2018-07-01 | BWBR0037552 | Wet natuurbescherming
This commit is contained in:
parent
fc857d87bb
commit
b2dd1d8cf8
1 changed files with 44 additions and 35 deletions
|
|
@ -100,20 +100,20 @@ In deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt mede verstaan onder:
|
|||
|
||||
### Artikel 1.3
|
||||
|
||||
**1.** Ingeval gedeputeerde staten ingevolge het bepaalde bij of krachtens deze wet bevoegd zijn tot het nemen van een besluit met betrekking tot projecten of handelingen, zijn, tenzij anders bepaald, bevoegd gedeputeerde staten van de provincie waar het project of de handeling wordt gerealiseerd, onderscheidenlijk verricht.
|
||||
**1.** Ingeval gedeputeerde staten ingevolge het bepaalde bij of krachtens deze wet bevoegd zijn tot het nemen van een besluit met betrekking tot handelingen, zijn, tenzij anders bepaald, bevoegd gedeputeerde staten van de provincie waar de handeling wordt verricht.
|
||||
|
||||
**2.** Ingeval provinciale staten ingevolge het bepaalde bij of krachtens deze wet bevoegd zijn tot het nemen van een besluit met betrekking tot projecten of handelingen, zijn, tenzij anders bepaald, bevoegd provinciale staten van de provincie waar de projecten of handelingen worden gerealiseerd, onderscheidenlijk verricht.
|
||||
**2.** Ingeval provinciale staten ingevolge het bepaalde bij of krachtens deze wet bevoegd zijn tot het nemen van een besluit met betrekking tot handelingen, zijn, tenzij anders bepaald, bevoegd provinciale staten van de provincie waar de handelingen worden verricht.
|
||||
|
||||
**3.** Ingeval projecten of handelingen nadelige gevolgen hebben voor een geheel of gedeeltelijk in een andere provincie gelegen Natura 2000-gebied of bijzonder nationaal natuurgebied, dan wel voor vogels als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, dieren of planten van soorten als bedoeld in artikel 3.5, eerste of vijfde lid, 3.7 of 3.10, eerste lid, die zich bevinden in een andere provincie, nemen gedeputeerde staten, onderscheidenlijk provinciale staten geen besluiten als bedoeld in het eerste, onderscheidenlijk tweede lid, dan in overeenstemming met gedeputeerde staten, onderscheidenlijk provinciale staten van die andere provincie.
|
||||
**3.** Ingeval handelingen nadelige gevolgen hebben voor een geheel of gedeeltelijk in een andere provincie gelegen Natura 2000-gebied of bijzonder nationaal natuurgebied, dan wel voor vogels als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, dieren of planten van soorten als bedoeld in artikel 3.5, eerste of vijfde lid, 3.7 of 3.10, eerste lid, die zich bevinden in een andere provincie, nemen gedeputeerde staten, onderscheidenlijk provinciale staten geen besluiten als bedoeld in het eerste, onderscheidenlijk tweede lid, dan in overeenstemming met gedeputeerde staten, onderscheidenlijk provinciale staten van die andere provincie.
|
||||
|
||||
**4.** Ingeval een project of handeling mede wordt gerealiseerd, onderscheidenlijk verricht in een andere provincie, wordt een besluit als bedoeld in het eerste lid genomen door gedeputeerde staten van de provincie waar het project of de handeling in hoofdzaak wordt gerealiseerd, onderscheidenlijk verricht, in overeenstemming met gedeputeerde staten van die andere provincie.
|
||||
**4.** Ingeval een handeling mede wordt verricht in een andere provincie, wordt een besluit als bedoeld in het eerste lid genomen door gedeputeerde staten van de provincie waar de handeling in hoofdzaak wordt verricht, in overeenstemming met gedeputeerde staten van die andere provincie.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Bevoegdheden, verantwoordelijkheden en verplichtingen van gedeputeerde staten of provinciale staten als bedoeld in de artikelen 2.7, tweede of derde lid, 2.8, derde, zesde, zevende of negende lid, 2.9, derde lid, 3.3, eerste of tweede lid, 3.4, tweede lid, 3.8, eerste of tweede lid, 3.9, tweede lid, 3.10, tweede lid in samenhang met artikel 3.8, eerste of tweede lid, 3.11, eerste of tweede lid, 3.12, zevende, achtste of negende lid, 3.14, tweede lid, 3.15, derde en vierde lid, 3.16, derde en vierde lid, 3.17, eerste lid, 3.18, eerste, tweede of derde lid, al dan niet in samenhang met het vierde lid, 3.22, vierde lid, 3.25, tweede lid, 3.26, derde lid, 3.32, tweede lid, 3.33, tweede lid, 3.34, derde lid, 4.2, eerste, tweede of derde lid, 4.3, derde lid, 4.5, eerste, derde of vierde lid, of 5.5, eerste en tweede lid, berusten bij één van Onze bij algemene maatregel van bestuur aangewezen Ministers, en de bevoegdheden en verplichtingen van gedeputeerde staten of provinciale staten, bedoeld in artikel 2.4, eerste, tweede en derde lid, berusten bij Onze Minister, indien zij betrekking hebben op:
|
||||
Bevoegdheden, verantwoordelijkheden en verplichtingen van gedeputeerde staten of provinciale staten als bedoeld in de artikelen 2.7, tweede of derde lid, 2.8, derde, zesde, zevende of negende lid, 2.9, derde lid, 3.3, eerste of tweede lid, 3.4, tweede lid, 3.8, eerste of tweede lid, 3.9, tweede lid, 3.10, tweede lid in samenhang met artikel 3.8, eerste of tweede lid, 3.11, eerste of tweede lid, 3.12, zevende, achtste of negende lid, 3.14, tweede lid, 3.15, derde en vierde lid, 3.16, derde en vierde lid, 3.17, eerste lid, 3.18, eerste, tweede of derde lid, al dan niet in samenhang met het vierde lid, 3.22, vierde lid, 3.25, tweede of vierde lid, 3.26, derde lid, 3.32, tweede lid, 3.33, tweede lid, 3.34, derde lid, 4.2, eerste, tweede of derde lid, 4.3, derde lid, 4.5, eerste, derde of vierde lid, of 5.5, eerste en tweede lid, berusten bij één van Onze bij algemene maatregel van bestuur aangewezen Ministers, en de bevoegdheden en verplichtingen van gedeputeerde staten of provinciale staten, bedoeld in artikel 2.4, eerste, tweede en derde lid, berusten bij Onze Minister, indien zij betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
a. bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën van handelingen en projecten, of
|
||||
b. handelingen en projecten die geheel of gedeeltelijk plaatsvinden in of gevolgen hebben voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën van gebieden.
|
||||
a. bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën van handelingen, of
|
||||
b. handelingen die geheel of gedeeltelijk plaatsvinden in of gevolgen hebben voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën van gebieden.
|
||||
|
||||
**6.** Ingeval toepassing wordt gegeven aan het vijfde lid, wordt waar in de bepalingen, genoemd in dat lid, sprake is van een provinciale verordening in plaats daarvan gelezen: ministeriële regeling.
|
||||
|
||||
|
|
@ -439,7 +439,7 @@ b. andere dwingende redenen van openbaar belang, na advies van de Europese Commi
|
|||
|
||||
Het verbod, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, is niet van toepassing op projecten en andere handelingen die zijn beschreven in en worden gerealiseerd, onderscheidenlijk verricht overeenkomstig een beheerplan als bedoeld in artikel 2.3 of een programma als bedoeld in artikel 1.13, eerste, zevende, of achtste lid, of een plan of programma als bedoeld in artikel 2.3, vijfde lid, indien:
|
||||
|
||||
a. ten aanzien van het plan of het programma, althans het desbetreffende onderdeel, een passende beoordeling van projecten is uitgevoerd waaruit de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten, onderscheidenlijk rekening is gehouden met de mogelijke gevolgen van andere handelingen voor het Natura 2000-gebied, en
|
||||
a. ten aanzien van het plan of het programma, althans het desbetreffende onderdeel, een passende beoordeling van projecten als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, onderdeel a, is uitgevoerd waaruit de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten, onderscheidenlijk rekening is gehouden met de mogelijke gevolgen van andere handelingen als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, onderdeel b voor het Natura 2000-gebied, en
|
||||
b. het bestuursorgaan dat het plan of het programma heeft vastgesteld tevens bevoegd is voor de verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, voor een dergelijk project, onderscheidenlijk een dergelijke handeling, of, als dat niet het geval is, het laatstbedoelde bestuursorgaan heeft ingestemd met het onderdeel van het plan of programma dat betrekking heeft op het project, onderscheidenlijk de andere handeling.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
|
@ -630,7 +630,7 @@ b. te achtervolgen met behulp van vervoermiddelen, genoemd in bijlage IV, onderd
|
|||
|
||||
### Artikel 3.5
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
|
||||
**1.** Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
|
||||
|
||||
**2.** Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.
|
||||
|
||||
|
|
@ -642,7 +642,7 @@ b. te achtervolgen met behulp van vervoermiddelen, genoemd in bijlage IV, onderd
|
|||
|
||||
### Artikel 3.6
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage I of II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, onder zich te hebben voor verkoop, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te koop of te ruil aan te bieden.
|
||||
**1.** Het is verboden dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage I of II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, onder zich te hebben voor verkoop, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te koop of te ruil aan te bieden.
|
||||
|
||||
**2.** Het is verboden, anders dan voor verkoop, dieren of planten als bedoeld in het eerste lid onder zich te hebben of te vervoeren.
|
||||
|
||||
|
|
@ -650,7 +650,7 @@ b. te achtervolgen met behulp van vervoermiddelen, genoemd in bijlage IV, onderd
|
|||
|
||||
### Artikel 3.7
|
||||
|
||||
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het aan de natuur onttrekken en de exploitatie van daarbij aangewezen dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage V bij de Habitatrichtlijn of bijlage III bij het Verdrag van Bern, indien dat nodig is voor het behoud of het bereiken van een gunstige staat van instandhouding van die soorten.
|
||||
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het aan de natuur onttrekken en de exploitatie van daarbij aangewezen dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage V bij de Habitatrichtlijn of bijlage III bij het Verdrag van Bern, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, indien dat nodig is voor het behoud of het bereiken van een gunstige staat van instandhouding van die soorten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -712,7 +712,7 @@ b. handelingen die zijn beschreven in en worden verricht overeenkomstig een behe
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien het vangen of doden van dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, of bijlage II bij het Verdrag van Bern, en het aan de natuur onttrekken van dieren van soorten, genoemd in bijlage V, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, of bijlage III bij het Verdrag van Bern, bij of krachtens deze wet is toegestaan, is het verboden deze dieren te vangen of te doden door gebruikmaking van niet-selectieve middelen die de plaatselijke verdwijning of ernstige verstoring van de rust van de populaties van deze soorten tot gevolg kunnen hebben, waartoe in elk geval behoren:
|
||||
Indien het vangen of doden van dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, of bijlage II bij het Verdrag van Bern, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, en het aan de natuur onttrekken van dieren van soorten, genoemd in bijlage V, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, of bijlage III bij het Verdrag van Bern, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, bij of krachtens deze wet is toegestaan, is het verboden deze dieren te vangen of te doden door gebruikmaking van niet-selectieve middelen die de plaatselijke verdwijning of ernstige verstoring van de rust van de populaties van deze soorten tot gevolg kunnen hebben, waartoe in elk geval behoren:
|
||||
|
||||
a. de middelen, genoemd in bijlage VI, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, en
|
||||
b. de vervoermiddelen, genoemd in bijlage VI, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn.
|
||||
|
|
@ -737,14 +737,15 @@ c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet
|
|||
|
||||
Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen:
|
||||
|
||||
a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied;
|
||||
a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daarop volgende gebruik van het gebied of het gebouwde;
|
||||
b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen;
|
||||
c. ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden;
|
||||
d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren;
|
||||
e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw;
|
||||
f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer;
|
||||
g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of
|
||||
h. in het algemeen belang.
|
||||
g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied;
|
||||
h. in het algemeen belang, of
|
||||
i. bestendig gebruik.
|
||||
|
||||
**3.** De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -863,7 +864,7 @@ a. ingeval van vogels:
|
|||
1°. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;
|
||||
2°. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;
|
||||
b. ingeval van dieren van soorten als bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, in het belang van de volksgezondheid en de openbare veiligheid of om andere dwingende redenen van groot openbaar belang.
|
||||
c. in geval van andere soorten als bedoeld in artikel 3.10.
|
||||
c. in geval van andere soorten als bedoeld in artikel 3.10, in het belang van bij de vrijstelling, bedoeld in het tweede lid, onderscheidenlijk de verordening, bedoeld in het vierde lid, omschreven belangen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.17
|
||||
|
||||
|
|
@ -910,7 +911,7 @@ b. handelen overeenkomstig een vastgesteld en goedgekeurd faunabeheerplan.
|
|||
|
||||
**3.** Gedeputeerde staten kunnen bepalen wat met de ingevolge het eerste lid bemachtigde dieren gebeurt.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op het beperken van de omvang van populaties van dieren die zijn aan te merken als exoten of van verwilderde dieren.
|
||||
**4.** Het eerste tot en met derde lid, met uitzondering van de tweede volzin van het eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op het beperken van de omvang van populaties van dieren die zijn aan te merken als exoten of van verwilderde dieren.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.19
|
||||
|
||||
|
|
@ -920,13 +921,13 @@ b. handelen overeenkomstig een vastgesteld en goedgekeurd faunabeheerplan.
|
|||
|
||||
**3.** De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats in overeenstemming met de gedeputeerde staten, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
**4.** Gedeputeerde staten kunnen aan personen of samenwerkingsverbanden van personen opdracht geven tot het terugbrengen van het aantal planten van bij de opdracht aangeduide soorten, aangewezen krachtens het eerste lid. Artikel 3.18, tweede en derde lid, is op de uitvoering van deze opdracht van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 3.18, derde lid, in plaats van «dieren» wordt gelezen: planten.
|
||||
**4.** Gedeputeerde staten kunnen aan personen of samenwerkingsverbanden van personen opdracht geven tot het terugbrengen van het aantal planten van bij de opdracht aangeduide soorten, aangewezen krachtens het eerste lid, of ter uitvoering van de verordening, genoemd in artikel 3.36, onderdeel c. Artikel 3.18, tweede en derde lid, is op de uitvoering van deze opdracht van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 3.18, derde lid, in plaats van «dieren» wordt gelezen: planten.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.5. Jacht
|
||||
|
||||
### Artikel 3.20
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van de artikelen 3.1, eerste en vierde lid, 3.5, eerste en tweede lid, en 3.10, eerste lid, is het de jachthouder, en degenen in gezelschap van de jachthouder, toegestaan in zijn jachtveld wild te vangen, te doden en te verontrusten, en met het oog daarop op te sporen ter uitoefening van de jacht, indien is voldaan aan het bij en krachtens deze paragraaf en paragraaf 3.6 bepaalde.
|
||||
**1.** In afwijking van de artikelen 3.1, eerste en vierde lid, 3.5, eerste en tweede lid, en 3.10, eerste lid, is het de jachthouder toegestaan in zijn jachtveld wild te vangen, te doden en te verontrusten, en met het oog daarop op te sporen ter uitoefening van de jacht, indien is voldaan aan het bij en krachtens deze paragraaf en paragraaf 3.6 bepaalde.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -940,7 +941,12 @@ e. konijn (Oryctolagus cuniculus).
|
|||
|
||||
**3.** De jachthouder doet datgene wat een goed jachthouder betaamt om een redelijke stand van de in zijn jachtveld aanwezige wild als bedoeld in het tweede lid te handhaven, dan wel, bij het ontbreken daarvan, te bereiken, en om schade door in zijn jachtveld aanwezig wild als bedoeld in het tweede lid te voorkomen.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de jachtopzichter of anderen buiten het gezelschap van de jachthouder, indien de jachthouder aan hen daartoe een schriftelijke en gedagtekende toestemming heeft gegeven, en is voldaan aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels.
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op:
|
||||
|
||||
a. degenen in het gezelschap van de jachthouder, indien de jachthouder een geldende jachtakte of valkeniersakte heeft, en
|
||||
b. de jachtopzichter of anderen buiten het gezelschap van de jachthouder, indien de jachthouder aan hen daartoe een schriftelijke en gedagtekende toestemming heeft gegeven, en is voldaan aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.21
|
||||
|
||||
|
|
@ -1032,7 +1038,7 @@ d. degene die het jachtrecht bij schriftelijke en gedagtekende overeenkomst voor
|
|||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Bij het verlenen van een ontheffing of een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid, kan ook vrijstelling, onderscheidenlijk ontheffing worden verleend van:
|
||||
Gedeputeerde staten kunnen ontheffing en provinciale staten kunnen vrijstelling verlenen van:
|
||||
|
||||
a. het verbod, bedoeld in artikel 3.24, tweede lid. Op deze vrijstelling of ontheffing is artikel 3.24, derde, lid van overeenkomstige toepassing;
|
||||
b. regels als bedoeld in artikel 3.24, vierde lid, voor zover deze vrijstelling of ontheffing in overeenstemming is met de bij of krachtens de Benelux-overeenkomst gestelde regels.
|
||||
|
|
@ -1049,11 +1055,12 @@ c. indien de burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor schade waartoe het gebruik
|
|||
d. voor andere handelingen dan:
|
||||
|
||||
1°. de jacht;
|
||||
2°. de uitvoering van handelingen waarvoor een ontheffing of vrijstelling als bedoeld in de artikelen 3.3, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, of derde lid, 3.8, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, of derde lid, 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, of derde lid, of 3.15, tweede en vierde lid, in voorkomend geval in samenhang met het zevende lid, of 3.16, tweede en vierde lid, is verleend;
|
||||
2°. de uitvoering van handelingen waarvoor een ontheffing of vrijstelling als bedoeld in de artikelen 3.3, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, of derde lid, 3.8, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, of derde lid, 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, of derde lid, of 3.15, tweede en vierde lid, in voorkomend geval in samenhang met het zevende lid, 3.16, tweede en vierde lid, of 3.17, eerste lid, is verleend;
|
||||
3°. de uitvoering van artikel 3.18, eerste lid, in voorkomend geval in samenhang met het vierde lid, of 3.19, tweede lid, in samenhang met artikel 3.18, vierde lid;
|
||||
4°. de bestrijding van bij ministeriële regeling aangewezen verwilderde dieren of exoten, buiten de gevallen, bedoeld onder 3°;
|
||||
5°. het schieten van kleiduiven, of
|
||||
6°. jachthondenproeven.
|
||||
5°. de bestrijding van de zwarte rat, de bruine rat of de huismuis;
|
||||
6°. het schieten van kleiduiven, of
|
||||
7°. jachthondenproeven.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1065,7 +1072,7 @@ c. het gebruik van middelen op, aan of bij het geweer;
|
|||
d. de diersoorten waarop het gebruik van het geweer betrekking heeft, of
|
||||
e. de vaardigheden waarover de gebruiker van het geweer beschikt.
|
||||
|
||||
**3.** Bij het verlenen van een ontheffing of een vrijstelling, genoemd in artikel 3.25, eerste lid, kan ook ontheffing, onderscheidenlijk vrijstelling worden verleend van het eerste lid, onderdeel a of b, en de krachtens het tweede lid gestelde regels, met dien verstande dat bij het verlenen van ontheffing of vrijstelling van regels als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, ook rekening wordt gehouden met belangen van veiligheid, volksgezondheid, welzijn en milieu.
|
||||
**3.** Gedeputeerde staten kunnen ontheffing en provinciale staten kunnen vrijstelling verlenen van het eerste lid, onderdeel a of b, en de krachtens het tweede lid gestelde regels, met dien verstande dat bij het verlenen van ontheffing of vrijstelling van regels als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, ook rekening wordt gehouden met belangen van veiligheid, volksgezondheid, welzijn en milieu.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.27
|
||||
|
||||
|
|
@ -1137,9 +1144,10 @@ a. zonder een geldige valkeniersakte, en
|
|||
b. voor andere handelingen dan:
|
||||
|
||||
1°. de jacht;
|
||||
2°. de uitvoering van handelingen waarvoor een ontheffing of vrijstelling als bedoeld in de artikelen 3.3, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, of derde lid, 3.8, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, of derde lid, 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, of derde lid, of 3.15, tweede en vierde lid, in voorkomend geval in samenhang met het zevende lid, of 3.16, tweede en vierde lid, is verleend;
|
||||
3°. de uitvoering van artikel 3.18, eerste lid, in voorkomend geval in samenhang met het vierde lid, of 3.19, tweede lid, in samenhang met artikel 3.18, vierde lid, en vierde lid, of
|
||||
4°. de bestrijding van bij ministeriële regeling aangewezen verwilderde dieren of exoten, buiten de gevallen, bedoeld onder 3°.
|
||||
2°. de uitvoering van handelingen waarvoor een ontheffing of vrijstelling als bedoeld in de artikelen 3.3, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, of derde lid, 3.8, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, of derde lid, 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, of derde lid, of 3.15, tweede en vierde lid, in voorkomend geval in samenhang met het zevende lid, 3.16, tweede en vierde lid, of 3.17, eerste lid, is verleend;
|
||||
3°. de uitvoering van artikel 3.18, eerste lid, in voorkomend geval in samenhang met het vierde lid, of 3.19, tweede lid, in samenhang met artikel 3.18, vierde lid, en vierde lid;
|
||||
4°. de bestrijding van bij ministeriële regeling aangewezen verwilderde dieren of exoten, buiten de gevallen, bedoeld onder 3°, of
|
||||
5°. de bestrijding van de zwarte rat, de bruine rat of de huismuis.
|
||||
|
||||
**2.** De valkeniersakte wordt verleend door Onze Minister. Artikel 3.28 is van overeenkomstige toepassing op de valkeniersakte, met uitzondering van het eerste lid en het tweede lid, onderdelen c en d in samenhang met de aanhef.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1450,10 +1458,10 @@ d. de omstandigheden sedert het tijdstip waarop de vergunning, onderscheidenlijk
|
|||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Een krachtens artikel 3.3, eerste of derde lid, 3.4, tweede of derde lid, 3.8, eerste of derde lid, 3.9, tweede lid, 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, eerste lid, 3.17, eerste lid, 3.25, eerste lid, of 3.34, derde of vijfde lid, verleende ontheffing, een jachtakte of een valkeniersakte kan tevens worden ingetrokken indien de houder van de ontheffing, onderscheidenlijk de akte, nadat die is verleend, onherroepelijk is veroordeeld:
|
||||
Een krachtens artikel 3.3, eerste of derde lid, 3.4, tweede of derde lid, 3.8, eerste of derde lid, 3.9, tweede lid, 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, eerste lid, 3.17, eerste lid, 3.25, eerste of vierde lid, 3.26, derde lid, of 3.34, derde of vijfde lid, verleende ontheffing, een jachtakte of een valkeniersakte kan tevens worden ingetrokken indien de houder van de ontheffing, onderscheidenlijk de akte, nadat die is verleend, onherroepelijk is veroordeeld:
|
||||
|
||||
a. wegens overtreding van een bij of krachtens hoofdstuk 3 gestelde bepaling, of indien tegen hem deswege een strafbeschikking is uitgevaardigd;
|
||||
b. wegens overtreding van artikel 5.3, vierde lid, in samenhang met artikel 3.3, eerste, tweede of derde lid, 3.4, tweede of derde lid, 3.8, eerste, tweede of derde lid, 3.9, tweede lid, 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, eerste lid, 3.17, eerste lid, 3.25, eerste lid, 3.26, derde lid, 3.32, tweede lid, of 3.34, derde of vijfde lid, en artikel 5.3, vijfde lid, in samenhang met artikel 3.18, eerste lid, of
|
||||
b. wegens overtreding van artikel 5.3, vierde lid, in samenhang met artikel 3.3, eerste, tweede of derde lid, 3.4, tweede of derde lid, 3.8, eerste, tweede of derde lid, 3.9, tweede lid, 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, eerste lid, 3.17, eerste lid, 3.25, eerste of vierde lid, 3.26, derde lid, 3.32, tweede lid, of 3.34, derde of vijfde lid, en artikel 5.3, vijfde lid, in samenhang met artikel 3.18, eerste lid, of
|
||||
c. wegens een feit strafbaar gesteld bij de Wet dieren voor zover het gedragingen als bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2, 2.3, 2.5, 2.6, 2.7, 2.8, 2.9, 2.10, 2.13, 2.14 of 2.15 van die wet betreft, of tegen hem deswege een strafbeschikking is uitgevaardigd of hem wegens overtreding van het krachtens de voornoemde artikelen van de Wet dieren bepaalde een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 8.7 van de Wet dieren is opgelegd.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
|
@ -1496,7 +1504,7 @@ b. behoort tot een op grond van artikel 2.9, vijfde lid, aangewezen categorie v
|
|||
|
||||
### Artikel 5.6
|
||||
|
||||
**1.** Een plan dat betrekking heeft op een gebied, zijnde een bestaand of te ontwikkelen stedelijk gebied of bedrijventerrein, en dat is gericht op een optimalisering van de milieugebruiksruimte met het oog op een duurzame ruimtelijke en economische benutting of ontwikkeling van dat gebied in samenhang met het behoud of de totstandbrenging van een goede milieukwaliteit, kan de voorwaarden, voorschriften en beperkingen bevatten waaronder een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, wordt verleend, indien op grond van een voor dat plan opgestelde passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat projecten die aan deze voorwaarden, voorschriften en beperkingen voldoen aan artikel 2.8, derde lid, dan wel het vierde, vijfde, zesde en zevende lid, onderscheidenlijk een beoordeling is uitgevoerd van andere handelingen overeenkomstig artikel 2.8, negende lid.
|
||||
**1.** Een plan dat betrekking heeft op een gebied, zijnde een bestaand of te ontwikkelen stedelijk gebied of bedrijventerrein, en dat is gericht op een optimalisering van de milieugebruiksruimte met het oog op een duurzame ruimtelijke en economische benutting of ontwikkeling van dat gebied in samenhang met het behoud of de totstandbrenging van een goede milieukwaliteit, kan de voorwaarden, voorschriften en beperkingen bevatten waaronder een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, wordt verleend, indien op grond van een voor dat plan opgestelde passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat projecten die aan deze voorwaarden, voorschriften en beperkingen voldoen, voldoen aan artikel 2.8, derde lid, dan wel het vierde, vijfde, zesde en zevende lid, onderscheidenlijk een beoordeling is uitgevoerd van andere handelingen overeenkomstig artikel 2.8, negende lid.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuursorgaan dat bevoegd is voor de verlening van vergunningen als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, voor projecten of andere handelingen in een gebied als bedoeld in het eerste lid, kan voorafgaand aan de vaststelling van een daarop betrekking hebbend plan instemming verlenen aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden, voorschriften en beperkingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1610,8 +1618,9 @@ c. de bij besluit van gedeputeerde staten aangewezen ambtenaren.
|
|||
Onze Minister is bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang in plaats van gedeputeerde staten ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens:
|
||||
|
||||
a. de artikelen 1.11, eerste lid, 2.4, vierde lid, 2.7, tweede lid, 3.1, eerste, tweede, derde of vierde lid, 3.2, zesde lid, 3.4, eerste lid, 3.5, 3.6, tweede lid, 3.9, eerste lid, 3.10, eerste lid, 3.15, tweede of vierde lid, 3.16, tweede of vierde lid, 3.18, eerste lid, of vierde lid, in samenhang met het eerste lid, 3.32, eerste lid, 3.34, eerste of vijfde lid, 4.2, eerste, derde of vierde lid, 4.3, eerste, tweede of vijfde lid, of 5.3, vierde lid, voor zover de last betrekking heeft op handelingen of projecten van categorieën, aangewezen krachtens artikel 1.3, vijfde lid of op handelingen en projecten die plaatsvinden in of gevolgen hebben voor gebieden, behorende tot krachtens dat artikellid aangewezen categorieën;
|
||||
b. de artikelen 3.2, eerste lid, 3.6, eerste lid, 3.7, eerste lid, 3.24, eerste, tweede, vierde of vijfde lid, 3.26, 3.27, 3.30, eerste, tweede, derde of vijfde lid, 3.31, 3.35, 3.37, 3.38, 3.39, 4.8, of 7.4, eerste en vierde lid;
|
||||
c. artikel 3.34, eerste of vierde lid, voor zover de last betrekking heeft op het uitzetten, planten of zaaien van exoten.
|
||||
b. artikel 2.5, ingeval artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van toepassing is;
|
||||
c. de artikelen 3.2, eerste lid, 3.6, eerste lid, 3.7, eerste lid, 3.24, eerste, tweede, vierde of vijfde lid, 3.26, 3.27, 3.30, eerste, tweede, derde of vijfde lid, 3.35, 3.37, 3.38, 3.39, 4.8, of 7.4, eerste en vierde lid;
|
||||
d. artikel 3.34, eerste of vierde lid, voor zover de last betrekking heeft op het uitzetten, planten of zaaien van exoten.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -1871,9 +1880,9 @@ b. aan wie in de periode van 1 april 2002 tot en met 30 september 2004 een jac
|
|||
|
||||
**2.** Kennisgevingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Boswet gelden als meldingen als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 4.3, eerste lid, is van toepassing op degene waarvoor in de periode, gelegen tussen het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet uiterlijk en drie jaar vóór dat tijdstip, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Boswet een verplichting tot herbeplanting is ontstaan.
|
||||
**3.** Artikel 4.3, eerste lid, is van toepassing op degene voor wie vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet een verplichting tot herbeplanting is ontstaan op grond van artikel 3, eerste lid, van de Boswet.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 4.3, tweede lid, is van toepassing op degene waarvoor in de periode, gelegen tussen het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet uiterlijk en drie jaar vóór dat tijdstip, als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Boswet een verplichting tot vervanging van herbeplanting is ontstaan.
|
||||
**4.** Artikel 4.3, tweede lid, is van toepassing op degene voor wie vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet een verplichting tot vervanging van herbeplanting is ontstaan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Boswet.
|
||||
|
||||
**5.** Vrijstellingen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Boswet die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet van kracht zijn, gelden voor de periode waarvoor zij van toepassing zijn, als vrijstellingen als bedoeld in artikel 4.5, vierde lid.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue