2022-03-23 | BWBR0002399 | Wet op het voortgezet onderwijs
This commit is contained in:
parent
968b66751a
commit
b52aaaada8
1 changed files with 35 additions and 14 deletions
|
|
@ -1576,7 +1576,7 @@ c. indien de leerling niet voldoet aan de voorwaarden voor toelating gesteld bij
|
|||
|
||||
### Artikel 27a1
|
||||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag stelt van iedere aan de school ingeschreven leerling die valt onder de werking van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, vast, of deze leerling gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen. In afwijking van de vorige volzin kan Onze Minister bepalen dat voor soorten van voortgezet onderwijs de in die volzin bedoelde vaststelling wordt gedaan indien een ingeschreven leerling in een of meer vakken of andere programma-onderdelen niet aan het onderwijs heeft deelgenomen.
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag stelt van iedere aan de school ingeschreven leerling die valt onder de werking van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, vast, of deze leerling gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag meldt uiterlijk op de derde werkdag na afloop van een periode van afwezigheid van vier weken aan de leerling dat daarvan in de administratie van de school aantekening is gemaakt en verzoekt de leerling om opgaaf van de reden van de afwezigheid. Het bevoegd gezag doet daarbij mededeling van de opgave van de gegevens van de leerling, bedoeld in artikel 28a.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2900,7 +2900,7 @@ b. bij ministeriële regeling, waarin deze verplichtingen in elk geval betrekkin
|
|||
|
||||
1° het aantal leerlingen op de teldatum in het jaar voorafgaand aan de aanvraag van de te splitsen school of van een of meer van de samenstellende scholen van de te splitsen scholengemeenschap;
|
||||
2° het aantal leerlingen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze na de splitsing de scholen of de samenstellende scholen van de scholengemeenschap zal bezoeken; en
|
||||
3° de wijze waarop op basis van de statistische gegevens, onder meer verstrekt door het Centraal Bureau voor de Statistiek, aannemelijk wordt gemaakt dat op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag de scholen die na splitsing ontstaan, worden bezocht door ten minste het voor de desbetreffende schoolsoort geldende aantal leerlingen.
|
||||
3° de wijze waarop op basis van de statistische gegevens, onder meer verstrekt door het Centraal Bureau voor de Statistiek, aannemelijk wordt gemaakt dat op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag de scholen die na splitsing ontstaan, worden bezocht door ten minste het voor de desbetreffende schoolsoort in het eerste lid bedoelde aantal leerlingen.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister brengt een openbare school of scholengemeenschap waarvoor een aanvraag als bedoeld in artikel 66, eerste of tweede lid, is ingediend voor bekostiging in aanmerking, indien voldaan is aan de verplichtingen in artikel 67, eerste en tweede lid en artikel 67a, eerste en tweede lid, met uitzondering van een document waaruit blijkt dat de gemeente van de beoogde plaats van vestiging van de school of scholengemeenschap is gevraagd om te overleggen over het voornemen tot het doen van een aanvraag om bekostiging. Artikel 69 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2915,9 +2915,8 @@ a. het bevoegd gezag met de belangstellingsmeting aannemelijk maakt dat de neven
|
|||
1° 195 leerlingen voor een nevenvestiging voor vwo;
|
||||
2° 195 leerlingen voor een nevenvestiging voor havo;
|
||||
3° 130 leerlingen voor een nevenvestiging voor mavo;
|
||||
4° 130 leerlingen voor een nevenvestiging voor vbo met 1 profiel als bedoeld in artikel 10b, derde lid;
|
||||
5° 80 leerlingen voor elk profiel voor vbo indien meer dan 1 profiel binnen de nevenvestiging voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht; of
|
||||
6° dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
|
||||
4° 130 leerlingen voor een nevenvestiging voor vbo of;
|
||||
5°. 120 leerlingen voor praktijkonderwijs;
|
||||
b. het onderwijs op de school waaraan de nevenvestiging wordt verbonden niet zeer zwak is als bedoeld in artikel 23a1, eerste en derde lid, of door de inspectie ingevolge artikel 11 van de Wet op het onderwijstoezicht als onvoldoende is beoordeeld; en
|
||||
c. het bevoegd gezag voldoet aan de verplichtingen in artikel 67, eerste en tweede lid en artikel 67a, eerste en tweede lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3062,7 +3061,7 @@ y = aantal leerlingen in de leeftijd van 10 tot en met 12 jaar van wie in de oud
|
|||
|
||||
x = totaal aantal leerlingen in de leeftijd van 10 tot en met 12 jaar op 1 januari van het kalenderjaar waarin de aanvraag wordt gedaan in het voedingsgebied, bedoeld in het tweede lid onder b;
|
||||
|
||||
w = het gemiddelde van het aantal leerlingen in de leeftijd van 12 en 13 jaar in het voedingsgebied, bedoeld in het tweede lid, onder b, op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, gebaseerd op gegevens onder meer verstrekt door het Centraal Bureau voor de Statistiek, vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling te bepalen aantal verblijfsjaren, die de landelijke verhouding tussen het totaal aantal leerlingen en het aantal leerlingen in leerjaar 1 weergeeft van de schoolsoort, schoolsoorten of nevenvestiging waarop de aanvraag betrekking heeft;
|
||||
w = het gemiddelde van het aantal leerlingen in de leeftijd van 12 jaar en in de leeftijd van 13 jaar in het voedingsgebied, bedoeld in het tweede lid, onder b, op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, gebaseerd op gegevens onder meer verstrekt door het Centraal Bureau voor de Statistiek, vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling te bepalen aantal verblijfsjaren, die de landelijke verhouding tussen het totaal aantal leerlingen en het aantal leerlingen in leerjaar 1 weergeeft van de schoolsoort, schoolsoorten of nevenvestiging waarop de aanvraag betrekking heeft;
|
||||
|
||||
z = een bij ministeriële regeling te bepalen correctiefactor;
|
||||
b. voor het marktonderzoek geldt:
|
||||
|
|
@ -3071,7 +3070,7 @@ y = aantal leerlingen in de leeftijd van 10 tot en met 12 jaar ten aanzien van w
|
|||
|
||||
x = totaal aantal leerlingen in de leeftijd van 10 tot en met 12 jaar ten aanzien van wie aan het marktonderzoek is deelgenomen;
|
||||
|
||||
w = het gemiddelde van het aantal leerlingen in de leeftijd van 12 en 13 jaar in het voedingsgebied, bedoeld in het tweede lid, onder b, op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, gebaseerd op gegevens onder meer verstrekt door het Centraal Bureau voor de Statistiek, vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling te bepalen aantal verblijfsjaren, die de landelijke verhouding tussen het totaal aantal leerlingen en het aantal leerlingen in leerjaar 1 weergeeft van de schoolsoort, schoolsoorten of nevenvestiging waarop de aanvraag betrekking heeft;
|
||||
w = het gemiddelde van het aantal leerlingen in de leeftijd van 12 jaar en in de leeftijd van 13 jaar in het voedingsgebied, bedoeld in het tweede lid, onder b, op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag, gebaseerd op gegevens onder meer verstrekt door het Centraal Bureau voor de Statistiek, vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling te bepalen aantal verblijfsjaren, die de landelijke verhouding tussen het totaal aantal leerlingen en het aantal leerlingen in leerjaar 1 weergeeft van de schoolsoort, schoolsoorten of nevenvestiging waarop de aanvraag betrekking heeft;
|
||||
|
||||
z = een bij ministeriële regeling te bepalen correctiefactor.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3101,9 +3100,9 @@ b. de omvang van het marktonderzoek in relatie tot de minimale verhoudingen tuss
|
|||
|
||||
**1.** De bekostiging vangt aan op 1 augustus.
|
||||
|
||||
**2.** De aanspraak op bekostiging op grond van de artikelen 64, 64a en 65 vervalt, indien uiterlijk op de eerste schooldag na 1 augustus in het tweede kalenderjaar na het besluit van Onze Minister geen onderwijs aan de nieuwe school, scholengemeenschap, nevenvestiging of in het nieuwe profiel wordt gegeven. Indien door het bevoegd gezag een aanvraag tot bekostiging is gedaan met ingang van 1 augustus van het eerste kalenderjaar na het besluit van Onze Minister, vervalt de aanspraak op bekostiging voor dat schooljaar indien op de eerste schooldag geen onderwijs wordt gegeven.
|
||||
**2.** De aanspraak op bekostiging op grond van de artikelen 64, 64a en 65 vervalt, indien uiterlijk op de eerste schooldag na 1 augustus in het kalenderjaar na het besluit van Onze Minister geen onderwijs aan de nieuwe school, scholengemeenschap, nevenvestiging of in het nieuwe profiel wordt gegeven.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid en op aanvraag van het bevoegd gezag of de gemeente van de beoogde plaats van vestiging van de school, scholengemeenschap of nevenvestiging kan Onze Minister besluiten in bijzondere gevallen de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven.
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid en op aanvraag van het bevoegd gezag of de gemeente van de beoogde plaats van vestiging van de school, scholengemeenschap of nevenvestiging kan Onze Minister besluiten in bijzondere gevallen de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Indien Onze Minister daartoe besluit, vervalt de aanspraak op bekostiging, indien uiterlijk op de eerste schooldag na 1 augustus in het tweede kalenderjaar na het in het tweede lid bedoelde besluit geen onderwijs wordt gegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 70
|
||||
|
||||
|
|
@ -3164,7 +3163,7 @@ b. tijdelijke nevenvestiging.
|
|||
|
||||
**3.** Op een nevenvestiging van een school voor mavo of vbo kan in elk geval onderwijs worden verzorgd in de eerste 2 leerjaren van de desbetreffende schoolsoort.
|
||||
|
||||
**4.** Op een nevenvestiging van een scholengemeenschap kan in elk geval onderwijs worden verzorgd in de in het tweede of derde lid genoemde leerjaren van de schoolsoorten die de scholengemeenschap omvat.
|
||||
**4.** Op een nevenvestiging van een scholengemeenschap kan in elk geval onderwijs worden verzorgd in de in het tweede of derde lid genoemde leerjaren van de schoolsoort die ingevolge artikel 64a, eerste of tweede lid, voor bekostiging in aanmerking is gebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 73c
|
||||
|
||||
|
|
@ -4321,11 +4320,31 @@ b. door nul leerlingen is bezocht voor zover het de hoogste twee leerjaren betre
|
|||
|
||||
**2.** Indien voor de leerlingen binnen redelijke afstand geen plaatsruimte beschikbaar is op een gelijksoortige school, past Onze Minister artikel 107 zodanig toe, dat de leerlingen van elk leerjaar de cursus kunnen voltooien.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 107 blijft buiten toepassing, zolang de school niet alle leerjaren omvat.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
**4.** In bijzondere gevallen kan Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag besluiten voor een door hem te bepalen tijd toe te staan, dat een openbare school in stand wordt gehouden of een bijzondere school wordt bekostigd, ook al is het aantal leerlingen minder, dan in artikel 107 is vermeld. Onze Minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag.
|
||||
Artikel 107 blijft buiten toepassing, indien de school nog niet wordt bekostigd gedurende het aantal jaren van de cursusduur. In afwijking van de eerste volzin eindigt de bekostiging van de school met ingang van het vierde schooljaar indien op deze school in het derde schooljaar van de bekostiging niet ten minste het volgende aantal leerlingen is ingeschreven:
|
||||
|
||||
**5.** Binnen acht weken na de bekendmaking door het Centraal Bureau voor de Statistiek dan wel door Onze Minister van de aantallen leerlingen per school voor voortgezet onderwijs, stellen gedeputeerde staten vast welke gemeentelijke scholen uit hun provincie gedurende reeds een jaar niet meer voldoen aan de voor hen geldende norm, genoemd in artikel 107. Wanneer er als gevolg van de opheffing van een school als bedoeld in de vorige volzin, naar hun oordeel niet meer voldoende zal zijn voorzien in de behoefte aan openbaar onderwijs in een genoegzaam aantal scholen, dragen gedeputeerde staten burgemeester en wethouders op een aanvraag te doen op grond van het vierde lid.
|
||||
1° 195 leerlingen voor een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs;
|
||||
2° 195 leerlingen voor een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs;
|
||||
3° 195 leerlingen voor een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs;
|
||||
4° 195 leerlingen voor een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met 1 profiel als bedoeld in artikel 10b, derde lid;
|
||||
5° 120 leerlingen voor elk profiel voor een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met meer dan 1 profiel; of
|
||||
6° 72 leerlingen voor een school voor praktijkonderwijs.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Artikel 107 blijft buiten toepassing, indien de scholengemeenschap nog niet wordt bekostigd gedurende het aantal jaren van de langste cursusduur van een van de samenstellende scholen. In afwijking van de eerste volzin eindigt de bekostiging van de school die deel uitmaakt van de scholengemeenschap met ingang van het vierde schooljaar indien op deze scholengemeenschap in het derde schooljaar van de bekostiging niet ten minste het volgende aantal leerlingen op de desbetreffende school is ingeschreven:
|
||||
|
||||
1° 146 leerlingen voor een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs;
|
||||
2° 146 leerlingen voor een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs;
|
||||
3° 146 leerlingen voor een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs;
|
||||
4° 146 leerlingen voor een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met 1 profiel als bedoeld in artikel 10b, derde lid;
|
||||
5° 90 leerlingen voor elk profiel voor een scholengemeenschap met een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met meer dan 1 profiel; of
|
||||
6° 54 leerlingen voor een school voor praktijkonderwijs.
|
||||
|
||||
**5.** In bijzondere gevallen kan Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag besluiten voor een door hem te bepalen tijd toe te staan, dat een openbare school in stand wordt gehouden of een bijzondere school wordt bekostigd, ook al is het aantal leerlingen minder, dan in artikel 107 is vermeld of als sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid, tweede volzin, of vierde lid, tweede volzin. Onze Minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag.
|
||||
|
||||
**6.** Binnen acht weken na de bekendmaking door het Centraal Bureau voor de Statistiek dan wel door Onze Minister van de aantallen leerlingen per school voor voortgezet onderwijs, stellen gedeputeerde staten vast welke gemeentelijke scholen uit hun provincie gedurende reeds een jaar niet meer voldoen aan de voor hen geldende norm, genoemd in artikel 107. Wanneer er als gevolg van de opheffing van een school als bedoeld in de vorige volzin, naar hun oordeel niet meer voldoende zal zijn voorzien in de behoefte aan openbaar onderwijs in een genoegzaam aantal scholen, dragen gedeputeerde staten burgemeester en wethouders op een aanvraag te doen op grond van het vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 109
|
||||
|
||||
|
|
@ -4703,7 +4722,9 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 118ff
|
||||
|
||||
Op aanvragen die voor de datum van inwerkingtreding van artikel II, onderdelen I en O van de Wet tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen) (Stb. 2020, 160) zijn ingediend op grond van de artikelen 67, eerste lid, en 74b, eerste lid, onderdelen b en c, van deze wet zoals deze artikelen luidden op de dag voor de inwerkingtreding van die wet, blijft Titel III zoals deze titel luidde op de dag voor de inwerkingtreding van die wet van toepassing.
|
||||
**1.** Op aanvragen die voor 1 november 2020 zijn ingediend op grond van de artikelen 67, eerste lid, en 74b, eerste lid, onderdelen b en c, blijft Titel III, zoals die titel luidde op 31 oktober 2020 van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Op besluiten tot bekostiging waarvan de aanvraag voor 1 november 2020 is ingediend op grond van artikel 67, eerste lid, blijft artikel 108 zoals dat artikel luidde op 31 oktober 2020 van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 118gg
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue