2015-09-01 | BWBR0037803 | Mandaatbesluit AS 2015

This commit is contained in:
Coornhert 2015-09-01 12:00:00 +00:00
parent 21c0fd765e
commit b3cdcd5b0e

View file

@ -12,61 +12,33 @@ citeertitel: Mandaatbesluit AS 2015
### Artikel 1
Aan de manager juridische en bestuurlijke zaken wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
Aan het hoofd juridische en bestuurlijke zaken wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
a. a.
verzoeken van de raden van de orde aan de algemene raad goedkeuring te verlenen aan een stageverkorting als bedoeld in artikel 9b, tweede lid, van de Advocatenwet;
b. b.
de toepassing van de hardheidsclausule, bedoeld in artikel 2.28, vierde lid, van de Verordening op de advocatuur;
c. c.
de toepassing van de hardheidsclausule, bedoeld in artikel 3.16, vierde lid, van de Verordening op de advocatuur;
d. d.
verzoeken inzake vrijstelling deelname aan onderwijs beroepsopleiding advocaten als bedoeld in artikel 3.18, eerste en vierde lid, van de Verordening op de advocatuur;
e. e.
de toepassing van de hardheidsclausule, bedoeld in artikel 3.19, negende lid, voor zover het betreft artikel 3.19, zesde lid, van de Verordening op de advocatuur;
f. f.
verzoeken inzake vrijstelling afleggen van toetsen beroepsopleiding advocaten als bedoeld in artikel 3.20, eerste en tweede lid, van de Verordening op de advocatuur;
g. g.
verzoeken inzake toelating tot toetsen beroepsopleiding advocaten als bedoeld in artikel 3.22, eerste lid, van de Verordening op de advocatuur;
h. h.
opleggen van alternatieve maatregelen als bedoeld in artikel 9.1, tweede lid, van de Verordening op de advocatuur zulks ter afronding van de beroepsopleiding ingevolge de Stageverordening 2005;
i. i.
de vaststelling van andere opleidingsmaatregelen dan bedoeld in artikel 11 van de Stageverordening 2005 ingevolge artikel 9.1, derde lid, van de Verordening op de advocatuur;
j. j.
onderzoeken naar het afsluitend examen en de verworven beroepservaring en het eisen van een proeve van bekwaamheid of aanvullende examens, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Advocatenwet;
k. k.
verzoeken tot erkenning van een beroepskwalificatie als bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties advocatuur;
l. l.
de kennisgeving, bedoeld in artikel 8c, zesde lid, van de Advocatenwet, inzake schrapping van het tableau na drie jaar voorwaardelijk als advocaat ingeschreven te hebben gestaan;
m. m.
verzoeken, bedoeld in artikel 9j, zesde lid, van de Advocatenwet, inzake vrijstelling van het vereiste dat een advocaat bij de Hoge Raad onvoorwaardelijk is ingeschreven op het tableau;
n. n.
het doorhalen van de voorwaardelijke aantekening advocaat bij de Hoge Raad in burgerlijke zaken, bedoeld in artikel 4.15, eerste lid, van de Verordening op de advocatuur;
o. o.
verzoeken inzake ontheffing van de verplichting in één arrondissement op één locatie kantoor te houden vanwege vestiging buiten Nederland als bedoeld in artikel 12, derde lid, van de Advocatenwet;
p. p.
verzoeken inzake ontheffing van de verplichting in één arrondissement op één locatie kantoor te houden vanwege detachering als bedoeld in artikel 12, vierde lid, van de Advocatenwet;
q. q.
verzoeken tot openbaarmaking van informatie als bedoeld in de Wet openbaarheid van bestuur;
r. r.
verzoeken tot erkenning als opleidingsinstelling als bedoeld in de artikelen 16, eerste lid, en 17, eerste en tweede lid, van de Regeling op de advocatuur;
s. s.
de intrekking van de erkenning als opleidingsinstelling, bedoeld in artikel 19 van de Regeling op de advocatuur;
t. t.
verzoeken tot vrijstelling als bedoeld in de artikelen 4.9, tweede lid, en 4.11, derde lid, van de Verordening op de advocatuur;
u. u.
het verlengen van de periode met ten hoogte twaalf maanden, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van de Verordening op de advocatuur;
v. v.
het vaststellen van de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom, bedoeld in artikel 4.17 van de Algemene wet bestuursrecht.
a. verzoeken van de raden van de orde aan de algemene raad goedkeuring te verlenen aan een stageverkorting als bedoeld in artikel 9b, tweede lid, van de Advocatenwet;
b. de toepassing van de hardheidsclausule, bedoeld in artikel 2.28, vierde lid, van de Verordening op de advocatuur;
c. de toepassing van de hardheidsclausule, bedoeld in artikel 3.16, vijfde lid, van de Verordening op de advocatuur;
d. verzoeken inzake vrijstelling deelname aan onderwijs beroepsopleiding advocaten als bedoeld in artikel 3.18, eerste en vierde lid, van de Verordening op de advocatuur;
e. verzoeken inzake vrijstelling afleggen van toetsen beroepsopleiding advocaten als bedoeld in artikel 3.20, eerste en tweede lid, van de Verordening op de advocatuur;
f. verzoeken inzake toelating tot toetsen beroepsopleiding advocaten als bedoeld in artikel 3.22, eerste lid, van de Verordening op de advocatuur;
g. opleggen van alternatieve maatregelen als bedoeld in artikel 9.1, tweede lid, van de Verordening op de advocatuur zulks ter afronding van de beroepsopleiding ingevolge de Stageverordening 2005;
h. de vaststelling van andere opleidingsmaatregelen dan bedoeld in artikel 11 van de Stageverordening 2005 ingevolge artikel 9.1, derde lid, van de Verordening op de advocatuur;
i. onderzoeken naar het afsluitend examen en de verworven beroepservaring en het eisen van een proeve van bekwaamheid of aanvullende examens, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Advocatenwet;
j. verzoeken tot erkenning van een beroepskwalificatie als bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de Regeling erkenning EG-beroepskwalificaties advocatuur;
k. de kennisgeving, bedoeld in artikel 8c, vijfde lid, van de Advocatenwet, inzake schrapping van het tableau na drie jaar voorwaardelijk als advocaat ingeschreven te hebben gestaan;
l. verzoeken, bedoeld in artikel 9j, zesde lid, van de Advocatenwet, inzake vrijstelling van het vereiste dat een advocaat bij de Hoge Raad onvoorwaardelijk is ingeschreven op het tableau;
m. verzoeken inzake ontheffing van de verplichting in één arrondissement op één locatie kantoor te houden vanwege vestiging buiten Nederland als bedoeld in artikel 12, derde lid, van de Advocatenwet;
n. verzoeken inzake ontheffing van de verplichting in één arrondissement op één locatie kantoor te houden vanwege detachering als bedoeld in artikel 12, vierde lid, van de Advocatenwet;
o. verzoeken tot openbaarmaking van informatie als bedoeld in de Wet openbaarheid van bestuur;
p. verzoeken tot erkenning als opleidingsinstelling als bedoeld in de artikelen 17, eerste lid, en 18, eerste en tweede lid, van de Regeling op de advocatuur;
q. de intrekking van de erkenning als opleidingsinstelling, bedoeld in artikel 20 van de Regeling op de advocatuur;
r. verzoeken tot vrijstelling als bedoeld in de artikelen 4.9, tweede lid, en 4.11, derde lid, van de Verordening op de advocatuur.
### Artikel 2
Aan de manager financiën en organisatie wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
Aan het hoofd financiën wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
a. a.
vergoedingen aan de Nederlandse orde van advocaten als bedoeld in paragraaf 2.2.1 van de Verordening op de advocatuur;
b. b.
vergoedingen door de Nederlandse orde van advocaten als bedoeld in paragraaf 2.2.3 van de Verordening op de advocatuur.
a. vergoedingen aan de Nederlandse orde van advocaten als bedoeld in paragraaf 2.2.1 van de Verordening op de advocatuur;
b. vergoedingen door de Nederlandse orde van advocaten als bedoeld in paragraaf 2.2.3 van de Verordening op de advocatuur.
### Artikel 3
@ -76,21 +48,15 @@ Aan de coördinator beroepsopleiding advocaten wordt mandaat en machtiging verle
Aan de manager toetsen uitvoeringsorganisatie beroepsopleiding advocaten wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met beslissingen genomen ingevolge de hardheidsclausule, bedoeld in:
a. a.
artikel 3.17, vijfde lid, van de Verordening op de advocatuur;
b. b.
artikel 3.19, negende lid, van de Verordening op de advocatuur, met uitzondering van artikel 3.19, zesde lid, van de Verordening op de advocatuur.
a. artikel 3.17, vijfde lid, van de Verordening op de advocatuur;
b. artikel 3.19, negende lid, van de Verordening op de advocatuur, met uitzondering van artikel 3.19, zesde lid, van de Verordening op de advocatuur.
### Artikel 5
Aan telkens twee door de voorzitter van de commissie cassatie aangewezen leden van de commissie civiele cassatie wordt gezamenlijk mandaat en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
Aan telkens twee leden van de commissie civiele cassatie wordt gezamenlijk mandaat en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
a. a.
het afnemen van het examen en de proeve van bekwaamheid, bedoeld in de artikelen 4.9, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en 4.11 van de Verordening op de advocatuur;
b. b.
het verstrekken van de verklaringen, bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, van de Verordening op de advocatuur, en het verstrekken van het bewijsstuk, bedoeld in artikel 4.11, achtste lid, van de Verordening op de advocatuur.
a. het afnemen van het examen en de proeve van bekwaamheid, bedoeld in de artikelen 4.12 en 4.14 van de Verordening op de advocatuur;
b. het verstrekken van de verklaringen, bedoeld in de artikelen 4.11 en 4.13 van de Verordening op de advocatuur.
### Artikel 6
@ -98,18 +64,13 @@ b. b.
Aan de manager financiën en organisatie wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
a. a.
het verwerken van gegevens op het tableau in het kader van de Advocatenwet, daaronder begrepen berichtgeving aan de griffier van de Hoge Raad als bedoeld in artikel 9j, tweede lid, van de Advocatenwet;
b. b.
het bijhouden van het tableau in het kader van de Verordening op de advocatuur;
c. c.
het schriftelijk openbaar maken van een lijst van gegevens over advocaten als bedoeld in artikel 8b van de Advocatenwet;
d. d.
geheimhoudernummers als bedoeld in afdeling 6.3 van de Verordening op de advocatuur;
e. e.
informatie betreffende beperkingen in de uitoefening van de praktijk door een advocaat in relatie tot de advocatenpas en het authenticatiemiddel als bedoeld in artikel 6.17 van de Verordening op de advocatuur.
a. het verwerken van gegevens op het tableau in het kader van de Advocatenwet, daaronder begrepen berichtgeving aan de griffier van de Hoge Raad als bedoeld in artikel 9j, tweede lid, van de Advocatenwet;
b. het bijhouden van het tableau in het kader van de Verordening op de advocatuur;
c. het schriftelijk openbaar maken van een lijst van gegevens over advocaten als bedoeld in artikel 8b van de Advocatenwet;
d. geheimhoudernummers als bedoeld in afdeling 6.3 van de Verordening op de advocatuur;
e. informatie betreffende beperkingen in de uitoefening van de praktijk door een advocaat in relatie tot de advocatenpas en het authenticatiemiddel als bedoeld in artikel 6.17 van de Verordening op de advocatuur.
**2.** Aan de manager juridische en bestuurlijke zaken wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met verzoeken tot inschrijving op het tableau van de Nederlandse orde van advocaten als bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet.
**2.** Aan het hoofd juridische en bestuurlijke zaken wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met verzoeken tot inschrijving op het tableau van de Nederlandse orde van advocaten als bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet.
**3.** Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden kan ondermachtiging worden verleend en kan geen ondermandaat worden verleend.
@ -117,10 +78,8 @@ e. e.
Aan de juridisch adviseur wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
a. a.
bezwaar, met uitzondering van bezwaar op beschikkingen genomen op grond van de artikelen 1 en 6, tweede lid;
b. b.
het voeren van verweer in beroep en hoger beroep.
a. bezwaar, met uitzondering van bezwaar op beschikkingen genomen op grond van de artikelen 1 en 6, tweede lid;
b. het voeren van verweer in beroep en hoger beroep.
### Artikel 8
@ -158,7 +117,7 @@ Het Mandaatbesluit AS NOvA 2014 wordt ingetrokken.
### Artikel 10
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 2015.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 2015.
### Artikel 11