2007-06-20 | BWBR0003229 | Ambtenarenreglement Staten-Generaal
This commit is contained in:
parent
0c92a296ca
commit
b511055e17
1 changed files with 26 additions and 62 deletions
|
|
@ -70,7 +70,7 @@ e. de artikelen 78, 80, 82 en 84.
|
|||
|
||||
**2.** De aanstelling geschiedt in vaste dienst, tenzij er grond is een tijdelijke aanstelling voor bepaalde tijd te verlenen.
|
||||
|
||||
**3.** Degene die geen Nederlander is, kan slechts worden aangesteld indien hem verblijf is toegestaan op grond van artikel 9 van de Vreemdelingenwet en de vergunning tot verblijf het verrichten van arbeid in loondienst niet uitsluit, of indien hem verblijf is toegestaan op grond van artikel 10 van de Vreemdelingenwet.
|
||||
**3.** De niet-Nederlander kan uitsluitend worden aangesteld indien hij in Nederland rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 en het tot aanstelling bevoegd gezag voor hem beschikt over een tewerkstellingsvergunning als bedoeld in de Wet arbeid vreemdelingen, tenzij die tewerkstellingsvergunning krachtens laatstgenoemde wet niet is vereist.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -86,7 +86,7 @@ b. een andere objectief bepaalbare periode.
|
|||
Een aanstelling in tijdelijke dienst kan plaatsvinden:
|
||||
|
||||
a. voor een proeftijd van ten hoogste twee jaar, zonodig ambtshalve te verlengen met de tijd gedurende welke de ambtenaar de proeftijd niet in werkelijke dienst heeft doorgebracht;
|
||||
b. voor een tijd van ten hoogste drie maanden, indien de betrokkene de verlangde verklaring omtrent het gedrag, bedoeld in artikel 9, zesde lid, nog niet in zijn bezit heeft;
|
||||
b. voor een tijd van ten hoogste drie maanden, indien de betrokkene de verlangde verklaring omtrent het gedrag, bedoeld in artikel 7, zesde lid, nog niet in zijn bezit heeft;
|
||||
c. voor het verrichten van werkzaamheden, waarvoor slechts tijdelijk een beroep op de arbeidsmarkt kan worden gedaan;
|
||||
d. voor een opleiding tot een beroep of verdere theoretische of praktische vorming;
|
||||
e. voor oproepkrachten;
|
||||
|
|
@ -152,11 +152,11 @@ b. een geneeskundig onderzoek, indien dit op grond van een wettelijk voorschrift
|
|||
|
||||
**7.** Indien een functie niet zijnde een vertrouwensfunctie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wet veiligheidsonderzoeken, bijzondere eisen stelt aan de integriteit of de verantwoordelijkheid van degene die deze functie vervult en indien een zwaarwegend algemeen belang dit vordert, kunnen aan het bevoegd gezag justitiële gegevens worden verstrekt voor het verrichten van een onderzoek naar de betrouwbaarheid en de geschiktheid van een kandidaat voor die functie. Aanstelling in een zodanige functie is slechts mogelijk, indien op grond van het onderzoek tegen de vervulling door betrokkene van de desbetreffende functie geen bezwaar blijkt te bestaan.
|
||||
|
||||
**8.** Aanstelling in een vertrouwensfunctie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder *a*, van de Wet veiligheidsonderzoeken is slechts mogelijk, indien ten aanzien van de betrokkene een verklaring als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder *b*, van die wet is afgegeven.
|
||||
**8.** Aanstelling in een vertrouwensfunctie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wet veiligheidsonderzoeken is slechts mogelijk, indien ten aanzien van de betrokkene een verklaring als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van die wet is afgegeven.
|
||||
|
||||
**9.** Onze Minister stelt nadere regels vast ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in het zevende lid. Deze nadere regels dienen in ieder geval waarborgen te bevatten omtrent een voldoende bescherming van de persoonlijke levenssfeer van betrokkene.
|
||||
**9.** Het tot aanstelling bevoegd gezag stelt nadere regels vast ter uitvoering van het onderzoek, bedoeld in het zevende lid. Deze nadere regels dienen in ieder geval waarborgen te bevatten omtrent een voldoende bescherming van de persoonlijke levenssfeer van betrokkene.
|
||||
|
||||
**10.** Het geneeskundig onderzoek, bedoeld in het vierde lid, onderdeel *b*, mag pas plaatsvinden, indien de betrokkene naar het oordeel van het tot aanstelling bevoegd gezag op grond van het onderzoek, bedoeld in het derde lid, en eventueel na het psychologisch onderzoek, bedoeld in het vierde lid, onderdeel *a*, overigens voldoende bekwaam en geschikt is voor de desbetreffende functie. Ook een verklaring omtrent het gedrag mag dan pas worden gevraagd.
|
||||
**10.** Het geneeskundig onderzoek, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, mag pas plaatsvinden, indien de betrokkene naar het oordeel van het tot aanstelling bevoegd gezag op grond van het onderzoek, bedoeld in het derde lid, en eventueel na het psychologisch onderzoek, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, overigens voldoende bekwaam en geschikt is voor de desbetreffende functie. Ook een verklaring omtrent het gedrag mag dan pas worden gevraagd.
|
||||
|
||||
**11.** Een onderzoek als bedoeld in het zevende lid of een veiligheidsonderzoek wordt pas ingesteld als naar het oordeel van het tot aanstelling bevoegd gezag de betrokkene bekwaam en geschikt is voor de desbetreffende functie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -244,7 +244,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
De beloning van de ambtenaar, die is aangesteld voor enkele diensten, niet vallende binnen de taak van het betrokken dienstvak, wordt bepaald op een voor elk geval of voor elke te verrichten dienst, afzonderlijk vast te stellen bedrag.
|
||||
**1.** De ambtenaar wordt bij zijn aanstelling schriftelijk op de hoogte gesteld van de hoofdlijnen van zijn rechtspositie.
|
||||
|
||||
**2.** Regelingen waarin zijn rechtspositie is neergelegd worden op een voor de ambtenaar gemakkelijke toegankelijke plaats ter inzage gelegd. Van deze regelingen kan hij kosteloos afschriften maken voor zover dat redelijkerwijs nodig is.
|
||||
|
||||
**3.** De schriftelijk vastgestelde en voor hem geldende regelingen en instructies, welke hij bij de vervulling van zijn dienst heeft na te leven, worden eveneens op een voor de ambtenaar gemakkelijk toegankelijke plaats ter inzage gelegd. In het geval vermelde regelingen en instructies niet schriftelijk zijn vastgelegd, worden deze behoorlijk te zijner kennis gebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 15a
|
||||
|
||||
|
|
@ -276,7 +280,7 @@ De ambtenaar ontvangt over de tijd, gedurende welke hij in strijd met zijn verpl
|
|||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
De beloning van de ambtenaar die is aangesteld op grond van artikel 6, tweede lid, onder *g*, wordt bepaald op een bedrag voor elk geval, of voor elke te verrichten dienst, afzonderlijk vast te stellen.
|
||||
De beloning van de ambtenaar, die is aangesteld voor enkele diensten, niet vallende binnen de taak van het betrokken dienstvak, wordt bepaald op een voor elk geval of voor elke te verrichten dienst, afzonderlijk vast te stellen bedrag.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
|
|
@ -541,7 +545,7 @@ De op grond van het vierde lid geldende aanspraak op vakantie wordt verhoogd vol
|
|||
|
||||
Over kalendermaanden gedurende welke de ambtenaar in afwijking van de voor hem geldende werktijdregeling in het geheel geen dienst verricht, heeft hij geen aanspraak op vakantie.
|
||||
|
||||
Over kalendermaanden gedurende welke de ambtenaar in afwijking van de voor hem geldende werktijdregeling gedeeltelijk dienst verricht, heeft hij slechts naar evenredigheid aanspraak op vakantie.
|
||||
Over kalendermaanden gedurende welke de ambtenaar in afwijking van de voor hem geldende werktijdregeling gedeeltelijk dienst verricht, heeft hij aanspraak op vakantie naar evenredigheid van het gedeelte van de werktijd waarop hij volgens de werktijdregeling dienst verricht.
|
||||
|
||||
**10.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -713,10 +717,10 @@ c. voor zover betreft vergaderingen van een internationale ambtenarenorganisatie
|
|||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het aantal uren dat op grond van het eerste, tweede en derde lid alsmede op grond van artikel 18 van de Wet op de Ondernemingsraden aan een ambtenaar mag worden verleend, bedraagt te zamen ten hoogste 240 uren per jaar, met dien verstande dat ten hoogste 320 uren worden verleend:
|
||||
Het aantal uren dat op grond van het eerste, tweede en derde lid aan een ambtenaar mag worden verleend, bedraagt te zamen ten hoogste 240 uren per jaar, met dien verstande dat ten hoogste 320 uren worden verleend:
|
||||
|
||||
a. aan leden van de hoofdbesturen van de Algemene Centrale van Overheidspersoneel, en de Christelijke Centrale van Overheids- en Onderwijspersoneel en van organisaties, die rechtstreeks bij die centrale organisaties zijn aangesloten;
|
||||
b. aan leden van het hoofdbestuur van het Ambtenarencentrum en aan leden van het dagelijks bestuur van de bij die organisatie aangesloten centrales;
|
||||
b. aan leden van het hoofdbestuur van het Ambtenarencentrum en aan leden van het dagelijks bestuur van de bij die centrale aangesloten organisaties;
|
||||
c. aan leden van het hoofdbestuur van de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij Overheid, Onderwijs, Bedrijven en Instellingen, alsmede aan de bestuursleden van de sectoren en secties van die organisatie.
|
||||
|
||||
**5.** Het verlof bedoeld in de vorige leden, wordt slechts verleend aan ambtenaren, die lid zijn van verenigingen van ambtenaren, welke zijn aangesloten bij centrales van verenigingen van ambtenaren, die deel uitmaken van de Sectorcommissie overleg rijkspersoneel.
|
||||
|
|
@ -916,6 +920,10 @@ b. eindigt op de 70e dag na de datum waarop de bevalling heeft plaatsgevonden.
|
|||
|
||||
**7.** Indien aan de in hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg gestelde voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming is voldaan maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, past het bevoegd gezag het zesde lid op overeenkomstige wijze toe. In dat geval wordt rekening gehouden met de financiële tegemoetkoming die aan de ambtenaar zou zijn toegekend indien hij wel een aanvraag zou hebben ingediend.
|
||||
|
||||
**8.** Het tot aanstelling bevoegd gezag biedt de ambtenaar aan wie buitengewoon verlof is verleend op grond van het eerste lid in verband met het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie, dan wel van een functie als bedoeld in het vierde of vijfde lid, na afloop van het verlof een passende functie aan.
|
||||
|
||||
**9.** Een passende functie als bedoeld in het achtste lid, dient zo mogelijk ten minste gelijkwaardig te zijn aan de functie waarop het buitengewoon verlof betrekking had.
|
||||
|
||||
### Artikel 64
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
@ -1011,7 +1019,7 @@ g) om te beoordelen of de ambtenaar die wegens ziekte volledig ongeschikt is gew
|
|||
h) voorzover dit voortvloeit uit enige wettelijke verplichting;
|
||||
i) indien hij in verband met de uitoefening van zijn werkzaamheden aan bijzonder gevaar voor zijn gezondheid blootstaat of hij is benoemd in een functie waarvoor bij aanstelling een geneeskundig onderzoek is vereist als bedoeld in artikel 7, vierde lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
**2.** Het tot aanstelling bevoegd gezag stelt de ambtenaar buiten dienst indien na een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 18 van de Arbeidsomstandighedenwet dan wel een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in het eerste lid, blijkt dat sprake is van een zodanige lichamelijke of geestelijke toestand dat de belangen van de ambtenaar, van de dienst of van bij het verrichten van de arbeid betrokken derden zich er tegen verzetten dat de ambtenaar zijn arbeid blijft verrichten. De ambtenaar wordt niet buiten dienst gesteld indien hem andere passende werkzaamheden kunnen worden opgedragen. Indien de ambtenaar buiten dienst wordt gesteld, wordt hij geacht wegens ziekte ongeschikt te zijn tot het verrichten van zijn arbeid, in welk geval de overige bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing zijn.
|
||||
**2.** Het tot aanstelling bevoegd gezag stelt de ambtenaar buiten dienst indien na een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in het eerste lid, blijkt dat sprake is van een zodanige lichamelijke of geestelijke toestand dat de belangen van de ambtenaar, van de dienst of van bij het verrichten van de arbeid betrokken derden zich er tegen verzetten dat de ambtenaar zijn arbeid blijft verrichten. De ambtenaar wordt niet buiten dienst gesteld indien hem andere passende werkzaamheden kunnen worden opgedragen. Indien de ambtenaar buiten dienst wordt gesteld, wordt hij geacht wegens ziekte ongeschikt te zijn tot het verrichten van zijn arbeid, in welk geval de overige bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing zijn.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Medisch advies
|
||||
|
||||
|
|
@ -1035,9 +1043,9 @@ i) indien hij in verband met de uitoefening van zijn werkzaamheden aan bijzonder
|
|||
|
||||
De commissie deelt haar oordeel schriftelijk mee aan:
|
||||
|
||||
- a) de ambtenaar;
|
||||
- b) het tot aanstelling bevoegde gezag;
|
||||
- c) de behandelend arts, bedoeld in artikel 71b, vijfde lid.
|
||||
a) de ambtenaar of de gewezen ambtenaar;
|
||||
b) het tot aanstelling bevoegde gezag;
|
||||
c) de behandelend arts, bedoeld in artikel 71b, vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 71d
|
||||
|
||||
|
|
@ -1107,26 +1115,6 @@ a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend;
|
|||
b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of
|
||||
c. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden.
|
||||
|
||||
### Artikel 72b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar, bedoeld in artikel 37a, tweede lid, die voor 1 januari 2011 is herplaatst, ontvangt bij voortdurende arbeidsongeschiktheid gedurende hoogstens vijf jaar een uitkering van 70% van het verschil tussen:
|
||||
|
||||
a. zijn bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering zoals die zou zijn geweest op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken, en
|
||||
b. zijn bezoldiging na herplaatsing verminderd met eventuele daarna volgende verhogingen op grond van artikel 7 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, en vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid heeft de ambtenaar die arbeidsongeschikt is geworden ten gevolge van een beroepsincident, ook nadat de termijn van vijf jaar is verstreken recht op een uitkering.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De uitkering eindigt in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend;
|
||||
b. met ingang van de dag volgend op die waarop de ambtenaar is overleden.
|
||||
|
||||
**4.** Bij eventuele samenloop van een recht op uitkering op grond van dit artikel en een recht op uitkering op grond van artikel 37a, derde of vierde lid, vervalt het laatstbedoelde recht.
|
||||
|
||||
### Artikel 73
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -1196,30 +1184,6 @@ De artikelen 72, vierde lid, 72a, tweede tot en met vijfde lid, 73, 73a en 104,
|
|||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 75
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar en de gewezen ambtenaar hebben geen aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging:
|
||||
|
||||
a) indien de ziekte is voorgewend, althans zodanig overdreven wordt voorgesteld, dat ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte niet kan worden aangenomen;
|
||||
b) indien de ambtenaar de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte opzettelijk heeft veroorzaakt, tenzij hem daarvan op grond van zijn psychische toestand geen verwijt kan worden gemaakt;
|
||||
c) indien de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte zich voordoet binnen een half jaar na het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onderdeel b en blijkt dat de ambtenaar onjuiste informatie omtrent zijn gezondheidstoestand heeft verstrekt of gegevens heeft verzwegen, ten gevolge waarvan de verklaring van geschiktheid, de aan de desbetreffende functie verbonden werkzaamheden te verrichten, ten onrechte heeft plaatsgevonden, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld.
|
||||
|
||||
**2.** De gewezen ambtenaar heeft geen aanspraak op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, indien hij op grond van een aanvaarde andere betrekking aanspraak kan maken op betaling van loon of bezoldiging, dan wel aanspraak kan maken op een ZW-uitkering.
|
||||
|
||||
### Artikel 75b
|
||||
|
||||
**1.** Het tot aanstelling bevoegde gezag is verplicht zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen te treffen en voorschriften te geven als redelijkerwijs nodig is, opdat de ambtenaar die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, in staat wordt gesteld de eigen of andere passende arbeid te verrichten.
|
||||
|
||||
**2.** De maatregelen en voorschriften, bedoeld in het eerste lid, zijn gericht op duurzame reïntegratie in de eigen arbeid of in andere passende arbeid in de sector Rijk waarvan de voor die arbeid geldende salarisschaal niet meer dan twee schalen lager is dan de salarisschaal die voor de ambtenaar geldt en waarbij de resterende mogelijkheden van de ambtenaar volledig worden benut. Indien na overleg tussen het tot aanstelling bevoegde gezag en de ambtenaar vaststaat dat dergelijke arbeid niet voorhanden is, zullen de maatregelen en voorschriften zich richten op duurzame reïntegratie in andere passende arbeid, zo mogelijk binnen een van de overheidssectoren.
|
||||
|
||||
**3.** Zolang duurzame reïntegratie als bedoeld in het tweede lid niet mogelijk is, stelt het tot aanstelling bevoegde gezag de ambtenaar in de gelegenheid andere passende arbeid te verrichten.
|
||||
|
||||
**4.** Uit hoofde van zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt het tot aanstelling bevoegde gezag in overeenstemming met de ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de WIA. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.
|
||||
|
||||
**5.** De ambtenaar die van mening is dat het tot aanstelling bevoegde gezag de in het eerste lid bedoelde verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, legt bij zijn verzoek tot nakoming aan het tot aanstelling bevoegde gezag een oordeel van het UWV als bedoeld in artikel 32, derde lid, onderdeel b, van de Wet SUWI over. Het tot aanstelling bevoegde gezag beslist binnen zes weken op het verzoek en deelt daarbij mee tot welke aanpassingen in de reïntegratie-inspanningen het verzoek hem aanleiding geeft.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Geen aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging en de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering
|
||||
|
||||
### Artikel 75
|
||||
|
|
@ -1622,7 +1586,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** De ambtenaar die door het tot aanstellen bevoegd gezag is aangewezen als bedrijfshulpverlener als bedoeld in artikel 15 van de Arbeidsomstandighedenwet en die naast zijn normale werkzaamheden de bedrijfshulpverleningstaken naar behoren heeft uitgevoerd, ontvangt een toelage.
|
||||
|
||||
**2.** De toelage wordt bepaald volgens door het tot aanstellen bevoegd gezag vast te stellen regels en bedraagt tenminste € 158,82 per jaar.
|
||||
**2.** De toelage wordt bepaald volgens door het tot aanstellen bevoegd gezag vast te stellen regels en bedraagt tenminste € 195,35 per jaar.
|
||||
|
||||
**3.** De vast te stellen regels bevatten in ieder geval de criteria die gehanteerd worden bij de toekenning van een bedrijfshulpverleningstoelage.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2025,7 +1989,7 @@ c. één maand, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging laatstelijk korte
|
|||
|
||||
**1.** Aan de ambtenaar die in verband met de aanvaarding van een functie in een publiekrechtelijk college, waarin hij is benoemd of verkozen, tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn ambt, wordt, indien hij ophoudt zodanige functie te bekleden en hij naar het oordeel van het tot aanstelling bevoegd gezag niet in actieve dienst kan worden hersteld, eervol ontslag verleend.
|
||||
|
||||
**2.** Tenzij artikel 68, eerste lid, van toepassing is, wordt eervol ontslag eveneens verleend aan de ambtenaar, die na afloop van het verlof, verleend met toepassing van artikel 63, uitgezonderd het derde en vijfde lid, naar het oordeel van het bevoegd gezag niet in actieve dienst kan worden hersteld.
|
||||
**2.** Tenzij artikel 68, eerste lid, van toepassing is, wordt eervol ontslag eveneens verleend aan de ambtenaar, die na afloop van het verlof, verleend met toepassing van artikel 63, uitgezonderd het vierde en vijfde lid en in verband met het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie, naar het oordeel van het bevoegd gezag niet in actieve dienst kan worden hersteld.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid vindt eveneens toepassing voor de ambtenaar die ophoudt de functie te bekleden, bedoeld in artikel 24, derde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2075,7 +2039,7 @@ c. met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeri
|
|||
|
||||
**6.** Perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid, anders dan bedoeld in het vijfde lid, worden samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.
|
||||
|
||||
**7.** Om te beoordelen of er sprake is van een situatie, bedoeld in het derde lid, onderdelen a en b, vraagt het bevoegd gezag het oordeel van een daartoe door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, die de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering uitvoert ten aanzien van de ambtenaar, aangewezen arts.
|
||||
**7.** Om te beoordelen of er sprake is van een situatie, bedoeld in het derde lid, onderdelen a en b, vraagt het bevoegd gezag het oordeel van een daartoe door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, die de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering uitvoert ten aanzien van de ambtenaar, aangewezen arts.
|
||||
|
||||
**8.** De in het zevende lid bedoelde arts betrekt bij zijn beoordeling een door het bevoegd gezag aangewezen arts en, indien de ambtenaar dit wenst, een door de ambtenaar aangewezen arts.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2099,7 +2063,7 @@ Indien aan de ambtenaar gedurende de tijd, dat hij recht heeft op wachtgeld, daa
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd het bepaalde in artikel 129, derde lid, onderdeel a, kan aan de ambtenaar die ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, ontslag worden verleend, indien hij zonder deugdelijke grond weigert:
|
||||
Ook tijdens de periode, bedoeld in artikel 129, derde lid, onderdeel a, kan aan de ambtenaar die ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, ontslag worden verleend, indien hij zonder deugdelijke grond weigert:
|
||||
|
||||
a. gevolg te geven aan door het bevoegd gezag of een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of mee te werken aan door het bevoegd gezag of een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige getroffen maatregelen om hem in staat te stellen de eigen of andere passende arbeid, bedoeld in artikel 70, onderdeel l, te verrichten, of
|
||||
b. passende arbeid te verrichten waartoe het bevoegd gezag hem in de gelegenheid stelt, of
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue