From b54deb69017b4e2b0041849e05971123202a71cd Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jul 2019 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2019-07-01 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B) --- .../BWBR0012289/README.md | 184 ++++++++++-------- 1 file changed, 103 insertions(+), 81 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md index a226d538794..9ced28c0f00 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md @@ -431,8 +431,6 @@ De IND verstrekt de sticker ‘Verblijfsaantekening algemeen’ (bijlage 7g VV): • aan de vreemdeling als bewijs van het feit dat hij een aanvraag tot verlenen, verlenging of wijziging van de verblijfsvergunning heeft ingediend; en • voor één maand korter dan de geldigheidsduur van het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling met een maximum van zes maanden. -De IND verstrekt de verblijfsaantekening ‘Gemeenschapsonderdaan’ aan het familielid van de onderdaan van de EU/EER of van Zwitserland die zelf niet de nationaliteit heeft van deze lidstaten. - De IND reikt het verblijfsdocument uit: • aan de vreemdeling in persoon; @@ -477,10 +475,7 @@ De IND merkt een geldig paspoort dat door de Nederlandse autoriteiten wordt erke De IND wijst de aanvraag niet af wegens het ontbreken van een geldig document voor grensoverschrijding als de vreemdeling behoort tot een van de volgende categorieën: • onderdanen van Somalië, zolang er geen internationaal erkend centraal gezag is in Somalië en Nederland de Somalische autoriteiten en door hen uitgegeven documenten niet erkent; of -• hier te lande geboren kinderen die een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor verblijf bij ouder (familie- en gezinslid) aanvragen, mits zij voldoen aan alle volgende voorwaarden: - -• beide ouders zijn in het bezit van een geldige verblijfsvergunning; en -• beide ouders zijn vrijgesteld van het vereiste over een geldig document voor grensoverschrijding te beschikken. +• hier te lande geboren kinderen die een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor verblijf bij ouder (familie- of gezinslid) aanvragen, mits zij voldoen aan de overige voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als familie- of gezinslid’. De IND wijst de aanvraag af op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder b, Vw als de vreemdeling niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding en als enkele reden daarvoor aanvoert dat hij: @@ -727,19 +722,21 @@ De IND betrekt bij de beoordeling of sprake is van bijzondere individuele omstan – zorg voor afhankelijke gezinsleden in land van herkomst; – duur van het huwelijk/ de relatie; – tijdsverloop sinds start inspanningen tot gezinshereniging; -– beschikbaarheid van faciliteiten ter ondersteuning (bijvoorbeeld mogelijkheden tot het volgen van een cursus); +– beschikbaarheid van faciliteiten ter ondersteuning; – de mogelijkheden om het basisexamen af te leggen in het land van herkomst of bestendig verblijf; – de reisafstand naar de diplomatieke post. -De mate waarin bovenstaande omstandigheden relevant zijn, is afhankelijk van de situatie van de vreemdeling. In bijzondere situaties kan ook een enkele omstandigheid leiden tot ontheffing. De IND ontheft de vreemdeling van het behalen van het basisexamen inburgering in ieder geval als de vreemdeling aantoont dat sprake is van blindheid of doofheid. +De mate waarin bovenstaande omstandigheden relevant zijn, is afhankelijk van de situatie van de vreemdeling. In bijzondere situaties kan ook een enkele omstandigheid leiden tot ontheffing van (een deel van) het basisexamen inburgering. + +De medische omstandigheden blijken uit een medische vragenformulier, dat is ingevuld door een arts die is aangewezen door de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging. De IND beoordeelt aan de hand van het medische vragenformulier of de vreemdeling als gevolg van een medische aandoening voor een periode van drie jaar niet in staat is om (een deel van) het basisexamen af te leggen, dan wel om inspanningen te leveren ter voorbereiding op (een deel van) het basisexamen inburgering. + +De IND ontheft de vreemdeling van het behalen van het basisexamen inburgering in ieder geval als de vreemdeling aantoont dat sprake is van blindheid of doofheid. In aanvulling hierop ontheft de IND de vreemdeling van het behalen van het basisexamen inburgering als de vreemdeling aantoont dat: • sprake is van slechtziendheid of hardhorendheid; en • hij niet met behulp van hulpmiddelen alsnog voldoende gezichts- of hoorvermogen heeft om het basisexamen inburgering af te kunnen leggen. -De IND beoordeelt onder meer of een vreemdeling als gevolg van een lichamelijke of geestelijke belemmering voor een periode van drie jaar niet in staat is het basisexamen inburgering te doen. De vreemdeling krijgt ontheffing van (een deel van) het basisexamen inburgering als sprake is van bovenstaande belemmering. - In aanvulling op artikel 3.10 VV moet de vreemdeling als in het land van herkomst of bestendig verblijf geen Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging is waar het basisexamen kan worden afgenomen, een aangewezen arts raadplegen in het dichtstbijzijnde land waar een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging is en het basisexamen kan worden afgenomen. #### 4.8. Onjuiste gegevens @@ -935,6 +932,14 @@ De IND kan de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijf Op grond van artikel 19 Vw trekt de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in op de in artikel 18, eerste lid, aanhef en onder a en c tot en met i, Vw genoemde gronden. Voor de beleidsregels wordt verwezen naar hetgeen onder B1/6.2.1 Vc, B1/6.2.2 Vc en B1/6.2.3 Vc is vermeld. +De IND trekt de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet met terugwerkende kracht in, maar met ingang van de datum van het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning, als de vreemdeling: + +• niet langer voldoet aan de beperking waaronder de verblijfsvergunning is verleend; +• rechtmatig verblijft op grond van artikel 6 of 7 Besluit 1/80; en +• geen onjuiste gegevens heeft verstrekt of gegevens heeft achtergehouden die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen of verlengen van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd zouden hebben geleid. + +Voor de regels over het verkrijgen, ontzeggen en beëindigen van rechtmatig verblijf op grond van artikel 6 of 7 Besluit 1/80 wordt verwezen naar paragraaf B10/4 Vc. + ### 7. Rechtsmiddelen #### 7.1. Het indienen van rechtsmiddelen @@ -981,10 +986,17 @@ c. redenen van openbare orde (waaronder begrepen de openbare rust) of nationale d. de uitzetting daardoor wordt belemmerd; of e. sprake is van misbruik van recht. +De IND staat het de vreemdeling evenmin toe een voorlopige voorziening af te wachten die is ingediend in het kader van de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen, zoals opgenomen in paragraaf B9/6 Vc indien: + +– Er sprake is van een reeds in de jurisprudentie aanvaarde afwijzingsgrond, en +– Uitgesloten is dat in bezwaar te verstrekken gegevens aanleiding kunnen geven tot een andere beoordeling van die afwijzingsgrond. + De hierboven gegeven regel over de mogelijkheid om de uitspraak op een verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland af te wachten geldt niet wanneer het besluit betrekking heeft op een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. In dat geval wordt verwezen naar paragraaf C2/11 Vc onder *voorlopige voorziening*. De IND merkt een verzoek om een voorlopige voorziening aan als een eerste verzoek als niet eerder in dezelfde zaak om een voorlopige voorziening is verzocht. Een tweede of herhaald verzoek om een voorlopige voorziening mag niet worden afgewacht. Van een tweede verzoek om een voorlopige voorziening als hiervoor bedoeld is geen sprake als in dezelfde procedure eerder een verzoek om een voorlopige voorziening door de voorzieningenrechter is toegewezen. +De IND betrekt bij de vraag of er sprake is van een eerste voorlopige voorziening in het kader van de Afsluitingsregeling (paragraaf B9/6) ook de eerdere procedures in het kader van voorheen in die paragraaf opgenomen Definitieve Regeling. + De IND merkt de volgende situaties in ieder geval aan als situaties die de uitzetting belemmeren: • het paspoort van de vreemdeling, de daarin voorkomende visa of de vervangende reisdocumenten, zijn nog slechts voor korte tijd geldig; @@ -1689,18 +1701,11 @@ De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de artikelen 3.30c #### 2.1. Beleidsregels - - -*Middelen van bestaan* - De IND neemt aan dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan in de zin van artikel 3.74, eerste lid, Vb juncto artikel 3.19, eerste lid, VV als het UWV een positief advies heeft afgegeven voor de te verrichten arbeid. -Young Workers Exchange Program - De IND neemt aan dat de vreemdeling voldoet aan artikel 3.39, aanhef en onder a, Vb als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan: • de vreemdeling is Canadees onderdaan; -• de vreemdeling is woonachtig in Canada; • de vreemdeling is ten minste achttien jaar en niet ouder dan dertig jaar; en • de vreemdeling studeert of is op het moment van de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet langer dan twaalf maanden geleden afgestudeerd. @@ -1777,8 +1782,6 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel voor de adviesaanvraag bij het UWV, waaruit mo De IND beschouwt een geldig document voor grensoverschrijding als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling Canadees onderdaan is en ten minste 18 jaar en niet ouder dan 30 jaar is. -De IND beschouwt een bewijs van inschrijving uit de openbare registers in Canada als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling woonachtig is in Canada. - De IND beschouwt een bewijs van inschrijving aan een onderwijsinstelling voor hoger onderwijs als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling studeert. De IND beschouwt een door de bevoegde autoriteiten gewaarmerkt afschrift van het diploma als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling op het moment van de aanvraag niet langer dan twaalf maanden geleden is afgestudeerd. @@ -2135,7 +2138,7 @@ De vereisten zoals opgenomen in de artikelen 3.73 tot en met 3.75 Vb, zijn van t Op grond van artikel 3.30a, eerste lid, Vb wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning onder de beperking ‘arbeid als kennismigrant’ af of trekt deze achteraf in als het loon naar het oordeel van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid niet marktconform is. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beoordeelt of er sprake is van een marktconform loon. -De IND telt bij de berekening van het bruto maandloon als bedoeld in artikel 1d, eerste lid, Buwav de onkostenvergoedingen en toeslagen mee, als: +De IND telt bij de berekening van het bruto maandloon als bedoeld in artikel 1d, eerste lid, BuWav de onkostenvergoedingen en toeslagen mee, als: de werkgever het loon elke maand giraal overmaakt op een bankrekening, bestemd voor girale betaling, die op naam is gesteld van de vreemdeling; en de onkostenvergoeding en toeslagen contractueel zijn vastgelegd. @@ -2147,7 +2150,7 @@ De IND telt bij het bruto maandloon niet mee: overwerkvergoedingen, fooien en uitkeringen uit fondsen. -Aan de bevoegdheidsvereisten voor de uitoefening van de arbeid als zelfstandige en aan de vereisten voor het uitoefenen van het desbetreffende bedrijf als bedoeld in artikel 3.30, eerste lid, onder c, is bij een vreemdeling die een beroep wil uitoefenen in de individuele gezondheidszorg voldaan als registratie in het BIG-register heeft plaatsgevonden. +De IND maakt ten aanzien van een vreemdeling die een beroep wil uitoefenen in de individuele gezondheidszorg alleen gebruik van de in artikel 3.30a Vb neergelegde bevoegdheid als registratie in het BIG-register heeft plaatsgevonden. De IND verleent de vreemdeling gedurende de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning onder de beperking arbeid als kennismigrant een zoekperiode van drie maanden om een nieuwe functie als kennismigrant te vinden als de vreemdeling werkloos raakt. @@ -2155,8 +2158,8 @@ De zoekperiode vangt aan op de dag waarop de arbeidsovereenkomst is ontbonden. De IND trekt de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel ‘arbeid als kennismigrant’ in: -− nadat de zoekperiode van drie maanden is verstreken; en -− de vreemdeling geen nieuwe functie als kennismigrant heeft gevonden. +– nadat de zoekperiode van drie maanden is verstreken; en +– de vreemdeling geen nieuwe functie als kennismigrant heeft gevonden. De IND trekt deze verblijfsvergunning in per datum einde zoekperiode. @@ -3091,40 +3094,42 @@ De IND kan de referent op grond van zijn of haar eigen situatie vrijstellen van ##### 3.8.1. Familie- of gezinsleven +De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het uitoefenen van het familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM op grond van artikel 3.13, tweede lid, Vb. + De IND neemt in ieder geval aan dat sprake is van familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM tussen: • echtgenoten in een reëel huwelijk (lawful and genuine marriage); -• partners in een reële en in voldoende mate met een huwelijk op een lijn te stellen (homo- of heteroseksuele) relatie; of -• ouders en hun uit een reëel huwelijk of niet-huwelijkse relatie geboren minderjarige kinderen. +• partners in een reële en in voldoende mate met een huwelijk op een lijn te stellen (homo- of heteroseksuele) relatie; +• ouders en hun uit een reëel huwelijk of niet-huwelijkse relatie geboren minderjarige kinderen; of +• minderjarige broers en zussen, die bloedverwant zijn en die in hetzelfde gezin hebben samengeleefd. -De IND neemt familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM aan tussen een minderjarig kind en zijn: +De IND neemt in ieder geval familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM aan tussen een minderjarig kind en zijn: • erkenner; • biologische vader (wiens kind niet uit een reëel huwelijk of niet-huwelijkse relatie is geboren); • adoptiefouder(s); -• pleegouder(s); of -• opvangouders, +• pleegouder(s); +• opvangouder(s); +• stiefouder(s); +• grootouder(s); +• oom/ tante; +• neef/nicht; +• minderjarige broer of zus met wie bloedverwantschap bestaat en met wie niet in hetzelfde gezin is samengeleefd; +• minderjarige broer of zus met wie geen bloedverwantschap bestaat; of +• meerderjarige broer of zus, -mits aan de relatie voldoende invulling wordt gegeven. +als uit de feiten en omstandigheden volgt dat daadwerkelijk sprake is van hechte persoonlijke banden. -De IND neemt familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM aan tussen ouders en hun meerderjarige kinderen als sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie (more than normal emotional ties) tussen het meerderjarige kind en diens ouder(s). +De IND neemt familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM aan tussen meerderjarigen als sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie (more than normal emotional ties). -De IND neemt familie- en gezinsleven aan als bedoeld in artikel 8 EVRM, zonder dat sprake moet zijn van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie, uitsluitend als het meerderjarige kind: +De IND neemt familie- en gezinsleven aan als bedoeld in artikel 8 EVRM tussen ouders en hun meerderjarige kinderen, zonder dat sprake moet zijn van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie, uitsluitend als het meerderjarige kind: • Jongvolwassen is; -• altijd feitelijk heeft behoord tot het gezin van de ouders; en -• nog steeds behoort tot het gezin van de ouders. +• met de ouder(s) in gezinsverband samenleeft; +• niet in zijn eigen onderhoud voorziet; en +• geen zelfstandig gezin heeft gevormd door het aangaan van een huwelijk of relatie. -De IND beoordeelt ten aanzien van jongvolwassenen per individueel geval of er aanleiding is voor de conclusie dat het kind niet altijd feitelijk heeft behoord en nog steeds behoort tot het gezin van de ouders. De IND betrekt hierbij in ieder geval of sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden: - -a. het kind woont zelfstandig; -b. het kind voorziet in eigen onderhoud; -c. het kind is een huwelijk of een relatie aangegaan; of -d. het kind is belast met de zorg voor een buitenechtelijk kind. - -De IND neemt familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM aan tussen een minderjarig kleinkind en zijn grootouder(s) als uit de feiten en omstandigheden volgt dat daadwerkelijk sprake is van hechte persoonlijke banden. - -De IND neemt familie- en gezinsleven aan tussen overige naaste bloedverwanten, zoals de broer of zus, de oom/tante en de neef/nicht, mits sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. +Als de jongvolwassene zelf de zorg heeft voor buitenhuwelijkse kinderen, is dit uitsluitend een reden om aan te nemen dat geen sprake (meer) is van familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM tussen de ouder(s) en de jongvolwassene, in geval de jongvolwassene daarnaast zelfstandig woont en in zijn eigen onderhoud voorziet, of een zelfstandig gezin heeft gevormd door het aangaan van een huwelijk of relatie. De IND neemt aan dat het familie- of gezinsleven tussen (geregistreerde en huwelijks)partners eindigt met de feitelijke verbreking van de (huwelijkse) relatie. @@ -4873,24 +4878,6 @@ De IND verstrekt een document EU/EER (bijlage 7e, VV) aan het uit een derde land De IND past bij het familielid van een Nederlander hoofdstuk 8, afdeling 2, paragraaf 2, van het Vb naar analogie toe. -Een vreemdeling heeft rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder e, Vw als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan: - -a. de vreemdeling moet zijn identiteit en nationaliteit aannemelijk maken door het overleggen van een geldig document voor grensoverschrijding of een geldige identiteitskaart. Als de vreemdeling hieraan niet kan voldoen, moet hij zijn identiteit en nationaliteit ondubbelzinnig aantonen met andere middelen; -b. de vreemdeling heeft een minderjarig kind (dat wil zeggen: beneden de achttien jaar) dat in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit; -c. de vreemdeling verricht al dan niet gezamenlijk met de andere ouder daadwerkelijke zorgtaken ten behoeve van het minderjarige kind; en -d. tussen de vreemdeling en het kind bestaat een zodanige afhankelijkheidsverhouding dat het kind gedwongen zou zijn het grondgebied van de Unie te verlaten als aan de vreemdeling een verblijfsrecht wordt geweigerd. - -• De IND verstaat onder zorgtaken ook opvoedingstaken. -• De IND merkt zorg- en/of opvoedingstaken met een marginaal karakter niet aan als daadwerkelijke zorgtaken ten behoeve van het minderjarige kind, tenzij het marginale karakter van de zorg- en/of opvoedingstaken de vreemdeling niet is aan te rekenen. Dit wordt de vreemdeling niet aangerekend als hij/zij kan aantonen dat de andere ouder de omgang met het kind frustreert. - -Bij de beoordeling of sprake is van een zodanig afhankelijkheidsverhouding dat het kind gedwongen zou zijn het grondgebied van de Unie te verlaten als aan de vreemdeling een verblijfsrecht wordt geweigerd, betrekt de IND, in het hogere belang van het kind, alle relevante omstandigheden, meer in het bijzonder: - -• de leeftijd van het kind; -• zijn lichamelijke en emotionele ontwikkeling; en -• de mate van zijn affectieve relatie zowel met de Nederlandse ouder als met de vreemdeling, evenals het risico dat voor het evenwicht van het kind zou ontstaan als het van deze laatste zou worden gescheiden. - -De IND kan niet vaststellen dat sprake is van rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder e, Vw als de vreemdeling onvoldoende gegevens verschaft waarmee kan worden aangetoond dat aan bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan. - In aanvulling op artikel 8.7, tweede lid, Vb stelt de IND adoptiefkinderen gelijk met rechtstreekse bloedverwanten in neergaande lijn. Als een familielid als bedoeld in artikel 8.7, tweede lid, aanhef en onder c en d, Vb en artikel 8.7, derde lid, Vb stelt ten laste te zijn van een burger van de Unie, dan beoordeelt de IND of dit familielid, op het moment dat dit familielid verzoekt om hereniging met de burger van de Unie, in het land van herkomst of het land vanwaar het familielid kwam (dat wil zeggen niet in Nederland) materieel wordt ondersteund door de burger van de Unie. Deze materiële ondersteuning moet noodzakelijk en reëel zijn. @@ -4932,16 +4919,21 @@ In aanvulling op artikel 8.12, eerste lid, aanhef en onder c, Vb verstaat de IND In aanvulling op artikel 8.12, tweede lid, Vb gaat de IND uit van onvrijwillige werkloosheid tenzij door de gemeentelijke sociale dienst of het UWV genoegzaam is vastgesteld dat hier geen sprake van is. +*Voldoende middelen van bestaan voor de vreemdeling als bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, Vb en familieleden* + De IND willigt de aanvraag voor toetsing aan het EU-recht van een familielid in als blijkt dat de vreemdeling als bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, Vb op het moment dat op die aanvraag wordt beslist reële en daadwerkelijke arbeid verricht of voor zichzelf en zijn familieleden beschikt over voldoende middelen van bestaan. In aanvulling op artikel 8.13, vierde lid, Vb verstrekt de IND aan een familielid dat wil verblijven bij een burger van de Unie onmiddellijk na indiening van de aanvraag voor toetsing aan het EU-recht de sticker ‘Verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdanen (bijlage 7h, VV) met de aantekening dat het familielid mag werken. -In de volgende gevallen wordt geen sticker ‘Verblijfsaantekeningen gemeenschapsonderdanen’ (bijlage 7h, VV) afgegeven, maar een sticker ‘verblijfsaantekeningen algemeen’ (bijlage 7g, VV) waaruit blijkt dat arbeid niet is toegestaan: +In de volgende gevallen wordt geen sticker ‘Verblijfsaantekeningen gemeenschapsonderdanen’ (bijlage 7h, VV) afgegeven, maar een sticker ‘verblijfsaantekeningen algemeen’ (bijlage 7g, VV): • de familierechtelijke relatie met de burger van de Unie is niet aangetoond; +• er bestaan aanwijzingen dat het persoonlijke gedrag van de vreemdeling een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt; • er zijn indicaties aanwezig van een schijnrelatie of schijnhuwelijk; of • er is niet deugdelijk bewezen dat sprake is van een duurzame relatie. +Op de sticker ‘Verblijfsaantekeningen algemeen’ wordt aangetekend dat arbeid niet is toegestaan. Wordt het de vreemdeling echter op een andere grond toegestaan om arbeid te verrichten, dan wordt op de sticker aangetekend dat arbeid wel is toegestaan. + De IND stelt een burger van de Unie voor wie het vrije verkeer van werknemers nog niet geldt als gevolg van een overgangsmaatregel in het bezit van een verblijfsdocument met de arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’ als: • de burger van de Unie ten minste twaalf maanden onafgebroken heeft beschikt over een verblijfsdocument met de arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’; @@ -4954,6 +4946,41 @@ De IND telt bij de beoordeling of de burger van de Unie voor wie het vrije verke In aanvulling op artikel 8.13, vierde lid, Vb verstrekt de IND aan een familielid dat wil verblijven bij een burger van de Unie voor wie het vrije verkeer van werknemers nog niet geldt onmiddellijk na indiening van de aanvraag voor toetsing aan het EU-recht de sticker ‘Verblijfsaantekeningen algemeen’ (bijlage 7g, VV) met dezelfde aantekening als de verblijfgever. +Een vreemdeling heeft rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder e, Vw als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan: + +a. de vreemdeling moet zijn identiteit en nationaliteit aannemelijk maken door het overleggen van een geldig document voor grensoverschrijding of een geldige identiteitskaart. Als de vreemdeling hieraan niet kan voldoen, moet hij zijn identiteit en nationaliteit ondubbelzinnig aantonen met andere middelen; +b. de vreemdeling heeft een minderjarig kind (dat wil zeggen: beneden de achttien jaar) dat in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit; +c. de vreemdeling verricht al dan niet gezamenlijk met de andere ouder daadwerkelijke zorgtaken ten behoeve van het minderjarige kind; en +d. tussen de vreemdeling en het kind bestaat een zodanige afhankelijkheidsverhouding dat het kind gedwongen zou zijn het grondgebied van de Unie te verlaten als aan de vreemdeling een verblijfsrecht wordt geweigerd. + +De IND kan niet vaststellen dat sprake is van rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder e, Vw als de vreemdeling onvoldoende gegevens verschaft waarmee wordt aangetoond dat aan bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan. + +• De IND verstaat onder zorgtaken ook opvoedingstaken. +• De IND merkt zorg- en/of opvoedingstaken met een marginaal karakter niet aan als daadwerkelijke zorgtaken ten behoeve van het minderjarige kind, tenzij het marginale karakter van de zorg- en/of opvoedingstaken de vreemdeling niet is aan te rekenen. Dit wordt de vreemdeling niet aangerekend als hij/zij kan aantonen dat de andere ouder de omgang met het kind frustreert. + +Bij de beoordeling of sprake is van een zodanig afhankelijkheidsverhouding dat het kind gedwongen zou zijn het grondgebied van de Unie te verlaten als aan de vreemdeling een verblijfsrecht wordt geweigerd, betrekt de IND, in het hogere belang van het kind, alle relevante omstandigheden, meer in het bijzonder: + +• de leeftijd van het kind; +• zijn lichamelijke en emotionele ontwikkeling; en +• de mate van zijn affectieve relatie zowel met de Nederlandse ouder als met de vreemdeling, evenals het risico dat voor het evenwicht van het kind zou ontstaan als het van deze laatste zou worden gescheiden. + +De IND verstrekt aan de vreemdeling die verblijf beoogt als verzorgende ouder van een minderjarig Nederlands kind onmiddellijk na indiening van de aanvraag voor toetsing aan het EU-recht de sticker ‘verblijfsaantekeningen gemeenschapsonderdanen’ (bijlage 7h, VV) met de aantekening dat het familielid mag werken. + +In de volgende gevallen wordt geen sticker ‘verblijfsaantekeningen gemeenschapsonderdanen’ (bijlage 7h, VV) afgegeven, maar een sticker ‘verblijfsaantekeningen algemeen’ (bijlage 7g, VV): + +• de Nederlandse nationaliteit van het minderjarige kind is niet aangetoond met een geldig Nederlands paspoort; +• het Nederlandse kind is meerderjarig; +• de familierechtelijke relatie met het minderjarige Nederlandse kind is niet aangetoond; +• de vreemdeling is een stief-, pleeg- of opvangouder van het minderjarige Nederlandse kind; +• er zijn indicaties van een schijnerkenning; +• er is geen bewijs geleverd van opvoedings- en/of verzorgingstaken door de vreemdeling; +• de vreemdeling heeft verblijfsrecht in een andere EU-lidstaat; +• de vreemdeling kan niet op ondubbelzinnige wijze zijn identiteit en nationaliteit aantonen; +• er bestaan aanwijzingen dat het persoonlijke gedrag van de vreemdeling een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt; of +• het minderjarige Nederlandse kind staat niet ingeschreven in de BRP. + +Op de sticker ‘Verblijfsaantekeningen algemeen’ wordt aangetekend dat arbeid niet is toegestaan. Wordt het de vreemdeling echter op een andere grond toegestaan om arbeid te verrichten, dan wordt op de sticker aangetekend dat arbeid wel is toegestaan. + #### 2.3. Ontzegging of beëindiging rechtmatig verblijf Op grond van artikel 8.25 Vb ontzegt of beëindigt de IND het rechtmatig verblijf van de vreemdeling als: @@ -5142,21 +5169,17 @@ Bij de beoordeling of een recht op verblijf ontstaat op grond van artikel 7 Besl #### 4.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening, voorschrift en geldigheidsduur - - - - De IND verleent de verblijfsvergunning ontleend aan het eerste of het derde streepje van artikel 6, eerste lid, Besluit 1/80 onder de beperking: 'arbeid in loondienst'. -De IND verleent de verblijfsvergunning aan (ex-)gezinsleden van Turkse werknemers die een recht op verblijf ontlenen aan artikel 7 Besluit 1/80 onder de beperking: 'niet-tijdelijke humanitaire gronden'. +De IND verleent de verblijfsvergunning aan (ex-)gezinsleden van Turkse werknemers die een recht op verblijf ontlenen aan artikel 7 Besluit 1/80 onder de beperking: 'niet-tijdelijke humanitaire gronden’. -De arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument dat wordt afgegeven als het verblijfsrecht wordt ontleend aan het eerste streepje van artikel 6, eerste lid, Besluit 1/80 luidt: ‘TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend’ zoals bedoeld in artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder f, VV. Dit is op grond van artikel 2, onder d, Buwav anders als de vreemdeling in het bezit is (geweest) van een verblijfsvergunning met daarop de arbeidsmarktaantekening ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’. In dat geval luidt de arbeidsmarktaantekening ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist' zoals bedoeld in artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV. +De arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument dat wordt afgegeven als het verblijfsrecht wordt ontleend aan het eerste streepje van artikel 6, eerste lid, Besluit 1/80 luidt: ‘TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend’ zoals bedoeld in artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder f, VV. Dit is op grond van artikel 2, onder d, BuWav anders als de vreemdeling in het bezit is (geweest) van een verblijfsvergunning met daarop de arbeidsmarktaantekening ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’. In dat geval luidt de arbeidsmarktaantekening ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’ zoals bedoeld in artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV. -De arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument dat wordt afgegeven als het verblijfsrecht wordt ontleend aan het derde streepje van artikel 6, eerste lid, Besluit 1/80 luidt: ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist' zoals bedoeld in artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV. +De arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument dat wordt afgegeven als het verblijfsrecht wordt ontleend aan het derde streepje van artikel 6, eerste lid, Besluit 1/80 luidt: ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’ zoals bedoeld in artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV. -De arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument dat wordt afgegeven als het verblijfsrecht wordt ontleend aan het derde streepje van artikel 7, Besluit 1/80 luidt: ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist' zoals bedoeld in artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV. +De arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument dat wordt afgegeven als het verblijfsrecht wordt ontleend aan artikel 7, Besluit 1/80 luidt: ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’ zoals bedoeld in artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV. -De IND voorziet de verblijfsvergunning die is ontleend aan artikel 6, Besluit 1/80 van de aantekening: ‘Een beroep op de algemene middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht.' +De IND voorziet de verblijfsvergunning die is ontleend aan artikel 6, Besluit 1/80 van de aantekening: ‘Een beroep op de algemene middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’. De IND verleent de verblijfsvergunning op grond van artikel 6, Besluit 1/80 voor de duur van de arbeidsovereenkomst met een maximum van vijf jaar, maar in ieder geval voor ten minste één jaar. @@ -5167,24 +5190,23 @@ De IND verleent de verblijfsvergunning die is ontleend aan artikel 7, Besluit 1/ De IND ontzegt of beëindigt het verblijfsrecht van een Turkse werknemer en zijn gezinsleden die vallen onder de reikwijdte van artikel 6, eerste lid, of 7, Besluit 1/80, als sprake is van één van de volgende gevallen: a. het persoonlijk gedrag van de vreemdeling vormt een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving; -b. de vreemdeling die het verblijf ontleent aan artikel 6, eerste lid, Besluit 1/80 verricht geen legale arbeid meer: -c. na detentie of bij vrijwillige werkloosheid als de Turkse werknemer ten minste één jaar maar minder dan drie jaar legale arbeid heeft verricht bij dezelfde werkgever; -d. na detentie of bij vrijwillige werkloosheid als de Turkse werknemer drie jaar onafgebroken legale arbeid heeft verricht bij dezelfde werkgever en hij niet binnen drie maanden een nieuwe dienstbetrekking vindt tenzij hij na afloop van deze drie maanden aantoont dat hij daadwerkelijk op zoek is naar werk en een reële kans daarop heeft; +b. de vreemdeling die het verblijf ontleent aan artikel 6, eerste lid, eerste streepje, Besluit 1/80 verricht geen legale arbeid meer als gevolg van detentie of vrijwillige werkloosheid; +c. de vreemdeling die het verblijf ontleent aan artikel 6, eerste lid, derde streepje, Besluit 1/80 heeft na detentie of vrijwillige werkloosheid niet binnen een redelijke termijn nieuw werk gevonden; +d. de vreemdeling die het verblijf ontleent aan artikel 6, eerste lid, Besluit 1/80 heeft de Nederlandse arbeidsmarkt definitief verlaten; e. bij verplaatsing van het hoofdverblijf buiten Nederland; of f. de verblijfsvergunning is verleend op grond van het verstrekken van onjuiste gegevens of het achterhouden van gegevens die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen of verlengen zouden hebben geleid. -De IND trekt de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet met terugwerkende kracht in omdat niet langer wordt voldaan aan de beperking waaronder de verblijfsvergunning is verleend, als: - -• inmiddels sprake is van rechtmatig verblijf op grond van artikel 6 of 7 Besluit 1/80; en -• geen sprake is van het verstrekken van onjuiste gegevens of het achterhouden van gegevens die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen of verlengen zou hebben geleid. - De IND ontzegt of beëindigt het verblijfsrecht op grond van artikel 6, eerste lid, of artikel 7, Besluit 1/80, niet met terugwerkende kracht tenzij het verblijfsrecht is verkregen op de wijze zoals hiervoor omschreven onder f. De artikelen 8.22, eerste lid, 8.23 en 8.24 Vb zijn van overeenkomstige toepassing. -De IND neemt in ieder geval aan dat de vreemdeling de legale arbeidsmarkt heeft verlaten als hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt of blijvend en volledig arbeidsongeschikt is geworden of hij anderszins objectief gezien geen enkele kans maakt op re-integratie op de arbeidsmarkt. +De IND hanteert als redelijke termijn een termijn van zes maanden. Er dient sprake te zijn van daadwerkelijk zoeken naar werk en een reële kans op werk. De IND verlengt de termijn eenmalig met drie maanden wanneer er na zes maanden nog geen werk is gevonden, maar er nog wel een reële kans op werk bestaat. De vreemdeling moet na uiterlijk negen maanden werk gevonden hebben. -Als na drie maanden een reële kans op werk is ontstaan, verlengt de IND de termijn van drie maanden maximaal twee keer. +De IND neemt in ieder geval aan dat sprake is van definitief verlaten van de arbeidsmarkt in de volgende gevallen: + +• bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd; +• bij volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid; of +• wanneer de vreemdeling anderszins geen enkele kans meer maakt op re-integratie op de arbeidsmarkt. De IND neemt aan dat geen sprake is van verplaatsing van het hoofdverblijf buiten Nederland als de vreemdeling: