2020-01-01 | BWBR0005555 | Wet luchtvaart
This commit is contained in:
parent
7fa4bfb127
commit
b2b46b080d
1 changed files with 55 additions and 79 deletions
|
|
@ -23,7 +23,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
- algemene luchtverkeersleiding: luchtverkeersleiding voor gecontroleerde vluchten;
|
||||
- AOC: door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aan een onderneming of groep van ondernemingen afgegeven document waarin wordt verklaard dat de betrokken luchtvaartexploitant beschikt over beroepsbekwaamheid en organisatie om luchtvaartuigen veilig te exploiteren voor de in dat bewijs gespecificeerde luchtvaartactiviteiten (Air Operator's Certificate);
|
||||
- artikel 83bis-overeenkomst: overeenkomst waarbij ten behoeve van het uitoefenen van toezicht op de naleving van luchtverkeersregels, eisen of bepalingen met betrekking tot het bezit van het bewijs van luchtwaardigheid annex radiovergunning behorende bij het betreffende luchtvaartuig, eisen of bepalingen met betrekking tot het bezit van het bewijs van bevoegdheid, alsmede bevoegdverklaringen van het stuurhutpersoneel, door de staat van registratie van een luchtvaartuig functies en taken zijn overgedragen aan de staat van exploitatie;
|
||||
- basisverordening: verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG (PbEU L 79) of een verordening die daarvoor in de plaats treedt;
|
||||
- basisverordening: verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG (PbEU L 79) of een verordening die daarvoor in de plaats treedt;
|
||||
- besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven: besluit als bedoeld in artikel 8a.54;
|
||||
- burgerexploitant: houder van een vergunning voor burgermedegebruik die is afgegeven voor burgerluchtvaart van commerciële aard onder vaststelling van een grenswaarde voor de geluidbelasting door dat luchthavenluchtverkeer, anders dan in de vorm van een maximum aantal vliegtuigbewegingen;
|
||||
- burgermedegebruik: gebruik van een militaire luchthaven door andere dan militaire luchtvaart;
|
||||
|
|
@ -88,11 +88,11 @@ indien zij krachtens artikel 6.51 of artikel 10.7, eerste lid, zijn aangewezen;
|
|||
- naderingsluchtverkeersleiding: luchtverkeersleiding voor aankomende of vertrekkende gecontroleerde vluchten;
|
||||
- navigatiediensten: de faciliteiten en diensten die luchtvaartuigen voorzien van informatie op het gebied van positionering en timing;
|
||||
- Nederlands luchtvaartuig: een in het register, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, ingeschreven luchtvaartuig;
|
||||
- onderzoeksverordening: Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 inzake onderzoek en preventie van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart en houdende intrekking van Richtlijn 94/56/EG (PbEU 2010, L295);
|
||||
- onderzoeksverordening: Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 inzake onderzoek en preventie van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart en houdende intrekking van Richtlijn 94/56/EG (PbEU 2010, L295);
|
||||
- opsporingsambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 11.3, eerste lid;
|
||||
- plaatsbepalingsdiensten: de faciliteiten en diensten voor het bepalen van de respectieve posities van luchtvaartuigen waarmee voor een veilige separatie wordt gezorgd;
|
||||
- plaatselijke verkeersleiding: luchtverkeersleidingsdienst voor luchtvaartterreinverkeer;
|
||||
- prestatieverordening: Verordening (EU) nr. 390/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 houdende vaststelling van een prestatieregeling voor luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties (PbEU 2013, L128);
|
||||
- prestatieverordening: Verordening (EU) nr. 390/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 houdende vaststelling van een prestatieregeling voor luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties (PbEU 2013, L128);
|
||||
- regeling van luchtverkeersstromen: functie die tot doel heeft bij te dragen aan een veilige, ordelijke en vlotte doorstroming van het luchtverkeer door ervoor te zorgen dat de luchtverkeersleidingscapaciteit optimaal wordt benut en dat het verkeersvolume verenigbaar is met de door de betrokken luchtverkeersdienstverleners afgegeven capaciteit;
|
||||
- staat van exploitatie: staat waarin een luchtvaartuig ingevolge een lease-, charter-, of ruilovereenkomst of soortgelijke regeling wordt geëxploiteerd door een exploitant die zijn hoofdkantoor of, bij afwezigheid daarvan, zijn vaste woonplaats niet heeft in de staat waar het luchtvaartuig is ingeschreven;
|
||||
- staat van registratie: staat waarin een luchtvaartuig is ingeschreven overeenkomstig Bijlage 7 bij het Verdrag van Chicago;
|
||||
|
|
@ -100,10 +100,10 @@ indien zij krachtens artikel 6.51 of artikel 10.7, eerste lid, zijn aangewezen;
|
|||
- timesharing: de verdeling in de tijd gezien van het beschikbaar luchtruim of een gedeelte daarvan over luchtruimgebruikers of verschillende categorieën luchtruimgebruikers;
|
||||
- veiligheidscertificaat: verklaring dat de exploitant van de luchthaven met het veiligheidsmanagementsysteem de veiligheidsrisico's op die luchthaven beheerst;
|
||||
- veiligheidsmanagementsysteem: een systeem voor het management van de orde en de veiligheid op de luchthaven;
|
||||
- Verdrag van Chicago: het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109);
|
||||
- vergoedingenverordening: Verordening (EU) nr. 391/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten (PbEU 2013, L128);
|
||||
- Verdrag van Chicago: het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109);
|
||||
- vergoedingenverordening: Verordening (EU) nr. 391/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten (PbEU 2013, L128);
|
||||
- verleners van luchtvaartnavigatiediensten: de openbare of particuliere lichamen die luchtvaartnavigatiediensten voor het luchtverkeer verlenen;
|
||||
- verordening voorvallen: Verordening (EU) nr. 376/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 inzake het melden, onderzoeken en opvolgen van voorvallen in de burgerluchtvaart en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn nr. 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 1321/2007 en (EG) nr. 1330/2007 van de Commissie (PbEU 2014, L 122);
|
||||
- verordening voorvallen: Verordening (EU) nr. 376/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 inzake het melden, onderzoeken en opvolgen van voorvallen in de burgerluchtvaart en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn nr. 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 1321/2007 en (EG) nr. 1330/2007 van de Commissie (PbEU 2014, L 122);
|
||||
- vlucht: de verplaatsing van het luchtvaartuig gedurende het tijdsverloop dat het in beweging komt met de bedoeling om op te stijgen, tot het ogenblik dat het weer tot volledige stilstand is gekomen na de landing;
|
||||
- vluchtinformatiegebied Amsterdam: het luchtruim boven het gebied, dat wordt begrensd door de rijksgrenzen en de kortste lijn op de ellipsoïde tussen de posities met de coördinaten 51°22'25" N 003°21'50" O en 51°30'00" N 002°00'00" O, 51°30'00" N 002°00'00" O en 55°00'00" N 005°00'00" O, de loxodroom tussen 55°00'00" N, 005°00'00" O en 55°00'00" N 006°30'00" O en de kortste lijn op de ellipsoïde tussen de posities met de coördinaten 55°00'00" N 006°30'00" O en 53°40'00" N, 006°30'00" O, uitgedrukt in het geografische referentiesysteem WGS 84;
|
||||
- voorval gevaarlijke stoffen: ongeval of incident met gevaarlijke stoffen als bedoeld in de als bijlage bij Annex 18 bij het Verdrag van Chicago behorende Technische Voorschriften voor het veilig vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht.
|
||||
|
|
@ -140,7 +140,7 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat, op nader in die algem
|
|||
– de artikelen 2.1 tot en met 2.10 of één of meer van deze artikelen,
|
||||
– hoofdstuk 3,
|
||||
– hoofdstuk 4,
|
||||
– titel 5.1, met uitzondering van de artikelen 5.14b tot en met 5.14d, of 5.2,
|
||||
– titel 5.1, met uitzondering van de artikelen 5.14b tot en met 5.14d, of 5.2,
|
||||
– titel 6.5 of titel 6.6,
|
||||
– hoofdstuk 9, of
|
||||
– hoofdstuk 10.
|
||||
|
|
@ -187,11 +187,11 @@ Het is verboden in strijd te handelen met bij ministeriële regeling aangewezen
|
|||
|
||||
### Artikel 2.1
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden een luchtvaartuig te bedienen, luchtverkeersdiensten te verlenen, luchthaveninformatie te verstrekken of een grondstation of een mobiel station in de luchtvaartmobiele band, waarvoor een vergunning is vereist als bedoeld in artikel 3.13 van de Telecommunicatiewet of de Wet telecommunicatievoorzieningen BES, te bedienen zonder het daarvoor geldige bewijs van bevoegdheid of geldige bewijs van gelijkstelling.
|
||||
**1.** Het is verboden een luchtvaartuig te bedienen, luchtverkeersdiensten te verlenen, luchthaveninformatie te verstrekken of een grondstation of een mobiel station in de luchtvaartmobiele band, waarvoor een vergunning is vereist als bedoeld in artikel 3.13 van de Telecommunicatiewet of de Wet telecommunicatievoorzieningen BES, te bedienen zonder het daarvoor geldige bewijs van bevoegdheid of geldige bewijs van gelijkstelling.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voor het bedienen van een Nederlands burgerluchtvaartuig, het verlenen van luchtverkeersdiensten, het verstrekken van luchthaveninformatie of het bedienen van een grondstation of een mobiel station als bedoeld in het eerste lid is het bezit vereist van hetzij:
|
||||
Voor het bedienen van een Nederlands burgerluchtvaartuig, het verlenen van luchtverkeersdiensten, het verstrekken van luchthaveninformatie of het bedienen van een grondstation of een mobiel station als bedoeld in het eerste lid is het bezit vereist van hetzij:
|
||||
|
||||
a. een door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu afgegeven bewijs van bevoegdheid of bewijs van gelijkstelling,
|
||||
b. een bewijs van bevoegdheid of bewijs van gelijkstelling, afgegeven door de bevoegde autoriteit van een door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu op grond van artikel 2.8 aangewezen staat of door een door hem aangewezen internationale organisatie. Betrokkene dient in geval van toepassing van onderdeel a tevens in het bezit te zijn van een geldige medische verklaring, bedoeld in artikel 2.4, afgegeven door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu dan wel door de bevoegde autoriteit van een door hem aangewezen staat, hetzij
|
||||
|
|
@ -235,7 +235,7 @@ c. daartoe voldoende onderricht heeft genoten aan een door Onze Minister van Inf
|
|||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu met betrekking tot het model en de uitvoering van het document, waarop een bewijs van bevoegdheid en een of meer bevoegdverklaringen worden weergegeven, eisen vaststellen.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu houdt van de door hem afgegeven bewijzen van bevoegdheid een register bij. In het belang van een goede uitvoering en handhaving van deze wet en de daarop berustende bepalingen verwerkt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in het register gegevens omtrent afgegeven bewijzen van bevoegdheid en bewijzen van gelijkstelling, rechterlijke uitspraken houdende ontzegging van de bevoegdheid een luchtvaartuig te bedienen, luchtverkeersdiensten te verlenen, luchthaveninformatie te verstrekken of een grondstation of een mobiel station als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, te bedienen en persoonsgegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming van houders van een bewijs van bevoegdheid.
|
||||
**5.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu houdt van de door hem afgegeven bewijzen van bevoegdheid een register bij. In het belang van een goede uitvoering en handhaving van deze wet en de daarop berustende bepalingen verwerkt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in het register gegevens omtrent afgegeven bewijzen van bevoegdheid en bewijzen van gelijkstelling, rechterlijke uitspraken houdende ontzegging van de bevoegdheid een luchtvaartuig te bedienen, luchtverkeersdiensten te verlenen, luchthaveninformatie te verstrekken of een grondstation of een mobiel station als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, te bedienen en persoonsgegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming van houders van een bewijs van bevoegdheid.
|
||||
|
||||
**6.** Het derde lid is niet van toepassing op bewijzen van bevoegdheid voor het verlenen van luchtverkeersdiensten of het verstrekken van luchthaveninformatie. Bij algemene maatregel van bestuur wordt aangegeven welke bewijzen van bevoegdheid voor het verlenen van luchtverkeersdiensten of het verstrekken van luchthaveninformatie Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan afgeven en welke bevoegdverklaringen Onze Minister op die bewijzen van bevoegdheid kan weergeven. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gesteld aan de bewijzen van bevoegdheid, bevoegdverklaringen en daaraan te verbinden machtigingen voor het verlenen van luchtverkeersdiensten of het verstrekken van luchthaveninformatie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -348,7 +348,7 @@ d. wanneer bij de aanvraag of het verzoek om verlenging van het bewijs van bevoe
|
|||
|
||||
**2.** Vervallen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de houder van een bewijs van bevoegdheid of een of meer bevoegdverklaringen de bevoegdheid een luchtvaartuig te bedienen, luchtverkeersdiensten te verlenen, luchthaveninformatie te verstrekken of een grondstation of mobiel station als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, te bedienen is ontzegd, dan wel zijn bewijs van bevoegdheid of een of meer bevoegdverklaringen zijn ingetrokken, is hij verplicht het document, waarop zijn bewijs van bevoegdheid en eventuele bevoegdverklaringen zijn weergegeven, onverwijld bij Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in te leveren.
|
||||
**3.** Indien de houder van een bewijs van bevoegdheid of een of meer bevoegdverklaringen de bevoegdheid een luchtvaartuig te bedienen, luchtverkeersdiensten te verlenen, luchthaveninformatie te verstrekken of een grondstation of mobiel station als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, te bedienen is ontzegd, dan wel zijn bewijs van bevoegdheid of een of meer bevoegdverklaringen zijn ingetrokken, is hij verplicht het document, waarop zijn bewijs van bevoegdheid en eventuele bevoegdverklaringen zijn weergegeven, onverwijld bij Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in te leveren.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste en derde lid is van overeenkomstige toepassing op een autorisatie als bedoeld in artikel 2.3, zesde lid, onderdeel e.
|
||||
|
||||
|
|
@ -427,7 +427,7 @@ b. het alcoholgehalte van zijn bloed bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan
|
|||
|
||||
**5.** Het is verboden een lid van het boordpersoneel van wie men weet of redelijkerwijs moet weten, dat deze verkeert in een toestand, als bedoeld in artikel 2.11, eerste lid, of in het eerste of derde lid van dit artikel, werkzaamheden aan boord van een luchtvaartuig te doen verrichten.
|
||||
|
||||
**6.** Het eerste, derde, vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op eenieder die luchtverkeersdiensten verleent, luchthaveninformatie verstrekt of een grondstation of een mobiel station als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, bedient.
|
||||
**6.** Het eerste, derde, vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op eenieder die luchtverkeersdiensten verleent, luchthaveninformatie verstrekt of een grondstation of een mobiel station als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, bedient.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.13
|
||||
|
||||
|
|
@ -1183,7 +1183,7 @@ Indien op basis van artikel 9 bis van de luchtvaartnavigatiedienstenverordening
|
|||
|
||||
Gronden waarop instemming als bedoeld in het eerste lid kan worden onthouden zijn:
|
||||
|
||||
a. het niet voldoen of niet kunnen voldoen door de verlener van wiens diensten gebruik zal worden gemaakt aan de op grond van artikel 5.14d, derde lid, aan het certificaat van de aangewezen instantie gestelde beperkingen en voorschriften, dan wel indien het dienstverlening binnen het luchtruim van Bonaire, Sint Eustatius en Saba betreft, het niet voldoen of kunnen voldoen aan de bij regeling van Onze Minister gestelde eisen inzake het toezicht op de dienstverlener of inzake zijn bekwaamheid of geschiktheid;
|
||||
a. het niet voldoen of niet kunnen voldoen door de verlener van wiens diensten gebruik zal worden gemaakt aan de op grond van artikel 5.14d, derde lid, aan het certificaat van de aangewezen instantie gestelde beperkingen en voorschriften, dan wel indien het dienstverlening binnen het luchtruim van Bonaire, Sint Eustatius en Saba betreft, het niet voldoen of kunnen voldoen aan de bij regeling van Onze Minister gestelde eisen inzake het toezicht op de dienstverlener of inzake zijn bekwaamheid of geschiktheid;
|
||||
b. strijd met het belang van een veilig, ordelijk en vlot verloop van het luchtverkeer; of
|
||||
c. strijd met het recht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1269,12 +1269,12 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de exploitant van een
|
|||
|
||||
De gebruiker van luchtvaartnavigatiediensten, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de vergoedingenverordening, is in het vluchtinformatiegebied Amsterdam een vergoeding verschuldigd voor de bestrijding van kosten van:
|
||||
|
||||
a. luchtvaartnavigatiediensten voor «en route»-verkeer als bedoeld in de op 12 februari 1981 te Brussel gesloten Multilaterale Overeenkomst betreffende «en route»-heffingen (Trb. 1981, 181),
|
||||
a. luchtvaartnavigatiediensten voor «en route»-verkeer als bedoeld in de op 12 februari 1981 te Brussel gesloten Multilaterale Overeenkomst betreffende «en route»-heffingen (Trb. 1981, 181),
|
||||
b. plaatselijke luchtvaartnavigatiediensten.
|
||||
|
||||
**2.** De Eurocontrol-organisatie stelt jaarlijks in het kader van de op 12 februari 1981 te Brussel gesloten Multilaterale Overeenkomst betreffende «en route»-heffingen (Trb. 1981, 181), de hoogte van het eenheidstarief, bedoeld in artikel 11 van de vergoedingenverordening, vast ter berekening van de vergoeding voor luchtvaartnavigatiediensten voor «en route»-verkeer». Ter voorbereiding daarvan leggen de verleners van luchtvaartnavigatiediensten aan «en route»-verkeer» Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, jaarlijks vóór 15 mei een voorstel voor.
|
||||
**2.** De Eurocontrol-organisatie stelt jaarlijks in het kader van de op 12 februari 1981 te Brussel gesloten Multilaterale Overeenkomst betreffende «en route»-heffingen (Trb. 1981, 181), de hoogte van het eenheidstarief, bedoeld in artikel 11 van de vergoedingenverordening, vast ter berekening van de vergoeding voor luchtvaartnavigatiediensten voor «en route»-verkeer». Ter voorbereiding daarvan leggen de verleners van luchtvaartnavigatiediensten aan «en route»-verkeer» Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, jaarlijks vóór 15 mei een voorstel voor.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stelt jaarlijks de hoogte van het eenheidstarief, bedoeld in artikel 12 van de vergoedingenverordening, vast ter berekening van de vergoeding voor plaatselijke luchtvaartnavigatiediensten. Ter voorbereiding daarvan leggen de verleners van plaatselijke luchtvaartnavigatiediensten genoemde Minister jaarlijks vóór 15 mei een voorstel voor.
|
||||
**3.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stelt jaarlijks de hoogte van het eenheidstarief, bedoeld in artikel 12 van de vergoedingenverordening, vast ter berekening van de vergoeding voor plaatselijke luchtvaartnavigatiediensten. Ter voorbereiding daarvan leggen de verleners van plaatselijke luchtvaartnavigatiediensten genoemde Minister jaarlijks vóór 15 mei een voorstel voor.
|
||||
|
||||
**4.** De Eurocontrol-organisatie int de vergoeding ter bestrijding van de kosten voor luchtvaartnavigatiediensten voor «en route»-verkeer en draagt aan de desbetreffende verleners van deze diensten het hun toekomende deel van het geïnde bedrag af.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1282,7 +1282,7 @@ b. plaatselijke luchtvaartnavigatiediensten.
|
|||
|
||||
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur worden heffingszones als bedoeld in artikel 5 van de vergoedingenverordening vastgesteld en worden nadere voorschriften gesteld met betrekking tot de bekendmaking en de inning van vergoedingen, bedoeld in het vierde en het vijfde lid, en de termijnen binnen welke betaling van de vergoedingen plaats moet vinden.
|
||||
|
||||
**7.** De Eurocontrol-organisatie kan rechtsvorderingen tot inning van vergoedingen als bedoeld in het vierde lid en van andere vergoedingen uit hoofde van de op 12 februari 1981 te Brussel gesloten Multilaterale Overeenkomst betreffende «en route»-heffingen (Trb. 1981, 181) uitsluitend aanhangig maken bij de rechtbank Amsterdam.
|
||||
**7.** De Eurocontrol-organisatie kan rechtsvorderingen tot inning van vergoedingen als bedoeld in het vierde lid en van andere vergoedingen uit hoofde van de op 12 februari 1981 te Brussel gesloten Multilaterale Overeenkomst betreffende «en route»-heffingen (Trb. 1981, 181) uitsluitend aanhangig maken bij de rechtbank Amsterdam.
|
||||
|
||||
**8.** Bij algemene maatregel van bestuur kan overeenkomstig artikel 10 van de vergoedingenverordening vrijstelling worden verleend van betaling van vergoedingen voor luchtvaartnavigatiediensten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1407,20 +1407,21 @@ c. een lid, tevens voorzitter, wordt benoemd op voordracht van de raad van toezi
|
|||
|
||||
**2.** Bij de vervulling van hun taak nemen de leden van de raad van toezicht tot richtsnoer de verwezenlijking van de taakstelling en het belang van de LVNL waaronder de continuïteit van zijn bedrijfsvoering.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan bepalen dat het bestuur de voorafgaande instemming behoeft van de raad van toezicht voor een beslissing als bedoeld in artikel 32 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen of dat het bestuur, ingeval Onze Minister van Infrastructuur en Milieu een beslissing als bedoeld in dat artikel aan zijn voorafgaande instemming heeft onderworpen, die beslissing pas aan hem kan voorleggen nadat de raad van toezicht heeft verklaard tegen die beslissing geen bedenkingen te hebben.
|
||||
**3.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan bepalen dat het bestuur de voorafgaande instemming behoeft van de raad van toezicht voor een beslissing als bedoeld in artikel 32 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen of dat het bestuur, ingeval Onze Minister van Infrastructuur en Milieu een beslissing als bedoeld in dat artikel aan zijn voorafgaande instemming heeft onderworpen, die beslissing pas aan hem kan voorleggen nadat de raad van toezicht heeft verklaard tegen die beslissing geen bedenkingen te hebben.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Besluiten van het bestuur betreffende de volgende onderwerpen behoeven voorafgaande instemming van de raad van toezicht:
|
||||
|
||||
a. de reglementen bedoeld in de artikelen 5.34, 5.36, 5.37 en 5.39;
|
||||
b. voorstellen aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu met betrekking tot de hoogte van het eenheidstarief, bedoeld in artikel 5.20, derde lid, en de hoogte van de vergoeding, bedoeld in artikel 5.21, tweede lid;
|
||||
b. voorstellen aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu met betrekking tot de hoogte van het eenheidstarief, bedoeld in artikel 5.20, derde lid, en de hoogte van de vergoeding, bedoeld in artikel 5.21, tweede lid;
|
||||
c. de financiële begroting, en het financiële meerjarenbeleidsplan;
|
||||
d. het jaarverslag en de jaarrekening;
|
||||
e. de bij of krachtens de wet aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu uit te brengen rapportages;
|
||||
f. de aanwijzing van de externe registeraccountant.
|
||||
f. de aanwijzing van de externe registeraccountant;
|
||||
g. wijzigingen in de arbeidsvoorwaarden van het personeel.
|
||||
|
||||
**5.** Besluiten betreffende het in het vierde lid, onderdeel c, genoemde financiële meerjarenbeleidsplan behoeven bovendien de goedkeuring van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
|
||||
**5.** Besluiten betreffende het in het vierde lid, onderdeel c, genoemde financiële meerjarenbeleidsplan behoeven bovendien de goedkeuring van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
|
||||
|
||||
**6.** De raad van toezicht kan geen rechtsgeldige besluiten nemen indien niet tenminste tweederde van het aantal leden ter vergadering aanwezig is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1458,32 +1459,7 @@ Het bestuur van de LVNL voert op bij reglement vast te stellen wijze overleg met
|
|||
|
||||
### Artikel 5.37
|
||||
|
||||
**1.** Het personeel van de LVNL, de leden van het bestuur daaronder begrepen, is ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur stelt bij reglement de regeling van de rechtspositie van het personeel vast.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onverminderd hetgeen reeds bij of krachtens de wet is geregeld, geeft het reglement bedoeld in het tweede lid van dit artikel in ieder geval voorschriften betreffende de volgende onderwerpen:
|
||||
|
||||
a. aanstelling;
|
||||
b. schorsing;
|
||||
c. ontslag;
|
||||
d. het onderzoek naar de geschiktheid en de bekwaamheid;
|
||||
e. bezoldiging;
|
||||
f. wachtgeld;
|
||||
g. diensttijden;
|
||||
h. verlof en vakantie;
|
||||
i. voorzieningen in verband met ziekte;
|
||||
j. bescherming bij de arbeid;
|
||||
k. woon-, verblijfs- en bereikbaarheidsverplichtingen;
|
||||
l. medezeggenschap;
|
||||
m. overige rechten en verplichtingen van het personeel;
|
||||
n. disciplinaire straffen;
|
||||
o. de wijze waarop met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheidspersoneel overleg wordt gepleegd over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtspositie en de bezoldiging van het personeel van de LVNL;
|
||||
p. een geschillenregeling met betrekking tot de onder *l* en *o* genoemde onderwerpen.
|
||||
|
||||
**4.** De bepalingen van artikel 126 van de Ambtenarenwet zijn van overeenkomstige toepassing op de totstandkoming van het in het tweede lid bedoelde reglement.
|
||||
Bij reglement kunnen voorzieningen worden vastgesteld met betrekking tot de rechtspositie van de leden van het bestuur.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 5.3.7. Geldmiddelen en financieel beheer
|
||||
|
||||
|
|
@ -1519,11 +1495,11 @@ b. het financiële meerjarenbeleidsplan.
|
|||
Het jaarverslag van de LVNL gaat vergezeld van:
|
||||
|
||||
a. een opgave over de toepassing van de arbeidsvoorwaarden;
|
||||
b. een document, houdende de instemming bedoeld in artikel 5.32, vierde lid, onder d.
|
||||
b. een document, houdende de instemming bedoeld in artikel 5.32, vierde lid, onder d.
|
||||
|
||||
**2.** Het boekjaar van de LVNL valt samen met het kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**3.** Het bestuur zendt jaarlijks voor 1 mei van het jaar volgende op het jaar waarop het betrekking heeft het jaarverslag aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en aan beide Kamers der Staten-Generaal.
|
||||
**3.** Het bestuur zendt jaarlijks voor 1 mei van het jaar volgende op het jaar waarop het betrekking heeft het jaarverslag aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en aan beide Kamers der Staten-Generaal.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.42
|
||||
|
||||
|
|
@ -1542,7 +1518,7 @@ De volgende stukken worden door het bestuur vastgesteld:
|
|||
a. de financiële begroting;
|
||||
b. het financiële meerjarenbeleidsplan.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur zendt het financiële meerjarenbeleidsplan aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu toe vóór 1 november van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar.
|
||||
**2.** Het bestuur zendt het financiële meerjarenbeleidsplan aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu toe vóór 1 november van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar.
|
||||
|
||||
**3.** Indien Onze Minister van Verkeer en Waterstaat binnen vier weken na de in het tweede lid bedoelde toezending de goedkeuring aan de in het eerste lid, onder a en b, genoemde stukken, niet heeft onthouden, wordt deze geacht te zijn verleend.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1644,7 +1620,7 @@ Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een erkenning intrekken, wanneer:
|
|||
a. de houder daarom verzoekt;
|
||||
b. de houder niet voldoet aan de eisen, gesteld krachtens het tweede lid;
|
||||
c. de houder krachtens de hem verleende erkenning werkzaamheden verricht, waartoe deze niet erkend is;
|
||||
d. de houder handelt in strijd met de artikelen 6.51, tweede lid, of 6.52;
|
||||
d. de houder handelt in strijd met de artikelen 6.51, tweede lid, of 6.52;
|
||||
e. de erkenning gedurende ten minste drie maanden is geschorst;
|
||||
f. de houder in staat van faillissement verkeert.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1763,7 +1739,7 @@ Het Huis voor klokkenluiders, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet Huis
|
|||
|
||||
### Artikel 7.5
|
||||
|
||||
Het is een vliegtuigexploitant als bedoeld in artikel 3, onder o, van richtlijn nr. 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van richtlijn 96/61/EG van de Raad (PbEU L 275), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn nr. 2008/101/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 november 2008 (PbEU 2009, L 8), verboden een vlucht uit te voeren met een luchtvaartuig zolang en voor zover de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van artikel 16, tiende lid, van eerstgenoemde richtlijn aan de betrokken vliegtuigexploitant een exploitatieverbod heeft opgelegd.
|
||||
Het is een vliegtuigexploitant als bedoeld in artikel 3, onder o, van richtlijn nr. 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van richtlijn 96/61/EG van de Raad (PbEU L 275), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn nr. 2008/101/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 november 2008 (PbEU 2009, L 8), verboden een vlucht uit te voeren met een luchtvaartuig zolang en voor zover de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van artikel 16, tiende lid, van eerstgenoemde richtlijn aan de betrokken vliegtuigexploitant een exploitatieverbod heeft opgelegd.
|
||||
|
||||
### Titel 7.5. Vergoedingen ter uitvoering van internationale verplichtingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1863,7 +1839,7 @@ In deze titel wordt verstaan onder:
|
|||
- *operationele voorwaarden:* die voorwaarden die betrekking hebben op het gebruik van de luchthaven door de gebruikers;
|
||||
- *representatieve organisatie:* een bij ministeriële regeling aangewezen rechtspersoon die de belangen vertegenwoordigt van gebruikers;
|
||||
|
||||
**2.** In deze titel wordt onder bestemmingsplan mede verstaan een inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26 of 3.28 van de Wet ruimtelijke ordening.
|
||||
**2.** In deze titel wordt onder bestemmingsplan mede verstaan een inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26 of 3.28 van de Wet ruimtelijke ordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -2158,7 +2134,7 @@ Indien een ernstig vermoeden bestaat dat een omstandigheid als bedoeld in artike
|
|||
|
||||
**2.** De in het eerste lid, bedoelde tarieven en voorwaarden kunnen binnen de periode van drie jaar per jaar verschillen.
|
||||
|
||||
**3.** De in het eerste lid, bedoelde tarieven en voorwaarden treden op 1 april in werking.
|
||||
**3.** De in het eerste lid, bedoelde tarieven en voorwaarden treden op 1 april in werking.
|
||||
|
||||
**4.** De exploitant van de luchthaven stelt jaarlijks aangepaste tarieven vast op basis van de in het eerste lid, dan wel in artikel 8.25db, bedoelde tarieven die voor het desbetreffende jaar zijn vastgesteld. De aanpassing betreft een of meer van de door de exploitant van de luchthaven aan de gebruikers in artikel 8.25dg, bedoelde verschuldigde afzonderlijke verrekeningen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2166,7 +2142,7 @@ Indien een ernstig vermoeden bestaat dat een omstandigheid als bedoeld in artike
|
|||
|
||||
**6.** De exploitant van de luchthaven kan telkens als hiertoe aanleiding bestaat aangepaste operationele voorwaarden vaststellen voor het resterende gedeelte van de in het eerste lid bedoelde periode van drie jaar, op basis van de in het eerste lid, dan wel in artikel 8.25db bedoelde voorwaarden.
|
||||
|
||||
**7.** De in het vierde en vijfde lid, bedoelde aangepaste tarieven treden per 1 april in werking.
|
||||
**7.** De in het vierde en vijfde lid, bedoelde aangepaste tarieven treden per 1 april in werking.
|
||||
|
||||
**8.** De in het zesde lid, bedoelde aangepaste operationele voorwaarden treden in werking op een door de exploitant van de luchthaven te bepalen datum, waarbij de exploitant van de luchthaven de nadere regels, bedoeld in de artikelen 8.25di, eerste lid, en 8.25e, twaalfde lid, in acht neemt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2189,11 +2165,11 @@ b. welke mogelijke effecten de tarieven en voorwaarden hebben op de netwerkkwali
|
|||
|
||||
### Artikel 8.25db
|
||||
|
||||
**1.** De exploitant van de luchthaven kan, in afwijking van artikel 8.25d, eerste en derde lid, nieuwe tarieven en voorwaarden vaststellen voor het resterende gedeelte van de in artikel 8.25d, eerste lid, bedoelde periode, in verband met de inwerkingtreding van veranderingen van de beveiligingsmaatregelen. Deze tarieven en voorwaarden kunnen zowel op 1 april als op 1 november van enig jaar in werking treden.
|
||||
**1.** De exploitant van de luchthaven kan, in afwijking van artikel 8.25d, eerste en derde lid, nieuwe tarieven en voorwaarden vaststellen voor het resterende gedeelte van de in artikel 8.25d, eerste lid, bedoelde periode, in verband met de inwerkingtreding van veranderingen van de beveiligingsmaatregelen. Deze tarieven en voorwaarden kunnen zowel op 1 april als op 1 november van enig jaar in werking treden.
|
||||
|
||||
**2.** De exploitant van de luchthaven kan, in afwijking van artikel 8.25d, eerste en derde lid, nieuwe tarieven en voorwaarden vaststellen voor het resterende gedeelte van de in artikel 8.25d, eerste lid, bedoelde periode, indien sprake is van uitzonderlijke en onvoorziene omstandigheden. Deze tarieven en voorwaarden kunnen zowel op 1 april als op 1 november van enig jaar in werking treden.
|
||||
**2.** De exploitant van de luchthaven kan, in afwijking van artikel 8.25d, eerste en derde lid, nieuwe tarieven en voorwaarden vaststellen voor het resterende gedeelte van de in artikel 8.25d, eerste lid, bedoelde periode, indien sprake is van uitzonderlijke en onvoorziene omstandigheden. Deze tarieven en voorwaarden kunnen zowel op 1 april als op 1 november van enig jaar in werking treden.
|
||||
|
||||
**3.** De exploitant van de luchthaven kan, in afwijking van artikel 8.25d, eerste en derde lid, nieuwe tarieven en voorwaarden vaststellen voor het resterende gedeelte van de in artikel 8.25d, eerste lid, bedoelde periode, naar aanleiding van een in artikel 8.25f, vierde lid, bedoeld besluit van de Autoriteit Consument en Markt, naar aanleiding van het op grond van artikel 11.24 genomen besluit van de Autoriteit Consument en Markt of naar aanleiding van een rechterlijke uitspraak, indien een dergelijk besluit of rechterlijke uitspraak gevolgen heeft voor de structuur van en de onderlinge verhouding tussen de tarieven voor de onderscheiden soorten verkeer en vervoer. Deze tarieven en voorwaarden kunnen zowel op 1 april als op 1 november van enig jaar in werking treden.
|
||||
**3.** De exploitant van de luchthaven kan, in afwijking van artikel 8.25d, eerste en derde lid, nieuwe tarieven en voorwaarden vaststellen voor het resterende gedeelte van de in artikel 8.25d, eerste lid, bedoelde periode, naar aanleiding van een in artikel 8.25f, vierde lid, bedoeld besluit van de Autoriteit Consument en Markt, naar aanleiding van het op grond van artikel 11.24 genomen besluit van de Autoriteit Consument en Markt of naar aanleiding van een rechterlijke uitspraak, indien een dergelijk besluit of rechterlijke uitspraak gevolgen heeft voor de structuur van en de onderlinge verhouding tussen de tarieven voor de onderscheiden soorten verkeer en vervoer. Deze tarieven en voorwaarden kunnen zowel op 1 april als op 1 november van enig jaar in werking treden.
|
||||
|
||||
**4.** De exploitant van de luchthaven doet voorafgaande aan de periode waarop de in de voorgaande leden bedoelde tarieven en voorwaarden betrekking hebben, mededeling aan gebruikers en representatieve organisaties ter zake van de vaststelling van deze tarieven en voorwaarden. Artikel 8.25da, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2362,7 +2338,7 @@ g. het proces aan de hand waarvan invulling wordt gegeven aan de in het eerste l
|
|||
|
||||
**3.** Naast de criteria, bedoeld in het tweede lid, kan de exploitant van de luchthaven aanvullende criteria hanteren indien de inhoud van het verzoek daartoe noodzaakt. De aanvullende criteria voldoen aan dezelfde eisen als de criteria bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
**4.** Indien binnen vier weken nadat de exploitant van de luchthaven heeft beslist op een verzoek als bedoeld in het eerste lid, daartoe een aanvraag van een gebruiker is ingediend, stelt de Autoriteit Consument en Markt vast of de beslissing van de exploitant in strijd is met bij of krachtens deze wet gestelde regels. De Autoriteit Consument en Markt geeft haar oordeel binnen drie maanden. Indien de Autoriteit Consument en Markt vaststelt dat de beslissing in strijd is met bij of krachtens deze wet gestelde regels, deelt zij dit terstond mede aan de exploitant van de luchthaven. De exploitant van de luchthaven neemt binnen vier weken een nieuwe beslissing op het verzoek met inachtneming van de overwegingen van de Autoriteit Consument en Markt.
|
||||
**4.** Indien binnen vier weken nadat de exploitant van de luchthaven heeft beslist op een verzoek als bedoeld in het eerste lid, daartoe een aanvraag van een gebruiker is ingediend, stelt de Autoriteit Consument en Markt vast of de beslissing van de exploitant in strijd is met bij of krachtens deze wet gestelde regels. De Autoriteit Consument en Markt geeft haar oordeel binnen drie maanden. Indien de Autoriteit Consument en Markt vaststelt dat de beslissing in strijd is met bij of krachtens deze wet gestelde regels, deelt zij dit terstond mede aan de exploitant van de luchthaven. De exploitant van de luchthaven neemt binnen vier weken een nieuwe beslissing op het verzoek met inachtneming van de overwegingen van de Autoriteit Consument en Markt.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.25f
|
||||
|
||||
|
|
@ -3166,16 +3142,16 @@ Deze paragraaf is van toepassing op de luchthaven Schiphol.
|
|||
|
||||
**4.** De geluidsheffing burgerluchtvaart wordt geheven naar de geluidsproduktie van het burgerluchtvaartuig uitgedrukt in een aantal rekeneenheden. De geluidsproduktie wordt bepaald met toepassing van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen formules.
|
||||
|
||||
**5.** Het basistarief van de heffing per rekeneenheid geluidsproductie bedraagt in het jaar 2004 € 27,–. Het tarief van de heffing per rekeneenheid geluidsproductie wordt na 2004 met ingang van elk daarop volgend kalenderjaar verhoogd met € 1,–.
|
||||
**5.** Het basistarief van de heffing per rekeneenheid geluidsproductie bedraagt in het jaar 2004 € 27,–. Het tarief van de heffing per rekeneenheid geluidsproductie wordt na 2004 met ingang van elk daarop volgend kalenderjaar verhoogd met € 1,–.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Het basistarief, bedoeld in het vijfde lid, wordt per rekeneenheid verhoogd met:
|
||||
|
||||
a. € 98,50 tot het jaar 2010;
|
||||
b. € 40,– vanaf het jaar 2010, met dien verstande dat deze verhoging met ingang van elk daaropvolgend kalenderjaar wordt verhoogd met € 1,25.
|
||||
b. € 40,– vanaf het jaar 2010, met dien verstande dat deze verhoging met ingang van elk daaropvolgend kalenderjaar wordt verhoogd met € 1,25.
|
||||
|
||||
**7.** Het tarief van de in het eerste lid, tweede volzin, bedoelde heffing bedraagt € 0,50 per ton van de maximale toegelaten startmassa van het luchtvaartuig.
|
||||
**7.** Het tarief van de in het eerste lid, tweede volzin, bedoelde heffing bedraagt € 0,50 per ton van de maximale toegelaten startmassa van het luchtvaartuig.
|
||||
|
||||
**8.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan bij de toepassing van het eerste lid een deel van de kosten buiten toepassing laten indien toepassing, gelet op het belang van de burgerluchtvaart, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3200,7 +3176,7 @@ b. de inspecteur: de door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu daartoe aan
|
|||
|
||||
### Artikel 8a.40
|
||||
|
||||
**1.** De heffingen worden ingevorderd door de door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aan te wijzen functionaris van de exploitant van de luchthaven, door de door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met Onze Minister van Financiën aan te wijzen ambtenaar van de Dienst der Domeinen en door de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990.
|
||||
**1.** De heffingen worden ingevorderd door de door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aan te wijzen functionaris van de exploitant van de luchthaven, door de door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met Onze Minister van Financiën aan te wijzen ambtenaar van de Dienst der Domeinen en door de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het overigens in dit artikel bepaalde worden de heffingen ingevorderd met overeenkomstige toepassing van de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen, met dien verstande dat van de Invorderingswet 1990 buiten toepassing blijven de artikelen 9, eerste tot en met negende lid, 59 en 62. Voorts blijven bij de toepassing van artikel 66 van die wet de artikelen 76, 80, tweede, derde en vierde lid, 82, 84, 86 en 87 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen buiten toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3232,7 +3208,7 @@ e. de bevoegdheden bedoeld in artikel 25 en artikel 58 van de Invorderingswet 19
|
|||
|
||||
**2.** De artikelen 8a.38, tweede tot en met vierde en zevende tot en met negende lid, en 8a.39 tot en met 8a.41 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Het tarief van de heffing per rekeneenheid geluidsproduktie bedraagt in het jaar 2004 € 27,– en wordt met ingang van elk daaropvolgend kalenderjaar verhoogd met € 1,–.
|
||||
**3.** Het tarief van de heffing per rekeneenheid geluidsproduktie bedraagt in het jaar 2004 € 27,– en wordt met ingang van elk daaropvolgend kalenderjaar verhoogd met € 1,–.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 8a.3.3. Heffingen burgerluchthavens van regionale betekenis
|
||||
|
||||
|
|
@ -3248,7 +3224,7 @@ e. de bevoegdheden bedoeld in artikel 25 en artikel 58 van de Invorderingswet 19
|
|||
|
||||
### Artikel 8a.44
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu publiceert vóór 30 juni 2015 en vervolgens elke vijf jaar vóór 30 juni in de Staatscourant welke burgerluchthavens zijn aangeduid als belangrijke luchthavens.
|
||||
**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu publiceert vóór 30 juni 2015 en vervolgens elke vijf jaar vóór 30 juni in de Staatscourant welke burgerluchthavens zijn aangeduid als belangrijke luchthavens.
|
||||
|
||||
**2.** Een belangrijke luchthaven is een burgerluchthaven waarop jaarlijks meer dan 50000 vliegtuigbewegingen plaatsvinden. Oefenvluchten met lichte vliegtuigen, als bedoeld in hoofdstuk 5.2 ECAC.CEAC Doc 29 Report on standard Method of Computing Noise around civil airports, worden hierbij niet meegerekend.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3256,11 +3232,11 @@ e. de bevoegdheden bedoeld in artikel 25 en artikel 58 van de Invorderingswet 19
|
|||
|
||||
### Artikel 8a.45
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stelt vóór 30 juni 2007 een geluidbelastingkaart vast die betrekking heeft op een geluidbelasting L_den en geluidbelasting L_night veroorzaakt door de luchthaven Schiphol op woningen en bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van andere geluidgevoelige gebouwen.
|
||||
**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stelt vóór 30 juni 2007 een geluidbelastingkaart vast die betrekking heeft op een geluidbelasting L_den en geluidbelasting L_night veroorzaakt door de luchthaven Schiphol op woningen en bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van andere geluidgevoelige gebouwen.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stelt vóór 30 juni 2012 en vervolgens vóór 30 juni van elk vijfde kalenderjaar een geluidbelastingkaart vast die betrekking heeft op een geluidbelasting L_den en geluidbelasting L_night veroorzaakt door belangrijke luchthavens op woningen en bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van andere geluidgevoelige gebouwen.
|
||||
**2.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stelt vóór 30 juni 2012 en vervolgens vóór 30 juni van elk vijfde kalenderjaar een geluidbelastingkaart vast die betrekking heeft op een geluidbelasting L_den en geluidbelasting L_night veroorzaakt door belangrijke luchthavens op woningen en bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van andere geluidgevoelige gebouwen.
|
||||
|
||||
**3.** Onder geluidbelasting L_den wordt verstaan: geluidbelasting op een plaats en vanwege een bron als omschreven in bijlage I, onderdeel 1, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189) over alle perioden van 07.00 tot 19.00 uur, van 19.00 tot 23.00 uur en van 23.00 tot 07.00 uur van een jaar. Onder geluidbelasting L_night wordt verstaan: geluidbelasting op een plaats en vanwege een bron als omschreven in bijlage I, onderdeel 2, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189) over alle perioden van 23.00 tot 07.00 uur van een jaar.
|
||||
**3.** Onder geluidbelasting L_den wordt verstaan: geluidbelasting op een plaats en vanwege een bron als omschreven in bijlage I, onderdeel 1, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189) over alle perioden van 07.00 tot 19.00 uur, van 19.00 tot 23.00 uur en van 23.00 tot 07.00 uur van een jaar. Onder geluidbelasting L_night wordt verstaan: geluidbelasting op een plaats en vanwege een bron als omschreven in bijlage I, onderdeel 2, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189) over alle perioden van 23.00 tot 07.00 uur van een jaar.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -3290,7 +3266,7 @@ b. voegt bij de geluidbelastingkaart een overzicht van de belangrijkste punten v
|
|||
|
||||
### Artikel 8a.48
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stelt vóór 18 mei 2008 aan de hand van de geluidbelastingkaart, bedoeld in artikel 8a.45, een actieplan vast met betrekking tot de luchthaven. Indien er sprake is van een belangrijke ontwikkeling die van invloed is op de geluidhindersituatie, en daarnaast vóór 18 mei 2013 en vervolgens tenminste elke vijf jaar na 18 juli 2013 wordt het actieplan opnieuw overwogen, en zo nodig aangepast.
|
||||
**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stelt vóór 18 mei 2008 aan de hand van de geluidbelastingkaart, bedoeld in artikel 8a.45, een actieplan vast met betrekking tot de luchthaven. Indien er sprake is van een belangrijke ontwikkeling die van invloed is op de geluidhindersituatie, en daarnaast vóór 18 mei 2013 en vervolgens tenminste elke vijf jaar na 18 juli 2013 wordt het actieplan opnieuw overwogen, en zo nodig aangepast.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -3935,7 +3911,7 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van luchthave
|
|||
a. de aanleg, inrichting en uitrusting;
|
||||
b. het gebruik van de luchthaven, mede met het oog op de veiligheid.
|
||||
|
||||
**6.** Het luchthavengebied wordt vastgesteld met behulp van een kaart waarop de ligging van dit gebied is aangegeven. Deze kaart wordt vervaardigd op een schaal van ten minste 1 op 10 000.
|
||||
**6.** Het luchthavengebied wordt vastgesteld met behulp van een kaart waarop de ligging van dit gebied is aangegeven. Deze kaart wordt vervaardigd op een schaal van ten minste 1 op 10 000.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.40
|
||||
|
||||
|
|
@ -4135,7 +4111,7 @@ verplicht tot afgifte van het hem afgegeven bewijs van bevoegdheid of bewijs van
|
|||
|
||||
**5.** In geval van toepassing van het eerste of het tweede lid kan iedere belanghebbende bij klaagschrift daartegen opkomen. Het klaagschrift wordt ingediend bij de griffie van het gerecht in feitelijke aanleg binnen welks rechtsgebied het feit, dat tot toepassing van het eerste of het tweede lid van dit artikel aanleiding heeft gegeven, werd gepleegd dan wel ingevolge artikel 4 van het Wetboek van Strafvordering geacht wordt te zijn gepleegd. De rechtbank geeft zo spoedig mogelijk, na de belanghebbende, desverlangd bijgestaan door diens raadsman, te hebben gehoord, althans opgeroepen, zijn met redenen omklede beschikking, welke onverwijld aan de belanghebbende wordt betekend. Tegen de beschikking kan het openbaar ministerie binnen twee weken daarna en de belanghebbende binnen twee weken na de betekening beroep in cassatie instellen. De Hoge Raad beslist zo spoedig mogelijk.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor toepassing van het eerste of tweede lid niet is toegelaten, kan de rechter op verzoek van de gewezen verdachte hem een vergoeding ten laste van de Staat toekennen voor de schade, die hij ten gevolge van die toepassing heeft geleden. Onder schade is begrepen het nadeel, dat niet in vermogensschade bestaat. De artikelen 89, derde tot en met zesde lid, 90, 91 en 93 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**6.** Indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor toepassing van het eerste of tweede lid niet is toegelaten, kan de rechter op verzoek van de gewezen verdachte hem een vergoeding ten laste van de Staat toekennen voor de schade, die hij ten gevolge van die toepassing heeft geleden. Onder schade is begrepen het nadeel, dat niet in vermogensschade bestaat. De artikelen 533, derde tot en met zesde lid, en 534 tot en met 536 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 11.8
|
||||
|
||||
|
|
@ -4243,7 +4219,7 @@ voor ten hoogste drie jaren worden ontzegd.
|
|||
|
||||
**2.** Bij de rechterlijke uitspraak kan worden bepaald, dat de tijd, gedurende welke het bewijs van bevoegdheid van de veroordeelde ingevolge artikel 11.7 voor het tijdstip, waarop de uitspraak voor wat betreft de in dit artikel genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingehouden is geweest, dan wel ingevolge artikel 11.8, tweede lid, een vliegverbod is opgelegd, op de duur van de in het eerste lid bedoelde bijkomende straf geheel of gedeeltelijk in mindering zal worden gebracht.
|
||||
|
||||
**3.** Voor wat betreft de in het eerste lid bedoelde bijkomende straf is artikel 557, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering op rechterlijke uitspraken niet van toepassing.
|
||||
**3.** Voor wat betreft de in het eerste lid bedoelde bijkomende straf is artikel 6:1:16, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering op rechterlijke uitspraken niet van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 11.14
|
||||
|
||||
|
|
@ -4291,9 +4267,9 @@ c. artikel 8.12, 8.19, 8.20, 8.21, 8.70, tweede lid, juncto de artikelen 8.12 en
|
|||
d. artikel 7.5 of van een maatregel als bedoeld in artikel 8.22, 8.70, tweede lid, juncto artikel 8.22 of 8.77, tweede lid, juncto artikel 8.2;
|
||||
e. het bepaalde bij of krachtens:
|
||||
|
||||
1°. Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 259/91 (PbEU L 46);
|
||||
2°. Hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 december 2005 betreffende de vaststelling van een communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd en het informeren van luchtreizigers over de identiteit van de exploiterende luchtvaartmaatschappij en tot intrekking van artikel 9 van richtlijn nr. 2004/36/EG (PbEU L 344);
|
||||
3°. Verordening (EG) nr. 1107/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 juli 2006 inzake de rechten van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit die per luchtvervoer reizen (PbEU L 204) en
|
||||
1°. Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 259/91 (PbEU L 46);
|
||||
2°. Hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 december 2005 betreffende de vaststelling van een communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd en het informeren van luchtreizigers over de identiteit van de exploiterende luchtvaartmaatschappij en tot intrekking van artikel 9 van richtlijn nr. 2004/36/EG (PbEU L 344);
|
||||
3°. Verordening (EG) nr. 1107/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 juli 2006 inzake de rechten van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit die per luchtvervoer reizen (PbEU L 204) en
|
||||
4°. artikel 21, tweede lid, van de onderzoeksverordening.
|
||||
|
||||
**2.** Een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom kunnen tezamen worden opgelegd.
|
||||
|
|
@ -4306,14 +4282,14 @@ a. 500 000 euro bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
|
|||
b. 1 000 euro bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voor zover het betreft de meldplicht, bedoeld in artikel 4, zesde lid, van de verordening voorvallen;
|
||||
c. 100 000 euro bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c;
|
||||
d. 1 000 000 euro bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d;
|
||||
e. 74 000 euro bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e;
|
||||
e. 74 000 euro bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e;
|
||||
f. 2.000 euro bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voor zover het betreft de meldplicht, bedoeld in artikel 4, achtste en negende lid, en de rapportageplicht bedoeld in artikel 13, vierde en vijfde lid, van de verordening voorvallen.
|
||||
|
||||
### Artikel 11.16a
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht kan de verlener van luchtvaartnavigatiediensten de verdere verlening van luchtvaartnavigatiediensten opschorten, indien de gebruiker van die diensten niet heeft voldaan aan de eis tot het onmiddellijk en volledig betalen van de vergoedingen, bedoeld in artikel 5.20, eerste lid, onderdeel b, en artikel 5.21, tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.** De opschorting kan slechts plaatsvinden wanneer een gebruiker gedurende drie maanden zijn openstaande facturen voor de vergoedingen niet heeft betaald of wanneer de achterstallige schuld minimaal 10.000 euro bedraagt.
|
||||
**2.** De opschorting kan slechts plaatsvinden wanneer een gebruiker gedurende drie maanden zijn openstaande facturen voor de vergoedingen niet heeft betaald of wanneer de achterstallige schuld minimaal 10.000 euro bedraagt.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de opschorting van de dienstverlening, stuurt de verlener van luchtvaartnavigatiediensten een aangetekend besluit naar de gebruiker waarin wordt aangegeven dat bij niet-betaling van de vergoedingen binnen 30 dagen de dienstverlening op kosten van de gebruiker zal worden opgeschort. Het besluit bevat de datum en het tijdstip vanaf wanneer geen dienstverlening meer zal worden gegeven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4339,7 +4315,7 @@ d. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
|
|||
|
||||
**8.** Artikel 5.20, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op de inning van vergoedingen als bedoeld in het derde lid, met dien verstande dat in onderlinge samenwerking voorzieningen worden getroffen door verleners van luchtvaartnavigatiediensten, exploitanten van luchthavens en verleners van grondafhandelingsdiensten.
|
||||
|
||||
**9.** De LVNL kan op verzoek van de Eurocontrol-organisatie, ook de dienstverlening opschorten voor vluchten van gebruikers die een achterstand hebben in de betaling van aan de Eurocontrol-organisatie verschuldigde vergoedingen van kosten als bedoeld in artikel 5.20, eerste lid, onderdeel a. Het tweede tot en met het zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de achterstallige schuld minimaal 50.000 euro bedraagt.
|
||||
**9.** De LVNL kan op verzoek van de Eurocontrol-organisatie, ook de dienstverlening opschorten voor vluchten van gebruikers die een achterstand hebben in de betaling van aan de Eurocontrol-organisatie verschuldigde vergoedingen van kosten als bedoeld in artikel 5.20, eerste lid, onderdeel a. Het tweede tot en met het zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de achterstallige schuld minimaal 50.000 euro bedraagt.
|
||||
|
||||
### Artikel 11.17
|
||||
|
||||
|
|
@ -4472,7 +4448,7 @@ d. een lid, tevens voorzitter, wordt benoemd op voordracht van de vier reeds ben
|
|||
|
||||
### Artikel 12.6a
|
||||
|
||||
**1.** De eerste mededeling van een voorstel als bedoeld in artikel 8.25e, eerste lid, zoals dat luidt met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 22 juni 2016 tot wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de evaluatie van de Wet van 29 juni 2006 tot wijziging van de Wet luchtvaart inzake de exploitatie van de luchthaven Schiphol (Stb. 2016, 272), wordt gedaan na het verstrijken van een periode van een jaar na dat tijdstip maar vóór de eerstvolgende datum van 1 oktober gelegen na het verstrijken van deze periode.
|
||||
**1.** De eerste mededeling van een voorstel als bedoeld in artikel 8.25e, eerste lid, zoals dat luidt met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 22 juni 2016 tot wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de evaluatie van de Wet van 29 juni 2006 tot wijziging van de Wet luchtvaart inzake de exploitatie van de luchthaven Schiphol (Stb. 2016, 272), wordt gedaan na het verstrijken van een periode van een jaar na dat tijdstip maar vóór de eerstvolgende datum van 1 oktober gelegen na het verstrijken van deze periode.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue