2019-10-01 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B)
This commit is contained in:
parent
b43513eb9e
commit
b3524a4213
1 changed files with 189 additions and 23 deletions
|
|
@ -1376,7 +1376,7 @@ Nederland heeft met Canada, Zuid-Korea, Argentinië, Hongkong (WHP), Australië
|
|||
|
||||
De uitwisselingsjongere dient zelfstandig in zijn levensonderhoud te voorzien. Om het verblijf in Nederland financieel te ondersteunen, mag de uitwisselingsjongere overeenkomstig artikel 1j, onderdeel b, BuWav werken zonder dat de werkgever in het bezit is van een tewerkstellingsvergunning. Voorwaarde daarbij is dat het hoofddoel van het verblijf in Nederland – culturele uitwisseling – voorop blijft staan. Het werk mag dus alleen van incidentele aard zijn.
|
||||
|
||||
Beperking in de duur van de werkzaamheden benadrukt het incidentele en ondersteunende karakter van het werken. De uitwisselingsjongere mag daarom ten hoogste 12 weken aaneengesloten werkzaamheden verrichten bij eenzelfde werkgever. Het is niet toegestaan het aantal uren uit te spreiden over een periode langer dan 12 weken. Na 12 weken bij eenzelfde werkgever gewerkt te hebben, mag de uitwisselingsjongere wel weer 12 weken aaneengesloten bij een andere werkgever aan de slag.
|
||||
De IND kan de vergunning in ieder geval weigeren of intrekken wegens het niet (meer) voldoen aan de voorwaarden als er sprake is van strijdigheid met het MoU. De IND beoordeelt per geval of daar sprake van is.
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat de uitwisselingsjongere die in Nederland verblijft, niet zelfstandig in zijn levensonderhoud kan voorzien als bedoeld in artikel 3.24a VV als een beroep wordt gedaan op de algemene middelen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1891,7 +1891,11 @@ In aanvulling op artikel 3.31, eerste lid, Vb, verleent de IND een verblijfsverg
|
|||
|
||||
##### 2.1.6. Arbeid in loondienst na verblijf als familie- of gezinslid
|
||||
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd regulier onder de beperking ‘arbeid in loondienst’ aan de vreemdeling waarvan het verblijf als familie- of gezinslid is beëindigd, als wordt voldaan aan artikel 3.31, eerste lid, Vb.
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘arbeid in loondienst’ aan de vreemdeling waarvan het verblijf als familie- of gezinslid is beëindigd, als wordt voldaan aan artikel 3.31, eerste lid, Vb.
|
||||
|
||||
In het geval de vreemdeling korter dan 5 jaar in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet, op grond waarvan hij mocht werken, beoordeelt de IND of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 3.31, eerste lid, Vb aan de hand van een individueel arbeidsmarktadvies van het UWV.
|
||||
|
||||
De IND vraagt het UWV niet om een individueel arbeidsmarktadvies als de IND op grond van het algemeen arbeidsmarktadvies dat het UWV jaarlijks uitbrengt kan beoordelen of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 3.31, eerste lid, Vb.
|
||||
|
||||
#### 2.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
|
||||
|
||||
|
|
@ -3303,9 +3307,11 @@ In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen voor vreemdelingen die in Nederlan
|
|||
• overgangsrecht naar aanleiding van wijziging beleid voor amv’s per 1 juni 2013;
|
||||
• verblijf in afwachting van een verzoek ex artikel 17 RWN;
|
||||
• medische behandeling;
|
||||
• verwesterde schoolgaande minderjarige vrouwen.
|
||||
• verwesterde schoolgaande minderjarige vrouwen;
|
||||
• plaatsing in een pleeggezin of instelling in Nederland op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996;
|
||||
• verblijf van vreemdelingen die zich in de terminale fase van een ziekte bevinden;
|
||||
• verblijf als minderjarige vreemdeling met een kinderbeschermingsmaatregel;
|
||||
• verblijf als beschermde getuige in beschermingsprogramma van de Politie Landelijke Eenheid.
|
||||
|
||||
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de artikelen 3.6, 3.46, 3.48, 3.49, 3.99a, 3.102b, 61c en 6.1d Vb.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3938,7 +3944,7 @@ De vreemdeling moet daarbij een geldig document voor grensoverschrijding hebben
|
|||
|
||||
#### 9.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening, en geldigheidsduur
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid onder o, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning als bedoeld in paragraaf B8/9.1.1 Vc onder de beperking: ‘medische behandeling’.
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid onder p, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning als bedoeld in paragraaf B8/9.1.1 Vc onder de beperking: ‘medische behandeling’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder l, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘arbeid niet toegestaan’.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4157,6 +4163,119 @@ Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder a, VV, luidt de arbeidsmarktaantekeni
|
|||
|
||||
Na het overlijden van de hoofdpersoon vervalt het verblijfsrecht van de gezinsleden. De IND trekt een nog geldige verblijfsvergunning van gezinsleden niet eerder in dan per de datum, gelegen twaalf weken na de dag van het overlijden van de hoofdpersoon. Wanneer de referent is komen te overlijden, wordt een verlengingsaanvraag afgewezen.
|
||||
|
||||
### 13. Verblijf als minderjarige vreemdeling met een kinderbeschermingsmaatregel
|
||||
|
||||
#### 13.1. Ondertoezichtstelling
|
||||
|
||||
De IND verleent op grond van 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder f, VV op aanvraag of ambtshalve op grond van artikel 3.6b Vb een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan een minderjarige vreemdeling die door de kinderrechter onder toezicht is gesteld, als uit advies van de DT&V blijkt dat de kinderbeschermingsmaatregel niet overdraagbaar is aan het land van herkomst of een ander land waarvan kan worden aangenomen dat er toegang wordt verleend.
|
||||
|
||||
Daarnaast dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan:
|
||||
|
||||
1. De vorenbedoelde kinderbeschermingsmaatregel is door de kinderrechter voor één jaar opgelegd;
|
||||
2. De minderjarige vreemdeling komt niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning op enige andere grond dan in deze paragraaf genoemd.
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag af indien niet aan alle hiervoor genoemde voorwaarden wordt voldaan.
|
||||
|
||||
#### 13.2. Vragen van advies aan de DT&V
|
||||
|
||||
De IND vraagt de DT&V om advies inzake de overdraagbaarheid van de kinderbeschermingsmaatregel, behoudens het bepaalde in paragraaf B8/13.3.
|
||||
|
||||
#### 13.3. Afwijzing van de aanvraag zonder advies DT&V
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van een minderjarige vreemdeling die door de kinderrechter onder toezicht is gesteld af, zonder advies te vragen aan de DT&V, als:
|
||||
|
||||
– de vorenbedoelde kinderbeschermingsmaatregel door de kinderrechter voor korter dan één jaar is opgelegd;
|
||||
– de minderjarige vreemdeling kan worden overgedragen op grond van de Dublinverordening; of
|
||||
– de minderjarige vreemdeling internationale bescherming geniet in een andere EU-lidstaat.
|
||||
|
||||
#### 13.4. Inwilliging als de feitelijke overdracht van de ondertoezichtstelling binnen anderhalf jaar niet heeft plaatsgevonden
|
||||
|
||||
De IND verleent op grond van 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder f, VV op aanvraag of ambtshalve op grond van artikel 3.6b Vb een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan een minderjarige vreemdeling die door de kinderrechter onder toezicht is gesteld, als uit het advies van de DT&V blijkt dat aan alle hierna volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
|
||||
1. De minderjarige vreemdeling staat inmiddels gedurende een aaneengesloten periode van in totaal anderhalf jaar onder toezicht;
|
||||
2. De feitelijke overdracht van de vorenbedoelde kinderbeschermingsmaatregel aan de autoriteiten van het land van herkomst of aan de autoriteiten van een ander land waarvan kan worden aangenomen dat er toegang wordt verleend, heeft niet binnen de hiervoor genoemde anderhalf jaar plaatsgevonden;
|
||||
3. De minderjarige vreemdeling komt niet op enige andere grond dan in deze paragraaf genoemd in aanmerking voor een verblijfsvergunning.
|
||||
|
||||
#### 13.5. MVV-vrijstelling
|
||||
|
||||
De onder toezicht gestelde minderjarige vreemdeling wordt vrijgesteld van het mvv-vereiste op grond van de hardheidsclausule (artikel 3.71, derde lid, Vb), als hij in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van paragraaf B8/13.1 of B8/13.4 Vc.
|
||||
|
||||
#### 13.6. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder q, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: ‘tijdelijke humanitaire gronden’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder q, Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning voor de duur van maximaal 1 jaar. De einddatum van de geldigheidsduur van de verblijfsververgunning kan niet later zijn dan de einddatum van de ondertoezichtstelling.
|
||||
|
||||
#### 13.7. Verlenging en intrekking
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd alleen af, of trekt deze alleen in wegens het niet meer voldoen aan de voorwaarden:
|
||||
|
||||
1. Als de geldigheidsduur van de ondertoezichtstelling door de kinderrechter niet is verlengd; óf
|
||||
2. Als uit advies van de DT&V blijkt dat de ondertoezichtstelling inmiddels kan worden overgedragen aan het land van herkomst of aan een ander land waarvan kan worden aangenomen dat er toegang wordt verleend.
|
||||
|
||||
Ad1 De IND wijst de aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning niet af of trekt deze niet in, omdat de ondertoezichtstelling voor korter dan 1 jaar is verlengd.
|
||||
|
||||
#### 13.8. Bewijsmiddelen
|
||||
|
||||
De IND beschouwt de beschikking van de kinderrechter als bewijsmiddel dat de ondertoezichtstelling is uitgesproken of de duur daarvan is verlengd.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt uitsluitend een advies van de DT&V als bewijsmiddel dat de ondertoezichtstelling van een minderjarige vreemdeling niet overdraagbaar is aan het land van herkomst of aan een ander land waarvan kan worden aangenomen dat er toegang wordt verleend.
|
||||
|
||||
#### 13.9. Gezinsleden van minderjarige vreemdelingen met een kinderbeschermingsmaatregel
|
||||
|
||||
De IND verleent op grond van artikel 3.13, tweede lid, Vb uitsluitend een verblijfsvergunning aan de volgende in Nederland verblijvende gezinsleden:
|
||||
|
||||
• de biologische of juridische ouder(s), als het onder toezicht gestelde kind onder rechtmatig gezag staat van deze ouder(s);
|
||||
• de minderjarige broers en zussen die feitelijk behoren tot het gezin, als de IND aan hun biologische of juridische ouder(s) een verblijfsvergunning heeft verleend als gezinsleden van een houder van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘tijdelijke humanitaire gronden’, als genoemd in artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb, jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder f, VV. De minderjarige broers en zussen moeten onder rechtmatig gezag van de biologische of juridische ouders staan.
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag op grond van artikel 3.13, tweede lid, Vb van de gezinsleden niet af op grond van artikel 16, eerste lid, onder c en k, Vw.
|
||||
|
||||
#### 13.10. MVV-vrijstelling gezinsleden
|
||||
|
||||
De gezinsleden worden vrijgesteld van het mvv-vereiste, gelet op het bepaalde in artikel 3.71, derde lid, Vb, als zij aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor verblijf bij de onder toezicht gestelde minderjarige vreemdeling.
|
||||
|
||||
#### 13.11. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder a, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning aan de gezinsleden onder de beperking ‘verblijf als familie- of gezinslid bij (hoofdpersoon)’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder a, VV, luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument ‘arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’.
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning met een geldigheidsduur gelijk aan de duur van het verblijfsrecht van de onder toezicht gestelde minderjarige vreemdeling.
|
||||
|
||||
### 14. Beschermde getuige in beschermingsprogramma van de Politie Landelijke Eenheid
|
||||
|
||||
#### 14.1. Beleidsregels voor de hoofdpersoon
|
||||
|
||||
De IND verleent op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder g VV, een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan beschermde getuigen die in het beschermingsprogramma van de Politie Landelijke Eenheid zijn opgenomen als er een daartoe strekkend verzoek is gedaan door de Officier van Justitie belast met getuigenbescherming en bijzondere getuigen van de Landelijke Eenheid.
|
||||
|
||||
#### 14.2. Beleidsregels voor de gezinsleden van de hoofdpersoon
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder g, VV, aan de (adoptie- of pleeg) kinderen, ouders, echtgeno(o)t(e) of partner die feitelijk behoren tot het gezin van de hoofdpersoon.
|
||||
|
||||
De hoofdpersoon moet aantonen dat zijn (adoptie- of pleeg)kinderen, ouders, echtgeno(o)t(e) of partner op het moment van binnenkomst van de hoofdpersoon in Nederland feitelijk tot zijn gezin behoren en dat die feitelijke gezinsband niet verbroken is.
|
||||
|
||||
#### 14.3. MVV-vrijstelling
|
||||
|
||||
De beschermde getuige opgenomen in beschermingsprogramma van de Politie Landelijke Eenheid en zijn gezinsleden worden vrijgesteld van het mvv-vereiste op grond van de hardheidsclausule (artikel 3.71, derde lid, Vb), als hij in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb en artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder g, VV.
|
||||
|
||||
#### 14.4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder q, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: ‘tijdelijke humanitaire gronden’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder q, Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het beleid inzake beschermde getuige in beschermingsprogramma van de Politie Landelijke met een geldigheidsduur van ten hoogste één jaar.
|
||||
|
||||
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van Beschermde getuige in beschermingsprogramma van de Politie Landelijke Eenheid artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb niet.
|
||||
|
||||
De vreemdeling kan:
|
||||
|
||||
• na zes maanden een aanvraag indienen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ (zie paragraaf B9 Vc).
|
||||
|
||||
Bij beëindiging van het beschermingsprogramma zal de IND de verblijfsvergunning in beginsel intrekken. Als tussentijds blijkt dat de betreffende vreemdeling niet langer voldoet aan één van de voorwaarden die aan het verblijfsrecht is verbonden, beoordeelt de IND of dit aanleiding is het verblijfsrecht te beëindigen.
|
||||
|
||||
## B9. Humanitair niet-tijdelijk
|
||||
|
||||
### 1. Inleiding
|
||||
|
|
@ -4177,6 +4296,8 @@ In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen voor vreemdelingen die in Neder
|
|||
• Na verblijf als getuige-aangever van mensenhandel;
|
||||
• Privéleven als bedoeld in artikel 8 EVRM;
|
||||
• Plaatsing in een pleeggezin of instelling op verzoek van een ander land op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996;
|
||||
• Verblijf als minderjarige vreemdeling met een kinderbeschermingsmaatregel;
|
||||
• Verblijf als beschermde getuige in beschermingsprogramma van de Politie Landelijke Eenheid
|
||||
|
||||
De beleidsregels zijn een nadere invulling of een uitwerking van de artikelen 3.50 en 3.51 Vb.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4491,10 +4612,10 @@ De IND ontheft de vreemdeling op grond van artikel 3.80a, derde lid, Vb van het
|
|||
|
||||
De IND ontheft de vreemdeling van het inburgeringsvereiste als sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard als bedoeld in artikel 3.80a, vierde lid, Vb als de vreemdeling het inburgeringsexamen niet heeft behaald, maar:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling aantoonbaar voldoende inspanningen heeft verricht; of
|
||||
• de vreemdeling aantoonbaar geleverde inspanningen heeft verricht; of
|
||||
• aangetoond is dat er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden, als gevolg waarvan de vreemdeling niet in staat is om aan dat examen deel te nemen of dat met goed gevolg af te leggen.
|
||||
|
||||
De IND past in het geval het inburgeringsexamen niet is behaald in ieder geval de hardheidclausule toe, bedoeld in artikel 3.80a, vierde lid, Vb, op grond van het feit dat de vreemdeling aantoonbaar voldoende inspanningen heeft verricht, als:
|
||||
De IND past in het geval het inburgeringsexamen niet is behaald in ieder geval de hardheidclausule toe, bedoeld in artikel 3.80a, vierde lid, Vb, op grond van het feit dat de vreemdeling aantoonbaar geleverde inspanningen heeft verricht, als:
|
||||
|
||||
a. de vreemdeling ten minste 600 uur heeft deelgenomen aan een inburgeringscursus, een cursus Nederlands als tweede taal of een combinatie daarvan bij een cursusinstelling met het Blik op Werk keurmerk en ten minste viermaal heeft deelgenomen aan de niet behaalde onderdelen van het inburgeringsexamen, waarvan ten hoogste twee van de examenpogingen de overeenkomstige onderdelen van het staatsexamen Nederlands als tweede taal betreffen;
|
||||
b. de vreemdeling minimaal 600 uur heeft deelgenomen aan een alfabetiseringscursus bij een cursusinstelling met het Blik op Werk Keurmerk en de vreemdeling aangetoond heeft met een door DUO afgenomen toets naar het leervermogen dat de vreemdeling niet het leervermogen heeft om het inburgeringsexamen te halen; of
|
||||
|
|
@ -4713,11 +4834,54 @@ De IND verleent op grond van artikel 3.51, derde lid, Vb jo artikel 3.24aa, twee
|
|||
|
||||
De IND wijst de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.51, derde lid, Vb jo artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder i, VV niet af wegens het ontbreken van voldoende middelen van bestaan.
|
||||
|
||||
### 16. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
|
||||
### 16. Verblijf als minderjarige vreemdeling met een kinderbeschermingsmaatregel
|
||||
|
||||
#### 16.1. Inleiding
|
||||
|
||||
Deze paragraaf bevat de beleidsregels voor vergunningverlening op niet-tijdelijke humanitaire gronden aan minderjarige vreemdelingen (en hun gezinsleden):
|
||||
|
||||
1. Als het gezag van de ouder(s) over hen is beëindigd en een voogd is benoemd (zie paragraaf B9/16.2 tot en met 16.4 Vc); dan wel
|
||||
2. Als zij gedurende één jaar in het bezit zijn geweest van een verblijfsvergunning humanitair tijdelijk op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder f, VV (zie paragraaf B9/16.5 en 16.6 Vc).
|
||||
|
||||
#### 16.2. Gezagsbeëindiging
|
||||
|
||||
De IND verleent op grond van artikel 3.51, derde lid, Vb jo artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder j, VV op aanvraag of ambtshalve op grond van artikel 3.6b Vb een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ aan een minderjarige vreemdeling als:
|
||||
|
||||
1. Het gezag van de ouder(s) over de minderjarige vreemdeling is beëindigd door de kinderrechter; én
|
||||
2. De minderjarige vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op enige andere grond dan in deze paragraaf genoemd.
|
||||
|
||||
#### 16.3. Mvv-vrijstelling
|
||||
|
||||
De minderjarige vreemdeling, die aan de voorwaarden als bedoeld in paragraaf B9/16.2 Vc voldoet, wordt vrijgesteld van het mvv-vereiste op grond van de hardheidsclausule (artikel 3.71, derde lid, Vb).
|
||||
|
||||
#### 16.4. Gezinsleden van de minderjarige vreemdeling over wie het gezag van de ouders is beëindigd
|
||||
|
||||
De gezinsleden van de minderjarige vreemdeling, over wie het gezag van de ouders is beëindigd, komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor verblijf bij de vorenbedoelde minderjarige vreemdeling, tenzij weigering van verblijf aan de gezinsleden een schending van artikel 8 EVRM oplevert (zie paragraaf B7/3.8 Vc).
|
||||
|
||||
#### 16.5. Niet-tijdelijk verblijf na verblijf als minderjarige vreemdeling met een kinderbeschermingsmaatregel
|
||||
|
||||
De IND verleent op grond van artikel 3.51, derde lid, Vb jo artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder j, VV op aanvraag of ambtshalve op grond van artikel 3.6b Vb een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ aan een onder toezicht gestelde minderjarige vreemdeling als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
|
||||
1. Aan de minderjarige vreemdeling is een verblijfsvergunning humanitair tijdelijk verleend op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder f, VV;
|
||||
2. De minderjarige vreemdeling is gedurende één jaar in het bezit geweest van de voornoemde verblijfsvergunning humanitair tijdelijk vanwege de ondertoezichtstelling; én
|
||||
3. Uit het advies van de DT&V blijkt dat de ondertoezichtstelling nog immer niet overdraagbaar is aan het land van herkomst of aan een ander land waarvan kan worden aangenomen dat er toegang wordt verleend.
|
||||
|
||||
#### 16.6. Gezinsleden
|
||||
|
||||
Gezinsleden van een minderjarige vreemdeling, aan wie een verblijfsvergunning op niet-tijdelijke humanitaire gronden is verleend omdat hij gedurende één jaar in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning humanitair tijdelijk op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder f, VV, komen op grond van artikel 3.13, tweede lid, Vb in aanmerking voor een verblijfsvergunning wegens verblijf bij vorenbedoelde vreemdeling.
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag op grond van artikel 3.13, tweede lid, Vb van de gezinsleden niet af op grond van artikel 16, eerste lid, onder c en k, Vw.
|
||||
|
||||
Paragraaf B7/4 Vc is van toepassing indien op grond van paragraaf B9/16.4 en B9/16.6 aan gezinsleden een verblijfsvergunning wordt verleend.
|
||||
|
||||
### 17. Beschermde getuige in beschermingsprogramma van de Politie Landelijke Eenheid
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.51, derde lid, Vb jo artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder k, VV verleent de IND een verblijfsvergunning aan de vreemdeling als:
|
||||
|
||||
– De vreemdeling nog immer is opgenomen in het getuigenbeschermingsprogramma van de Politie Landelijke eenheid; en
|
||||
– De vreemdeling nog immer voldoet aan de algemene toelatingsvoorwaarden van artikel 16, eerste lid Vw, met uitzondering van de subcategorie c en k.
|
||||
|
||||
### 18. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder s, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: ’niet-tijdelijke humanitaire gronden’.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4725,7 +4889,7 @@ Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarkt
|
|||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder s, Vb verleent de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder de beperking: ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ met de geldigheidsduur van vijf jaar.
|
||||
|
||||
### 17. Verlenging en intrekking
|
||||
### 19. Verlenging en intrekking
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder r, Vb verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor de duur van vijf jaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4740,9 +4904,9 @@ Dit geldt ook voor de afhankelijke gezinsleden van Nederlanders die buiten Neder
|
|||
|
||||
Als de IND verblijfsrecht van de oud-Nederlander niet beëindigt, dan beëindigt de IND evenmin het verblijfsrecht van de afhankelijke gezinsleden als de afhankelijke gezinsleden niet zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan en niet samenwonen met de oud- Nederlander.
|
||||
|
||||
### 18. Bewijsmiddelen
|
||||
### 20. Bewijsmiddelen
|
||||
|
||||
#### 18.1. Algemene bewijsmiddelen
|
||||
#### 20.1. Algemene bewijsmiddelen
|
||||
|
||||
De IND beschouwt het inburgeringsdiploma of bewijsstukken waaruit blijkt dat de vreemdeling is vrijgesteld of ontheven van het inburgeringsexamen als bewijsmiddel dat de vreemdeling voldoet aan het inburgeringsvereiste.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4786,7 +4950,7 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel ten behoeve van een beoordeling van de hardhei
|
|||
• de wil en de geleverde inspanningen om zich voor te bereiden op en te slagen voor het inburgeringsexamen; en
|
||||
• de bijzondere individuele omstandigheden op grond waarvan het met goed gevolg afleggen (van een deel) van het inburgeringsexamen niet kan worden gevergd.
|
||||
|
||||
#### 18.2. Verblijfsspecifiek
|
||||
#### 20.2. Verblijfsspecifiek
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een geboorteakte als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling geboren is in Nederland.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4853,6 +5017,12 @@ De IND beschouwt een verklaring van de Nederlandse Centrale autoriteit als bewij
|
|||
|
||||
De IND beschouwt een verklaring van de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst als bewijsmiddel dat het gezag over de vreemdeling is geregeld.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een uitspraak van de kinderrechter als bewijsmiddel dat het gezag van de ouders over een minderjarige vreemdeling is beëindigd en dat er een voogd is benoemd.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt de beschikking van de kinderrechter als bewijsmiddel dat de ondertoezichtstelling is verlengd.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt uitsluitend een advies van de DT&V als bewijsmiddel dat de ondertoezichtstelling van een minderjarige vreemdeling niet overdraagbaar is aan het land van herkomst of aan een land waarvan kan worden aangenomen dat er toegang kan worden verleend.
|
||||
|
||||
## B10. EU-recht en Internationale Verdragen
|
||||
|
||||
### 1. Inleiding
|
||||
|
|
@ -5648,28 +5818,24 @@ Voor verplaatsing van het hoofdverblijf wordt verwezen naar paragraaf B1/6.2.1.
|
|||
|
||||
#### 2.6. Inburgeringsvereiste
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 3.96a, tweede lid, aanhef en onder b, Vb geldt dat de IND niet verlangt dat de vreemdeling gedurende acht jaar ononderbroken was ingeschreven in de BRP of rechtmatig in Nederland verbleef.
|
||||
De vrijstellingen staan genoemd in artikel 3.96a, tweede lid, Vb.
|
||||
|
||||
##### 2.6.1. Ontheffing vanwege een psychische of lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap
|
||||
De IND verlangt niet dat de vreemdeling gedurende de acht jaren als bedoeld in artikel 3.96a, tweede lid, aanhef en onder b, Vb ononderbroken was ingeschreven als ingezetene in de BRP of rechtmatig in Nederland verbleef.
|
||||
|
||||
##### 2.6.1. Medische ontheffing
|
||||
|
||||
De IND ontheft de vreemdeling op grond van artikel 3.96a, derde lid, Vb van het inburgeringsvereiste als deze aantoont vanwege zijn psychische of lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap niet in staat te zijn om binnen vijf jaren het inburgeringsexamen te behalen. De procedure hiervoor is terug te vinden in bijlage 4 van de Regeling inburgering.
|
||||
|
||||
##### 2.6.2. Ontheffing met een beroep op de hardheidsclausule
|
||||
##### 2.6.2. Onbillijkheid van overwegende aard (ook wel: hardheidsclausule)
|
||||
|
||||
De IND ontheft de vreemdeling van het inburgeringsvereiste als sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard als bedoeld in artikel 3.96a, vierde lid, Vb als de vreemdeling het inburgeringsexamen niet heeft behaald, maar:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling aantoonbaar voldoende inspanningen heeft verricht; of
|
||||
• de vreemdeling aantoonbaar geleverde inspanningen heeft verricht; of
|
||||
• aangetoond is dat er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden, als gevolg waarvan de vreemdeling niet in staat is om aan dat examen deel te nemen of dat met goed gevolg af te leggen.
|
||||
|
||||
In dit verband wordt verwezen naar paragraaf B9/8.1.2.3 Vc.
|
||||
|
||||
De IND betrekt bij de beoordeling of sprake is van bijzondere individuele omstandigheden in ieder geval niet de stelling dat de vreemdeling:
|
||||
|
||||
• geen aanbod tot een inburgeringsvoorziening heeft gekregen;
|
||||
• geen inburgeringsvoorziening heeft opgelegd gekregen;
|
||||
• geen aanbod tot een taalkennisvoorziening heeft gekregen;
|
||||
• geen taalkennisvoorziening heeft opgelegd gekregen; of
|
||||
• nooit heeft geweten dat hij het inburgeringsexamen moet behalen.
|
||||
In tegenstelling tot voornoemde paragraaf past de IND de hardheidsclausule niet toe indien de vreemdeling tegen zijn of haar wil in het land van herkomst is achtergelaten en voldoet aan de voorwaarden van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1, Vb.
|
||||
|
||||
#### 2.7. Bijzondere categorieën verblijfsvergunning onbepaalde tijd
|
||||
|
||||
|
|
@ -5721,7 +5887,7 @@ IND trekt de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd in als zich een o
|
|||
|
||||
### 3. Bewijsmiddelen
|
||||
|
||||
Paragraaf B9/18.1 Vc is van toepassing.
|
||||
Paragraaf B9/20.1 Vc is van toepassing.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel dat de ex-geprivilegieerde tien aaneengesloten jaren in Nederland heeft verbleven:
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue