2003-01-01 | BWBR0008253 | Bijdragebesluit zorg
This commit is contained in:
parent
f4477f8e08
commit
b4a5fa3f72
1 changed files with 122 additions and 214 deletions
|
|
@ -14,42 +14,38 @@ citeertitel: Bijdragebesluit zorg
|
|||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. de wet:
|
||||
a. de wet: de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
|
||||
b. het Besluit: het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering;
|
||||
c. instelling: een ingevolge artikel 8 van de wet toegelaten instelling waarin zorg wordt verleend als omschreven in de artikelen 9, 11, 12, 14, 16, 19, 20, 20*a*, 20*c*, 21, 22, 22a, 23, eerste lid, en 25 van het Besluit alsmede een tehuis als bedoeld in het Besluit regeling vergoeding Bijzondere Ziektekostenverzekering;
|
||||
d. dag: een kalenderdag;
|
||||
e. peiljaar: het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin de verzekerde zijn aanspraak op zorg tot gelding brengt;
|
||||
f. inkomen:
|
||||
|
||||
de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
|
||||
b. het Besluit:
|
||||
1°. indien met betrekking tot het peiljaar een aanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: het verzamelinkomen, bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermeerderd met de correctie voor buitengewone uitgaven als bedoeld in het tweede lid;
|
||||
2°. in de overige gevallen: het belastbare loon, bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964;
|
||||
g. belasting:
|
||||
|
||||
het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering;
|
||||
c. instelling:
|
||||
1°. indien over het peiljaar een aanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: de over dat jaar verschuldigde inkomstenbelasting, bedoeld in artikel 2.7 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermeerderd met de over dat jaar verschuldigde premie voor de volksverzekeringen, bedoeld in artikel 10, derde lid, van de Wet financiering volksverzekeringen;
|
||||
2°. in de overige gevallen: de in dat jaar ingehouden loonbelasting, bedoeld in artikel 20 van de Wet op de loonbelasting 1964, vermeerderd met de in dat jaar ingehouden premie voor de volksverzekeringen bedoeld in artikel 10, derde lid, van de Wet financiering volksverzekeringen;
|
||||
h. indexpercentage: het percentage waarmee het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, op 1 juli van het jaar volgend op het peiljaar, is gewijzigd ten opzichte van het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van die wet, op 1 juli van het peiljaar;
|
||||
i. leefeenheid: een eenheid, bestaande uit gehuwde verzekerden die al dan niet tezamen met een of meer ongehuwde minderjarige verzekerden duurzaam een huishouden voeren dan wel uit een ongehuwde meerderjarige verzekerde die met een of meer ongehuwde minderjarige verzekerden duurzaam een huishouden voert;
|
||||
j. ziektekostenverzekering: de Ziekenfondswet, een particuliere ziektekostenverzekering of een publiekrechtelijke ziektekostenregeling.
|
||||
|
||||
een ingevolge artikel 8 van de wet toegelaten instelling waarin zorg wordt verleend als omschreven in de artikelen 9, 11, 12, 14, 19, 20, 20*a*, 20*c*, 21, 22, 22a, 23, eerste lid, en 25 van het Besluit alsmede een tehuis als bedoeld in het Besluit regeling vergoeding Bijzondere Ziektekostenverzekering;
|
||||
d. verzorgingshuis:
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1°, wordt de correctie voor buitengewone uitgaven gesteld op de buitengewone uitgaven, bedoeld in afdeling 6.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermenigvuldigd met (1 minus het voor het peiljaar geldende gecombineerde heffingspercentage, bedoeld in artikel 8.1, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001).
|
||||
|
||||
een instelling als bedoeld in artikel 16 van het Besluit;
|
||||
e. dag:
|
||||
|
||||
een kalenderdag;
|
||||
f. bijdrageplichtig inkomen:
|
||||
|
||||
het inkomen van de ongehuwde verzekerde of het inkomen van de gehuwde verzekerde en zijn echtgenoot te zamen;
|
||||
g. sociaal-fiscaal nummer:
|
||||
|
||||
het nummer, bedoeld in artikel 47*b*, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
|
||||
h. leefeenheid:
|
||||
|
||||
een eenheid, bestaande uit gehuwde verzekerden die al dan niet te zamen met een of meer ongehuwde minderjarige verzekerden duurzaam een huishouden voeren dan wel uit een meerderjarige ongehuwde verzekerde die met een of meer ongehuwde minderjarige verzekerden duurzaam een huishouden voert.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk II. Bijdrage bij verblijf in een instelling of verzorgingshuis
|
||||
## Hoofdstuk II. Bijdrage bij verblijf in een instelling
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Bijdrageplicht
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** De verzekerde van 18 jaren of ouder draagt bij in de kosten van de zorg, verleend door een instelling of een verzorgingshuis.
|
||||
**1.** De verzekerde van 18 jaren of ouder draagt bij in de kosten van de zorg, verleend door een instelling.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt afwezigheid uit de instelling of het verzorgingshuis, anders dan in verband met beëindiging van de zorgverlening, buiten beschouwing gelaten.
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt afwezigheid uit de instelling, anders dan in verband met beëindiging van de zorgverlening, buiten beschouwing gelaten.
|
||||
|
||||
**3.** Een wijziging in de burgerlijke staat van de verzekerde en het bereiken van een voor de toepassing van dit besluit van belang zijnde leeftijd door de verzekerde of zijn echtgenoot wordt in aanmerking genomen met ingang van de datum waarop die wijziging plaatsvindt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -57,7 +53,7 @@ een eenheid, bestaande uit gehuwde verzekerden die al dan niet te zamen met een
|
|||
|
||||
**1.** De verzekerde is de bijdrage, bedoeld in artikel 2, verschuldigd aan het uitvoeringsorgaan.
|
||||
|
||||
**2.** Indien aan een verzekerde zorg wordt verleend met toepassing van artikel 6, vierde lid, van de wet, is hij de bijdrage in afwijking van het eerste lid verschuldigd aan Onze Minister van Justitie.
|
||||
**2.** Indien aan een verzekerde zorg wordt verleend met toepassing van artikel 6, vierde lid, van de wet, is hij de bijdrage, in afwijking van het eerste lid verschuldigd aan Onze Minister van Justitie.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Inkomensafhankelijke bijdrage
|
||||
|
||||
|
|
@ -67,140 +63,79 @@ een eenheid, bestaande uit gehuwde verzekerden die al dan niet te zamen met een
|
|||
|
||||
Met inachtneming van het tweede en het derde lid, bedraagt de bijdrage voor:
|
||||
|
||||
a. de ongehuwde verzekerde die verblijft in een instelling gedurende het etmaal: € 1561,– Bij Stcrt. 2001/70 wordt dit bedrag tot 1 januari 2002 gelezen als f 3440,-. per maand;
|
||||
b. de ongehuwde verzekerde die duurzaam verblijft in een verzorgingshuis: € 1708,48 Bij Stcrt. 2001/70 wordt dit bedrag tot 1 januari 2002 gelezen als f 3765,-. per maand;
|
||||
c. de gehuwde verzekerden die beiden verblijven in een instelling gedurende het etmaal, te zamen, € 1561,– Bij Stcrt. 2001/70 wordt dit bedrag tot 1 januari 2002 gelezen als f 3440,-.per maand;
|
||||
d. de gehuwde verzekerden die beiden duurzaam verblijven in een verzorgingshuis, te zamen, € 1708,48 Bij Stcrt. 2001/70 wordt dit bedrag tot 1 januari 2002 gelezen als f 3765,-.per maand;
|
||||
e. de gehuwde verzekerden, indien een van hen verblijft in een instelling gedurende het etmaal en de ander duurzaam verblijft in een verzorgingshuis, te zamen € 1708,48 Bij Stcrt. 2001/70 wordt dit bedrag tot 1 januari 2002 gelezen als f 3765,-. per maand.
|
||||
a. de ongehuwde verzekerde die gedurende het etmaal in een instelling, niet zijnde een instelling als bedoeld in artikel 16 van het Besluit, verblijft: € 1624 per maand;
|
||||
b. de ongehuwde verzekerde die gedurende het etmaal in een instelling als bedoeld in artikel 16 van het Besluit verblijft: € 1776 per maand;
|
||||
c. de gehuwde verzekerden die beiden gedurende het etmaal in een instelling, niet zijnde een instelling als bedoeld in artikel 16 van het Besluit, verblijven, tezamen: € 1624 per maand;
|
||||
d. de gehuwde verzekerden die beiden gedurende het etmaal in een instelling als bedoeld in artikel 16 van het Besluit verblijven, tezamen: € 1776 per maand;
|
||||
e. de gehuwde verzekerden, indien een van hen gedurende het etmaal in een instelling als bedoeld in artikel 16 van het Besluit verblijft en de ander in een instelling, niet zijnde een instelling als bedoeld in artikel 16 van het Besluit, tezamen: € 1776 per maand.
|
||||
|
||||
**2.** De bijdrage bedraagt niet meer dan negentig procent van dertig maal het goedgekeurde of vastgestelde tarief per dag.
|
||||
**2.** De bijdrage bedraagt niet meer dan negentig procent van dertig maal het op grond van de Wet tarieven gezondheidszorg goedgekeurde of vastgestelde tarief per dag.
|
||||
|
||||
**3.** De bijdrage wordt indien het bijdrageplichtig inkomen, gedeeld door twaalf, minder bedraagt dan het ingevolge het eerste en tweede lid verschuldigde bedrag, op aanvraag verlaagd tot een twaalfde gedeelte van het bijdrageplichtig inkomen.
|
||||
|
||||
**4.** De hoogte van de bijdrage wordt jaarlijks opnieuw berekend voor de periode van de eerste dag van de maand juli tot en met de dertigste dag van de daaropvolgende maand juni. Indien de uitkomst van deze berekening minder dan € 2,27 per maand verschilt van de bijdrage, die verschuldigd is in de periode voorafgaande aan de aanvang van de nieuwe bijdrageperiode, wordt bedoeld verschil voor de vaststelling van de nieuwe bijdrage buiten beschouwing gelaten.
|
||||
**4.** Over een gedeelte van een maand is de bijdrage gelijk aan het vastgestelde bedrag per maand, vermenigvuldigd met twaalf maal het aantal dagen waarover de bijdrage binnen die maand verschuldigd is en gedeeld door 365.
|
||||
|
||||
**5.** Over een gedeelte van een maand is de bijdrage gelijk aan het vastgestelde bedrag per maand, vermenigvuldigd met twaalf maal het aantal dagen waarover de bijdrage binnen die maand verschuldigd is en gedeeld door 365.
|
||||
|
||||
**6.** Van de voor gehuwde verzekerden gezamenlijk berekende bijdrage is ieder van de echtgenoten een gedeelte verschuldigd naar rato van het aandeel van het met toepassing van de artikelen 5 en 6, eerste lid, onder *a* tot en met *e*, bepaalde inkomen van de betrokken echtgenoot in het bijdrageplichtig inkomen.
|
||||
**5.** Van de voor gehuwde verzekerden gezamenlijk berekende bijdrage is ieder van de echtgenoten een gedeelte verschuldigd naar rato van ieders aandeel in het bijdrageplichtig inkomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Voor de vaststelling van de bijdrage wordt uitgegaan van het bijdrageplichtig inkomen dat in het berekeningsjaar, zijnde het kalenderjaar voorafgaande aan de in artikel 4, vierde lid, bedoelde periode, is genoten, of redelijkerwijs geacht kan worden te zijn genoten.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt voor de vaststelling van de bijdrage op aanvraag uitgegaan van het redelijkerwijs gedurende het lopende kalenderjaar te verwachten bijdrageplichtig inkomen indien toepassing van het eerste lid ertoe zou leiden dat na afdracht van de bijdrage maandelijks voor persoonlijke uitgaven gemiddeld minder zou overblijven dan het van toepassing zijnde bedrag, vermeld in artikel 31 van de Algemene bijstandswet, zoals dat geldt in het lopende kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid wordt voor de vaststelling van de bijdrage uitgegaan van het redelijkerwijs gedurende het lopende kalenderjaar te verwachten bijdrageplichtig inkomen indien eerst in het lopende kalenderjaar inkomsten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a of b, worden genoten.
|
||||
De hoogte van de bijdrage wordt jaarlijks opnieuw berekend voor de periode van de eerste dag van januari tot en met de eenendertigste dag van de daaropvolgende maand december.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen geldt als inkomen in het desbetreffende jaar:
|
||||
Het bijdrageplichtig inkomen wordt als volgt berekend:
|
||||
|
||||
a. de bruto inkomsten uit arbeid, bedoeld in artikel 22 in verbinding met artikel 23 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964;
|
||||
b. de bruto inkomsten uit uitkeringen ingevolge de sociale-zekerheidswetgeving en pensioenuitkeringen;
|
||||
c. uit hoofde van de onder *a* en *b* genoemde inkomsten ontvangen vakantie-uitkeringen;
|
||||
d. de bruto opbrengsten uit onderneming en vermogen;
|
||||
e. de overige bruto inkomsten;
|
||||
f. de in dat jaar terugontvangen loon-, inkomsten-, dividend- en vermogensbelasting;
|
||||
g. de in dat jaar terugontvangen premies ingevolge de sociale verzekeringswetten.
|
||||
a. het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde onderscheidenlijk de gehuwde verzekerden tezamen wordt verminderd met de door die verzekerde onderscheidenlijk die verzekerden verschuldigde of ingehouden belasting;
|
||||
b. op het met toepassing van onderdeel a berekende bedrag worden in mindering gebracht:
|
||||
|
||||
**2.** Indien de verwerving van inkomsten als bedoeld in het eerste lid, onder *a* of *b*, in de loop van het desbetreffende jaar aanvangt, wordt voor de berekening van het bijdrageplichtig inkomen uitgegaan van de werkelijke dan wel, ingeval van toepassing van artikel 5, tweede of derde lid, van de redelijkerwijs te verwachten inkomsten uit arbeid en uitkering, gedeeld door het aantal maanden in het desbetreffende jaar waarop deze inkomsten betrekking hebben en vermenigvuldigd met twaalf.
|
||||
1°. 15% van de redelijkerwijs te verwachten netto-opbrengst van in het lopende kalenderjaar verrichte arbeid, van een loon- of salarisdoorbetaling wegens ziekte of van een uitkering ingevolge de Ziektewet;
|
||||
2°. zak- en kleedgeld, premies voor een ziektekostenverzekering, een jonggehandicaptenkorting, een ouderenkorting of extra vrijlatingen, een en ander volgens bij ministeriële regeling te bepalen regels.
|
||||
|
||||
**3.** De gelden waarover de ouder de beschikking heeft krachtens artikel 251 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, worden voor de toepassing van deze regeling niet als inkomsten van de ouder, doch als inkomsten van het kind aangemerkt.
|
||||
**2.** Inkomen dat in het buitenland wordt belast, dan wel is vrijgesteld van belasting op grond van bepalingen van internationaal recht, wordt mede in aanmerking genomen als ware dit aan de Nederlandse belastingwetgeving onderworpen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid worden voor de vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen niet als inkomen aangemerkt:
|
||||
|
||||
a. bijstand krachtens artikel 31 van de Algemene bijstandswet;
|
||||
b. uitkeringen ingevolge artikel 14 van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945;
|
||||
c. uitkeringen ingevolge artikel 20 van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945;
|
||||
d. een eenmalige uitkering, verleend aan personen die alleen dan wel te zamen met een of meer anderen over niet meer dan een minimuminkomen beschikken;
|
||||
e. kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet, dan wel ingevolge de Wet van 10 maart 1979, houdende een overgangsregeling voor het recht op kinderbijslag voor invalide kinderen van 18 tot 27 jaar, waarop de verzekerde of zijn echtgenoot recht heeft (*Stb*. 155);
|
||||
f. het bedrag waarmee de uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet gedurende de maanden na het overlijden van de echtgenoot de uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet voor ongehuwden te boven gaat;
|
||||
g. genoten onderhoud of uitkeringen tot onderhoud ingevolge de bepalingen van de eerste afdeling van de zeventiende titel van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
h. bijdragen van kerkelijke of particuliere instellingen van weldadigheid, alsmede hetgeen anderszins bij wijze van weldadigheid wordt genoten;
|
||||
i. niet in geld genoten inkomsten;
|
||||
j. de ingevolge artikel 17*d*, eerste lid, van de Liquidatiewet Ouderdomswet 1919 uitbetaalde verplichte afkoopsom van de in artikel 17*a* van die wet bedoelde renten van € 13,61 of minder per maand;
|
||||
k. de ingevolge artikel 32*c* , 32*d* en 32*p* van de Liquidatiewet invaliditeitswetten uitgekeerde verplichte afkoopsommen.
|
||||
l. de rente op een spaartegoed ingevolge een spaarloonregeling als bedoeld in artikel 32 van de Wet op de loonbelasting 1964.
|
||||
**3.** De verzekerde meldt aan het uitvoeringsorgaan wijzigingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1, wijziging van zijn ziektekostenverzekering die voor het vaststellen van zijn eigen bijdrage relevant is dan wel wijzigingen als bedoeld in artikel 2, derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** De jaarlijkse herziening, bedoeld in artikel 5, geschiedt met toepassing van artikel 6, met dien verstande dat het bedrag dat ingevolge het eerste lid, onderdeel a, van artikel 6 is vastgesteld, slechts geïndexeerd wordt.
|
||||
|
||||
Op de inkomsten, bedoeld in artikel 6, worden voor de vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen in mindering gebracht:
|
||||
|
||||
a. de in het desbetreffende jaar betaalde loon-, inkomsten-, dividend- en vermogensbelasting;
|
||||
b. de in het desbetreffende jaar betaalde premies ingevolge de sociale verzekeringswetten, onderscheidenlijk de premie voor een ziektekostenverzekering, voor zover deze is gebaseerd op plaatsing in de laagste klasse, uitgezonderd de premie voor een aanvullende verzekering als bedoeld in artikel 33 van de Ziekenfondswet, met dien verstande dat voor de betaalde nominale premie ingevolge de Ziekenfondswet een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag in mindering wordt gebracht, dan wel, ingeval van toepassing van artikel 5, tweede lid, de werkelijk betaalde nominale premie ingevolge die wet;
|
||||
c. de betaalde premie ingevolge een pensioenregeling welke geldt voor de groep waartoe de verzekerde of zijn echtgenoot behoort;
|
||||
d. de op opbrengsten uit vermogen onderscheidenlijk onderneming betrekking hebbende lasten, welke ingevolge de Wet op de inkomstenbelasting 1964 in het desbetreffende jaar in mindering mogen worden gebracht bij het bepalen van de zuivere inkomsten uit vermogen, onderscheidenlijk de winst uit onderneming, tot ten hoogste het bedrag van de bruto opbrengsten uit vermogen onderscheidenlijk onderneming;
|
||||
e. kosten rechtstreeks voortvloeiende uit het aanwijzen van een curator dan wel een bewindvoerder;
|
||||
f. 15% van de tot het bijdrageplichtig inkomen behorende netto opbrengst van in het desbetreffende jaar verrichte arbeid, waaronder begrepen een uitkering krachtens de Ziektewet;
|
||||
g. een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag, dat voor ongehuwde verzekerden en voor gehuwde verzekerden te zamen kan verschillen, dan wel ingeval van toepassing van artikel 5, tweede en derde lid, een bedrag ter grootte van twaalf maal het bedrag bedoeld in artikel 5, tweede lid;
|
||||
h. een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag voor de studerende verzekerde, dat kan verschillen naar gelang het onderwijs dat wordt gevolgd, indien over de in artikel 4, vierde lid, bedoelde periode toelagen ter zake van studiefinanciering zijn of zullen worden toegekend krachtens de Wet studiefinanciering 2000 of de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;
|
||||
i. een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag voor de verzekerde die een uitkering geniet op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en die in het berekeningsjaar, bedoeld in artikel 5, eerste lid, jonger is dan 65 jaren;
|
||||
j. een volgens een bij ministeriële regeling vast te stellen formule te berekenen en vast te stellen bedrag, dat voor verschillende groepen van verzekerden kan verschillen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de verwerving van bruto inkomsten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder *a* of *b*, in de loop van het desbetreffende jaar aanvangt, worden voor de vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen in mindering gebracht de met betrekking tot bedoelde bruto inkomsten in dat jaar betaalde bedragen aan belastingen en premies als bedoeld in het eerste lid, onder *a* en *b*, gedeeld door het aantal maanden in het desbetreffende jaar waarop deze bedragen betrekking hebben en vermenigvuldigd met twaalf.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het betreft duurzaam verblijf in een verzorgingshuis, wordt op de inkomsten, bedoeld in artikel 6 eveneens in mindering gebracht de rente op een begrafenisvoorziening over een bedrag waarvan de hoogte bij ministeriële regeling wordt vastgesteld.
|
||||
**2.** De indexering, bedoeld in het eerste lid, geschiedt met toepassing van het indexpercentage.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Uitkeringen, gedaan om te voorzien in de kosten van onderhoud, worden, na toepassing van de artikelen 5, 6 en 7, op de inkomsten in mindering gebracht, voor zover deze naar redelijke maatstaven strekken tot dat doel en worden gedaan ten behoeve van eigen, aangehuwde en pleegkinderen, mits voor die kinderen op grond van de artikelen 7 en 26 van de Algemene Kinderbijslagwet recht op een uitkering bestaat of aan die kinderen, voor zover ze de leeftijd van 27 jaar nog niet hebben bereikt, studiefinanciering is toegekend krachtens de Wet studiefinanciering 2000.
|
||||
**1.** Voor de berekening van het bijdrageplichtig inkomen over het jaar waarin een verzekerde of zijn echtgenoot voor het eerst inkomen geniet, wordt niet van het bedrag, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, uitgegaan, maar wordt uitgegaan van het inkomen dat de verzekerde of zijn echtgenoot over het desbetreffende kalenderjaar naar verwachting zal genieten, verminderd met de naar verwachting over dat kalenderjaar verschuldigde of ingehouden belasting.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de berekening van het bijdrageplichtig inkomen over het jaar volgende op het jaar waarin een verzekerde of zijn echtgenoot voor het eerst inkomen geniet, wordt niet van het bedrag, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, uitgegaan, maar wordt uitgegaan van het inkomen dat de verzekerde of zijn echtgenoot over het lopende kalenderjaar naar verwachting zal genieten, verminderd met de naar verwachting over dat kalenderjaar verschuldigde of ingehouden belasting.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de berekening van het bijdrageplichtig inkomen over het tweede jaar volgend op het jaar waarin een verzekerde of zijn echtgenoot voor het eerst inkomen geniet, wordt niet uitgegaan van het bedrag, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, maar wordt uitgegaan van de in het tweede lid bedoelde bedragen.
|
||||
|
||||
**4.** Op de vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen over het derde jaar volgend op het jaar waarin een verzekerde of zijn echtgenoot voor het eerst inkomen geniet, is artikel 6 van toepassing en blijft artikel 7 buiten beschouwing.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
Artikel 8 is van overeenkomstige toepassing voor de gewezen of duurzaam van hem gescheiden levende echtgenoot en voor andere personen met wie de verzekerde gedurende een periode van ten minste een jaar, direct voorafgaande aan de opneming in een instelling of verzorgingshuis, een gemeenschappelijke huishouding voerde.
|
||||
**1.** Indien artikel 8, eerste of tweede lid, of artikel 10, eerste lid, van toepassing is, worden, in afwijking van artikel 6, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2, twaalf maal het bedrag, vermeld in artikel 31 van de Algemene bijstandswet en de bedragen in verband met de in het lopende kalenderjaar te betalen premies voor een ziektekostenverzekering en, indien van toepassing, de in het lopende jaar geldende jonggehandicaptenkorting onderscheidenlijk ouderenkorting alsmede extra vrijlatingen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2, in mindering gebracht.
|
||||
|
||||
**2.** Indien artikel 8, eerste lid, van toepassing is en de werkzaamheden in de loop van het kalenderjaar aanvangen, worden de bedragen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, naar rato van het deel van het kalenderjaar waarover de inkomsten worden verworven, in mindering gebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, vindt op aanvraag van de verzekerde een voorlopige vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen plaats op basis van het redelijkerwijs gedurende het lopende kalenderjaar te verwachten inkomen en de over dat kalenderjaar te verwachten belasting indien toepassing van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, ertoe zou leiden dat na afdracht van de bijdrage maandelijks minder over zou blijven dan het van toepassing zijnde bedrag, vermeld in artikel 31 van de Algemene bijstandswet, zoals dat geldt in het lopende kalenderjaar.
|
||||
|
||||
Indien het uitvoeringsorgaan het waarschijnlijk acht dat het verblijf in de instelling of het verzorgingshuis kan worden beëindigd en terugkeer naar de maatschappij mogelijk is, worden op de inkomsten, na toepassing van de artikelen 5 tot en met 9, de navolgende in de desbetreffende bijdrageperiode te maken dan wel redelijkerwijze te verwachten kosten in mindering gebracht:
|
||||
|
||||
a. kosten in verband met de woonruimte, welke de verzekerde na beëindiging van zijn verblijf zal betrekken ten einde daarin een zelfstandige huishouding te gaan voeren of voort te zetten:
|
||||
|
||||
1° huur tot maximaal 30% van het bruto inkomen;
|
||||
2° hypotheekaflossing, -rente en erfpachtcanon, te zamen tot maximaal 35% van het bruto-inkomen;
|
||||
3° servicekosten van huur- of koopappartement;
|
||||
4° onroerende-zaaksbelasting, milieubelasting, waterschapsrecht, reinigingsrecht, rioolrecht;
|
||||
5° premie voor een opstalverzekering, een inboedelverzekering en een glasverzekering;
|
||||
6° vastrecht voor gas, water en elektriciteit;
|
||||
b. kosten in verband met weekendverlof of vergelijkbaar verlof in de eigen woonruimte:
|
||||
|
||||
1° kosten van vervoer tussen de instelling of het verzorgingshuis en de eigen woonruimte:
|
||||
|
||||
– bij een afstand van 0–20 km: € 22,69 per maand;
|
||||
– bij een afstand van 21–50 km: € 45,38 per maand;
|
||||
– bij een afstand meer dan 50 km: € 68,07 per maand;
|
||||
2° kosten van verblijf in de eigen woonruimte: € 45,38 per maand;
|
||||
3° kosten van een telefoonabonnement;
|
||||
c. opslagkosten van meubilair in verband met de mogelijkheid van het opnieuw betrekken van een eigen woonruimte.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een verzekerde als bedoeld in het eerste lid, blijkens een schriftelijke verklaring van de behandelend arts of het behandelingsteam van de instelling of het verzorgingshuis, kosten moet maken in het kader van de voor hem noodzakelijk geachte behandeling, worden op de inkomsten, in verband met weekendverlof of vergelijkbaar verlof in een andere dan de eigen woonruimte, in mindering gebracht de in het eerste lid, onder *b*, 1° en 2°, genoemde bedragen.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing bij verblijf in een instelling voor verstandelijk gehandicapten als bedoeld in artikel 23, eerste lid, of een gezinsvervangend tehuis als bedoeld in de artikelen 22a of 25 van het Besluit dan wel een tehuis als bedoeld in het Besluit regeling vergoeding Bijzondere Ziektekostenverzekering, indien het verblijf primair plaats heeft op grond van een geestelijke handicap, al dan niet gepaard gaande met een lichamelijk of zintuiglijk mindere validiteit.
|
||||
**2.** Indien het eerste lid is toegepast, vindt na afloop van het jaar definitieve vaststelling plaats. Indien daaruit blijkt dat niet voldaan is aan het eerste lid, vindt definitieve vaststelling plaats met toepassing van artikel 6.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
Tenzij op de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden wegens gezamenlijk verblijf het bepaalde ingevolge artikel 14, eerste lid, van toepassing is geweest, worden op zijn inkomsten over de periode vanaf de dag waarop het verblijf in de instelling of het verzorgingshuis begint, tot en met de derde maand volgende op de maand waarin het verblijf is begonnen, na toepassing van de artikelen 6 tot en met 9, in verband met de woonruimte, waarin hij in de laatste zes maanden direct voorafgaande aan zijn opneming een zelfstandige huishouding heeft gevoerd, in mindering gebracht de kosten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a.
|
||||
Indien het inkomen over het peiljaar tweemaal het indexpercentage of meer is gedaald of gestegen ten opzichte van het inkomen van een jaar daarvoor, wordt artikel 7 niet toegepast, maar wordt het bijdrageplichtig inkomen vastgesteld met toepassing van artikel 6.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** Op een aanvraag als bedoeld in artikel 4, derde lid, of 5, tweede lid, wordt beslist door het uitvoeringsorgaan of, ingeval artikel 6, vierde lid, van de wet van toepassing is, Onze Minister van Justitie.
|
||||
|
||||
**2.** Herziening van een beschikking zoals bedoeld in het eerste lid vindt plaats wanneer niet meer aan de in artikel 4, derde lid, of 5, tweede lid, omschreven voorwaarden wordt voldaan.
|
||||
Op een aanvraag als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 15, vierde lid, wordt beslist door het uitvoeringsorgaan of, ingeval artikel 6, vierde lid, van de wet van toepassing is, door Onze Minister van Justitie.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
Indien de verzekerde verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 11, 12, 20*c*, 22a of 25 van het Besluit of in de verpleeginrichting Amstelrade te Amstelveen, Nieuw-Unicum te Zandvoort of het Zeehospitium te Katwijk aan Zee, wordt de verschuldigde bijdrage van die verzekerde of de verzekerden te zamen, na toepassing van de artikelen 4 tot en met 11, verlaagd met € 28,36 per maand. Voor de verzekerden die slechts een gedeelte van de maand bijdrageplichtig zijn, wordt een verlaging naar rato toegepast.
|
||||
|
||||
### Artikel 13a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Indien de verzekerde verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 11, artikel 12, artikel 20c, artikel 22a of 25 van het Besluit of in de verpleeginrichting Amstelrade te Amstelveen, Nieuw-Unicum te Zandvoort of het Zeehospitium te Katwijk aan Zee, wordt de verschuldigde bijdrage van die verzekerde of de verzekerden tezamen, na toepassing van de artikelen 4 tot en met 11, verlaagd met € 28,36 per maand. Voor een verzekerde die slechts een gedeelte van de maand bijdrageplichtig is, wordt een verlaging naar rato toegepast.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Inkomensafhankelijke bijdrage in bijzondere gevallen
|
||||
|
||||
|
|
@ -208,47 +143,37 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De bijdrage bedraagt in afwijking van artikel 4 en met inachtneming van het tweede lid € 535,46 per maand:
|
||||
In afwijking van artikel 4 bedraagt de bijdrage 10% van het bijdrageplichtig inkomen met een minimum van € 106 en een maximum van € 556 per maand voor:
|
||||
|
||||
a. voor de ongehuwde verzekerde die kortdurend of minimaal vijf keren per week gedurende de dag of de nacht in een verzorgingshuis verblijft en, gedurende een bij ministeriële regeling te bepalen periode, voor de ongehuwde verzekerde die gedurende het etmaal in een instelling verblijft;
|
||||
b. voor de gedurende het etmaal in een instelling of duurzaam, kortdurend dan wel minimaal vijf keren per week gedurende de dag of de nacht in een verzorgingshuis verblijvende gehuwde verzekerde wiens echtgenoot niet verblijft in een instelling of verzorgingshuis;
|
||||
c. voor de gehuwde verzekerden die beiden gedurende het etmaal in een instelling verblijven, te zamen, zolang niet ten aanzien van elk van hen een bij ministeriële regeling te bepalen periode onderscheidenlijk de periode, bedoeld in artikel 17, eerste lid, is verstreken;
|
||||
d. voor de duurzaam in een verzorgingshuis verblijvende verzekerde en zijn gedurende het etmaal in een instelling verblijvende echtgenoot, zolang niet ten aanzien van laatstgenoemde een bij ministeriële regeling te bepalen periode onderscheidenlijk de periode, bedoeld in artikel 17, eerste lid, is verstreken;
|
||||
e. voor de in een instelling of duurzaam in een verzorgingshuis verblijvende verzekerde en zijn kortdurend of minimaal vijf keren per week gedurende de dag of de nacht in een verzorgingshuis verblijvende echtgenoot, te zamen;
|
||||
f. voor de kortdurend of minimaal vijf keren per week gedurende de dag of de nacht in een verzorgingshuis verblijvende gehuwde verzekerden, te zamen;
|
||||
g. voor de gehuwde verzekerde die in een instelling of verzorgingshuis verblijft en zijn echtgenoot die gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 2 weken per twee maanden, of maximaal twee maal per jaar gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 3 weken in een instelling als bedoeld in artikel 23 of 25 van het Besluit verblijft, tezamen.
|
||||
a. de gehuwde verzekerde wiens echtgenoot niet verblijft in een instelling;
|
||||
b. de ongehuwde verzekerde gedurende de eerste zes maanden van verblijf in een instelling;
|
||||
c. de gehuwde verzekerden die beiden in een instelling verblijven, zolang niet ten aanzien van elk van hen een periode van zes maanden of de periode, bedoeld in artikel 17, eerste lid, is verstreken, tezamen;
|
||||
d. de gehuwde verzekerde die in een instelling verblijft en zijn minimaal vijf keren per week overdag of gedurende de nacht in een instelling als bedoeld in artikel 16 van het Besluit verblijvende echtgenoot, tezamen;
|
||||
e. de ongehuwde verzekerde die moet of gehuwde verzekerden tezamen die moeten voorzien in de kosten van onderhoud van eigen, aangehuwde of pleegkinderen, mits voor die kinderen op grond van de artikelen 7 en 26 van de Algemene Kinderbijslagwet recht op een uitkering bestaat of aan die kinderen, voor zover ze de leeftijd van 27 jaar nog niet hebben bereikt, studiefinanciering is toegekend krachtens de Wet studiefinanciering 2000;
|
||||
f. de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen indien het uitvoeringsorgaan het waarschijnlijk acht dat het verblijf in de instelling voor de ongehuwde verzekerde, voor beide of voor een van de beide gehuwde verzekerden kan worden beëindigd en terugkeer naar de maatschappij mogelijk is en zal worden bewerkstelligd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien het bijdrageplichtig inkomen lager is dan € 42590,–, wordt de bijdrage op aanvraag verlaagd tot:
|
||||
Het eerste lid is tevens van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. € 102,10, bij een bijdrageplichtig inkomen tot € 13677,39;
|
||||
b. € 170,17, bij een bijdrageplichtig inkomen van € 13677,39 tot € 20352,50;
|
||||
c. € 256,39, bij een bijdrageplichtig inkomen van € 20 352,50 tot € 33920,52;
|
||||
d. € 426,55, bij een bijdrageplichtig inkomen van € 33920,52 tot € 42590,–.
|
||||
a. de ongehuwde verzekerde die minimaal vijf keren per week overdag of gedurende de nacht in een instelling als bedoeld in artikel 16 van het Besluit verblijft;
|
||||
b. de minimaal vijf keren per week overdag of gedurende de nacht in een instelling als bedoeld in artikel 16 van het Besluit verblijvende gehuwde verzekerden tezamen.
|
||||
|
||||
**3.** De onderdelen b en c van het eerste lid zijn niet van toepassing indien het verblijf aanvangt binnen zes maanden na beëindiging van een verblijf in een instelling waarvoor de ongehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen een bijdrage als bedoeld in artikel 4 verschuldigd was of waren.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de berekening van de periode van zes maanden worden perioden van verblijf in instellingen samengeteld, tenzij tussen twee zodanige perioden meer dan zestig dagen zijn verlopen. Voor deze berekening telt verblijf in instellingen waarvan de kosten niet ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten komen, mee. De eerste volzin is niet van toepassing op verzekerden die maximaal twee weken per twee maanden in een instelling verblijven.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 4, vierde tot en met zesde lid, 5, eerste en derde lid, 6, 7, eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met d, en tweede lid, 8, 9 en 12 zijn op artikel 14, van toepassing.
|
||||
**1.** Voor de toepassing van artikel 14 is het bijdrageplichtig inkomen gelijk aan het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde verzekerde onderscheidenlijk van de gehuwde verzekerden tezamen.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt voor de vaststelling van de bijdrage op aanvraag uitgegaan van het redelijkerwijs gedurende het lopende kalenderjaar te verwachten bijdrageplichtige inkomen, indien dit ertoe zou leiden dat de verzekerde een lagere bijdrage verschuldigd zou zijn.
|
||||
**2.** De artikelen 4, vierde en vijfde lid, 5 en 12 zijn van toepassing en artikel 8 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Inkomensonafhankelijke bijdrage in bijzondere gevallen
|
||||
**3.** Het met toepassing van artikel 14 en het eerste lid vastgestelde bedrag wordt voor de jaarlijkse herziening, bedoeld in artikel 5, slechts geïndexeerd. Deze indexering geschiedt met toepassing van het indexpercentage.
|
||||
|
||||
### Artikel 15a
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid vindt op aanvraag van de verzekerde een voorlopige vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen plaats op basis van het redelijkerwijs gedurende het lopende kalenderjaar te verwachten inkomen, indien het inkomen in dat jaar ten minste € 1816 lager is dan het inkomen over het peiljaar dan wel algemene bijstand ingevolge de Algemene bijstandswet betreft.
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De bijdrage bedraagt in afwijking van artikel 4 en artikel 14 bij verblijf gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 2 weken per twee maanden, of maximaal twee maal per jaar gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 3 weken in een instelling als bedoeld in artikel 11, 12, 22a, 23 of 25 van het Besluit dan wel in de verpleeginrichting Amstelrade te Amstelveen, Nieuw-Unicum te Zandvoort of het Zeehospitium te Katwijk aan Zee voor een ongehuwde verzekerde of een gehuwde verzekerde wiens echtgenoot niet in een instelling of verzorgingshuis verblijft dan wel voor een gehuwde verzekerde wiens echtgenoot verblijft in een instelling waarop artikel 17, eerste lid, van toepassing is:
|
||||
|
||||
a.
|
||||
b.
|
||||
c.
|
||||
d.
|
||||
e.
|
||||
f.
|
||||
|
||||
**2.** De bijdrage bedraagt in afwijking van artikel 4 en artikel 14 voor de gehuwde verzekerden die beiden gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 2 weken per twee maanden, of maximaal twee maal per jaar gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 3 weken gelijktijdig in een instelling als bedoeld in artikel 23 of 25 van het Besluit verblijven, ieder de helft van het op ieder van hen van toepassing zijnde bedrag, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**5.** Indien het tweede lid is toegepast, vindt na afloop van het jaar definitieve vaststelling plaats. Indien daaruit blijkt dat het bijdrageplichtig inkomen minder dan € 1816 lager is geweest dan het inkomen, bedoeld in het eerste lid, vindt definitieve vaststelling plaats overeenkomstig het eerste lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk III. Bijdrage in andere gevallen
|
||||
|
||||
|
|
@ -256,15 +181,7 @@ f.
|
|||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 1 wordt in dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. instelling:
|
||||
|
||||
een ingevolge artikel 8 van de wet toegelaten instelling waarin zorg wordt verleend als omschreven in de artikelen 15, 20b, 20d, of 20e van het Besluit;
|
||||
b. bijdrageplichtig inkomen: het inkomen van een verzekerde die niet behoort tot een leefeenheid, het inkomen van een meerderjarige ongehuwde verzekerde die deel uitmaakt van een leefeenheid dan wel het inkomen van de gehuwde verzekerden die deel uitmaken van een leefeenheid te zamen;
|
||||
c. peiljaar:
|
||||
|
||||
het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarin de verzekerde zijn aanspraak op zorg tot gelding brengt.
|
||||
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder bijdrageplichtig inkomen: het inkomen van een verzekerde die niet behoort tot een leefeenheid, het inkomen van een meerderjarige ongehuwde verzekerde die deel uitmaakt van een leefeenheid dan wel het inkomen van de gehuwde verzekerden die deel uitmaken van een leefeenheid tezamen.
|
||||
|
||||
### Artikel 16a
|
||||
|
||||
|
|
@ -282,55 +199,55 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 16d
|
||||
|
||||
**1.** De verzekerde is voor de zorg, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder *a* en *b*, van het Besluit een bijdrage verschuldigd van € 4,40 per uur. Indien er sprake is van zorgverlening gedurende een deel van een uur, wordt de bijdrage naar evenredigheid berekend.
|
||||
**1.** De verzekerde is voor de zorg, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder *a* en *b*, van het Besluit een bijdrage verschuldigd van € 4,60 per uur. Indien er sprake is van zorgverlening gedurende een deel van een uur, wordt de bijdrage naar evenredigheid berekend.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien de van de leefeenheid deel uitmakende meerderjarige verzekerden de leeftijd van 65 jaren hebben bereikt, bedraagt de bijdrage voor de leefeenheid bij een hierna genoemd bijdrageplichtig inkomen per jaar ten hoogste het daarna vermelde bedrag per week:
|
||||
|
||||
a. tot € 12042,–: € 2,20;
|
||||
b. € 12042,– tot € 15556,–: € 2,80;
|
||||
c. € 15556,– tot € 17562,–: € 10,40;
|
||||
d. € 17562,– tot € 20072,–: € 28,40;
|
||||
e. € 20072,– tot € 24086,–: € 56,60;
|
||||
f. € 24086,– tot € 39140,–: € 86,20;
|
||||
g. vanaf € 39140,–: € 113,40.
|
||||
a. tot € 12 526: € 2,20;
|
||||
b. € 12 526 tot € 16 182: € 3;
|
||||
c. € 16 182 tot € 18 270: € 10,80;
|
||||
d. € 18 270 tot € 20 880: € 29,60;
|
||||
e. € 20 880 tot € 25 056: € 59,00;
|
||||
f. € 25 056 tot € 40 718: € 89,60;
|
||||
g. vanaf € 40 718: € 118.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Voor de verzekerde die de leeftijd van 65 jaren heeft bereikt en die niet behoort tot een leefeenheid, bedraagt de bijdrage bij een hierna genoemd bijdrageplichtig inkomen per jaar ten hoogste het daarna vermelde bedrag per week:
|
||||
|
||||
a. tot € 12042,–: € 2,20;
|
||||
b. € 12042,– tot € 15556,–: € 6,80;
|
||||
c. € 15556,– tot € 17562,–: € 24,80;
|
||||
d. € 17562,– tot € 20072,–: € 38,40;
|
||||
e. € 20072,– tot € 24086,–: € 58,80;
|
||||
f. € 24086,– tot € 39140,–: € 99,80;
|
||||
g. vanaf € 39140,–: € 124,60.
|
||||
a. tot € 12 526: € 2,20;
|
||||
b. € 12 526 tot € 16 182: € 7;
|
||||
c. € 16 182 tot € 18 270: € 25,80;
|
||||
d. € 18 270 tot € 20 880: € 40;
|
||||
e. € 20 880 tot € 25 056: € 61,20;
|
||||
f. € 25 056 tot € 40 718: € 103,80;
|
||||
g. vanaf € 40 718: € 129,80.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Indien van de leefeenheid een meerderjarige verzekerde deel uitmaakt die nog niet de leeftijd van 65 jaren heeft bereikt, bedraagt de bijdrage voor de leefeenheid bij een hierna genoemd bijdrageplichtig inkomen per jaar ten hoogste het daarna vermelde bedrag per week:
|
||||
|
||||
a. tot € 14552,–: € 2,20;
|
||||
b. € 14552,– tot € 18568,–: € 2,80;
|
||||
c. € 18568,– tot € 22080,–: € 10,40;
|
||||
d. € 22080,– tot € 25592,–: € 28,40;
|
||||
e. € 25592,– tot € 30610,–: € 56,60;
|
||||
f. € 30610,– tot € 46668,–: € 86,20;
|
||||
g. vanaf € 46668,–: € 113,40.
|
||||
a. tot € 15 138: € 2,20;
|
||||
b. € 15 138 tot € 19 316: € 3;
|
||||
c. € 19 316 tot € 22 970: € 10,80;
|
||||
d. € 22 970 tot € 26 624: € 29,60;
|
||||
e. € 26 624 tot € 31 844: € 59;
|
||||
f. € 31 844 tot € 48 550: € 89,60;
|
||||
g. vanaf € 48 550: € 118.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
In alle andere gevallen bedraagt de bijdrage bij een hierna genoemd bijdrageplichtig inkomen per jaar ten hoogste het daarna vermelde bedrag per week:
|
||||
|
||||
a. tot € 14552,–: € 2,20;
|
||||
b. € 14552,– tot € 18568,–: € 6,80;
|
||||
c. € 18568,– tot € 22080,–: € 24,80;
|
||||
d. € 22080,– tot € 25592,–: € 38,40;
|
||||
e. € 25592,– tot € 30610,–: € 58,80;
|
||||
f. € 30610,– tot € 46668,–: € 99,80;
|
||||
g. vanaf € 46668,–: € 124,60.
|
||||
a. tot € 15 138: € 2,20;
|
||||
b. € 15 138 tot € 19 316: € 7;
|
||||
c. € 19 316 tot € 22 970: € 25,80;
|
||||
d. € 22 970 tot € 26 627: € 40;
|
||||
e. € 26 624 tot € 31 844: € 61,20;
|
||||
f. € 31 844 tot € 48 550: € 103,80;
|
||||
g. vanaf € 48 550: € 129,80.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de verzekerde of een persoon uit de leefeenheid waartoe de verzekerde behoort ingevolge artikel 16*g* voor de zorg, bedoeld in artikel 16 van het Besluit een bijdrage per uur verschuldigd is, wordt deze bijdrage in aanmerking genomen voor de berekening, bedoeld in het tweede tot en met het vijfde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -346,18 +263,11 @@ c. voor advies, instructie en voorlichting.
|
|||
|
||||
**1.** Voor de vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in artikel 16*d*, tweede tot en met het vijfde lid, wordt uitgegaan van het inkomen in het peiljaar.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Inkomen dat in het buitenland wordt belast, dan wel is vrijgesteld van belasting op grond van bepalingen van internationaal recht, wordt mede in aanmerking genomen als ware dit aan de Nederlandse belastingwetgeving onderworpen.
|
||||
|
||||
Onder inkomen, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan:
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid vindt op aanvraag van de verzekerde een voorlopige vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen plaats, indien redelijkerwijs te verwachten is dat het inkomen in het lopende jaar ten minste € 1816 lager zal zijn dan het inkomen, bedoeld in het eerste lid, dan wel indien het inkomen in het lopende jaar algemene bijstand ingevolge de Algemene bijstandswet betreft.
|
||||
|
||||
a. als over het peiljaar een aanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: het belastbaar inkomen, bedoeld in de Wet op de inkomstenbelasting 1964, over het peiljaar;
|
||||
b. in andere gevallen dan bedoeld onder *a*: het loon, bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met het krachtens artikel 17, eerste lid, van die wet aftrekbare percentage of bedrag.
|
||||
|
||||
**3.** Inkomen dat in het buitenland wordt belast, dan wel is vrijgesteld van belasting op grond van bepalingen van internationaal recht, wordt mede in aanmerking genomen als ware dit aan de Nederlandse belastingwetgeving onderworpen.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid vindt op aanvraag van de verzekerde een voorlopige vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen plaats, indien redelijkerwijs te verwachten is dat het inkomen in het lopende jaar ten minste € 1816 lager zal zijn dan het inkomen, bedoeld in het eerste lid, dan wel indien het inkomen in het lopende jaar algemene bijstand ingevolge de Algemene bijstandswet betreft.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het vierde lid is toegepast, vindt na afloop van het jaar definitieve vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen over dat jaar plaats. Indien daarbij blijkt dat het bijdrageplichtig inkomen minder dan € 1816 lager is geweest dan het inkomen, bedoeld in het eerste lid, vindt definitieve vaststelling plaats overeenkomstig het eerste lid.
|
||||
**4.** Indien het derde lid is toegepast, vindt na afloop van het jaar definitieve vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen over dat jaar plaats. Indien daarbij blijkt dat het bijdrageplichtig inkomen minder dan € 1816 lager is geweest dan het inkomen, bedoeld in het eerste lid, vindt definitieve vaststelling plaats overeenkomstig het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Andere bijdragen
|
||||
|
||||
|
|
@ -387,9 +297,9 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in de artikelen 4, eerste lid, 14, 15a, en 16*d* jaarlijks gewijzigd aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie.
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in deartikelen 4, eerste lid, 14 en 16*d* jaarlijks gewijzigd aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie.
|
||||
|
||||
**2.** De berekende bedragen worden naar beneden afgerond op een veelvoud van € 2, met uitzondering van de bedragen bedoeld in artikel 15a, eerste lid, het bedrag, bedoeld in artikel 16d, eerste lid, en de bedragen per week, bedoeld in artikel 16d, tweede tot en met het vijfde lid, die naar beneden worden afgerond op een veelvoud van € 0,2.
|
||||
**2.** De berekende bedragen worden naar beneden afgerond op een veelvoud van € 2, met uitzondering van het bedrag, bedoeld in artikel 16d, eerste lid, en de bedragen per week, bedoeld in artikel 16d, tweede tot en met het vijfde lid, die naar beneden worden afgerond op een veelvoud van € 0,2.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de jaarlijkse toepassing van het eerste lid wordt de afronding, bedoeld in het tweede lid, buiten beschouwing gelaten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -407,34 +317,32 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
Voor zover zulks voor de vaststelling van een bijdrage als bedoeld in artikel 4 of 14 met toepassing van artikel 5, tweede of derde lid, noodzakelijk is in verband met de intrekking van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en de Wet op de vermogensbelasting 1964, kunnen voor de kalenderjaren 2001 en 2002 bij ministeriële regeling afwijkende regels worden gesteld.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 23a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Tot 1 januari 2003 wordt, in afwijking van artikel 4, vierde lid, en 15, eerste lid, voor de verzekerde die op 30 juni 2002 in een instelling of verzorgingshuis verblijft, de bijdrage niet gewijzigd, anders dan:
|
||||
|
||||
a. indien artikel 5, tweede lid, toepassing vindt;
|
||||
b. indien op de verzekerde niet langer artikel 14, eerste of tweede lid, van toepassing is, in welk geval voor de toepassing van artikel 4, vierde lid, het kalenderjaar 2000 als berekeningsjaar wordt gehanteerd.
|
||||
|
||||
**2.** Tot 1 januari 2003 wordt, in afwijking van artikel 5, eerste lid, voor de verzekerde die op of na 1 juli 2002 wordt opgenomen het kalenderjaar 2000 als berekeningsjaar gehanteerd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
Voor de vaststelling van een bijdrage als bedoeld in artikel 16d met toepassing van artikel 16e, vierde en vijfde lid, voor de jaren 2001 en 2002 wordt:
|
||||
|
||||
a. in artikel 16e, vierde lid, telkens voor «het inkomen in het lopende jaar» gelezen: het verzamelinkomen, bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001, over het lopende jaar, verminderd met een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag dat voor verschillende groepen van verzekerden kan verschillen;
|
||||
b. in artikel 16e, vierde lid, als bijdrageplichtig inkomen over het lopende jaar aangemerkt het overeenkomstig onderdeel a verminderde verzamelinkomen;
|
||||
c. in artikel 16e, vijfde lid, voor «bijdrageplichtig inkomen» telkens gelezen: het verzamelinkomen na aftrek van bij ministeriële regeling aan te wijzen aftrekposten.
|
||||
Voor de ongehuwde of gehuwde verzekerde of de gehuwde verzekerden tezamen die op 31 december 2002 in een instelling verblijft of verblijven en de bijdrage, bedoeld in artikel 4 of 14, verschuldigd is of zijn, geldt tot 1 januari 2007 dan wel zo lang hij of zij aan de voorwaarden voor die bijdragen voldoet of voldoen of artikel 10 toepassing vindt, de bijdrage die op 31 december 2002 verschuldigd was, met dien verstande dat het verschuldigde bedrag met ingang van 1 januari 2003 jaarlijks wordt gewijzigd met toepassing van het indexpercentage als bedoeld in artikel 1, onderdeel h.
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
In de periode van 1 juli 2001 tot en met 30 juni 2002 wordt voor de verzekerde die een uitkering geniet op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en die in 1999 de leeftijd van 20 jaren maar nog niet de leeftijd van 65 jaren had bereikt voor de vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen op de inkomsten, bedoeld in artikel 6, een bedrag van € 422,02 in mindering gebracht.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de vaststelling van een bijdrage als bedoeld in artikel 16d wordt voor de jaren 2003, 2004 en 2005, in afwijking van artikel 1, onderdeel f, onder «inkomen» verstaan:
|
||||
|
||||
a. indien over het peiljaar een aanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: het gecorrigeerde verzamelinkomen, bedoeld in artikel 1a van de Huursubsidiewet, met dien verstande dat voor huurder wordt gelezen: betrokkene;
|
||||
b. in andere gevallen: het gecorrigeerde belastbare loon, bedoeld in artikel 1a van de Huursubsidiewet, met dien verstande dat voor huurder wordt gelezen: betrokkene.
|
||||
|
||||
**2.** Voor het jaar 2003 worden de bedragen, bedoeld in artikel 16d, alvorens artikel 19, eerste lid, wordt toegepast, bij ministeriële regeling gewijzigd, rekening houdend met de overgang van het belastbaar inkomen naar het gecorrigeerd verzamelinkomen onderscheidenlijk van het belastbare loon naar het gecorrigeerde belastbare loon.
|
||||
|
||||
**3.** Voor het jaar 2006 worden de bedragen, bedoeld in artikel 16d, alvorens artikel 19, eerste lid, wordt toegepast, bij ministeriële regeling gewijzigd, rekening houdend met de overgang van het gecorrigeerde verzamelinkomen naar het verzamelinkomen onderscheidenlijk van het gecorrigeerde belastbare loon naar het belastbare loon.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Bij het vaststellen van de bijdrage voor de jaren 2003 en 2004 wordt de correctie voor buitengewone uitgaven in artikel 1 gesteld op nihil.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue