2007-08-01 | BWBR0020611 | Wet inburgering

This commit is contained in:
Coornhert 2007-08-01 12:00:00 +00:00
parent 74b36604c1
commit b4d157a70a

View file

@ -41,7 +41,8 @@ n. sociaal-fiscaalnummer: het nummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel
o. Nederlander: ieder die de Nederlandse nationaliteit bezit of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander moet worden behandeld;
p. eigenrisicodrager: de werkgever aan wie de toestemming is verleend, bedoeld in artikel 40, eerste lid, aanhef en onder b of c, van de Wet financiering sociale verzekeringen;
q. Centrale organisatie werk en inkomen: de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
r. algemene bijstand: algemene bijstand als bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de Wet werk en bijstand.
r. algemene bijstand: algemene bijstand als bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de Wet werk en bijstand;
s. kwalificatieplicht: de plicht tot inschrijving als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, van de Leerplichtwet 1969.
**2.** Bij regeling van Onze Minister kan de geestelijke bedienaar, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, nader worden omschreven.
@ -81,8 +82,8 @@ In afwijking van de artikelen 3 en 4 is niet inburgeringsplichtig degene die:
a. jonger dan 16 jaar is dan wel 65 jaar of ouder is;
b. ten minste acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland heeft verbleven;
c. beschikt over een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen diploma, certificaat of ander document;
d. volledig leerplichtig is;
e. aansluitend op de volledige leerplicht een opleiding volgt waarvan de afronding leidt tot uitreiking van een krachtens onderdeel c aangewezen diploma, certificaat of ander document;
d. leerplichtig of kwalificatieplichtig is;
e. aansluitend op de leerplicht of kwalificatieplicht een opleiding volgt waarvan de afronding leidt tot uitreiking van een krachtens onderdeel c aangewezen diploma, certificaat of ander document;
f. heeft aangetoond te beschikken over voldoende mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal en evidente kennis van de Nederlandse samenleving.
**2.**