From b3fb44f9f93e1e6935bc1a9c6158b9db5100ead3 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 Jan 2022 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2022-01-01 | BWBR0004365 | Loodsenwet --- wet/loodsenwet/BWBR0004365/README.md | 736 ++++++++++++++------------- 1 file changed, 391 insertions(+), 345 deletions(-) diff --git a/wet/loodsenwet/BWBR0004365/README.md b/wet/loodsenwet/BWBR0004365/README.md index 10f1136dc81..12b03e126d3 100644 --- a/wet/loodsenwet/BWBR0004365/README.md +++ b/wet/loodsenwet/BWBR0004365/README.md @@ -3,16 +3,14 @@ titel: Loodsenwet bwb_id: BWBR0004365 type: wet status: geldend -datum_inwerkingtreding: '1988-09-01' +datum_inwerkingtreding: '2022-01-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0004365 citeertitel: Loodsenwet --- # Loodsenwet -## Titel I - -### Hoofdstuk I. Algemene bepalingen +## Hoofdstuk I. Algemene bepalingen ### Artikel 1 @@ -20,7 +18,7 @@ citeertitel: Loodsenwet In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; +a. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat; b. loods: 1°. registerloods; @@ -33,28 +31,55 @@ g. loodsplichtige scheepvaartwegen: de scheepvaartwegen waarop krachtens wetteli h. verwerking van persoonsgegevens, onderscheidenlijk verwerkingsverantwoordelijke: hetgeen daaronder verstaan wordt in artikel 4, onderdelen 1, 2 en 7, van de Algemene verordening gegevensbescherming; i. Autoriteit Consument en Markt: de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt; j. vervallen; -k. arbeidsvergoeding: arbeidsvergoeding voor registerloodsen, bestaande uit de uurtarieven voor de directe loodsuren, vermeerderd met een opslag voor de indirecte uren, bestaande uit indirecte taken, reisuren, wachturen en beschikbaarheidsuren, gedifferentieerd naar scheepsklassen; +k. *arbeidsvergoeding:* arbeidsvergoeding voor registerloodsen, bestaande uit: + +1°. een integraal uurtarief voor de uitvoering van verrichtingen van een registerloods aan boord of loodsen door een registerloods op afstand, met inbegrip van een vaste opslag voor de daarbij te maken reis-, wacht- en beschikbaarheidsuren; en +2°. een integraal uurtarief voor de uitvoering van andere taken dan bedoeld onder 1°, die bij of krachtens deze wet of anderszins aan een registerloods zijn toevertrouwd, met inbegrip van een vaste opslag voor de daarbij te maken reis- en wachturen; l. persoonsgegevens over gezondheid: persoonsgegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming. **2.** De begrippen in deze wet en de daarop berustende bepalingen hebben, tenzij anders is bepaald, dezelfde betekenis als in de Scheepvaartverkeerswet. -### Hoofdstuk II. De loodsen +## Hoofdstuk II. De loodsen -#### Paragraaf 1. Algemeen +### Paragraaf 1. Algemeen ### Artikel 2 -**1.** De loods adviseert aan boord de kapitein of de verkeersdeelnemer over de door deze te voeren navigatie. De loods mag met instemming van de kapitein optreden als verkeersdeelnemer. +**1.** De loods adviseert aan boord de kapitein of verkeersdeelnemer over de door deze te voeren navigatie. -**2.** Voor zover de loods zijn functie niet aan boord van het te loodsen schip kan uitoefenen mag deze de kapitein of de verkeersdeelnemer vanaf een ander schip of vanaf de wal adviezen en, voor zover hij daartoe ingevolge artikel 9 Scheepvaartverkeerswet bevoegd is, verkeersinformatie geven. Indien zich aan boord van het te loodsen schip een loods bevindt kan een loods vanaf de wal aan deze loods adviezen en, voor zover hij daartoe ingevolge artikel 9 Scheepvaartverkeerswet bevoegd is, verkeersinformatie geven, in het geval van verminderd zicht, slechte weersomstandigheden of andere bijzondere omstandigheden. +**2.** Indien de loods zijn functie aan boord van het te loodsen schip uitoefent, mag hij met instemming van de kapitein optreden als verkeersdeelnemer. -**3.** Ter bescherming van de belangen, genoemd in artikel 3, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet, worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voorschriften vastgesteld die de loodsen voor en bij de uitoefening van hun beroep in acht dienen te nemen. Deze voorschriften hebben onder andere betrekking op de omstandigheden en voorwaarden waaronder en de plaatsen vanaf waar de loods adviezen als bedoeld in het tweede lid mag geven. +**3.** Indien de loods zijn functie niet aan boord van het te loodsen schip kan uitoefenen, mag hij de kapitein of de verkeersdeelnemer vanaf een ander schip of vanaf de wal adviseren. + +**4.** Indien de loods zijn functie vanaf een ander schip of vanaf de wal uitoefent, mag hij, voor zover hij daartoe bij of krachtens artikel 9 van de Scheepvaartverkeerswet bevoegd is, de kapitein of de verkeersdeelnemer ook verkeersinformatie geven. + +**5.** Indien zich aan boord van het te loodsen schip een loods bevindt, kan een loods vanaf de wal aan deze loods adviezen en, voor zover hij daartoe bij of krachtens artikel 9 van de Scheepvaartverkeerswet bevoegd is, verkeersinformatie geven, in het geval van verminderd zicht, slechte weersomstandigheden of andere bijzondere omstandigheden. + +**6.** Ter bescherming van de belangen, genoemd in artikel 3, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet, worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voorschriften vastgesteld die de loodsen voor en bij de uitoefening van hun beroep in acht dienen te nemen. + +### Artikel 2a + +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat onder bij in die maatregel te bepalen voorwaarden, bij wijze van experiment tijdelijk kan worden afgeweken van artikel 2, eerste, tweede of derde lid. + +**2.** Het experiment, bedoeld in het eerste lid, heeft tot doel om te beoordelen of met een andere invulling van de wijze van functie-uitoefening van de loods de belangen, bedoeld in artikel 2, zesde lid, voldoende worden beschermd. + +**3.** + +In de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, wordt, met inachtneming van de belangen, genoemd in artikel 3 van de Scheepvaartverkeerswet, in ieder geval bepaald: + +a. de nadere concretisering van het doel van het experiment; +b. binnen welke periode geëxperimenteerd mag worden, waarbij die periode niet meer dan vijf achtereenvolgende jaren bedraagt; +c. welke voorschriften of beperkingen worden gesteld aan het experiment; +d. welke mogelijkheden er zijn voor verlenging; +e. op welke wijze het experiment wordt geëvalueerd. + +**4.** Artikel 3 is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 3 De loods is, voor zover hij handelt in de uitoefening van de in artikel 2 genoemde taken en bevoegdheden, slechts aansprakelijk voor schade door hem veroorzaakt door opzet of grove schuld. -#### Paragraaf 2. Registerloodsen +### Paragraaf 2. Registerloodsen ### Artikel 4 @@ -71,7 +96,7 @@ b. schepen die anderszins ingevolge een wettelijke regeling verplicht zijn gebru **4.** Het verbod, genoemd in het tweede lid, geldt niet voor de tot de Belgische loodsdienst behorende loods die krachtens het Scheldereglement als zodanig optreedt en de tot de Duitse loodsdienst behorende loods die krachtens het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot regeling van de samenwerking in de Eemsmonding (*Trb.* 1960, 69) als zodanig optreedt. -#### Paragraaf 3. Niet-registerloodsen +### Paragraaf 3. Niet-registerloodsen ### Artikel 5 @@ -83,9 +108,9 @@ b. schepen die anderszins ingevolge een wettelijke regeling verplicht zijn gebru **4.** Ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde eisen worden persoonsgegevens verwerkt over gezondheid. De verwerking van deze gegevens strekt ertoe te kunnen beoordelen of de geschiktheid voor het loodsen van schepen aanwezig is of niet meer aanwezig is. Onze Minister is verwerkingsverantwoordelijke voor deze verwerking. -### Hoofdstuk III. De loodsencorporaties +## Hoofdstuk III. De loodsencorporaties -#### Paragraaf 1. De Nederlandse loodsencorporatie +### Paragraaf 1. De Nederlandse loodsencorporatie ### Artikel 6 @@ -128,7 +153,7 @@ b. het geven van advies aan Onze Minister inzake de uitvoering van deze wet, het **5.** Voor de deelname aan een van de opleidingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, 2°, is een vergoeding verschuldigd voor de kosten aan de algemene raad, volgens een bij besluit van de Autoriteit Consument en Markt overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens hoofdstuk VIA vast te stellen tarief. -#### Paragraaf 2. De regionale loodsencorporaties +### Paragraaf 2. De regionale loodsencorporaties ### Artikel 10 @@ -184,7 +209,7 @@ c. het voorbereiden van ledenvergaderingen. **2.** De taken, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, onder 2° en 3°, worden uitsluitend verricht voor zover daarin niet is voorzien krachtens artikel 9, eerste lid, onderdeel a, onder 3° of 5°. -#### Paragraaf 3. De vergaderingen +### Paragraaf 3. De vergaderingen ### Artikel 14 @@ -200,7 +225,7 @@ c. voor de algemene raad en voor het bestuur van een regionale corporatie: door **3.** De ledenvergadering van een regionale corporatie voorziet bij reglement in het doeltreffend verloop van de ledenvergaderingen. -#### Paragraaf 4. Verordeningen +### Paragraaf 4. Verordeningen ### Artikel 15 @@ -213,8 +238,9 @@ b. een doelmatige dienstverlening, waarbij ten minste dient te worden voorzien i 1°. de verplichting van de registerloods zijn diensten tijdig en op non-discriminatoire wijze aan te bieden en te verlenen aan schepen als bedoeld in artikel 4, tweede lid; en 2°. de verplichting van de registerloodsen om in onderling verband zorg te dragen voor het vervoer ten behoeve van hun beroepsuitoefening en de verdere organisatie van de dienstverlening; -c. sociale voorzieningen voor registerloodsen en voor nabestaanden van overleden registerloodsen; en -d. een doeltreffend verloop van de ledenvergaderingen van de corporatie. +c. sociale voorzieningen voor registerloodsen en voor nabestaanden van overleden registerloodsen; +d. een doeltreffend verloop van de ledenvergaderingen van de corporatie; en +e. de borging van de kwaliteit van de loodsdienstverlening, waarbij ten minste wordt voorzien in de wijze waarop ten minste iedere vijf jaar een visitatie wordt uitgevoerd met het oog op de kwaliteit van de loodsdienstverlening. **2.** In een verordening kan aan de algemene raad of aan het bestuur van een regionale corporatie de bevoegdheid worden verleend tot het geven van nadere voorschriften omtrent bij die verordening geregelde onderwerpen. @@ -244,7 +270,7 @@ d. een doeltreffend verloop van de ledenvergaderingen van de corporatie. **2.** Ingeval van vernietiging geschiedt deze binnen zes maanden na de in artikel 16, vierde lid, bedoelde ter kennis brenging of, wanneer het een ander besluit betreft, binnen zes maanden nadat het besluit ter kennis van Onze Minister is gekomen. -### Hoofdstuk IV. Adspirant-registerloodsen +## Hoofdstuk IV. Adspirant-registerloodsen ### Artikel 19 @@ -254,7 +280,7 @@ Vervallen Vervallen -### Hoofdstuk V. Het loodsenregister +## Hoofdstuk V. Het loodsenregister ### Artikel 21 @@ -290,7 +316,7 @@ b. beschikt over een verklaring van toelating, afgegeven door het bestuur van de De inschrijving in het register wordt geweigerd, indien: a. de aanvrager niet de bewijsstukken van het voldoen aan artikel 22, eerste lid, binnen dertien weken nadat het laatste bewijsstuk is uitgegeven, heeft overgelegd of, na het verstrijken van deze termijn, niet tevens een aanvullende verklaring van toelating, afgegeven door het bestuur van de betreffende regionale corporatie, heeft overgelegd; of -b. ten aanzien van de aanvrager ingevolge artikel 28, eerste lid, of artikel 48, de bevoegdheid als registerloods is geschorst of vervallen verklaard. +b. ten aanzien van de aanvrager ingevolge artikel 40 of artikel 48, de bevoegdheid als registerloods is geschorst of vervallen verklaard. **2.** De algemene raad doet van een beschikking tot weigering van de inschrijving in het register mededeling door toezending van een afschrift daarvan aan het bestuur van de regionale corporatie. @@ -302,7 +328,7 @@ De inschrijving in het register wordt doorgehaald: a. bij overlijden van de ingeschrevene; b. op schriftelijk verzoek van de ingeschrevene; -c. indien ten aanzien van de ingeschrevene verval van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel *d,* of artikel 48, eerste lid, onderdeel *b,* of tweede lid, voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden; +c. indien ten aanzien van de ingeschrevene verval van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 40, eerste lid of artikel 48, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden; d. bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, of van een bij verordening vastgestelde lagere leeftijd; e. indien de ingeschrevene niet beschikt over geldige geneeskundige verklaringen volgens de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te geven regels; f. indien de ingeschrevene gedurende een bij verordening te bepalen termijn niet ten minste een bij in die verordening te bepalen aantal malen zijn beroep feitelijk aantoonbaar heeft uitgeoefend; @@ -313,13 +339,13 @@ h. indien de reden voor weigering van de inschrijving eerst na de inschrijving i **3.** Doorhaling van de inschrijving brengt mee verlies van de betrekkingen waarbij de hoedanigheid van lid van de corporatie of van de regionale corporatie, ingevolge het bij of krachtens deze wet bepaalde, vereiste voor benoembaarheid of verkiesbaarheid is. -**4.** Bij een doorhaling krachtens het gestelde in het eerste lid, onderdeel *g*, eindigt de doorhaling van rechtswege na het verstrijken van de in dat onderdeel bedoelde termijn. +**4.** Bij een doorhaling krachtens het gestelde in het eerste lid, onderdeel g, eindigt de doorhaling van rechtswege na het verstrijken van de in dat onderdeel bedoelde termijn. ### Artikel 25 Degene die in het register ingeschreven is geweest, wordt, indien de vorige inschrijving is doorgehaald op de grond, bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel *e*, op zijn verzoek opnieuw in het register ingeschreven als bij de aanvraag daarvoor het bewijs wordt overgelegd dat deze grond heeft opgehouden te bestaan. -### Hoofdstuk VI. Financiën +## Hoofdstuk VI. Financiën ### Artikel 26 @@ -335,112 +361,108 @@ c. de taken ten behoeve van de door de registerloodsen te verlenen diensten. De regels, vastgesteld bij de verordening, bedoeld in het eerste lid, houden rekening met de totale te verwachten opbrengst uit loodsgelden en voorzien in ieder geval in: -a. een waarborg en een fonds of andere voorziening waarin stortingen worden gedaan voor het kunnen voldoen aan verplichtingen die voortvloeien uit het functioneel leeftijdspensioen van registerloodsen en uit het krachtens collectieve arbeidsovereenkomst toegekend recht op functioneel leeftijdsontslag van het personeel, belast met de uitvoering van de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde taken; -b. een evenredigheid voor de maatstaven met betrekking tot de bedragen voor de diensten van registerloodsen en de verschillende regio's; -c. een waarborg voor het kunnen verzorgen van de taken van de algemene raad en de besturen van de regionale corporaties. - -**3.** In afwijking van artikel 15, eerste lid, wordt de verordening, bedoeld in het eerste lid, voor de eerste keer vastgesteld door de algemene raad. - -**4.** Artikel 16, eerste, tweede en derde lid, is op de vaststelling, bedoeld in het derde lid, niet van toepassing. - -**5.** Onder functioneel leeftijdspensioen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt verstaan de vergoeding op grond van het doorhalen van de inschrijving in het register ten gevolge van het bereiken van de bij of krachtens artikel 24, eerste lid, onderdeel d, vastgestelde leeftijd, alsmede bij het bereiken van die leeftijd na een voorafgegane doorhaling krachtens artikel 24, eerste lid, onderdeel e. +a. een evenredigheid voor de maatstaven met betrekking tot de bedragen voor de diensten van registerloodsen en de verschillende regio's; +b. een waarborg voor het kunnen verzorgen van de taken van de algemene raad en de besturen van de regionale corporaties. ### Artikel 27 Vaststelling van een verordening tot wijziging van de verordening, bedoeld in artikel 26, eerste lid, voor zover deze betrekking heeft op een wijziging van de bedragen of de maatstaven voor de vaststelling daarvan, vindt slechts plaats door een besluit van de ledenvergadering met een meerderheid van twee derden van de in die ledenvergadering uitgebrachte geldige stemmen. -### Hoofdstuk VIA. Tarieven en markttoezicht +## Hoofdstuk VIA. Tarieven en markttoezicht -#### Paragraaf 1. Algemene bepaling +### Paragraaf 1. Algemene bepaling ### Artikel 27a De loodsgeldtarieven en de tarieven voor het verrichten van andere diensten die bij of krachtens de wet bij uitsluiting aan registerloodsen zijn opgedragen, onderscheidenlijk de vergoedingen voor de taken die bij of krachtens de wet aan de algemene raad of een regionale loodsencorporatie zijn opgedragen, worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk. -#### Paragraaf 2. Systeem van kostentoerekening +### Paragraaf 2. Systeem van kostentoerekening ### Artikel 27b -**1.** De ledenvergadering van de corporatie stelt in het belang van een op de kosten gebaseerde tariefstelling een toerekeningssysteem vast voor de kosten van de diensten en taken, bedoeld in artikel 27a, en de verplichtingen, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onder a. +**1.** De ledenvergadering van de corporatie stelt in het belang van een op de kosten gebaseerde tariefstelling een toerekeningssysteem vast voor de kosten van de diensten en taken, bedoeld in artikel 27a. -**2.** - -Het toerekeningssysteem bevat een omschrijving van: - -a. de wijze waarop de kosten van de diensten en taken, bedoeld in artikel 27a, in de tarieven worden doorberekend, en, -b. de wijze waarop en de frequentie waarmee reserveringen ten behoeve van de financiering van de verplichtingen, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onder a, worden gedaan. +**2.** Het toerekeningssysteem bevat een omschrijving van de wijze waarop de kosten van de diensten en taken, bedoeld in artikel 27a, in de tarieven worden doorberekend. **3.** Het toerekeningssysteem wordt opgesteld met inachtneming van het bepaalde bij en krachtens artikel 15ba, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet. -**4.** Het toerekeningssysteem behoeft de instemming van de Autoriteit Consument en Markt. Afdeling 10.2.1 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op de instemming. +**4.** Het toerekeningssysteem behoeft de instemming van de Autoriteit Consument en Markt. Afdeling 10.2.1 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op de instemming. Tevens stelt de Autoriteit Consument en Markt de methode en parameters voor de berekening van de vermogenskostenvoet bij besluit vast. -**5.** Voorafgaand aan de vaststelling van het toerekeningssysteem stelt de algemene raad vertegenwoordigers van bij ministeriële regeling aan te wijzen openbare lichamen, betrokken bij het bestuur van een of meer zeehavens en representatieve organisaties van ondernemers in het scheepvaart- en havenbedrijf in staat hun zienswijze over een ontwerp voor een toerekeningssysteem naar voren te brengen. De ledenvergadering stelt de Autoriteit Consument en Markt in kennis van de door hem ontvangen zienswijze. De ledenvergadering motiveert zijn overwegingen omtrent de ingebrachte zienswijzen. +**5.** Voorafgaand aan vaststelling van het toerekeningssysteem stelt de algemene raad de besturen van de regionale loodsencorporaties, de bij ministeriële regeling te bepalen vertegenwoordigers van rechtspersonen, betrokken bij het bestuur van een of meer zeehavens en representatieve organisaties van ondernemers in het scheepvaart- en havenbedrijf in staat hun zienswijze over een ontwerp voor een toerekeningssysteem naar voren te brengen. -**6.** De Autoriteit Consument en Markt kan de ledenvergadering opdragen een vastgesteld toerekeningssysteem te wijzigen. De ledenvergadering is verplicht aan een opdracht gevolg te geven. Het derde, vierde en vijfde lid zijn van toepassing. +**6.** De algemene raad zendt het toerekeningssysteem en de ingebrachte zienswijzen tegelijkertijd naar de Autoriteit Consument en Markt en naar degenen die op grond van het vijfde lid zijn gevraagd om een zienswijze. Daarbij is gemotiveerd of en op welke wijze de ingebrachte zienswijzen hebben geleid tot aanpassing van het toerekeningssysteem. Indien een zienswijze niet heeft geleid tot aanpassing, geeft de algemene raad de redenen daarvoor aan. -**7.** Onverminderd het zesde lid, wordt het toerekeningssysteem uiterlijk vijf jaar na de datum van inwerkingtreding herzien. +**7.** De Autoriteit Consument en Markt kan de ledenvergadering opdragen een vastgesteld toerekeningssysteem te wijzigen. De ledenvergadering is verplicht aan een opdracht gevolg te geven. Het derde en vierde lid zijn van toepassing. -#### Paragraaf 3. Voorstel tot vaststelling tarieven +**8.** Onverminderd het zevende lid, wordt het toerekeningssysteem uiterlijk vijf jaar na de datum van inwerkingtreding herzien. + +### Paragraaf 3. Voorstel tot vaststelling tarieven ### Artikel 27c -**1.** De algemene raad doet de Autoriteit Consument en Markt een voorstel voor de tarieven en vergoedingen voor de diensten en taken, bedoeld in artikel 27a. +**1.** De algemene raad doet de Autoriteit Consument en Markt een voorstel voor de tarieven en vergoedingen voor de diensten en taken, bedoeld in artikel 27a. In op grond van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen stelt de algemene raad een ingediend voorstel bij. Indien het ingediende voorstel niet wordt bijgesteld, geeft de algemene raad de redenen daarvoor aan **2.** Een voorstel als bedoeld in het eerste lid wordt opgesteld met inachtneming van het uitgangspunt dat elk afzonderlijk tarief redelijk en non-discriminatoir is. -**3.** +**3.** Een voorstel als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot de loodsgeldtarieven wordt opgesteld met inachtneming van het uitgangspunt dat de loodsgeldtarieven voor het geheel kostengeoriënteerd zijn. -Een voorstel als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot de loodsgeldtarieven wordt opgesteld met inachtneming van de volgende uitgangspunten: +**4.** Voorafgaand aan de indiening van een voorstel met betrekking tot de loodsgeldtarieven vraagt de algemene raad een zienswijze aan de besturen van de regionale loodsencorporaties, de bij ministeriële regeling te bepalen vertegenwoordigers van rechtspersonen, betrokken bij het bestuur van een of meer zeehavens en representatieve organisaties van ondernemers in het scheepvaart- en havenbedrijf. -a. de loodsgeldtarieven zijn voor het geheel kostengeoriënteerd, en, -b. bij een voorstel voor gedifferentieerde aanpassing van de tarieven per zeehavengebied wordt een bijdrage geleverd aan een meer kostengeoriënteerd tarief per individueel schip. +**5.** De algemene raad zendt een voorstel met betrekking tot de loodsgeldtarieven en de ingebrachte zienswijzen tegelijkertijd naar de Autoriteit Consument en Markt en naar degenen die op grond van het vierde lid zijn gevraagd om een zienswijze. Daarbij is gemotiveerd of en op welke wijze de ingebrachte zienswijzen hebben geleid tot aanpassing van het tariefvoorstel. Indien een zienswijze niet heeft geleid tot aanpassing, geeft de algemene raad de redenen daarvoor aan. -**4.** Voorafgaand aan de indiening van een voorstel als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot de loodsgeldtarieven vraagt de algemene raad een zienswijze aan een bij ministeriële regeling te bepalen aantal regionale overlegcommissies, bestaande uit het bestuur van de desbetreffende regionale loodsencorporatie, vertegenwoordigers van openbare lichamen, betrokken bij het bestuur van een of meer zeehavens en representatieve organisaties van ondernemers in het scheepvaart- en havenbedrijf. De ontvangen zienswijzen worden bij het voorstel gevoegd. De algemene raad motiveert in het voorstel zijn overwegingen omtrent de ingebrachte zienswijzen. +**6.** Een voorstel met betrekking tot de loodsgeldtarieven wordt jaarlijks ingediend, is mede gebaseerd op de financiële verantwoording van het aan de indiening voorafgaande kalenderjaar en heeft betrekking op het volgende kalenderjaar. -**5.** Een voorstel met betrekking tot de loodsgeldtarieven wordt jaarlijks ingediend, is mede gebaseerd op de financiële verantwoording van het aan de indiening voorafgaande kalenderjaar en heeft betrekking op het volgende kalenderjaar. - -**6.** +**7.** Een voorstel met betrekking tot de loodsgeldtarieven bevat ten minste: -a. een raming van alle in het desbetreffende kalenderjaar te leveren loodsverrichtingen per tarief en het voorgenomen kwaliteitsniveau; -b. een raming van de met de loodsverrichtingen, bedoeld onder a, te behalen omzet, die mede is gebaseerd op de daadwerkelijk gerealiseerde omzet in het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin het voorstel wordt gedaan; +a. een raming van alle in het desbetreffende kalenderjaar te loodsen scheepsreizen per tarief en het voorgenomen kwaliteitsniveau; +b. een raming van de te loodsen scheepsreizen, bedoeld onder a, te behalen omzet, die mede is gebaseerd op de daadwerkelijk gerealiseerde omzet in het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin het voorstel wordt gedaan; c. een raming van de arbeidsvergoeding die is gebaseerd op de daadwerkelijk ontvangen vergoeding in het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin het voorstel wordt gedaan; d. een raming van de wijzigingen in de kosten van de materiële vaste activa, de geraamde investeringen en het geraamde rendement; e. een raming van de overige omzet en kosten, die mede is gebaseerd op de daadwerkelijk gerealiseerde omzet en kosten in het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin het voorstel wordt gedaan; -f. een raming van de kosten, de stortingen en het rendement van de gestorte bedragen, gemoeid met de verplichtingen, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onder a, voor het desbetreffende kalenderjaar; +f. vervallen; g. een raming van de voor het desbetreffende kalenderjaar voorziene algemene besparing op de kosten; h. de voor het desbetreffende kalenderjaar voorziene correctie in verband met bestaande onregelmatigheden in de mate van kostendekkendheid van de tarieven voor de verschillende zeehavengebieden; i. een verrekening van het verschil tussen de geraamde en de daadwerkelijk uitgevoerde wijzigingen in de materiële activa en investeringen in het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin het voorstel wordt gedaan; -j. een onderbouwing van de ramingen, bedoeld onder a tot en met g. +j. een onderbouwing van de ramingen, bedoeld onder a tot en met g; +k. een verrekening van te veel gedane stortingen gedaan voor het kunnen voldoen aan verplichtingen die voortvloeien uit het functioneel leeftijdspensioen van registerloodsen en uit het krachtens collectieve arbeidsovereenkomst toegekend recht op functioneel leeftijdsontslag van het personeel, belast met de uitvoering van de in het artikel 26, eerste lid, onderdeel b, bedoelde taken. -**7.** Een voorstel als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot andere tarieven dan de loodsgeldtarieven is voor elk afzonderlijk tarief kostengeoriënteerd. Een voorstel bevat een onderbouwde raming van de kosten en omzet voor elke afzonderlijke dienst of taak. +**8.** Indien een besluit ter vaststelling van de loodsgeldtarieven als bedoeld in artikel 27f, eerste lid, is of wordt herzien, bevat het eerstvolgende in te dienen voorstel, bedoeld in het zevende lid, tevens een verrekening van het verschil in omzet tussen de tarieven die in rekening zijn gebracht op basis van het eerdere tariefbesluit en de tarieven in het laatstelijk overeenkomstig artikel 27f, eerste lid, vastgestelde tariefbesluit. -#### Paragraaf 4. Enige bij de vaststelling van de tarieven in aanmerking te nemen bijzondere factoren +**9.** De algemene raad maakt bij het voorstel, bedoeld in het zevende lid, aannemelijk dat het voorstel in voldoende mate bijdraagt aan het bereiken van de meest efficiënte werkwijze voor registerloodsen en de productiviteit en kwaliteit van de loodsdienstverlening. + +**10.** Een voorstel als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot andere tarieven dan de loodsgeldtarieven is voor elk afzonderlijk tarief kostengeoriënteerd. Een voorstel bevat een onderbouwde raming van de kosten en omzet voor elke afzonderlijke dienst of taak. + +### Artikel 27ca + +**1.** Indien het geraamde aantal te loodsen scheepsreizen, bedoeld in artikel 27c, zevende lid, onderdeel a, hoger is dan het geraamde aantal te loodsen scheepsreizen waarop het geldende tariefbesluit is gebaseerd, bevat een voorstel of bijstelling van een voorstel als bedoeld in artikel 27c, eerste lid, tevens een alternatieve berekening met inachtneming van de efficiencykorting. + +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt de wijze bepaald waarop de alternatieve berekening, bedoeld in het eerste lid, plaatsvindt. + +### Paragraaf 4. Enige bij de vaststelling van de tarieven in aanmerking te nemen bijzondere factoren ### Artikel 27d -**1.** Bij algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de vaststelling van kostengeoriënteerde loodsgeldtarieven zeehavengebieden aangewezen, worden nadere regels gesteld met betrekking tot de redelijkheid, bedoeld in artikel 27c, tweede lid, de kostenoriëntatie, bedoeld in artikel 27c, derde lid, onder a, en kunnen overige maatstaven voor de structuur van deze tarieven worden geregeld. Bij deze maatregel kunnen taken en bevoegdheden aan de Autoriteit Consument en Markt worden opgedragen. +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de vaststelling van kostengeoriënteerde loodsgeldtarieven zeehavengebieden aangewezen, worden nadere regels gesteld met betrekking tot de redelijkheid, bedoeld in artikel 27c, tweede lid, de kostenoriëntatie, bedoeld in artikel 27c, derde lid, en kunnen overige maatstaven voor de structuur van deze tarieven worden geregeld. Bij deze maatregel kunnen taken en bevoegdheden aan de Autoriteit Consument en Markt worden opgedragen. **2.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt een jaarlijkse indexering van de uurtarieven van de arbeidsvergoeding vastgesteld. -**3.** Bij ministeriële regeling wordt een bij de vaststelling van de loodsgeldtarieven in acht te nemen correctiefactor vastgesteld in verband met bestaande onevenwichtigheden in de mate van kostendekkendheid van de loodsgeldtarieven in de verschillende zeehavengebieden. +**3.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt een jaarlijks indexcijfer voor de prijzen vastgesteld. + +**4.** Bij ministeriële regeling wordt een bij de vaststelling van de loodsgeldtarieven in acht te nemen correctiefactor vastgesteld in verband met bestaande onevenwichtigheden in de mate van kostendekkendheid van de loodsgeldtarieven in de verschillende zeehavengebieden. **4.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de samenstelling van de regionale overlegcommissies, bedoeld in artikel 27c, vierde lid. ### Artikel 27e -**1.** De Autoriteit Consument en Markt stelt bij besluit een schema vast voor de stortingen ten behoeve van de financiering van de verplichtingen, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onder a. +Vervallen -**2.** De Autoriteit Consument en Markt kan bij besluit een bij de vaststelling van de loodsgeldtarieven in acht te nemen correctiefactor vaststellen in verband met de evenwichtige wijze van financiering van de verplichtingen, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onder a. Voorafgaand aan het nemen van het besluit wint de Autoriteit Consument en Markt het advies in van een actuaris. - -**3.** Besluiten als bedoeld in het eerste en tweede lid worden bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant. - -#### Paragraaf 5. Vaststelling van de tarieven en voorwaarden +### Paragraaf 5. Vaststelling van de tarieven en voorwaarden ### Artikel 27f -**1.** De Autoriteit Consument en Markt stelt voor elk kalenderjaar bij besluit de loodsgeldtarieven vast. +**1.** De Autoriteit Consument en Markt stelt voor elk kalenderjaar bij besluit de loodsgeldtarieven vast en gaat daarbij uit van het voorstel op basis van artikel 27c, dan wel artikel 27ca dat resulteert in de laagste loodsgeldtarieven. **2.** De Autoriteit Consument en Markt stelt bij besluit de tarieven en vergoedingen voor de overige diensten en taken, bedoeld in artikel 27a, vast. @@ -454,7 +476,7 @@ j. een onderbouwing van de ramingen, bedoeld onder a tot en met g. De Autoriteit Consument en Markt stelt een besluit als bedoeld in artikel 27f, eerste en tweede lid, vast in afwijking van het desbetreffende voorstel, indien het voorstel naar het oordeel van de Autoriteit Consument en Markt: -a. niet voldoet aan de bij of krachtens de artikelen 27c tot en met 27e gestelde eisen; +a. niet voldoet aan de bij of krachtens de artikelen 27c tot en met 27d gestelde eisen; b. in onvoldoende mate bijdraagt aan het bereiken van de meest efficiënte werkwijze van registerloodsen en de productiviteit en kwaliteit van de loodsdienstverlening, of, c. niet is gebaseerd op een redelijk rendement op investeringen. @@ -473,7 +495,7 @@ b. zijn vastgesteld met inachtneming van onjuiste of onvolledige gegevens en de **2.** De voorwaarden hebben slechts betrekking op de kwaliteit van de dienstverlening en zijn non-discriminatoir. -**3.** Voorafgaand aan de vaststelling van deze voorwaarden nodigt de Autoriteit Consument en Markt de algemene raad uit haar een voorstel daarvoor te doen. Artikel 27c, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. +**3.** Voorafgaand aan de vaststelling van deze voorwaarden nodigt de Autoriteit Consument en Markt de algemene raad uit haar een voorstel daarvoor te doen. Artikel 27c, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 27i @@ -481,38 +503,38 @@ b. zijn vastgesteld met inachtneming van onjuiste of onvolledige gegevens en de **2.** De registerloods en de samenwerkingsverbanden van registerloodsen die ter uitvoering van het bepaalde krachtens artikel 15, eerste lid, onder b, zijn of worden opgericht zijn verplicht de overeenkomstig artikel 27h vastgestelde voorwaarden te hanteren. -#### Paragraaf 6. Financiële verantwoording en vergelijkend onderzoek +### Paragraaf 6. Verantwoording ### Artikel 27j **1.** -De algemene raad stelt jaarlijks voor 1 mei een financiële verantwoording op over het voorafgaande kalenderjaar die bestaat uit: +De algemene raad stelt jaarlijks een financiële verantwoording op over het voorafgaande kalenderjaar die bestaat uit: -a. een exploitatierekening van de diensten en taken, bedoeld in artikel 27a, met inbegrip van een verantwoording van de omzet; +a. een exploitatierekening van de diensten en taken, bedoeld in artikel 27a, met inbegrip van een verantwoording van de omzet; b. een overzicht van de aan de exploitatie van die diensten en taken toegerekende materiële vaste activa; c. een verantwoording van de gehanteerde afschrijvingsmethoden en afschrijvingstermijnen; -d. een verantwoording van de uitgaven, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onder a; -e. een verantwoording van de stortingen die zijn gedaan ten behoeve van toekomstige uitgaven, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onder a; -f. een verantwoording van de algemene besparing, bedoeld in artikel 27c, zesde lid, onder g; -g. een toelichting op de stukken, bedoeld onder a tot en met f; -h. een verklaring van een onafhankelijke accountant als bedoeld in artikel 393 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. +d. een verantwoording van de algemene besparing, bedoeld in artikel 27c, zevende lid, onder g; +e. een toelichting op de stukken, bedoeld onder a tot en met d; en +f. een verklaring van een onafhankelijke accountant als bedoeld in artikel 393 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. -**2.** De algemene raad draagt jaarlijks voor 1 mei zorg voor een verantwoording over het gerealiseerde kwaliteitsniveau van de diensten en taken, bedoeld in artikel 27a, over het voorafgaande kalenderjaar. Voorafgaand aan de vaststelling van de verantwoording vraagt de algemene raad een zienswijze van de bij ministeriële regeling aan te wijzen openbare lichamen, betrokken bij het bestuur van een of meer zeehavens, bestuursorganen belast met het nautisch beheer van een of meer zeehavens en representatieve organisaties van ondernemers in het scheepvaart- en havenbedrijf. De ontvangen zienswijzen worden bij de verantwoording gevoegd. De algemene raad motiveert in de verantwoording zijn overwegingen omtrent de ingebrachte zienswijzen. +**2.** De algemene raad draagt jaarlijks zorg voor een verantwoording over het gerealiseerde kwaliteitsniveau van de diensten en taken, bedoeld in artikel 27a, over het voorafgaande kalenderjaar. Voorafgaand aan de vaststelling van de verantwoording vraagt de algemene raad een zienswijze aan de besturen van de regionale loodsencorporatie, de bij ministeriële regeling aan te wijzen rechtspersonen, betrokken bij het bestuur van een of meer zeehavens, bestuursorganen belast met het nautisch beheer van een of meer zeehavens en representatieve organisaties van ondernemers in het scheepvaart- en havenbedrijf. -**3.** De algemene raad zendt de verantwoordingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, vergezeld van de ontvangen zienswijzen, gelijktijdig aan de Autoriteit Consument en Markt. +**3.** De algemene raad zendt de verantwoording over het gerealiseerde kwaliteitsniveau tegelijkertijd naar de Autoriteit Consument en Markt en naar degenen die op grond van het tweede lid zijn gevraagd om een zienswijze. Daarbij is gemotiveerd welke overwegingen zijn gemaakt ten aanzien van de ingebrachte zienswijzen. + +**4.** De algemene raad nodigt de bij ministeriële regeling aan te wijzen rechtspersonen, betrokken bij het bestuur van een of meer zeehavens, bestuursorganen belast met het nautisch beheer van een of meer zeehavens en representatieve organisaties van ondernemers in het scheepvaart- en havenbedrijf uit om gezamenlijk te bepalen op welke wijze afspraken gemaakt worden ten aanzien van in ieder geval de te leveren kwaliteit van de loodsdienstverrichting door registerloodsen. + +### Artikel 27ja + +**1.** De algemene raad en het bestuur van een regionale corporatie verstrekt desgevraagd aan Onze Minister alle voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. + +**2.** Onverminderd het eerste lid zendt de algemene raad de verantwoording over het gerealiseerde kwaliteitsniveau, bedoeld in artikel 27j, tweede lid, naar Onze Minister. ### Artikel 27k -**1.** De algemene raad voert in het belang van de bevordering van de meest efficiënte werkwijze van registerloodsen en de heffing van redelijke, non-discriminatoire en kostengeoriënteerde tarieven eens per twee jaar een vergelijkend onderzoek uit naar de hoogte van de loodsgeldtarieven, de methode van kostentoerekening, het gerealiseerde kwaliteitsniveau en de productiviteitsontwikkeling. +Vervallen -**2.** Het vergelijkend onderzoek heeft in elk geval betrekking op de loodsgeldtarieven die geheven worden in Nederland, Vlaanderen en de Bondsrepubliek Duitsland. De Autoriteit Consument en Markt kan andere landen of havengebieden aanwijzen die in het onderzoek moeten worden betrokken. - -**3.** Het onderzoeksverslag bevat een toelichting op de geconstateerde verschillen. - -**4.** Het onderzoeksverslag wordt aan de Autoriteit Consument en Markt gezonden. - -#### Paragraaf 7. Nadere regelgeving +### Paragraaf 7. Nadere regelgeving ### Artikel 27l @@ -522,214 +544,270 @@ Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent: a. de inrichting en de mate van detaillering van het toerekeningssysteem, bedoeld in artikel 27b; b. de termijn waarbinnen een vastgesteld toerekeningssysteem ter verkrijging van instemming aan de Autoriteit Consument en Markt wordt gezonden; -c. het tijdstip waarop de voorstellen, bedoeld in de artikelen 27c en 27h moeten zijn gedaan, en daarbij over te leggen stukken; +c. het tijdstip waarop de voorstellen, bedoeld in de artikelen 27c en 27h, en de bijstelling van het voorstel, bedoeld in artikel 27c, moeten zijn gedaan, en daarbij over te leggen stukken; d. de termijn waarbinnen de vaststelling van de tarieven plaatsvindt; -e. de inrichting en de mate van detaillering van de verantwoordingen, bedoeld in artikel 27j. +e. de inrichting en de mate van detaillering van de verantwoordingen, bedoeld in artikel 27j; +f. het tijdstip waarop de alternatieve berekening, bedoeld in artikel 27ca, moet zijn gedaan; +g. het tijdstip waarop de financiële verantwoording en de verantwoordingen over het gerealiseerde kwaliteitsniveau, bedoeld in artikel 27j, moet zijn gedaan. -**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de inrichting en mate van detaillering van het vergelijkend onderzoek, bedoeld in artikel 27k. +**2.** Bij de maatregel, bedoeld in het eerste lid, kunnen taken en bevoegdheden aan de Autoriteit Consument en Markt worden opgedragen. -**3.** Bij de maatregel, bedoeld in het eerste lid, kunnen taken en bevoegdheden aan de Autoriteit Consument en Markt worden opgedragen. +## Hoofdstuk VII. Tuchtrechtspraak -### Hoofdstuk VII. Tuchtrechtspraak - -#### Paragraaf 1. Tuchtvergrijpen en maatregelen +### Paragraaf 1. Algemeen ### Artikel 28 -**1.** +**1.** De registerloods is onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk registerloods niet betaamt, ter zake van enige overtreding van een verordening of van een krachtens een verordening gegeven nader voorschrift als bedoeld in artikel 15. -De registerloods is onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enige overtreding van een verordening of van de krachtens een verordening gegeven nadere voorschriften, als bedoeld in artikel 15. Voor een dergelijke overtreding kan een van de volgende maatregelen worden opgelegd: +**2.** De tuchtrechtspraak in eerste aanleg wordt uitgeoefend door het tuchtcollege loodsen. -a. berisping; -b. geldboete van ten hoogste € 2 250; -c. schorsing of beperking van de bevoegdheid voor de duur van ten hoogste één jaar; -d. verval of beperking van de bevoegdheid. +**3.** De tuchtrechtspraak in hoger beroep wordt uitgeoefend door het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven beslist in hoogste ressort. -**2.** Indien een geldboete is opgelegd, komt de te betalen geldsom toe aan de Staat. Betaling van de geldsom geschiedt aan Onze Minister. De geldsom moet binnen zes weken na de datum waarop de uitspraak van het tuchtcollege onherroepelijk is geworden worden betaald. Voor de toepassing van titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de uitspraak van het tuchtcollege aangemerkt als beschikking als bedoeld in artikel 4:86 van die wet. In de uitspraak van het tuchtcollege kunnen twee of meer termijnen worden vastgesteld waarin de geldsom moet worden voldaan. - -**3.** Onze Minister is bevoegd tot uitvaardiging van een dwangbevel tot invordering van de verschuldigde geldsom. - -**4.** De betekening en de tenuitvoerlegging van een dwangbevel geschieden door de zorg van de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990 en door de belastingdeurwaarder, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel j, van die wet met toepassing van de artikelen 13 en 14 van die wet. - -**5.** Zolang de ontvanger met de zorg voor de invordering is belast, kan hij een vordering doen op grond van artikel 19 van de Invorderingswet 1990 alsmede verrekenen op grond van artikel 24 van die wet. - -**6.** Met betrekking tot het verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel is artikel 17 van de Invorderingswet 1990 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in dat artikel voor "de ontvanger die het dwangbevel heeft uitgevaardigd" telkens moet worden gelezen: de met de tenuitvoerlegging van het dwangbevel belaste ontvanger. - -**7.** Met betrekking tot de kosten van aanmaning en verdere invordering zijn de artikelen 6 en 7 van de Invorderingswet 1990 van overeenkomstige toepassing. - -#### Paragraaf 2. Tuchtcollege loodsen +### Paragraaf 2. Tuchtcollege loodsen ### Artikel 29 -**1.** Er is een tuchtcollege loodsen dat is gevestigd te 's-Gravenhage. +**1.** Het tuchtcollege loodsen bestaat uit een voorzitter en vier leden. Er kunnen een of meer plaatsvervangende voorzitters en leden zijn. -**2.** Het tuchtcollege loodsen is belast met de behandeling van zaken als bedoeld in artikel 28. +**2.** Het tuchtcollege loodsen heeft een secretaris en kan een of meer plaatsvervangende secretarissen hebben. -**3.** +**3.** De voorzitter, leden en hun plaatsvervangers worden door Onze Minister benoemd voor een periode van vier jaren en zijn terstond herbenoembaar. De benoemingstermijn van degene die wordt benoemd ter vervulling van een tussentijdse vacature, eindigt bij het verstrijken van de benoemingstermijn van degene in wiens plaats hij is getreden. -Het tuchtcollege loodsen bestaat uit een voorzitter en vier registerloodsen. +**4.** Tussen de voorzitter, de leden, de secretaris en hun plaatsvervangers bestaat geen nauwe persoonlijke betrekking. -Tot voorzitter kan worden benoemd degene: +**5.** -a. aan wie op grond van het afsluitend examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs door een universiteit dan wel de Open Universiteit, waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, de graad Bachelor op het gebied van het recht en tevens de graad Master op het gebied van het recht is verleend, of -b. die op grond van het afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het recht aan een universiteit dan wel de Open Universiteit, waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, het recht heeft verkregen om de titel meester te voeren. +Benoembaar tot voorzitter of plaatsvervangend voorzitter zijn degenen: + +a. aan wie op grond van het afsluitend examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs door een universiteit dan wel de Open Universiteit, waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, de graad van Bachelor op het gebied van het recht en tevens de graad van Master op het gebied van het recht is verleend, of +b. die op grond van het afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het recht aan een universiteit dan wel de Open Universiteit, waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, het recht hebben verkregen om de titel meester te voeren. + +**6.** Uit iedere regionale corporatie wordt op een voordracht van het bestuur van die regionale corporatie een registerloods benoemd, die geen lid of plaatsvervangend lid van het bestuur van die betreffende regionale loodsencorporatie is. + +**7.** Onze Minister verleent aan de voorzitter en zijn plaatsvervanger in elk geval ontslag met ingang van de maand, volgende op die waarin zij de leeftijd van zeventig jaren hebben bereikt, en op eigen verzoek tussentijds. + +**8.** Het lidmaatschap van leden van het tuchtcollege vervalt van rechtswege indien een lid benoemd wordt in het bestuur van een regionale loodsencorporatie of bij het verlies van de hoedanigheid van registerloods. ### Artikel 30 -**1.** De voorzitter en de overige leden, alsmede voor elk hunner een of meer plaatsvervangers worden voor de tijd van zes jaren benoemd door Onze Minister. Zij zijn bij hun aftreden weer benoembaar. Op eigen verzoek kunnen zij door Onze Minister worden ontslagen. De benoemingstermijn van hem die wordt benoemd ter vervulling van een tussentijdse vacature, eindigt bij het verstrijken van de benoemingstermijn van degene in wiens plaats hij is getreden. - -**2.** De voorzitter moet voldoen aan de vereisten voor benoeming tot rechter in een rechtbank. Uit iedere regionale corporatie wordt een registerloods benoemd uit een voordracht van het bestuur van een regionale corporatie welke ten minste twee personen bevat die behoren tot de betreffende regionale corporatie en geen lid of plaatsvervangend lid van dat bestuur zijn. - -**3.** Voor de in het eerste lid bedoelde plaatsvervangers is het bepaalde in het tweede lid van overeenkomstige toepassing. - -**4.** - -Het tuchtcollege loodsen heeft een secretaris en zo nodig een plaatsvervangend secretaris: - -a. aan wie op grond van een afsluitend examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs door een universiteit dan wel de Open Universiteit, waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, de graad Bachelor op het gebied van het recht en tevens de graad Master op het gebied van het recht is verleend, of -b. die op grond van het afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het recht aan een universiteit dan wel de Open Universiteit, waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, het recht heeft verkregen om de titel meester te voeren. - -Zij worden door Onze Minister benoemd, geschorst en ontslagen. - -**5.** De voorzitter en de secretaris, alsmede hun plaatsvervangers, worden in ieder geval ontslagen met ingang van de maand volgend op die waarin zij de leeftijd van zeventig jaar hebben bereikt. - -### Artikel 31 - -**1.** Echtgenoten of geregistreerde partners, bloedverwanten of aanverwanten tot de derde graad ingesloten, kunnen niet tezamen zijn voorzitter of plaatsvervangend voorzitter, lid of plaatsvervangend lid en secretaris van het tuchtcollege loodsen. - -**2.** Indien het huwelijk of het geregistreerd partnerschap eerst mocht worden aangegaan na de benoeming, zal de jongstbenoemde der echtelieden of geregistreerde partners zijn ambt niet kunnen behouden. - -**3.** Indien de aanverwantschap eerst mocht zijn ontstaan na de benoeming, zal degene, die haar veroorzaakte, zijn ambt niet kunnen behouden, behoudens door Onze Minister te verlenen vergunning. - -**4.** De aanverwantschap houdt op door de ontbinding van het huwelijk of het geregistreerd partnerschap dat haar veroorzaakte. - -### Artikel 32 - -Het in de artikelen 46c, onderdelen b en c, 46ca, eerste lid, onderdeel d, 46d, tweede lid, 46f, 46l, eerste lid, aanhef en onder a, en derde lid, 46m, 46o, en 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren voor de leden van de rechterlijke macht bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de leden van het tuchtcollege loodsen en hun plaatsvervangers. - -De artikelen 13a, 13b, uitgezonderd het eerste lid, onderdelen b en c, en vierde lid, en 13c tot en met 13g van de Wet op de rechterlijke organisatie zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van gedragingen van de leden van het tuchtcollege loodsen en hun plaatsvervangers, met dien verstande dat: - -a. voor de overeenkomstige toepassing van die artikelen onder «het betrokken gerechtsbestuur» wordt verstaan: de voorzitter van het tuchtcollege loodsen; en -b. de procureur-generaal niet verplicht is aan het verzoek, bedoeld in artikel 13a, te voldoen, indien de verzoeker redelijkerwijs onvoldoende belang heeft bij een onderzoek als bedoeld in datzelfde artikel. - -### Artikel 33 - -**1.** De voorzitter is bevoegd ambtshalve aan de leden en hun plaatsvervangers, die de waardigheid van hun ambt, hun ambtsbezigheden of ambtsplichten verwaarlozen of die zich schuldig maken aan overtreding van artikel 34, de nodige waarschuwing te doen, na hen in de gelegenheid te hebben gesteld om te worden gehoord. - -**2.** De voorzitter van het College als bedoeld krachtens artikel 44, heeft gelijke bevoegdheid ten aanzien van de voorzitter van het tuchtcollege loodsen en diens plaatsvervangers. - -### Artikel 34 - -**1.** Zij die deel uitmaken van het tuchtcollege loodsen en hun plaatsvervangers mogen zich noch direct noch indirect over enige aangelegenheid, welke door hen behandeld wordt of waarvan zij weten of vermoeden dat deze door hen behandeld zal worden, in enig bijzonder onderhoud of gesprek inlaten met partijen of hun raadslieden of gemachtigden, noch daarover enige bijzondere inlichting of schriftelijk stuk aannemen. - -**2.** Het is hen die deel uitmaken van het tuchtcollege loodsen en hun plaatsvervangers verboden hetgeen zij als zodanig te weten zijn gekomen verder bekend te maken dan voor de uitoefening van hun functie wordt gevorderd. De verplichting tot geheimhouding geldt niet tegenover ambtenaren, voor zover mededeling aan hen op grond van een wettelijk voorschrift is vereist. - -**3.** Zij die deel uitmaken van het tuchtcollege loodsen en hun plaatsvervangers zijn verplicht het geheim te bewaren omtrent de gevoelens die in de raadkamer over aanhangige zaken zijn geuit. - -**4.** Het eerste, tweede en derde lid gelden ook voor de secretaris van het tuchtcollege loodsen en zijn plaatsvervanger. - -### Artikel 35 - -De voorzitter, de overige leden en de secretaris, alsmede hun plaatsvervangers, ontvangen een vacatiegeld, alsmede vergoeding van reis- en verblijfkosten en van verdere verschotten, volgens door Onze Minister te stellen regels. - -#### Paragraaf 3. Rechtsgang - -### Artikel 36 - -Het tuchtcollege loodsen houdt zitting in de samenstelling als genoemd in artikel 29, derde lid. - -### Artikel 37 - -**1.** Een zaak betreffende een onderwerp als bedoeld in artikel 28, eerste lid, wordt bij het tuchtcollege loodsen aanhangig gemaakt door een schriftelijke klacht van de algemene raad, het bestuur van een regionale corporatie of van degene die rechtstreeks in zijn belang is getroffen. - -**2.** Zodra een klacht is ingekomen stelt de voorzitter een voorlopig onderzoek in. De organen van de corporatie of een regionale corporatie verlenen daarbij desgevraagd medewerking. - -**3.** Blijkt dat de klacht is ingediend door iemand die daartoe niet ingevolge het eerste lid bevoegd is, dan verklaart de voorzitter van het tuchtcollege loodsen de klager zonder nader onderzoek bij met reden omklede beslissing schriftelijk niet ontvankelijk. Blijkt dat de klacht kennelijk ongegrond is in die zin, dat de feiten waarop zij berust niet tot toepassing van artikel 28, eerste lid, kunnen leiden, dan kan de voorzitter van het tuchtcollege loodsen zonder verder onderzoek de klacht bij met reden omklede beslissing schriftelijk afwijzen. Blijkt dat het tuchtcollege loodsen onbevoegd is, dan wijst de voorzitter van het tuchtcollege loodsen de klacht bij met reden omklede beslissing schriftelijk af. - -**4.** Intrekken van de klacht, nadat deze is ingekomen, of staking van de werkzaamheden door de persoon over wie geklaagd is, heeft op de verdere behandeling geen invloed, wanneer naar het oordeel van het tuchtcollege loodsen het algemeen belang dat vermoedelijk is geschonden vordert dat de behandeling wordt voortgezet of wanneer degene over wie geklaagd is, schriftelijk heeft verklaard voortzetting van de behandeling van de klacht te verlangen. - -### Artikel 38 - -**1.** Zij die deel uitmaken van het tuchtcollege loodsen kunnen zich verschonen en kunnen worden gewraakt, indien te hunnen aanzien feiten of omstandigheden bestaan, waardoor in het algemeen de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. - -**2.** Over wraking of verschoning wordt ten spoedigste beslist door hen die deel uitmaken van het tuchtcollege loodsen, met uitzondering van degene die wordt gewraakt of die verlangt zich te verschonen. Bij staking van stemmen wordt de wraking onderscheidenlijk de verschoning toegewezen. - -### Artikel 39 - -**1.** De behandeling van een zaak, betreffende een onderwerp als bedoeld in artikel 28, eerste lid, door het tuchtcollege loodsen geschiedt in een openbare zitting, tenzij het tuchtcollege loodsen om gewichtige redenen beveelt dat de behandeling van de zaak geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren zal plaatsvinden. Het bevel daartoe houdt de overwegingen in waarop het steunt. - -**2.** De voorzitter is belast met de handhaving van de orde ter zitting en kan daartoe de nodige maatregelen treffen. - -**3.** De beslissing in een door het tuchtcollege loodsen behandelde zaak wordt door de voorzitter in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de secretaris. - -**4.** Van tijd en plaats van een openbare zitting of van een openbare uitspraak wordt ten minste twee weken en ten hoogste vier weken tevoren in de *Staatscourant* mededeling gedaan. - -### Artikel 40 - -**1.** Behoudens in de gevallen, als bedoeld in artikel 37, derde lid, neemt het tuchtcollege loodsen geen beslissing aangaande een ingediende klacht dan na verhoor, althans behoorlijke oproeping van de persoon over wie geklaagd is en van de klager. - -**2.** De persoon over wie geklaagd is kan, tenzij het tuchtcollege loodsen beveelt dat hij in persoon zal verschijnen, zich ter terechtzitting doen vertegenwoordigen door een advocaat of een daartoe schriftelijk gemachtigd persoon. Hij kan zich door een raadsman doen bijstaan. - -**3.** Het tuchtcollege loodsen kan weigeren bepaalde personen die geen advocaat zijn, als gemachtigde of als raadsman toe te laten. Bij zodanige weigering houdt het tuchtcollege loodsen de zaak tot een volgende zitting aan. - -**4.** De persoon over wie geklaagd is en zijn raadsman worden in de gelegenheid gesteld ten minste veertien dagen voor de aanvang van het onderzoek op de terechtzitting van de processtukken kennis te nemen. - -### Artikel 41 - -**1.** Het tuchtcollege loodsen kan, hetzij op verzoek van de persoon over wie geklaagd is, hetzij op verzoek van de klager, hetzij ambtshalve, getuigen en deskundigen oproepen en horen. De oproeping geschiedt bij aangetekende brief. Ieder die als getuige of deskundige is opgeroepen, is verplicht aan de oproeping gevolg te geven. - -**2.** Verschijnt een getuige of een deskundige op de oproeping niet, dan doet de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag op verzoek van het tuchtcollege loodsen hem dagvaarden. - -**3.** Verschijnt een getuige of deskundige op de dagvaarding niet, dan doet de officier, bedoeld in het vorige lid, op verzoek van het tuchtcollege loodsen hem andermaal dagvaarden, desverzocht met bevel tot medebrenging. - -**4.** Artikel 6:1:5 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing. - -**5.** De getuigen leggen in handen van de voorzitter van het tuchtcollege loodsen de eed of belofte af dat zij de gehele waarheid en niets dan de waarheid zullen zeggen. De getuigen zijn verplicht getuigenis af te leggen, de deskundigen hun diensten als zodanig te verlenen. - -**6.** Ten aanzien van de getuigen en deskundigen zijn de artikelen 217 tot en met 219 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing. - -**7.** De getuigen en deskundigen ontvangen desgevraagd op vertoon van hun oproeping of dagvaarding schadeloosstelling overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de Wet tarieven in strafzaken (*Stb.* 1963, 130). - -### Artikel 42 - -**1.** De beslissing van het tuchtcollege loodsen aangaande een ingediende klacht houdt de overweging in waarop zij steunt en wordt op schrift gesteld. +**1.** De artikelen 46c, onderdelen b en c, 46ca, eerste lid, onderdeel d, 46d, tweede lid, 46f, 46g, 46i, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, en tweede lid, 46l, eerste lid, aanhef en onderdeel a, 46m, 46o en 46p, eerste tot en met vijfde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de voorzitter, de leden en hun plaatsvervangers. **2.** -De secretaris van het tuchtcollege loodsen zendt van de beslissing van het tuchtcollege loodsen onverwijld bij aangetekende brief afschrift: +De artikelen 13a, 13b, met uitzondering van het eerste lid, onderdelen b en c, en vierde lid, en 13c tot en met 13g van de Wet op de rechterlijke organisatie zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van gedragingen van de voorzitter, de leden en hun plaatsvervangers, met dien verstande dat: -a. aan de persoon over wie geklaagd is; +a. voor de overeenkomstige toepassing van die artikelen onder «het betrokken gerechtsbestuur» wordt verstaan: de voorzitter van het tuchtcollege; en +b. de procureur-generaal niet verplicht is aan het verzoek, bedoeld in artikel 13a, te voldoen, indien de verzoeker redelijkerwijs onvoldoende belang heeft bij een onderzoek als bedoeld in datzelfde artikel. + +### Artikel 31 + +**1.** De secretaris en plaatsvervangend secretaris zijn voor de uitoefening van hun taken uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de voorzitter. + +**2.** De secretaris en plaatsvervangend secretaris worden door Onze Minister benoemd, geschorst en ontslagen. Schorsing en ontslag vindt plaats op voordracht van de voorzitter. + +**3.** Artikel 29, vijfde lid, is op de secretaris en plaatsvervangend secretaris van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 32 + +**1.** De voorzitter, de secretaris, de leden en hun plaatsvervangers ontvangen vacatiegeld, alsmede een vergoeding van reis- en verblijfkosten en van andere verschotten. + +**2.** Het in het eerste lid bedoeld vacatiegeld, de reis- en verblijfskosten en andere verschotten worden overeenkomstig Hoofdstuk VIA, bij ministeriële regeling vastgesteld. + +### Artikel 33 + +**1.** De voorzitter, de leden en de secretaris, alsmede hun plaatsvervangers, mogen zich niet op enige wijze inlaten met partijen of hun raadslieden of gemachtigden over enige zaak die bij het tuchtcollege loodsen aanhangig is, of waarvan zij weten of kunnen vermoeden dat deze bij het tuchtcollege loodsen aanhangig zal worden gemaakt. + +**2.** De voorzitter, de leden en de secretaris, alsmede hun plaatsvervangers zijn verplicht tot geheimhouding van de gegevens waarover zij bij de uitoefening van hun taak de beschikking krijgen en waarvan zij het vertrouwelijk karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of uit hun taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. + +**3.** De voorzitter, de leden en de secretaris, alsmede hun plaatsvervangers zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen in de raadkamer over aanhangige zaken is geuit. + +### Paragraaf 3. De procedure in eerste aanleg + +### Artikel 34 + +**1.** Een zaak wordt in eerste aanleg bij het tuchtcollege loodsen aanhangig gemaakt door een schriftelijke klacht van de algemene raad, het bestuur van een regionale loodsencorporatie of van degene die rechtstreeks in zijn belang is getroffen. + +**2.** + +Een klacht bevat ten minste de volgende gegevens: + +a. de naam, het adres en de woonplaats van de klager; +b. de naam en, voor zover bekend, het adres en de woonplaats van de registerloods op wie de klacht betrekking heeft; en +c. een omschrijving van de gedraging, waarop de klacht betrekking heeft en de bezwaren daartegen. + +**3.** De organen van de corporatie of een regionale loodsencorporatie verlenen desgevraagd hun medewerking bij de behandeling van de klacht door het tuchtcollege loodsen. + +**4.** Indien de klacht wordt ingediend na verloop van drie jaar na de dag waarop de klager heeft kennisgenomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van de gedraging waarop de klacht betrekking heeft, wordt de klacht niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring blijft achterwege indien de gevolgen van de gedraging pas nadien bekend zijn geworden. In dat geval verloopt de termijn voor het indienen van een klacht een jaar na de datum waarop de gevolgen redelijkerwijs als bekend geworden zijn aan te merken. + +### Artikel 35 + +**1.** De voorzitter kan een klacht na een summier onderzoek terstond afwijzen bij een met redenen omklede schriftelijke beslissing indien hij van oordeel is dat de klager kennelijk niet-ontvankelijk is, dan wel de klacht kennelijk ongegrond of het tuchtcollege loodsen onbevoegd is. + +**2.** De secretaris zendt onverwijld een afschrift van de beslissing van de voorzitter aan de registerloods over wie geklaagd is, aan de klager en aan de algemene raad. + +**3.** De klager en de algemene raad kunnen binnen twee weken na de dag van verzending van de beslissing van de voorzitter tot afwijzing van een klacht schriftelijk verzet doen bij het tuchtcollege. Ten gevolge van het verzet vervalt de eerdere beslissing van de voorzitter. + +**4.** De voorzitter brengt klachten die niet door hem zijn afgewezen onverwijld ter kennis van het tuchtcollege loodsen. + +**5.** Intrekken van de klacht, nadat deze is ingediend, of staking van de werkzaamheden door de registerloods over wie geklaagd is, heeft op de verdere behandeling van de klacht geen invloed, wanneer naar het oordeel van het tuchtcollege loodsen het algemeen belang dat vermoedelijk is geschonden vordert dat de behandeling wordt voortgezet of wanneer degene over wie geklaagd is, schriftelijk heeft verklaard voortzetting van de behandeling van de klacht te verlangen. + +### Artikel 36 + +**1.** Aan de behandeling van een zaak door het tuchtcollege loodsen nemen deel de voorzitter of zijn plaatsvervanger en vier leden of hun plaatsvervanger, waarvan een uit elke regionale loodsencorporatie. + +**2.** De voorzitter en de leden kunnen zich verschonen en kunnen worden gewraakt indien er te hunnen aanzien feiten of omstandigheden bestaan, waardoor de onpartijdigheid van het tuchtcollege loodsen schade zou kunnen lijden. + +**3.** Het tuchtcollege loodsen beslist zo spoedig mogelijk over een verzoek tot verschoning of wraking. Aan de besluitvorming wordt niet deelgenomen door de voorzitter of het lid waarop het verzoek betrekking heeft. Indien het verzoek betrekking heeft op de voorzitter, neemt een plaatsvervangend voorzitter deel aan de besluitvorming. Bij staking van stemmen wordt het verzoek tot verschoning of wraking toegewezen. + +### Artikel 37 + +**1.** Zodra het tuchtcollege loodsen een klacht in behandeling heeft genomen, zendt de secretaris een afschrift van de klacht aan de registerloods waartegen de klacht zich richt. + +**2.** De registerloods waartegen de klacht zich richt kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift van de klacht, als bedoeld in het eerste lid, een verweerschrift indienen. De voorzitter kan deze termijn op verzoek van de registerloods verlengen. + +**3.** De secretaris zendt een afschrift van het verweerschrift aan de klager. + +### Artikel 38 + +**1.** De voorzitter bepaalt het tijdstip en de locatie voor de mondelinge behandeling van de zaak ter zitting. De secretaris draagt zorg voor de tijdige publicatie van deze informatie op de door de algemene raad ter beschikking gestelde internetsite. + +**2.** De secretaris roept de klager en de registerloods waartegen de klacht zich richt ten minste twee weken voorafgaand aan de datum van de zitting bij aangetekende brief op voor de zitting. + +**3.** De behandeling van een klacht door het tuchtcollege loodsen, geschiedt in een openbare zitting, tenzij het tuchtcollege loodsen om gewichtige redenen beveelt dat de behandeling van de zaak geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren zal plaatsvinden. Het bevel daartoe houdt de overwegingen in waarop het steunt. + +**4.** De registerloods, waartegen de klacht zich richt, is verplicht aan de oproeping, bedoeld in het tweede lid, gevolg te geven. Indien hij na oproeping niet ter zitting verschijnt, kan het tuchtcollege loodsen de officier van justitie verzoeken hem te dagvaarden. Hij is verplicht na dagvaarding te verschijnen. + +**5.** Indien de registerloods waartegen de klacht zich richt, op de dagvaarding niet ter zitting verschijnt, doet de officier van justitie hem op verzoek van het tuchtcollege loodsen dagvaarden, met bevel tot medebrenging. Artikel 556 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing. + +**6.** De registerloods waartegen de klacht zich richt, kan zich door een raadsman doen bijstaan. + +**7.** Het tuchtcollege loodsen kan weigeren personen die geen advocaat zijn als raadsman of als gemachtigde ter zitting toe te laten. Bij een zodanige weigering houdt het tuchtcollege loodsen de zaak tot een volgende zitting aan. + +**8.** Het tuchtcollege loodsen stelt de registerloods waartegen de klacht zich richt en zijn raadsman ten minste twee weken voor de zitting in de gelegenheid om van alle op de zaak betrekking hebbende stukken kennis te nemen. + +**9.** De secretaris maakt van het verhandelde ter zitting een proces-verbaal op dat door de voorzitter en de secretaris wordt ondertekend. + +**10.** De kosten die samenhangen met de mondelinge behandeling van de zaak ter zitting komen ten laste van de algemene raad. + +### Artikel 39 + +**1.** Het tuchtcollege loodsen kan, hetzij op verzoek van de registerloods waartegen de klacht zich richt, hetzij op verzoek van de klager, hetzij ambtshalve, getuigen en deskundigen voor de zitting oproepen en horen. + +**2.** De secretaris roept getuigen en deskundigen bij aangetekende brief voor de zitting op. Eenieder die als getuige of deskundige door het tuchtcollege loodsen is opgeroepen, is verplicht aan die oproeping gevolg te geven. + +**3.** Indien een getuige of deskundige na oproeping niet ter zitting verschijnt, doet de officier van justitie hem op verzoek van het tuchtcollege loodsen dagvaarden. Hij is verplicht na dagvaarding te verschijnen. + +**4.** Indien een getuige of deskundige op de dagvaarding niet ter zitting verschijnt, doet de officier van justitie hem op verzoek van het tuchtcollege loodsen dagvaarden, met bevel tot medebrenging. Artikel 556 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing. + +**5.** De voorzitter beëdigt getuigen om de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen. Getuigen zijn verplicht op de gestelde vragen te antwoorden. + +**6.** De voorzitter beëdigt deskundigen om hun taak naar geweten te vervullen. Deskundigen zijn verplicht de door het tuchtcollege loodsen gevorderde diensten te bewijzen. + +**7.** Ten aanzien van de getuigen en deskundigen zijn de artikelen 217 tot en met 219 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing. + +**8.** De getuigen en deskundigen ontvangen desgevraagd op vertoon van hun oproep of dagvaarding een door de voorzitter vast te stellen schadeloosstelling overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de Wet tarieven in strafzaken. Deze schadeloosstelling komt ten laste van de corporatie. + +### Artikel 40 + +**1.** + +Het tuchtcollege loodsen kan, indien het van oordeel is dat een tegen een registerloods ingediende klacht geheel of gedeeltelijk gegrond is, een of meer van de volgende tuchtmaatregelen opleggen: + +a. waarschuwing; +b. berisping; +c. geldboete van ten hoogste de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht; +d. schorsing of beperking van de bevoegdheid voor een periode van ten hoogste één jaar; +e. definitief vervallen of beperken van de bevoegdheid; +f. veroordeling in de kosten die de klager in verband met de behandeling van de klacht redelijkerwijs heeft moeten maken; of +g. veroordeling in de overige kosten die in verband met de behandeling van de tuchtzaak zijn gemaakt. + +**2.** Het tuchtcollege loodsen kan een klacht gegrond verklaren zonder oplegging van een tuchtmaatregel als bedoeld in het eerste lid. + +**3.** Bij het opleggen van een geldboete als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, en een veroordeling in de kosten als bedoeld in onderdeel f en g, bepaalt het tuchtcollege loodsen de wijze waarop, en het termijn of de termijnen waarbinnen aan die tuchtmaatregel worden voldaan. De te betalen geldboete komt toe aan de Staat. Voor de toepassing van titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de uitspraak van het tuchtcollege loodsen aangemerkt als een beschikking als bedoeld in artikel 4:86 van die wet. Indien niet binnen de gestelde termijn aan de opgelegde tuchtmaatregel wordt voldaan, kan het tuchtcollege loodsen ambtshalve beslissen de registerloods aan wie een in de eerste zin bedoelde tuchtmaatregel is opgelegd, na hem in de gelegenheid te hebben gesteld te worden gehoord, op deze grond een of meer andere tuchtmaatregelen als bedoeld in het eerste lid op te leggen. + +**4.** Bij het opleggen van de tuchtmaatregelen, genoemd in het eerste lid, onder c en d, kan het tuchtcollege loodsen bepalen dat deze geheel of ten dele niet ten uitvoer worden gelegd, tenzij het tuchtcollege loodsen bij een latere beslissing anders mocht bepalen op grond van het feit dat de registerloods aan wie de tuchtmaatregelen zijn opgelegd, zich voor het einde van een bij die oplegging te bepalen proeftijd van ten hoogste twee jaren heeft gedragen in strijd met een verordening of krachtens een verordening gegeven nader voorschrift als bedoeld in artikel 15. + +**5.** De tuchtmaatregelen, genoemd in het eerste lid onder c, d, e, f en g, kunnen eerst ten uitvoer worden gelegd nadat de beslissing van het tuchtcollege loodsen onherroepelijk is geworden. + +### Artikel 41 + +**1.** De beslissing van het tuchtcollege loodsen berust op een deugdelijke motivering. + +**2.** De voorzitter bepaalt het tijdstip en de locatie voor de openbare zitting waarin de beslissing van het tuchtcollege loodsen zal worden uitgesproken. De secretaris draagt zorg voor de tijdige publicatie van deze informatie op de door de algemene raad ter beschikking gestelde internetsite. + +**3.** Indien de registerloods waartegen de klacht zich richt, niet ter zitting is verschenen, kan het tuchtcollege loodsen bij verstek uitspraak doen. + +**4.** + +De secretaris zendt onverwijld een afschrift van de schriftelijke beslissing van het tuchtcollege loodsen bij aangetekende brief aan: + +a. de registerloods, tegen wie de klacht zich richt; b. aan de klager; c. aan de algemene raad. -**3.** De secretaris van het tuchtcollege loodsen zendt van een beslissing van de voorzitter onverwijld bij aangetekende brief afschrift aan de klager. +**5.** De secretaris publiceert een geanonimiseerd afschrift van de schriftelijke beslissing van het tuchtcollege loodsen op een daartoe ter beschikking gestelde internetsite. -**4.** De secretaris van het tuchtcollege loodsen verstrekt desgevraagd aan de gerechten en het openbaar ministerie inlichtingen omtrent onherroepelijke beslissingen. +### Paragraaf 4. De procedure in hoger beroep + +### Artikel 42 + +Tegen een beslissing van het tuchtcollege loodsen kan binnen zes weken na de dag van de verzending van de in artikel 41, vierde lid, bedoelde brief hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven: + +a. door de registerloods indien de klacht die tegen hem is ingediend geheel of ten dele gegrond is verklaard; +b. door de klager; of +c. door de algemene raad. ### Artikel 43 -Beslissingen van het tuchtcollege loodsen, genomen met een ander aantal personen of in een andere samenstelling dan is voorgeschreven, zijn nietig. +**1.** Het hoger beroep wordt ingesteld bij beroepschrift. Bij het beroepschrift wordt overgelegd een afschrift van de schriftelijke beslissing van het tuchtcollege loodsen, waartegen het hoger beroep is gericht. + +**2.** De griffier van het College van Beroep voor het bedrijfsleven zendt binnen een week na ontvangst van het beroepschrift een afschrift daarvan aan de registerloods waartegen de klacht zich richt, aan de klager en de algemene raad, voor zover het hoger beroep niet door hen is ingesteld, alsmede aan de secretaris van het tuchtcollege loodsen. + +**3.** De secretaris van het tuchtcollege loodsen zendt binnen drie weken na ontvangst van het afschrift van het beroepschrift alle stukken die op de zaak betrekking hebben aan de griffier van het College van Beroep voor het bedrijfsleven. + +**4.** Het College van Beroep voor het bedrijfsleven behandelt de zaak opnieuw in volle omvang. Op de behandeling in hoger beroep zijn de artikelen 35, eerste, tweede en derde lid, 36, tweede en derde lid, 37, 38, met uitzondering van de tweede volzin van het eerste lid, 39, 40 en 41 van overeenkomstige toepassing. + +### Paragraaf 5. Herziening ### Artikel 44 -De artikelen 1, onderdeel b, 3, 4, eerste lid, 5, 31 tot en met 43 en 44 eerste lid, van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop die wet werd ingetrokken zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: +**1.** -a. van artikel 4, eerste lid, slechts de minimumboete van overeenkomstige toepassing is; -b. onder «de voorzitter van het bedrijfslichaam» in die artikelen telkens moet worden verstaan: de algemene raad of het bestuur van een regionale corporatie. +Het College van Beroep voor het bedrijfsleven kan op verzoek van een registerloods aan wie een tuchtmaatregel is opgelegd een onherroepelijk geworden beslissing van het tuchtcollege loodsen of van het College van Beroep voor het bedrijfsleven herzien op grond van feiten of omstandigheden die: -#### Paragraaf 4. Overige bepalingen +a. het tuchtcollege loodsen of het College van Beroep voor het bedrijfsleven bij de behandeling van de zaak ter zitting niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en die +b. indien zij het tuchtcollege loodsen of het College van Beroep voor het bedrijfsleven bij de behandeling van de zaak ter zitting wel bekend zouden zijn geweest, tot een andere beslissing zouden hebben kunnen leiden. + +**2.** Op de behandeling van het verzoek tot herziening zijn de artikelen 35, eerste, tweede en derde lid, 36, tweede en derde lid, 37, 38, tweede tot en met negende lid, 39, 40 en 41, eerste, derde, vierde en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing. + +**3.** Aan de behandeling van het verzoek tot herziening ter zitting van het College van Beroep voor het bedrijfsleven nemen geen leden deel die hebben deelgenomen aan de behandeling van de zaak, waarvan de herziening wordt verzocht. + +### Paragraaf 6. De procedure inzake het spoedshalve schorsen + +### Artikel 44a + +**1.** Op verzoek van de algemene raad of het bestuur van een regionale loodsencorporatie kan het tuchtcollege loodsen de registerloods jegens wie een ernstig vermoeden is gerezen van een handelen of nalaten waardoor enig krachtens artikel 15 beschermd belang ernstig is geschaad of dreigt te worden geschaad, met onmiddellijke ingang schorsen voor een periode van ten hoogste een jaar in de uitoefening van zijn bevoegdheid indien het door artikel 15 beschermde belang dit vergt. Het tuchtcollege loodsen beslist niet dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de registerloods en de voorzitter van de regionale loodsencorporatie waartoe de registerloods behoort. + +**2.** Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan ook worden ingediend ingeval een registerloods zich in voorlopige hechtenis bevindt of deze bij nog niet onherroepelijk of onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens een misdrijf is veroordeeld dan wel hem bij een dergelijke uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft, met dien verstande dat alleen een schorsing kan worden uitgesproken voor de duur van de vrijheidsbeneming. De griffier van het gerecht dat een van de in de eerste volzin genoemde beslissingen neemt, geeft van die beslissing kennis aan de voorzitter van de regionale loodsencorporatie waartoe de registerloods behoort. + +**3.** De voorzitter van de regionale loodsencorporatie stelt de betrokken registerloods schriftelijk op de hoogte van het in het eerste en tweede lid bedoelde verzoek, alsmede van de gronden waarop het verzoek rust. + +**4.** Het tuchtcollege loodsen beslist binnen veertien dagen nadat het verzoek overeenkomstig het eerste of tweede lid aan hem ter kennis is gebracht. Het tuchtcollege loodsen kan deze termijn ten hoogste eenmaal verlengen met eenzelfde termijn. + +**5.** Indien de klacht tegen de registerloods op grond waarvan het ernstige vermoeden is gerezen niet reeds schriftelijk ter kennis is gebracht van het tuchtcollege, bepaalt het tuchtcollege bij zijn beslissing op het in het eerste lid bedoelde verzoek tevens een redelijke termijn van niet langer dan zes weken, waarbinnen de algemene raad of het bestuur van een regionale loodsencorporatie de klacht schriftelijk ter kennis van het tuchtcollege brengt. Bij overschrijding van deze termijn vervalt de beslissing op het in het eerste lid bedoelde verzoek van rechtswege. Het tuchtcollege kan op schriftelijk verzoek van de algemene raad of het bestuur van een regionale loodsencorporatie de termijn ten hoogste eenmaal verlengen met een door hem te bepalen redelijke termijn van niet langer dan zes weken. De artikelen 28 tot en met 41 zijn van overeenkomstige toepassing met uitzondering van artikelen 34, derde lid, 37, tweede lid, 38, tweede en achtste lid, en 40. + +**6.** Op verzoek van de betrokken registerloods kan het tuchtcollege loodsen te allen tijde de op grond van het eerste lid opgelegde schorsing opheffen. Hij beslist niet dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de registerloods en de voorzitter van de regionale loodsencorporatie waartoe de registerloods behoort. ### Artikel 45 -Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld inzake: +**1.** Tegen een beslissing op grond van artikel 44a, eerste, tweede en vijfde lid, kunnen de betrokken registerloods, de algemene raad en het bestuur van de regionale loodsencorporatie waartoe de registerloods behoort binnen zes weken na verzending van een afschrift van de beslissing hoger beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Artikel 43 is van overeenkomstige toepassing. -a. de tenuitvoerlegging van de maatregelen, vermeld in artikel 28, eerste lid, onderdelen *a, c* en *d*; -b. de klachten, als bedoeld in artikel 37; -c. de rechtsgang, welke waarborgen geven voor een deugdelijke berechting. +**2.** Het hoger beroep schorst niet de werking van de beslissing waartegen het is gericht. -### Hoofdstuk VIIA. Toezicht op de naleving +## Hoofdstuk VIIA. Toezicht op de naleving -#### Paragraaf 1. Algemene bepaling +### Paragraaf 1. Algemene bepaling ### Artikel 45a @@ -739,7 +817,7 @@ c. de rechtsgang, welke waarborgen geven voor een deugdelijke berechting. **3.** De toezichthouders beschikken niet over de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht. -#### Paragraaf 2. De Autoriteit Consument en Markt +### Paragraaf 2. De Autoriteit Consument en Markt ### Artikel 45b @@ -759,15 +837,15 @@ Vervallen Indien door Onze Minister vast te stellen beleidsregels betrekking hebben op de interpretatie van mededingingsbegrippen stelt Onze Minister die beleidsregels vast in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken. -### Hoofdstuk VIIB. Handhaving +## Hoofdstuk VIIB. Handhaving -#### Paragraaf 1. Overtredingen markttoezicht +### Paragraaf 1. Overtredingen markttoezicht ### Artikel 45f **1.** -In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 27c, 27i, 27j, 27k en 27l, eerste lid, kan de Autoriteit Consument en Markt de overtreder: +In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 27b, eerste en zevende lid, 27c, 27ca, 27i, 27j en 27l, eerste lid, kan de Autoriteit Consument en Markt de overtreder: a. een bestuurlijke boete opleggen; b. een last onder dwangsom opleggen. @@ -776,31 +854,31 @@ b. een last onder dwangsom opleggen. **3.** De bestuurlijke boete die ingevolge het tweede lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden. -#### Paragraaf 2. Overtredingen medewerkingsplicht +### Paragraaf 2. Overtredingen medewerkingsplicht ### Artikel 45g Vervallen -#### Paragraaf 3. Overtreding verzegeling +### Paragraaf 3. Overtreding verzegeling ### Artikel 45h Vervallen -#### Paragraaf 4. Onderzoek +### Paragraaf 4. Onderzoek ### Artikel 45i Vervallen -#### Paragraaf 5. Coördinatie begrippen +### Paragraaf 5. Coördinatie begrippen ### Artikel 45j Vervallen -#### Paragraaf 6. Bijzondere bepaling inzake bestuurlijke boetes +### Paragraaf 6. Bijzondere bepaling inzake bestuurlijke boetes ### Artikel 45k @@ -810,19 +888,17 @@ Vervallen **3.** Een voldoening als bedoeld in het eerste en tweede lid heeft voorrang boven de bij en krachtens artikel 26 en de krachtens de artikelen 15a, tweede lid, en 15b, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet gestelde regels en voorschriften. -### Hoofdstuk VIII. Dwang-, straf- en opsporingsbepalingen +## Hoofdstuk VIII. Dwang-, straf- en opsporingsbepalingen ### Artikel 46 **1.** Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens artikel 9, eerste lid, onder a, onder 1° en 2°, en tweede lid, artikel 13, eerste lid, onder a, onder 1°, en onder b, artikel 15, eerste lid, onder b, 2°, 21, zesde lid, en artikel 26. Van het besluit wordt mededeling gedaan aan de corporatie onderscheidenlijk de regionale corporatie. -**2.** De Autoriteit Consument en Markt is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 27b, eerste en zesde lid, en 27l, eerste lid, onder a en b. Van het besluit wordt mededeling gedaan aan de corporatie. - -**3.** Van de krachtens het eerste of tweede lid genomen maatregelen wordt binnen tweemaal vierentwintig uur een schriftelijk verslag opgemaakt dat onverwijld in afschrift wordt gezonden aan de belanghebbenden alsmede aan de algemene raad onderscheidenlijk het bestuur van de regionale corporatie. +**2.** Van de krachtens het eerste lid genomen maatregelen wordt binnen tweemaal vierentwintig uur een schriftelijk verslag opgemaakt dat onverwijld in afschrift wordt gezonden aan de belanghebbenden alsmede aan de algemene raad onderscheidenlijk het bestuur van de regionale corporatie. ### Artikel 47 -**1.** Overtreding van de bepalingen, gesteld krachtens artikel 2, derde lid, voor zover daarbij uitdrukkelijk als strafbaar feit aangewezen, of overtreding van artikel 4, tweede lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de derde categorie. +**1.** Overtreding van de bepalingen, gesteld krachtens artikel 2, zesde lid, voor zover daarbij uitdrukkelijk als strafbaar feit aangewezen, of overtreding van artikel 4, tweede lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de derde categorie. **2.** De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. @@ -851,7 +927,7 @@ b. verval of beperking van de bevoegdheid als registerloods onderscheidenlijk ve Vervallen -### Hoofdstuk IX. Bijzondere bepalingen +## Hoofdstuk IX. Bijzondere bepalingen ### Artikel 50 @@ -875,17 +951,17 @@ Vervallen Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. -**1.** Onze Minister is bevoegd aanwijzingen te geven aan de registerloodsen met betrekking tot de beschikbaarheid voor het verrichten van de in artikel 2, eerste en tweede lid, bedoelde diensten en het verrichten van die diensten alsmede aan de organen van de corporatie en de regionale corporaties met betrekking tot het verzorgen van de hun bij of krachtens deze wet opgedragen taken ten aanzien van de door de registerloodsen te verlenen diensten. +**1.** Onze Minister is bevoegd aanwijzingen te geven aan de registerloodsen met betrekking tot de beschikbaarheid voor het verrichten van de in artikel 2, eerste tot en met vijfde lid bedoelde diensten en het verrichten van die diensten alsmede aan de organen van de corporatie en de regionale corporaties met betrekking tot het verzorgen van de hun bij of krachtens deze wet opgedragen taken ten aanzien van de door de registerloodsen te verlenen diensten. -**2.** De bepalingen gesteld krachtens artikel 2, derde lid, en de bepalingen gesteld bij of krachtens verordeningen als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdelen a en b, vinden geen toepassing, voor zover zij onverenigbaar zijn met krachtens het eerste lid gegeven aanwijzingen. +**2.** De bepalingen gesteld krachtens artikel 2, zesde lid, en de bepalingen gesteld bij of krachtens verordeningen als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdelen a en b, vinden geen toepassing, voor zover zij onverenigbaar zijn met krachtens het eerste lid gegeven aanwijzingen. ### Artikel 53 -Het bij of krachtens de Oorlogswet voor Nederland aangewezen militair gezag is bevoegd om indien de beperkte of de algemene noodtoestand is afgekondigd, in afwijking van de bepalingen gesteld bij of krachtens deze wet, regels te stellen met betrekking tot de beschikbaarheid van registerloodsen voor het verrichten van diensten als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, en het door registerloodsen verrichten van die diensten, alsmede met betrekking tot het door de organen van de corporatie en de regionale corporaties verzorgen van de hun bij of krachtens deze wet opgedragen taken ten aanzien van de door de registerloodsen te verlenen diensten, voor zover zulks met het oog op de uitvoering van de militaire taak ter handhaving van de uitwendige of inwendige veiligheid noodzakelijk is. +Het bij of krachtens de Oorlogswet voor Nederland aangewezen militair gezag is bevoegd om indien de beperkte of de algemene noodtoestand is afgekondigd, in afwijking van de bepalingen gesteld bij of krachtens deze wet, regels te stellen met betrekking tot de beschikbaarheid van registerloodsen voor het verrichten van diensten als bedoeld in artikel 2, eerste tot en met vijfde lid en het door registerloodsen verrichten van die diensten, alsmede met betrekking tot het door de organen van de corporatie en de regionale corporaties verzorgen van de hun bij of krachtens deze wet opgedragen taken ten aanzien van de door de registerloodsen te verlenen diensten, voor zover zulks met het oog op de uitvoering van de militaire taak ter handhaving van de uitwendige of inwendige veiligheid noodzakelijk is. ### Artikel 54 -**1.** Een registerloods die als gevolg van een aanwijzing als bedoeld in artikel 52, eerste lid, wordt beperkt in zijn mogelijkheden tot het verrichten van diensten als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, en daardoor onevenredig financieel nadeel ondervindt, wordt door Onze Minister een naar billijkheid te bepalen vergoeding toegekend, die wordt berekend volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels. +**1.** Een registerloods die als gevolg van een aanwijzing als bedoeld in artikel 52, eerste lid, wordt beperkt in zijn mogelijkheden tot het verrichten van diensten als bedoeld in artikel 2, eerste tot en met vijfde lid en daardoor onevenredig financieel nadeel ondervindt, wordt door Onze Minister een naar billijkheid te bepalen vergoeding toegekend, die wordt berekend volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels. **2.** Ingeval artikel 53 toepassing vindt, kan aan de corporatie een vergoeding worden toegekend die wordt berekend volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels. Deze regels kunnen afwijken van het bepaalde bij of krachtens artikel 26. @@ -895,11 +971,11 @@ Het bij of krachtens de Oorlogswet voor Nederland aangewezen militair gezag is b **2.** De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. -### Hoofdstuk X. Overige bepalingen +## Hoofdstuk X. Overige bepalingen ### Artikel 56 -**1.** Het stellen van regels krachtens de artikelen 2, derde lid, 5, eerste lid, en 9, tweede lid, kan dienen ter uitvoering van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie. +**1.** Het stellen van regels krachtens de artikelen 2, zesde lid, 5, eerste lid, en 9, tweede lid, kan dienen ter uitvoering van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie. **2.** Daarbij wordt afgeweken van het bepaalde in deze wet, voor zover de bepalingen van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie daartoe nopen. @@ -919,99 +995,51 @@ Vervallen ### Artikel 59 -De algemene raad en het bestuur van een regionale corporatie, alsmede degene op wie een verplichting rust als bedoeld in artikel 46, eerste lid, zijn verplicht Onze Minister de inlichtingen te verstrekken die hij nodig acht om te kunnen beoordelen of aanleiding bestaat tot toepassing van artikel 46, eerste lid. +**1.** De algemene raad en het bestuur van een regionale corporatie, alsmede degene op wie een verplichting rust als bedoeld in artikel 46, eerste lid, zijn verplicht Onze Minister de inlichtingen te verstrekken die hij nodig acht om te kunnen beoordelen of aanleiding bestaat tot toepassing van artikel 46, eerste lid. -### Hoofdstuk XA. Rechtsbescherming +**2.** Indien op basis van de verstrekte inlichtingen niet kan worden beoordeeld of er aanleiding bestaat tot toepassing van artikel 46, eerste lid, kan Onze Minister een nader onderzoek instellen. + +**3.** De algemene raad en het bestuur van een regionale corporatie, alsmede degene op wie een verplichting rust als bedoeld in artikel 46, eerste lid, zijn verplicht om aan dat onderzoek alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs kan worden gevorderd. ### Artikel 60 Vervallen -## Titel II - ### Artikel 61 -**1.** De Loodswet 1957 (*Stb.* 292) wordt ingetrokken. - -**2.** Bij koninklijk besluit kunnen voorafgaand aan het tijdstip, waarop het eerste lid in werking treedt, afzonderlijke artikelen van de Loodswet 1957 worden ingetrokken. - -## Titel III +Vervallen ### Artikel 62 -In de artikelen 63, 65, 67 en 68, wordt onder overgangsdatum verstaan: - -a. voor degenen, bedoeld in artikel 63, eerste lid, onderdeel *a,* en tweede lid: de datum waarop artikel 3, van de Loodswet 1957 wordt ingetrokken; -b. voor degenen, bedoeld in artikel 63, eerste lid, onderdeel *b*: de datum waarop artikel 2, derde lid, van de Loodswet 1957 wordt ingetrokken; -c. voor degenen, bedoeld in artikel 63, derde lid: de datum waarop artikel 9, onderdeel *a,* van de Loodswet 1957 wordt ingetrokken. +Vervallen ### Artikel 63 -**1.** - -Op hun verzoek worden in het register ingeschreven degenen die, zonder te voldoen aan het bepaalde krachtens artikel 22, eerste lid, op de dag voorafgaande aan de overgangsdatum: - -a. hetzij loods zijn als bedoeld in artikel 3 van de Loodswet 1957; -b. hetzij gemeentelijke havenloods zijn als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Loodswet 1957. - -**2.** Op hun verzoek worden degenen die op de dag voorafgaande aan de overgangsdatum adspirant-loods zijn als bedoeld in artikel 6 van het Algemeen Loodsreglement (*Stb.* 1932, 433), of als zodanig zijn aangesteld, aangemerkt als adspirant-loods als bedoeld in artikel 19, eerste lid. Zij hebben het recht op een leerovereenkomst als bedoeld in artikel 19, eerste lid,onderdeel *b*, met een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen regionale corporatie, ingaande op de overgangsdatum. - -**3.** Degenen die op de dag voorafgaande aan de overgangsdatum behoren tot het personeel van de loodsdienst als bedoeld in artikel 4 van het Algemeen Loodsreglement, en op wie het eerste of tweede lid niet van toepassing is, hebben het recht om in dienst te treden bij een door Onze Minister aan te wijzen rechtspersoon op een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, ingaande op de overgangsdatum. Dit geldt eveneens voor het personeel in dienst van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat onderscheidenlijk van een gemeente die een functie vervullen ten behoeve van de uitoefening van de loodsdienst en waarvan de functie als zodanig is aangewezen door Onze Minister. Voor het personeel in dienst van een gemeente vindt die aanwijzing plaats in overeenstemming met het bestuur van die gemeente. Aanwijzing van de rechtspersoon vindt plaats in overeenstemming met het bestuur van die rechtspersoon. - -**4.** De arbeidsovereenkomst als bedoeld in het derde lid, geldt voor onbepaalde tijd indien het personeelslid was aangesteld in vaste dienst of voor onbepaalde tijd in tijdelijke dienst, dan wel werkzaam was voor onbepaalde tijd op arbeidsovereenkomst. Indien het personeelslid was aangesteld of werkzaam was op arbeidsovereenkomst voor een bepaalde tijd, geldt de arbeidsovereenkomst voor de niet verstreken tijd van de tijdelijke dienst of de arbeidsovereenkomst. - -**5.** De arbeidsovereenkomst betreft een funktie welke overeenkomt met de funktie welke het personeelslid laatstelijk vervulde in dienst van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat onderscheidenlijk in dienst van de gemeente, behoudens ten aanzien van de door Onze Minister nader te bepalen funkties. - -**6.** De voorwaarden van de arbeidsovereenkomst zullen in het geheel ten minste overeenkomen met die welke voor het personeelslid golden uit hoofde van zijn dienstbetrekking bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Dit geldt op overeenkomstige wijze voor het personeel van de gemeente. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken, ter zake nadere regels vaststellen. - -**7.** De krachtens het derde lid aangewezen rechtspersoon is gehouden de arbeidsovereenkomst aan te gaan zonder nadere selectie of keuring. - -**8.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken, ter uitvoering van het eerste, tweede en derde lid, nadere regels vaststellen. +Vervallen ### Artikel 64 -Degenen die krachtens artikel 63, eerste lid, worden ingeschreven in het loodsenregister, degenen die een leerovereenkomst als bedoeld in artikel 63, tweede lid, hebben gesloten, en degenen die een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 63, derde lid, hebben gesloten, zijn met ingang van de datum van die inschrijving onderscheidenlijk van ingang van die overeenkomst van rechtswege eervol ontslagen uit het dienstverband met het Rijk onderscheidenlijk uit het dienstverband met de betreffende gemeente. +Vervallen ### Artikel 65 -**1.** Met ingang van de overgangsdatum verkrijgen de in artikel 64 bedoelde personen aanspraken jegens een bij verordening aan te wijzen pensioenfonds onderscheidenlijk een door het bestuur van de rechtspersoon als bedoeld in artikel 63, derde lid, aan te wijzen fonds als bedoeld in artikel 1 van de Pensioen- en Spaarfondsenwet (*Stb.* 1981, 18), welke gelijkwaardig zijn aan die welke deze personen op de overgangsdatum krachtens de Algemene burgerlijke pensioenwet (*Stb.* 1986, 540) hebben jegens het Algemeen burgerlijk pensioenfonds, en neemt het hiervoor bedoelde fonds de daarmee verband houdende verplichtingen op zich. - -**2.** Bij toepassing van het eerste lid vervallen de aanspraken van de in dat lid bedoelde personen krachtens de Algemene burgerlijke pensioenwet en de daaruit voortvloeiende verplichtingen van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds jegens die personen op de overgangsdatum. - -**3.** Bij toepassing van het eerste lid draagt de directie van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds op de overgangsdatum aan het in dat lid bedoelde fonds een bedrag aan middelen over waarvan Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat, van Financiën en van Binnenlandse Zaken gezamenlijk, de directie van het fonds en de Commissie bedoeld in artikel L16 van de Algemene burgerlijke pensioenwet, gehoord, de hoogte bepalen aan de hand van de rechten die krachtens de Algemene burgerlijke pensioenwet bij het fonds zijn opgebouwd ten behoeve van de in het eerste lid bedoelde personen. - -**4.** Onze Minister en Onze Minister van Financiën geven in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken regels met betrekking tot de uitvoering van het bepaalde in de voorgaande leden. +Vervallen ### Artikel 66 -**1.** Indien de vaststelling van het bedrag, bedoeld in artikel 65, derde lid, niet plaatsvindt in overeenstemming met de krachtens het eerste lid van dat artikel aangewezen pensioenfondsen, kunnen bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld betreffende het ondervangen van nadeel in de opbouw van pensioen, dat voor personen als bedoeld in artikel 63, mogelijkerwijs ontstaat als gevolg van het in artikel 64 bedoelde ontslag. - -**2.** Degene bij wie het pensioen van een persoon als bedoeld in artikel 63, is verzekerd, alsmede de rechtspersoon als bedoeld in artikel 63, derde lid, zijn verplicht desgevraagd aan Onze Minister binnen een door deze te stellen termijn de gegevens te verschaffen waarvan kennisneming naar het oordeel van Onze Minister nodig is in verband met het voorbereiden of uitvoeren van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid. - -**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de vergoeding van kosten, verbonden aan het verschaffen van gegevens als bedoeld in het tweede lid. +Vervallen ### Artikel 67 -**1.** Onze Minister kan verordeningen als bedoeld in artikel 15, eerste lid, voor de eerste maal als ministeriële regeling vaststellen, voor zover deze, naar het oordeel van Onze Minister, op de overgangsdatum, bedoeld in artikel 62, onderdeel *a*, in werking dienen te treden. Zij blijven, behoudens eerdere intrekking door Onze Minister, van kracht totdat zij bij verordening zijn ingetrokken en vervangen. +Onze Minister kan verordeningen als bedoeld in artikel 15, eerste lid, voor de eerste maal als ministeriële regeling vaststellen, voor zover deze, naar het oordeel van Onze Minister, op de datum waarop artikel 3, van de Loodswet 1957 wordt ingetrokken, in werking dienen te treden. Zij blijven, behoudens eerdere intrekking door Onze Minister, van kracht totdat zij bij verordening zijn ingetrokken en vervangen. -**2.** Onze Minister benoemt, in overeenstemming met de meerderheid van de personen als bedoeld in artikel 63, eerste lid, voor de eerste maal de voorzitter van de corporatie. Dit geldt overeenkomstig voor het bestuur van een regionale corporatie. Deze benoemingen gelden voor ten hoogste negentig dagen. Binnen die termijn geven de ledenvergadering van de corporatie onderscheidenlijk de ledenvergadering van een regionale corporatie uitvoering aan artikel 8, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 12, derde lid. - -**3.** Overdracht van de eigendom van de roerende en onroerende goederen van het Rijk die worden gebruikt ten behoeve van de uitoefening van de loodsdienst, vindt van rechtswege plaats. Onze Minister en Onze Minister van Financiën wijzen deze goederen aan. - -**4.** - -Onze Minister bepaalt in overeenstemming met de corporatie: - -a. de organisaties aan wie de goederen worden overgedragen; en -b. de datum waarop de overdracht plaatsvindt. - -**5.** Onze Minister en Onze Minister van Financiën bepalen in overeenstemming met de organisaties, bedoeld in het vierde lid, onderdeel *a,* de waarde van de aangewezen goederen. +## Hoofdstuk XI. Overgangsrecht en evaluatie ### Artikel 68 -**1.** De rechtspersoon die is aangewezen krachtens artikel 63, derde lid, is gehouden het geheel van de taken van het personeel als bedoeld in artikel 63, derde lid, voor zover die tot de overgangsdatum door Onze Minister onderscheidenlijk de gemeente in eigen beheer zijn verzorgd, gedurende een termijn van ten minste vijf jaren na de overgangsdatum eveneens in eigen beheer te verzorgen. De corporatie is, behoudens bij toepassing van het tweede lid, gehouden om bij of krachtens de verordening als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel *b*, 2°, hiermee rekening te houden. +**1.** Wanneer de algemene raad voor de eerste maal na inwerkingtreding van de Wet actualisatie markttoezicht registerloodsen een voorstel als bedoeld in artikel 27c, derde lid, doet, is de raming, bedoeld in artikel 27c, zevende lid, onderdeel c, gebaseerd op de voor het jaar 2015 geldende hoogte, vermeerderd met de indexering vastgesteld krachtens artikel 27d, tweede lid. -**2.** Onze Minister kan het bestuur van de rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken, ontheffing verlenen van het eerste lid, indien dat bestuur voldoende garanties heeft verkregen voor het behoud van de werkgelegenheid van het betrokken personeel als bedoeld in artikel 63, derde lid, tot afloop van de in het eerste lid genoemde termijn. +**2.** Bij ministeriële regeling wordt de voor het jaar 2015 geldende hoogte van de integrale uurtarieven vastgesteld. ### Artikel 68a @@ -1029,11 +1057,29 @@ Een samenwerkingsverband van registerloodsen, opgericht ter uitvoering van artik De artikelen 68a en 68b vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. -## Titel IV - ### Artikel 69 -De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld. +De op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet actualisatie markttoezicht registerloodsen geldende loodsgeldtarieven, vastgesteld krachtens artikel 27f van de Loodsenwet, zoals dat artikel luidde voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet actualisatie markttoezicht registerloodsen, blijven van kracht tot het tijdstip waarop het besluit in werking treedt, waarbij het desbetreffende tarief voor de eerste maal met toepassing van de door eerdergenoemde wet gewijzigde artikelen is vastgesteld. + +### Artikel 69a + +Hoofdstuk VIA van de Loodsenwet, zoals deze luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet actualisatie markttoezicht registerloodsen, blijft van kracht ten aanzien van: + +a. een toerekeningssysteem waarmee de Autoriteit Consument en Markt voor dat tijdstip heeft ingestemd, als bedoeld in artikel 27b, en een voor dat tijdstip ingediend voorstel als bedoeld in artikelen 27c, eerste lid,; +b. de mogelijkheid om bezwaar te maken of beroep in te stellen tegen enig besluit op grond van dit hoofdstuk dat op het tijdstip van inwerkingtreding eerdergenoemde wet nog niet onherroepelijk is; +c. de behandeling van het bezwaar of het beroep gericht tegen enig besluit op grond van dit hoofdstuk dat voor het tijdstip van inwerkingtreding van eerdergenoemde wet is gemaakt, onderscheidenlijk ingesteld; +d. de behandeling van het bezwaar of het beroep dat op of na het tijdstip van inwerkingtreding van eerdergenoemde wet is gemaakt, onderscheidenlijk ingesteld en dat is gericht tegen enig besluit op grond van dit hoofdstuk waartegen voor dat tijdstip eveneens bezwaar is gemaakt, onderscheidenlijk beroep is ingesteld; +e. een na het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet actualisatie markttoezicht registerloodsen als gevolg van een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak genomen besluit als bedoeld in artikel 27f, eerste lid of tweede lid, dat betrekking heeft op enig jaar gelegen voor het tijdstip van inwerkingtreding van eerdergenoemde wet. + +### Artikel 69b + +Artikelen 28 tot en met 44 van de Loodsenwet, zoals deze luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 28 tot en met 45 (nieuw) bij de Wet actualisatie markttoezicht registerloodsen, blijven van kracht ten aanzien van klachten die voor inwerkingtreding van de artikelen 28 tot en met 45 (nieuw) bij het tuchtcollege loodsen aanhangig zijn gemaakt en beroepen tegen uitspraken van het tuchtcollege loodsen die voor de inwerkingtreding van de genoemde artikelen bij het College van beroep voor het bedrijfsleven aanhangig zijn gemaakt. + +### Artikel 69c + +**1.** Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet actualisatie markttoezicht registerloodsen en vervolgens telkens na vijf jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. + +**2.** Onverminderd het eerste lid kan de Autoriteit Consument en Markt ten hoogste eenmaal per vijf jaar een onderzoek uitvoeren naar de kostenelementen opgenomen in het voorstel met betrekking tot de loodsgeldtarieven, bedoeld in artikel 27c. ### Artikel 70