diff --git a/amvb/besluit-reikwijdtebepalingen-wft/BWBR0020419/README.md b/amvb/besluit-reikwijdtebepalingen-wft/BWBR0020419/README.md index 66917f7ce6e..ecf6497e5f1 100644 --- a/amvb/besluit-reikwijdtebepalingen-wft/BWBR0020419/README.md +++ b/amvb/besluit-reikwijdtebepalingen-wft/BWBR0020419/README.md @@ -27,124 +27,63 @@ b. Zwitserland: Zwitserse Bondsstaat. ### Artikel 2 -**1.** Het ingevolge het Algemeen deel, het Deel Markttoegang financiële ondernemingen, het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen en de afdeling 5.4.3 van het Deel Gedragstoezicht financiële markten van de wet bepaalde met betrekking tot het uitoefenen van het bedrijf van schadeverzekeraar is, voorzover in dit besluit niet anders is bepaald, niet van toepassing op onderlinge waarborgmaatschappijen van beperkte omvang met zetel in Nederland die het bedrijf van schadeverzekeraar uitoefenen en in het bezit zijn van een door de Nederlandsche Bank ingevolge deze paragraaf verleende verklaring. - -**2.** - -Bij de aanvraag van een verklaring legt de aanvrager aan de Nederlandsche Bank een gewaarmerkt afschrift van de statuten, een lijst met namen en adressen van zijn bestuurders en een programma van werkzaamheden over, dat bevat: - -a. een opgave van de aard van de risico’s die de onderlinge waarborgmaatschappij voornemens is te dekken; -b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering; -c. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het productienet; -d. bewijsstukken waaruit blijkt dat de onderlinge waarborgmaatschappij beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan; - -en voorts, voor de eerste drie boekjaren: - -e. een raming van de andere dan de in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, met name van de algemene kosten en de provisies; -f. een raming van de premies en van de schaden; -g. een raming van de liquiditeitspositie; en -h. een raming van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en, voorzover van toepassing, tot dekking van de solvabiliteitsmarge bedoeld in artikel 4, tweede lid. - -**3.** Indien artikel 4 van toepassing is worden tevens bewijsstukken overgelegd waaruit blijkt dat de onderlinge waarborgmaatschappij voldoet aan artikel 4, tweede lid, en is het ingevolge artikel 3:57, eerste tot en met derde lid, van de wet bepaalde van toepassing. +Vervallen ### Artikel 3 -**1.** - -De Nederlandsche Bank verleent een verklaring als bedoeld in artikel 2 aan onderlinge waarborgmaatschappijen waarvan: - -a. de statuten bepalen dat de leden tijdens de bedrijfsuitoefening verplicht zijn of kunnen worden volledig bij te dragen in de tekorten of dat de schadevergoedingsplicht naar gelang van de beschikbare middelen kan worden beperkt en dat bij de ontbinding de leden en zij die binnen de in de statuten bepaalde termijn hebben opgehouden leden te zijn, aansprakelijk zijn voor tekorten of dat de schadevergoedingsplicht naargelang de beschikbare middelen kan worden beperkt; -b. de bedrijfsuitoefening is beperkt tot slechts een van de branches, bedoeld in artikel 2:27, tweede lid, van de wet, met uitzondering van de branches Ongevallen, Ziekte, Aansprakelijkheid motorrijtuigen, Aansprakelijkheid wegvervoer, Aansprakelijkheid luchtvaartuigen, Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen, Algemene aansprakelijkheid, Krediet, Borgtocht en Hulpverlening; -c. de bij hen verzekerde risico’s op genoegzame wijze zijn herverzekerd, tenzij de Nederlandsche Bank besluit dat geen herverzekering behoeft plaats te vinden; -d. ten minste de helft van het jaarlijkse bruto premie-inkomen afkomstig is van de leden; -e. het aantal verzekeringnemers niet groter is dan drieduizend; en -f. het jaarlijkse bruto premie-inkomen niet meer dan € 455.000 beloopt. - -**2.** Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op onderlinge waarborgmaatschappijen waarvan het aantal verzekeringnemers niet groter is dan tweehonderd en het jaarlijkse bruto premie-inkomen niet meer dan € 91.000 beloopt. +Vervallen ### Artikel 4 -**1.** - -De Nederlandsche Bank verleent een verklaring als bedoeld in artikel 2 aan onderlinge waarborgmaatschappijen die niet voldoen aan artikel 3 en waarvan: - -a. de statuten bepalen dat de leden tijdens de bedrijfsuitoefening verplicht zijn of kunnen worden volledig bij te dragen in de tekorten, of dat de schadevergoedingsplicht naargelang de beschikbare middelen kan worden beperkt en dat bij de ontbinding de leden en zij die binnen de in de statuten bepaalde termijn hebben opgehouden leden te zijn, aansprakelijk zijn voor tekorten, of dat de schadevergoedingsplicht naar gelang van de beschikbare middelen kan worden beperkt; -b. de bedrijfsuitoefening zich niet uitstrekt tot de branches Ongevallen, Ziekte, Aansprakelijkheid motorrijtuigen, Aansprakelijkheid wegvervoer, Aansprakelijkheid luchtvaartuigen, Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen, Algemene aansprakelijkheid, Krediet, Borgtocht en Hulpverlening; -c. het jaarlijkse bruto premie-inkomen niet meer dan € 5.000.000 beloopt; en -d. tenminste de helft van het jaarlijkse bruto premie-inkomen afkomstig is van de leden. - -**2.** De onderlinge waarborgmaatschappij beschikt over een solvabiliteitsmarge die ten minste € 205.000 bedraagt. Ten aanzien van deze solvabiliteitsmarge is het ingevolge artikel 3:57, eerste tot en met derde lid, van de wet bepaalde van toepassing. +Vervallen ### Artikel 5 -**1.** Een onderlinge waarborgmaatschappij waaraan op grond van artikel 3 een verklaring is verleend, dient binnen de door artikel 58, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde termijnen de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in de artikelen 361, eerste lid, onderscheidenlijk 391, eerste lid, en 392, eerste lid, onderdelen a tot en met h, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, bij de Nederlandsche Bank in. - -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op onderlinge waarborgmaatschappijen waarvan het aantal verzekeringnemers niet groter is dan tweehonderd en het jaarlijkse bruto premie-inkomen niet meer dan € 91.000 beloopt. +Vervallen ### Artikel 6 -**1.** Een onderlinge waarborgmaatschappij waaraan op grond van artikel 4 een verklaring is verleend, dient binnen zes maanden na afloop van het boekjaar bij de Nederlandsche Bank een opgave in met betrekking tot de vanuit de vestigingen in Nederland gesloten schadeverzekeringen met betrekking tot in andere lidstaten gelegen risico’s. - -**2.** In de opgave worden per lidstaat en per branchegroep de in dat boekjaar geboekte premies, schaden en provisies vermeld, telkens zonder aftrek van herverzekering. De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de branchegroepen en het model van de opgave. +Vervallen ### Artikel 7 -**1.** Ten aanzien van een onderlinge waarborgmaatschappij waaraan op grond van artikel 3 een verklaring is verleend, is het bepaalde ingevolge de artikelen 1:1, 1:6, tweede lid, 1:10, aanhef en onderdeel a, 1:24, 1:25, 1:36, 1:40 tot en met 1:42, 1:51, 1:52, 1:59, 1:65, 1:68, 1:72 tot en met 1:74, 1:75, 1:76, eerste tot en met zevende lid, 1:89 tot en met 1:91, 1:92, 1:93, 1:110, eerste lid, 2:27, tweede lid, 2:28, 3:8 tot en met 3:10, 3:17 eerste en tweede lid, aanhef en onderdelen a en b, en vierde lid, 3:29, derde lid, 3:38, en 3:70 van de wet van toepassing. - -**2.** Met betrekking tot het verzekeren van bijkomende risico’s is het ingevolge artikel 3:36, vierde lid, van de wet bepaalde van toepassing met dien verstande dat de risico’s van de branche Rechtsbijstand uitsluitend als bijkomende risico’s mogen worden gecombineerd met branches waarbij risico’s worden verzekerd die verband houden met het gebruik van zeeschepen. Risico’s die verband houden met aansprakelijkheden ten aanzien waarvan de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen van toepassing is worden evenwel niet als bijkomend risico verzekerd. +Vervallen ### Artikel 8 -**1.** Ten aanzien van een onderlinge waarborgmaatschappij waaraan op grond van artikel 4 een verklaring is verleend, is het bepaalde ingevolge de artikelen 1:1, 1:6, tweede lid, 1:10, aanhef en onderdeel a, 1:24, 1:25, 1:36, 1:40, 1:41, 1:42, 1:51, 1:52, 1:55, 1:59, 1:65, 1:68, 1:72 tot en met 1:74, 1:75, 1:76, eerste tot en met zevende lid, 1:78, 1:89 tot en met 1:91, 1:92, 1:93, 1:110, 2:27, tweede lid, 2:28, 2:117 eerste en derde lid, 2:119, 3:8 tot en met 3:10, 3:17, eerste lid, tweede lid, aanhef en onderdelen a en b en vierde lid,, 3:29, derde lid, 3:38, 3:67, eerste lid, derde lid en vierde lid, onderdeel a, 3:70, 3:71, 3:72, derde en vijfde tot en met negende lid, 3:73, 3:88, 3:89, 3:114, 3:115 eerste en vierde lid, 3:116, 3:117, tweede lid, 3:118, 3:120, eerste tot en met derde lid, en vijfde tot en met negende lid, 3:121, 3:128, 3:130, 3:132, 3:136, eerste, vierde en vijfde lid, 3:138, 3:139, 3:161, 3:162 tot en met 3:167, 3:169, 3:170, 3:171, eerste tot en met derde lid, 3:172 tot en met 3:176, 3:177, eerste lid, 3:178 tot en met 3:193, 3:195, eerste tot en met zesde lid, en 3:196 tot en met 3:198, eerste, tweede, vijfde en zesde lid, van de wet van toepassing. Artikel 108 van de Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht is van overeenkomstige toepassing. - -**2.** De waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen moeten in toereikende mate in dezelfde muntsoort kunnen worden geïnd of te gelde gemaakt als die waarin de verplichtingen luiden. Deze waarden zijn in Nederland aanwezig, met dien verstande dat met betrekking tot een overeenkomst van communautaire co-assurantie deze waarden ter keuze van de onderlinge waarborgmaatschappij ook aanwezig mogen zijn in de andere lidstaten van waaruit de overige co-assuradeuren deelnemen aan de overeenkomst. De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het bepaalde in dit lid, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit lid beoogt te beschermen anderszins worden bereikt. - -**3.** Met betrekking tot het verzekeren van bijkomende risico’s is het bij of krachtens artikel 3:36, vierde lid, van de wet bepaalde van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de risico’s van de branche Rechtsbijstand uitsluitend als bijkomende risico’s mogen worden gecombineerd met branches waarbij risico’s worden verzekerd die verband houden met het gebruik van zeeschepen. Risico’s die verband houden met aansprakelijkheden ten aanzien waarvan de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen van toepassing is mogen evenwel niet als bijkomend risico worden verzekerd. +Vervallen ### Artikel 9 -Voor de toepassing van het ingevolge het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de wet bepaalde worden onderlinge waarborgmaatschappijen die in het bezit zijn van een door de Nederlandsche Bank ingevolge deze paragraaf verleende verklaring beschouwd als schadeverzekeraar waaraan ingevolge het Deel Markttoegang financiële ondernemingen van de wet een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van schadeverzekeraar is verleend. +Vervallen ### Artikel 10 -Indien een onderlinge waarborgmaatschappij voorziet of redelijkerwijs kan voorzien dat zij niet meer voldoet of zal voldoen aan artikel 3 of artikel 4, geeft zij hiervan onverwijld kennis aan de Nederlandsche Bank. +Vervallen ### Artikel 11 -**1.** Artikel 1:104, eerste en tweede lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing. - -**2.** De Nederlandsche Bank brengt de intrekking van een verklaring, verleend op grond van artikel 4, ter kennis van de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten waarnaar de onderlinge waarborgmaatschappij vanuit Nederland diensten verricht. +Vervallen ### Artikel 12 -De Nederlandsche Bank kan onverminderd het bepaalde in artikel 1:104, eerste en tweede lid, van de wet een verklaring weigeren of intrekken indien een onderlinge waarborgmaatschappij deel uitmaakt of zal uitmaken van een groep en met het deel uitmaken van die groep naar het oordeel van de Nederlandsche Bank uitsluitend of in hoofdzaak wordt beoogd te bewerkstelligen dat een andere in die groep verbonden onderlinge waarborgmaatschappij voldoet of zal blijven voldoen aan artikel 3, eerste lid, onderdelen e en f, of artikel 4, eerste lid, onderdeel c. +Vervallen ### Artikel 13 -**1.** De intrekking van een verklaring verplicht de onderlinge waarborgmaatschappij haar bedrijf af te wikkelen, tenzij de intrekking gepaard gaat met de verlening van een andere verklaring ingevolge dit besluit of met de verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, van de wet. - -**2.** Op de onderlinge waarborgmaatschappij die ingevolge het eerste lid verplicht is haar bedrijf af te wikkelen, blijven gedurende de afwikkeling de bepalingen van dit besluit van toepassing. - -**3.** Gedurende de afwikkeling mag zonder toestemming van de Nederlandsche Bank geen wijziging worden gebracht in de verplichting van de leden om bij te dragen in de tekorten dan wel in de mogelijkheid de schadevergoedingsplicht te beperken. +Vervallen #### Paragraaf 2.1.2. Ondernemingen of instellingen op onderlinge grondslag met zetel buiten Nederland ### Artikel 14 -**1.** - -Op een onderneming op onderlinge grondslag van beperkte omvang met zetel buiten Nederland die vanuit een vestiging buiten Nederland door middel van dienstverrichting naar Nederland het bedrijf van schadeverzekeraar uitoefent of uit wil oefenen en niet in het bezit is van een vergunning die overeenkomt met de in artikel 2:27, eerste lid, bedoelde vergunning, zijn de artikelen 2:34, 2:37 tot en met 2:47, 3:24, 3:58, tweede lid, 3:78, en 3:83 van de wet niet van toepassing, indien de onderneming aan de Nederlandsche Bank aantoont dat: - -a. zij voldoet aan voorwaarden die overeenkomen met artikel 3 of artikel 4; -b. indien de betrokken vestiging zich in een lidstaat bevindt, op deze vestiging toezicht wordt uitgeoefend dat in voldoende mate overeenkomt met het toezicht ingevolge dit besluit of, indien de betrokken vestiging zich bevindt in een staat die geen lidstaat is, zij in de staat van haar zetel bevoegd is tot uitoefening van het bedrijf van schadeverzekeraar en dit bedrijf vanuit een vestiging in die staat daadwerkelijk uitoefent. - -**2.** Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing. +Vervallen ### Afdeling 2.2. Bepalingen ter uitvoering van ### Artikel 15 -Het bepaalde ingevolge de artikelen 1:1, 1:45, eerste lid, aanhef en onderdelen h en i, 1:51, tweede lid, 1:78, 1:104, eerste lid, onderdeel d, 3:38, 3:53, eerste tot en met vierde lid, 3:57, eerste tot en met vijfde lid, 3:67, 3:72, derde en vijfde tot en met negende lid, 3:73, 3:88, 3:89, 3:132, 3:135 tot en met 3:139, 3:161 tot en met 3:193, 3:195 tot en met 3:201, 3:203, 3:204, 3:207 tot en met 3:219, 3:221, 3:238 tot en met 3:251, 3:255 tot en met 3:257, 3:268 tot en met 3:273, 3:282 tot en met 3:288, 4:27 eerste en derde tot en met zesde lid, en 5:68 van de wet is niet van toepassing op een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 1:10, aanhef en onderdeel b, van de wet die voldoet aan de krachtens artikel 3, derde lid, van de Kaderwet financiële verstrekkingen Financiën door Onze Minister gestelde regels. +Het bepaalde ingevolge de artikelen 1:1, 1:45, eerste lid, aanhef en onderdelen h en i, 1:51, tweede lid, 1:78, 1:104, eerste lid, onderdeel d, 3:38, 3:53, eerste tot en met vierde lid, 3:57, eerste tot en met vierde lid, 3:67, 3:72, derde en vijfde tot en met achtste lid, 3:88, 3:132, 3:135 tot en met 3:137, 3:161 tot en met 3:193, 3:195 tot en met 3:201, 3:203, 3:204, 3:207 tot en met 3:219, 3:221, 3:238 tot en met 3:251, 3:255 tot en met 3:257, 3:269 tot en met 3:273, 3:282 tot en met 3:288k, 4:27 eerste en derde tot en met zesde lid, en 5:68 van de wet is niet van toepassing op een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 1:10, aanhef en onderdeel a, van de wet die voldoet aan de krachtens artikel 3, derde lid, van de Kaderwet financiële verstrekkingen Financiën door Onze Minister gestelde regels. ### Artikel 16 @@ -466,15 +405,11 @@ d. een opgave van referenten. ### Artikel 38 -**1.** Een verklaring die is verleend ingevolge de artikelen 2 of 3 van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen of ingevolge de artikelen 2 of 3 van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994 en die op het tijdstip waarop dit besluit in werking treedt niet is ingetrokken, wordt beschouwd te zijn verleend ingevolge de artikelen 3 onderscheidenlijk 4 van dit besluit. - -**2.** Een onderneming op onderlinge grondslag als bedoeld in artikel 14 die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit op grond van artikel 9a van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen of op grond van artikel 13 van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994 bevoegd is diensten te verrichten naar Nederland vanuit een vestiging buiten Nederland en tevens daadwerkelijk zulke diensten verricht, wordt beschouwd bevoegd te zijn ingevolge artikel 14 van dit besluit. +Vervallen ### Artikel 39 -**1.** In afwijking van artikel 38 blijven op onderlinge waarborgmaatschappijen die op 20 maart 2002 in het bezit waren van een verklaring als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994, tot 20 maart 2007 de ingevolge artikel 3, tweede lid, van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994 van toepassing verklaarde eisen van toepassing zoals deze luidden op 2 december 2003. - -**2.** Indien de onderlinge waarborgmaatschappij op 20 maart 2007 nog niet volledig voldoet aan de ingevolge artikel 3, tweede lid, van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994 van toepassing verklaarde eisen, kan de Nederlandsche Bank een aanvullende termijn van ten hoogste twee jaar toestaan, mits de onderlinge waarborgmaatschappij voor genoemde datum de maatregelen die zij voornemens is te nemen om de vereiste solvabiliteitsmarge te bereiken overeenkomstig artikel 3:136, eerste, vierde en vijfde lid, van de wet ter toestemming bij de Nederlandsche Bank heeft ingediend en de Nederlandsche Bank die toestemming heeft verleend. +Vervallen ### Artikel 40