehoefte bij kind en gezin -• gezondheidsbedreigingen gezin en omgeving (sociaal, fysiek, psychisch, pedagogisch milieu) -• school-/ziekteverzuim/schooluitval. - -**2.** - -De werkzaamheden inzake het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding aan jeugdigen vanaf 14 jaar, omvatten individueel of groepsgerichte voorlichting, advies, instructie en begeleiding, en betreffen in ieder geval de onderwerpen: - -• overgewicht / ondergewicht -• middelengebruik (alcohol, roken, cannabis en andere drugs) -• leefstijl - -– sport en bewegen -– seksueel gedrag (waaronder seksueel overdraagbare aandoeningen en anticonceptie) -– internetgebruik en gameverslaving -• weerbaarheid jeugdigen, waaronder pesten, discriminatie, geweld (waaronder seksuele dwang) -• depressie -• school-/ziekteverzuim/schooluitval. +a. het nagaan of bij de jeugdige sprake is van oogpathologie, +b. het nagaan of bij de jeugdige sprake is van maldescensus testis, +c. het nagaan of bij de jeugdige sprake is van congenitale hartafwijkingen, +d. het nagaan of bij de jeugdige sprake is spraak- of taalstoornissen, +e. het nagaan of bij de jeugdige sprake is van perceptief gehoorverlies, +f. het zonodig aanbieden van vaccinatie tegen hepatitis B, +g. het zonodig aanbieden van vaccinatie tegen tuberculose. ### Artikel 7 -**1.** Bij de werkzaamheden, bedoeld in de artikelen 3, 4, 5 en 6 wordt zo nodig doorverwezen en -geleid naar curatieve gezondheidszorg, alsmede naar jeugdhulp als bedoeld in de Jeugdwet. +De in artikel 5, tweede lid, aanhef en onder b, van de wet genoemde werkzaamheid inzake de behoeften aan zorg omvat, naast het uniform deel, bedoeld in artikel 5 van dit besluit, de volgende aspecten: -**2.** Bij de werkzaamheden, bedoeld in artikelen 3, onderdelen d, e, g, h en i, 4, onderdeel d, 5 en 6, wordt waar nodig samengewerkt met onderwijs, voorschoolse voorzieningen, jeugdhulp, verloskundigen, kraamzorg, huisartsen en overige curatieve gezondheidszorg, buurtteams en andere relevante zorg- of hulpverleners. +a. het ramen welke zorgverlening op maat nodig is, +b. het ramen welke risicogroep gerichte zorg nodig is. ### Artikel 8 -De op grond van de artikelen 3, 4 en 6 verkregen gegevens en de op grond van artikel 5 geraamde behoeften aan zorg worden systematisch geanalyseerd ten behoeve van het formuleren van collectieve maatregelen ter beïnvloeding van gezondheidsbedreigingen. +De in artikel 5, tweede lid, aanhef en onder d, van de wet genoemde werkzaamheid inzake voorlichting omvat de volgende aspecten: + +a. het geven van individugerichte voorlichting, advies, instructie en begeleiding, +b. het geven van groepsgerichte voorlichting, advies, instructie en begeleiding. ### Artikel 9 -Vervallen +De in artikel 5, tweede lid, aanhef en onder e, van de wet genoemde werkzaamheid inzake gezondheidsbedreigingen omvat de volgende aspecten: + +a. het formuleren welke individuele maatregelen, afgestemd op het gezin van de jeugdige, nodig zijn, +b. het formuleren welke maatregelen, afgestemd op de groep gezinnen waartoe het gezin van de jeugdige behoort, nodig zijn, +c. het formuleren welke individuele maatregelen, afgestemd op buurt of school van de jeugdige, nodig zijn, +d. het formuleren welke maatregelen, afgestemd op de groep buurten of scholen waartoe de buurt of school van de jeugdige behoort, nodig zijn. ### Artikel 10 -Indien het college van burgemeester en wethouders toepassing geeft aan artikel 14, vierde lid van de wet, hanteert het college voor de uitvoering dezelfde eisen als in artikel 17, tweede lid, van dit besluit, aan de gemeentelijke gezondheidsdienst zijn gesteld. +Indien het college van burgemeester en wethouders toepassing geeft aan artikel 14, tweede lid, van de wet, hanteert het college voor de uitvoering dezelfde eisen als in artikel 17, tweede lid, van dit besluit, aan de gemeentelijke gezondheidsdienst zijn gesteld. ## Hoofdstuk IV. Infectieziektebestrijding ### Artikel 11 -**1.** - Ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet zorgt het college van burgemeester en wethouders in ieder geval voor: a. het, ter uitvoering van de meldingstaken, bedoeld in de wet, te allen tijde bereikbaar zijn van de gemeentelijke gezondheidsdienst, @@ -164,41 +135,9 @@ g. de algemene voorbereiding op maatregelen ter bestrijding van een epidemie van h. het aanbieden van vaccinaties aan risicogroepen, i. de deelname aan toegepast wetenschappelijk onderzoek. -**2.** - -Het vaccinatieprogramma, bedoeld in artikel 6b, eerste lid, van de wet, bestaat uit de volgende voor de desbetreffende groepen opgenomen vaccinaties: - -a. voor alle personen tot 18 jaar: difterie (D), kinkhoest (K), tetanus (T), polio (P), infectie veroorzaakt door haemophilus influenzae type B (Hib), hepatitis B (HepB), infectie veroorzaakt door pneumokokken (Pneu), Bof (B), mazelen (M), rodehond (R) en infectie veroorzaakt door meningokokken groep C (MenC) en groep W (MenW) en infectie veroorzaakt door humaan papillomavirus (HPV) dat kanker kan veroorzaken; -b. bij een pasgeborene van een draagster van hepatitis B-virus behoort tevens tot het vaccinatieprogramma het na afloop van de vaccinatieserie in gang zetten van een serologische evaluatie (bloedonderzoek); -c. voor zwangeren: kinkhoest (K). - -**3.** - -Ter uitvoering van artikel 6b, derde lid, van de wet draagt het college van burgemeester en wethouders mede zorg voor het deel van het vaccinatieprogramma, bedoeld in het tweede lid, en zorgt het college van burgemeester en wethouders ervoor dat: - -a. tijdig volgens het vaccinatieprogramma uitnodigingen worden verzonden voor vaccinatie en het daartoe bepalen van tijd en locatie van de vaccinatie; -b. objectieve, volledige en passende voorlichting aan en begeleiding van ouders of verzorgers wordt geboden over deelname aan het programma, alsmede het beantwoorden van vragen omtrent de vaccinaties; -c. op het tijdstip en de locatie, bedoeld in onderdeel a, de vaccinaties worden gegeven; -d. het beheer van de vaccins en de uitvoering van de vaccinaties geschiedt volgens de daarvoor geldende professionele richtlijn en door voldoende en deskundig personeel; -e. tijdig met het RIVM overleg wordt gevoerd inzake frequentie, planning en organisatie van groepsvaccinaties; -f. jaarlijks overleg plaatsvindt tussen de afdeling infectieziektebestrijding van de gemeentelijke gezondheidsdienst en de uitvoerders van de jeugdgezondheidszorg over de door het RIVM opgestelde rapportage over de vaccinatiegraad. - -**4.** Onverminderd het tweede lid bestaat het vaccinatieprogramma, bedoeld in artikel 6b, eerste lid, van de wet, tevens uit vaccinaties voor alle personen tegen een infectie veroorzaakt door SARS-CoV-2. - ### Artikel 12 -De infectieziekten behorende tot groep C zijn: anthrax, bof, botulisme, brucellose, Carbapenemaseproducerende Enterobacteriaceae, chikungunya, dengue, gele koorts, hantavirusinfectie, heamophilus influenza infectie, pneumokokkenziekte, legionellose, leptospirose, listeriose, malaria, meningokokkenziekte, mrsa-infectie, psittacose, q-koorts, tekenencefalitis, tetanus, trichinose, tularemie west-nile virusinfectie, ziekte van creutzfeldt-jakob, zikavirusinfectie. - -### Artikel 12a - -De vectoren, bedoeld in artikel 6a, eerste lid, van de wet zijn de: - -a. Aedes aegypti; -b. Aedes albopictus; -c. Aedes atropalpus; -d. Aedes japonicus; -e. Aedes koreicus; -f. Aedes triseriatus. +De infectieziekten behorende tot groep C zijn: anthrax, bof, botulisme, brucellose, gele koorts, hantavirusinfectie, heamophilus influenza infectie, pneumokokkenziekte, legionellose, leptospirose, listeriose, malaria, meningokokkenziekte, mrsa-infectie, psittacose, q-koorts, tetanus, trichinose, west-nile virusinfectie, ziekte van creutzfeldt-jakob. ### Artikel 13 @@ -225,22 +164,20 @@ b. een van sanitaire voorzieningen voorziene ruimte waar aankomende reizigers, a ### Artikel 15 -**1.** Onze Minister verleent op aanvraag van het college van burgemeester en wethouders een bijdrage in de kosten die voor de gemeente voortvloeien uit het door de voorzitter van de veiligheidsregio dan wel de burgemeester uitvoeren van de door Onze Minister opgedragen maatregelen, bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de wet. +**1.** Onze Minister verleent op aanvraag van het college van burgemeester en wethouders een bijdrage in de kosten die voor de gemeente voortvloeien uit het door de burgemeester uitvoeren van de door Onze Minister opgedragen maatregelen, bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de wet. -**2.** Onze Minister verleent op aanvraag van het bestuur van een rechtspersoon anders dan een gemeente, een bijdrage in de kosten die voor die rechtspersoon voortvloeien uit het door de voorzitter van de veiligheidsregio uitvoeren van de door Onze Minister opgedragen maatregelen, bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de wet. - -**3.** +**2.** De bijdrage wordt vastgesteld op grond van de kosten die voortvloeien uit het daadwerkelijk treffen van de maatregelen en de gevolgen daarvan, verminderd met: -a. de kosten waarvoor de gemeente respectievelijk de andere rechtspersoon uit andere hoofde een bijdrage heeft verkregen of kan verkrijgen, -b. de kosten die de gemeente respectievelijk de andere rechtspersoon in rekening brengt of kan brengen. +a. de kosten waarvoor de gemeente uit andere hoofde een bijdrage heeft verkregen of kan verkrijgen, +b. de kosten die een gemeente in rekening brengt of kan brengen. -**4.** Geen bijdrage wordt toegekend, indien de kosten, bedoeld in het derde lid, € 45.000 of minder bedragen. +**3.** Geen bijdrage wordt toegekend, indien de kosten, bedoeld in het tweede lid, € 45.000 of minder bedragen. ### Artikel 16 -**1.** De aanvraag, bedoeld in artikel 15, eerste of tweede lid, wordt uiterlijk twaalf maanden na het einde van het treffen van de maatregelen ingediend. +**1.** De aanvraag, bedoeld in artikel 15, eerste lid, wordt uiterlijk twaalf maanden na het einde van het treffen van de maatregelen ingediend. **2.** In afwijking van het eerste lid wordt, indien de maatregelen onafgebroken gedurende één jaar worden getroffen, de aanvraag uiterlijk twaalf maanden na het verstrijken van dat jaar ingediend. @@ -248,7 +185,7 @@ b. de kosten die de gemeente respectievelijk de andere rechtspersoon in rekening **4.** Onze Minister beslist binnen zes maanden na indiening van de aanvraag. -**5.** Op verzoek van de aanvrager kan Onze Minister een voorschot verlenen op de bijdrage, bedoeld in artikel 15, eerste of tweede lid. Een verzoek daartoe gaat vergezeld van een voorlopige opgave van de kosten. +**5.** Op verzoek van de aanvrager kan Onze Minister een voorschot verlenen op de bijdrage, bedoeld in artikel 15, eerste lid. Een verzoek daartoe gaat vergezeld van een voorlopige opgave van de kosten. **6.** @@ -257,32 +194,6 @@ Onze Minister kan de vaststelling van een bijdrage intrekken of ten nadele van d a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan Onze Minister bij de vaststelling van de bijdrage redelijkerwijze niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de bijdrage lager zou zijn vastgesteld, of b. indien de vaststelling van de bijdrage onjuist was en de ontvanger dit wist of behoorde te weten. -## Hoofdstuk IVa. Bevolkingsonderzoek - -### Artikel 16a - -Het bevolkingsonderzoek, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de wet bestaat uit: - -a. de neonatale hielprikscreening, waarbij onderzoek wordt uitgevoerd bij pasgeborenen naar ernstige aangeboren aandoeningen in het Europese deel van Nederland en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; -b. de prenatale screening infectieziekten en erytrocytenimmunisatie (PSIE) in het Europese deel van Nederland en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; -c. het bevolkingsonderzoek naar borstkanker in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; -d. het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; -e. het bevolkingsonderzoek naar darmkanker in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. - -## Hoofdstuk IVb. Integrale suïcidepreventie - -### Artikel 16b - -**1.** - -Het integraal beleid, bedoeld in artikel 12b, eerste lid, van de wet is gericht op het bevorderen van een duurzame en brede aandacht en inzet voor suïcidepreventie, binnen de beschikbare middelen, en kan daartoe de volgende instrumenten omvatten: - -a. een landelijke agenda suïcidepreventie gericht op een integrale aanpak van preventieve maatregelen, die gebaseerd zijn op de actuele stand van de wetenschap en de praktijk, vertaald naar acties en doelstellingen die, waar mogelijk, ook te vertalen zijn naar gemeentelijke doelstellingen; -b. een nationale communicatiestrategie suïcidepreventie om gedachten aan suïcide bespreekbaar te maken en suïcidepreventie algemene bekendheid te geven; -c. een onderzoeksprogramma suïcidepreventie voor het ontwikkelen en verspreiden van kennis op het gebied van suïcide en suïcidepreventie. - -**2.** Het integraal beleid wordt door Onze Minister en Onze Ministers die het mede aangaat opgesteld, waar nodig in samenspraak met vertegenwoordigers van de wetenschap en uit de praktijk en met ervaringsdeskundigen. - ## Hoofdstuk V. Gemeentelijke gezondheidsdiensten ### Artikel 17 @@ -291,82 +202,25 @@ c. een onderzoeksprogramma suïcidepreventie voor het ontwikkelen en verspreiden Met het oog op de uitvoering van de in artikel 2 van de wet omschreven taak voldoen de deskundigen, bedoeld in artikel 15 van de wet, aan de volgende eisen: -a. de sociaal geneeskundige is op grond van artikel 14 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg geregistreerd als arts Maatschappij & Gezondheid, en voor zover werkzaam op het terrein van de medische milieukunde, in het door het College Geneeskundig Specialismen van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst ingestelde profielregister geregistreerd als arts medische milieukunde KNMG, -b. de deskundige op het terrein van de sociale verpleegkunde is op grond van artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg geregistreerd als verpleegkundige en in het bezit van het diploma HBO-V, +a. de sociaal geneeskundige is ingeschreven in het Register van Artsen Maatschappij en Gezondheid van de KNMG en, voor zover werkzaam op het terrein van de medische milieukunde, opgeleid in de medische milieukunde, +b. de deskundige op het terrein van de sociale verpleegkunde is sociaal verpleegkundige en in het bezit van het diploma HBO-V, c. de epidemioloog is geregistreerd als epidemioloog A in het register van de Vereniging voor Epidemiologie of geregistreerd als epidemioloog B door de Stichting voor opleiding tot Medisch Biologisch Wetenschappelijk Onderzoeker. **2.** Met het oog op de uitvoering van de in artikel 5 van de wet omschreven taak ter zake van gezondheidsrisico’s voor jeugdigen voldoen de deskundigen, bedoeld in artikel 15 van de wet, aan de volgende eisen: -a. de sociaal geneeskundige is op grond van artikel 14 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg geregistreerd als arts Maatschappij & Gezondheid, en in het door het College Geneeskundig Specialismen van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst ingestelde profielregister geregistreerd als jeugdarts KNMG, -b. de deskundige op het terrein van de sociale verpleegkunde is op grond van artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg geregistreerd als verpleegkundige en in het bezit van het diploma HBO-V, +a. de sociaal geneeskundige is ingeschreven in het Register van Artsen Maatschappij en Gezondheid van de KNMG en opgeleid in de jeugdgezondheidszorg, +b. de deskundige op het terrein van de sociale verpleegkunde is sociaal verpleegkundige en in het bezit van het diploma HBO-V, c. de deskundige op het terrein van de gedragswetenschappen is universitair opgeleid als psycholoog of pedagoog, dan wel in het bezit van de akte M.O.-B pedagogiek. **3.** Met het oog op de uitvoering van de in artikel 6 van de wet omschreven taak voldoen de deskundigen, bedoeld in artikel 15 van de wet, aan de volgende eisen: -a. de sociaal geneeskundige, belast met de infectieziektebestrijding, is op grond van artikel 14 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg geregistreerd als arts Maatschappij & Gezondheid, en in het door het College Geneeskundig Specialismen van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst ingestelde profielregister geregistreerd als arts infectieziektebestrijding KNMG, -b. de sociaal geneeskundige, belast met de bestrijding van tuberculose, is: - -– op grond van artikel 14 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg geregistreerd als arts Maatschappij & Gezondheid, en in het door het College Geneeskundig Specialismen van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst ingestelde profielregister geregistreerd als arts tuberculosebestrijding KNMG, of -– op grond van artikel 14 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg geregistreerd als longarts, -c. de deskundige op het terrein van de sociale verpleegkunde is op grond van artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg geregistreerd als verpleegkundige en in het bezit van het diploma HBO-V. - -## Hoofdstuk Va. Vergunning- en meldplicht poliovirus - -### Artikel 17a - -**1.** - -De vergunningplicht, bedoeld in artikel 12b, eerste lid, van de wet, is van toepassing op: - -a. wild poliovirus type 1, 2 of 3; -b. vaccine-derived poliovirus type 1, 2 of 3; -c. Sabin type 1, 2 of 3; -d. oral polio vaccine 1, 2 of 3; -e. door de Wereld Gezondheidsorganisatie goedgekeurde novel poliovirus strains, met inbegrip van novel oral polio vaccine strains. - -**2.** - -De geldigheidsduur van de vergunning bedraagt: - -a. de op het moment van verlening van de vergunning resterende duur van een in verband met de uitvoering van Resolutie WHA71.16 van de Wereld Gezondheidsorganisatie aan de aanvrager verstrekt certificaat; -b. bij gebreke van zodanig certificaat, drie jaar. - -**3.** Degene aan wie eerder een vergunning is verleend en die voorafgaand aan het verstrijken van de geldigheidsduur daarvan of voordat zich de situatie, bedoeld in artikel 12f, eerste lid, onderdeel a, van de wet voordoet, een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van die vergunning heeft ingediend, mag de handelingen met het betreffende poliovirus blijven voortzetten totdat op die aanvraag is beslist, behoudens de in artikel 12b, vijfde lid, van de wet neergelegde bevoegdheid van Onze Minister. - -### Artikel 17b - -Ter zake van het bewaren, bewerken, gebruiken of anderszins verwerken van de in artikel 17a, eerste lid, aangewezen typen poliovirus geldt dat degene die de handelingen daarmee verricht of beoogt te verrichten: - -a. een essentiële faciliteit is; en -b. voldoet aan de bij regeling van Onze Minister gestelde eisen die verband houden met de uitvoering van Resolutie WHA71.16 van de Wereld Gezondheidsorganisatie. - -### Artikel 17c - -**1.** - -De meldplicht, bedoeld in artikel 12i, eerste lid, van de wet, is van toepassing op het bewaren, bewerken, gebruiken of anderszins verwerken van: - -a. potentieel infectieus materiaal met wild poliovirus type 1, 2 of 3; -b. potentieel infectieus materiaal met vaccine-derived poliovirus type 1, 2 of 3; -c. potentieel infectieus materiaal met Sabin type 1, 2 of 3; -d. potentieel infectieus materiaal met oral polio vaccine 1, 2 of 3; -e. potentieel infectieus materiaal met novel poliovirus strains. - -**2.** - -Een melding wordt gedaan bij de inspectie langs elektronische weg, voorafgaand aan de aanvang van de in het eerste lid genoemde handelingen, onder verstrekking van in ieder geval de volgende gegevens: - -a. het type materiaal en de hoeveelheid daarvan; -b. het land van herkomst en de datum waarop het materiaal is verzameld; -c. de aard van de handelingen en de beoogde duur daarvan. - -**3.** De meldplicht is niet van toepassing op handelingen door een zorgverlener en daarmee samenhangende handelingen voor zover deze noodzakelijk zijn ten behoeve van diagnostiek. - -**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de meldplicht. +a. de sociaal geneeskundige, belast met de infectieziektebestrijding, is ingeschreven als arts infectieziektebestrijding in het Register van Artsen Maatschappij en Gezondheid van de KNMG en opgeleid in de infectieziektebestrijding, +b. de sociaal geneeskundige, belast met de bestrijding van tuberculose, is ingeschreven als arts tuberculosebestrijding in het Register van Artsen Maatschappij en Gezondheid van de KNMG en opgeleid in de tuberculosebestrijding, dan wel ingeschreven als longarts in het desbetreffende specialistenregister van de KNMG, +c. de deskundige op het terrein van de sociale verpleegkunde is sociaal verpleegkundige en in het bezit van het diploma HBO-V. ## Hoofdstuk VI. Overige bepalingen