2025-11-11 | BWBR0048156 | Wet digitale overheid
This commit is contained in:
parent
4e6c846122
commit
b30b25a963
1 changed files with 186 additions and 9 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet digitale overheid
|
|||
bwb_id: BWBR0048156
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2023-05-12'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2025-10-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0048156
|
||||
citeertitel: Wet digitale overheid
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -102,7 +102,11 @@ c. de datum waarop de verplichting tot toepassing van een aangewezen standaard i
|
|||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Bestuursorganen en aangewezen organisaties voldoen aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels met betrekking tot de werking, betrouwbaarheid en beveiliging van de toegang tot elektronische diensten op verschillende betrouwbaarheidsniveaus.
|
||||
|
||||
**2.** Bestuursorganen en aangewezen organisaties overleggen aan Onze Minister een verklaring van een auditor waaruit blijkt of zij voldoen aan de in het eerste lid bedoelde regels.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de wijze waarop bestuursorganen en aangewezen organisaties aantonen dat zij aan de regels, bedoeld in het eerste lid, voldoen.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
|
|
@ -153,7 +157,27 @@ b. die het mogelijk maakt identificatiemiddelen voor natuurlijke personen, onder
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bestuursorganen accepteren bij hun elektronische dienstverlening aan natuurlijke personen waarvoor authenticatie op betrouwbaarheidsniveau substantieel of hoog vereist is, uitsluitend:
|
||||
|
||||
a. alle toegelaten identificatiemiddelen,
|
||||
b. elektronische verklaringen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, en
|
||||
c. alle identificatiemiddelen die behoren tot een door een lidstaat van de Europese Unie ingevolge de eIDAS-verordening bij de Europese Commissie aangemeld en goedgekeurd stelsel.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Aangewezen organisaties en rechterlijke instanties accepteren bij hun elektronische dienstverlening aan natuurlijke personen waarvoor authenticatie op betrouwbaarheidsniveau substantieel of hoog vereist is uitsluitend:
|
||||
|
||||
a. alle toegelaten identificatiemiddelen,
|
||||
b. elektronische verklaringen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, en
|
||||
c. onverminderd het bepaalde in artikel 6 van de eIDAS-verordening, alle identificatiemiddelen die behoren tot een door een lidstaat van de Europese Unie ingevolge de eIDAS-verordening bij de Europese Commissie aangemeld en goedgekeurd stelsel indien dit is bepaald bij besluit van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister die het mede aangaat.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het in het eerste en tweede lid bepaalde, accepteren bestuursorganen, aangewezen organisaties en rechterlijke instanties bij hun dienstverlening aan een natuurlijk persoon alle erkende bedrijfs- en organisatiemiddelen, indien en voor zover dat middel wordt gebruikt in de toegang van een door die natuurlijke persoon gemachtigde houder die met dat middel handelt namens een onderneming of rechtspersoon.
|
||||
|
||||
**4.** Een bestuursorgaan, aangewezen organisatie of rechterlijke instantie kan volgens bij ministeriële regeling te stellen regels voor een welbepaalde doelgroep afwijken van het gestelde in het eerste lid, onderdeel a, respectievelijk het tweede lid onderdeel a, indien acceptatie van niet-toegelaten identificatiemiddelen onder uitsluiting van toegelaten identificatiemiddelen noodzakelijk is gelet op de aard van de dienstverlening of de aard van de doelgroep.
|
||||
|
||||
**5.** Bestuursorganen en aangewezen organisaties accepteren bij hun elektronische dienstverlening aan natuurlijke personen in de uitoefening van beroep of bedrijf waarvoor authenticatie op betrouwbaarheidsniveau substantieel of hoog vereist is, ook een toegelaten identificatiemiddel indien en voor zover dit bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers die het aangaat is bepaald.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
|
|
@ -165,7 +189,23 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Onze Minister wijst een publiek identificatiemiddel aan als toegelaten identificatiemiddel indien dit middel voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen met betrekking tot de werking, beveiliging en betrouwbaarheid. De eisen hebben mede betrekking op uitgifte en beëindiging van de middelen.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister laat een privaat identificatiemiddel toe door verlening van een erkenning, indien dit middel en de middelenuitgever of de authenticatiedienst die het uitgeeft voldoen aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen met betrekking tot de werking, beveiliging en betrouwbaarheid. De eisen hebben in ieder geval betrekking op uitgifte en beëindiging van de middelen.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister laat een private ontsluitende dienst toe door verlening van een erkenning, indien dit noodzakelijk is voor de continuïteit van de elektronische dienstverlening door bestuursorganen en aangewezen organisaties en de dienst voldoet aan de voor hem bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen met betrekking tot de werking, beveiliging en betrouwbaarheid. Hierbij kan ontsluiting van alle toegelaten middelen worden opgelegd.
|
||||
|
||||
**4.** Een houder van een erkenning als bedoeld in het tweede of derde lid voldoet aan de voor hem bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen en aan de aan de erkenning verbonden voorschriften en beperkingen. De eisen behelzen in ieder geval een leveringsplicht en regels inzake te hanteren tarieven.
|
||||
|
||||
**5.** Bij de aanvraag voor een erkenning wordt een verklaring gevoegd van een geaccrediteerde certificerende instelling, waaraan het vermoeden kan worden ontleend dat is voldaan aan de eisen die gelden voor de betreffende houder van de erkenning of dat middel.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister weigert een erkenning indien niet wordt voldaan aan de eisen bedoeld in het tweede of derde lid. Hij weigert tevens indien zwaarwegende redenen zich tegen erkenning verzetten. Hiervan is sprake in geval ernstig gevaar bestaat voor de cyberveiligheid of staatsveiligheid of in geval ernstig gevaar bestaat dat de erkenning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen of uit strafbare feiten verkregen of te verkrijgen voordelen te benutten of anderszins de betrouwbaarheid en veiligheid van het Nederlandse stelsel voor elektronische dienstverlening in gevaar komt. Alvorens te beslissen op een aanvraag kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
|
||||
|
||||
**7.** Onze Minister kan een erkenning wijzigen, schorsen of intrekken indien niet wordt voldaan aan de eisen bedoeld in het tweede of derde lid, de eisen, voorschriften of beperkingen bedoeld in het vierde lid, of in geval van zwaarwegende redenen als bedoeld in het zesde lid. Bij schorsing en intrekking kan de houder worden verplicht zijn activiteiten voort te zetten gedurende een door Onze Minister te bepalen periode, voor zover dat nodig is om continuïteit van betrouwbare toegang tot elektronische dienstverlening te borgen.
|
||||
|
||||
**8.** Een erkenning kan op verzoek van de houder worden ingetrokken. Onze Minister kan bij dit besluit de houder verplichten zijn activiteiten voort te zetten gedurende een door Onze Minister te bepalen periode, voor zover dat nodig is om continuïteit van betrouwbare toegang tot elektronische dienstverlening te borgen.
|
||||
|
||||
**9.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de procedure van erkenning, wijziging, schorsing of intrekking en de in dat verband over te leggen gegevens en informatie.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
@ -175,6 +215,94 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
|||
|
||||
### Paragraaf 4.3. Elektronische dienstverlening aan bedrijven
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister erkent een middelenuitgever met betrekking tot een door die dienst uit te geven bedrijfs- en organisatiemiddel en het bijbehorende betrouwbaarheidsniveau, indien de dienst en het middel voldoen aan de daartoe bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister erkent een authenticatiedienst op het betrouwbaarheidsniveau van het bedrijfs- en organisatiemiddel waarvoor hij erkend wenst te worden, indien de dienst voldoet aan de daartoe voor dat betrouwbaarheidsniveau bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister erkent een ontsluitende dienst of een machtigingsdienst indien de dienst voldoet aan de met betrekking tot die dienst bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels.
|
||||
|
||||
**4.** De regels, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, hebben betrekking op de werking, interoperabiliteit, beveiliging en betrouwbaarheid van de diensten of het bedrijfs- en organisatiemiddel en maken waar nodig een onderscheid in de regels voor de diensten. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld over de interoperabiliteit tussen de erkende diensten en bedrijfs- en organisatiemiddelen en de infrastructuur, bedoeld in artikel 5, eerste lid, de voorzieningen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, of de toegelaten middelen.
|
||||
|
||||
**5.** Bij de aanvraag om erkenning wordt in elk geval een certificaat van conformiteit verstrekt, die is afgegeven door een door Onze Minister aan te wijzen conformiteitsbeoordelingsinstantie. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld aan de aanvraag om erkenning en de procedure van verlening van erkenning, het certificaat van conformiteit, de conformiteitsbeoordeling en de eisen waaraan een instantie die een dergelijke conformiteitsbeoordeling uitvoert, moet voldoen.
|
||||
|
||||
**6.** Aan een erkenning kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
|
||||
|
||||
**7.** Alvorens te beslissen op een aanvraag tot erkenning kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
|
||||
|
||||
**8.** Onze Minister weigert een aanvraag tot erkenning, indien zwaarwegende redenen zich tegen erkenning verzetten. Van dergelijke redenen is sprake in geval ernstig gevaar bestaat dat de erkenning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen of uit strafbare feiten verkregen of te verkrijgen voordelen te benutten of anderszins de betrouwbaarheid en veiligheid van het Nederlandse stelsel voor elektronische dienstverlening in gevaar komt.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan een attribuut aanwijzen dat naar zijn oordeel van belang is voor de identificatie van ondernemingen of rechtspersonen als bedoeld in artikel 15, eerste lid, ten behoeve van bepaalde elektronische dienstverlening op het niveau substantieel of hoog en daartoe door de op grond van artikel 11 erkende diensten moeten worden gehanteerd.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een attribuut is opgenomen in een register, dat berust op een wettelijk voorschrift, neemt Onze Minister het besluit tot aanwijzing van dat attribuut in overeenstemming met Onze Minister die het mede aangaat.
|
||||
|
||||
**3.** Van een besluit tot aanwijzing doet Onze Minister mededeling in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een attribuut wordt aangewezen worden bij ministeriële regeling regels gesteld over de wijze waarop het aangewezen attribuut door de erkende diensten bij hun activiteiten moet worden betrokken, voor zover dat nodig is voor een betrouwbare toegang van ondernemingen of rechtspersonen tot elektronische dienstverlening.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Een krachtens artikel 11 erkende dienst voldoet aan de voor de betrokken dienst bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels en aan de aan de erkenning of aanwijzing verbonden voorschriften en beperkingen. De eisen behelzen in ieder geval een leveringsplicht en kunnen regels inzake te hanteren tarieven behelzen. Artikel 11, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de te stellen regels.
|
||||
|
||||
**2.** Een erkende ontsluitende dienst ontsluit alle erkende bedrijfs- en organisatiemiddelen, alle door erkende machtigingsdiensten afgegeven elektronische verklaringen waaruit blijkt dat een natuurlijke persoon, onderneming of rechtspersoon gemachtigd is namens de onderneming of rechtspersoon, bedoeld in artikel 15, eerste lid, op te treden bij de toegang tot elektronische dienstverlening en alle op grond van artikel 12 aangewezen attributen.
|
||||
|
||||
**3.** Een erkende middelenuitgever, erkende authenticatiedienst en erkende machtigingsdienst verlenen aan een erkende ontsluitende dienst alle benodigde medewerking die voor een goede ontsluiting van een erkend bedrijfs- en organisatiemiddel en een betrouwbare toegang tot de gewenste elektronische dienstverlening noodzakelijk is. Voor hun diensten brengen zij geen kosten bij de erkende ontsluitende dienst in rekening.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de ontsluiting en medewerking, bedoeld in het derde lid en over de samenwerking tussen de erkende diensten.
|
||||
|
||||
**5.** Indien dit naar zijn oordeel voor een betrouwbare toegang van ondernemingen en rechtspersonen tot elektronische dienstverlening noodzakelijk is, kan Onze Minister een erkende dienst bindende aanwijzingen geven. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden hieromtrent nadere regels gesteld.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister kan een erkende dienst ontheffing verlenen van bij of krachtens artikel 13 gestelde regels, indien deze regels in de weg staan aan technologische ontwikkelingen aangaande een betrouwbare toegang van ondernemingen en rechtspersonen tot elektronische dienstverlening. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over een verzoek om of verlening van een ontheffing.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Een erkenning kan op verzoek van de erkende dienst worden ingetrokken. De erkende dienst voegt bij zijn verzoek een beëindigingsplan. Bij ministeriële regeling kunnen nadere eisen gesteld worden aan het beëindigingsplan.
|
||||
|
||||
**2.** Gelijktijdig met een besluit tot intrekking op verzoek kan Onze Minister de betrokken dienst de verplichting opleggen zijn activiteiten in de toegang van ondernemingen en rechtspersonen tot elektronische dienstverlening voort te zetten gedurende een door Onze Minister te bepalen periode, voor zover dat nodig is om continuïteit van betrouwbare toegang door ondernemingen en rechtspersonen tot elektronische dienstverlening te borgen.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan een erkenning intrekken of voor een bij dat besluit te bepalen periode schorsen indien niet wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 11 en 13, de aan een erkenning verbonden voorschriften of beperkingen, aan een krachtens artikel 13, vijfde lid, gegeven bindende aanwijzing of in geval van zwaarwegende redenen als bedoeld in artikel 11, achtste lid. Gelijktijdig met een besluit tot intrekking, kan Onze Minister de betrokken dienst de verplichting opleggen tot het opstellen van een beëindigingplan als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**4.** Een erkenning kan op verzoek van de erkende dienst worden overgedragen op een andere rechtspersoon, voor zover die rechtspersoon voldoet aan de bij of krachtens artikel 13 gestelde eisen. Onze Minister verleent geen toestemming voor overdracht indien daarmee naar zijn oordeel de daadwerkelijke mededinging wordt of dreigt te worden verstoord of indien de continuïteit van een betrouwbare toegang tot elektronische dienstverlening met erkende bedrijfs- en organisatiemiddelen als gevolg van die overdracht in het geding dreigt te komen.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Bij het besluit tot toestemming voor overdracht kan Onze Minister:
|
||||
|
||||
a. de voorschriften en beperkingen, verbonden aan de oorspronkelijke erkenning, wijzigen en bepalen;
|
||||
b. de verzoekende dienst de verplichting opleggen zijn activiteiten in de toegang van ondernemingen en rechtspersonen tot elektronische dienstverlening voort te zetten gedurende een door Onze Minister te bepalen periode, voor zover dat nodig is om continuïteit van betrouwbare toegang door ondernemingen en rechtspersonen tot elektronische dienstverlening te borgen.
|
||||
|
||||
**6.** Met de intrekking van een erkenning van een middelenuitgever vervalt tevens de erkenning van de bedrijfs- en organisatiemiddelen die door die middelenuitgever worden uitgegeven.
|
||||
|
||||
**7.** De erkende dienst waarvan de erkenning wordt ingetrokken of overgedragen draagt er zorg voor dat alle door hem opgeslagen informatie en gegevens die noodzakelijk was voor de uitvoering van de activiteiten waarvoor hij was erkend, worden overgedragen aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**8.** Van een besluit als bedoeld in dit artikel doet Onze Minister mededeling in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** Dit artikel is van toepassing op elektronische dienstverlening, waarvoor ingevolge de regels, bedoeld in artikel 6, tweede lid, authenticatie op het betrouwbaarheidsniveau substantieel of hoog is vereist, aan ondernemingen of rechtspersonen die ingevolge de Handelsregisterwet 2007 worden of kunnen worden ingeschreven in het handelsregister.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het bepaalde in artikel 7, accepteren bestuursorganen en aangewezen organisaties bij de toegang tot hun elektronische dienstverlening alle en uitsluitend erkende bedrijfs- en organisatiemiddelen en door erkende machtigingsdiensten afgegeven elektronische verklaringen waaruit blijkt dat een natuurlijke persoon, onderneming of rechtspersoon gemachtigd is namens de onderneming of rechtspersoon op te treden bij de toegang tot elektronische dienstverlening aan die onderneming of rechtspersoon. Bestuursorganen en aangewezen organisaties accepteren in elk geval een van de op grond van artikel 11, derde lid, erkende ontsluitende diensten.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De plicht om uitsluitend de in het tweede lid bedoelde identificatiemiddelen en verklaringen te accepteren, is niet van toepassing ten aanzien van:
|
||||
|
||||
a. het aanmaken van en de toegang tot een beveiligde elektronische postbus die deel uitmaakt van de elektronische omgeving van het centraal loket, bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet, voor een dienstenverrichter als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet, die niet in Nederland gevestigd is;
|
||||
b. elektronische dienstverlening die plaatsvindt via het centraal loket, bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet, aan een dienstenverrichter als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet, die niet in Nederland gevestigd is.
|
||||
|
||||
**4.** Een bestuursorgaan of aangewezen organisatie kan, in afwijking van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk tweede lid, onderdeel a, een natuurlijk persoon die een onderneming drijft en bij de toegang tot elektronische dienstverlening gebruik maakt van een toegelaten identificatiemiddel, de toegang tot elektronische dienstverlening weigeren, indien aan dat middel het voor de dienstverlening noodzakelijke nummer ter identificatie van de onderneming niet is verbonden.
|
||||
|
||||
**5.** In geval ten behoeve van elektronische dienstverlening door een bestuursorgaan of aangewezen organisatie aan een specifieke doelgroep het gebruik van een ander bedrijfs- of organisatiemiddel dan een erkend bedrijfs- of organisatiemiddel gewenst is, gelet op de aard van de dienstverlening of de aard van het door de doelgroep uitgeoefende bedrijf of beroep, kan Onze Minister een bedrijfs- of organisatiemiddel aanwijzen dat voor een bij dat besluit te bepalen periode tevens voor de toegang tot die dienstverlening gebruikt mag worden.
|
||||
|
||||
**6.** Bij het besluit, bedoeld in het vijfde lid, wordt bepaald op welke dienstverlening, beroepsgroep en bestuursorganen of aangewezen organisaties de aanwijzing betrekking heeft. Aan het besluit kunnen voorschriften worden verbonden.
|
||||
|
||||
**7.** Een besluit als bedoeld in het vijfde lid wordt niet genomen ten aanzien van een bedrijfs- of organisatiemiddel dat niet voldoet aan de voor het betrouwbaarheidsniveau substantieel of hoog gestelde eisen ten aanzien van veiligheid en betrouwbaarheid.
|
||||
|
||||
**8.** Dit artikel laat onverlet de plicht, bedoeld in artikel 6 van de eIDAS-verordening, tot wederzijdse erkenning van een identificatiemiddel dat behoort tot een door een andere lidstaat van de Europese Unie ingevolge de eIDAS-verordening bij de Europese Commissie aangemeld stelsel, voor zover een bestuursorgaan of aangewezen organisatie is aan te merken als openbare instantie als bedoeld in artikel 3, onderdeel 7, van de eIDAS-verordening.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. Bescherming van persoonsgegevens
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
|
@ -239,11 +367,54 @@ c. niet-naleving door het betrokken bestuursorgaan of de betrokken aangewezen or
|
|||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
De kosten die het Rijk maakt samenhangend met de uitvoering van de artikelen 5 en 9 worden door Onze Minister ten laste gebracht van de bestuursorganen, aangewezen organisaties en andere organen die het betreft. Bij ministeriële regeling worden hierover regels gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan een heffing opleggen ter vergoeding van kosten overeenkomstig een door hem vastgesteld tarief ter zake van de volgende handelingen:
|
||||
|
||||
a. de behandeling van een aanvraag tot erkenning als bedoeld in de artikelen 9 en 11;
|
||||
b. het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 9 en 13.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de hoogte en het opleggen van de heffing, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen verschillende categorieën handelingen als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 7A. Bonaire, Sint Eustatius en Saba
|
||||
|
||||
### Artikel 22a
|
||||
|
||||
Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met inachtneming van dit hoofdstuk, met ingang van een bij Koninklijk Besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 22b
|
||||
|
||||
**1.** Voor de toepassing van artikel 1 wordt onder «onderneming of rechtspersoon als bedoeld in artikel 5 onderscheidenlijk 6 van de Handelsregisterwet 2007 of een op grond van artikel 8, aanhef en onderdeel a, van die wet aangewezen rechtspersoon» verstaan «onderneming of rechtspersoon als bedoeld in artikel 3 onderscheidenlijk 4 van de Handelsregisterwet 2009 BES».
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van artikel 1 en artikel 2, eerste lid, wordt onder «bestuursorganen als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht» verstaan «bestuursorganen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES».
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van artikel 2, derde lid, wordt onder «rechterlijke instanties» verstaan:
|
||||
|
||||
a. de Gerechten in eerste aanleg, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie;
|
||||
b. het Hof, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie;
|
||||
c. de Hoge Raad, bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 3, eerste lid, onderdeel a, wordt onder «bestuursorganen» verstaan «bestuursorganen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES».
|
||||
|
||||
**5.** Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 3, eerste lid, onderdeel b, wordt onder «organen, personen en colleges als bedoeld in artikel 1:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht» verstaan «organen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van de Wet administratieve rechtspraak BES».
|
||||
|
||||
### Artikel 22c
|
||||
|
||||
Artikel 7, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid, onderdeel c, en artikel 15, achtste lid, zijn niet van toepassing in een openbaar lichaam.
|
||||
|
||||
### Artikel 22d
|
||||
|
||||
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3, 6, 7, 8, eerste lid, en 15 door bestuursorganen op het niveau van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
|
||||
|
||||
### Artikel 22e
|
||||
|
||||
Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over een bijzondere uitkering aan de openbare lichamen ter bekostiging van de transitie naar digitale dienstverlening in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -255,11 +426,17 @@ Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de
|
|||
|
||||
vervallen
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Een middelenuitgever of authenticatiedienst die onmiddellijk voor inwerkingtreding van dit artikel partij was bij een privaat stelsel van afspraken aangaande elektronische toegangsdiensten met de Staat wordt gedurende een periode van 18 maanden, gerekend van de dag na inwerkingtreding van dit artikel, geacht erkend te zijn op grond van artikel 11, eerste, onderscheidenlijk tweede lid met betrekking tot het bedrijfs- en organisatiemiddel dat door hem in het kader van die afspraken wordt uitgegeven. Gedurende die 18 maanden wordt het betrokken bedrijfs- en organisatiemiddel geacht een erkend bedrijfs- en organisatiemiddel te zijn, met uitzondering van een bedrijfs- en organisatiemiddel dat binnen het stelsel functioneert op het niveau 1.
|
||||
|
||||
**2.** Een ontsluitende dienst of een machtigingsdienst die onmiddellijk voor inwerkingtreding van deze wet partij was bij een privaat stelsel van afspraken met de Staat aangaande elektronische toegangsdiensten, wordt gedurende een periode van 18 maanden, gerekend van de dag na inwerkingtreding van deze wet, geacht erkend te zijn op grond van artikel 11, derde lid.
|
||||
|
||||
**3.** Voor erkenning overeenkomstig dit overgangsrecht heeft te gelden dat een dienst of middel dat is toegetreden tot het private stelsel op niveau 4, niveau 3, niveau 2 of niveau 2+ wordt geacht erkend te zijn op het betrouwbaarheidsniveau hoog, substantieel onderscheidenlijk laag.
|
||||
|
||||
**4.** Dit artikel is niet van toepassing op partijen die binnen het private stelsel, bedoeld in het eerste en tweede lid, uitsluitend activiteiten op het niveau 1 uitvoeren.
|
||||
|
||||
**5.** Een bedrijfs- of organisatiemiddel dat voor inwerkingtreding van artikel 11 werd gebruikt voor elektronische dienstverlening door een bestuursorgaan of aangewezen organisatie aan een specifieke doelgroep, gelet op de aard van de dienstverlening of de aard van het door de doelgroep uitgeoefende bedrijf of beroep, wordt geacht op grond van artikel 15, vijfde lid, aangewezen te zijn gedurende een periode van ten hoogste 18 maanden, gerekend van de dag na inwerkingtreding van deze wet. Deze erkenning van rechtswege vervalt na 18 maanden, gerekend van de dag na inwerkingtreding van deze wet, of zoveel eerder als Onze Minister dat middel op grond van artikel 15, vijfde lid, heeft aangewezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue