2026-02-19 | BWBR0049613 | Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025
This commit is contained in:
parent
3f48382e32
commit
b338dd7eba
1 changed files with 182 additions and 7 deletions
|
|
@ -1,14 +1,14 @@
|
|||
---
|
||||
titel: Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025 en 2025/2026
|
||||
titel: Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025, 2025/2026 en 2026/2027
|
||||
bwb_id: BWBR0049613
|
||||
type: ministeriele-regeling
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2025-02-15'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2026-02-19'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0049613
|
||||
citeertitel: Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025 en 2025/2026
|
||||
citeertitel: Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025, 2025/2026 en 2026/2027
|
||||
---
|
||||
|
||||
# Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025 en 2025/2026
|
||||
# Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025, 2025/2026 en 2026/2027
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -35,6 +35,8 @@ d. voor de uitvoering van de co-creatielabs: Education Lab Netherlands;
|
|||
- *expertleraar:* leraar die bekwaam is in een evidence-informed interventie, hierbij gebruikmaakt van inzichten uit wetenschappelijk onderzoek, en die vestigingen helpt met evidence-informed werken op het eigen expertisegebied;
|
||||
- *expertschoolleider:* schoolleider die bekwaam is in een evidence-informed interventie, met het schoolteam evidence-informed werkt en die andere vestigingen helpt met evidence-informed werken op het eigen expertisegebied;
|
||||
- *funderend onderwijs:* onderwijs dat wordt gegeven op een basisschool als bedoeld in artikel 1 van de WPO, op een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 WPO, onderwijs dat wordt gegeven op een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1.4 van de WVO 2020, onderwijs dat wordt gegeven op een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs en een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de WEC.
|
||||
- *informatiebijeenkomst:* regionale kennisbijeenkomst georganiseerd door het programmabureau van Ontwikkelkracht;
|
||||
- *informatiegesprek:* gesprek met het programmabureau, welk gesprek onder andere betrekking heeft op de activiteiten die in het kader van het programma Ontwikkelkracht worden aangeboden en de stappen die moeten worden doorlopen tijdens het aanvraagproces;
|
||||
- *intakegesprek:* gesprek voorafgaand aan de subsidieaanvraag met de aanbieder van het onderzoeks- en verbetercultuurtraject, het aspirant-traject expertisescholen, het leertraject of het co-creatielab waar de subsidieaanvraag op zou zijn gericht, waarin de ontwikkelvraag van de vestiging wordt besproken en bekeken wordt in hoeverre het aanbod van de aanbieder hierbij aansluit;
|
||||
- *Kaderregeling:*
|
||||
Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
|
||||
|
|
@ -54,6 +56,7 @@ d. voor de uitvoering van de co-creatielabs: Education Lab Netherlands;
|
|||
- *samenwerkingsovereenkomst:* ondertekende overeenkomst tussen de bevoegde gezagsorganen in een samenwerking;
|
||||
- *school:* uit ’s Rijks kas bekostigde school als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020, artikel 1 van de WPO, artikel 1 van de WEC of artikel 1 van de WPO BES met inbegrip van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs die deel uitmaakt van een verticale scholengemeenschap die van rechtswege is ontstaan na de omzetting op grond van artikel 12.2.4 van de WEB;
|
||||
- *schooljaar:* schooljaar als bedoeld in artikel 1 van de WPO, artikel 1 van de WPO BES, artikel 1 van de WEC of artikel 1 van de WVO 2020;
|
||||
- *schoolteam:* een groep onderwijsprofessionals die samenwerken om de leerlingen en de schoolorganisatie te ondersteunen;
|
||||
- *verkennend gesprek:* gesprek met het programmabureau, met als doel de ontwikkelvraag van een vestiging te concretiseren en te verkennen of en zo ja bij welk onderdeel van het programma Ontwikkelkracht deze ontwikkelvraag aansluit;
|
||||
- *vestiging:* hoofdvestiging van een school, of nevenvestiging van een school als bedoeld in artikel 1 van de WPO, hoofdvestiging of nevenvestiging van een school als bedoeld in artikel 76a van de WEC, hoofdvestiging als bedoeld in artikel 4.13 van de WVO 2020, nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.14 van de WVO 2020 of tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.16 van de WVO 2020, met inbegrip van een vestiging van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs die deel uitmaakt van een verticale scholengemeenschap die van rechtswege is ontstaan na de omzetting op grond van artikel 12.2.4 van de WEB;
|
||||
- *voortgezet onderwijs:* onderwijs dat gegeven wordt op een school als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020;
|
||||
|
|
@ -93,7 +96,8 @@ Een subsidieaanvraag kan geen betrekking hebben op:
|
|||
|
||||
a. het door één en dezelfde vestiging deelnemen aan een onderzoeks- en verbetercultuurtraject alsmede het deelnemen aan het aspirant-traject expertisescholen of het aanbieden van leertrajecten aan lerende scholen als expertiseschool;
|
||||
b. het door één en dezelfde vestiging deelnemen aan een onderzoeks- en verbetercultuurtraject alsmede het deelnemen als een co-creërende vestiging in een co-creatielab; of
|
||||
c. het door één en dezelfde vestiging deelnemen aan het aspirant-traject expertisescholen alsmede het aanbieden van leertrajecten aan lerende scholen als expertiseschool.
|
||||
c. het door één en dezelfde vestiging deelnemen aan het aspirant-traject expertisescholen alsmede het aanbieden van leertrajecten aan lerende scholen als expertiseschool;
|
||||
d. het door één en dezelfde vestiging met dezelfde vestigingscode deelnemen aan het aanbieden van leertrajecten aan lerende scholen als expertiseschool alsmede het deelnemen als lerende school aan het leertraject van een expertiseschool.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Aanvraagronde 2024
|
||||
|
||||
|
|
@ -420,7 +424,178 @@ f. € 47.116,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onde
|
|||
|
||||
De subsidieverplichtingen, bedoeld in artikel 9, zijn van overeenkomstige toepassing voor de subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk, met dien verstande dat bij artikel 9, derde lid, voor ‘kalenderjaar 2025’ wordt gelezen ‘kalenderjaar 2026’.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
|
||||
## Hoofdstuk 4. Aanvraagronde 2026
|
||||
|
||||
### Artikel 9a.1
|
||||
|
||||
Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidie voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 3 voor het schooljaar 2026/2027.
|
||||
|
||||
### Artikel 9b.2
|
||||
|
||||
**1.** Een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen, voert voorafgaand aan de aanvraag een informatiegesprek met het programmabureau of neemt voorafgaand aan de aanvraag deel aan een informatiebijeenkomst.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid:
|
||||
|
||||
a. voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d, voorafgaand aan de aanvraag een evaluatiegesprek met Education Lab Netherlands, indien de subsidie wordt aangevraagd voor een vestiging die voor het schooljaar 2025/2026 heeft deelgenomen als een co-creërende vestiging in een co-creatielab, waarbij een verslag van dit gesprek wordt opgenomen bij de subsidieaanvraag;
|
||||
b. voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e, voorafgaand aan de aanvraag een intakegesprek met Education Lab Netherlands;
|
||||
c. voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, voorafgaand aan de aanvraag een evaluatiegesprek met het programmabureau, waarbij een verslag van dit gesprek wordt opgenomen bij de subsidieaanvraag;
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In aanvulling op het eerste lid:
|
||||
|
||||
a. voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, een intakegesprek met het programmabureau;
|
||||
b. voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, een intakegesprek met de aanbieder van het onderzoeks- en verbetercultuurtraject;
|
||||
c. voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c, een intakegesprek met de expertiseschool die een leertraject aanbiedt;
|
||||
d. voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d, een intakegesprek met Education Lab Netherlands.
|
||||
|
||||
**4.** Een bevoegd gezag kan op basis van deze regeling voor vestigingen van eigen scholen per activiteit als bedoeld in artikel 3, tweede lid, een aanvraag indienen.
|
||||
|
||||
**5.** Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, kan een bevoegd gezag ten behoeve van meerdere schoolteams subsidie aanvragen. Bij vestigingen waar op het moment van de aanvraag meer dan tachtig onderwijsprofessionals werken, indien het een vestiging in het voortgezet onderwijs betreft, mogen maximaal drie schoolteams van minimaal veertig onderwijsprofessionals deelnemen aan de trajecten. Bij vestigingen waar op het moment van aanvraag meer dan dertig onderwijsprofessionals werken, indien het een vestiging in het primair onderwijs betreft, mogen maximaal drie schoolteams van minimaal vijftien onderwijsprofessionals deelnemen aan de trajecten.
|
||||
|
||||
**6.** Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d, kan ook door een samenwerking subsidie worden aangevraagd. Een samenwerking bestaat uit maximaal vijf vestigingen. De aanvraag voor een samenwerking geschiedt door een penvoerder.
|
||||
|
||||
**7.** Een aanvraag voor subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen a, b, d, e of f, kan worden ingediend van 9 maart 2026, 9.00 uur, tot en met 26 juni 2026, 16.00 uur.
|
||||
|
||||
**8.** Een aanvraag voor subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c, kan worden ingediend van 9 maart 2026, 9.00 uur, tot en met 26 juni 2026, 16.00 uur en van 2 oktober 2026, 9.00 uur, tot en met 27 november 2026, 16.00 uur.
|
||||
|
||||
**9.** Subsidieaanvragen die buiten een aanvraagtijdvak worden ingediend, worden afgewezen.
|
||||
|
||||
**10.** De subsidie wordt aangevraagd met het digitale aanvraagformulier dat daartoe op de website van DUS-I beschikbaar is gesteld.
|
||||
|
||||
**11.**
|
||||
|
||||
De subsidieaanvraag die namens een samenwerking wordt ingediend door de penvoerder, bedoeld in het zesde lid, bevat:
|
||||
|
||||
a. een verklaring, ondertekend door de penvoerder, waaruit blijkt dat de deelnemende partijen een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het dertiende lid hebben gesloten; en
|
||||
b. een vermelding van de vestigingen waaruit de samenwerking bestaat.
|
||||
|
||||
**12.**
|
||||
|
||||
In de samenwerkingsovereenkomst tussen de penvoerder en de deelnemende partijen, bedoeld in het elfde lid, onderdeel a, wordt in ieder geval opgenomen:
|
||||
|
||||
a. de wijze waarop de vestigingen binnen de samenwerking met elkaar gaan samenwerken ten behoeve van deelname als co-creërende vestigingen in een co-creatie lab;
|
||||
b. de voorgenomen verdeling van de subsidiemiddelen tussen de vestigingen binnen de samenwerking;
|
||||
c. de wijze van informatieverstrekking en verantwoording aan de penvoerder door de overige vestigingen binnen de samenwerking, zodat de penvoerder aan de verplichtingen in deze regeling kan voldoen.
|
||||
|
||||
**13.** De subsidie, bedoeld in het zesde lid, die wordt verstrekt ten behoeve van een samenwerking, wordt verstrekt aan en verantwoord door de penvoerder. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke vestiging feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende activiteiten.
|
||||
|
||||
**14.** Onvolledige subsidieaanvragen kunnen, binnen twee weken na de mededeling van de Minister dat de aanvraag onvolledig is, worden aangevuld door de subsidieaanvrager. Blijft tijdige en volledige aanlevering van de gegevens uit, dan wordt de betreffende aanvraag buiten behandeling gesteld.
|
||||
|
||||
**15.** De Minister stelt een model voor de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het elfde lid, elektronisch beschikbaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 9c.3
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De aanvraag bestaat uit een activiteitenplan, waarin onverminderd artikel 3.4 van de Kaderregeling ten minste wordt opgenomen:
|
||||
|
||||
a. indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a:
|
||||
|
||||
1°. voor zover de aanvrager voorafgaand aan de aanvraag niet heeft deelgenomen aan een informatiebijeenkomst van het programmabureau van Ontwikkelkracht, een verslag van het intakegesprek, bedoeld in artikel 9b.3a, met het programmabureau;
|
||||
2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging expertise heeft op een bepaald terrein binnen het gebied van het programma Ontwikkelkracht en dat de aangeboden aanpak of werkwijze kansrijk is en gebaseerd is op relevante en recente inzichten uit de onderwijswetenschap;
|
||||
3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject en dat er in de school voldoende draagvlak is;
|
||||
4°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging een goede onderzoeks- en verbetercultuur heeft; en
|
||||
5°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging in een bepaald leergebied een evidence-informed werkwijze of aanpak hanteert;
|
||||
b. indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b:
|
||||
|
||||
1°. een omschrijving van de vraag of doelstelling die de vestiging heeft op het gebied van het versterken van haar onderzoeks- en verbetercultuur;
|
||||
2°. een ontwikkeldoel gericht op leerwinst;
|
||||
3°. een uiteenzetting die inzicht geeft in de manier waarop het onderwijspersoneel betrokken is, de manier waarop de schoolleiding en het schoolbestuur betrokken zijn en welke rol eenieder heeft;
|
||||
4°. een onderbouwing waaruit blijkt dat sprake is van voldoende draagvlak op de vestiging voor deelname aan het traject, en dat de onderwijsprofessionals waaronder de schoolleiding en het schoolbestuur, zich committeren aan het traject;
|
||||
5°. een onderbouwing waaruit blijkt dat voldoende tijd zal worden vrijgemaakt voor de leraren en schoolleiding op de vestiging voor deelname aan het traject; en
|
||||
6°. een uiteenzetting die inzicht geeft in de wijze waarop het traject op de desbetreffende vestiging organisatorisch wordt vormgegeven;
|
||||
c. indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c:
|
||||
|
||||
1°. een verslag van het gesprek, bedoeld in artikel 9b.2, derde lid, onderdeel c, met de expertiseschool die het te volgen leertraject aanbiedt;
|
||||
2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging bereid en in staat is om actief deel te nemen aan het leertraject;
|
||||
3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject; en
|
||||
4°. een onderbouwing waaruit blijkt dat er in het team voldoende draagvlak is om de lessen uit het leertraject duurzaam in de school te borgen;
|
||||
d. indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d:
|
||||
|
||||
1°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging of samenwerking beschikt over expertise op het thema van het co-creatielab;
|
||||
2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging of samenwerking reeds succesvol werkt met evidence-informed aanpakken op het thema van het co-creatielab;
|
||||
3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging of samenwerking in staat is de pilotversie van een aanpak uit het co-creatielab te implementeren en mee te werken aan monitoring en evaluatie;
|
||||
4°. een uiteenzetting die inzicht geeft in de manier waarop het onderwijspersoneel betrokken is, welke rol eenieder heeft en de manier waarop de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject;
|
||||
5°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging of samenwerking bereid is om samen te werken met andere vestigingen en onderzoekers in het desbetreffende co-creatielab; en
|
||||
6°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging of samenwerking aantoonbare ervaring heeft met samenwerking met wetenschappelijke onderzoekers;
|
||||
e. indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e:
|
||||
|
||||
1°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de vestiging bereid is om samen te werken met andere vestigingen en onderzoekers in het desbetreffende co-creatielab;
|
||||
2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de desbetreffende vestiging bereid en in staat is om deel te nemen aan het project en de activiteiten van het co-creatielab; en
|
||||
3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging betrokken zijn en zich committeren aan het traject;
|
||||
f. indien subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, en voor zover de vestiging waarvoor de subsidie wordt aangevraagd aan het aspirant-traject expertisescholen heeft deelgenomen;
|
||||
|
||||
1°. een verslag van het gesprek, bedoeld in artikel 9b.2, tweede lid, onderdeel b, met het programmabureau;
|
||||
2°. een onderbouwing waaruit blijkt dat sprake is van voldoende draagvlak op de vestiging voor het aanbieden van een of meer leertrajecten als expertiseschool en dat de onderwijsprofessionals waaronder de schoolleiding en het schoolbestuur van de vestiging, betrokken zijn en zich committeren aan de inzet hiervoor;
|
||||
3°. een uiteenzetting die inzicht geeft in welke manier het onderwijspersoneel op de vestiging betrokken is, op welke manier de schoolleiding en het schoolbestuur betrokken zijn, welke rol eenieder heeft, hoeveel tijd voor de verschillende deelnemers wordt vrijgemaakt en hoe de op de vestiging aan te bieden leertrajecten organisatorisch worden vormgegeven;
|
||||
4°. een beschrijving van het leertraject van de vestiging als expertiseschool en de vereisten voor deelname van de vestigingen die deelnemen als lerende scholen; en
|
||||
5°. een onderbouwing van het aantal beschikbare plaatsen, ten minste vier en ten hoogste zes plaatsen, voor vestigingen die deelnemen als lerende scholen per aangeboden leertraject voor schooljaar 2026/2027.
|
||||
|
||||
**2.** In aanvulling op het eerste lid, onderdeel b, en voor zover ten behoeve van meerdere schoolteams subsidie wordt aangevraagd, bevat de aanvraag een verklaring, ondertekend door het bevoegd gezag, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan het vereiste als bedoeld in artikel 9b.2, vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 9d.4
|
||||
|
||||
**1.** De weigeringsgronden, bedoeld in artikel 6, zijn van overeenkomstige toepassing voor de subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk, met dien verstande dat bij artikel 6, onderdeel a, voor ‘de gesprekken’ wordt gelezen de gesprekken als bedoeld in artikel 9b.2, eerste, tweede of derde lid en bij artikel 6, onderdeel d, voor ‘peildatum 1 januari 2024’ wordt gelezen ‘peildatum 1 januari 2026’.
|
||||
|
||||
**2.** In aanvulling op het eerste lid, wordt een aanvraag die betrekking heeft op de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, en die ten behoeve van meerdere schoolteams is aangevraagd, geweigerd indien niet wordt voldaan aan het vereiste als bedoeld in artikel 9b.2, vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 9e.5
|
||||
|
||||
**1.** Voor verstrekking van de subsidie op grond van dit hoofdstuk is in totaal een bedrag beschikbaar van € 20.383.644 voor het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Per activiteit waarvoor subsidie kan worden aangevraagd zijn ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:
|
||||
|
||||
a. € 1.413.255,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, waarbij in het schooljaar 2026/2027 ten hoogste vijf vestigingen in het primair onderwijs en tien vestigingen in het voortgezet onderwijs kunnen deelnemen;
|
||||
b. € 11.781.000,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, waarbij in het schooljaar 2026/2027 ten hoogste achtenzeventig vestigingen in het primair onderwijs en zevenenzeventig vestigingen in het voortgezet onderwijs deelnemen;
|
||||
c. € 3.024.000,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c, waarbij in het schooljaar 2026/2027 voor ten hoogste drieëndertig vestigingen in het primair onderwijs, ten hoogste zevenentachtig vestigingen in het voortgezet onderwijs en in totaal voor ten hoogste honderdtwintig vestigingen subsidie kan worden verstrekt;
|
||||
d. € 991.615,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d, waarbij in het schooljaar 2026/2027 voor ten hoogste vijf vestigingen per co-creatielab en in totaal voor ten hoogste tien vestigingen subsidie kan worden verstrekt;
|
||||
e. € 817.994,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e, waarbij in het schooljaar 2026/2027 in totaal voor ten hoogste honderdvijfenzestig vestigingen subsidie kan worden verstrekt; en
|
||||
f. € 2.355.780,– voor deelname aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, waarbij in het schooljaar 2026/2027 voor ten hoogste twintig vestigingen subsidie kan worden verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.** In aanvulling op het tweede lid, onderdeel b, geldt voor het primair onderwijs dat het maximaal aantal beschikbare onderzoeks- en verbetercultuurtrajecten vanuit de aanbieder Groeikracht en de aanbieder Transformatieve School respectievelijk vijfenvijftig en drieëntwintig bedraagt. Het maximaal aantal beschikbare onderzoeks- en verbetercultuurtrajecten voor het voortgezet onderwijs bedraagt tweeëntwintig vanuit Groeikracht en vijfenvijftig vanuit de Transformatieve School.
|
||||
|
||||
**4.** De Minister verdeelt de beschikbare bedragen in volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen. Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie het plafond zou worden overschreden.
|
||||
|
||||
### Artikel 9f.6
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het subsidiebedrag per vestiging in het primair onderwijs voor het schooljaar 2026/2027 bedraagt:
|
||||
|
||||
a. € 94.217,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a;
|
||||
b. € 41.580,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b;
|
||||
c. € 25.200,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c.
|
||||
d. € 99.162,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d;
|
||||
e. € 4.958,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e; en
|
||||
f. € 47.116,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, vermeerderd met een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 11.779,–.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het subsidiebedrag per vestiging in het voortgezet onderwijs voor het schooljaar 2026/2027 bedraagt:
|
||||
|
||||
a. € 94.217,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a;
|
||||
b. € 110.880,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b;
|
||||
c. € 25.200,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c;
|
||||
d. € 99.162,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d;
|
||||
e. € 4.958,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e; en
|
||||
f. € 47.116,– voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, vermeerderd met een aanvullend bedrag per aangeboden leertraject per lerende school van € 11.779,–.
|
||||
|
||||
**3.** Voor subsidieontvangers in Caribisch Nederland wordt het in het eerste en tweede lid bedoelde subsidiebedrag omgerekend in US-dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.
|
||||
|
||||
**4.** Het subsidiebedrag per vestiging bij een aanvraag als bedoeld in artikel 9b.2, vijfde lid, wordt berekend door de bedragen uit onderdelen b van het eerste of tweede lid, te vermenigvuldigen met het aantal schoolteams dat aan de trajecten deelneemt.
|
||||
|
||||
**5.** Het subsidiebedrag bij een aanvraag die namens een samenwerking wordt ingediend, als bedoeld in artikel 9b.2, zesde lid, wordt berekend door de bedragen uit onderdelen d van het eerste of tweede lid, te vermenigvuldigen met het aantal vestigingen dat binnen een samenwerking als een co-creërende vestiging deelneemt in een co-creatielab.
|
||||
|
||||
### Artikel 9g.7
|
||||
|
||||
De subsidieverplichtingen, bedoeld in artikel 9, zijn van overeenkomstige toepassing voor de subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk, met dien verstande dat bij artikel 9, derde lid, voor ‘kalenderjaar 2025’ wordt gelezen ‘kalenderjaar 2027’ en de Minister in afwijking van het derde lid op een gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger die deelneemt aan activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, de in het derde lid genoemde termijn van één kalenderjaar waarin het traject uiterlijk moet zijn afgerond kan verlengen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
@ -452,4 +627,4 @@ De Minister kan één of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing lat
|
|||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025 en 2025/2026.
|
||||
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025, 2025/2026 en 2026/2027.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue