diff --git a/amvb/besluit-luchtkussenvoertuigen-wet-geluidhinder/BWBR0004624/README.md b/amvb/besluit-luchtkussenvoertuigen-wet-geluidhinder/BWBR0004624/README.md index 77900f5edc5..c4fb0232796 100644 --- a/amvb/besluit-luchtkussenvoertuigen-wet-geluidhinder/BWBR0004624/README.md +++ b/amvb/besluit-luchtkussenvoertuigen-wet-geluidhinder/BWBR0004624/README.md @@ -38,14 +38,14 @@ a. binnenschepen waarmee de beroepsmatige binnenvaart wordt uitgeoefend, indien 1°. overeenkomstig het Reglement betreffende het onderzoek van schepen op de Rijn (*Stb.* 1976, 476) zijn voorzien van een geldig certificaat van onderzoek; 2°. overeenkomstig de Binnenvaartwet zijn voorzien van een geldig certificaat van onderzoek; -3°. Zijn voorzien van een geldig communautair certificaat als bedoeld in de Richtlijn nr. 82/714/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen van 4 oktober 1982 (PbEG L 301), of van een geldig communautair binnenvaartcertificaat als bedoeld in de Richtlijn nr. 2006/87/EG van het Europees parlement en de Raad van 12 december 2006 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen en tot intrekking van richtlijn nr. 82/714/EEG van de Raad (PbEU L 389); +3°. Zijn voorzien van een geldig communautair certificaat als bedoeld in de Richtlijn nr. 82/714/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen van 4 oktober 1982 (PbEG L 301), of van een geldig communautair binnenvaartcertificaat als bedoeld in de Richtlijn nr. 2006/87/EG van het Europees parlement en de Raad van 12 december 2006 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen en tot intrekking van richtlijn nr. 82/714/EEG van de Raad (PbEU L 389); b. schepen als bedoeld in artikel 7, onderdeel f, van het Binnenvaartbesluit waarvoor op grond van artikel 10 van dat besluit een voorlopig certificaat is afgegeven; c. zeeschepen waarmee de beroepsmatige zeevaart wordt uitgeoefend, bij de vaart van en naar zee, indien deze schepen: 1°. overeenkomstig de Schepenwet (*Stb.* 1909, 219) zijn voorzien van een geldig certificaat van deugdelijkheid; 2°. voldoen aan de eisen van het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974 (*Trb.* 1976, 157, en 1977, 77), ten bewijze waarvan de vereiste geldige certificaten, afgegeven door of namens de bevoegde autoriteiten van het land van registratie, aan boord dienen te zijn; 3°. voldoen aan de door de Internationale Maritieme Organisatie opgestelde "Voorschriften voor dynamisch gedragen vaartuigen" (Code of Safety for Dynamically Supported Craft - Res. A.373(X) -), ten bewijze waarvan de vereiste geldige certificaten, afgegeven door of namens de bevoegde autoriteiten van het land van registratie, aan boord dienen te zijn; -d. schepen waarvoor op grond van artikel 2 bis juncto artikel 2, eerste lid, onder *g*, van de Schepenwet een schriftelijke verklaring is afgegeven door de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat; +d. schepen waarvoor op grond van artikel 2 bis juncto artikel 2, eerste lid, onder *g*, van de Schepenwet een vergunning is afgegeven; e. schepen, varende van zee naar België of in tegengestelde richting; f. rijksvaartuigen die voldoen aan de Veiligheidsnormen en voorschriften voor rijksvaartuigen 1976 (*Stcrt.* 1976, 78).