2004-05-28 | BWBR0003482 | Algemeen militair ambtenarenreglement

This commit is contained in:
Coornhert 2004-05-28 12:00:00 +00:00
parent edad4be97c
commit b4bdfb6b94

View file

@ -1468,6 +1468,8 @@ b. kan, naar regels bij ministeriële regeling te stellen, worden verminderd naa
**4.** Het vakantieverlof waarop een militair der zeemacht ingevolge artikel 68 of 69 aanspraak maakt wordt naar evenredigheid verminderd indien hem op grond van het Besluit aanpassing arbeidsduur militairen buitengewoon verlof in verband met deeltijdarbeid wordt verleend. In geval van vermeerdering van de arbeidsduur op grond van het Besluit aanpassing arbeidsduur militairen wordt de in de vorige volzin genoemde verminderde aanspraak op vakantieverlof naar evenredigheid vermeerderd.
**5.** De militair heeft geen aanspraak op vakantieverlof indien artikel 17, vijfde lid, onderdeel j van het Inkomstenbesluit militairen van toepassing is.
### Artikel 71
**1.** Aan een militair der zeemacht die naar het oordeel van de commandant. commandant. moet zijn commandant,buiten zijn wil of toedoen het hem ingevolge artikel 68 of 69 toekomende zomer- en/of winterverlof geheel of gedeeltelijk niet heeft kunnen genieten gedurende het lopende kalenderjaar of in de maand januari van het volgende kalenderjaar, kan het niet genoten vakantieverlof alsnog worden verleend zodra dat mogelijk is, doch uiterlijk op een zodanig tijdstip dat het zal zijn genoten voor het einde van dat volgende kalenderjaar.
@ -1554,6 +1556,8 @@ b. kan, naar regels bij ministeriële regeling te stellen, worden verminderd naa
**5.** Voor de militair van de landmacht, de luchtmacht of de marechaussee aan wie ten hoogste veertien dagen voor het tijdstip waarop hij in werkelijke dienst komt, ontslag is verleend uit een andere overheidsbetrekking, wordt het aantal uren vakantieverlof waarop ingevolge artikel 73 of 74 aanspraak bestaat vermeerderd met zoveel uren vakantieverlof als hij uit hoofde van die vorige betrekking over het lopende kalenderjaar nog tegoed had.
**6.** De militair heeft geen aanspraak op vakantieverlof indien artikel 17, vijfde lid, onderdeel j van het Inkomstenbesluit militairen van toepassing is.
### Artikel 76
**1.**
@ -1802,30 +1806,32 @@ Vervallen
## Hoofdstuk 9. Aanspraken en verplichtingen in verband met de gezondheidszorg
### Paragraaf 1. Ziektekostenstelsel
### Artikel 90
Voor de toepassing van de artikelen 90a en 90b wordt verstaan onder:
a. *militair in werkelijke dienst:* de militair in werkelijke dienst genoemd in artikel 1, eerste lid, onder c, met inbegrip van de militair aan wie buitengewoon verlof met behoud van militaire inkomsten is verleend;
b. *gewezen militair:* de gewezen militair, bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Militaire ambtenarenwet 1931, aan wie:
a. militair in werkelijke dienst: de militair in werkelijke dienst bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, met inbegrip van de militair aan wie buitengewoon verlof met behoud van militaire inkomsten is verleend;
b. gewezen militair: de gewezen militair, bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Militaire ambtenarenwet 1931, aan wie:
1° op of na de datum van inwerkingtreding van deze bepaling ontslag is verleend als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Uitkeringswet gewezen militairen dan wel met toepassing van artikel 39, tweede lid onder d, is ontslagen en ingevolge artikel 1 van de Wet van 1 oktober 1992, houdende bijzondere regels met betrekking tot het recht op uitkering als bedoeld in de Uitkeringswet gewezen militairen alsmede wijziging van die wet (Stb. 573) een uitkering geniet ingevolge artikel 2 van de Uitkeringswet gewezen militairen;
2° vóór de datum van inwerkingtreding van deze bepaling ontslag is verleend als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Uitkeringswet gewezen militairen dan wel met toepassing van artikel 39, tweede lid onder d, is ontslagen en ingevolge artikel 1 van de Wet van 1 oktober 1992, houdende bijzondere regels met betrekking tot het recht op uitkering als bedoeld in de Uitkeringswet gewezen militairen alsmede wijziging van die wet (Stb. 573) een uitkering geniet ingevolge artikel 2 van de Uitkeringswet gewezen militairen, voorzover hij zich binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze bepaling vrijwillig voor verzekering heeft aangemeld.
c. *militair:*
1º. op of na 1 januari 1999 ontslag is verleend als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b., van de Uitkeringswet gewezen militairen dan wel die met toepassing van artikel 39, tweede lid, onderdeel d, is ontslagen en ingevolge artikel 1 van de Wet van 1 oktober 1992, houdende bijzondere regels met betrekking tot het recht op uitkering als bedoeld in de Uitkeringswet gewezen militairen alsmede wijziging van die wet (Stb. 573) een uitkering geniet ingevolge artikel 2 van de Uitkeringswet gewezen militairen;
2º. vóór 1 januari 1999 ontslag is verleend als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Uitkeringswet gewezen militairen dan wel met toepassing van artikel 39, tweede lid, onderdeel d, is ontslagen en ingevolge artikel 1 van de Wet van 1 oktober 1992, houdende bijzondere regels met betrekking tot het recht op uitkering als bedoeld in de Uitkeringswet gewezen militairen alsmede wijziging van die wet (Stb. 573) een uitkering geniet ingevolge artikel 2 van de Uitkeringswet gewezen militairen, voor zover hij zich binnen twee jaar na 1 januari 1999 vrijwillig voor verzekering heeft aangemeld.
c. militair:
1° de militair in werkelijke dienst;
2° de gewezen militair.
d. *gezinslid:*
1º. de militair in werkelijke dienst;
2º. de gewezen militair.
d. gezinslid:
1° de echtgenote van de militair, die niet van tafel en bed is gescheiden;
2° de tot het gezin van de militair behorende kinderen die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt;
3°. de door de in artikel 90b genoemde rechtspersoon nader aan te wijzen tot het gezin van de militair behorende kinderen die de leeftijd van 27 jaar nog niet hebben bereikt, waarbij de nadere aanwijzing goedkeuring behoeft van Onze Minister.
1º. de echtgenote van de militair, die niet van tafel en bed is gescheiden;
2º. de tot het gezin van de militair behorende kinderen die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt;
3º. de door de in artikel 90b genoemde rechtspersoon nader aan te wijzen tot het gezin van de militair behorende kinderen die de leeftijd van 27 jaar nog niet hebben bereikt, waarbij de nadere aanwijzing goedkeuring behoeft van Onze Minister.
### Artikel 90a
**1.** De militair in werkelijke dienst is verzekerd voor geneeskundige verzorging aan de militair verleend door of vanwege de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst.
**2.** De gewezen militair is verzekerd voor de door hem gemaakte kosten van geneeskundige verzorging, tenzij hij na dienstverlating schriftelijk aan de rechtspersoon als genoemd in artikel 90b te kennen heeft gegeven dat hij blijvend niet aan de verzekering wenst deel te nemen.
**2.** De gewezen militair is verzekerd voor door hem gemaakte kosten van geneeskundige verzorging, tenzij hij na dienstverlating schriftelijk aan de rechtspersoon bedoeld in artikel 90b te kennen heeft gegeven dat hij blijvend niet aan de verzekering wenst deel te nemen.
**3.** Bij ministeriële regeling wordt de omvang van de geneeskundige zorg vastgesteld.
@ -1839,124 +1845,150 @@ d. *gezinslid:*
Aan de verzekering kunnen geen aanspraken worden ontleend door of ten behoeve van:
a. de militair die niet doorlopend in werkelijke dienst is, dan wel de met toepassing van artikel 11 tijdelijk aangestelde militair, indien hij naar verwachting voor een periode van minder dan 100 dagen aaneengesloten in werkelijke dienst zal verblijven en diens gezinsleden, alsmede degene die tijdens een vredes- of humanitaire operatie in het buitenland plaatselijk is geworven en met toepassing van artikel 11 tijdelijk is aangesteld als militair, en diens gezinsleden;
b. het gezinslid van een militair dat uit eigen hoofde aanspraak heeft of geldend had kunnen maken op gehele of gedeeltelijke tegemoetkoming in de kosten van geneeskundige verzorging.
c. het gezinslid van een in werkelijke dienst verblijvende militair dat op grond van artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet, verplicht verzekerd is.
a. de militair die niet doorlopend in werkelijke dienst is alsmede de met toepassing van artikel 11 tijdelijk aangestelde militair, indien hij naar verwachting voor een periode van minder dan 100 dagen aaneengesloten in werkelijke dienst zal verblijven en diens gezinsleden;
b. degene die tijdens een vredes- of humanitaire operatie in het buitenland plaatselijk is geworven en met toepassing van artikel 11 tijdelijk is aangesteld als militair, en diens gezinsleden;
c. het gezinslid van een militair dat uit eigen hoofde aanspraak heeft of geldend had kunnen maken op gehele of gedeeltelijke tegemoetkoming in de kosten van geneeskundige verzorging;
d. het gezinslid van een in werkelijke dienst verblijvende militair dat op grond van artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet, verplicht verzekerd is.
**8.** De minister vergoedt, op bij ministeriële regeling vast te stellen wijze, de ten laste van de in het zevende lid, onder a genoemde militairen blijvende kosten van de ziektekostenverzekering die zij als burger verplicht of vrijwillig voor zichzelf hebben afgesloten, voor de duur van de periode waarin zij als militair in werkelijke dienst verblijven.
**9.** De in het vierde lid bedoelde ministeriële regeling vormt geen onderwerp van overleg als bedoeld in artikel 3 van het Besluit georganiseerd overleg sector Defensie.
**8.** De in het vierde lid bedoelde ministeriële regeling vormt geen onderwerp van overleg als bedoeld in artikel 3 van het Besluit georganiseerd overleg sector Defensie.
### Artikel 90b
**1.** Een door Onze Minister aan te wijzen rechtspersoon is belast met de uitvoering van de in artikel 90*a* bedoelde verzekering.
**1.** Een door Onze Minister aan te wijzen rechtspersoon is belast met de uitvoering van de in artikel 90a bedoelde verzekering.
**2.** De voorzitter en de overige leden van het bestuur van de rechtspersoon worden benoemd en ontslagen door Onze Minister.
**3.** Wijzigingen in de statuten van de rechtspersoon worden ter goedkeuring voorgelegd aan Onze Minister.
**4.** De vaststelling van de omvang van de in artikel 90*a*, vijfde lid, bedoelde vergoedingen geschiedt door de rechtspersoon en behoeft goedkeuring van Onze Minister.
**4.** De vaststelling van de omvang van de in artikel 90a, vijfde lid, bedoelde vergoedingen geschiedt door de rechtspersoon en behoeft goedkeuring van Onze Minister.
**5.** De rechtspersoon verstrekt Onze Minister informatie met betrekking tot de uitvoering van de verzekering, waaronder jaarlijks een jaarrekening die is voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
**5.** De rechtspersoon verstrekt Onze Minister informatie met betrekking tot de uitvoering van de verzekering, waaronder jaarlijks een jaarrekening die is voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
**6.** Onze Minister kan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing intrekken, wanneer de rechtspersoon tekortschiet in de uitvoering van de verzekering dan wel de verplichtingen genoemd in dit artikel niet nakomt.
### Artikel 90c
**1.** De militairen bedoeld in artikel 90a, zevende lid, onder a en b hebben, gedurende de periode dat zij in werkelijke dienst zijn, aanspraak op geneeskundige verzorging door of vanwege de militair geneeskundige diensten.
**2.** Gedurende de periode waarin zij in werkelijke dienst zijn hebben de in artikel 90a, zevende lid, onder a genoemde militairen aanspraak op een tegemoetkoming in de premie die zij voor zichzelf verschuldigd zijn voor een als burger vrijwillig of verplicht afgesloten ziektekostenverzekering.
**3.** De tegemoetkoming bedoeld in het tweede lid bedraagt per dag van verblijf in werkelijke dienst 2/30 van de maandelijkse tegemoetkoming in de premie en in de wettelijke heffingen MOOZ en WTZ ingevolge het Interimbesluit ziektekosten burgerlijke ambtenaren defensie, dan wel indien betrokkene als burgerambtenaar in dienst is van het Ministerie van Defensie 1/30 van die tegemoetkoming.
### Artikel 91
De geneeskundige verzorging verleend door of vanwege de militair geneeskundige dienst omvat al de maatregelen, voorzieningen en geneeskundige verstrekkingen in het belang van de bescherming, het behoud, het herstel en de bevordering van de gezondheid van de militair alsmede in het belang van het behoud, het herstel en de bevordering van de geschiktheid van de militair voor de dienst.
### Artikel 91a
De niet in werkelijke dienst verblijvende militair en de gewezen militair die lijden aan een ziekte of een gebrek, verband houdende met de uitoefening van de dienst, hebben ten aanzien van die ziekte of dat gebrek naar bij ministeriële regeling te stellen regels en voorwaarden aanspraak op geneeskundige verzorging tot het op grond van artikel 90a, derde lid vastgestelde maximum.
### Paragraaf 2. Rechten en verplichtingen in geval van ziekte
### Artikel 92
De militair in werkelijke dienst is verplicht de maatregelen in acht te nemen die door de minister worden voorgeschreven ter bescherming van de gezondheid van de militair of die van anderen, zulks onverminderd de wettelijke mogelijkheden ten aanzien van bepaalde maatregelen van die verplichting te worden ontheven.
### Artikel 93
**1.** De militair in werkelijke dienst die wegens ziekte geheel of gedeeltelijk verhinderd is dienst te verrichten, is verplicht, naar regels bij ministeriële regeling te stellen, daarvan kennis te geven aan zijn commandant en een (tand)arts te consulteren.
**2.**
De in het vorige lid bedoelde militair kan op verzoek van zijn commandant door of vanwege de militair geneeskundige dienst aan een onderzoek worden onderworpen ter beantwoording van de vragen:
a. óf, in welke mate en tot welk tijdstip er van die verhindering tot dienstverrichting sprake is;
a. of, in welke mate en tot welk tijdstip er van die verhindering tot dienstverrichting sprake is;
b. of verdere maatregelen of voorzieningen nodig zijn in het belang van het herstel van zijn gezondheid, dan wel in het belang van het behoud, het herstel of de bevordering van zijn geschiktheid voor de dienst.
**3.** De militair in werkelijke dienst is in geval van ziekte verplicht zich te houden aan de voorschriften, hem door de behandelend (tand)arts gegeven, met dien verstande dat hij niet verplicht is zich te onderwerpen aan een ingreep van heelkundige aard of een andere kunstbewerking.
**4.** De militair in werkelijke dienst die zich onder behandeling heeft gesteld van een (tand)arts, niet behorende tot de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst, is verplicht hiervan kennis te geven aan deze dienst.
### Artikel 91a
**1.** De commandant van de militair die verhinderd is dienst te verrichten wegens ziekte stelt na overleg met die militair en de militair geneeskundige dienst uiterlijk 13 weken na het ontstaan van de verhindering een reïntegratieplan op.
**2.** Het reïntegratieplan wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de militair en de militair geneeskundige dienst.
**3.** De commandant draagt er zorg voor dat de ziekte van de militair uiterlijk op de eerste dag nadat die verhindering tot dienstverrichting 13 weken heeft geduurd wordt gemeld aan de met de uitvoering van de WAO belaste instelling. Deze melding gaat vergezeld van het reïntegratieplan en de resultaten van de uitvoering van dit plan.
**4.** In geval van eigen risicodragerschap als bedoeld in artikel 75, eerste lid, van de WAO geschiedt de in het derde lid bedoelde melding uiterlijk op de eerste dag nadat de verhindering tot dienstverrichting zeven maanden heeft geduurd.
### Artikel 92
Zodra de verhindering tot dienstverrichting heeft opgehouden te bestaan, is de in werkelijke dienst verblijvende militair verplicht zich te wenden tot de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst teneinde zo nodig een onderzoek te ondergaan ter beantwoording van de vraag of hij weer volledig geschikt kan worden geacht voor de uitoefening van de dienst. Hij is verplicht de dienst te hervatten, behoudens indien en voor zover door of vanwege vorenbedoelde geneeskundige dienst anders wordt bepaald.
### Artikel 93
**1.** De geneeskundige verzorging verleend door of vanwege de militair geneeskundige dienst omvat al de maatregelen, voorzieningen en geneeskundige verstrekkingen in het belang van de bescherming, het behoud, het herstel en de bevordering van de gezondheid van de militair alsmede in het belang van het behoud, het herstel en de bevordering van de geschiktheid van de militair voor de dienst.
**2.** De militair in werkelijke dienst is verplicht de maatregelen in acht te nemen die door de minister worden voorgeschreven ter bescherming van de gezondheid van de militair of die van anderen, zulks onverminderd de wettelijke mogelijkheden ten aanzien van bepaalde maatregelen van die verplichting te worden ontheven.
### Artikel 94
**1.** De militair in werkelijke dienst die in contact staat of kort geleden heeft gestaan met een persoon die een ziekte heeft waarvoor ingevolge het krachtens de Wet bestrijding infectieziekten en opsporing ziekteoorzaken (*Stb.* 1928, 265) bepaalde een nominatieve aangifteplicht geldt, is verplicht daarvan ten spoedigste kennis te geven aan de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst.
**1.** De commandant is verplicht zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen te treffen en voorschriften te geven als redelijkerwijs mogelijk is, opdat de militair die in verband met ongeschiktheid als gevolg van ziekte verhinderd is dienst te verrichten, in staat wordt gesteld de eigen of andere passende arbeid te verrichten. Indien vaststaat, dat de eigen arbeid niet meer kan worden verricht en binnen het gezagsbereik van Onze Minister geen andere passende arbeid voorhanden is, bevordert de commandant, naar regels bij ministeriële regeling te stellen, de inschakeling van de militair in voor hem passende arbeid buiten het gezagsbereik van Onze Minister.
**2.** Uit hoofde van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt de commandant in overeenstemming met de militair of de gewezen militair een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 71a, tweede lid van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de militair of de gewezen militair regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.
**3.** Om te beoordelen of de militair gevolg geeft aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 94a wint de commandant een hierop betrekking hebbend advies in van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en neemt dit advies mede in beschouwing.
### Artikel 94a
**1.**
De militair die als gevolg van ziekte ongeschikt is dienst te verrichten, is verplicht tot:
a. gedurende het eerste jaar van zijn ziekte, het verrichten van hem opgedragen passende arbeid. Onder passende arbeid wordt verstaan alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de militair is berekend, tenzij deze om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd;
b. gedurende het tweede jaar van zijn ziekte en daarna, het verrichten van hem opgedragen gangbare arbeid als bedoeld in artikel 18, vijfde lid van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
**2.** De militair, bedoeld in het eerste lid, is verplicht tot het opvolgen van door de commandant of door een door deze aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften en is verplicht mee te werken aan door hen getroffen maatregelen om hem in staat te stellen de arbeid als bedoeld in het eerste lid te verrichten.
**3.** De militair, bedoeld in het eerste lid, is verplicht zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
**4.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing wanneer de militair onder andere voorwaarden wordt verplicht tot het verrichten van dienst.
### Artikel 95
Zodra de verhindering tot dienstverrichting heeft opgehouden te bestaan, is de in werkelijke dienst verblijvende militair verplicht zich te wenden tot de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst teneinde zo nodig een onderzoek te ondergaan ter beantwoording van de vraag of hij weer volledig geschikt kan worden geacht voor de uitoefening van de dienst.
De commandant kan in afwijking hiervan de aanwijzing geven dat betrokkene zich meldt bij de bedrijfsgeneeskundige dienst. Betrokkene is verplicht de dienst te hervatten, behoudens indien en voor zover door of vanwege vorenbedoelde geneeskundige dienst anders wordt bepaald.
### Artikel 96
**1.** De militair in werkelijke dienst die in contact staat of kort geleden heeft gestaan met een persoon die een ziekte heeft waarvoor ingevolge het krachtens de Wet bestrijding infectieziekten en opsporing ziekteoorzaken (Stb. 1928, 265) bepaalde een nominatieve aangifteplicht geldt, is verplicht daarvan ten spoedigste kennis te geven aan de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst.
**2.** In het geval, bedoeld in het eerste lid, mag de militair geen dienst verrichten en heeft hij geen toegang tot de plaats van zijn tewerkstelling dan met toestemming gegeven door of vanwege de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst. Hij is gehouden zich te gedragen naar de door of vanwege deze dienst gegeven aanwijzingen, welke mede kunnen bestaan in een verbod om zich naar een eenheid of onderdeel van de krijgsmacht te begeven.
**3.** Indien een militair krachtens het tweede lid geen dienst mag verrichten, wordt hij voor de toepassing van dit hoofdstuk geacht wegens ziekte verhinderd te zijn tot dienstverrichting.
### Artikel 95
**1.** De militair in werkelijke dienst kan worden verplicht zich periodiek te onderwerpen aan een geneeskundig en/of tandheelkundig onderzoek door of vanwege de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst.
**2.** Aan een geneeskundig en/of tandheelkundig onderzoek als bedoeld in het vorige lid zal in ieder geval worden onderworpen de militair die in verband met de uitoefening van zijn werkzaamheden aan bijzonder gevaar voor zijn gezondheid blootstaat, dan wel voor een goede vervulling van die werkzaamheden aan bijzondere gezondheidseisen moet voldoen.
### Artikel 96
De militair in werkelijke dienst kan worden verplicht zich te onderwerpen aan een geneeskundig en/of tandheelkundig onderzoek door of vanwege de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst, wanneer de bevelhebber dit noodzakelijk acht in verband met toelating tot een opleiding, plaatsing in een andere functie, plaatsing bij bepaalde onderdelen of in bepaalde gebieden, dan wel beëindiging van het verblijf in werkelijke dienst.
### Paragraaf 3. Geneeskundig of tandheelkundig onderzoek
### Artikel 97
De militair in werkelijke dienst, van wie door zijn commandant op goede gronden wordt verondersteld dat zijn lichamelijke en/of geestelijke gesteldheid een beletsel vormt om naar behoren dienst te verrichten, kan, op verzoek van zijn commandant, worden onderworpen aan een geneeskundig en/of tandheelkundig onderzoek door of vanwege de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst.
**1.** De militair in werkelijke dienst kan worden verplicht zich periodiek te onderwerpen aan een geneeskundig of tandheelkundig onderzoek door of vanwege de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst.
**2.** Aan een geneeskundig of tandheelkundig onderzoek als bedoeld in het eerste lid zal in ieder geval worden onderworpen de militair die in verband met de uitoefening van zijn werkzaamheden aan bijzonder gevaar voor zijn gezondheid blootstaat, dan wel voor een goede vervulling van die werkzaamheden aan bijzondere gezondheidseisen moet voldoen.
### Artikel 98
**1.** Indien bij een onderzoek als bedoeld in de artikelen 95, 96, en 97 blijkt van een zodanige lichamelijke en/of geestelijke gesteldheid van de militair, dat zijn belangen of het dienstbelang zich tegen gehele of gedeeltelijke voortzetting van zijn werkzaamheden en/of diensten verzetten, wordt hij door zijn commandant geheel of gedeeltelijk van die werkzaamheden en/of diensten vrijgesteld. Alsdan kunnen hem door zijn commandant - in overleg met de betrokken militair geneeskundige dienst - passende andere werkzaamheden en/of diensten worden opgedragen.
**2.** Indien en voor zover een militair krachtens het vorige lid van de dienst is vrijgesteld van zijn normaliter te verrichten werkzaamheden en/of diensten en hem geen passende andere werkzaamheden en/of diensten zijn opgedragen, wordt hij voor de toepassing van dit hoofdstuk geacht wegens ziekte verhinderd te zijn tot dienstverrichting.
De militair in werkelijke dienst kan worden verplicht zich te onderwerpen aan een geneeskundig of tandheelkundig onderzoek door of vanwege de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst, wanneer de bevelhebber dit noodzakelijk acht in verband met toelating tot een opleiding, plaatsing in een andere functie, plaatsing bij bepaalde onderdelen of in bepaalde gebieden, dan wel beëindiging van het verblijf in werkelijke dienst.
### Artikel 99
Van het voornemen tot het instellen van een geneeskundig en/of tandheelkundig onderzoek als bedoeld in de artikelen 95, tweede lid, 96 en 97, wordt de militair door zijn commandant, onder vermelding van de redenen en van de desbetreffende bepaling van dit besluit, schriftelijk in kennis gesteld.
De militair in werkelijke dienst, van wie door zijn commandant op goede gronden wordt verondersteld dat zijn lichamelijke of geestelijke gesteldheid een beletsel vormt om naar behoren dienst te verrichten, kan, op verzoek van zijn commandant, worden onderworpen aan een geneeskundig of tandheelkundig onderzoek door of vanwege de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst.
### Artikel 100
De militair in werkelijke dienst is verplicht medewerking te verlenen aan de onderzoeken, bedoeld in de artikelen 91, tweede lid, 92, 95, 96 en 97.
**1.** Indien bij een onderzoek als bedoeld in de artikelen 97, 98, en 99 blijkt van een zodanige lichamelijke of geestelijke gesteldheid van de militair, dat zijn belangen of het dienstbelang zich tegen gehele of gedeeltelijke voortzetting van zijn werkzaamheden of diensten verzetten, wordt hij door zijn commandant geheel of gedeeltelijk van die werkzaamheden of diensten vrijgesteld. Alsdan kunnen hem door zijn commandant in overleg met de betrokken militair geneeskundige dienst passende andere werkzaamheden of diensten worden opgedragen.
**2.** Indien en voor zover een militair krachtens het vorige lid van de dienst is vrijgesteld van zijn normaliter te verrichten werkzaamheden of diensten en hem geen passende andere werkzaamheden of diensten zijn opgedragen, wordt hij voor de toepassing van dit hoofdstuk geacht wegens ziekte verhinderd te zijn tot dienstverrichting.
### Artikel 101
De uitslag van een onderzoek als bedoeld in artikel 18 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, alsmede in de artikelen 91, tweede lid, 92, 95 96 en 97, wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de militair medegedeeld.
Van het voornemen tot het instellen van een geneeskundig of tandheelkundig onderzoek als bedoeld in de artikelen 97, tweede lid, 98 en 99, wordt de militair door zijn commandant, onder vermelding van de redenen en van de desbetreffende bepaling van dit besluit, schriftelijk in kennis gesteld.
### Artikel 102
**1.** De militair die zich niet kan verenigen met de in artikel 101 bedoelde uitslag, kan, indien het een onderzoek als bedoeld in artikel 91, tweede lid, of artikel 92, betreft, binnen drie maal vierentwintig uren en, zo het een onderzoek als bedoeld in de artikelen 95, 96 en 97 betreft, binnen zes weken, nadat de uitslag te zijner kennis is gebracht, schriftelijk onder opgave van de redenen daartegen zijn bedenkingen kenbaar maken bij de bevelhebber. Het indienen van de bedenkingen heeft geen schorsende werking.
**2.** Behalve indien de bevelhebber, na overleg met de betrokken militair geneeskundige dienst, de bedenkingen van de militair reeds aanstonds voldoende gegrond acht, wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van het bezwaarschrift, een hernieuwd geneeskundig en/of tandheelkundig onderzoek ingesteld.
**3.** Het hernieuwd onderzoek geschiedt door een (of meer) daartoe door de inspecteur van de betrokken militair geneeskundige dienst aangewezen deskundige(n) die niet aan het voorafgaande onderzoek heeft (hebben) deelgenomen. De uitslag van het hernieuwd onderzoek wordt de militair zo spoedig mogelijk schriftelijk ter kennis gebracht.
De militair in werkelijke dienst is verplicht medewerking te verlenen aan de onderzoeken, bedoeld in de artikelen 93, tweede lid, 95, 97, 98 en 99.
### Artikel 103
**1.** De militair in werkelijke dienst, van wie op goede gronden wordt verondersteld dat hij blijvend ongeschikt is voor het vervullen van de dienst, kan, in opdracht van Onze Minister, worden onderworpen aan een geneeskundig onderzoek naar de regelen, gesteld in het Besluit procedure geneeskundig onderzoek blijvende dienstongeschiktheid en pensioenkeuring militairen.
**2.** In het geval, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 99 en 100 van overeenkomstige toepassing.
De uitslag van een onderzoek als bedoeld in artikel 18 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, alsmede in de artikelen 93, tweede lid, 95, 97, 98 en 99, wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de militair medegedeeld.
### Artikel 104
De niet in werkelijke dienst verblijvende militair en de gewezen militair die lijden aan een ziekte of een gebrek, verband houdende met de uitoefening van de dienst, hebben ten aanzien van die ziekte of dat gebrek naar bij ministeriële regeling te stellen regelen aanspraak op geneeskundige verzorging tot het op grond van artikel 90*a*, tweede lid vastgestelde maximum.
**1.** De militair die zich niet kan verenigen met de in artikel 103 bedoelde uitslag, kan, indien het een onderzoek als bedoeld in artikel 93, tweede lid, of artikel 95, betreft, binnen drie maal vierentwintig uren en, zo het een onderzoek als bedoeld in de artikelen 97, 98 en 99 betreft, binnen zes weken, nadat de uitslag te zijner kennis is gebracht, schriftelijk onder opgave van de redenen daartegen zijn bedenkingen kenbaar maken bij de bevelhebber. Het indienen van de bedenkingen heeft geen schorsende werking.
### Artikel
**2.** Behalve indien de bevelhebber, na overleg met de betrokken militair geneeskundige dienst, de bedenkingen van de militair reeds aanstonds voldoende gegrond acht, wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van het bezwaarschrift, een hernieuwd geneeskundig of tandheelkundig onderzoek ingesteld.
Vervallen
**3.** Het hernieuwd onderzoek geschiedt door een (of meer) daartoe door de inspecteur van de betrokken militair geneeskundige dienst aangewezen deskundige(n) die niet aan het voorafgaande onderzoek heeft (hebben) deelgenomen. De uitslag van het hernieuwd onderzoek wordt de militair zo spoedig mogelijk schriftelijk ter kennis gebracht.
### Artikel 105
**1.** De militair in werkelijke dienst, van wie op goede gronden wordt verondersteld dat hij blijvend ongeschikt is voor het vervullen van de dienst, kan, in opdracht van Onze Minister, worden onderworpen aan een geneeskundig onderzoek naar de regelen, gesteld in het Besluit procedure geneeskundig onderzoek blijvende dienstongeschiktheid en pensioenkeuring militairen.
**2.** In het geval, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 101 en 102 van overeenkomstige toepassing.
## Hoofdstuk 10. Andere voorzieningen van materiële aard
### Artikel 106
@ -1964,15 +1996,13 @@ Vervallen
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. ZW: Ziektewet;
c. WW: Werkloosheidswet;
d. Werknemersverzekering: WAO, ZW, dan wel WW;
e. arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 18, eerste lid, van de WAO;
f. bedrijfsgeneeskundige dienst: een door of vanwege Onze Minister aangewezen uitvoeringsorgaan bedrijfsgezondheidszorg;
g. Bovenwettelijke WW-uitkering: de uitkering bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie.
## Hoofdstuk 10. Andere voorzieningen van materiële aard
| WAO: | Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering |
| --- | --- |
| ZW: | Ziektewet |
| WW: | Werkloosheidswet |
| Werknemersverzekering: | WAO, ZW, dan wel WW |
| Arbeidsongeschiktheid: | arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 18, eerste lid van de WAO |
| Bovenwettelijke WW-uitkering: | de uitkering bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1 van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie. |
### Artikel 107