2019-05-01 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B)
This commit is contained in:
parent
c9a5167cf8
commit
b400d2b4bc
1 changed files with 161 additions and 49 deletions
|
|
@ -321,7 +321,7 @@ De IND beschouwt een verzoek om heroverweging van een in rechte onaantastbaar ge
|
|||
|
||||
De IND stelt de vreemdeling in de gelegenheid om aan de formele vereisten te voldoen.
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt slechts één verblijfsbeperking per aanvraag, met uitzondering van de gronden genoemd in artikel 3.6, eerste lid, Vb.
|
||||
De IND beoordeelt slechts één verblijfsbeperking per aanvraag, met uitzondering van de gronden genoemd in artikel 3.6, eerste lid, Vb dan wel artikel 3.6a Vb.
|
||||
|
||||
Bij afwijzing van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 3.6, tweede lid, Vb, beoordeelt de IND ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op een van de gronden genoemd in artikel 3.6, eerste lid, Vb.
|
||||
|
||||
|
|
@ -333,11 +333,14 @@ De IND beoordeelt ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor verlening
|
|||
• de aanvraag tot het verlengen van een geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 3.6, tweede lid, Vb afwijst;
|
||||
• de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 3.6, tweede lid, Vb intrekt.
|
||||
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning regulier op grond van artikel 3.6, eerste lid, onder e, Vb juncto artikel 3.48, tweede lid onder b, Vb ambtshalve als de Minister hier op grond van zijn discretionaire bevoegdheid toe heeft besloten. Als de bijzondere individuele omstandigheden zich niet lenen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met tijdelijke humanitaire gronden kan op grond van artikel 3.6b Vb ambtshalve een verblijfsvergunning worden verleend onder de beperking verband houdend met niet-tijdelijke humanitaire gronden.
|
||||
De IND maakt geen gebruik van de bevoegdheid om ambtshalve te beoordelen of een vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier op grond van artikel 3.6, eerste lid, onder e, Vb juncto artikel 3.48, tweede lid onder b, Vb. Dat laat onveranderd dat de IND – voor zover daar in wordt voorzien – ambtshalve een vergunning kan verlenen op grond van artikel 3.6b Vb.
|
||||
|
||||
Als de IND ambtshalve geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent op grond van artikel 3.6, eerste lid, Vb, beoordeelt de IND op grond van artikel 6.1d Vb ambtshalve of er reden is voor toepassing van artikel 64 Vw.
|
||||
Als de IND ambtshalve geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent op grond van artikel 3.6, eerste lid, Vb, beoordeelt de IND:
|
||||
|
||||
De IND laat de ambtshalve toets als bedoeld in artikel 3.6 Vb en 6.1d Vb achterwege, als de IND aan de vreemdeling met de afwijzing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd een zwaar inreisverbod of een ongewenstverklaring oplegt.
|
||||
– Voor zover van toepassing en overeenkomstig paragraaf B11/2.5 Vc of er in het kader van een eerste reguliere aanvraag aanleiding bestaat een vergunning op grond van artikel 3.6ba Vb te verlenen;
|
||||
– en indien toepassing van artikel 3.6ba Vb niet aan de orde is, of er op grond van artikel 6.1d Vb ambtshalve reden is voor toepassing van artikel 64 Vw.
|
||||
|
||||
De IND laat de ambtshalve toets als bedoeld in artikel 3.6 Vb en 6.1d Vb achterwege, als de IND aan de vreemdeling met de afwijzing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd een zwaar inreisverbod of een ongewenstverklaring oplegt. De IND laat de ambtshalve toets als bedoeld in artikel 3.6ba Vb achterwege voor zover daar op grond van paragraaf B11/2.5 Vc aanleiding toe bestaat.
|
||||
|
||||
###### 3.4.1.2. Vereisten voor de indiening van de aanvraag
|
||||
|
||||
|
|
@ -775,13 +778,7 @@ De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning niet af op grond van artik
|
|||
|
||||
#### 5.1. Algemeen
|
||||
|
||||
De IND maakt bij de verlening van de verblijfsvergunning terughoudend gebruik van:
|
||||
|
||||
• de in artikel 3.4, tweede lid, Vb neergelegde bevoegdheid om de aan de verblijfsvergunning verbonden beperking nader te omschrijven.
|
||||
• de in artikel 3.4, derde lid, Vb, genoemde bevoegdheid. De IND gebruikt deze bevoegdheid niet in de situatie waarin de vreemdeling:
|
||||
|
||||
• in Nederland wil verblijven voor een doel dat in het Vb wordt genoemd; en
|
||||
• niet voldoet aan één of meer van de toelatingsvoorwaarden.
|
||||
De IND maakt bij de verlening van de verblijfsvergunning terughoudend gebruik van de in artikel 3.4, tweede lid, Vb neergelegde bevoegdheid om de aan de verblijfsvergunning verbonden beperking nader te omschrijven.
|
||||
|
||||
De IND vermeldt bij de verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een andere beperking dan genoemd in artikel 3.4, eerste lid, Vb of het verblijfsrecht tijdelijk van aard is. Als de IND dit niet aangeeft, is het verblijfsrecht niet tijdelijk van aard.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3296,9 +3293,12 @@ In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen voor vreemdelingen die in Nederlan
|
|||
• vreemdelingen die buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken;
|
||||
• amv’s die buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken;
|
||||
• remigratie op grond van artikel 8 Remigratiewet;
|
||||
• overgangsrecht naar aanleiding van wijziging beleid voor amv’s per 1 juni 2013;
|
||||
• verblijf in afwachting van een verzoek ex artikel 17 RWN;
|
||||
• medische behandeling;
|
||||
• plaatsing in een pleeggezin of instelling in Nederland op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996.
|
||||
• verwesterde schoolgaande minderjarige vrouwen.
|
||||
• plaatsing in een pleeggezin of instelling in Nederland op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996;
|
||||
• verblijf van vreemdelingen die zich in de terminale fase van een ziekte bevinden;
|
||||
|
||||
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de artikelen 3.6, 3.46, 3.48, 3.49, 3.99a, 3.102b, 61c en 6.1d Vb.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3605,7 +3605,7 @@ De IND trekt de verblijfsvergunning in indien uit nieuwe informatie blijkt dat d
|
|||
|
||||
#### 5.1. Beleidsregels
|
||||
|
||||
De IND verleent op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor remigratie als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
De IND verleent op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder a, VV een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor remigratie als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling is meerderjarig;
|
||||
• de vreemdeling heeft afstand gedaan van de Nederlandse nationaliteit; en
|
||||
|
|
@ -3971,7 +3971,7 @@ De IND wijst de aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfs
|
|||
|
||||
#### 10.1. Beleidsregels voor de hoofdpersoon
|
||||
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid onder b, Vb, aan een verwesterde minderjarige vrouw als de minderjarige vrouw aannemelijk heeft gemaakt dat bij terugkeer naar Afghanistan sprake is van een onevenredig zware psychosociale druk.
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder b, VV aan een verwesterde minderjarige vrouw als de minderjarige vrouw aannemelijk heeft gemaakt dat bij terugkeer naar Afghanistan sprake is van een onevenredig zware psychosociale druk.
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of sprake is een onevenredige psychosociale druk aan de hand van in ieder geval de volgende omstandigheden:
|
||||
|
||||
|
|
@ -3993,7 +3993,7 @@ De IND betrekt ook aspecten die er op duiden dat er geen sprake is een verwester
|
|||
– ongeoorloofd schooluitval; of
|
||||
– (uitingen van) gedrag conform de sociale Afghaanse islamitische normen.
|
||||
|
||||
De IND kan besluiten om geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid onder b, Vb, te verlenen, als sprake is van één van de volgende omstandigheden:
|
||||
De IND kan besluiten om geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid onder b, Vb, jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder b, VV, te verlenen, als sprake is van één van de volgende omstandigheden:
|
||||
|
||||
• de minderjarige vrouw of een van haar gezinsleden de terugkeer naar Afghanistan frustreert (waaronder het voeren van procedures die enkel zijn gericht op het bemoeilijken van de terugkeer);
|
||||
• de minderjarige vrouw tussentijds is teruggekeerd naar Afghanistan; of
|
||||
|
|
@ -4007,13 +4007,13 @@ Het uitgangspunt dat verwesterde vrouwen zich kunnen aanpassen (zie C7/3.2.2) bl
|
|||
|
||||
#### 10.2. Beleidsregels voor de gezinsleden van de hoofdpersoon
|
||||
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid onder b, Vb, aan de ouders van een verwesterde minderjarige vrouw die aannemelijk heeft gemaakt dat bij terugkeer naar Afghanistan sprake is van een onevenredig zware psychosociale druk.
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder b, VV, aan de ouders van een verwesterde minderjarige vrouw die aannemelijk heeft gemaakt dat bij terugkeer naar Afghanistan sprake is van een onevenredig zware psychosociale druk.
|
||||
|
||||
De IND merkt de ouders van een verwesterde minderjarige vrouw die aannemelijk heeft gemaakt dat bij terugkeer naar Afghanistan sprake is van een onevenredig zware psychosociale druk aan als bijzondere groep aan wie in het kader van de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 3.71, derde lid, Vb vrijstelling van het vereiste te beschikken over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf kan worden verleend.
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag niet af wegens het ontbreken van een geldig document voor grensoverschrijding.
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid onder b, Vb niet als ten aanzien van de ouders het gestelde in paragraaf C2/6.2.7 Vc of paragraaf C2/6.2.8 Vc van toepassing is (openbare orde beleid).
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder b, VV niet als ten aanzien van de ouders het gestelde in paragraaf C2/6.2.7 Vc of paragraaf C2/6.2.8 Vc van toepassing is (openbare orde beleid).
|
||||
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.13, tweede lid, Vb, aan de volgende gezinsleden van een verwesterde minderjarige vrouw die aannemelijk heeft gemaakt dat bij terugkeer naar Afghanistan sprake is van een onevenredig zware psychosociale druk:
|
||||
|
||||
|
|
@ -4049,7 +4049,7 @@ Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder p, Vb verleent de IND de
|
|||
|
||||
#### 11.1. Plaatsing in een pleeggezin of instelling op verzoek van een ander land op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (HKBV)
|
||||
|
||||
De IND verleent op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb, een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan een minderjarige vreemdeling die vanuit een ander land op grond van het HKBV wordt geplaatst in een pleeggezin of in een instelling in Nederland, als alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
De IND verleent op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder c, VV, een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan een minderjarige vreemdeling die vanuit een ander land op grond van het HKBV wordt geplaatst in een pleeggezin of in een instelling in Nederland, als alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
|
||||
• de Nederlandse Centrale autoriteit heeft een verklaring afgegeven, waarin staat dat de Nederlandse Centrale autoriteit instemt met de plaatsing van de vreemdeling in een pleeggezin of instelling in Nederland (instemmingsverklaring);
|
||||
• de Centrale autoriteit van het land van herkomst van de vreemdeling heeft het besluit genomen om in te stemmen met de plaatsing van de vreemdeling in een pleeggezin of in een instelling in Nederland (instemmingsbesluit);
|
||||
|
|
@ -4057,21 +4057,21 @@ De IND verleent op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb, ee
|
|||
• het gezag over de vreemdeling moet door de autoriteiten van het land van herkomst zijn geregeld;
|
||||
• de aspirant-pleegouders hebben rechtmatig verblijf, als bedoeld artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw, of zijn Nederlander.
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef onder b, Vb niet af wegens het ontbreken van voldoende middelen van bestaan.
|
||||
De IND wijst de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder c, VV niet af wegens het ontbreken van voldoende middelen van bestaan.
|
||||
|
||||
#### 11.2. Beperking, arbeidsmarktbeperking en geldigheidsduur
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder p, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb onder de beperking: ‘tijdelijk humanitaire gronden’.
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder q, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder c, VV onder de beperking: ‘tijdelijk humanitaire gronden’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder p, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb met de geldigheidsduur van één jaar.
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder q, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder c, VV met de geldigheidsduur van één jaar.
|
||||
|
||||
#### 11.3. Verlenging en intrekking
|
||||
|
||||
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb alleen als nog steeds sprake is van plaatsing in een pleeggezin of instelling in Nederland.
|
||||
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder c, VV alleen als nog steeds sprake is van plaatsing in een pleeggezin of instelling in Nederland.
|
||||
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb in als de plaatsing in een pleeggezin of instelling in Nederland is geëindigd.
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder c, VV in als de plaatsing in een pleeggezin of instelling in Nederland is geëindigd.
|
||||
|
||||
#### 11.4. Bewijsmiddelen
|
||||
|
||||
|
|
@ -4083,15 +4083,80 @@ De IND beschouwt een verklaring van de Nederlandse Centrale autoriteit dat de pl
|
|||
|
||||
De IND beschouwt een verklaring van de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst als bewijsmiddel dat het gezag over de vreemdeling is geregeld.
|
||||
|
||||
### 12. Verblijf van vreemdelingen die zich in de terminale fase van een ziekte bevinden
|
||||
|
||||
#### 12.1. Beleidsregels
|
||||
|
||||
De IND verleent op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb, juncto artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder d, VV, een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan een vreemdeling die:
|
||||
|
||||
1. zich in Nederland bevindt;
|
||||
2. zich in een terminale fase van een ziekte bevindt; en
|
||||
3. niet meer (curatief) medisch wordt behandeld en enkel palliatieve zorg krijgt.
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag niet af op grond van artikel 16, eerste lid, onder b, Vw.
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag af wanneer de vreemdeling al een verblijfsvergunning in een andere EU-lidstaat heeft.
|
||||
|
||||
Het BMA stelt vast dat er sprake is van een terminale fase van een ziekte.
|
||||
|
||||
De uitleg van een terminale fase van een ziekte is gesteld op: vreemdelingen die zich in een terminale fase van hun ziekte bevinden, niet meer curatief behandeld worden en enkel palliatieve zorg krijgen. Op een enkele uitzondering gaat het naar verwachting om oncologische aandoeningen. Terminaal wil – qua termijn – zeggen dat de verwachting is dat een patiënt binnen zes maanden tot anderhalf jaar overlijdt. Het betreft altijd somatische ziekten. Psychiatrische stoornissen vallen hier niet onder. Een vreemdeling die chronisch suïcidaal is, is niet terminaal. Ook HIV is een chronische ziekte die meestal goed te behandelen is met medicatie en deze gevallen zullen evenmin onder de definitie vallen.
|
||||
|
||||
Wanneer het BMA vaststelt dat er sprake is van een terminale fase van een ziekte, brengt het BMA geen medisch advies uit, maar legt het de bevindingen neer in een memo.
|
||||
|
||||
#### 12.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid onder q, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: ‘tijdelijke humanitaire gronden’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder a, VV, luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument ‘arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning voor de duur van één jaar.
|
||||
|
||||
#### 12.3. Bewijsmiddelen
|
||||
|
||||
De IND sluit ten aanzien van de bewijsmiddelen aan bij de in paragraaf A3/7.2.4 Vc onder 1, 2, en 3 genoemde bewijsmiddelen.
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling incomplete of ontbrekende bewijsmiddelen als genoemd in paragraaf A3/7.2.4 Vc overlegt en deze niet heeft aangevuld, ondanks dat de IND hem daartoe in de gelegenheid heeft gesteld, legt de IND deze niet voor aan het BMA.
|
||||
|
||||
#### 12.4. Gezinsleden
|
||||
|
||||
De IND verleent op grond van artikel 3.13, tweede lid, Vb een verblijfsvergunning aan de volgende in Nederland verblijvende of meereizende gezinsleden, van een houder van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder de beperking ‘tijdelijke humanitaire gronden’, als genoemd in artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb, juncto artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder d, VV:
|
||||
|
||||
• de huwelijks- of (geregistreerde) partner die 21 jaar of ouder is;
|
||||
• de biologische of juridische kinderen die onder rechtmatig gezag van de referent vallen.
|
||||
|
||||
Als de referent een minderjarig kind is, verleent de IND op grond van artikel 3.13, tweede lid, Vb uitsluitend een verblijfsvergunning aan de volgende in Nederland verblijvende of meereizende gezinsleden:
|
||||
|
||||
• de biologische of juridische ouders, als het kind onder rechtmatig gezag staat van deze ouders;
|
||||
• de minderjarige broers en zussen die feitelijk behoren tot het gezin, als de IND aan hun biologische of juridische ouders een verblijfsvergunning heeft verleend als gezinsleden van een houder van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘tijdelijke humanitaire gronden’, als genoemd in artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb, juncto artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder d, VV. De minderjarige broers en zussen staan onder rechtmatig gezag van de biologische of juridische ouders.
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag op grond van artikel 3.13, tweede lid, Vb van de gezinsleden niet af op grond van artikel 16, eerste lid, onder b en c, Vw.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder a, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning aan de gezinsleden onder de beperking ‘verblijf als familie- of gezinslid’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder a, VV, luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument ‘arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’.
|
||||
|
||||
Na het overlijden van de hoofdpersoon vervalt het verblijfsrecht van de gezinsleden. De IND trekt een nog geldige verblijfsvergunning van gezinsleden niet eerder in dan per de datum, gelegen twaalf weken na de dag van het overlijden van de hoofdpersoon. Wanneer de referent is komen te overlijden, wordt een verlengingsaanvraag afgewezen.
|
||||
|
||||
## B9. Humanitair niet-tijdelijk
|
||||
|
||||
### 1. Inleiding
|
||||
|
||||
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen die:
|
||||
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen voor vreemdelingen die in Nederland willen verblijven op niet-tijdelijk humanitaire gronden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende verblijfsdoelen:
|
||||
|
||||
• eerder in Nederland hebben verbleven en naar Nederland willen terugkeren;
|
||||
• als kind of alleenstaande minderjarige vreemdeling langdurig in Nederland verblijven; of
|
||||
• in Nederland verblijven op grond van een verblijfsvergunning en voortgezet verblijf in Nederland wensen.
|
||||
• Oud-Nederlanders;
|
||||
• Vreemdelingen die buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken;
|
||||
• Terugkeeroptie op grond van artikel 8 Remigratiewet;
|
||||
• Terugkeeroptie (minderjarige vreemdelingen);
|
||||
• Afsluiting Definitieve Regeling langdurig verblijvende kinderen;
|
||||
• Verblijfsvergunning na eerder verblijf als minderjarige in het kader van verblijf als familie- of gezinslid;
|
||||
• Verblijfsvergunning na verblijf als familie- of gezinslid;
|
||||
• Na verblijf in het kader van medische behandeling;
|
||||
• Na verblijf als slachtoffer van mensenhandel die hiervan geen aangifte kan of wil doen;
|
||||
• Na verblijf als slachtoffer van (dreigend) eergerelateerd geweld of (dreigend) huiselijk geweld;
|
||||
• Na verblijf als slachtoffer of slachtoffer-aangever van mensenhandel;
|
||||
• Na verblijf als getuige-aangever van mensenhandel;
|
||||
• Privéleven als bedoeld in artikel 8 EVRM;
|
||||
• Plaatsing in een pleeggezin of instelling op verzoek van een ander land op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996;
|
||||
|
||||
De beleidsregels zijn een nadere invulling of een uitwerking van de artikelen 3.50 en 3.51 Vb.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4113,13 +4178,13 @@ De IND neemt aan dat in ieder geval sprake is van bijzondere banden met Nederlan
|
|||
|
||||
##### 2.3.1. Algemene verblijfsvoorwaarden
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.51, eerste lid aanhef en onder k, Vb verleent de IND een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als:
|
||||
Op grond van artikel 3.51, derde lid, Vb jo artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder a, VV verleent de IND een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling voldoet aan de algemene toelatingsvoorwaarden van artikel 16, eerste lid, Vw, met uitzondering van c en k;
|
||||
• de vreemdeling meerderjarig is;
|
||||
• de vreemdeling op het moment waarop het Nederlanderschap werd verleend ten minste drie aaneengesloten jaren op grond van artikel 8, aanhef en onder a, b, e, of l, Vw in Nederland verbleef;
|
||||
• de vreemdeling het hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft verplaatst; en
|
||||
• de aanvraag is ontvangen binnen twee jaar na verlies van het Nederlanderschap op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b, d of f, RWN. Het moet hierbij gaan om het afleggen van een verklaring van afstand in de zin van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b, nadat het Nederlanderschap is verleend en voordat het Nederlanderschap met toepassing van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d of f, RWN zou worden ingetrokken.
|
||||
• de aanvraag is ontvangen binnen twee jaar na verlies van het Nederlanderschap op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b, d of e, RWN. Het moet hierbij gaan om het afleggen van een verklaring van afstand in de zin van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b, nadat het Nederlanderschap is verleend en voordat het Nederlanderschap met toepassing van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d of e, RWN zou worden ingetrokken.
|
||||
|
||||
##### 2.3.2. Bijzondere voorwaarden oud-Nederlanders door intrekking (
|
||||
|
||||
|
|
@ -4161,7 +4226,7 @@ De IND beoordeelt of Nederland het meest aangewezen land is, zoals bedoeld in ar
|
|||
|
||||
#### 6.1. Inleiding
|
||||
|
||||
In de brief aan de Tweede Kamer van 29 januari 2019 (Nieuwe Balans in het Regeerakkoord, TK 2018-2019, 19 637, nr. 2459) is opgenomen dat de Definitieve Regeling per 29 januari 2019 wordt beëindigd en dat er een overgangsregeling komt voor langdurig verblijvende kinderen. Dit is de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen (verder: de Afsluitingsregeling). In dit hoofdstuk wordt de beëindiging met terugwerkende kracht van de Definitieve Regeling geregeld en zijn beleidsregels opgenomen inzake deze Afsluitingsregeling.
|
||||
In de brief aan de Tweede Kamer van 29 januari 2019 (Nieuwe Balans in het Regeerakkoord, TK 2018–2019, 19 637, nr. 2459) is opgenomen dat de Definitieve Regeling per 29 januari 2019 wordt beëindigd en dat er een overgangsregeling komt voor langdurig verblijvende kinderen. Dit is de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen (verder: de Afsluitingsregeling). In dit hoofdstuk wordt de beëindiging met terugwerkende kracht van de Definitieve Regeling geregeld en zijn beleidsregels opgenomen inzake deze Afsluitingsregeling.
|
||||
|
||||
#### 6.2. Beëindiging Definitieve Regeling
|
||||
|
||||
|
|
@ -4171,6 +4236,8 @@ De IND beoordeelt lopende procedures inzake de Definitieve Regeling aan de hand
|
|||
|
||||
#### 6.3. Afsluitingsregeling - algemeen
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning op grond van artikel 3.51, derde lid, Vb jo artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder b, VV.
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt de Afsluitingsregeling op basis van:
|
||||
|
||||
– alle lopende procedures inzake de Definitieve Regeling, waaronder (hoger) beroepsprocedures. De vreemdeling hoeft in dat geval geen nieuwe aanvraag in te dienen;
|
||||
|
|
@ -4484,7 +4551,7 @@ b. twee jaar als houder van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder
|
|||
|
||||
#### 8.6. Verblijf wegens bijzondere individuele omstandigheden na verblijf als familie- of gezinslid
|
||||
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijk humanitaire gronden’ op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder k, Vb als:
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijk humanitaire gronden’ op grond van artikel 3.51, derde lid, Vb jo artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder c, VV als:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 3.50, eerste lid, aanhef en onder a en b, Vb of artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1, Vb; en
|
||||
• de vreemdeling heeft onderbouwd dat sprake is van bijzondere individuele omstandigheden waardoor de vreemdeling blijvend op verblijf in Nederland is aangewezen. Voor een uitwerking van de bijzondere individuele omstandigheden die een rol in dit kader kunnen spelen zoekt de IND aansluiting bij de bijzondere omstandigheden genoemd in paragraaf B9/11 Vc.
|
||||
|
|
@ -4507,13 +4574,13 @@ e. de vreemdeling voldoet op het moment waarop hij de aanvraag voor een verblijf
|
|||
|
||||
### 10. Na verblijf als slachtoffer van mensenhandel die hiervan geen aangifte kan of wil doen
|
||||
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder h, Vb, als:
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ op grond van artikel 3.51, derde lid, Vb jo artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder d, VV, als:
|
||||
|
||||
• het slachtoffer aantoont dat de dreiging op grond waarvan de verblijfsvergunning is verleend voortduurt, waardoor het slachtoffer geen medewerking kan verlenen aan het strafproces; of
|
||||
• uit recente medische informatie blijkt dat een fysieke of psychische aandoening het slachtoffer (nog steeds) in de weg staat om medewerking te verlenen aan het strafproces; of
|
||||
• het slachtoffer op het moment van de aanvraag minderjarig is en uit een recente verklaring van de politie of KMar blijkt dat van de vreemdeling (nog steeds) niet verwacht kan worden medewerking te verlenen aan het strafproces in verband met diens minderjarigheid.
|
||||
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder k, Vb, als:
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ op grond van artikel 3.51, derde lid, Vb jo artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder d, VV, als:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling ten minste één jaar in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning als slachtoffer van mensenhandel die hiervan om zwaarwegende redenen geen aangifte kan of wil doen of anderszins geen medewerking kan of wil verlenen aan de strafrechtelijke opsporing en vervolging van de mensenhandelaar; en
|
||||
• geen sprake meer is van een ernstige bedreiging, een fysieke of psychische beperking of minderjarigheid, waardoor het slachtoffer geen medewerking kan verlenen aan het strafproces; en
|
||||
|
|
@ -4523,7 +4590,7 @@ De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de bep
|
|||
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder i en j, Vb, als de vreemdeling aantoont dat de dreiging op grond waarvan de verblijfsvergunning is verleend voortduurt.
|
||||
|
||||
Is van een voortduring van (de dreiging van) het geweld geen sprake meer, dan verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’, op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder k, Vb, als er sprake is van een combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard waardoor de vreemdeling blijvend op verblijf in Nederland is aangewezen.
|
||||
Is van een voortduring van (de dreiging van) het geweld geen sprake meer, dan verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’, op grond van artikel 3.51, derde lid, Vb jo artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder e, VV, als er sprake is van een combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard waardoor de vreemdeling blijvend op verblijf in Nederland is aangewezen.
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat bijzondere individuele omstandigheden in ieder geval gelegen kunnen zijn in:
|
||||
|
||||
|
|
@ -4553,7 +4620,7 @@ De IND kent aan deze factoren zwaar gewicht toe als:
|
|||
|
||||
### 12. Na verblijf als slachtoffer of slachtoffer-aangever van mensenhandel
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder k, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning aan de vreemdeling bedoeld in artikel 3.48, eerste lid, aanhef en onder a, en b, en g, Vb, als de vreemdeling aan één van de volgende voorwaarden voldoet:
|
||||
Op grond van artikel 3.51, derde lid, Vb jo artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder f, VV verleent de IND de verblijfsvergunning aan de vreemdeling bedoeld in artikel 3.48, eerste lid, aanhef en onder a, en b, en g, Vb, als de vreemdeling aan één van de volgende voorwaarden voldoet:
|
||||
|
||||
1. de officier van justitie besluit tot vervolging over te gaan ter zake van het strafbare feit waarvan aangifte is gedaan en dat heeft geleid tot verlening van de verblijfsvergunning op grond van artikel 3.48, eerste lid, aanhef en onder a, b, en g, Vb;
|
||||
2. er loopt een strafzaak en het slachtoffer verblijft drie jaar onafgebroken op basis van een verblijfsvergunning op grond van het beleid inzake mensenhandel in Nederland.
|
||||
|
|
@ -4570,7 +4637,7 @@ De IND betrekt in elk geval de volgende factoren bij de beoordeling of van de vr
|
|||
|
||||
### 13. Na verblijf als getuige-aangever van mensenhandel
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder k, Vb verleent de IND een verblijfsvergunning aan de vreemdeling bedoeld in artikel 3.48, eerste lid, aanhef en onder c, Vb als:de vreemdeling heeft onderbouwd dat op grond van bijzondere individuele omstandigheden, die rechtstreeks verband houden met mensenhandel, niet gevergd kan worden dat hij Nederland verlaat.
|
||||
Op grond van artikel 3.51, derde lid, Vb jo artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder g, VV verleent de IND een verblijfsvergunning aan de vreemdeling bedoeld in artikel 3.48, eerste lid, aanhef en onder c, Vb als: de vreemdeling heeft onderbouwd dat op grond van bijzondere individuele omstandigheden, die rechtstreeks verband houden met mensenhandel, niet gevergd kan worden dat hij Nederland verlaat.
|
||||
|
||||
De IND betrekt in elk geval de volgende factoren bij de beoordeling of van de vreemdeling kan worden gevergd dat hij Nederland verlaat:
|
||||
|
||||
|
|
@ -4582,6 +4649,8 @@ De IND betrekt in elk geval de volgende factoren bij de beoordeling of van de vr
|
|||
|
||||
#### 14.1. Privéleven
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning voor het uitoefenen van het privéleven in de zin van artikel 8 EVRM op grond van artikel 3.51, derde lid, Vb jo artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder h, VV.
|
||||
|
||||
Volgens de jurisprudentie van het EHRM wordt het begrip privéleven gevormd door de volgende elementen:
|
||||
|
||||
• het recht op identiteit;
|
||||
|
|
@ -4614,7 +4683,7 @@ Dit laat onverlet dat ook als geen sprake is van inmenging de IND een belangenaf
|
|||
|
||||
### 15. Plaatsing in een pleeggezin of instelling op verzoek van een ander land op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (HKBV)
|
||||
|
||||
De IND verleent op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder k, Vb, een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan een buitenlandse minderjarige vreemdeling, die vanuit een ander land op grond van het HKBV wordt geplaatst in een pleeggezin of in een instelling in Nederland, als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
De IND verleent op grond van artikel 3.51, derde lid, Vb jo artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder i, VV, een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan een buitenlandse minderjarige vreemdeling, die vanuit een ander land op grond van het HKBV wordt geplaatst in een pleeggezin of in een instelling in Nederland, als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
|
||||
• de Nederlandse Centrale autoriteit heeft een verklaring afgegeven, waarin staat dat de Nederlandse Centrale autoriteit instemt met de plaatsing van de vreemdeling in een pleeggezin of instelling in Nederland (instemmingsverklaring);
|
||||
• de Centrale Autoriteit van het land van herkomst van de vreemdeling heeft het besluit genomen om in te stemmen met de plaatsing van de vreemdeling in een pleeggezin of in een instelling in Nederland (instemmingsbesluit);
|
||||
|
|
@ -4622,7 +4691,7 @@ De IND verleent op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder k, Vb, ee
|
|||
• het gezag over de vreemdeling moet door de autoriteiten van het land van herkomst zijn geregeld;
|
||||
• de aspirant-pleegouders hebben rechtmatig verblijf, als bedoeld artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw, of zijn Nederlander.
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder k, Vb niet af wegens het ontbreken van voldoende middelen van bestaan.
|
||||
De IND wijst de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.51, derde lid, Vb jo artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder i, VV niet af wegens het ontbreken van voldoende middelen van bestaan.
|
||||
|
||||
### 16. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
|
||||
|
||||
|
|
@ -4887,10 +4956,6 @@ In aanvulling op artikel 8.13, vierde lid, Vb verstrekt de IND aan een familieli
|
|||
|
||||
#### 2.3. Ontzegging of beëindiging rechtmatig verblijf
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 8.25 Vb ontzegt of beëindigt de IND het rechtmatig verblijf van de vreemdeling als:
|
||||
|
||||
• de burger van de Unie of diens familielid onjuiste gegevens heeft verstrekt of gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens zouden leiden of hebben geleid tot weigering van toegang of verblijf; of
|
||||
|
|
@ -4932,7 +4997,7 @@ Het is aan de betrokken burger van de Unie om relevante gegevens en bescheiden t
|
|||
|
||||
Een (aanvullend) beroep op een uitkering in het kader van de Pw heeft in ieder geval géén gevolgen voor het verblijfsrecht als de burger van de Unie of diens familielid:
|
||||
|
||||
• slachtoffer is van huiselijk geweld en dit op dezelfde wijze heeft aangetoond als bij de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier onder een beperking verband houdend met niet-tijdelijke humanitaire gronden na huiselijk geweld op grond van artikel 3.51, eerste lid, onder k; of
|
||||
• slachtoffer is van huiselijk geweld en dit op dezelfde wijze heeft aangetoond als bij de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier onder een beperking verband houdend met niet-tijdelijke humanitaire gronden na huiselijk geweld op grond van artikel 3.51, derde lid, Vb jo artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder e, VV; of
|
||||
• slachtoffer is van mensenhandel en voldoet aan de voorwaarden die worden gesteld aan verblijf als slachtoffer-aangever of getuige-aangever mensenhandel (zie paragraaf B8/3).
|
||||
|
||||
De IND beëindigt het verblijfsrecht van een burger van de Unie niet wegens een (aanvullend) beroep op een uitkering in het kader van de Pw als:
|
||||
|
|
@ -5163,10 +5228,11 @@ In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen d
|
|||
|
||||
• als economisch niet-actieve langdurig ingezetene;
|
||||
• als vermogende vreemdeling (ook wel buitenlandse investeerder);
|
||||
• voor het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst omdat artikel 13 Besluit 1/80 van toepassing is; en
|
||||
• op grond van de pilot ‘huisvesting Akense niet-EU studenten’.
|
||||
• voor het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst omdat artikel 13 Besluit 1/80 van toepassing is;
|
||||
• op grond van de pilot ‘huisvesting Akense niet-EU studenten’ en
|
||||
• op grond van ‘verblijf conform artikel 3.6ba Vb’.
|
||||
|
||||
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van 3.29a Vb en artikel 3.4, derde lid, Vb in samenhang met het convenant ‘pilot huisvesting Akense niet-EU studenten’.
|
||||
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van 3.29a Vb, artikel 3.6ba Vb en artikel 3.4, vierde lid, Vb jo artikel 3.16a VV, Vb in samenhang met het convenant ‘pilot huisvesting Akense niet-EU studenten’.
|
||||
|
||||
### 2. Beleidsregels
|
||||
|
||||
|
|
@ -5243,7 +5309,7 @@ De IND verleent de verblijfsvergunning als aan de in artikel 3.31b Vb opgenomen
|
|||
|
||||
#### 2.4. Pilot huisvesting Akense niet-EU studenten
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.4, derde lid, Vb aan de vreemdeling als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.4, vierde lid, Vb jo artikel 3.16a VV aan de vreemdeling als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
|
||||
• De aanvraag om een verblijfsvergunning is door het voorportaal (de gemeente Kerkrade) namens de vreemdeling conform het convenant ‘pilot huisvesting Akense niet-EU studenten’ ingediend;
|
||||
• De vreemdeling is gekoppeld aan een woning in Kerkrade of Heerlen;
|
||||
|
|
@ -5268,13 +5334,53 @@ In aanvulling op paragraaf B1/4.3 beschouwt de IND de middelen van bestaan uit d
|
|||
|
||||
Op grond van artikel 3.75, vierde lid, Vb beschouwt de IND de middelen van bestaan als duurzaam als deze op het tijdstip waarop de aanvraag regulier voor bepaalde tijd is ontvangen of de beschikking wordt gegeven, voor een jaar beschikbaar zijn.
|
||||
|
||||
#### 2.5. Verblijf conform
|
||||
|
||||
Uit artikel 3.6ba Vb volgt dat de IND tot het moment waarop de beslissing op een eerste in Nederland ingediende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of een eerste in Nederland ingediende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
|
||||
|
||||
regulier voor bepaalde tijd onherroepelijk is geworden, ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd kan verlenen onder een andere beperking dan voorzien in artikel 3.4, eerste lid, indien sprake is van een schrijnende situatie die gelegen is in een samenstel van bijzondere omstandigheden die de vreemdeling betreffen.
|
||||
|
||||
De IND maakt terughoudend gebruik van deze bevoegdheid om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen onder een andere beperking dan voorzien in artikel 3.4, eerste lid, Vb.
|
||||
|
||||
De IND verleent geen vergunning, als het samenstel van omstandigheden te zeer verband houdt met (één van) de in artikel 3.4, eerste lid, Vb genoemde beperkingen.
|
||||
|
||||
De IND neemt geen ambtshalve besluit in de zin van artikel 3.6ba Vb als:
|
||||
|
||||
– Een aanvraag buiten behandeling wordt gesteld op grond artikel 4:5 Awb, artikel 24, tweede lid, Vw of artikel 30c Vw;
|
||||
– Een aanvraag niet in behandeling wordt genomen in de zin van artikel 30 Vw;
|
||||
– Er een ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw of een inreisverbod met toepassing van artikel 66a, zevende lid, Vw is of wordt opgelegd; of
|
||||
– de asielaanvraag is afgewezen op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder j, Vw of de reguliere aanvraag is afgewezen op grond van een gevaar voor de nationale veiligheid.
|
||||
|
||||
De IND verstaat onder bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 3.6ba in ieder geval dat omstandigheden individueel van aard zijn. Tenzij in deze paragraaf anders is bepaald, kent de IND niet op voorhand een bepaald gewicht toe aan omstandigheden. Hoe omstandigheden meewegen in de beoordeling hangt af van het samenstel van aangevoerde omstandigheden.
|
||||
|
||||
De IND hanteert geen limitatieve opsomming van te betrekken omstandigheden. Bijzondere en individuele omstandigheden kunnen – onder meer – hun oorzaak vinden in:
|
||||
|
||||
• (Ernstige) medische problemen (van één of meerdere gezinsleden);
|
||||
• Overlijden in Nederland van een gezinslid;
|
||||
• Gender gerelateerde aspecten met name eerwraak en huiselijk geweld; of
|
||||
• Traumatiserende ervaringen die in Nederland hebben plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
De IND maakt alleen gebruik van deze bevoegdheid indien sprake is van een schrijnende situatie die gelegen is in een samenstel van bijzondere omstandigheden die zich in Nederland voordoen.
|
||||
|
||||
Bij de beoordeling of sprake is van een samenstel van bijzondere omstandigheden kent de IND een beperkt gewicht toe aan omstandigheden die zijn gerezen tijdens een periode van niet rechtmatig verblijf van de vreemdeling.
|
||||
|
||||
Bij de beoordeling worden contra-indicaties in het nadeel van de vreemdeling betrokken. In ieder geval worden de volgende contra-indicaties betrokken:
|
||||
|
||||
• Gevaar voor de openbare orde;
|
||||
• Identiteitsfraude of twijfel aan de identiteit van de vreemdeling;
|
||||
• Niet rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8 Vw.
|
||||
|
||||
Indien de IND dit noodzakelijk acht voor een zorgvuldige beoordeling zal de IND onafhankelijk advies vragen omtrent voor de besluitvorming specifieke relevante aspecten. Dit geldt in het bijzonder wanneer kinderen met een specifieke problematiek bij de procedure zijn betrokken. De IND vraagt geen advies over de (algemene) vraag of sprake is van een schrijnende situatie die gelegen is in een samenstel van bijzondere omstandigheden die de vreemdeling betreffen zoals bedoeld in artikel 3.6ba Vb.
|
||||
|
||||
### 3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder b, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: ‘verblijf als economisch niet-actieve langdurig ingezetene of vermogende vreemdeling’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder n, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.31 Vb aan de vreemdeling op wie artikel 13 besluit 1/80 van toepassing is, onder de beperking: ‘het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, derde lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in verband met de pilot huisvesting Akense niet-EU studenten onder de beperking ‘verblijf conform beschikking Staatssecretaris’.
|
||||
Op grond van artikel 3.4, vierde lid, Vb jo artikel 3.16a VV IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in verband met verleent de pilot huisvesting Akense niet-EU studenten onder de beperking ‘verblijf conform beschikking Staatssecretaris’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.6ba, eerste lid Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘verblijf conform artikel 3.6ba Vb’. De IND vermeldt bij de verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf conform artikel 3.6ba Vb’ of het verblijfsrecht tijdelijk van aard is. Als de IND dit niet aangeeft, is het verblijfsrecht niet tijdelijk van aard.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening voor economisch niet-actieve langdurig ingezetenen en vermogende vreemdelingen: 'Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist'.
|
||||
|
||||
|
|
@ -5282,6 +5388,8 @@ Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekenin
|
|||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder l, VV luidt de arbeidsmarktaantekening voor de pilot huisvesting Akense niet-EU studenten: ‘Arbeid niet toegestaan’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening voor verblijf conform artikel 3.6ba Vb: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder b, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de geldigheidsduur van vijf jaar aan economisch niet-actieve langdurig ingezetenen.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder b, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de geldigheidsduur van drie jaar aan de vermogende vreemdeling.
|
||||
|
|
@ -5290,10 +5398,14 @@ Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder b, Vb verlengt de IND de
|
|||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder n, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de geldigheidsduur van ten hoogste één jaar voor het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, derde lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning in het kader van de pilot huisvesting Akense niet-EU studenten met de geldigheidsduur van één jaar.
|
||||
Op grond van artikel 3.4, vierde lid, Vb jo artikel 3.16a VV verleent de IND de verblijfsvergunning in het kader van de pilot huisvesting Akense niet-EU studenten met de geldigheidsduur van één jaar.
|
||||
|
||||
De verblijfsvergunning verleend in het kader van de pilot huisvesting Akense niet-EU studenten wordt ingevolge artikel 3.5, vierde lid, Vb aangemerkt als een tijdelijk verblijfsrecht.
|
||||
|
||||
Indien het verblijfsdoel tijdelijk is verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf conform artikel 3.6ba Vb’ met een geldigheidsduur van ten hoogste één jaar en verlengt de geldigheidsduur telkens met ten hoogste één jaar.
|
||||
|
||||
Indien het verblijfsdoel niet tijdelijk is verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf conform artikel 3.6ba Vb’ met een geldigheidsduur van ten hoogste vijf jaar en verlengt de geldigheidsduur telkens met ten hoogste vijf jaar.
|
||||
|
||||
### 4. Bewijsmiddelen
|
||||
|
||||
#### 4.1. economisch niet-actieve langdurig ingezetene
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue