2020-01-01 | BWBR0037552 | Wet natuurbescherming

This commit is contained in:
Coornhert 2020-01-01 12:00:00 +00:00
parent 3eaa10982d
commit b3aa817714

View file

@ -280,12 +280,12 @@ f. een verplichting tot opname in het programma van een beschrijving van:
**3.**
In de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat in het programma uitgangspunten worden opgenomen voor de bepaling van ontwikkelingsruimte, voor de toedeling daarvan aan projecten of andere handelingen en de reservering daarvoor, en dat de ontwikkelingsruimte die beschikbaar is op het tijdstip van vaststelling van het programma, daarin wordt vermeld. Ingeval toepassing wordt gegeven aan de eerste volzin, worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur in elk geval regels gesteld over:
In de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat in het programma uitgangspunten worden opgenomen voor de bepaling van ontwikkelingsruimte, voor de toedeling daarvan aan projecten en de reservering daarvoor, en dat de ontwikkelingsruimte die beschikbaar is op het tijdstip van vaststelling van het programma, daarin wordt vermeld. Ingeval toepassing wordt gegeven aan de eerste volzin, worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur in elk geval regels gesteld over:
de toedeling van ontwikkelingsruimte aan en de reservering van die ruimte voor projecten of andere handelingen, de registratie daarvan,
de toedeling van ontwikkelingsruimte aan en de reservering van die ruimte voor projecten, de registratie daarvan,
de verdeling van de beschikbare ontwikkelingsruimte tussen de eerste en de tweede helft van het tijdvak van het programma,
het inzichtelijk maken van de beschikbaarheid van ontwikkelingsruimte gedurende het tijdvak van het programma en het daarop volgende programma;
de bevoegdheid van bestuursorganen om een onherroepelijk besluit waarin ontwikkelingsruimte is toegedeeld, in te trekken of te wijzigen, indien het project of de andere handeling waarop dat besluit betrekking heeft, niet is gerealiseerd, onderscheidenlijk is verricht;
de bevoegdheid van bestuursorganen om een onherroepelijk besluit waarin ontwikkelingsruimte is toegedeeld, in te trekken of te wijzigen, indien het project waarop dat besluit betrekking heeft, niet is gerealiseerd;
de voorwaarden waaronder de bij of krachtens deze maatregel gestelde regels over de toedeling van ontwikkelingsruimte niet van toepassing zijn op bij of krachtens die maatregel aangewezen besluiten waarbij wordt getoetst of is voldaan aan artikel 2.8, die bij het desbetreffende bestuursorgaan in voorbereiding zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het desbetreffende programma.
**4.** Op de voorbereiding van een besluit tot vaststelling van een programma als bedoeld in het eerste lid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
@ -385,26 +385,21 @@ d. de handeling niet uit te voeren of te staken.
**4.** Gedeputeerde staten gaan niet over tot het verrichten van handelingen als bedoeld in het eerste of tweede lid, dan nadat zij de rechthebbenden, bedoeld in het derde lid, het voornemen daartoe schriftelijk hebben medegedeeld en na de mededeling ten minste vier weken zijn verstreken. Ingeval een onverwijlde verrichting van de handeling noodzakelijk is, kan de mededeling mondeling geschieden en geldt de termijn van vier weken niet.
### Paragraaf 2.3. Beoordeling van plannen, projecten en andere handelingen
### Paragraaf 2.3. Beoordeling van plannen en projecten
### Artikel 2.7
**1.** Een bestuursorgaan stelt een plan dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, en dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, uitsluitend vast indien is voldaan aan artikel 2.8, met uitzondering van het negende lid.
**2.** Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
**2.** Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied.
**3.**
**3.** Gedeputeerde staten verlenen een vergunning als bedoeld in het tweede lid uitsluitend indien is voldaan aan artikel 2.8.
Gedeputeerde staten verlenen een vergunning als bedoeld in het tweede lid uitsluitend indien is voldaan aan:
a. artikel 2.8, met uitzondering van het negende lid, wanneer de vergunning betrekking heeft op een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, en dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, of
b. artikel 2.8, negende lid, wanneer zij betrekking heeft op andere handelingen dan projecten als bedoeld in onderdeel a.
**4.** Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing op projecten en andere handelingen ten aanzien waarvan bij of krachtens enige wettelijke bepaling een besluit is vereist, indien bij of krachtens die wet is bepaald dat dat besluit uitsluitend wordt vastgesteld indien is voldaan aan artikel 2.8.
**4.** Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing op projecten ten aanzien waarvan bij of krachtens enige wettelijke bepaling een besluit is vereist, indien bij of krachtens die wet is bepaald dat dat besluit uitsluitend wordt vastgesteld indien is voldaan aan artikel 2.8.
### Artikel 2.8
**1.** Voor een plan als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, of een project als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, onderdeel a, maakt het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, een passende beoordeling van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied.
**1.** Voor een plan als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, of een project als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, maakt het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, een passende beoordeling van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied.
**2.** In afwijking van het eerste lid hoeft geen passende beoordeling te worden gemaakt, ingeval het plan of het project een herhaling of voortzetting is van een ander plan, onderscheidenlijk project, of deel uitmaakt van een ander plan, voor zover voor dat andere plan of project een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten kan opleveren over de significante gevolgen van dat plan of project.
@ -431,61 +426,37 @@ b. andere dwingende redenen van openbaar belang, na advies van de Europese Commi
**8.** Ingeval een compenserende maatregel voorziet in de ontwikkeling of verbetering van leefgebieden voor vogels, natuurlijke habitats of habitats voor soorten buiten een Natura 2000-gebied, draagt Onze Minister ervoor zorg dat deze leefgebieden of habitats een Natura 2000-gebied, of een onderdeel van een Natura 2000-gebied worden.
**9.** Voor een andere handeling als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, onderdeel b, houden gedeputeerde staten bij het verlenen van de vergunning rekening met de gevolgen die de handeling kan hebben voor een Natura 2000-gebied, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied.
### Artikel 2.9
**1.**
Het verbod, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, is niet van toepassing op projecten en andere handelingen die zijn beschreven in en worden gerealiseerd, onderscheidenlijk verricht overeenkomstig een beheerplan als bedoeld in artikel 2.3 of een programma als bedoeld in artikel 1.13, eerste, zevende, of achtste lid, of een plan of programma als bedoeld in artikel 2.3, vijfde lid, indien:
Het verbod, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, is niet van toepassing op projecten die zijn beschreven in en worden gerealiseerd overeenkomstig een beheerplan als bedoeld in artikel 2.3 of een programma als bedoeld in artikel 1.13, eerste, zevende, of achtste lid, of een plan of programma als bedoeld in artikel 2.3, vijfde lid, indien:
a. ten aanzien van het plan of het programma, althans het desbetreffende onderdeel, een passende beoordeling van projecten als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, onderdeel a, is uitgevoerd waaruit de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten, onderscheidenlijk rekening is gehouden met de mogelijke gevolgen van andere handelingen als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, onderdeel b voor het Natura 2000-gebied, en
b. het bestuursorgaan dat het plan of het programma heeft vastgesteld tevens bevoegd is voor de verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, voor een dergelijk project, onderscheidenlijk een dergelijke handeling, of, als dat niet het geval is, het laatstbedoelde bestuursorgaan heeft ingestemd met het onderdeel van het plan of programma dat betrekking heeft op het project, onderscheidenlijk de andere handeling.
a. ten aanzien van het plan of het programma, althans het desbetreffende onderdeel, een passende beoordeling van projecten is uitgevoerd waaruit de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten, en
b. het bestuursorgaan dat het plan of het programma heeft vastgesteld tevens bevoegd is voor de verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, voor een dergelijk project, of, als dat niet het geval is, het laatstbedoelde bestuursorgaan heeft ingestemd met het onderdeel van het plan of programma dat betrekking heeft op het project.
**2.**
Het verbod, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, is niet van toepassing op andere handelingen als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, onderdeel b, die op de referentiedatum bekend waren, of redelijkerwijs bekend hadden kunnen zijn bij het bestuursorgaan dat bevoegd is voor de verlening van de vergunning, en zij sedertdien niet of niet in betekenende mate zijn gewijzigd. De referentiedatum, bedoeld in de eerste volzin, is:
Het verbod, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, is niet van toepassing op projecten, behorende tot door provinciale staten bij verordening of, indien dat in het algemeen belang geboden is, bij ministeriële regeling aangewezen categorieën van projecten, indien ten aanzien van het project is voldaan aan bij of krachtens die verordening of bij ministeriële regeling gestelde regels. Deze regels kunnen in elk geval betrekking hebben op:
a. 31 maart 2010, of
b. ingeval het desbetreffende gebied eerst na 31 maart 2010 een Natura 2000-gebied is geworden, een door Onze Minister te bepalen datum die niet later is gelegen dan de datum waarop dat gebied een Natura 2000-gebied is geworden.
a. een drempelwaarde die door het project niet mag worden overschreden;
b. de wijze waarop een project wordt gerealiseerd;
c. de ligging van de locatie waar een project wordt gerealiseerd ten opzichte van een Natura 2000-gebied, een natuurlijke habitat of een habitat van een soort in dat gebied;
d. de te verrichten onderzoeken naar de gevolgen van de realisatie van een projecthandeling voor de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied;
e. de voorafgaand aan of tijdens de realisatie van een project te treffen maatregelen om te voorkomen dat de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied worden aangetast; en
f. de melding van het voornemen een project te realiseren aan een bij of krachtens de verordening of ministeriële regeling aangewezen bestuursorgaan, de termijn waarbinnen en de wijze waarop de melding wordt gedaan, en de daarbij te overleggen gegevens.
**3.**
Het verbod, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, is niet van toepassing op projecten en andere handelingen, behorende tot door provinciale staten bij verordening aangewezen categorieën van projecten, onderscheidenlijk andere handelingen, indien ten aanzien van het project, onderscheidenlijk de handeling is voldaan aan bij of krachtens die verordening gestelde regels. Deze regels kunnen in elk geval betrekking hebben op:
Op grond van het tweede lid kunnen uitsluitend categorieën van projecten als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, worden aangewezen:
a. de wijze waarop een project wordt gerealiseerd, onderscheidenlijk een handeling wordt verricht;
b. de ligging van de locatie waar een project wordt gerealiseerd, onderscheidenlijk een handeling wordt verricht ten opzichte van een Natura 2000-gebied, een natuurlijke habitat of een habitat van een soort in dat gebied;
c. de te verrichten onderzoeken naar de gevolgen van de realisatie van een project, onderscheidenlijk de verrichting van een handeling voor de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied;
d. de voorafgaand aan of tijdens de realisatie van een project, onderscheidenlijk de verrichting van een handeling te treffen maatregelen om te voorkomen dat de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied worden aangetast;
e. de melding van het voornemen een project te realiseren, onderscheidenlijk een handeling te verrichten aan een bij of krachtens de verordening aangewezen bestuursorgaan, de termijn waarbinnen de melding wordt gedaan en de wijze waarop, en de daarbij te overleggen gegevens.
a. ten aanzien waarvan op voorhand op grond van objectieve gegevens kan worden uitgesloten dat zij afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significant negatieve gevolgen voor de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied kunnen hebben;
b. ten aanzien waarvan een passende beoordeling is gemaakt waaruit zekerheid is verkregen dat de projecten de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied niet zullen aantasten; of
c. waarvoor de afwijking van artikel 2.7, tweede lid, met inachtneming van artikel 2.8, vijfde lid, kan worden gerechtvaardigd op grond van dwingende redenen van groot openbaar belang, het ontbreken van alternatieve oplossingen en het treffen van compenserende maatregelen die waarborgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft.
**4.**
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop wordt vastgesteld of plannen, projecten of andere handelingen dan projecten als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, gevolgen als bedoeld in artikel 2.7, eerste of tweede lid, kunnen hebben. Deze regels kunnen onder meer betrekking hebben op rekenmodellen, onderzoeksmethoden of meetmethoden waarmee gevolgen kunnen worden bepaald.
Op grond van het derde lid kunnen uitsluitend categorieën van:
a. projecten als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, onderdeel a, worden aangewezen ten aanzien waarvan op voorhand op grond van objectieve gegevens kan worden uitgesloten dat zij afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied zullen aantasten;
b. andere handelingen als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, onderdeel b, worden aangewezen ten aanzien waarvan op voorhand rekening is gehouden met de gevolgen die de handeling kan hebben voor een Natura 2000-gebied, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied.
**5.**
Ingeval op grond van artikel 1.13, eerste lid, aanhef in samenhang met onderdeel a, een programma is vastgesteld dat betrekking heeft op Natura 2000-gebieden, kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat het verbod, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, met betrekking tot een Natura 2000-gebied gedurende de periode waarvoor het programma geldt, niet van toepassing is op projecten en andere handelingen ten aanzien waarvan is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:
a. het project of de andere handeling:
1°. veroorzaakt een belasting van natuurwaarden van het desbetreffende Natura 2000-gebied door de factor waarvoor het programma is vastgesteld, die afzonderlijk en, ingeval het project of de handeling betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer, in cumulatie met andere projecten of andere handelingen met betrekking tot dezelfde inrichting in de periode waarvoor het programma geldt, de waarde die bij die algemene maatregel van bestuur voor het desbetreffende Natura 2000-gebied is vastgesteld niet overschrijdt, of
2°. behoort tot een bij die algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie van projecten of andere handelingen en wordt gerealiseerd, onderscheidenlijk wordt verricht op een grotere afstand gerekend tot het desbetreffende Natura 2000-gebied dan voor de desbetreffende categorie van projecten of andere handelingen bij die algemene maatregel van bestuur is vastgesteld, en
b. het project of de andere handeling heeft voor het desbetreffende Natura 2000-gebied geen andere gevolgen dan de belasting van natuurwaarden door de factor waarvoor het programma is vastgesteld, die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in het desbetreffende Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen.
**6.**
De waarde, onderscheidenlijk de afstand, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, kan voor de onderscheiden Natura 2000-gebieden verschillend worden vastgesteld. De waarde, onderscheidenlijk de afstand wordt zodanig vastgesteld dat:
1°. geen afbreuk wordt gedaan aan de doelstelling van het desbetreffende programma, en
2°. op voorhand op grond van objectieve gegevens kan worden uitgesloten dat projecten of andere handelingen als bedoeld in het vijfde lid afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied zullen aantasten.
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop wordt vastgesteld of plannen, projecten of andere handelingen gevolgen als bedoeld in artikel 2.7, eerste of tweede lid, kunnen hebben. Deze regels kunnen onder meer betrekking hebben op rekenmodellen, onderzoeksmethoden of meetmethoden waarmee gevolgen kunnen worden bepaald.
**8.** Bij ministeriële regeling kan aan degenen die projecten realiseren of andere handelingen verrichten waarop het vijfde lid van toepassing is, een verplichting worden opgelegd tot het melden van het project of de andere handeling bij het bij die regeling aan te wijzen bestuursorgaan, indien het project of de andere handeling behoort tot een bij die regeling aangewezen categorie van projecten, onderscheidenlijk andere handelingen. Bij deze regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop deze melding wordt gedaan en over de bij de melding te verstrekken gegevens.
**5.** Een ministeriële regeling als bedoeld in het tweede lid wordt niet eerder vastgesteld dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
### Paragraaf 2.4. Afwijkende bevoegdheden
@ -1372,7 +1343,7 @@ c. de wijze waarop de melding wordt gedaan.
De artikelen 4.2, eerste en derde lid, en 4.3, eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing op:
a. het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel als bedoeld in artikel 2.2;
b. het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een verplichting als bedoeld in artikel 2.4, eerste of derde lid, een voorschrift verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, regels als bedoeld in artikel 2.9, derde lid, of een voorschrift verbonden aan een ontheffing of een vrijstelling als bedoeld in de artikelen 3.3, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, 3.8, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, of derde lid, of 3.10, tweede lid, in samenhang met 3.8, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, een besluit, vastgesteld onder toepassing van artikel 2.7, vierde lid, 3.3, zesde lid, 3.8, zesde lid, of 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, zesde lid, een wegaanpassingsbesluit, vastgesteld onder toepassing van artikel 9, vijfde lid, van de Spoedwet wegverbreding, een tracébesluit, vastgesteld onder toepassing van artikel 13, achtste lid, van de Tracéwet of een omgevingsvergunning, vastgesteld onder toepassing van de artikelen 2.17a, 2.17b, 2.17c en 2.17d van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
b. het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een verplichting als bedoeld in artikel 2.4, eerste of derde lid, een voorschrift verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, regels als bedoeld in artikel 2.9, tweede lid, of een voorschrift verbonden aan een ontheffing of een vrijstelling als bedoeld in de artikelen 3.3, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, 3.8, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, of derde lid, of 3.10, tweede lid, in samenhang met 3.8, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, een besluit, vastgesteld onder toepassing van artikel 2.7, vierde lid, 3.3, zesde lid, 3.8, zesde lid, of 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, zesde lid, een wegaanpassingsbesluit, vastgesteld onder toepassing van artikel 9, vijfde lid, van de Spoedwet wegverbreding, een tracébesluit, vastgesteld onder toepassing van artikel 13, achtste lid, van de Tracéwet of een omgevingsvergunning, vastgesteld onder toepassing van de artikelen 2.17a, 2.17b, 2.17c en 2.17d van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
c. het vellen van houtopstanden voor de aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen, of
d. het vellen van houtopstanden en herbeplanten op een wijze die is beschreven in en aantoonbaar wordt gerealiseerd overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode.
@ -1441,10 +1412,9 @@ Onze Minister kan ontheffing of vrijstelling verlenen van het bepaalde bij of kr
Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een aanvraag van een vergunning of ontheffing als bedoeld in:
a. artikel 2.7, tweede lid, voor een andere handeling als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, onderdeel b;
b. artikel 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, eerste lid;
c. artikel 3.40, van het bepaalde krachtens artikel 3.38, aanhef en onderdeel a of d, met betrekking tot dieren of planten van soorten als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid;
d. artikel 3.40, van het bepaalde krachtens artikel 3.39.
a. artikel 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, eerste lid;
b. artikel 3.40, van het bepaalde krachtens artikel 3.38, aanhef en onderdeel a of d, met betrekking tot dieren of planten van soorten als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid;
c. artikel 3.40, van het bepaalde krachtens artikel 3.39.
### Artikel 5.3
@ -1509,26 +1479,52 @@ c. er grond is om aan te nemen dat de houder van zijn bevoegdheden in het kader
**1.**
Ingeval op grond van artikel 1.13, eerste lid, een programma is vastgesteld dat betrekking heeft op Natura 2000-gebieden, kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat gedeputeerde staten bij een besluit over verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, en gedeputeerde staten, onderscheidenlijk provinciale staten bij de toepassing van artikel 2.4, eerste, onderscheidenlijk derde lid, gedurende de periode waarvoor het programma geldt, niet de belasting van natuurwaarden van het desbetreffende Natura 2000-gebied betrekken door de factor waarvoor het programma is vastgesteld, indien het project of de handeling:
Bij provinciale verordening of, indien dat in het algemeen belang geboden is, bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat, in voorkomend geval onder bij die verordening of regeling bepaalde voorwaarden en beperkingen, gedeputeerde staten bij een besluit over verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, en gedeputeerde staten, onderscheidenlijk provinciale staten bij de toepassing van artikel 2.4, eerste, onderscheidenlijk derde lid, niet de belasting van natuurwaarden van het desbetreffende Natura 2000-gebied betrekken door de bij die verordening of regeling bepaalde factor, indien het project:
a. een belasting van natuurwaarden van het desbetreffende Natura 2000-gebied veroorzaakt door de factor waarvoor het programma is vastgesteld, die afzonderlijk en, ingeval het project of de handeling betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer, in cumulatie met andere projecten of handelingen met betrekking tot dezelfde inrichting in de periode waarvoor het programma geldt, de waarde die op grond van artikel 2.9, vijfde lid, voor het desbetreffende Natura 2000-gebied is vastgesteld niet overschrijdt, of
b. behoort tot een op grond van artikel 2.9, vijfde lid, aangewezen categorie van projecten, onderscheidenlijk andere handelingen en wordt gerealiseerd, onderscheidenlijk wordt verricht op een grotere afstand gerekend tot het desbetreffende Natura 2000-gebied dan voor de desbetreffende categorie van projecten of andere handelingen op grond van artikel 2.9, vijfde lid, is vastgesteld.
a. behoort tot een op grond van artikel 2.9, tweede lid, bij de verordening of regeling aangewezen categorie van projecten; en
b. een belasting van natuurwaarden van het desbetreffende Natura 2000-gebied veroorzaakt door de factor, die afzonderlijk en, ingeval het project betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer, in cumulatie met andere projecten met betrekking tot dezelfde inrichting, de drempelwaarde die op grond van artikel 2.9, tweede lid, onderdeel a, voor het desbetreffende Natura 2000-gebied is vastgesteld, niet overschrijdt.
**2.** Artikel 2.9, achtste lid, is van toepassing op projecten en handelingen als bedoeld in het eerste lid.
**2.** Artikel 2.9, tweede lid, onderdeel f, is van toepassing op projecten en handelingen als bedoeld in het eerste lid.
**3.** Ingeval op grond van artikel 1.13, eerste lid, aanhef in samenhang met onderdeel a, een programma is vastgesteld dat betrekking heeft op Natura 2000-gebieden, wordt geen vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, verleend voor een project dat of andere handeling die betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer en dat, onderscheidenlijk die een belasting veroorzaakt van natuurwaarden van het desbetreffende, in het programma opgenomen Natura 2000-gebied door de factor waarvoor het programma is vastgesteld, op grond van het feit dat in verband met dit project of deze andere handeling onmiddellijk een afname van de belasting door de desbetreffende factor plaatsvindt als gevolg van de beëindiging of beperking van een of meer bepaalde andere handelingen buiten die inrichting.
### Artikel 5.5a
**1.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat besluiten waarbij projecten als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, worden toegestaan, kunnen worden genomen of uitsluitend kunnen worden genomen met gebruikmaking van door Onze Minister of een door Onze Minister aangewezen ander bestuursorgaan geregistreerde stikstofdepositieruimte.
**2.** Stikstofdepositieruimte als bedoeld in het eerste lid, wordt alleen geregistreerd als aanvullende maatregelen zijn getroffen ten opzichte van de in het beheerplan voor het desbetreffende Natura 2000-gebied opgenomen maatregelen, die de belasting van de natuurwaarden door stikstof verminderen, onderscheidenlijk die de staat van instandhouding verbeteren.
**3.**
De stikstofdepositieruimte kan door het bestuursorgaan dat een besluit als bedoeld in het eerste lid neemt, worden toegedeeld in:
a. een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, of
b. een ander bij ministeriële regeling aangewezen besluit.
**4.** Stikstofdepositieruimte wordt alleen toegedeeld als zij voor elke locatie van de voor stikstof gevoelige habitats in het Natura 2000-gebied waarop door het project stikstofdepositie zal worden veroorzaakt gelijk is aan of groter is dan de door het project te veroorzaken toename van de stikstofdepositie.
**5.**
Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, kunnen nadere regels worden gesteld over onder meer:
a. de aanwijzing van projecten of categorieën van projecten waarvoor stikstofdepositieruimte wordt gereserveerd voor de toedeling daarvan in de besluiten, bedoeld in het derde lid, waarbij een voorkeursvolgorde voor de toedeling kan worden vastgesteld;
b. het bepalen van de omvang van de totale stikstofdepositieruimte voor aan te wijzen specifieke categorieën van projecten;
c. de voorwaarden waaronder stikstofdepositieruimte voor projecten of categorieën van projecten kan worden gereserveerd;
d. de exclusieve toedeling van de door specifieke aanvullende maatregelen als bedoeld in het tweede lid, ontstane stikstofdepositieruimte aan bij ministeriële regeling aan te wijzen projecten of categorieën van projecten;
e. de toe te passen meet- of rekenvoorschriften;
f. de registratie van stikstofdepositieruimte in samenhang met de daarvoor getroffen aanvullende maatregelen.
### Artikel 5.6
**1.** Een plan dat betrekking heeft op een gebied, zijnde een bestaand of te ontwikkelen stedelijk gebied of bedrijventerrein, en dat is gericht op een optimalisering van de milieugebruiksruimte met het oog op een duurzame ruimtelijke en economische benutting of ontwikkeling van dat gebied in samenhang met het behoud of de totstandbrenging van een goede milieukwaliteit, kan de voorwaarden, voorschriften en beperkingen bevatten waaronder een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, wordt verleend, indien op grond van een voor dat plan opgestelde passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat projecten die aan deze voorwaarden, voorschriften en beperkingen voldoen, voldoen aan artikel 2.8, derde lid, dan wel het vierde, vijfde, zesde en zevende lid, onderscheidenlijk een beoordeling is uitgevoerd van andere handelingen overeenkomstig artikel 2.8, negende lid.
**1.** Een plan dat betrekking heeft op een gebied, zijnde een bestaand of te ontwikkelen stedelijk gebied of bedrijventerrein, en dat is gericht op een optimalisering van de milieugebruiksruimte met het oog op een duurzame ruimtelijke en economische benutting of ontwikkeling van dat gebied in samenhang met het behoud of de totstandbrenging van een goede milieukwaliteit, kan de voorwaarden, voorschriften en beperkingen bevatten waaronder een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, wordt verleend, indien op grond van een voor dat plan opgestelde passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat projecten die aan deze voorwaarden, voorschriften en beperkingen voldoen, voldoen aan artikel 2.8, derde lid, dan wel het vierde, vijfde, zesde en zevende lid.
**2.** Het bestuursorgaan dat bevoegd is voor de verlening van vergunningen als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, voor projecten of andere handelingen in een gebied als bedoeld in het eerste lid, kan voorafgaand aan de vaststelling van een daarop betrekking hebbend plan instemming verlenen aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden, voorschriften en beperkingen.
**2.** Het bestuursorgaan dat bevoegd is voor de verlening van vergunningen als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, voor projecten in een gebied als bedoeld in het eerste lid, kan voorafgaand aan de vaststelling van een daarop betrekking hebbend plan instemming verlenen aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden, voorschriften en beperkingen.
**3.**
Een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, wordt verleend, indien:
a. het project of de andere handeling voldoet aan de voorwaarden, opgenomen in een plan als bedoeld in het eerste lid;
a. het project voldoet aan de voorwaarden, opgenomen in een plan als bedoeld in het eerste lid;
b. de beoordelingen, genoemd in het eerste lid, op het moment van de verlening van de vergunning actueel zijn, en
c. het bestuursorgaan dat bevoegd is voor de verlening van de vergunning instemt, of voorafgaand aan de vaststelling van het in het eerste lid genoemde plan heeft ingestemd met de in het eerste lid genoemde voorwaarden, voorschriften en beperkingen.
@ -1708,7 +1704,7 @@ De Nederlandse strafwet is van toepassing op een ieder die zich in de exclusieve
**1.** Tegen een beschikking van de korpschef als bedoeld in artikel 3.28 of 5.4, vierde lid, staat, ingeval de jachtakte is geweigerd of ingetrokken of mede is geweigerd of ingetrokken om redenen als bedoeld in artikel 3.28, derde lid, onderdeel a, of 5.4, vierde lid, onderdeel c, of omdat niet is voldaan aan artikel 3.28a, eerste of derde lid, administratief beroep open bij Onze Minister van Veiligheid en Justitie.
**2.** Een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een beheerplan als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, of van een programma als bedoeld in artikel 1.13 heeft uitsluitend betrekking op de beschrijvingen van projecten of andere handelingen als bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, handelingen als bedoeld in artikel 3.3, zevende lid, onderdeel b, artikel 3.8, zevende lid, onderdeel b, al dan niet in samenhang met artikel 3.10, tweede lid.
**2.** Een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een beheerplan als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, of van een programma als bedoeld in artikel 1.13 heeft uitsluitend betrekking op de beschrijvingen van projecten als bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, handelingen als bedoeld in artikel 3.3, zevende lid, onderdeel b, artikel 3.8, zevende lid, onderdeel b, al dan niet in samenhang met artikel 3.10, tweede lid.
### Artikel 8.2
@ -1745,7 +1741,7 @@ d. het gebied zich duidelijk onderscheidt van eerder aangewezen nationale parken
### Artikel 8.5
De voordracht voor een krachtens artikel 2.9, vijfde lid, of artikel 5.5, eerste lid, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Vervallen
### Artikel 8.6
@ -1753,8 +1749,8 @@ De voordracht voor een krachtens artikel 2.9, vijfde lid, of artikel 5.5, eers
Ingeval op grond van artikel 1.13, eerste lid, aanhef in samenhang met onderdeel a, een programma is vastgesteld dat betrekking heeft op Natura 2000-gebieden, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld die van toepassing zijn indien:
a. een project of een andere handeling als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied dat niet in het programma is opgenomen, of
b. ten aanzien van een project of een andere handeling als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, bij die algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorganen het besluit hebben genomen dat artikel 5.5, derde lid, niet van toepassing is.
a. een project of als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied dat niet in het programma is opgenomen, of
b. ten aanzien van een project of als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, bij die algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorganen het besluit hebben genomen dat artikel 5.5, derde lid, niet van toepassing is.
**2.**
@ -1764,9 +1760,9 @@ a. de voorwaarden waaronder het verbod, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, nie
b. de voorwaarden waaronder vergunningen als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, worden verleend en andere besluiten worden genomen waarbij moet zijn voldaan aan artikel 2.8;
c. de voorschriften die worden gegeven bij een krachtens artikel 2.4, eerste lid, op te leggen verplichting;
d. de voorwaarden waaronder een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt genomen;
e. de maatregelen, te treffen door de bij het programma betrokken bestuursorganen of door degenen die projecten realiseren of andere handelingen verrichten als bedoeld in het eerste lid, gericht op het verkrijgen van overzicht van de bijdragen van deze projecten en andere handelingen aan de belasting van de natuurwaarden door de desbetreffende krachtens artikel 1.13, eerste lid, onderdeel a, aangewezen factor.
e. de maatregelen, te treffen door de bij het programma betrokken bestuursorganen of door degenen die projecten realiseren als bedoeld in het eerste lid, gericht op het verkrijgen van overzicht van de bijdragen van deze projecten aan de belasting van de natuurwaarden door de desbetreffende krachtens artikel 1.13, eerste lid, onderdeel a, aangewezen factor.
**3.** De regels, bedoeld in het eerste lid, verzekeren dat op voorhand geen afbreuk wordt gedaan aan de doelstelling van het programma, bedoeld in het eerste lid, en dat op grond van objectieve gegevens op voorhand kan worden uitgesloten dat projecten of andere handelingen als bedoeld in het eerste lid afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied zullen aantasten.
**3.** De regels, bedoeld in het eerste lid, verzekeren dat op voorhand geen afbreuk wordt gedaan aan de doelstelling van het programma, bedoeld in het eerste lid, en dat op grond van objectieve gegevens op voorhand kan worden uitgesloten dat projecten als bedoeld in het eerste lid afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied zullen aantasten.
## Hoofdstuk 9. Overgangsrecht