diff --git a/amvb/besluit-bovenwettelijke-werkloosheidsuitkering-politie/BWBR0012022/README.md b/amvb/besluit-bovenwettelijke-werkloosheidsuitkering-politie/BWBR0012022/README.md index 5b3c030aaed..aec311b6f34 100644 --- a/amvb/besluit-bovenwettelijke-werkloosheidsuitkering-politie/BWBR0012022/README.md +++ b/amvb/besluit-bovenwettelijke-werkloosheidsuitkering-politie/BWBR0012022/README.md @@ -19,7 +19,7 @@ citeertitel: Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie In dit besluit wordt verstaan onder: a. bevoegd gezag: het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van het Besluit algemene rechtspositie politie; -b. betrokkene: de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit algemene rechtspositie politie, die als gevolg van ontslag verleend op grond van de artikelen 89, eerste tot en met het vierde lid en zesde lid, 90, eerste en derde tot en met elfde lid, 91, eerste lid, 92, of 94, eerste lid, onderdelen e, f of g, van het Besluit algemene rechtspositie politie werkloos is geworden in de zin van de Werkloosheidswet; +b. betrokkene: de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit algemene rechtspositie politie, die als gevolg van ontslag verleend op grond van de artikelen 89, eerste tot en met het vierde lid en zesde lid, 90, eerste en derde tot en met elfde lid, 91, eerste lid, 92, of 94, eerste lid, onderdelen e, f of g, van het Besluit algemene rechtspositie politie werkloos is geworden in de zin van de Werkloosheidswet; c. aanvullende uitkering: de aanvullende uitkering bedoeld in hoofdstuk 2; d. aansluitende uitkering: de aansluitende uitkering bedoeld in hoofdstuk 3; e. bovenwettelijke uitkering: de aanvullende en aansluitende uitkering gezamenlijk; @@ -62,7 +62,7 @@ a. de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt: met een duur gelijk aan 18% v b. 21 jaar of ouder is: met een duur van 19,5% van de diensttijd en vervolgens per leeftijdsjaar vermeerderd met 1,5%; c. 60 jaar of ouder is: met een duur gelijk aan 78% van de diensttijd. -**3.** Indien uitgaande van het moment van ontslag de maximale duur van de uitkering, berekend op grond van het tweede lid, langer is dan de duur van de WW-uitkering, wordt het verschil in duur tot een maximum van twee jaar in mindering gebracht op de maximale duur. +**3.** Indien uitgaande van het moment van ontslag de maximale duur van de uitkering, berekend op grond van het tweede lid, langer is dan de duur van de WW-uitkering, wordt het verschil in duur tot een maximum van twee jaar in mindering gebracht op de maximale duur. Vervolgens wordt voor elk jaar dat de diensttijd langer is dan achttien jaar de duur verminderd met een maand tot een maximum van 22 maanden. **4.** De duur van de uitkering van de betrokkene die ten tijde van het ontslag 57,5 jaar of ouder is en een diensttijd, voor zover geldig voor pensioen, van ten minste tien jaar heeft volbracht, wordt na afloop van de termijn die op basis van het tweede en derde lid is toegekend, verlengd tot de eerste dag van de kalendermaand volgend op die waarin hij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. @@ -72,15 +72,15 @@ c. 60 jaar of ouder is: met een duur gelijk aan 78% van de diensttijd. **1.** De betrokkene heeft gedurende de periode dat recht bestaat op een WW-uitkering, recht op een aanvullende uitkering, met dien verstande dat het recht op een aanvullende uitkering niet eerder ingaat dan de dag waarop het ontslag in werking treedt. -**2.** Op de aanvullende uitkering zijn de artikelen 22 tot en met 33, 36 tot en met 40, 47, tweede en derde lid, 75, 76 en 78 van de Werkloosheidswet van overeenkomstige toepassing. +**2.** Op de aanvullende uitkering zijn de artikelen 22 tot en met 33, 36 tot en met 40, 47, tweede en derde lid, 75, 76, 76a, 77a en 78 van de Werkloosheidswet van overeenkomstige toepassing. -**3.** De artikelen 34 en 35 van de Werkloosheidswet zijn slechts van overeenkomstige toepassing op de aanvullende uitkering indien de hoogte van de in mindering te brengen inkomsten de uitkering krachtens de Werkloosheidswet overstijgen. +**3.** De artikelen 34, 35a en 35aa van de Werkloosheidswet zijn slechts van overeenkomstige toepassing op de aanvullende uitkering indien de hoogte van de in mindering te brengen inkomsten de uitkering krachtens de Werkloosheidswet overstijgen. ### Artikel 4 -**1.** Indien de duur van de bovenwettelijke uitkering, berekend op basis van artikel 2, ten minste gelijk is aan de duur van de WW-uitkering, berekend op basis van de artikelen 42 of 52g van de Werkloosheidswet, wordt de WW-uitkering gedurende de eerste twaalf maanden tot 80%, gedurende de daaropvolgende zes maanden tot 75% en vervolgens tot 70% van het voor de betrokkene geldende dagloon aangevuld. +**1.** Indien de duur van de bovenwettelijke uitkering, berekend op basis van artikel 2, ten minste gelijk is aan de duur van de WW-uitkering, berekend op basis van de artikelen 42 of 52g van de Werkloosheidswet, wordt de WW-uitkering gedurende de eerste twee maanden tot 85%, gedurende de daaropvolgende tien maanden tot 80%, gedurende de daaropvolgende zes maanden tot 75% en vervolgens tot 70% van het voor de betrokkene geldende dagloon aangevuld. -**2.** Indien de duur van de bovenwettelijke uitkering, berekend op basis van artikel 2, korter is dan de duur van de WW-uitkering, berekend op basis van de artikelen 42 of 52g van de Werkloosheidswet, wordt de uitkering, bedoeld in de artikelen 42 of 52g van de Werkloosheidswet, gedurende de eerste twaalf maanden tot 80%, gedurende de daarop volgende zes maanden tot 75% en vervolgens tot 70% aangevuld. +**2.** Indien de duur van de bovenwettelijke uitkering, berekend op basis van artikel 2, korter is dan de duur van de WW-uitkering, berekend op basis van de artikelen 42 of 52g van de Werkloosheidswet, wordt de uitkering, bedoeld in de artikelen 42 of 52g van de Werkloosheidswet, gedurende de eerste twee maanden tot 85%, gedurende de daaropvolgende tien maanden tot 80%, gedurende de daarop volgende zes maanden tot 75% en vervolgens tot 70% aangevuld. **3.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de WW-uitkering steeds geacht door de betrokkene onverminderd te zijn genoten. @@ -94,9 +94,9 @@ c. 60 jaar of ouder is: met een duur gelijk aan 78% van de diensttijd. ### Artikel 6 -**1.** Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de betrokkene wordt de uitkering, bedoeld in artikel 35 van de Ziektewet, aangevuld tot 100% van het voor de betrokkene geldende dagloon over drie maanden. +**1.** Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de betrokkene wordt de uitkering, bedoeld in artikel 35 of 36 van de Ziektewet, aangevuld tot 100% van het voor de betrokkene geldende dagloon over drie maanden. -**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt de uitkering krachtens de Ziektewet steeds geacht onverminderd door de betrokkene te zijn genoten. +**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt de betrokkene geacht steeds onverminderd ziekengeld te hebben genoten. ### Artikel 7 @@ -110,7 +110,7 @@ Indien ten aanzien van de WW-uitkering of de ZW-uitkering een verplichting of ee **2.** Het eerste lid vindt uitzondering, indien de betrokkene gedurende de periode van werkloosheid recht heeft gehad op een aanvullende uitkering bij ziekte op grond van artikel 5. -**3.** Op de aansluitende uitkering zijn de artikelen 19 tot en met 40, 47, tweede en derde lid, 75, 76 en 78 van de Werkloosheidswet van overeenkomstige toepassing. +**3.** Op de aansluitende uitkering zijn de artikelen 19 tot en met 40, 47, tweede en derde lid, 75, 76, 76a, 77a en 78 van de Werkloosheidswet van overeenkomstige toepassing. **4.** Het recht op aansluitende uitkering eindigt na ommekomst van de duur van de aansluitende uitkering, maar uiterlijk op de eerste dag van de kalendermaand volgend op die waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. @@ -118,11 +118,25 @@ Indien ten aanzien van de WW-uitkering of de ZW-uitkering een verplichting of ee ### Artikel 9 -**1.** De aansluitende uitkering bedraagt tot uiterlijk twaalf maanden na de dag waarop het ontslag ingaat 80%, gedurende de daaropvolgende zes maanden 75% en vervolgens 70% van het voor hem geldende dagloon. Gedurende de verlenging, bedoeld in artikel 2, derde lid, is de uitkering gelijk aan 70% van het dagloon. +**1.** De aansluitende uitkering bedraagt tot uiterlijk twee maanden na de dag waarop het ontslag ingaat 85%, gedurende de daaropvolgende tien maanden 80%, gedurende de daaropvolgende zes maanden 75% en vervolgens 70% van het voor betrokkene geldende dagloon. Gedurende de verlenging, bedoeld in artikel 2, derde lid, is de uitkering gelijk aan 70% van het dagloon. -**2.** Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met de termijn waarin de betrokkene reeds recht heeft gehad op aanvullende uitkering. +**2.** Gedurende de verlenging, bedoeld in artikel 2, derde lid, is de uitkering gelijk aan 70% van het voor betrokkene geldende dagloon. -**3.** Ten aanzien van de hoogte van de aansluitende uitkering zijn de artikelen 45 en 47, tweede en derde lid, van de Werkloosheidswet van toepassing. +**3.** In afwijking van het tweede lid is de uitkering van de betrokkene, bedoeld in artikel 2, vierde lid, gelijk aan 50% van het voor betrokkene geldende dagloon vanaf het moment dat hij de leeftijd van 63 jaar en twee maanden heeft bereikt. De uitkering is in ieder geval gelijk aan het minimumloon in evenredigheid met de betrekkingsomvang van betrokkene op het moment van het ontslag. + +**4.** Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met de termijn waarin de betrokkene reeds recht heeft gehad op aanvullende uitkering. + +**5.** Ten aanzien van de hoogte van de aansluitende uitkering is artikel 47, tweede en derde lid, van de Werkloosheidswet van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 9a + +**1.** In afwijking van artikel 8, derde lid, zijn de artikelen 20, eerste lid, onder b, 35a en 35aa van de Werkloosheidswet niet van overeenkomstige toepassing op de betrokkene, op wie artikel 9, derde lid van toepassing is. + +**2.** De inkomsten die de betrokkene, op wie artikel 9, derde lid, van toepassing is, geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, worden in mindering gebracht op de uitkering. + +**3.** De in het tweede lid bedoelde vermindering is gelijk aan het bedrag waarmee de onverminderde uitkering van 50% van het voor hem geldende dagloon, vermeerderd met het totaalbedrag van de inkomsten, het voor hem geldende dagloon te boven gaat. + +**4.** Inkomsten als bedoeld in het tweede lid, die geacht worden op één maand betrekking te hebben of geacht kunnen worden te hebben, worden in mindering gebracht op de uitkering over die maand. ### Artikel 10 @@ -240,11 +254,11 @@ Indien de betrokkene van wie de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 januar ### Artikel 26b -De artikelen 2 en 8 van dit besluit zoals deze luidden op 31 december 2004 blijven van toepassing op de betrokkene van wie de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 januari 2005. +De artikelen 2 en 8 van dit besluit zoals deze luidden op 31 december 2004 blijven van toepassing op de betrokkene van wie de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 januari 2005. -### Artikel 26ca +### Artikel 26c -Voor de ambtenaar die voor 1 januari 2006 recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, blijft het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie gelden, zoals dat luidde op 28 december 2005. +De artikelen 2, 4 en 9 van dit besluit zoals deze luidden op 31 december 2010, blijven van toepassing op de betrokkene van wie de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 januari 2011. ### Artikel 27