2021-03-01 | BWBR0044670 | Aanwijzing sepot en gebruik sepotgronden

This commit is contained in:
Coornhert 2021-03-01 12:00:00 +00:00
parent f7ba37e281
commit b3c7c0cdb4

View file

@ -0,0 +1,104 @@
---
titel: Aanwijzing sepot en gebruik sepotgronden
bwb_id: BWBR0044670
type: beleidsregel
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2021-03-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0044670
citeertitel: Aanwijzing sepot en gebruik sepotgronden
---
# Aanwijzing sepot en gebruik sepotgronden
## . Inleiding
De officier van justitie kan onder meer op gronden aan het algemeen belang ontleend beslissen om niet of niet verder te vervolgen. De zaak wordt dan geseponeerd. De beslissing om niet of niet verder te vervolgen kan ook aan de orde zijn na de intrekking van een uitgevaardigde strafbeschikking, ook indien de intrekking tijdens de tenuitvoerleggingsfase plaatsvindt.
In alle gevallen wordt het motief voor de sepotbeslissing de sepotgrond vastgelegd.
Deze aanwijzing geeft regels voor de wijze waarop sepotgronden gehanteerd en geregistreerd moeten worden. De bijlage bevat een opsomming van de sepotgronden, elk voorzien van een cijfercode en een toelichting.
Verder regelt deze aanwijzing de wijze waarop klachten over de genomen sepotbeslissing worden behandeld.
## . Achtergrond
Het openbaar ministerie (OM) is exclusief belast met de vervolging van strafbare feiten (art. 124 Wet op de rechterlijke organisatie). De verschillende wijzen van afdoen door het OM zijn:
dagvaarden, waaronder begrepen voeging ter berechting bij een andere zaak en dagvaarden na een geheel of gedeeltelijk onvoltooide tenuitvoerlegging van de bij een strafbeschikking opgelegde straf of maatregel;
uitvaardigen van een strafbeschikking (art. 257a Sv);
aanbieden van een transactie, tevens omvattende het voldoen aan een voorwaarde (art. 74 Sr)1Deze wijze van afdoen dient slechts bij uitzondering te worden toegepast. Zie de Aanwijzing OM-strafbeschikking.;
ad informandum voegen;
overdragen aan een andere (bijvoorbeeld bestuurlijke) instantie of buitenlandse justitie;
seponeren.
## . Seponeren
### 1. Niet (verder) vervolgen
Onder *sepot* wordt in deze aanwijzing verstaan: de beslissing om niet of niet verder te vervolgen.
Bij de sepots wordt onderscheid gemaakt tussen technische sepots en beleidssepots.
Indien op grond van het onderzoek geconcludeerd moet worden dat niet vervolgd kan worden of onvoldoende uitzicht bestaat op een veroordeling, dan wordt de (verdere) vervolging gestaakt met een *technisch sepot*.
Indien een succesvolle vervolging weliswaar technisch haalbaar zou zijn, maar op gronden aan het algemeen belang ontleend (verdere) vervolging onwenselijk is (opportuniteitsbeginsel) wordt een *beleidssepot* toegepast. In art. 167 lid 2 Sv is aan het OM expliciet de bevoegdheid toegekend om van vervolging af te zien op gronden aan het algemeen belang ontleend. Ook wanneer een rechter in de zaak is betrokken, is het OM bevoegd om af te zien van verdere vervolging op gronden aan het algemeen belang ontleend, zo lang het onderzoek ter terechtzitting nog niet is aangevangen (art. 242 lid 2 Sv). Op grond van art. 167 lid 2 Sv kan de officier van justitie, onder het stellen van bepaalde voorwaarden, de beslissing of vervolging plaats moet hebben voor een bepaalde tijd uitstellen. In dat geval zal de zaak, indien de verdachte aan de voorwaarden heeft voldaan, uiteindelijk afgedaan kunnen worden met een beleidssepot.
De beoordeling of sprake is van een technisch sepot gaat vooraf aan de beoordeling of sprake is van een beleidssepot. Wanneer op technische gronden wordt beslist tot een sepot, kan er niet tevens grond zijn voor een beleidsmatig sepot van hetzelfde feit.
In de bijlage zijn de technisch sepots apart aangeduid.
### 2. Sepot na geheel of gedeeltelijk onvoltooide tenuitvoerlegging van een strafbeschikking
In gevallen waarin de tenuitvoerlegging van bij strafbeschikking opgelegde straffen of maatregelen geheel of gedeeltelijk onvoltooid is, kan de betreffende zaak alsnog door middel van een dagvaarding worden aangebracht bij de strafrechter (art. 255a Sv). In een aantal gevallen zal daarvan om opportuniteitsredenen kunnen worden afgezien (bijvoorbeeld de bestrafte is reeds gegijzeld). In voorkomende gevallen kan het OM bij de tenuitvoerlegging van de straf of maatregel op de hoogte geraken van feiten of omstandigheden, die aanleiding kunnen zijn om op grond van opportuniteitsoverwegingen de (verdere) tenuitvoerlegging van de bij een strafbeschikking opgelegde straf of maatregel te staken. Ook in deze gevallen is er sprake van een sepot.
Verder wordt voor de toepassing van deze aanwijzing eveneens onder een sepot begrepen:
de intrekking van de strafbeschikking;
een wijziging van de strafbeschikking als gevolg waarvan een aanvankelijk als misdrijf in de strafbeschikking betrokken feit alsnog als overtreding wordt gekwalificeerd.
Voor een sepot na een geheel of gedeeltelijk onvoltooide tenuitvoerlegging van een strafbeschikking gelden aparte sepotcodes (zie de bijlage). Bij het bepalen van de recidive blijven deze zaken meewegen.
#### 2.1. Bestuurlijke strafbeschikking
Wanneer een bestuurlijke strafbeschikking voor een overlastfeit is aangeboden door een gemeentelijke buitengewone opsporingsambtenaar, bestaat er in beginsel geen ruimte om deze te seponeren (in te trekken) op grond van opportuniteitsoverwegingen. Zie nader de Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en muldergedragingen.
### 3. Voorwaardelijk beleidssepot
In beginsel wordt bij een beslissing tot sepot slechts de algemene voorwaarde gesteld dat de verdachte geen strafbare feiten begaat binnen een proeftijd van ten hoogste een jaar. Een sepot met bijzondere voorwaarden wordt in beginsel niet meer ingezet. Voor het buitengerechtelijk stellen van voorwaarden omtrent het gedrag dient de strafbeschikking te worden benut (gedragsaanwijzing als bedoeld in artikel 257a lid 3 Sv).2Zie Aanwijzing OM-strafbeschikking.
In zaken met jeugdige verdachten, waarin het aanbieden van een excuus aan het slachtoffer en/of een kleine schadevergoeding kan volstaan, wordt de sepotbeslissing onder de algemene voorwaarde, met sepotcode 70 genomen wanneer de excuses zijn gemaakt en/of de schadevergoeding is voldaan.
In gevallen waarin het aan het strafbaar feit ten grondslag liggend conflict na het maken van excuses of door verzoening, bijvoorbeeld via mediation, dan wel schadevergoeding zodanig is opgelost, dat vervolging om die reden geen zin meer heeft, wordt eveneens het sepot onder algemene voorwaarde met sepotcode 70 benut.3Dit onderdeel van deze aanwijzing vormt de beleidsmatige uitwerking van het advies van de Commissie Rechtstatelijke grenzen en mogelijkheden bij het afdoen van strafbare feiten door het Openbaar Ministerie, zie bijlage 5 in het onderzoek dat ten behoeve van de commissie is verricht: J. Bijlsma, *Het voorwaardelijk sepot. Normering, praktijk, evaluatie (OM-reeks nr. 4)*, Den Haag: Boom Juridisch 2019.
### 4. Sepotgronden
Voor elke sepotbeslissing wordt de motivering de sepotgrond aangetekend in het strafdossier. Wanneer op meer dan één grond wordt geseponeerd, worden de sepotgronden in volgorde van belangrijkheid genoteerd (beginnend met de belangrijkste sepotgrond). Alle gronden worden doorgegeven aan de justitiële documentatiedienst.
De officier van justitie registreert de sepotgrond(en) door middel van (een) cijfercode(s) (zie de bijlage).
De te gebruiken sepotgronden moeten uiteraard systematisch naast elkaar kunnen bestaan. Zo zal code 01 per definitie niet gecombineerd kunnen worden met enige andere sepotgrond.
### 5. Kennisgeving
De officier van justitie stelt de verdachte en de belanghebbende(n) in kennis van de sepotbeslissing en vermeldt daarbij de sepotgrond(en).
Na een aan een verdachte kennisgegeven sepotbeslissing zal de beslissing tot niet of niet verdere vervolging slechts worden herzien:
indien op het moment van de beslissing tot niet (verdere) vervolging, nog niet bekend zijnde feiten of omstandigheden aanleiding geven alsnog (verder) te vervolgen; of
indien het gerechtshof het openbaar ministerie beveelt de verdachte alsnog voor genoemd feit (verder) te vervolgen.
### 6. Correctie van het documentatieregister
Elke afdoening van een strafzaak, door de rechter of door het OM, betreft één of meer bepaalde feiten. Indien de verdachte is gedagvaard, hem een strafbeschikking is opgelegd of hem een transactie is aangeboden, zijn dat feit of die feiten in het vonnis/arrest, het transactievoorstel respectievelijk de strafbeschikking aangeven. Het feit of de feiten en de wijze van afdoening worden geregistreerd in het justitieel documentatieregister. Bij een sepot wordt in dit register de sepotgrond vermeld.
Als het feit wordt geseponeerd op de grond dat de betrokkene ten onrechte is aangemerkt als verdachte of op de grond dat sprake is van een rechtmatige geweldsaanwending door een (politie)ambtenaar, wordt het feit als geheel verwijderd uit het documentatieregister4Art. 7, eerste lid, onder a van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens..
### 7. Behandeling van klachten over sepots
De ervaring leert dat een gewezen verdachte die het niet eens is met (de codering van) de sepotbeslissing dit soms kenbaar maakt in een brief aan de (hoofd)officier van justitie. Zon brief dient volgens de algemene klachtenregeling van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht te worden behandeld. Dat houdt onder meer in dat het principe van hoor en wederhoor geldt en dat de klacht wordt behandeld door een persoon die niet betrokken is geweest bij de gedraging waarop de klacht betrekking heeft.
## . Overgangsrecht
De voorschriften in deze aanwijzing gelden voor alle feiten gepleegd op en na de datum van inwerkingtreding van deze aanwijzing.
## Bijlage 1