From b497f52474478766e73c51f49b65c7438097d2dd Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Jun 2021 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2021-06-01 | BWBR0024705 | Wet publieke gezondheid --- .../BWBR0024705/README.md | 360 +++++++++++++++++- 1 file changed, 348 insertions(+), 12 deletions(-) diff --git a/wet/wet-publieke-gezondheid/BWBR0024705/README.md b/wet/wet-publieke-gezondheid/BWBR0024705/README.md index 6a4a9e556b4..b606bbeed2b 100644 --- a/wet/wet-publieke-gezondheid/BWBR0024705/README.md +++ b/wet/wet-publieke-gezondheid/BWBR0024705/README.md @@ -178,6 +178,16 @@ c. bron- en contactopsporing bij meldingen als bedoeld in de artikelen 21, 22, 2 **7.** De voordracht voor een krachtens het zesde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. +### Artikel 6ba + +**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen die direct of indirect zijn gebaseerd of mede zijn gebaseerd op artikel 21 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en die het vrij verkeer van personen gedurende de epidemie van covid-19 betreffen. + +**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van de EU-rechtshandelingen, bedoeld in het eerste lid, één of meer personen of organisaties worden aangewezen om op bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze taken te vervullen die voortvloeien uit deze EU-rechtshandelingen. + +**3.** De voordracht voor een krachtens het eerste of tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan één week nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. + +**4.** Onze Minister kan indien de onmiddellijke inwerkingtreding nodig is, de in het eerste en tweede lid bedoelde regels bij ministeriële regeling stellen voor een termijn van ten hoogste drie maanden. + ### Artikel 6c **1.** Het RIVM heeft, onverminderd het bepaalde bij of krachtens andere wetten, tot taak om namens Onze Minister werkzaamheden te verrichten bij de bestrijding van infectieziekten. @@ -808,6 +818,7 @@ In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - *besloten plaats:* een andere dan openbare of publieke plaats en een daarbij behorend erf, met inbegrip van gebouwen en plaatsen als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet; - *beveiligingsmedewerker:* een persoon belast met beveiligingswerkzaamheden als bedoeld in artikel 7, eerste, tweede en derde lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus alsmede een persoon in dienst van een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van die wet; +- *coronatoegangsbewijs:* bewijs van een testuitslag, een bewijs van vaccinatie tegen SARS-CoV-2 of een bewijs van herstel van een infectie met het virus SARS-CoV-2; - *epidemie:* de epidemie van covid-19, veroorzaakt door het virus SARS-CoV-2; - *evenement:* elke voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak, alsmede een herdenkingsplechtigheid, braderie, optocht op de weg, voorstelling of feest op een andere plaats dan in een woning of op een daarbij behorend erf of in een gebouw of op een plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet, wedstrijd, beurs of congres. Onder evenementen worden niet begrepen betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; - *groepsverband:* een aantal min of meer bijeen horende personen, waarbij kennelijk sprake is van een zekere samenhang of omstandigheid waardoor die personen bij elkaar zijn; @@ -823,6 +834,9 @@ In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - *persoon met een handicap:* een persoon als bedoeld in artikel 1, tweede zin, van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169, en 2014, 113); - *persoonlijke beschermingsmiddelen:* uitrusting die bestemd is om te worden gedragen of vastgehouden teneinde de eigen of een andere persoon zoveel mogelijk te beschermen tegen overdracht van het virus SARS-CoV-2; - *publieke plaats:* een voor het publiek openstaand gebouw als bedoeld in artikel 174, eerste lid, van de Gemeentewet of artikel 176, eerste lid, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en een daarbij behorend erf, of een voor het publiek openstaand lokaal, voertuig of vaartuig, met uitzondering van gebouwen en plaatsen als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet; +- *resultaat:* testuitslag, vaccinatie tegen covid-19 of herstel van een infectie met het virus SARS-CoV-2; +- *testuitslag:* testuitslag waaruit blijkt of de geteste persoon op het moment van afname van de test was geïnfecteerd met het virus SARS-CoV-2; +- *thuisquarantaine:* de krachtens artikel 58nb of 58nh geldende verplichting voor een reiziger om op een bepaalde locatie te verblijven in verband met de bestrijding van de epidemie; - *veilige afstand:* de afstand, bedoeld in artikel 58f, tweede lid; - *zorgaanbieder:* een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, of als bedoeld in artikel 1, onder j, van de Wet zorginstellingen BES, jeugdhulpaanbieder als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, aanbieder van jeugdzorg als bedoeld in artikel 18.4.7a van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of aanbieder als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; - *zorglocatie:* een bouwkundige voorziening of deel van een bouwkundige voorziening met het daarbij behorende terrein waar zorg als bedoeld in artikel 1 van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg wordt verleend, waar jeugdzorg als bedoeld in artikel 18.4.7a van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt verleend of waar beschermd wonen of opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 plaatsvindt of accommodatie als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet; @@ -889,7 +903,7 @@ b. de in artikel 125, derde lid, van de Gemeentewet aan de burgemeester toegeken In een krachtens dit hoofdstuk vast te stellen ministeriële regeling kan in ieder geval onderscheid worden gemaakt: a. binnen en tussen gemeenten en met betrekking tot de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; -b. tussen personen, op basis van leeftijd; +b. tussen personen, op basis van leeftijd of, indien het een krachtens paragraaf 2 van dit hoofdstuk of artikel 58q vast te stellen ministeriële regeling betreft, op basis van een resultaat; c. tussen activiteiten; d. tussen openbare, publieke en besloten plaatsen, of gedeelten daarvan. @@ -914,6 +928,23 @@ b. de gevolgen die verlening van de ontheffing zou hebben voor de naleving van h **5.** In een krachtens dit hoofdstuk vast te stellen ministeriële regeling kan aan de burgemeester de bevoegdheid worden toegekend om de plaatsen aan te wijzen waar de in die regeling gestelde regels van toepassing zijn. Aan de uitoefening van de bevoegdheid kunnen in die ministeriële regeling voorwaarden en beperkingen worden verbonden. +### Artikel 58ea + +**1.** + +Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter zake van de aanwijzing van gebieden door Onze Minister, bedoeld in de artikelen 58nb, 58nh, 58p en 58pa, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen: + +a. hoogrisicogebieden, zijnde gebieden ter zake waarvan uitsluitend de verplichting van artikel 58p of 58pa geldt; +b. zeer hoogrisicogebieden en uitzonderlijk hoogrisicogebieden, zijnde gebieden ter zake waarvan zowel de verplichting van artikel 58p of 58pa als de verplichting van artikel 58nb of 58nh geldt, maar ten aanzien waarvan onderscheid kan worden gemaakt bij de categorieën van personen die van deze verplichtingen kunnen worden uitgezonderd. + +**2.** + +De regels, bedoeld in het eerste lid, behelzen in ieder geval de volgende indicatoren: + +a. de incidentie van het virus SARS-CoV-2 in een gebied; +b. de incidentie van zorgwekkende varianten van het virus SARS-CoV-2 in een gebied; +c. het ontbreken van gegevens over de epidemiologische situatie rond het virus SARS-CoV-2 in een gebied. + ### Paragraaf 2. Veilige afstand en andere gedragsvoorschriften ### Artikel 58f @@ -1017,6 +1048,124 @@ Indien de burgemeester van oordeel is dat de omstandigheden op een openbare plaa Indien door een gedraging of activiteit in of vanuit een besloten plaats, niet zijnde een woning, een ernstige vrees voor de onmiddellijke verspreiding van het virus SARS-CoV-2 ontstaat, kan de burgemeester de bevelen geven die nodig zijn voor de beëindiging van de gedraging of activiteit en de daar aanwezige personen bevelen zich onmiddellijk te verwijderen. +### Artikel 58nb + +**1.** Degene die het Europese deel van Nederland inreist en voor inreis heeft verbleven in een door Onze Minister aangewezen gebied in het buitenland of, indien door Onze Minister aangewezen, in Bonaire, Sint Eustatius of Saba, gaat onverwijld na inreis gedurende een ononderbroken periode van een bij ministeriële regeling te bepalen aantal dagen in thuisquarantaine op zijn woonadres of het krachtens artikel 58ne opgegeven adres van een verblijfplaats. + +**2.** Het bij ministeriële regeling te bepalen aantal dagen van de thuisquarantaine bedraagt ten hoogste 14 dagen. + +**3.** In afwijking van het eerste lid, eindigt de periode van thuisquarantaine op het moment dat de betrokkene beschikt over een testuitslag waaruit blijkt dat hij zich na het verstrijken van een bij ministeriële regeling te bepalen aantal dagen na het moment van inreis heeft laten testen en op het moment van testen niet was geïnfecteerd met het virus SARS-CoV-2. De betrokkene bewaart de testuitslag gedurende het resterende aantal dagen van de periode, bedoeld in het eerste lid, en toont deze op verzoek aan een toezichthouder. + +**4.** Gedurende de periode van thuisquarantaine is de betrokkene in het kader van de op hem rustende verplichting tot het verlenen van medewerking aan een toezichthouder, bedoeld in artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, gehouden om bereikbaar te zijn voor een toezichthouder. + +**5.** De verplichting van het eerste lid is niet of niet langer van toepassing ingeval van en voor de duur van een noodsituatie als gevolg waarvan de betrokkene genoodzaakt is zich aan thuisquarantaine te onttrekken. + +**6.** De verplichting van het eerste lid mag uitsluitend worden onderbroken ten behoeve van en voor de duur van het laten testen op infectie met het virus SARS-CoV-2. + +**7.** + +Bij ministeriële regeling worden nadere eisen gesteld aan de test, bedoeld in het derde lid, die in elk geval betrekking hebben op: + +a. de vaststelling van de identiteit van de geteste persoon; +b. het type test dat is uitgevoerd; +c. de wijze waarop de testuitslag wordt aangetoond. + +**8.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het bepaalde in het eerste en derde lid. + +**9.** Dit artikel laat de toepassing van artikel 35 onverlet. + +### Artikel 58nc + +**1.** + +De verplichting, bedoeld in artikel 58nb, eerste lid, is niet van toepassing op: + +a. personen die na inreis korter dan een bij ministeriële regeling te bepalen aantal uren in Nederland zullen verblijven; +b. personen die korter dan een bij ministeriële regeling te bepalen aantal uren in een krachtens artikel 58nb, eerste lid, aangewezen gebied hebben verbleven of ingeval van een overschrijding van dat aantal uren uitsluitend op doorreis waren en in dat verband noodzakelijke tussenstops hebben gemaakt waarbij het vervoermiddel slechts kort is verlaten of een overstap hebben gemaakt waarbij de overstapplaats niet is verlaten; +c. personen komend vanuit een krachtens artikel 58nb, eerste lid, aangewezen gebied die voorafgaand aan de inreis ten minste een bij ministeriële regeling te bepalen aantal dagen aaneengesloten in een niet krachtens artikel 58nb, eerste lid, aangewezen gebied hebben verbleven; +d. personen tot en met 12 jaar; +e. personen die reizen in verband met co-ouderschap ten aanzien van een eigen kind; +f. personen die reizen in verband met het verlenen van noodzakelijke mantelzorg ten behoeve waarvan zij ten minste eenmaal per week de grens moeten passeren; +g. personen die inreizen in verband met een bevalling en waarvan aannemelijk is dat deze na de geboorte van het kind ingevolge de artikelen 198, eerste lid, en 199 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek als ouder in familierechtelijke betrekking tot het kind komen te staan; +h. personen die inreizen in verband met het bezoeken van een familielid of naaste van wie de behandelend arts verwacht dat deze op korte termijn zal overlijden; +i. personen die inreizen in verband met het bijwonen van een uitvaart; +j. personen die inreizen in verband met een noodzakelijke medische behandeling; +k. grenswerkers, grensstudenten en grensscholieren die reizen in verband met hun werkzaamheden of het volgen van onderwijs en die hiervoor ten minste eenmaal per week de grens moeten passeren; +l. personen werkzaam in het transport van goederen en ander transportpersoneel, voor zover noodzakelijk en op het moment dat zij in de uitoefening van hun functie reizen of als zij van of naar hun werkzaamheden reizen; +m. personen die werkzaam zijn in het personenvervoer als zij in de uitoefening van hun functie reizen of als zij van of naar hun werkzaamheden reizen; +n. zeevarenden op andere schepen dan commerciële jachten en pleziervaartuigen in het bezit van een monsterboekje als zij in de uitoefening van hun functie reizen of als zij van of naar hun werkzaamheden reizen; +o. personen die reizen in verband met het verrichten van urgente, incidentele werkzaamheden in een cruciale sector, waarvoor specialistische kennis of expertise is vereist; +p. personen die een medisch beroep uitoefenen als zij in de uitoefening van hun functie reizen of als zij van of naar hun werkzaamheden reizen; +q. personen die noodzakelijke werkzaamheden verrichten ter bestrijding van de epidemie van het virus SARS-CoV-2 als zij in de uitoefening van hun functie reizen of als zij van of naar hun werkzaamheden reizen; +r. journalisten die noodzakelijke beroepsmatige werkzaamheden verrichten, waarbij werken op afstand niet mogelijk is, als zij in de uitoefening van hun functie reizen of als zij van of naar hun werkzaamheden reizen; +s. houders van een door het Ministerie van Buitenlandse Zaken verstrekte diplomatieke identiteitskaart of een door een ambassade, consulaat of het Ministerie van Buitenlandse Zaken verstrekte Note Verbale; +t. houders van diplomatieke paspoorten; +u. staatshoofden en leden van een buitenlandse regering; +v. ambtenaren, leden van een regering of andere personen die zijn uitgenodigd door de Nederlandse overheid, als zij in de uitoefening van hun functie reizen of als zij van of naar hun werkzaamheden reizen; +w. personen die werkzaam zijn bij een internationale of humanitaire organisatie als zij in de uitoefening van hun functie reizen of als zij van of naar hun werkzaamheden reizen; +x. personen die werkzaamheden verrichten gerelateerd aan de gereedstelling of daadwerkelijke inzet van personeel ingedeeld bij Defensie, personeel ingedeeld bij Defensie dat een noodzakelijke korte opleiding moet volgen of experts noodzakelijk voor het functioneren van de krijgsmacht, als zij in de uitoefening van hun functie reizen of als zij van of naar hun werkzaamheden reizen; +y. personen die inreizen omdat zij aanwezig moeten zijn bij een strafproces; +z. functionarissen die reizen in verband met het uitvoeren van taken in opdracht van Onze Minister van Justitie en Veiligheid alsmede de personen die door deze functionarissen worden begeleid. + +**2.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de verplichting, bedoeld in artikel 58nb, eerste lid, voorts niet van toepassing is op personen die voor inreis hebben verbleven in een door Onze Minister aangewezen zeer hoogrisicogebied als bedoeld in artikel 58ea, eerste lid, aanhef en onderdeel b, indien zij middels een bewijs van vaccinatie tegen covid-19 dat voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden kunnen aantonen dat zij op het moment van inreizen gevaccineerd waren volgens bij die regeling te bepalen minimumeisen. + +**3.** Bij ministeriële regeling kunnen categorieën van personen worden aangewezen op wie de verplichting, bedoeld in artikel 58nb, eerste lid, eveneens niet van toepassing is. + +**4.** Bij ministeriële regeling kan voorts worden bepaald dat de burgemeester met het oog op bijzondere omstandigheden in een individueel geval ontheffing kan verlenen van het bepaalde bij of krachtens artikel 58nb, eerste lid, en artikel 58ne. Aan de ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Artikel 58e, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 58nd + +**1.** De in artikel 58nb, eerste lid, bedoelde persoon kan de burgerlijke rechter schriftelijk verzoeken om opheffing van de ten aanzien van hem geldende verplichting om in thuisquarantaine te gaan op de grond dat deze verplichting niet op hem van toepassing is. + +**2.** Het verzoekschrift wordt ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen wiens rechtsgebied de woon- of verblijfplaats, bedoeld in artikel 58nb, eerste lid, van de indiener van het verzoekschrift is gelegen. Voor de behandeling van het verzoekschrift wordt geen griffierecht geheven. Artikel 46 is van overeenkomstige toepassing. + +**3.** In aanvulling op artikel 278, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevat het verzoekschrift het e-mailadres en telefoonnummer waarop de verzoeker bereikbaar is en eventuele bewijsstukken die het verzoek ondersteunen. + +**4.** Voordat op het verzoekschrift wordt beslist, hoort de rechter de indiener van het verzoekschrift door middel van een tweezijdig elektronisch communicatiemiddel, tenzij de indiener niet beschikbaar was op het door de rechter vastgestelde tijdstip waarop het horen plaatsvindt. Artikel 41, derde lid, is van toepassing. + +**5.** De rechter beslist zo spoedig mogelijk op het verzoek, doch uiterlijk binnen drie dagen te rekenen vanaf de dag na die van het indienen van het verzoekschrift. Tegen de beslissing van de rechter staat geen voorziening open. + +### Artikel 58ne + +Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat op de in artikel 58nb, eerste lid, bedoelde persoon een verplichting rust om: + +a. een papieren of digitale verklaring naar waarheid in te vullen, waarin hij verklaart dat hij na inreis onverwijld in thuisquarantaine zal gaan op zijn woonadres of het opgegeven adres van een verblijfplaats, dan wel behoort tot een van de categorieën van personen, bedoeld in artikel 58nc, en om daarbij de in die regeling te bepalen gegevens aan Onze Minister te verstrekken; +b. bij inreis te beschikken over een papieren verklaring of een bevestiging van een digitaal ingevulde verklaring als bedoeld in onderdeel a, zo nodig vergezeld van het in die regeling voorgeschreven document indien het gaat om een persoon die verklaart dat hij behoort tot een van de categorieën van personen, bedoeld in artikel 58nc; +c. de verklaring of bevestiging en het eventuele voorgeschreven document op verzoek te tonen aan een toezichthouder; +d. de verklaring of bevestiging en het eventuele voorgeschreven document te bewaren tot een bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip. + +### Artikel 58nf + +**1.** In het kader van de taak van Onze Minister, bedoeld in artikel 7, eerste lid, en ter monitoring van de naleving van de verplichting van artikel 58nb, eerste lid, is Onze Minister bevoegd tot verwerking van de krachtens de artikelen 58ne of 58ng verstrekte gegevens van een in artikel 58nb, eerste lid, bedoelde persoon. + +**2.** Indien Onze Minister op grond van bevindingen in het kader van de monitoring nader onderzoek door een toezichthouder naar de naleving van de verplichting tot thuisquarantaine door een in artikel 58nb, eerste lid, bedoelde persoon wenselijk acht, of een in artikel 58nb, eerste lid, bedoelde persoon telefonisch niet heeft kunnen bereiken, kan Onze Minister een melding doen aan de burgemeester van de gemeente waar de woon- of verblijfplaats van die persoon is gelegen. + +**3.** Onze Minister, de burgemeester en de bij of krachtens deze wet aangewezen toezichthouders zijn bevoegd tot het verwerken en onderling uitwisselen van een melding als bedoeld in het tweede lid, en de krachtens de artikelen 58ne of 58ng verstrekte gegevens van een in artikel 58nb, eerste lid, bedoelde persoon, voor zover dit noodzakelijk is voor het toezicht op en de handhaving van de naleving van artikel 58nb, eerste lid. + +**4.** De krachtens de artikelen 58ne of 58ng verstrekte gegevens worden door Onze Minister niet langer bewaard dan de krachtens artikel 58nb, eerste lid, bij ministeriële regeling bepaalde duur van de thuisquarantaine. + +### Artikel 58ng + +**1.** + +Met het oog op het toezicht op en de handhaving van de naleving van artikel 58nb, eerste lid, kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat: + +a. op de in artikel 58nb, eerste lid, bedoelde persoon die bij inreis in Nederland gebruik maakt van bedrijfsmatig personenvervoer als bedoeld in artikel 58p, een verplichting rust om een in artikel 58ne bedoelde papieren verklaring op verzoek te verstrekken aan de aanbieder van personenvervoer of een toezichthouder; +b. op de in onderdeel a bedoelde aanbieder van bedrijfsmatig personenvervoer een verplichting rust om een aan hem krachtens onderdeel a verstrekte verklaring in te nemen en deze verklaring te verstrekken aan de voorzitter van de veiligheidsregio of een toezichthouder; +c. op de voorzitter van de veiligheidsregio een verplichting rust om een aan hem krachtens onderdeel b verstrekte verklaring op diens verzoek aan Onze Minister te verstrekken of te vernietigen; +d. op een toezichthouder een verplichting rust om een aan hem krachtens onderdeel a of b verstrekte verklaring op diens verzoek aan Onze Minister te verstrekken of de verklaring te vernietigen; +e. op de aanbieder van bedrijfsmatig personenvervoer als bedoeld in artikel 58p waarvan een in artikel 58nb, eerste lid, bedoelde persoon bij inreis in Nederland gebruik maakt, een verplichting rust om de bij de aanbieder beschikbare persoonsidentificerende gegevens en het telefoonnummer van die persoon op diens verzoek te verstrekken aan Onze Minister. + +**2.** De aanbieder van personenvervoer, de voorzitter van de veiligheidsregio en de toezichthouder zijn bevoegd tot het verwerken van de krachtens het eerste lid aan hen verstrekte verklaringen, voor zover dit noodzakelijk is om te voldoen aan de op hen krachtens dat lid rustende verplichtingen. + +### Artikel 58nh + +**1.** Bij ministeriële regeling kan, na overleg met de gezaghebber, worden bepaald dat op degene die reist tussen Bonaire, Sint Eustatius of Saba of die een van deze eilanden inreist en voor inreis heeft verbleven in het Europese deel van Nederland of in een door Onze Minister, na overleg met de gezaghebber, aangewezen gebied in het buitenland, de verplichting, bedoeld in artikel 58nb, eerste lid, rust. + +**2.** Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, zijn de artikelen 58nb tot en met 58ng van overeenkomstige toepassing, tenzij bij ministeriële regeling anders is bepaald. + +**3.** In de regeling, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat de gezaghebber met het oog op bijzondere omstandigheden in een individueel geval ontheffing kan verlenen van het bepaalde bij of krachtens het eerste lid. Aan de ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Artikel 58e, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. + ### Paragraaf 3. Sectorspecifieke bepalingen ### Artikel 58o @@ -1042,16 +1191,19 @@ d. toegang van advocaten en cliëntenvertrouwenspersonen als bedoeld in de Wet z ### Artikel 58p -**1.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het aanbieden van bepaalde categorieën van personenvervoer geheel of gedeeltelijk verboden is. +**1.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het aanbieden van bepaalde categorieën van bedrijfsmatig personenvervoer geheel of gedeeltelijk verboden is. -**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het aanbieden van, de toegang tot en het gebruik van voorzieningen voor personenvervoer binnen Nederland of met een bestemming in Nederland. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen categorieën van personenvervoer, gebieden van waaruit de reiziger vertrekt en categorieën van personen voor wie de regels gelden en kan worden afgeweken van artikel 58f, derde lid, aanhef en onder a. +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het aanbieden van, de toegang tot en het gebruik van voorzieningen voor bedrijfsmatig personenvervoer binnen Nederland of met een bestemming in Nederland. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen categorieën van bedrijfsmatig personenvervoer, gebieden van waaruit de reiziger vertrekt en categorieën van personen voor wie de regels gelden en kan worden afgeweken van artikel 58f, derde lid, aanhef en onder a. **3.** Tot de in het tweede lid bedoelde regels kunnen behoren: -a. een verplichting voor de aanbieder van personenvervoer ervoor zorg te dragen dat aan een reiziger die vertrekt vanuit een door Onze Minister aangewezen gebied in het buitenland of reist tussen het Europese deel van Nederland, Bonaire, Sint Eustatius of Saba, uitsluitend vervoer wordt aangeboden, toegang daartoe wordt verschaft en gebruik daarvan wordt toegestaan, indien de reiziger een testuitslag kan tonen aan de aanbieder van personenvervoer en een toezichthouder, waaruit blijkt dat hij op het moment van testen niet was geïnfecteerd met het virus SARS-CoV-2; -b. een verplichting voor de reiziger die vertrekt vanuit een door Onze Minister aangewezen gebied in het buitenland of reist tussen het Europese deel van Nederland, Bonaire, Sint Eustatius of Saba om bij de toegang tot het vervoermiddel en tijdens het vervoer te beschikken over een testuitslag waaruit blijkt dat hij op het moment van testen niet was geïnfecteerd met het virus SARS-CoV-2, en een verplichting voor de reiziger deze op verzoek te tonen aan de aanbieder van personenvervoer en een toezichthouder. +a. een verplichting voor de aanbieder van bedrijfsmatig personenvervoer ervoor zorg te dragen dat aan een reiziger die vertrekt vanuit een door Onze Minister aangewezen gebied in het buitenland of reist tussen het Europese deel van Nederland, Bonaire, Sint Eustatius of Saba, uitsluitend vervoer wordt aangeboden, toegang daartoe wordt verschaft en gebruik daarvan wordt toegestaan, indien de reiziger een testuitslag waaruit blijkt dat hij op het moment van testen niet was geïnfecteerd met het virus SARS-CoV-2 of een verklaring als bedoeld in artikel 58ne, eventueel vergezeld van het voorgeschreven document als bedoeld in dat artikel, kan tonen aan de aanbieder van bedrijfsmatig personenvervoer en een toezichthouder; +b. een verplichting voor de reiziger die vertrekt vanuit een door Onze Minister aangewezen gebied in het buitenland of reist tussen het Europese deel van Nederland, Bonaire, Sint Eustatius of Saba om bij de toegang tot het vervoermiddel en tijdens het vervoer te beschikken over een testuitslag waaruit blijkt dat hij op het moment van testen niet was geïnfecteerd met het virus SARS-CoV-2, een verplichting voor de reiziger deze op verzoek te tonen aan de aanbieder van bedrijfsmatig personenvervoer en een toezichthouder en om de testuitslag te bewaren tot een bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip; +c. Ten aanzien van inreis in Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een verplichting voor de reiziger die vertrekt vanuit een door Onze Minister aangewezen gebied in het buitenland of reist tussen het Europese deel van Nederland, Bonaire, Sint Eustatius of Saba om direct na aankomst te beschikken over een testuitslag waaruit blijkt dat hij op het moment van testen niet was geïnfecteerd met het virus SARS-CoV-2, en een verplichting voor de reiziger deze op verzoek te tonen aan een toezichthouder. + +**3a.** In een regeling als bedoeld in het derde lid kan worden bepaald dat de in dat lid bedoelde verplichtingen niet van toepassing zijn op personen die voor inreis hebben verbleven in een door Onze Minister aangewezen hoogrisicogebied of zeer hoogrisicogebied, en die middels een bewijs van vaccinatie tegen covid-19 dat voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden kunnen aantonen dat zij op het moment van inreizen gevaccineerd waren volgens bij die regeling te bepalen minimumeisen. **4.** @@ -1062,7 +1214,28 @@ b. het type test dat is uitgevoerd; c. de wijze waarop de testuitslag wordt aangetoond; d. de termijn waarbinnen de test moet zijn uitgevoerd ten opzichte van het moment van binnenkomst in Nederland. -**5.** Een regeling als bedoeld in het derde lid is niet van toepassing op degenen die het grondgebied van Nederland als het eigen land willen betreden en die niet kunnen beschikken over een testuitslag waaruit blijkt dat zij op het moment van testen niet waren geïnfecteerd met het virus SARS-CoV-2. +**5.** Een regeling als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, is niet van toepassing op degene die wegens overmacht niet kan beschikken over een of meerdere van de in dat onderdeel bedoelde bescheiden. + +**6.** Ten aanzien van inreis in Bonaire, Sint Eustatius of Saba geschiedt de aanwijzing van gebieden, bedoeld in het derde lid, na overleg met de gezaghebber. + +### Artikel 58pa + +**1.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat op de reiziger die heeft verbleven in een door Onze Minister aangewezen gebied in het buitenland of reist tussen het Europese deel van Nederland, Bonaire, Sint Eustatius of Saba, anders dan met gebruikmaking van bedrijfsmatig personenvervoer als bedoeld in artikel 58p, een verplichting rust om bij inreis in Nederland te beschikken over een testuitslag waaruit blijkt dat hij op het moment van testen niet was geïnfecteerd met het virus SARS-CoV-2, om die testuitslag op verzoek te tonen aan een toezichthouder en om die testuitslag te bewaren tot een bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip. + +**2.** + +In een regeling als bedoeld in het eerste lid worden eisen gesteld met betrekking tot de test, die in elk geval betrekking hebben op: + +a. de vaststelling van de identiteit van de geteste persoon; +b. het type test dat is uitgevoerd; +c. de wijze waarop de testuitslag wordt aangetoond; +d. de termijn waarbinnen de test moet zijn uitgevoerd ten opzichte van het moment van inreis in Nederland. + +**3.** In een regeling als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat de in dat lid bedoelde verplichtingen niet van toepassing zijn op personen die voor inreis hebben verbleven in een door Onze Minister aangewezen hoogrisicogebied of zeer hoogrisicogebied, en die middels een bewijs van vaccinatie tegen covid-19 dat voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden kunnen aantonen dat zij op het moment van inreizen gevaccineerd waren volgens bij die regeling te bepalen minimumeisen. + +**4.** Ten aanzien van inreis in Bonaire, Sint Eustatius of Saba geschiedt de aanwijzing van gebieden, bedoeld in het eerste lid, na overleg met de gezaghebber. + +**5.** Ten aanzien van inreis in Bonaire, Sint Eustatius of Saba kan de in het eerste lid bedoelde testuitslag in bij ministeriële regeling bepaalde gevallen ook worden verkregen direct na het moment van aankomst. ### Artikel 58q @@ -1088,6 +1261,155 @@ c. kinderen voor wie vanwege bijzondere problematiek of een moeilijke thuissitua **5.** De artikelen 1.61, 1.62, vierde en vijfde lid,1.63 tot en met 1.66, 1.67a, 1.72 en 1.80 van de Wet kinderopvang zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de handhaving van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde regels in de kinderopvang. Artikel 1.81 van die wet is van overeenkomstige toepassing, voor zover de houder reeds is geregistreerd in het landelijk register kinderopvang. Het tweede, derde en vierde lid van artikel 58l zijn niet van toepassing. +### Paragraaf 3a. Coronatoegangsbewijzen + +### Artikel 58ra + +**1.** + +In een krachtens paragraaf 2 van dit hoofdstuk vast te stellen ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het beschikken over een daarbij te bepalen resultaat voor deelname aan of toegang tot daarbij te bepalen activiteiten of voorzieningen op uitsluitend de volgende terreinen: + +a. cultuur; +b. evenementen; +c. georganiseerde jeugdactiviteiten; +d. horeca; of +e. sport. + +**2.** + +Regels met betrekking tot het beschikken over vaccinatie tegen covid-19 of herstel van een infectie met het virus SARS-CoV-2 worden slechts gesteld indien: + +a. op basis van een bewijs van vaccinatie tegen covid-19 of een bewijs van herstel van een infectie met het virus SARS-CoV-2 kan worden vastgesteld dat een vergelijkbare kans op overdracht van het virus SARS-CoV-2 bestaat als bij een bewijs van een negatieve testuitslag; en +b. de mogelijkheid wordt geboden in plaats van een bewijs van vaccinatie tegen covid-19 of een bewijs van herstel van een infectie met het virus SARS-CoV-2 gebruik te maken van een testuitslag. + +**3.** Slechts voor zover dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur is bepaald, kunnen voorts in een krachtens paragraaf 2 van dit hoofdstuk of artikel 58q vast te stellen ministeriële regeling regels als bedoeld in het eerste lid worden gesteld op het terrein van beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.1.1, onder h, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, of hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onder b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. + +**4.** + +Met betrekking tot een besluit tot vaststelling of wijziging van het beleid bij de toepassing van regels als bedoeld in het eerste lid, behoeft, voor zover deze regels betrekking hebben op: + +a. het beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 1.1.1, onder h, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, het bevoegd gezag voorafgaande instemming van: + +1°. de studentenraad overeenkomstig hetgeen bij of krachtens die wet is bepaald ten aanzien van de instemmingsbevoegdheid, bedoeld in artikel 8a.2.2 van die wet; en +2°. de ondernemingsraad overeenkomstig hetgeen bij of krachtens de Wet op de ondernemingsraden is bepaald ten aanzien van het instemmingsrecht, bedoeld in artikel 27 van die wet; +b. het beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, het bevoegd gezag voorafgaande instemming van de vertegenwoordiging, bedoeld in artikel 5.1 van die wet; +c. het hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.1, onder b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, het instellingsbestuur voorafgaande instemming van de universiteitsraad of medezeggenschapsraad dan wel de gezamenlijke vergadering overeenkomstig hetgeen bij of krachtens die wet is bepaald ten aanzien van de instemmingsbevoegdheid van die raad of vergadering. + +**5.** + +Bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het derde lid worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de onderwijsinstelling: + +a. zorg draagt voor een toegankelijke voorziening waar de student zich kan laten testen op infectie met het virus SARS-CoV-2; +b. de toegankelijkheid van het onderwijs waarborgt voor de student die niet over een coronatoegangsbewijs beschikt. + +**6.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het derde lid wordt gedaan door Onze Ministers in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De voordracht wordt niet eerder gedaan dan een week nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. + +**7.** In een krachtens paragraaf 2 van dit hoofdstuk of artikel 58q vast te stellen ministeriële regeling kunnen experimenten worden aangewezen die tot doel hebben het vergaren van en aan Onze Minister rapporteren over praktijkkennis over de uitvoerbaarheid en effecten van regels als bedoeld in het eerste of derde lid. + +**8.** Ten aanzien van personen die beroeps- of bedrijfsmatig werkzaamheden verrichten worden geen regels als bedoeld in het eerste lid gesteld. + +**9.** Regels als bedoeld in het eerste lid gelden niet voor personen die vanwege een beperking of een ziekte geen test kunnen ondergaan of als gevolg van een test ernstig ontregeld raken. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de toepassing van de eerste volzin, in ieder geval met betrekking tot de vaststelling dat een persoon vanwege een beperking of ziekte geen test kan worden afgenomen en met betrekking tot de deelname aan of toegang tot activiteiten of voorzieningen voor deze personen. + +**10.** Het is verboden om voor deelname aan of toegang tot activiteiten of voorzieningen in openbare plaatsen of publieke plaatsen eisen te stellen met betrekking tot het beschikken over een resultaat, tenzij daarvoor regels als bedoeld in het eerste of derde lid zijn gesteld. + +### Artikel 58rb + +Onverminderd artikel 58b, tweede lid, kunnen slechts regels als bedoeld in artikel 58ra, eerste of derde lid, worden gesteld, indien deze, rekening houdend met de aard van de activiteiten of voorzieningen: + +a. in het maatschappelijk belang zijn aangewezen; +b. uitvoerbaar en doelmatig zijn, mede gelet op de aanvang en duur van de periode waarin de regels van toepassing zijn en de mogelijkheden om een resultaat te verkrijgen; +c. gepaard gaan met voorzorgsmaatregelen om eventuele maatschappelijk ongewenste effecten ervan, waaronder afbreuk aan andere maatregelen tegen verspreiding van het virus SARS-CoV-2, vermijdbare achterstanden of ongelijke toegang tot activiteiten, voorzieningen of onderwijs te voorkomen, weg te nemen of te verminderen. + +### Artikel 58rc + +**1.** Voor het beschikken over een testuitslag ten behoeve van deelname aan of toegang tot activiteiten of voorzieningen als bedoeld in artikel 58ra, eerste lid, of het onderwijs, bedoeld in artikel 58ra, derde lid, biedt Onze Minister aan ieder de mogelijkheid om zichzelf te testen of zich te laten testen op infectie met het virus SARS-CoV-2, waarbij de kosten van respectievelijk de test of de uitvoering van het testen voor rekening komen van Onze Minister. + +**2.** + +Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld, die in elk geval betrekking kunnen hebben op: + +a. de wijze waarop de mogelijkheid, bedoeld in het eerste lid, wordt geboden, waarbij kan worden bepaald dat uitsluitend een van beide in dat lid bedoelde vormen van testen wordt geboden; +b. het type test waarmee een persoon zich zelf kan testen of zich kan laten testen; +c. de frequentie waarmee een persoon de mogelijkheid om zichzelf te testen, bedoeld in het eerste lid, wordt geboden. + +**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de voor deze uitvoering noodzakelijke verwerking van persoonsgegevens, met inbegrip van persoonsgegevens over de gezondheid als bedoeld in artikel 9 van de Algemene verordening gegevensbescherming of artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens BES. + +### Artikel 58rd + +**1.** + +In een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 58ra, eerste of derde lid, worden eisen gesteld met betrekking tot de test, de vaccinatie of het herstel om voor een resultaat te worden gebruikt, die voor een test in elk geval betrekking hebben op: + +a. de vaststelling van de identiteit van de geteste persoon; +b. het type test dat is uitgevoerd, waarbij onder meer onderscheid gemaakt kan worden tussen zelfafname, zelfafname onder begeleiding van een derde of afname door een derde; +c. de testuitslag; +d. de termijn sinds het uitvoeren van de test. + +**2.** + +Tot de regels, bedoeld in artikel 58ra, eerste of derde lid, kunnen behoren: + +a. een verplichting voor personen om het resultaat en een geldig identiteitsdocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht of artikel 2 van de Wet identificatieplicht BES op verzoek te tonen aan degene die bevoegd is, bedoeld in de artikelen 58k en 58l, of de onderwijsinstelling, bedoeld in artikel 58q en aan een toezichthouder; +b. een verplichting voor degene die bevoegd is, bedoeld in de artikelen 58k en 58l, of de onderwijsinstelling, bedoeld in artikel 58q, de persoon die geen resultaat of geldig identiteitsdocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht of artikel 2 van de Wet identificatieplicht BES kan tonen, de toegang tot of het gebruik van een publieke onderscheidenlijk besloten plaats te ontzeggen. + +### Artikel 58re + +**1.** + +Voor het tonen van het resultaat wordt gebruikt: + +a. hetzij een elektronisch coronatoegangsbewijs: + +1°. met een door Onze Minister beschikbaar gestelde applicatie; of +2°. indien dat bij ministeriële regeling is bepaald, op een daarbij aangewezen drager; +b. hetzij een schriftelijk coronatoegangsbewijs. + +**2.** Bij ministeriële regeling worden eisen gesteld aan de aangewezen drager en het schriftelijk coronatoegangsbewijs, die in elk geval waarborgen dat uitsluitend betrouwbare resultaten getoond worden en waarbij zo min mogelijk persoonsgegevens worden verlangd ten behoeve van het verifiëren van de identiteit van de toonder van het coronatoegangsbewijs. + +**3.** Voor het lezen van het elektronisch of schriftelijk coronatoegangsbewijs wordt een door Onze Minister beschikbaar gestelde applicatie gebruikt. + +**4.** Onze Minister draagt zorg voor de inrichting en het beheer van de applicaties en treft waarborgen om ervoor te zorgen dat met de applicaties uitsluitend betrouwbare resultaten getoond worden. + +**5.** Onze Minister is verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming en artikel 1, tweede lid, onder d, van de Wet bescherming persoonsgegevens BES voor de verwerking van persoonsgegevens bij het gebruik van de aangewezen drager en de applicaties. + +**6.** De uitvoerder van de test, de toediener van het vaccin, de verklaarder van het herstel, de geteste persoon en de bevoegde of onderwijsinstelling, bedoeld in artikel 58rd, tweede lid, onder b, verwerken voor het gebruik van de applicatie, de aangewezen drager of het schriftelijk coronatoegangsbewijs bij ministeriële regeling te bepalen persoonsgegevens, waaronder persoonsgegevens over de gezondheid als bedoeld in artikel 9 van de Algemene verordening gegevensbescherming of artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens BES, die noodzakelijk zijn om te voldoen aan de eisen en waarborgen, bedoeld in het tweede en vierde lid, en artikel 58rd, eerste lid. + +**7.** De applicatie voor het lezen van het elektronisch of schriftelijk coronatoegangsbewijs maakt de persoonsgegevens uitsluitend gedurende een bij ministeriële regeling te bepalen aantal seconden zichtbaar en vernietigt de persoonsgegevens onmiddellijk daarna. + +**8.** + +Bij ministeriële regeling kunnen voorwaarden worden gesteld aan: + +a. de aansluiting van de uitvoerder van de test, de toediener van het vaccin of de verklaarder van het herstel op de applicatie voor het tonen van het coronatoegangsbewijs; +b. het gebruik van de applicatie voor het lezen van het coronatoegangsbewijs door de bevoegde of onderwijsinstelling, bedoeld in artikel 58rd, tweede lid, onder b; +c. het gebruik van de aangewezen drager door de uitvoerder van de test, de toediener van het vaccin, de verklaarder van het herstel, of de bevoegde of onderwijsinstelling, bedoeld in artikel 58rd, tweede lid, onder b; of +d. het gebruik van de applicatie voor het tonen van het coronatoegangsbewijs of de aangewezen drager door een persoon waarop een verplichting als bedoeld in artikel 58rd, tweede lid, onder a, rust; +e. de beveiliging tegen verlies en onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens. + +**9.** + +Onze Minister maakt door middel van de applicatie voor het tonen van het coronatoegangsbewijs ten minste de volgende informatie toegankelijk: + +a. de wijze waarop bij de uitvoerder van de test, de toediener van het vaccin of de verklaarder van het herstel een beroep kan worden gedaan op de rechten, bedoeld in de artikelen 12 tot en met 23 en 33 van de Algemene verordening gegevensbescherming en de artikelen 25 tot en met 34 van de Wet bescherming persoonsgegevens BES; +b. de wijze waarop een klacht kan worden ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens of een verzoek tot het instellen van een onderzoek als bedoeld in artikel 50 van de Wet bescherming persoonsgegevens BES kan worden gedaan bij de Commissie toezicht bescherming persoonsgegevens BES; +c. de wijze van verwerking van gegevens in het kader van de applicatie in beknopte en toegankelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal. + +### Artikel 58rf + +**1.** Onze Minister kan ontheffing verlenen van het gebruik van de applicatie, bedoeld in artikel 58re, derde lid, indien het lezen van een coronatoegangsbewijs plaatsvindt als onderdeel van een meeromvattend geautomatiseerd systeem voor het controleren van grote aantallen personen voor deelname aan activiteiten of toegang tot voorzieningen. + +**2.** Aan de ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden, in ieder geval met betrekking tot de inrichting, het beheer en het gebruik van het systeem en de beveiliging tegen verlies en onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens. + +**3.** Indien ontheffing wordt verleend, kan Onze Minister tevens bij ministeriële regeling vrijstelling verlenen van het bepaalde bij of krachtens artikel 58re, eerste lid, indien noodzakelijk om een coronatoegangsbewijs te kunnen lezen met het systeem. + +**4.** Aan de vrijstelling kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden, in ieder geval met betrekking tot de eisen aan het coronatoegangsbewijs en de aansluiting van de uitvoerder van de test, de toediener van het vaccin of de verklaarder van het herstel op het systeem en de beveiliging tegen verlies en onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens. De voorschriften en beperkingen kunnen voor de verschillende categorieën van het coronatoegangsbewijs verschillen. + +**5.** Artikel 58re, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing op de verwerking van persoonsgegevens voor de toepassing van het systeem. + +### Artikel 58rg + +Artikel 446, vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 446, vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek BES zijn niet van toepassing op het laten uitvoeren van een test met het oogmerk te voldoen aan de verplichting, bedoeld in artikel 58rd, tweede lid, onder a. + ### Paragraaf 4. Overige bepalingen ### Artikel 58s @@ -1124,7 +1446,13 @@ De burgemeester is bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang ter a. het bepaalde bij of krachtens de artikelen 58h, eerste lid, en 58i; b. het bepaalde krachtens artikel 58j, eerste lid, indien de overtreding wordt begaan op een openbare of publieke plaats of een besloten plaats indien deze geen ruimte betreft waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend. -**4.** De burgemeester is bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 58f, eerste en vierde lid, en vijfde lid, tweede zin, en 58g, eerste lid, indien de overtreding wordt begaan op een openbare of publieke plaats of een besloten plaats indien deze geen ruimte betreft waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend. +**4.** De burgemeester is bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 58f, eerste en vierde lid, en vijfde lid, tweede zin, en 58g, eerste lid, indien de overtreding wordt begaan op een openbare of publieke plaats of een besloten plaats indien deze geen ruimte betreft waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend, of ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens artikel 58nb, eerste lid. + +### Artikel 58v + +**1.** De burgemeester is bevoegd een bestuurlijke boete op te leggen ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens artikel 58nb, eerste lid. + +**2.** De op grond van het eerste lid op te leggen bestuurlijke boete bedraagt € 339. ## Hoofdstuk VI. Financiële bepalingen @@ -1270,15 +1598,17 @@ Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn Met een hechtenis van ten hoogste zeven dagen of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft degene die handelt in strijd met het bepaalde bij of krachtens: a. artikel 58e, tweede lid, laatste zin, voor zover het een ontheffing betreft van het bepaalde bij of krachtens artikel 58g, eerste lid, 58h, eerste lid, 58i of van de in artikel 58e, tweede lid, onder b of c, bedoelde regels; of -b. artikel 58g, eerste lid, 58h, eerste lid, 58i, 58j, eerste lid, 58k, tweede lid, 58l, tweede lid, eerste of tweede zin, 58o, derde lid, eerste zin of vierde lid, eerste zin, 58p, eerste of tweede lid, of 58q, eerste lid, eerste zin. +b. artikel 58g, eerste lid, 58h, eerste lid, 58i, 58j, eerste lid, 58k, tweede lid, 58l, tweede lid, eerste of tweede zin58ne, 58o, derde lid, eerste zin of vierde lid, eerste zin, 58p, eerste of tweede lid, 58pa, eerste lid, 58q, eerste lid, eerste zin, artikel 58re, derde of achtste lid, onder a, b of c, of artikel 58rf, tweede lid. -**2.** Met een geldboete van ten hoogste vijfennegentig euro wordt gestraft degene die handelt in strijd met het bepaalde bij of krachtens artikel 58f, eerste, vierde of vijfde lid, tweede zin. +**2.** Met een geldboete van ten hoogste vijfennegentig euro wordt gestraft degene die handelt in strijd met het bepaalde bij of krachtens artikel 58f, eerste, vierde of vijfde lid, tweede zin, artikel 58re, eerste of achtste lid, onder d, of artikel 58rf, vierde lid. -**3.** De in dit artikel strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. +**3.** Met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde categorie wordt gestraft degene die handelt in strijd met artikel 58ra, tiende lid. -**4.** In afwijking van het bij en krachtens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens bepaalde worden de gegevens met betrekking tot geldboetes, opgelegd voor overtreding van artikel 58f, eerste lid, of artikel 58g, eerste lid, niet aangemerkt als justitiële gegevens. +**4.** De in dit artikel strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. -**5.** In afwijking van artikel 35 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens worden de in dit artikel strafbaar gestelde feiten niet betrokken bij het onderzoek naar het gedrag van een natuurlijke persoon of rechtspersoon als bedoeld in artikel 28 van die wet. +**5.** In afwijking van het bij en krachtens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens bepaalde worden de gegevens met betrekking tot geldboetes, opgelegd voor overtreding van artikel 58f, eerste lid, artikel 58g, eerste lid, artikel 58re, eerste of achtste lid, onder d, of artikel 58rf, vierde lid niet aangemerkt als justitiële gegevens. + +**6.** In afwijking van artikel 35 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens worden de in dit artikel strafbaar gestelde feiten niet betrokken bij het onderzoek naar het gedrag van een natuurlijke persoon of rechtspersoon als bedoeld in artikel 28 van die wet. ## Hoofdstuk VIIa. Openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba @@ -1392,6 +1722,12 @@ Voor het toepassen van bestuursdwang in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eusta **2.** De bevoegdheid tot invordering van een verbeurde dwangsom verjaart door verloop van een jaar na de dag waarop zij is verbeurd. Op de invordering is artikel 68k, zesde tot en met tiende lid, van overeenkomstige toepassing. +### Artikel 68kb + +**1.** Op de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de in artikel 58v genoemde bepaling zijn de artikelen 5:5 tot en met 5:10a en 5:40 tot en met 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. + +**2.** De op grond van artikel 58v, eerste lid, op te leggen bestuurlijke boete bedraagt USD 218. + ### Artikel 68l **1.** Met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft degene die in strijd handelt met artikel 68e, eerste lid, of die het in artikel 68e, tweede lid, bedoelde lijk onttrekt aan een krachtens dat artikel genomen maatregel.